CConstaterende datDronten
Koppel je AI →
Document · PDF

522711a8-f2e6-44e0-a9d5-1f02b7a66104.pdf

Raadsvergadering 3 februari 2022, gemeente DrontenBij agendapunt: 7.a: AKKOORD Raadsvoorstel Delegatiebesluit Omgevingswet2.071 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

RAADSVOORSTEL Zaaknummer: 72713 Documentnummer: 100932 Indiener: A. Hegger Datum: 23 november 2021 Portefeuille(s): Omgevingswet Portefeuillehouder(s): G.J. Veldhoen Begrotingsprogramma: nvt Begrotingsdoel (nummer + duiding) Contactpersoon: A. Hegger Tel.nr.: 0321 388 995 Emailadres: a.hegger@dronten.nl Onderwerp: Delegatiebesluit Omgevingswet gemeente Dronten Samenvatting Op grond van artikel 2.8 van de Omgevingswet kan de raad het vaststellen van delen van het omgevingsplan delegeren aan burgemeester en wethouders. Dit voorstel ziet op het delegeren van bevoegdheden die zien op de onder de huidige Wet ruimtelijke ordening bestaande wijzigingsbevoegdheden en uitwerkingsplichten uit bestemmingsplannen, het herstel van duidelijk per abuis in het Omgevingsplan opgenomen onjuistheden, omissies, foutjes, e.d. in het omgevingsplan en het één keer per vijf jaar verwerken van onherroepelijk omgevingsvergunning in het omgevingsplan. Voorstel de raad besluit om, gelet op de vermoedelijke inwerkingtreding van artikel 2.8 van de Omgevingswet, het "Delegatiebesluit Omgevingswet gemeente Dronten" met nummer 72718 vast te stellen. Ontwerpbesluit I. dat de volgende bevoegdheden aan burgemeester en wethouders worden gedelegeerd: 1.

tot wijziging van het omgevingsplan voor die delen van het omgevingsplan die krachtens overgangsrecht als omgevingsplan gelden en betrekking hebben op de delen van bestemmingsplannen die een wijzigingsbevoegdheid en/of een uitwerkingsplicht bevatten; 2. juridisch-technische en redactionele aanpassingen en correcties van omissies van het omgevingsplan; 3. het in overeenstemming brengen van het omgevingsplan met een omgevingsvergunning voor een voortdurende buitenplanse omgevingsplanactiviteit. II.

Dat het besluit in werking op het tijdstip van inwerkingtreding van de Omgevingswet.

III.

Dat het besluit wordt aangehaald als: “Delegatiebesluit Omgevingswet gemeente Dronten”.

Inleiding Bijlage(n):

De Rede 1 8251 ER Dronten

Postbus 100 8250 AC Dronten

Telefoon 14 0321

www.dronten.nl

Waarom wordt het voorstel nu voorgelegd? Volgens planning zal de Omgevingswet op 1 juli 2022 in werking treden. Het is zaak dat vóór de inwerkingtreding van deze wet de noodzakelijke besluitvorming heeft plaatsgevonden. Wat is aan dit voorstel vooraf gegaan? Besprekingen van het conceptdelegatiebesluit in de raadswerkgroep Omgevingswet van 27 oktober 2021. Wat willen we bereiken en hoe gaan we dat doen? Een van de verbeterdoelen van de Omgevingswet is snellere en betere besluitvorming. De Omgevingswet vraagt ons te kijken op welke wijze wij uitvoering kunnen geven aan deze verbeterdoelen. Snellere besluitvorming moet ook bijdragen een betere besluitvorming. Daarom worden deze in samenhang benoemd. Het voorgestelde delegatiebesluit zal bijdragen aan snellere besluitvorming. Voor de in het delegatiebesluit genoemde gevallen draagt de raad haar bevoegdheid tot het vaststellen van delen van het omgevingsplan over aan het college. Dit zal zorgen voor een kortere besluitvormingsperiode. Daarnaast zal het ook bijdragen aan betere besluitvorming. Immers, er zal voorkomen worden dat de raad zich twee keer over hetzelfde hoeft uit te spreken. Dit komt tegemoet aan de rechtszekerheid.

