5. Geactualiseerde uitvoeringsagenda SMWF__868540__.pdf
Tekst van het document
Dit wordt door BZK/VRO en regio in 2026 geconcretiseerd. • Almere wordt binnen het programma “Ruimtelijk Programmeren voor de Nederlandse kennisindustrie” van het ministerie van Economische Zaken beschouwd als een toekomstig hightech brandpunt en zal meedraaien binnen dit programma. Horizon Flevoland zal hierin een belangrijke rol spelen (BO MIRT 2024) • Uitvoering Ruimtelijk Economische Aanpak Almere/Oostflank MRA zoals afgesproken bij het BOL NW (2022), de REA bestaat uit 3 onderdelen: a. Triple helix samenwerking op innovatie ecosysteem Tech & Transitie4 t.b.v. specialisatie en groei stuwende werkgelegenheid, met de Groeiagenda Nieuw Land als inhoudelijke basis en versterken van 4 Tech & Transitie omvat Bouw, Energie, Voedsel, Mobiliteit (incl. hoogwaardige logistiek en duurzame luchtvaart) en ICT & Tech (w.o. semiconducters)
de kennisinfrastructuur als prioritaire opgave. De Regio Deal Nieuw Land is hierbij een eerste stap. b. Bedrijventerreinen: zowel revitalisatie bestaand als nieuwe bedrijventerreinen (de regio gaat de verkenning locaties voor 80ha in zuidelijk Flevoland uitvoeren). Onder andere is met de gemeente Lelystad de afspraak gemaakt over de ontwikkeling van Lelystad Airport Businesspark fase 2, een bovenregionaal bedrijventerrein, gericht op het versterken van de economische structuur en brede welvaart voor Lelystad en de regio. c. Rijksinstellingen: Oostflank van de MRA nadrukkelijk in beeld bij afweging bij (her)huisvesting van rijksinstellingen. (Zie afspraak 6 – verplaatsen rijkinstellingen).
Nieuwe afspraken:
• Provincie Flevoland ontwikkelt samen met het Rijk (EZ en Defensie), gemeenten, het waterschap, de regionale ontwikkelmaatschappij Horizon en de Economic Board Flevoland voor heel Flevoland voortbouwend op de Regio Deal Noordelijk Flevoland & Nieuw Land het economisch profiel van de regio. Op basis van dit profiel wordt in 2026 en 2027 de verdere inzet van Rijk en regio voor de ontwikkeling van de Flevolandse economie bepaald. Centraal daarin is een uitvoering van de inzet op nationale transities op het gebied van klimaat & energie, circulair bouwen, circulaire economie (grondstofposities clusters), digitalisering & sleuteltechnologieën en duurzame voedselvoorziening en de rol van de verschillende economische clusters in de regio. Hierbij is ook aandacht voor mogelijk nieuwe clusters zoals defensie hightech. De relatie met bodem, water en biodiversiteit (zie pijler 3 Robuust natuurlijk fundament) moet hierin belicht worden. • Het maken van keuzes in clusterontwikkeling volgt op de conclusies over het economisch profiel. Hiervan uit zullen Regio en Rijk nauw samenwerken om de juiste vervolgstappen te zetten om deze kansrijke clusters te ontwikkelen. Hier worden nadere afspraken met elkaar over gemaakt in 2026. Waar nodig en mogelijk wordt het ministerie van EZ betrokken.
In het Programma Ruimte voor Economie van EZ worden pilots uitgevoerd met het oog op het toekomstbestendig maken van bedrijventerreinen (één pilot per provincie). Een aanvraag zal Samen op weg naar Flevoland in Balans. Strategische uitvoeringsagenda rijk regio Flevoland 2026-2027 | 23
in het kader hiervan door de provincie Flevoland in 2026 gedaan worden. • Om het effect van de toegekende Regiodeals verder te bestendigen, wil provincie Flevoland samen met Rijk (primair SZW), gemeenten, werkgeversen werknemersorganisaties het arbeidsmobiliteitsconcept Arbeidsmarkt 2.0 ontwikkelen. Onderzocht wordt hoe dit nieuwe arbeidsmobiliteitsconceptvraag en aanbod beter te laten aansluiten met als doelstelling om een leven lang werken en ontwikkelen voor Flevolanders in de regio te ontwikkelen en het personeelstekort op de arbeidsmarkt, de arbeidsproductiviteit en de scheve arbeidspendel aan te pakken. • Participeren in EZ-meerjarenprogramma ”Bouwstenen voor bovenregionale samenwerking tussen hightech brandpunten” met het oog op het ontwikkelingen van de regio Almere als toekomstig brandpunt voor de hightech sector.
AFSPRAAK 7: Versterken van de kenniseconomie
Feiten en cijfers: onderwijs
In 2022 wonen er relatief veel mensen met een middelbaar onderwijsniveau (46%) in Flevoland ten opzichte van het landelijk gemiddelde (42%) en relatief weinig mensen met een hoog onderwijsniveau (27% om 32%). Het relatieve aantal mensen met een laag onderwijsniveau is ongeveer gelijk in Flevoland (27%) en Nederland (26%). In 2022 kende Flevoland 15.694 studenten (52%) in het middelbaar beroepsonderwijs, 11.231 (37%) in het hoger beroepsonderwijs en 3.325 (11%) in het wetenschappelijk onderwijs. Gemiddeld in Nederland zijn de percentages meer verdeeld over de drie onderwijsrichtingen (37% middelbaar beroepsonderwijs, 37% hoger beroepsonderwijs en 26% wetenschappelijk onderwijs).
Om de regionale economie verder te versterken en naast bevolkingsvolgende werkgelegenheid nog meer stuwende werkgelegenheid te kunnen ontwikkelen, zetten Rijk en regio in op het versterken van (technisch) onderwijs op MBO, HBO en universitair niveau in de regio.
