CConstaterende datDronten
Koppel je AI →
Document · PDF

54ed5e58-6740-41bb-b227-f73d74556188.pdf

Raadsvergadering 9 juni 2022, gemeente DrontenBij agendapunt: 10.a: AKKOORD Raadsvoorstel OFGV zienswijze en financiële stukken6.584 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Kadernota 2023

1

Colofon Auteur:

Omgevingsdienst Flevoland & Gooi en Vechtstreek

Botter 14-15 Postbus 2341 8203 AH LELYSTAD T. 088-6333 000 E. info@ofgv.nl W. www.ofgv.nl

Opdracht:

Kadernota OFGV 2023

Versie: Datum:

Vastgesteld AB-OFGV 9 februari 2022 2

Inhoudsopgave Inleiding ................................................................................................................... 4 A. Bestuurlijke context ............................................................................................... 5 A.1. Visie .................................................................................................................. 5 A.1.1. Doelstellingen en activiteiten ................................................................... 5 A.1.2. Kwaliteit................................................................................................ 5 A.2. Ontwikkelingen ................................................................................................... 7 A.2.1. Klimaat en energie ................................................................................. 7 A.2.2. Omgevingswet ....................................................................................... 7 A.2.3. Bodemtaken .......................................................................................... 9 A.2.4. PFAS ................................................................................................... 10 A.2.5. Externe veiligheid.................................................................................. 11 A.2.6.

Circulaire Economie ............................................................................... 12 A.2.7. Doorontwikkeling organisatie: tijd- en plaats onafhankelijk werken ............. 12 A.2.8. Doorontwikkeling organisatie: EFQM- kwaliteitsmanagement model............. 12 B. Financiële kaders 2023 .......................................................................................... 14 B.1. Uitgangspunten ....................................................................................... 14 B.2. Financiële doorwerking 2022 ..................................................................... 15 B.3. Overzicht 2de Begrotingswijziging 2022 ....................................................... 17 B.4. Overzicht van baten en lasten 2023 ........................................................... 19

3

Inleiding Voor u ligt de Kadernota 2023 van de Omgevingsdienst Flevoland & Gooi en Vechtstreek (OFGV). In deze nota wordt het Algemeen Bestuur (AB) inzicht geboden in de ontwikkelingen die de begroting van de OFGV op korte en/of middellange termijn beïnvloeden. Afgesproken is dat het AB kaders meegeeft aan het Dagelijks Bestuur (DB) voor het opstellen van een sluitende meerjarenbegroting. NB: In deze kadernota is nog geen rekening gehouden met het regeerakkoord of met nieuw kabinetsbeleid. Daarnaast zullen in 2022 gemeenteraadsverkiezingen plaatsvinden. Verwacht mag worden dat de nog te vormen colleges van B&W ook nieuw en eigen beleid zullen formuleren. Ook daarmee kan geen rekening worden gehouden. Als derde opmerking geldt dat halverwege het jaar de Omgevingswet zal worden ingevoerd. Op dit moment is nog niet te voorspellen welke effecten dat op het werk van de OFGV zal hebben. Last but not least zullen de bodemtaken van de provincies naar de gemeenten verschuiven. Ook hiervoor geldt dat de effecten op het werk en daarmee op de financiering van de OFGV nu nog niet duidelijk zijn. Eenvoudiger of minder zal het werk in 2022 waarschijnlijk niet worden. In die zin heeft 2022 het karakter van een ‘experimenteer’-jaar. Vanzelfsprekend zullen die nieuwe ontwikkelingen zorgvuldig worden gemonitord zodat een goede evaluatie kan plaatsvinden.

Leeswijzer De kadernota bevat de volgende onderdelen: Hoofdstuk A1: Visie In dit hoofdstuk is beschreven hoe de OFGV invulling geeft aan haar doelstellingen en activiteiten. Hoofdstuk A2: Externe ontwikkelingen Dit hoofdstuk maakt inzichtelijk welke ontwikkelingen op zowel korte als lange termijn invloed hebben op het beleid en de organisatie. Hoofdstuk B: Financiële kaders voor 2023 Dit hoofdstuk bevat de spelregels en de financiële kaders die het AB vaststelt. Proces van kader naar begroting De door het AB geformuleerde kaders zijn richtinggevend voor het DB bij het opstellen van de conceptbegroting 2023. Deze conceptbegroting wordt na 15 maart 2022 aan de raden en Staten gestuurd. Zij hebben, volgens de Wet Gemeenschappelijke Regelingen (WGR) en de vigerende Gemeenschappelijke Regeling OFGV (GR), acht weken de tijd om zienswijzen in te dienen. In het DB van 18 mei 2022 worden de binnengekomen zienswijzen en de mogelijke wijzigingen van de begroting besproken. De begroting 2023 wordt vervolgens, inclusief zienswijzen en een reactie van het DB, op 22 juni 2022 ter vaststelling voorgelegd aan het AB. Lelystad, 9 februari 2022

4

A. Bestuurlijke context A.1. Visie De OFGV verzorgt milieu- en leefomgevingstaken en adviseert op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving. Dit doet de OFGV op het gebied van het omgevingsrecht waaronder: bedrijvigheid, natuur, veiligheid, gevaarlijk stoffen, geluid, bodem, grondwater, asbest, luchtvaart, vuurwerk en toezicht op zwemwater/zwembaden. Deze taken voert de OFGV uit voor alle gemeenten in Flevoland, de gemeenten in Gooi en Vechtstreek en voor de provincies Flevoland en Noord-Holland. In dit hoofdstuk is beschreven hoe de OFGV invulling geeft aan zijn taken, doelstellingen en activiteiten. A.1.1. Doelstellingen en activiteiten Samen met de deelnemers werkt de OFGV aan een duurzame, gezonde en veilige leefomgeving. De kernwaarden van de OFGV ‘duurzaam Ondernemen en Verbinden’ staan hierbij centraal. Bij het uit te voeren werk streeft de OFGV naar kwaliteit en efficiency. Volgens de jaaropdrachten van de 14 deelnemers zijn het afhandelen van vergunningen en meldingen en het uitvoeren van risicogericht toezicht en handhaving de belangrijkste doelstellingen. Daarnaast adviseren de experts van de OFGV met regelmaat over vakinhoudelijke onderwerpen op het gebied van geluid, bodem, lucht, asbest, natuur, grondwater, zwemwater, brandveiligheid en omgevingsveiligheid en ook op beleidsinhoudelijke onderwerpen. A.1.2.