De overige gevallen die zijn opgenomen in het ontwerpbesluit zien op juridische- technische en redactionele aanpassingen of correcties van omissies en het omgevingsplan in overeenstemming brengen een onherroepelijk geworden omgevingsvergunning. In deze gevallen is geen sprake (meer) van inhoudelijke afwegingen, maar het in overeenstemming brengen van de omgevingsplan met de feitelijke en juridische situatie. Het voorgaande kan worden bereikt, indien voorafgaande aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet het delegatiebesluit is vastgesteld, zodat direct na de inwerkingtreding van de Omgevingswet op grond van het delegatiebesluit kan worden gehandeld. Argumenten Delegatie Bij delegatie draagt het bevoegd gezag zijn bevoegdheid over aan een ander. Voorwaarde is wel dat de wet de mogelijkheid van delegatie biedt. De wettelijke grondslag is in de Omgevingswet te vinden in artikel 2.8. Het artikel luidt: “De gemeenteraad, het algemeen bestuur van een waterschap of provinciale staten kunnen de bevoegdheid tot het vaststellen van delen van het omgevingsplan, de waterschapsverordening of de omgevingsverordening delegeren aan het college van burgemeester en wethouders, het dagelijks bestuur van het waterschap respectievelijk gedeputeerde staten.”

Delegatie moet in een besluit zijn vastgelegd door het delegerende orgaan (i.c. de raad). Het delegatiebesluit in de zin van de Omgevingswet betreft een afzonderlijk besluit en zal geen onderdeel uit maken van het omgevingsplan. Het besluit bepaalt binnen welke grenzen en onder welke voorwaarden de raad zijn bevoegdheid tot het vaststellen van delen van het omgevingsplan overdraagt aan burgemeester en wethouders. Wijzigingsbevoegdheid en uitwerkingsplicht onder de Wro Alvorens verder bij de delegatiemogelijkheden onder de Omgevingswet stil te staan is het goed eerst stil te staan bij de wijzigingsbevoegdheden en uitwerkingsplichten van de Wro.

Op grond van het huidige artikel 3.6, eerste lid Wro kan de raad in een bestemmingsplan bepalen dat – voor zover hier van belang - het college met inachtneming van de bij het plan te geven regels: a. binnen bij het plan te bepalen grenzen het plan kunnen wijzigen; b. burgemeester en wethouders het plan moeten uitwerken; c. (…) De wijzigingsbevoegdheid Bij nieuwe ontwikkelingen die nog niet geheel duidelijk zijn bij het opstellen van het bestemmingsplan kan ook gekozen worden voor het opnemen van een wijzigingsbevoegdheid in het bestemmingsplan. De wijzigingsbevoegdheid mag geen structurele wijzigingen van het bestemmingsplan mogelijk maken. De onderliggende bestemming blijft gelden tot van de wijziging gebruik is gemaakt. De wijzigingsbevoegdheid wordt door de raad via het moederplan aan burgemeester en wethouders gegeven. Wanneer gebruik wordt gemaakt van de wijzigingsbevoegdheid moeten burgemeester en wethouders zich houden aan het toetsingskader dat de raad aan de wijzigingsbevoegdheid heeft verbonden. De uitwerkingsplicht Een bestemmingsplan kan een rechtstreekse bouwtitel hebben, maar er kan ook gekozen worden voor een bestemmingsplan met uitwerkingsplicht. Deze planvorm kan bijvoorbeeld zinvol zijn wanneer bij het mogelijk maken van een nieuwe ontwikkeling nog niet precies duidelijk is hoe deze ontwikkeling eruit gaat zien.

Een dergelijk bestemmingsplan moet eerst worden uitgewerkt voordat er omgevingsvergunningen voor het bouwen kunnen worden verleend. De gemeenteraad stelt het bestemmingsplan vast met daarin een uitwerkingsplicht met daarbij uitwerkingsregels. Hiermee geeft de gemeenteraad aan het college van burgemeester en wethouders de plicht mee op tijdens de duur van het bestemmingsplan een uitwerkingsplan op te stellen binnen de kaders van de uitwerkingsregels. Wijzigingsbevoegdheden en uitwerkingsplichten in huidige bestemmingsplannen In alle bestemmingsplannen van onze gemeente zijn wijzigingsbevoegdheden opgenomen. Ook zijn er enkele bestemmingsplannen met uitwerkingsplichten. Wijzigingsbevoegdheid en uitwerkingsplicht onder de Omgevingswet De Omgevingswet kent de instrumenten van de wijzigingsbevoegdheid en uitwerkingsplicht niet. Dat betekent dat, na de inwerkingtreding van de Omgevingswet, géén ontwerp uitwerkings- en wijzigingsplannen meer in procedure gebracht kunnen worden. Nu kunnen twee situaties worden onderscheiden: 1. Wijzigingsbevoegdheden en uitwerkingsplichten met een bouw-gerelateerde activiteit: deze vallen van rechtswege onder de zogenoemde ‘bruidschatregels’ (regels die van rechtswege onder het omgevingsplan vallen). Voor deze situatie hoeft dus verder niets te worden geregeld. 2.