(Aangepaste) lopende afspraken:
• Rijk en regio werken samen in het NOVEX-gebied MRA aan een ruimtelijk-economische aanpak voor de oostflank van de MRA. Hiervoor wordt onder andere ingezet op het versterken van het kennisprofiel van Almere en Lelystad en het vergroten van de werkgelegenheid in de regio. De gemeenten Almere en Lelystad en regio hebben de Groeiagenda Nieuw Land ontwikkeld, waarin voor het MRA-gebied van Flevoland een duidelijk profiel op Tech & Transitie is uitgewerkt. Voor de Regiodeal Nieuw Land is afgesproken dat gemeente Almere samen met alle betrokken partijen de uitvoering en werking van de Regio Deal Nieuw Land evalueert binnen twee maanden na afronding van deze Regio Deal. Gemeente Almere maakt een eindevaluatie op en legt deze uiterlijk in september 2029 voor aan het Rijk-Regio-overleg. Rijk en regio werken in de Regio Deal Nieuw Land samen tot en met 2028 om: • Een sterke impuls te geven aan het technische onderwijs op MBO, HBO en universitair niveau in de regio Almere-Lelystad zodat er meer goed geschoold talent beschikbaar komt voor Tech & Transitie bedrijven in de regio. • Innovatiehubs te creëren voor: – Elektrificatie, met name gericht op technologische ontwikkelingen om de energietransitie te versnellen. – De volgende generatie chiptechnologie, met name gericht op technologische ontwikkelingen die bijdragen aan de energietransitie.
(zie verderop voor het beoogde kennisinstituut IAMM in Almere). – Bouw en innovatie, met name gericht energiebesparing, hernieuwbare energie en CO2-reductie, klimaatadaptatie, en versnelling en verduurzaming van de woningbouw.
Samen op weg naar Flevoland in Balans. Strategische uitvoeringsagenda rijk regio Flevoland 2026-2027 | 24
Nieuwe afspraken:
• Rijk en regio werken gezamenlijk aan het nader verkennen van de totstandkoming van een hightech kennisinstituut in Almere (werktitel IAMM – Institute for Advanced Materials & Metrology). Met dit instituut wordt invulling gegeven aan de beoogde innovatiehub op het gebied van hightech chips die in Almere binnen de Regio Deal Nieuw Land wordt ontwikkeld. In het kader van deze nadere verkenning wordt tot mei/juni 2025 een businessplan door TNO opgesteld, in samenwerking met een aantal partijen zoals gemeente Almere, provincie Flevoland, EZ, UT, TU/e en een aantal bedrijven (onder meer ASM). Afhankelijk van de uitkomsten van dit plan worden vervolgstappen bepaald. Rijk (IenW) en regio werken samen aan het creëren van een Nationaal Brandpunt voor Smart Mobility. Dit brandpunt is van nationaal belang en bouwt voort op het MITC en de samenwerking met NLR, TU Delft, TU Eindhoven, RDW, Schiphol Group (Lelystad Airport) en HBO en MBO-instellingen. De focus komt te liggen op drones, verduurzaming wegverkeer (verduurzaming/ elektrificatie /waterstof bij logistiek transport en personenauto’s), toepassing van digitalisering (o.a. AI-toepassingen in alle vormen van mobiliteit) en verduurzaming luchtvaart (elektrificatie en waterstof). Het MITC wordt hiermee een hightech innovatiecluster op het gebied van Smart Mobility. De verbinding met mogelijkheden voor toepassingen (o.a.
drones en AI) voor landbouwtechniek, maritieme mobiliteit (samenwerking met Campus Urk) worden hierbij gelegd. • OCW en Regio starten een verkenning over beleid groeiregio’s samen met MBO raad en vereniging Hogescholen. Voor krimpregio’s neemt OCW een speciale rol in. Flevoland is een jonge en diverse groeiregio. Het huidige OCW-beleid is niet ingericht op groei en nieuwe arbeidsmarktontwikkelingen. De opbouw van kennisinfrastructuur in groeiregio’s blijft (voor)investeringen vragen. Hiervoor is een beleidswijziging nodig. Om zo in de regio de ontwikkeling van hoger onderwijs te stimuleren.
• Regio Deals, een instrument van VRO (en voorheen van BZK), en eenmalige investeringen zijn incidenteel van aard, terwijl de benodigde investeringen en inzet voor de kennis economische structuur van structurele aard is. De regio investeert in goede aansluiting van beroepsonderwijs op de economische clusters via de Regionale InvesteringsFonds (Publiek Private Samenwerking) en het provinciale human capital programma. Rijk en regio verkennen – na afloop van de evaluatie van de huidige regiodeals - op welke wijze de noodzakelijke structurele inzet en investeringen die ook ná een Regio Deals nodig zijn tot stand komen ten behoeve van een goede organisatie, inzet en investeringen in de regio op dit gebied. Waar wenselijk en mogelijk worden onderwijsbudgetten met een structureel karakter opgenomen in de begroting van OCW.
Samen op weg naar Flevoland in Balans. Strategische uitvoeringsagenda rijk regio Flevoland 2026-2027 | 25
AFSPRAAK 8: Krachtige en innovatieve voedselsector stimuleren
Feiten en cijfers: Landbouwgrond
In 2023 beslaat het areaal landbouwgrond in Flevoland ruim 88.872 ha (63% landoppervlak Flevoland). Van het areaal landbouwgrond is 69% akkerbouw. Landelijk is dit 30% waaruit blijkt dat Flevoland m.n. een sterke akkerbouwprovincie is. Ten opzichte van 2000 is het totale areaal cultuurgrond met 3,2% afgenomen, landelijk bedroeg deze afname 8,7%. Het areaal akkerbouw is afgenomen (-12,1% in Flevoland), terwijl het areaal tuinbouw (zowel in open grond als onder glas) tussen 2000 en 2023 is toegenomen. Het Rijksvastgoedbedrijf is eigenaar-verpachter van ongeveer 22% van de grondoppervlakte van Flevoland (31.000 hectare).