Kwaliteit Kwaliteitscriteria OFGV Kwaliteitscriteria zijn bedoeld als toetsingskader om de uitvoering van vergunningverlening, toezicht en handhaving (de VTH-taken) verder te professionaliseren en de kwaliteit in de organisatie te borgen. De kwaliteitscriteria geven o.a. criteria voor het opleidingsniveau en de frequentie van taakuitvoering. De OFGV voldoet aan de landelijke kwaliteitscriteria en blijft in 2023 medewerkers opleiden en bijscholen op veranderende wet- en regelgeving. Gelet op de komst van de Omgevingswet, wordt ook de komende jaren de nodige aandacht besteed aan de verdere ontwikkeling van iedereen die werkzaam is op het brede vakgebied van het omgevingsrecht. IBT deelnemende partijen In het kader van het Interbestuurlijk toezicht krijgen gemeenten vragen en opmerkingen over het voldoen aan de kwaliteitscriteria VTH-milieutaken (wet VTH). Deze taken worden 5

(voor een deel) uitgevoerd door de OFGV. Om aan te tonen dat gemeenten aan de kwaliteitscriteria voldoen is informatie van de OFGV nodig. Een pragmatische oplossing zal hiervoor worden geboden via de OFGV-rapportages voor zover het punten betreft die voor alle gemeenten gelden. Daarnaast is het goed om in het bestuur IBT als instrument en de werking daarvan richting Omgevingsdiensten in principiële zin te bespreken, mede gelet op de dubbelrol van de provincies; enerzijds als toezichthouder IBT en anderzijds als deelnemer in dezelfde gemeenschappelijke regeling. Procescriteria De procescriteria zijn richtinggevend voor de vormgeving van de beleidscyclus in de vorm van de Big 8. Het gaat er om dat de verschillende analyses, strategieën, prioriteiten en doelstellingen transparant zijn, dat ze worden vastgesteld en dat de organisatie hier aantoonbaar naar handelt. In het VTH-beleidskader geven de deelnemers aan hoe de OFGV de taken op een uniforme manier in het werkgebied kan uitvoeren.

Bij het invullen van de strategische beleidscyclus staat de deelnemer centraal. Welke doelen wil de betreffende deelnemer bereiken? Hoe kan de OFGV hierbij ondersteuning bieden? Hoe geeft de OFGV uitvoering aan de door de deelnemers gewenste prestaties? Onder de operationele cyclus valt het beschrijven van uniforme werkprocessen en het uitvoeren van controles met een integraal toezichtsprotocol. De OFGV legt hierover vervolgens verantwoording af. In het model vervult de OFGV een rol bij het vertalen van beleid en strategieën van de deelnemers naar daadwerkelijke uitvoering. Daarbij wordt door de OFGV kennis, informatie en praktijkervaring in de beleidscyclus ingebracht.

6

A.2. Ontwikkelingen In dit hoofdstuk zijn macro-economische invloeden en bestuurlijke keuzes benoemd. Opvallend is dat er relatief veel ontwikkelingen zijn waarvan de effecten nog niet geheel te voorzien zijn. In de begroting 2023 worden de mogelijke hieruit voortvloeiende risico’s geanalyseerd en zo nodig beschreven. A.2.1. Klimaat en energie Het nieuwe kabinet zet zwaar in op klimaatmaatregelen en energietransitie. Het doel is om de afspraken uit het klimaatakkoord van Parijs en de nationale doelen uit de klimaatwet te halen. Het kabinet maakt hiervoor de komende jaren tientallen miljarden euro’s vrij. Het doel is om (veel) minder fossiele brandstoffen te gebruiken, (veel) meer duurzame energie op te wekken, (veel) meer grondstoffen her te gebruiken. De maatregelen hebben onder andere betrekking op de naleving van de energiebesparingsplicht bij bedrijven en het energielabel C voor gebouwen. Als het gaat om het gebruik van grondstoffen is de doelstelling om in 2030 50% van de grondstoffen voor de productie van goederen te hergebruiken. Dat betekent dat er hard gewerkt moet worden aan een “circulaire economie”. Ook hiervoor zijn in de kabinetsplannen middelen vrijgemaakt. Om de doelen te kunnen halen en de maatregelen uit te voeren zijn investeringen nodig.

In bijvoorbeeld de vergunningverlening zullen obstakels voor het gebruik van “afval” weggenomen moeten worden zodat hergebruik mogelijk is. Er zal meer toezicht moeten komen op energiebesparing bij bedrijven en ondersteuning bij de energietransitie in het algemeen. De OFGV heeft met de energietransitie te maken. Voor veel “klimaat-voorzieningen” is bijvoorbeeld een vergunning nodig. Denk aan het plaatsen van windmolens of warmtekoude-opslagsystemen. De OFGV wordt al steeds vaker ingeschakeld om bij bedrijven toe te zien op de naleving van de energiebesparingsplicht. Maar ook het uitbreiden van het elektriciteitsnet leidt tot extra werk voor de OFGV vanwege de benodigde werkzaamheden in de bodem. Ditzelfde geldt ook voor het vervangen van oude windmolens door (efficiëntere) nieuwe. Er zullen steeds meer initiatieven komen voor het hergebruik of recyclen van de materialen van bijvoorbeeld windmolens of “oude”, nog functionerende, zonnepanelen. Dat hergebruik kan alleen als de (milieu)wetgeving dat toestaat en de vergunningen op maat zijn gemaakt. Uitgaande van de maatschappelijke en politieke wens om méér te doen om de klimaatdoelen te halen worden landelijk en regionaal dus veel middelen vrij gemaakt. Het is essentieel dat de gezamenlijke overheden, ook de OFGV, daarvoor investeren in kennisopbouw en uitvoeringscapaciteit.