Wijzigingsbevoegdheden en uitwerkingsplichten zonder een bouw-gerelateerde activiteit: deze vallen niet van rechtswege onder het omgevingsplan. Om dergelijke aanvragen te behandelen zijn er drie wegen: a. wijziging omgevingsplan door de raad; b. wijziging omgevingsplan door burgemeester en wethouders na delegatie door de raad;

c. verlening buitenplanse omgevingsvergunning door burgemeester en wethouders. In geval van wijzigingsbevoegdheden en uitwerkingsplichten zonder bouw-gerelateerde aanvragen dient een keuze te worden gemaakt voor welke van de drie onder 2 genoemde opties a, b of c wordt gekozen. Allereerst dient erop te worden gewezen dat de raad, door in de huidige bestemmingsplannen wijzigingsbevoegdheden en uitwerkingsplichten op te nemen, burgemeester en wethouders tot bevoegd gezag heeft gemaakt om hierover te besluiten (laatstgenoemden moeten zich bij de besluitvorming vanzelfsprekend houden aan de door de raad in de bestemmingsplannen opgenomen toetsingskaders). Om deze reden is het niet voor de hand liggend dat, in geval wordt verzocht om een wijzigingsbevoegdheid of uitwerkingsplicht toe te passen, dat de raad hierop zelf het omgevingsplan gaat aanpassen (optie a). Het ligt in de rede dat burgemeester en wethouders een dergelijk verzoek afhandelen door middel van wijziging van het omgevingsplan op grond van een delegatiebesluit (optie b) of verlening van een buitenplanse omgevingsvergunning (optie c). Voor welke van de twee opties burgemeester en wethouders het beste kunnen kiezen dient te worden beoordeeld op basis van de voorliggende aanvraag.

Indien wordt gekozen voor afdoening door middel van een buitenplanse omgevingsvergunning (optie c) is de reguliere procedure van toepassing op de aanvraag. Dit betekent dat binnen acht weken een besluit op de aanvraag moet worden genomen. Ook is het mogelijk dat in bepaalde gevallen op grond van de Omgevingswet de uitgebreide procedure van toepassing is of wordt verklaard. De beslistermijn is in dat geval 26 weken. De keuze voor optie b betekent dat op de betreffende aanvraag de uitgebreide procedure van toepassing met een beslistermijn van – zoals gezegd – van 26 weken. Daarnaast moet ook het omgevingsplan zelf worden gewijzigd. Een keuze voor optie b zal aan de orde kunnen zijn in geval bijvoorbeeld de aanvraag tot gevolg heeft dat tevens een aanpassing van de lokale regelgeving nodig is ter voldoening aan instructieregels of beleidsregels. Zoals uit het voorgaande moge blijken is een keuze voor optie c in het merendeel van de gevallen de meest efficiënte en effectieve weg zijn. De weg van de vergunningverlening is korter en leidt tot hetzelfde doel: realisering van het gevraagde. Efficiënte en effectieve besluitvorming behoren tot de doelstelling van de Omgevingswet en de door de raad vastgestelde leidende principes. Om de procedure van optie c overigens goed te laten verlopen is vaststelling van de volgende regels noodzakelijk: 1.