Flevoland is aangelegd op de voormalige bodem van de Zuiderzee. Flevoland heeft de meest vruchtbare landbouwgrond van Europa maar kampt ook met bodemdaling en verzilting (zie pijler 3). Flevoland kent meer akkerbouw dan veeteelt vergeleken met de rest van Nederland en heeft veel jonge agrariërs die ontvankelijk zijn voor het toepassen van nieuwe ontwikkelingen. Er heerst een innovatief ondernemersklimaat dat open staat voor pilots en experimenteren. Flevoland wil hiermee graag een koploperspositie in Nederland innemen. Het is zowel vanuit een nationaal als internationaal perspectief van belang dat de landbouwsector in Flevoland ook in de toekomst veerkrachtig en vitaal blijft. Regio en Rijk steunen het versterken van de innovatie van de krachtige landbouw in Flevoland om de landbouw in met name Zeewolde, Lelystad, Dronten en Noordoostpolder op lange termijn toekomstbestendig, duurzamer en economisch vitaal te laten blijven. De relatie met kennisontwikkeling is daarbij van belang. Het versterken van het voedselcluster met de Flevocampus/Aeres & Boerderij van de Toekomst draagt bij aan de koploperspositie van Flevoland. De regio zet waar mogelijk ook in op het verkorten van lokale ketens en versterken van clusters. De inzet op productie en verwerking in de agro- en vissector is van (inter)nationaal belang en versterkt ook de economische ontwikkeling in de regio.
Samen op weg naar Flevoland in Balans. Strategische uitvoeringsagenda rijk regio Flevoland 2026-2027 | 26
Figuur 8. Flevoland ook groot in biologische landbouw
(Aangepaste) lopende afspraken:
• De regio zet samen met het ministerie van LVVN in op de mogelijkheden voor een Collectief Teeltplan Flevoland. Het gaat om een teeltplan voor 6000 ha waarmee een forse reductie van broeikasgas, pesticiden, kunstmest en nutriënten mogelijk is. Het maatregelpakket dat hiervoor is ingediend is door het Rijk gehonoreerd en wordt komende periode uitgevoerd, in samenwerking met agrariërs en ketenpartners. • Voor de realisatie van fieldlabs werken de provincie Flevoland, het waterschap, gemeenten en het ministerie van LVVN samen. De fieldlabs: “kennis vouchers Boerderij van de Toekomst” en “nieuwe verdienmodellen” zijn koplopermaatregelpakketten voor de transitie in het landelijk gebied waarvan
de uitvoering in de opstartfase zit. Subsidie is toegekend door LVVN. • LVVN en regio verkennen de mogelijkheden voor het opzetten van een project ‘Van Land Tot Pand’. In dit project worden agrarisch ondernemers ondersteund om (1) in korte ketens het telen van vezels tot stand te brengen, (2) de lokale productie van bouwmaterialen te stimuleren en (3) deze in de bouw van woningen in Flevoland deze toe te passen in de realisatie van biobased nieuwbouw, passend bij de Flevolandse situatie (zie ook pijler 1, afspraak 3 Toekomstbestendig bouwen). Hierbij onderzoeken we de mogelijkheden in Flevoland in relatie tot die gebieden waar de hoogwaardige akkerbouw onder druk staat door bijvoorbeeld bodemdaling.
Samen op weg naar Flevoland in Balans. Strategische uitvoeringsagenda rijk regio Flevoland 2026-2027 | 27
Nieuwe afspraken:
• LVVN (Kennis & Innovatie) en regio spreken af hun krachten te blijven bundelen om kennisontwikkeling en kennisverspreiding in de landbouw te ondersteunen en te borgen, en deze sterke relatie voort te zetten. Het doel hiervan is inzichten en innovaties voor het duurzame voedselsysteem van de toekomst te ontwikkelen en vanuit Flevoland (inter)nationaal te verspreiden. • Provincie Flevoland en LVVN en regionale partners werken aan een toekomstbestendig teeltsysteem voor agrariërs (Teeltplan van de Toekomst), met doelsturing als uitgangspunt. Landelijk wordt ingezet op doelsturing. In een 3-jarige gebiedspilot wordt de KPI-systematiek voor Kringlooplandbouw Flevoland getest en verder ontwikkeld. Dit traject richt zich op het bepalen van passende normen en streefwaarden voor de regio, en het ontwikkelen van een beloningssysteem op basis van behaalde KPI’s. Verschillende ketenpartijen zijn hierbij betrokken, en uiteindelijk zal de keten de beloning voor de behaalde resultaten verzorgen. De pilot wordt uitgevoerd en draagt bij aan het verbeteren van klimaat, waterkwaliteit en biodiversiteit, en bevordert samenwerking tussen agrariërs binnen en tussen sectoren (akkerbouwers en veetelers samen). Voor de Flevolandse situatie wordt onderzocht of meerdere bedrijven in één gebied samen kunnen werken aan een collectief teeltplan. Hiervoor zijn middelen toegekend om dit uit te voeren.