De OFGV verwacht in die uitvoering en kennisopbouw een rol te hebben die, aangevuld vanuit de ambities in de nieuwe collegeprogramma’s die in 2022 tot stand zullen komen, steeds concreter wordt. De OFGV ziet die collegeprogramma’s op deze punten daarom met belangstelling tegemoet. A.2.2. Omgevingswet Na het meerdere keren uitstellen van de invoeringsdatum zal, zoals het er ten tijde van het opstellen van de Kadernota 2023 uitziet, de Omgevingswet in 2023 van kracht zijn. Op dat moment werken gemeenten, provincies, ketenpartners en ook de OFGV volgens en met deze nieuwe wet. Als de invoering volgens planning verloopt, zijn dan zelfs de eerste 7

ervaringen opgedaan en zijn de puntjes op de i gezet voor het inregelen van de reguliere werkprocessen. Het wennen aan en het ten volle benutten van wat de Omgevingswet beoogt, zal in 2023 en daarna nog volop in ontwikkeling zijn. In 2023 zullen bijvoorbeeld de consequenties van de taakverschuivingen naar gemeenten steeds duidelijker worden. De bestuurlijke afwegingsruimte die gemeenten krijgen, vooral op de milieu-items, zal prominenter op tafel komen. De verwachting is dat inhoudelijk advies op milieu-items vaker nodig is om de consequenties van ontwikkelingen in beeld te brengen. De OFGV bereidt zich op die ontwikkeling al enkele jaren voor en is benieuwd hoe dat in de samenwerking met de deelnemers vorm krijgt en tot tastbare resultaten zal leiden. De verwachting is ook dat de eerste gevolgen van de decentralisatie en de verbreding van de bodemtaak (duurzaam bodembeheer) in 2023 zichtbaar worden voor vooral gemeentelijke deelnemers. Enerzijds biedt dit veel mogelijkheden om bodem integraal mee te nemen in gebiedsontwikkeling een, in de ogen van de OFGV, onmisbare ontwikkeling. Anderzijds zal de vraag naar de financiering van deze taak steeds scherper op tafel komen te liggen.

Soortgelijke ontwikkelingen zijn in 2023 ook vol aan de gang op het gebied van omgevingsveiligheid en de omzetting naar het Register Externe Veiligheidsrisico’s en op het gebied van de omzetting van inrichting naar milieubelastende activiteiten. De OFGV is met deze onderwerpen dan al enige tijd bezig en zal dat ook in 2023 nog zijn. Ook hiervoor geldt dat de consequenties en de (on)mogelijkheden in de uitvoering en de daarbij horende kosten gaandeweg duidelijker zullen worden. Ook verwachten we dat gemeenten vanaf 2023 (en de jaren daarna) aan de slag zullen gaan met het Omgevingsplan. Daar is tot 2029 de tijd voor. Dat betekent onder andere dat lokale regels zullen moeten worden gesteld voor initiatieven en activiteiten met een lokaal effect; o.a. geur, geluid, bodem. Concreter, en misschien iets beperkter geformuleerd: het omzetten van de Bruidsschatregels naar het omgevingsplan. De verwachting is dat de gebieds- en milieukennis van de OFGV daarbij hard nodig zijn. De eerste ervaringen laten zien dat dit leerzame, boeiende en intensieve trajecten zijn. Het resultaat is evenwel dat er dan regels liggen die gebiedsgericht, lokaal passend zijn en die de lokaal gewenste ontwikkelingen ondersteunen. Met het bereiken van dat hogere doel van deze wetswijziging starten we echt in 2023.

2023 Is ook de start van de doorontwikkeling die na de primaire inrichting van de omgevingswet is aangekondigd. Het meest concreet geldt dit op het gebied van het Digitale Stelsel Omgevingswet. Wij verwachten die ontwikkeling ook op het gebied van, het op een lokale gebiedsgerichte passende wijze, aan de slag gaan met het mogelijk maken van de grote maatschappelijke opgaven. Een flinke uitdaging. Het werken aan deze ontwikkelingen, nieuwe mogelijkheden en andere bevoegdheden zal ook steeds meer inzicht geven in de uitvoeringskosten die dit met zich meebrengt. Dit voorzien in een primaire begroting is geen sinecure. Vooralsnog gaat de primaire begroting, volgens de Kostenverdeelsystematiek, er van uit dat het werk met de bestaande capaciteit gebeurt. De verwachting is dat de financiering in en na 2023 regelmatig onderwerp van (bestuurlijk) gesprek zal zijn. Meerwerkopdrachten en begrotingswijzigingen zijn daarvoor te verwachten. 8

A.2.3. Bodemtaken Inleiding In ons werkgebied zijn er, zoals overal in Nederland, locaties waar de bodem verontreinigd is. In 2023 is de werkwijze rondom het graven en saneren van verontreinigde grond vastgelegd in de Omgevingswet. In de meeste gevallen moet een melding worden gedaan of een vergunning worden aangevraagd wanneer men gaat graven in verontreinigde grond of wanneer men deze gaat saneren. De bedoeling hiervan is om nadelige gevolgen voor de volksgezondheid en het milieu zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken. Veranderingen door de Omgevingswet Met de komst van de Omgevingswet gaat vanaf 1 juli 2022 veel veranderen op bodemgebied. De regels voor bodem in de Wet bodembescherming (Wbb) zijn (grotendeels) vervangen door bodemregels onder de Omgevingswet. Gemeenten zijn primair verantwoordelijk voor de volgende drie pijlers van het bodembeleid: 1. het voorkomen van nieuwe verontreiniging (preventie); 2. bij het toedelen van functies rekening houden met de kwaliteiten van de bodem; 3. het duurzaam en doelmatig beheren van resterende historische verontreinigingen. Nieuwe taken voor de gemeente Gemeenten zijn met de invoering van de Omgevingswet in 2022 verantwoordelijk voor het vaststellen van beleid, vergunningverlening en toezicht en handhaving.