om in de lijst bindend adviesrecht van de raad een regel op te nemen dat geen bindend advies is vereist indien een aanvraag ziet op wijzigingsbevoegdheden of uitwerkingsplichten in de zin van artikel 3.6 Wro. Deze regel is in het conceptbesluit inzake de lijst bindend advies verwoord in artikel 14. 2. dat burgemeester en wethouders aan het Afwijkingenbeleid een regel toevoegen die de strekking heeft dat aanvragen om buitenplanse omgevingsvergunningen, die zien op wijzigingsbevoegdheden of een uitwerkingsplichten in de zin van artikel 3.6 Wro, worden beoordeeld aan de hand van de beoordelingsregels die zijn opgenomen in de betreffende bestemmingsplannen. Vóór de inwerkingtreding van de Omgevingswet zal deze regel aan het Afwijkingenbeleid worden toegevoegd. Vaststelling van het Afwijkingenbeleid is een bevoegdheid van burgemeester en wethouders. Het vaststellen van het delegatiebesluit is een bevoegdheid van de raad. De voornoemde aanpassing van het Afwijkingenbeleid vloeit voort uit de in

artikel 2.8 van de Omgevingswet geboden mogelijkheid tot het vaststellen van een delegatiebesluit door de raad. Overige gewenste delegatiemogelijkheden Verder wordt geadviseerd dat de raad de bevoegdheid aan burgemeester en wethouders delegeert tot het verrichten van kleine aanpassingen in het omgevingsplan die onbedoeld zijn ontstaan. Het gaat hier om kennelijke schrijffouten, omissies e.d. Door deze bevoegdheid de delegeren wordt voorkomen dat iedere keer de hele uitgebreide procedure moet worden doorlopen voor het herstellen van deze per abuis in het omgevingsplan opgenomen onjuistheden. Ten slotte verplicht de Omgevingswet dat het omgevingsplan uiterlijk vijf jaar na een onherroepelijke omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit met die vergunning in overeenstemming wordt gebracht (artikel 4.17 Omgevingswet). Het betreft hier dus enkel het “administratief” verwerken van reeds verleende en onherroepelijke buitenplanse omgevingsvergunningen in het omgevingsplan, zodat het in de rede ligt om ook deze bevoegdheid te delegeren. Gelet op het bovenstaande is het wenselijk dat in het delegatiebesluit de onder “Ontwerpbesluit” genoemde bevoegdheden door de raad aan burgemeester en wethouders worden gedelegeerd. Kanttekeningen, risico’s en alternatieven Kanttekeningen en (financiële) risico’s Niet van toepassing.

Alternatieven / scenario’s Het niet-vaststellen van het delegatiebesluit heeft tot gevolg dat de raad nogmaals (nadat de Omgevingswet in werking is getreden) een uitspraak moet doen over voormalige wijzigingsbevoegdheden en uitwerkingsplichten, over kleine aanpassingen e.d. van het omgevingsplan en de feitelijke administratieve handeling van het verwerken van een onherroepelijke omgevingsvergunning in het omgevingsplan. Gelet op de motieven voor het nemen van het delegatiebesluit is het alternatief ongewenst en wordt dan ook niet geadviseerd. Participatie Niet van toepassing. Financiële gevolgen Niet van toepassing. Duurzaamheid Niet van toepassing. Communicatie en vervolgproces Na vaststelling door de raad zal het delegatiebesluit worden gepubliceerd in het Gemeenteblad en in de Staatscourant. Het besluit treedt pas in werking op het moment van de inwerkingtreding van de Omgevingswet.

Evaluatie Na voldoende tijd met de Omgevingswet te hebben gewerkt, zal het merendeel van de genomen besluiten ter implementering en uitvoering van de Omgevingswet worden geëvalueerd. Het is thans niet mogelijk te zeggen wanneer deze evaluatiemomenten zullen zijn. Samenhang met regio en andere beleidsdoelen Het voorstel ligt in de lijn van het gemeentelijke (en landelijke) uitgangspunt van effectieve en efficiënte besluitvorming. Andere gemeenten nemen ook soortgelijk delegatiebesluit. Bevoegdheid gemeenteraad De raad is bevoegd om over dit voorstel een besluit te nemen op grond van artikel 2.8 van de Omgevingswet (zie hierboven onder “Argumenten” en vervolgens onder “delegatie”). Bijlagen Bijlage(n) bij dit voorstel: 1. conceptraadsbesluit (documentnummer: 72717). De Secretaris,

De Burgemeester,

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeenteraad.dronten.nl/api//v1/meetings/995/documents/1782