• De Staat zal als bezitter van grote delen grond in Flevoland actieve betrokkenheid tonen bij ruimtelijke ontwikkelingen gericht op vernieuwing van landbouw, verduurzamen en onderzoeken om het landgebruik toekomstbestendig te laten aansluiten bij de mogelijkheden die bodem, water en biodiversiteit bieden, rekening houdend met de specifieke situatie in Flevolandland. VRO, LVVN, RUO’s (Rijksuitvoeringsorganisaties, waaronder het RVB) en de regio verkennen in een gezamenlijk werkgroep de flexibiliteit van de grondportefeuille (zoals benoemd bij pijler 1 grootschalig woning bouwen. • Vanwege de afwijkende positie van Flevoland met veel akkerbouw en weinig veeteelt gaan LVVN en regio in overleg met elkaar om mogelijkheden om het mesttekort in Flevoland op een duurzame wijze op te lossen, zowel in omvang als in samenstelling. Verkend wordt of in een pilot met bijbehorend onderzoek het delen van mestnummers tussen (groepen en/of koppels) akkerbou-
wers en veetelers mogelijk gemaakt kan worden binnen Flevoland. PM in najaar ‘25 stand van zaken checken en aanscherpen op actualiteit, ook in relatie tot ReGeNL. • Op Urk is veel bedrijvigheid, vooral in de visserij, scheepsbouw, visverwerking en maritieme dienstverlening. Gemeente, provincie, Firda en bedrijven willen deze sectoren versterken door samenwerking en een maritieme campus, genaamd het Urk Business & Innovation Eduction Campus (UBIEC). Het doel daarvan is samenwerking te bevorderen tussen bedrijven, onderwijs- en kennisinstellingen en regionale overheidspartners. Dit stimuleert economie, innovatie en kennisdeling. De provincie Flevoland ondersteunt dit via beleidsplannen, met als doel Urks concurrentiepositie in de blauwe economie te versterken. Medio 2025 wordt een rapport afgerond waarin de wensen vanuit onderwijs, overheden, en bedrijfsleven worden samengebracht. Op basis hiervan najaar 2025 nagaan of en wat de rol van het Rijk is.
AFSPRAAK 9: Werken aan het energiesysteem van de toekomst Feiten en cijfers: Energie
Aandeel hernieuwbare energie (2022): 48% (Nederland: 15%) Opwerk hernieuwbare energie (2022): 4,7 TWh Flevoland produceert door decennialange goede samenwerking tussen agrarische ondernemers(collectieven), regionale en rijksoverheid de meeste duurzame energie van heel Nederland op land. De regio wil samen met het Rijk werken aan het versterken van het lokaal benutten van energie om daarmee ook de belasting van het nationale net te beperken. Flevoland wil de innovatieve werkwijze op het gebied van (duurzame) energie met het Rijk voortzetten. Stimuleren van innovatie, benutten en geven van experimenteerruimte en vanuit een langtermijnperspectief onnodig beperkende regels verminderen zijn daarbij het uitgangspunt. Samen op weg naar Flevoland in Balans. Strategische uitvoeringsagenda rijk regio Flevoland 2026-2027 | 28
Voldoende capaciteit van de energie-infrastructuur is een randvoorwaarde voor de gezonde groei van het snelgroeiend aantal inwoners en de daarbij horende extra (stuwende) werkgelegenheid en economie om aan een evenwichtige samenleving te bouwen. Op de korte termijn is er tot ongeveer 2030 geen zicht op het verkrijgen van nieuwe of uitbreiding op bestaande grootverbruik voor bedrijven of maatschappelijke functies. Ook aansluitingen voor kleinverbruik kunnen in gevaar komen waardoor de woningbouwproductie geremd kan worden. Betrokken partijen (Rijk, provincie, gemeenten en netbeheerders) zijn volop in gesprek om te werken aan maatregelen om een stop op kleinverbruikers te voorkomen. Vanuit de regio zijn er twee actieplannen om congestie op kleinverbruik te voorkomen en er wordt gewerkt aan perspectief voor grootgebruikers, waarin wordt bekeken hoe je slim om kunt gaan met energielandschappen, lokale opslag en andere energiebronnen om problemen te minimaliseren en te anticiperen op de toekomst. In het Energieperspectief Flevoland 2050 staan de leidende principes voor het energiesysteem in Flevoland. Er wordt ingezet op een robuust, toegankelijk energiesysteem, wat gebruik maakt van duurzame energie. Er wordt gestuurd op het flexibel en slim bij elkaar organiseren van zowel aanbod van als vraag naar energie. Flevoland zet slim in op energiebesparing.
Energie wordt aan de voorkant van de ruimtelijke inrichting van Flevoland meegewogen. Flevoland als pionier in energie: we geven ruimte aan experimenten en vernieuwing. Flevoland geeft ruimte aan decentrale oplossingen wat aansluit op het Nederlandse energiesysteem. De regio wil de komende 5 jaar een provincie zijn met pilots voor snel inpasbare en uitrolbare technieken op het gebied van energieopwekking, energieopslag en energiedragers. Het is daarbij nodig om wet- en regelgeving aan te passen en/of experimenteerruimte in de Omgevingswet te benutten om hetgeen al technisch mogelijk is te faciliteren en het financieel haalbaar maken van innovaties, voorinvesteringen, onrendabele top en faalrisico afdekken. Een Deltaplan en een Crisis- en herstelwet kunnen ruimte bieden voor onconventionele en experimentele maatregelen. In gezamenlijkheid worden goede voorbeelden (pilots) opgeschaald die bijdragen aan oplossingen nationaal.