Concreet betekent dit dat gemeenten meldingen binnen kunnen krijgen voor het graven in of het saneren van verontreinigde grond. De gemeente is hierbij bevoegd gezag en verantwoordelijk voor de afhandeling. Dit zijn complexe taken waar specialistische bodemkennis voor nodig is. Op dit moment worden die taken door de omgevingsdienst uitgevoerd. Wat blijft achter bij de provincie? De provincie blijft verantwoordelijk voor de aanwezige grondwaterverontreinigingen (en daarmee gedeeltelijk voor locaties waar sprake is van grondwaterverontreiniging). Ook blijft de provincie verantwoordelijk voor locaties die onder het overgangsrecht vallen. Het gaat daarbij over locaties waar procedures voor 1 juli 2022 in gang zijn gezet. Nadat er is ingestemd met een evaluatieverslag of nazorgplan valt de locatie niet meer onder het Wbbregiem en gaat het beheer hiervan over naar de gemeente. Warme overdracht In het kader van de voorbereiding van de overdracht van bodemtaken overleggen gemeenten, provincies en omgevingsdiensten over deze overdracht; de zogenaamde warme overdracht bodemtaken. Een deel van de voorbereiding op de warme overdracht is een screening van het Bodeminformatiesysteem (de BIS-screening). In 2021 is begonnen met het in beeld brengen van bodemlocaties op basis van het overgangsrecht achterblijven bij de provincies en welke bodemlocaties overgaan naar de gemeenten.

De bedoeling is dat de BIS-screening in 2022 wordt afgerond en de desbetreffende bodemlocaties worden overgedragen. Financiële consequenties Om te bereiken dat de taken die nu onder bevoegd gezag van de provincie vallen, ook na 1 juli 2022 op adequaat niveau uitgevoerd blijven worden, is het van belang dat gemeenten zich hier tijdig op voorbereiden. Zo is het van belang om tijdig financiële middelen te 9

reserveren en te beslissen hoe deze taken uitgevoerd gaan worden. Alle provinciale taken op dit gebied worden, zowel voor de provincie Noord-Holland als voor de provincie Flevoland tot aan 1 juli 2022, uitgevoerd door de OFGV. De bekostiging daarvoor gebeurt dan ook vanuit de provincies. Op dit moment bestaat er nog geen duidelijkheid over hoeveel budget er van de provincies naar de gemeenten via het Rijk overgaat voor de uitvoering van bodemtaken. De koepels (VNG, IPO, unie van Waterschappen) en twee ministeries (I&W en BZK) zijn al lange tijd met elkaar in onderhandeling hierover. De verwachting is dat in 2022 meer bekend wordt over de financiële consequenties. Het AB heeft voor het jaar 2022 principeafspraken gemaakt voor de verdeling van de kosten voor de decentralisatie van de bodemtaken in de OFGV-begroting als gevolg van de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Conform deze afspraak worden de bijdragen die uit het provinciefonds voor deze taak worden gehaald in mindering gebracht op de bijdragen van de provincies en de bijdragen die naar gemeenten gaan via het gemeentefonds ten behoeve van deze taak, het bedrag vormen dat door de OFGV in rekening wordt gebracht bij de gemeenten. In paragraaf B.1 is deze principeafspraak meer gedetailleerd toegelicht. Voor het jaar 2023 en verder heeft het AB afgesproken nadere afspraken te maken over de financiering van deze taken.

Echter op het moment van het opstellen van deze Kadernota is de situatie niet veranderd, en wordt nog steeds gewacht op de informatie vanuit de Rijk. Deze informatie vormt de basis voor het verwerken van de principeafspraak van het AB voor het jaar 2022 en om nadere afspraken te kunnen maken voor het jaar 2023 en verder. A.2.4. PFAS De OFGV beoordeelt meldingen van voorgenomen grondverzet en houdt toezicht hierop. Het tijdelijk handelingskader PFAS is hierbij het toetsingskader. Dit landelijke handelingskader heeft als doel stagnatie bij grondverzet waar mogelijk op te heffen of te voorkomen. Uitgangspunt bij het opstellen van het handelingskader is dat het verspreiden van grond en baggerspecie met PFAS naar niet of minder belaste gebieden wordt tegengegaan. Dit zodat onaanvaardbare risico's voor de gezondheid van de mens en het ecosysteem worden voorkomen. Omdat er nog een aantal belangrijke onderzoeken in uitvoering zijn naar de schadelijkheid van PFAS, is het nog niet mogelijk om een definitief kader op te stellen. Naast een wettelijke taak heeft de OFGV ook een adviserende taak. Landelijk zijn mogelijke bronnen van PFAS in beeld gebracht. Voor het werkgebied van de OFGV heeft de OFGV deze data aangeschaft. De resultaten zijn opgenomen in een interactieve website voor het Grondstromenbeleid in het werkgebied van de OFGV (https://ofgv-bbkweb.lievense.com/).

10

De OFGV heeft een adviesrol bij het opstellen van bodemkwaliteitskaarten. De OFGV ondersteunt de Flevolandse gemeenten bij het bepalen van de bodemkwaliteit voor PFAS. De uiteindelijke kaders voor PFAS bepalen voor 2023 de werklast op dit vakgebied. A.2.5. Externe veiligheid Op het gebied van externe veiligheid is er door de komst van de Omgevingswet een belangrijke wijziging: we staan we aan de vooravond van een aantal grote veranderingen, beginnende bij de naam. ‘Externe Veiligheid’ gaat onder de Omgevingswet verder onder de naam ‘Omgevingsveiligheid’. Een van de belangrijke ontwikkelingen is een verandering van de invulling en de verantwoording van het groepsrisico. Door de inwerkingtreding van de Omgevingswet worden aandachtsgebieden en voorschriftengebieden geïntroduceerd. Dit vraagt een andere manier van werken, denken en beoordelen van risico’s en effecten van incidenten. Dit geldt zowel voor de OFGV als voor de partners. In 2022 is de OFGV intensief bezig met de voorbereidingen hierop. Zo investeert de OFGV in opleiding en training van specialisten en in de samenwerking met (keten)partners. Ook investeert de OFGV in de benodigde (aanpassing van) systemen, bijvoorbeeld in het kader van de overgang van het RRGS (Register risicosituaties gevaarlijke stoffen) naar het REV (Register externe veiligheid).

Naast de aandachtsgebieden ondersteunt de OFGV gemeenten om invulling te geven aan het thema Omgevingsveiligheid in Omgevingsvisies en Omgevingsplannen. De verwachting is dat in 2023 hulpvragen bij dergelijke trajecten vanuit gemeenten gaan toenemen. Iets wat inzet vraagt van de OFGV. Op het gebied van de financiering van ‘omgevingsveiligheid’ gaat tevens een verschuiving plaatsvinden. Vanaf 2021 gaat de financiering via het gemeentefonds i.p.v. een 11

subsidieregeling Impuls Omgevingsveiligheid (IOV) via de provincies. De gemeenten ontvangen voor omgevingsveiligheid een bijdrage van het Rijk en dienen een overweging te maken of ze deze taken zelf zullen uitvoeren of dat ze de uitvoering van deze taken door de OFGV willen laten voortzetten. Aan de gemeenten is voorgesteld om de werkzaamheden die de OFGV in het kader van de financieringsregeling IOV uitvoerde, voor de gemeenten te blijven uitvoeren. Helaas tot op heden hebben slechts enkele partners expliciet kenbaar gemaakt de uitvoering van deze taken bij de OFGV te laten. De OFGV heeft de reacties van de rest van de partners nodig om de financiering voor deze taak en de werkzaamheden definitief vorm te geven. A.2.6. Circulaire Economie Het onderwerp Circulaire Economie staat landelijk, maar ook steeds meer lokaal, op de bestuurlijke agenda. De landelijke doelstelling is om in 2030 50% van de grondstof te hergebruiken. Dat vraagt een grote inspanning van gemeenten, provincies en ondernemers. Door verschillende omgevingsdiensten in Nederland zijn al pilots uitgevoerd. Er wordt in verschillende projecten onderzoek gedaan naar de mogelijkheden die het VTHinstrumentarium biedt om het hergebruik van grondstoffen (makkelijker) mogelijk te maken. Een voorbeeld is de “afvalstatus” die belemmerend kan zijn voor het hergebruik van stoffen.

De OFGV participeert in verschillende landelijke overleggen en heeft contacten met collegaomgevingsdiensten. Naar verwachting zal deze samenwerking in 2023 intensiever zijn. De OFGV kan in 2023 op verschillende manieren ondersteuning bieden aan de opdrachtgevers op het onderwerp Circulaire Economie. In de loop van 2022 zal duidelijk worden welke projecten of meerwerkopdrachten uitgevoerd kunnen gaan worden. A.2.7. Doorontwikkeling organisatie: tijd- en plaats onafhankelijk werken De OFGV zal in 2023 starten met het nieuwe concept van werken, passend bij plaatsonafhankelijk werken (POW). Dit concept wordt in 2022 ontwikkeld. De afgelopen jaren is helder geworden dat het werken vanuit huis door het gros van de organisatie als positief wordt ervaren. Terugkeer naar de situatie van vóór corona is dan ook niet realistisch en bovenal niet wenselijk. Daarom is het belangrijk dat ‘het nieuwe werken’ verder ontwikkeld wordt. Welke (werk)vormen passen bij ons werk én bij ons als organisatie? De POWprojectgroep gaat hier in 2022 mee aan de slag. Uitgangspunten zijn het behouden van de voordelen die momenteel worden ervaren, het aanpakken en oplossen van de nadelen en dat de kosten binnen de begroting zullen blijven. Vanaf 2023 zal daar de component tijdonafhankelijk werken aan worden toegevoerd. A.2.8.

Doorontwikkeling organisatie: EFQM- kwaliteitsmanagement model De OFGV is actief bezig met de kwaliteit van de eigen dienstverlening en het leveren van meerwaarde aan de deelnemende partijen. Dat wordt gedaan op basis van het gedachtegoed van het EFQM-model. EFQM is een kwaliteitsmanagementsysteem dat het INK-model vervangt en dat voor de OFGV een degelijk toetsingskader is om de meerwaarde voor de fysieke leefomgeving aan af te meten. Het model ondersteunt bij het ‘van buiten naar binnen’ organiseren van het werk en de organisatie zodat de organisatiedoelstellingen worden gerealiseerd.

12

Het model bestaat uit drie elementen, zie de figuur hierboven:  Richting: met als aandachtsgebieden bestaansreden, visie & strategie en organisatiecultuur en leiderschap;  Uitvoering: met als aandachtsgebieden het betrekken van belanghebbenden, het scheppen van duurzame waarde en het aanjagen van prestaties en transformatie;  Resultaten: met als aandachtsgebieden percepties van belanghebbenden en strategische en operationele prestaties. Door elk aandachtsgebied afzonderlijk en in relatie tot de andere gebieden na te lopen ontwikkelt de OFGV het nieuwe referentiekader van het nieuwe kwaliteitsdenken. In 2020 en 2021 is er een zelfevaluatie uitgevoerd aan de hand van het EFQM-model. Deze zelfevaluatie heeft geresulteerd in een adviesrapport aan de OFGV. Het adviesrapport bestaat uit twee delen. Het eerste deel is een beschrijving van de huidige stand van zaken in relatie tot het EFQM-gedachtengoed. Het tweede deel bevat voorstellen tot kwaliteitsverbetering om te voldoen aan alle kwaliteitseisen van het model. Het doel is om door middel van acties, evaluaties en monitoring kwaliteitsverbetering te kunnen realiseren en de OFGV geheel volgens het EFQM-kwaliteitsdenken te laten functioneren. Ondersteunend hieraan is een EFQM-dashboard ontwikkeld op basis van een inventarisatie van alle belangrijke stukken, werkprocessen en procedures van de OFGV.