(Aangepaste) lopende afspraken:
• KGG en regio zijn, samen met TenneT, voornemens om de 380 kV-infrastructuur uit te breiden met een extra verbinding tussen Diemen en Ens en een nieuwe verbinding tussen Ens en Vierverlaten. Bij de keuze van het tracé wordt rekening gehouden met behoud van landschappelijke waarde en toekomstige stedelijke ontwikkeling, zorgvuldig omgaan met Unesco Werelderfgoed Schokland, ruimte voor de Lelylijn en zo min mogelijk doorkruisen van waterkeringen. Het Rijk is bevoegd gezag voor de inpassing van de 380kV. • Net als in grote delen van Nederland is er in Flevoland sprake van een netcapaciteitsprobleem. Netbeheerders zetten, samen met het Rijk en andere overheden en partijen, alles op alles om de gevolgen van netcongestie op de korte en lange termijn zoveel mogelijk te beperken. Een belangrijk onderdeel van deze aanpak is het vervangen van de transformatoren in de onderstations van het Flevolands energienet. De afgekondigde maatregelen netcongestie Flevopolder, Gelderland en Utrecht hebben onder andere als doel om een stop op het aansluiten van kleinverbruikers te voorkomen, vanwege het belang voor de groei van de economie en de verduurzamings- en woningbouwopgave. Vanuit het Rijk wordt hier regie op gevoerd door het mogelijk maken van de maatregelen uit het Landelijk Actieprogramma Netcongestie.
Het Rijk kijkt waar actief barrières, ook voor de uitwerking van energy hubs, kunnen worden weggenomen om zo snel mogelijk tot uitvoering van de maatregelen te komen. Flevoland en het Rijk gaan graag in gesprek met het rijk over de volgende stappen die nodig zijn bij de uitwerking van de netbewuste woningbouw naar het voorbeeld van Balanswijk in Almere (BO Leefomgeving 2024).
Nieuwe afspraken:
• Inzet op middenspanningsstations bij de 380kV verbinding door het Rijk. Dit uitvoeren met kennis over de bestaande 150kV en 110kV onderstations van het regionale netwerk, om de opbrengst van de (gecombineerde) aanleg te optimaliseren. Faciliteren van de beoogde capaciteitsuitbreiding van de aansluiten op het regionale 150 kV-netwerk, nodig om grootschalige gebiedsontwikkelingen in Flevoland zonder beperkingen toegang te kunnen geven tot het elektriciteitsnet. Samen op weg naar Flevoland in Balans. Strategische uitvoeringsagenda rijk regio Flevoland 2026-2027 | 29
• Regio en KGG zetten in op het verkennen van mogelijkheden om te experimenteren met congestiestrategie (energie, drink- en proceswater voor de industrie en afvalwater) en realisatie van collectieve wijkvoorzieningen (vanuit realisatie woondeals). Bij netcongestie kan op een andere manier worden samengewerkt in de vorm van pilots en experimenten (waaronder lokaal opgewekte duurzame energie, ook lokaal toegankelijk maken). Kleinschalige voorbeelden hebben potentie om opgeschaald te worden en bij te dragen aan mogelijke oplossingen. Voortgang op experimenten bespreken en waar mogelijk inzichten incorporeren in wet- en regelgeving en uitvoeringstrategie energienetwerk. PM specifiek benoemen pilots (nieuw?, opschaling?) en vraag richting KGG. • Provincie Flevoland gaat in kaart brengen hoeveel (aanvullende) waterstofvraag er in Flevoland is en provincie en PM EZ/KGG gaan op basis hiervan met de netbeheerder (Gasunie) in gesprek of die waterstofvraag een regionale ontsluiting van de landelijke H2 backbone rechtvaardigt. De Maxima-centrale is gereed voor waterstof en belangrijk voor het energiesysteem in Nederland.
AFSPRAAK 10: PM Defensie PM Onderstaande tekst is huidige stand van zaken. In najaar zal tekst aangepast dienen te worden op basis van actualiteit. Defensie is in Nederland op zoek naar ruimte. Defensie rondt de Plan- milieueffectrapportage (PlanMER) af. Hierin staan de onderzoeksresultaten van de verschillende ruimtebehoeften van Defensie. De voorkeursalternatieven worden opgenomen in het Ontwerp Nationale Beleidsvisie Nationaal Programma Ruimte voor Defensie (NPRD) welke in 2025 verschijnt. De definitieve locaties worden opgenomen in de Nota Ruimte. Op dit moment worden de volgende behoeften in Flevoland onderzocht: • Grootschalige munitieopslag in Biddinghuizen • Laagvlieggebied voor helikopters (Dronten/Noordoostpolder) • Routes voor drones
• Terrein voor het oefenen en trainen met explosieven in Lelystad • Ruimte voor jachtvliegtuigen in Lelystad Airport • Centrale kazerne voor ondersteunende diensten en een oefenterrein, twee locaties in Zeewolde PM In het kader van het NPRD worden afspraken gemaakt, deze worden desgewenst later toegevoegd.
Aangepaste) lopende afspraken:
• Rijk en regio spannen zich in voor het zorgvuldig ruimtelijk inpassen van een nieuwe kazernelocatie, waarvan de staatssecretaris van Defensie heeft aangegeven dat de voorlopige voorkeurslocatie nu in Flevoland ligt. Met de komst van deze nieuwe kazerne wordt een substantiële regionale werkgelegenheidsimpuls gerealiseerd. In 2025 PM wordt een besluit over de definitieve locatie genomen. Bij de inpassing wordt onder andere rekening gehouden met de afwegingsmechanismen en normen uit de ontwikkelpijler Robuust natuurlijk fundament.
Nieuwe afspraken:
• Bij een gebiedsontwikkeling wordt middels een brede analyse gebiedskansen verkend en benut. Mitigerende maatregelen worden daarbij uiteraard ook in kaart gebracht. • Rijk en regio zullen de kansen benutten voor kennisinfrastructuur en economische en stuwende werkgelegenheid van ontwikkelingen van Defensie binnen de regio. Daarnaast zullen rijk en regio ook andere kansen identificeren en benutten.
Samen op weg naar Flevoland in Balans. Strategische uitvoeringsagenda rijk regio Flevoland 2026-2027 | 30
AFSPRAAK 11: Recreatie en Toerisme doorontwikkelen Feiten en cijfers: Recreatie en toerisme
De toerisme en recreatiesector in Flevoland groeit snel. Flevoland heeft in 2023 831.000 recreatieve bezoekers (die ten minste één nacht overnachten) ontvangen. In 2035 zal dit verder stijgen met 15% naar 956.000 (NBTC Forecast 2035). Het aantal gasten en het aantal banen is tussen 2014 en 2023 met ca. 30% gegroeid.
Flevoland kent veel groen maar bij een bevolkingstoename met +50% zal de druk op groengebieden toenemen. De hoeveelheid groen per m2 daalt in Flevoland met ruim –130 m2 p.p. (Bureau voor Ruimte & Vrije Tijd, 2023) het hardst van heel Nederland. De grootste stijging van bezoekers wordt verwacht in de provincie Flevoland (28%) en daarmee tot een sterke toename van de bezoekersbelasting. Met het Rijk wil de regio vanwege deze specifieke regionale ontwikkeling in gesprek over gezamenlijke inzet bij het goed inpassen van groene en recreatieve ontwikkelingen in de regio. Het is van belang dat Rijksinvesteringen in wonen en werken ook leiden tot investeringen in maatschappelijke en recreatieve voorzieningen en infrastructuur. Flevolandse gemeenteraden hebben uitgesproken zich te willen inzetten op de ontwikkeling van recreatie en toerisme in de regio. Zo beoogd de gemeente Noordoostpolder zich verder te ontwikkelen in de oostrand van de Noordoostpolder. Het betreft een natuurlijke overgang en meer wisselwerking tussen recreatie & toerisme in verzadigde gebieden zoals het Friese Merengebied en Nationaal Park Weerribben-Wieden. Daarnaast zijn er mogelijkheden om het Schokkerstrand tot vertrekpunt voor allerlei vormen van recreatie te benutten of nieuwe recreatiemogelijkheden te ontwikkelen
bij recreatiegebied Wellerwaard en de kuststrook. De gemeente Zeewolde stelt een kustvisie op voor de zuidelijke randmeren. De gemeente Lelystad werkt aan een nieuwe toegangspoort voor het Nationaal Park Nieuwland, Poort Lelystad en versterkt de vrijetijdseconomie met haar uitvoeringsprogramma Vrijetijdseconomie. Ook de gemeente Almere werkt aan het entreegebied naar het Nationaal Park Nieuw Land door versterking van de ontvangstgebieden naar de Oostvaardersplassen en de Lepelaarplassen. Daarnaast zet Almere in op de versterking van gebieden en thema’s die zijn benoemd in Het Perspectief Bestemming Flevoland 2030. De recreatie en toerisme sector biedt goede kansen in Flevoland voor meer werkgelegenheid. Dit is in verband met de sterke groei van het aantal inwoners en beperken uitgaande pendel van belang. Recreatie & Toerisme biedt veel voordelen op de lange termijn vanuit sociaal maatschappelijk oogpunt en ook uit oogpunt van gezondheid (groen nodigt uit tot BOSS (bewegen, ontmoeten, sporten en spelen). Inwoners hebben ook profijt van toeristische ontwikkelingen. Tegelijkertijd legt recreatie en toerisme ook druk op de ruimte en dient inpassing van activiteiten in recreatiegebieden, bosgebieden en (beschermde) natuurgebieden zorgvuldig te gebeuren.
De druk op uitloopgebieden in Flevoland zal door de sterke bevolkingstoename nog sterker dan elders in Nederland toenemen (meer inwoners, meer vrijetijdsbesteding). Door de historische ontwikkeling is in Flevoland de overgang tussen stad/dorp en landelijk gebied bij een aantal kernen relatief hard. Je komt meteen in een grootschalig agrarisch gebied en niet bijvoorbeeld in een historisch coulissen landschap dat geleidelijk is ontstaan. Het is gewenst om dit waar mogelijk met meer geleidelijke overgangen in te richten. Door groen-blauwe dooradering zou een betere overgang gemaakt kunnen worden, zoals bijvoorbeeld bij het Voorsterbos en bij het Kuinderbos. Het Nationaal Park Nieuw land is een goed voorbeeld van hoe groen beleefbaar gemaakt kan worden in en om de stad. Door overgangsgebieden in te richten voor recreatie kan de toenemende recreatiedruk op natuurgebieden worden verminderd.
Samen op weg naar Flevoland in Balans. Strategische uitvoeringsagenda rijk regio Flevoland 2026-2027 | 31
Nieuwe afspraken:
• Rijk en regio willen afspraken maken/samenwerken met Rijksuitvoeringsorganisaties zoals RVB, SBB en Rijkswaterstaat versterken, om te bezien waar nieuwe recreatiegebieden mogelijk zijn en hoe financiering verbeterd kan worden. Hierbij is afstemming met LVVN wenselijk i.v.m. kansen en bedreigingen voor natuuropgaven, zoals het benutten van de randmeren. Rijk en regio komen in 2026-2027 tot een voorstel hoe de recreatieruimte en de ontwikkeling van recreatie evenredig mee kan groeien met de groei van het aantal inwoners in de regio. De regio bespreekt in 2026 en 2027 met PM wat de specifieke Flevolandse situatie betekent in het licht van de generieke landelijke leidraad Ruimte voor Recreatie & Toerisme (CELTH 2023). • Het groot onderhoud en de vervanging recreatieve voorzieningen (o.a. fietsen wandelpaden) op de voor recreatie geschikte terreinen moet de komende jaren gefinancierd worden. Doordat alle recreatieve gebieden ongeveer even oud zijn komt dit onderhoud als een boeggolf in Flevoland. Rijk, provincie, gemeenten, waterschap, en de Terrein Beherende Organisaties (TBO’s), Rijkswaterstaat en Staatsbosbeheer onderzoeken of voor recreatie geschikte terreinen optimaal kunnen worden vormgegeven door slim samen te werken.