Dit dashboard dient als overzicht van de vindplaatsen van al die stukken en als voeding voor de termijnagenda, met als doel alle stukken, regelingen, werkprocessen, documenten etc. die de OFGV opstelt up-to-date te houden. Op basis van de termijnagenda worden inhoudelijke gesprekken gevoerd over inhoud en kwaliteit van de stukken. Om dit verder te implementeren binnen de organisatie is er een beleidsnota geschreven waarin het kwaliteitsbeleid van de OFGV op basis van het EFQM-model is verwoord. Deze nota is richtinggevend en kaderstellend en bevat onderwerpen en kwaliteitseisen vanuit het EFQM-model. Met dit ‘Kwaliteitsbeleid’ zet de OFGV een volgende stap om kwaliteitsverbetering op ‘mens’, ‘werk’ en ‘organisatie’ binnen de OFGV te continueren en voort te gaan op de ontwikkelingen van de voorgaande jaren.

13

B. Financiële kaders 2023 B.1. Uitgangspunten De OFGV neemt maatregelen om de begroting structureel in evenwicht te brengen én de mogelijke frictiekosten tot een minimum te beperken. Dit volgens de bestuurlijk afgesproken spelregels. Uitgangspunten bij de financiële kaders: 

De Kadernota is opgesteld met de bijdragen van de deelnemers doorberekend op basis van de Kostenverdeelsystematiek (KVS), herijkt bij de vaststelling van de begroting 2021 voor de periode 2021-2022-2023 en verhoogd met de jaarlijkse indexatie. Let op: in het jaar 2023 zal de herijking van de KVS plaatsvinden voor de volgende KVSperiode van 2024-2025-2026.

Conform de vigerende Gemeenschappelijke Regeling worden salarissen en kosten van inhuur (ongeveer 80% van het begrotingstotaal) verhoogd met de Loonvoet sector overheid en de overige kosten (circa 20% van het begrotingstotaal) met de prijs overheidsconsumptie, netto materieel uit de “Septembercirculaire gemeentefonds” van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Deze prijsindexen in de septembercirculaire gemeentefonds bedragen 2,3% respectievelijk 1,5% voor 2023.

Voor de verdeling van de kosten voor de decentralisatie van de bodemtaken als gevolg van de inwerkingtreding van de Omgevingswet, met ingang van 1 juli 2022, heeft het AB voor het jaar 2022 een principeafspraak gemaakt. Conform deze afspraak worden de bijdragen die uit het provinciefonds voor deze taak worden gehaald in mindering gebracht op de bijdragen van de provincies en de bijdragen die naar gemeenten gaan via het gemeentefonds ten behoeve van deze taak, het bedrag vormen dat door de OFGV in rekening wordt gebracht bij de gemeenten. Omdat ten tijde van deze afspraak nog niet duidelijk is welk bedrag met deze overheveling van budget is gemoeid en wat dat per deelnemer betekent, is in de begrotingswijziging met een PM-post gewerkt. Deze PM-post heeft de omvang van de berekende kosten van deze taak binnen de OFGV op dit moment. Het over te hevelen bedrag van provincie- naar gemeentefonds kan kleiner, groter en eventueel gelijk zijn aan de berekende OFGV-kosten voor deze taak. Als de bedragen daarvan afwijken worden de bedragen gehanteerd van het overgehevelde budget. Het AB gaat er daarbij vanuit dat het Rijk haar toezegging gestand doet dat op het over te hevelen budget niet wordt gekort. Het AB heeft afgesproken voor 2023 en verder nadere afspraken te maken over de financiering van deze taken.

Echter op het moment van het opstellen van deze Kadernota voor het jaar 2023 is de situatie niet veranderd, en wordt nog steeds gewacht op de informatie vanuit de Rijk. In afwachting op deze informatie is de verdeling van de kosten van de bodemtaken voor deze Kadernota op dezelfde wijze voortgezet als in 2022, maar dan omgerekend naar het gehele jaar i.p.v. naar een half jaar. 14

Let op: Mocht er in de periode tussen het behandelen in het Bestuur van deze Kadernota en het opstellen van de conceptbegroting 2023 informatie vanuit de Rijk bekend worden dan wordt in de begroting 2023 een voorstel tot structurele verdeling van de kosten voor de decentralisatie van de bodemtaken voorgelegd. 

De financiële afhandeling van het uittreden van de gemeente Weesp uit de Gemeenschappelijke regeling van de OFGV met ingang van 1 januari 2022 zal in het jaar 2023 verder worden afgehandeld conform de gemaakte afspraken in de AB-vergadering van 16 juni 2021.

De taken van de gemeenten op het gebied van de Omgevingsveiligheid voor het jaar 2021 zijn gesubsidieerd via de provincies. Met ingang van 1 januari 2021 vindt een verschuiving in de financiering van ‘omgevingsveiligheid’ plaats: de gemeenten ontvangen zelf een bijdrage van het Rijk en dienen een overweging te maken of ze deze taken zelf zullen uitvoeren of dat ze de uitvoering van deze taken door de OFGV willen laten voortzetten. Als de gemeenten deze taken door de OFGV willen laten doen, moeten er nog afspraken over gemaakt worden. Helaas ten tijde van het schrijven van deze Kadernota hebben slechts enkele partners expliciet kenbaar gemaakt de uitvoering van deze taken bij de OFGV te laten. De OFGV heeft de reacties van de rest van de partners nodig om de financiering voor deze taak en de werkzaamheden definitief vorm te geven.

Het in deze kadernota geraamde bedrag voor de subsidies van € 200.000 is bedoeld voor diverse activiteiten die voorheen onder de subsidie voor de Omgevingsveiligheid vielen.