Hierbij wordt werk met werk gemaakt door werkzaamheden van verschillende partijen op elkaar aan te laten sluiten c.q. te combineren. Voor deze opgave is geen of beperkt financiering beschikbaar met als risico het afsluiten van fietspaden. Hiermee neemt de recreatieruimte verder af en worden groengebieden ontoegankelijk. • De randzone tussen Flevoland en Gelderland (de randmeren), de oostrand van Noordoostpolder en de kust bij Lelystad worden verder ontwikkeld. Er wordt gekeken wat dit betekent voor een aantrekkelijk leisure gebied voor Flevoland om extra economische ontwikkeling en werkgelegenheid te ontwikkelen. Rijk en regio zijn zich daarbij bewust van de mogelijkheden om binnendijks de natuur te versterken, o.a. via de bossenstrategie, de noodzaak om maaibeheer uit te voeren t.b.v. de recreatieve vaart alsook de randvoorwaarden die aan de orde zijn in verband met Natura 2000. De ontwikkeling en versterking van natuurlijk fundament speelt bij de ontwikkeling recreatie een belangrijker rol.
Samen op weg naar Flevoland in Balans. Strategische uitvoeringsagenda rijk regio Flevoland 2026-2027 | 32
ONTWIKKELPIJLER 3
Robuust natuurlijk fundament Rijk en regio werken de komende jaren samen aan het verbeteren van de klimaatrobuustheid, de bodemkwaliteit, waterkwaliteit, waterveiligheid en biodiversiteit in Flevoland. Deze elementen zijn het fundament van de ontwikkeling van de fysieke leefomgeving en moeten toekomstbestendig blijven of gemaakt worden zodat Flevoland een mooie, veilige en prettige omgeving blijft om te leven. Dat vraagt om duurzaam gebruik en inrichting van stad, land en water.
Feiten en cijfers: groen-blauwe dooradering
Opgave Flevoland Natuur Netwerk Nederland: 105 hectare NNN (inrichting). Het betreft het realiseren van een compensatieopgave. Groen-blauwe dooradering: Noordoostpolder 6,3%, Oostelijk Flevoland 4,9%, Zuidelijk Flevoland 4,9%.
Flevoland heeft een unieke ontstaansgeschiedenis. Het is aangelegd op de bodem van de zee. Kenmerkend voor de polders is de goede grond (zeeklei), het robuust watersysteem, en de specifieke verkaveling, waarbij de functies grotendeels gescheiden zijn. Dit alles om de polders optimaal in te kunnen zetten voor voedselzekerheid, woningbouw en natuurontwikkeling.
Figuur 9.
Echter, dit natuurlijk fundament staat onder druk door onder meer klimaatverandering en bodemdaling. Hevige neerslag of juist droge perioden nemen toe en treffen ook Flevoland. Bodemdaling is door de aanwezige veenlagen grillig en trekt een wissel op de functies. De biodiversiteit neemt af. Een Robuust Natuurlijk Fundament is de basisvoorwaarde voor een goed leefklimaat voor mens, dier en plant. Samen op weg naar Flevoland in Balans. Strategische uitvoeringsagenda rijk regio Flevoland 2026-2027 | 33
AFSPRAAK 12: Ruimtelijke keuzes op basis van water, bodem en biodiversiteit In Flevoland zijn nog steeds grootschalige ontwikkelingen aan de orde, zoals woningbouw, bedrijvigheid en ontwikkelingen in de landbouw en natuur (zie pijler 1 en 2). Soms zijn locaties daarbij al decennialang in beeld, andere ontwikkelingen en locaties zijn nieuw. De keuzes voor zowel locatie als inrichting van woonwijken, bedrijventerreinen, landbouw en natuur dienen vanuit een lange termijn (bodem, water, ecologie, etc.) beschouwd te worden. Om deze complexe keuzes te onderbouwen, willen Rijk en regio werken aan regio specifieke hulpmiddelen, om zo deze complexe keuzes met oog voor het natuurlijk fundament goed te onderbouwen en het gesprek hierover te versterken. Een goede afweging dient te gebeuren, vanuit de specifieke situatie in Flevoland. Juist de jonge ontstaansgeschiedenis van Flevoland, ontworpen op een tekentafel, geeft specifieke uitdagingen voor dit gebied. Deze moeten worden betrokken bij het bepalen welke functie en bijbehorende inrichting vanuit het water- en bodemsysteem en vanuit biodiversiteit geredeneerd toekomstbestendig is. Dit is nodig voor zowel stedelijke ontwikkeling als voor ontwikkelingen in het landelijk gebied. In stedelijke ontwikkeling is van belang dat locatiekeuze en inrichting nu en in de toekomst leefbaar en betaalbaar blijven.