B.2. Financiële doorwerking 2022 In 2022 wordt een structurele wijziging doorgevoerd die een financiële doorwerking heeft op de begroting 2023. Deze structurele begrotingswijziging gaat voor zienswijzen naar de raden en Staten en voor een besluit naar het AB samen met de ontwerpbegroting 2023 in maart 2022. Dat betekent dat op het moment van het opstellen van deze Kadernota, deze wijziging nog geen formele procedure gevolgd heeft. Om een zo actueel mogelijk beeld te geven over het begrotingsjaar 2023 is deze wijziging onder voorbehoud verwerkt in deze Kadernota:     

De wijziging van de bijdrage van Laren van € 6.680 in verband met de uitvoering van het toezicht op asbestsanering; De wijziging van de bijdrage van Blaricum van € 5.652 in verband met de uitvoering van het toezicht op asbestsanering; De wijziging van de bijdrage van Lelystad van € 117.887 in verband met de uitvoering van asbesttaken; De wijziging van de bijdrage van Urk van € 10.402 in verband met de uitvoering van asbesttaken; De wijziging van de bijdrage van Flevoland van € 20.665 voor systeembeheer en onderhoud van het softwarepakket voor meetnetbeheer en validatie van kwantiteitsreeksen. Het gaat hier om de bijdrage in het budget van directe productiekosten van de provincie Flevoland. 15

Alle bijdragen zijn verhoogd met de indexatie 2022 van 1.5%. Daarmee zijn deze wijzigingen in evenwicht met de eerdere vastgestelde begroting. Op dit moment worden afspraken gemaakt met een aantal deelnemende partijen over de structurele overdracht van nieuwe taken. De verwachting is dat de afspraken op korte termijn definitief worden bekrachtigd. Mocht dat plaatsvinden voordat de begrotingswijziging naar de raden en Staten wordt verstuurd, dan zullen deze wijzigingen in dat voorstel worden meegenomen. Daarnaast is op het moment van het opstellen van deze Kadernota de verdeling van de kosten voor de decentralisatie van de bodemtaken als gevolg van de inwerkingtreding van de Omgevingswet nog niet rond. Na de 1ste Begrotingswijzing 2022 is in de begroting 2022 PM-post opgenomen. Deze PM-post heeft de omvang van de berekende kosten van deze taak binnen de OFGV. Omdat ten tijde van deze begrotingswijziging nog niet duidelijk was welk bedrag met deze overheveling van budget is gemoeid en wat dat per deelnemer betekent.

Alleen voor de tweede helft van 2022, als de Omgevingswet in werking treedt, is in het AB de principeafspraak gemaakt dat de bijdragen die uit het provinciefonds voor deze taak worden gehaald in mindering worden gebracht op de bijdragen van de provincies en de bijdragen die naar gemeenten gaan via het gemeentefonds ten behoeve van deze taak, het bedrag vormen dat door de OFGV in rekening wordt gebracht bij de gemeenten. Voor 2023 en verder worden in het AB nadere afspraken gemaakt over de financiering van deze taken. Nadere afspraken worden ook gemaakt in het geval de Omgevingswet toch niet in werking treedt op 1 juli 2022 en/of als wordt gekort op het over te hevelen bedrag van provincie- naar gemeentefonds. In de tabel hieronder is de wijziging in 2022 weergegeven. Het financiële kader 2023 is op de volgende pagina weergegeven.

16

B.3. Overzicht 2de Begrotingswijziging 2022 3.1 Baten reguliere begroting Ten opzichte van de oorspronkelijke begroting 2022 zijn de bijdragen van de partners door de nieuwe bijdragen van de gemeenten Laren, Blaricum, Lelystad en Urk als volgt veranderd, zie tabel hieronder. De incidentele bijdrage voor de voorbereiding op de Omgevingswet is daardoor voor alle partners gewijzigd.

17

3.2 Lasten reguliere begroting De bijdragen van de gemeente Laren, Blaricum, Lelystad en Urk aan de lastenkant zijn als volgt verdeeld:

3.3 Baten en lasten directe productiekosten Ten opzichte van de oorspronkelijke begroting 2022 is de bijdrage van de provincie Flevoland als volgt veranderd: DIRECTE PRODUCTIEKOSTEN Nummer Post 1 BATEN DIRECTE PRODUCTIEKOSTEN 1.4 Directe productiekosten Flevoland 1.1 Directe productiekosten Almere 1.9 Directe productiekosten Gooise Meren 1.8 Directe productiekosten Noord-Holland Totaal baten directe productiekosten 6 LASTEN DIRECTE PRODUCTIEKOSTEN 6.1 Directe productiekosten Flevoland 6.2 Directe productiekosten Almere 6.3 Directe productiekosten Gooise Meren 6.4 Directe productiekosten Noord-Holland Totaal lasten directe productiekosten

Begroting

1e BW AB

2e BW AB

2022

2022

2022

Begroting na 2e BW 2022

€ € € € €

213.199 1.329 12.822 8.635 235.984

€ € € € €

-

€ € € € €

20.665 20.665

€ € € € €

233.864 1.329 12.822 8.635 256.649

€ € € € €

213.199 1.329 12.822 8.635 235.984

€ € € € €

-

€ € € € €

20.665 20.665

€ € € € €

233.864 1.329 12.822 8.635 256.649

18

B.4. Overzicht van baten en lasten 2023 4.1 Baten reguliere begroting Begroting incl. OW na 2e BW

BATEN REGULIERE BUDGET Nummer Post 1 BIJDRAGEN DEELNEMERS EXCL. DPK 1.1 Almere 1.2 Lelystad 1.3 Zeewolde 1.4 Flevoland 1.5 Urk 1.6 Dronten 1.7 Noordoostpolder 1.8 Noord Holland 1.9 Gooise Meren 1.10 Hilversum 1.11 Weesp 1.12 Huizen 1.13 Wijdemeren 1.14 Blaricum 1.15 Laren 1.16 PM-post bodemtaken* Subtotaal reguliere bijdrage deelnemers 2 ANDERE BIJDRAGE 2.6 Overige opbrengsten Totaal reguliere baten

OW

2022

Begroting na 2e BW excl. OW

2022

2022

Kader voor wijzigingen

Wijziging bodemtaken

2023

2023

€ € € € € € € € € € € € € € € € €

1.729.650 1.456.411 646.807 3.557.600 362.767 1.232.987 1.377.980 325.864 926.000 605.301 71.264 241.002 546.852 130.768 121.390 387.175 13.719.817

€ € € € € € € € € € € € € € € € €

38.060 32.048 14.233 78.284 7.983 27.131 30.322 7.171 20.376 13.319 5.303 12.033 2.878 2.671 291.813

€ € € € € € € € € € € € € € € € €

1.691.590 1.424.364 632.575 3.479.316 354.784 1.205.855 1.347.658 318.694 905.623 591.981 71.264 235.698 534.819 127.890 118.718 387.175 13.428.004

€ 1.691.590 € 1.424.364 € 632.575 € 3.479.316 € 354.784 € 1.205.855 € 1.347.658 € 318.694 € 905.623 € 591.981 € 71.264 € 235.698 € 534.819 € 127.890 € 118.718 € 387.175 € 13.428.004

€ €

333.105 14.052.922

€

291.813

€ €

333.105 13.761.109

€ 333.105 € 13.761.109

Kader excl. index en incl. wijzigingen 2023

€

-140.232

€

-246.943

€ €

387.175 -

€ € € € € € € € € € € € € € € € €

€

-

€ €

Kader incl. index

Index 2023

2023

1.691.590 1.424.364 632.575 3.339.085 354.784 1.205.855 1.347.658 71.751 905.623 591.981 71.264 235.698 534.819 127.890 118.718 774.350 13.428.004

€ € € € € € € € € € € € € € € € €

36.083 30.383 13.493 71.226 7.568 25.722 28.747 1.531 19.318 12.628 1.520 5.028 11.408 2.728 2.532 16.518 286.433

€ € € € € € € € € € € € € € € € €

1.727.673 1.454.747 646.068 3.410.311 362.352 1.231.577 1.376.405 73.281 924.941 604.609 72.784 240.726 546.227 130.618 121.251 790.867 13.714.437

333.105 13.761.109

€ €

7.105 293.538

€ €

340.210 14.054.647

19

4.2 Lasten reguliere begroting LASTEN REGULIERE BUDGET Nummer Post 1 PERSONEEL 1.1a Salarissen 1.1b Samenwerking bedrijfsvoering 1.1c Flexibele schil 1.1d Inhuur bij ziekte Subtotaal personeelskosten 1.2 Opleidingskosten 1.3 Algemene personeelskosten 3 KAPITAALLASTEN 3.1 Afschrijving ICT 3.2 Afschrijving Meubilair 3.3 Afschrijving Verbouwing 4 INDIRECTE KOSTEN 4.1 Huisvesting (pandgebonden) 4.2 Huisvesting (niet-pandgebonden) 4.3 Informatiemanagement 4.4 Wagenpark 4.5 Diverse kosten 4.6 Accountant 4.7 HRM 5 ONVOORZIEN 5.1 Onvoorzien Totaal reguliere lasten

Begroting incl. OW na 2e BW

OW

Begroting na 2e BW excl. OW

Kader voor wijzigingen

Wijziging bodemtaken

Kader excl. index en incl. wijzigingen

Index

Kader incl. index

2022

2022

2022

2023

2023

2023

2023

2023

€ € € € € € €

11.036.843 35.812 109.341 11.181.996 398.167 531.967

€ € € € € € € € € € €

120.931 33.593 45.684 341.521 145.565 772.140 123.172 201.421 27.993 72.783

€ €

55.988 14.052.922

€

291.813

€

291.813

€

291.813

€ € € € € € €

10.745.030 35.812 109.341 10.890.184 398.167 531.967

€ € € € € € €

10.745.030 35.812 109.341 10.890.184 398.167 531.967

€ € € € € € €

10.745.030 35.812 109.341 10.890.184 398.167 531.967

€

247.136

€ € € € €

824 2.515 250.474 5.973 7.980

€ € € € € € €

10.992.166 36.636 111.856 11.140.658 404.140 539.947

€ € €

120.931 33.593 45.684

€ € €

120.931 33.593 45.684

€ € €

120.931 33.593 45.684

€ € €

1.814 504 685

€ € €

122.745 34.097 46.369

€ € € € € € €

341.521 145.565 772.140 123.172 201.421 27.993 72.783

€ € € € € € €

341.521 145.565 772.140 123.172 201.421 27.993 72.783

€ € € € € € €

341.521 145.565 772.140 123.172 201.421 27.993 72.783

€ € € € € € €

5.123 2.183 11.582 1.848 3.021 420 1.092

€ € € € € € €

346.644 147.749 783.722 125.020 204.442 28.413 73.874

€ €

55.988 13.761.109

€ €

55.988 13.761.109

€ €

55.988 13.761.109

€ €

840 293.538

€ €

56.827 14.054.647

€

€

-

-

4.3 Baten en lasten directe productiekosten Begroting na wijzigingen

DIRECTE PRODUCTIEKOSTEN Nummer Post 1 BATEN DIRECTE PRODUCTIEKOSTEN 1.4 Direc te produc tiekosten Flevoland 1.1 Direc te produc tiekosten Almere 1.9 Direc te produc tiekosten Gooise Meren 1.8 Direc te produc tiekosten Noord-Holland Totaal baten directe productiekosten 6 LASTEN DIRECTE PRODUCTIEKOSTEN 6.1 Direc te produc tiekosten Flevoland 6.2 Direc te produc tiekosten Almere 6.3 Direc te produc tiekosten Gooise Meren 6.4 Direc te produc tiekosten Noord-Holland Totaal lasten directe productiekosten

Kader excl. index

2022

Kader incl. index

Index

2023

2023

2023

€ € € € €

233.864 1.329 12.822 8.635 256.649

€ € € € €

233.864 1.329 12.822 8.635 256.649

€ € € € €

3.508 20 192 130 3.850

€ € € € €

237.371 1.348 13.014 8.765 260.499

€ € € € €

233.864 1.329 12.822 8.635 256.649

€ € € € €

233.864 1.329 12.822 8.635 256.649

€ € € € €

3.508 20 192 130 3.850

€ € € € €

237.371 1.348 13.014 8.765 260.499

20

4.4 Baten en lasten subsidies Begroting na wijzigingen 2022

SUBSIDIES Nummer Post 2 ANDERE BIJDRAGEN - BATEN SUBSIDIES 2.7 Diverse subsidies Totaal baten subsidies 7 OVERIGE KOSTEN - LASTEN SUBSIDIES 7.5 Diverse subsidies Totaal lasten subsidies

Kader excl. index 2023

Kader incl. index 2023

Index 2023

€ €

200.000 200.000

€

-

€

-

€ €

200.000 200.000

€ €

200.000 200.000

€

-

€

-

€ €

200.000 200.000

21

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeenteraad.dronten.nl/api//v1/meetings/1001/documents/1891