Denk hierbij aan het voorkomen van wateroverlast, hittestress, overstromingen of droogte. Maar ook aan beschikbaarheid van schoon (zwem)water en drinkwater. Zie hiervoor onder meer de afspraak in pijler 1 ‘Toekomstbestendige woningbouw’. Voor het landelijk gebied is behoud van een krachtige akkerbouw en tuinbouw van belang, een functie die bij uitstek afhankelijk is van de condities van het natuurlijk fundament, en onder druk staat door onder meer bodemdaling, verzilting, droogte en wateroverlast. Figuur 10. Natuurgebieden in Flevoland. Samen op weg naar Flevoland in Balans. Strategische uitvoeringsagenda rijk regio Flevoland 2026-2027 | 34
(Aangepaste) lopende afspraken:
Figuur 11. Kaartbeeld bodemdaling Flevoland
• In 2025 is verkend hoe het normenkader natuurlijk fundament kan worden vormgegeven. In 2026 geven we invulling aan de geformuleerde vervolgstappen, die op basis van deze verkenning zijn opgesteld. De provincie Flevoland en het waterschap nemen hierin het voortouw, in samenwerking met de gemeenten, ministeries van IenW, LVVN, VRO en EZ. Een eerste versie – een basis – wordt in 2026 opgeleverd en vanaf dat moment gehanteerd. Dit normenkader is aanvullend op het afwegingsmechanisme (zie hieronder) voor de ruimtelijke keuzes op basis van bodem, water en biodiversiteit en bevat ten minste invulling voor de thema’s klimaatadaptiviteit, waterkwaliteit, bodemgebruik, natuurinclusiviteit, biodiversiteit, energiegebruik, circulariteit en watersysteem. Er wordt onder meer geput uit lopende trajecten, zoals die voor klimaatbestendige nieuwbouw uit de MRA, het traject Regionale Adapatiestrategie, de landelijke maatlat voor een groene klimaatadaptieve gebouwde omgeving en het Convenant Toekomstbestendige Woningbouw. In de jaren daarop werken Rijk en regio periodiek samen aan het normenkader met aandacht voor een verdere aanscherping van de huidige normering, gezien de verschillende ontwikkelingen, zoals klimaatontwikkeling.
Vanwege het integrale karakter met onder meer toekomstbestendige woningbouw, en ontwikkelingen landelijk gebied wordt hier gezamenlijk in opgetrokken met de gemeenten en provincie. • In 2026 en verder, werken Rijk en regio aan het Flevolands afwegingsmechanisme voor ruimtelijke keuzes op basis van bodem, water en biodiversiteit, zoals in de afgelopen periode door provincie Flevoland en Waterschap Zuiderzeeland is ontwikkeld. Het beoogde doel van het afwegingsmechanisme is het structureren en ontsluiten van informatie voor medeoverheden en derden. Het afwegingsmechanisme is zowel voor ruimtelijke keuzes als voor gebiedsinrichting geschikt voor de specifieke situatie van Flevoland. Het is voorwaarde scheppend instrument voor de andere pijlers. Hierbij blijft het uitganspunt dat het afwegingsmechanisme aantoont wat er juist wel mogelijk is. Hierdoor ontstaat een gezamenlijke werkwijze om bij ruimtelijke ontwikkelingen op het juiste moment de goede afwegingen te kunnen maken, gebaseerd op feitelijke kennis. Samen op weg naar Flevoland in Balans. Strategische uitvoeringsagenda rijk regio Flevoland 2026-2027 | 35
Hieraan is voorafgegaan dat het afwegingsmechanisme in 2025 met gemeenten en Rijk is afgestemd. Afwegingskader landbouwgrond, welke in de Voorontwerp Nota Ruimte is gepubliceerd, is hierbij betrokken. De werkwijze is hierbij getest met behulp van praktijksituaties (vanuit de functies: woningbouw, industrie, landbouw en natuurontwikkeling). Op basis van de verkenning in 2025 wordt biodiversiteit toegevoegd aan het afwegingmechanisme, naast bodem en water. De verkenning heeft plaats gevonden aan de hand van de volgende 3 fasen: (1). Casestudie om aan de hand van een casus inzichtelijk te maken hoe biodiversiteit een medebepalende rol kan spelen in zowel locatiekeuze als inrichting; (2). Inventarisatie relevante beleid en regelgeving op het gebied van biodiversiteit; (3). Brede ‘botsproef’ op het gebied van bodem, water en biodiversiteit. Op basis hiervan wordt door LVVN, provincie Flevoland, Waterschap Zuiderzeeland en gemeenten gekeken hoe biodiversiteit een effectieve aanvulling kan zijn binnen het afwegingsmechanisme.
AFSPRAAK 13: Aanpassen ruimtegebruik in lijn met water, bodem en biodiversiteit Feiten en cijfers: groen blauwe dooradering
Groen-blauwe dooradering: Noordoostpolder 6,27%, Oostelijk Flevoland 4,91%, Zuidelijk Flevoland 4,88%. Opgave Flevoland Natuur Netwerk Nederland: 105 hectare NNN (inrichting). Het betreft het realiseren van een compensatieopgave.
De veranderende omstandigheden vanuit klimaat, biodiversiteit en bodemdaling vragen om een adaptieve manier van omgaan met de ruimte in Flevoland. Voor sommige gebieden betekent dit een verandering in landgebruik of misschien zelfs (uiteindelijk) in functie. Het vraagt ook om goed beheer van de gronden, om de goede uitgangssituatie zo veel mogelijk te behouden of te versterken. Denk hierbij aan het behoud van bodemkwaliteit en bodemleven.
(Aangepaste) lopende afspraken:
• Provincie Flevoland, Waterschap Zuiderzeeland, gemeenten, LVVN, en VRO brengen in kaart in welke gebieden een samenhangende sturing nodig is vanuit water, bodem en biodiversiteit. Denk hierbij bijvoorbeeld aan gebieden met sterke bodemdaling, verzilting of achteruitgang van natuur. Het (prototype van het) afwegingsmechanisme wordt hiervoor ingezet, bijvoorbeeld voor het casusgebied Ossenkampweg of de Zuidlob in Zeewolde. Op basis van deze verkenning worden vervolgestappen in samenhang geformuleerd en aangeboden aan het BO Rijk regio. • Hierbij is in ieder geval ingezet op zachte overgangsgebieden. Rijk, provincie Flevoland en betrokken regionale overheden verkennen waar en hoe zachte overgangsgebieden ingericht kunnen worden in Flevoland en hoe de Samen op weg naar Flevoland in Balans. Strategische uitvoeringsagenda rijk regio Flevoland 2026-2027 | 36
groen-blauwe dooradering van de regio gerealiseerd kan worden. De provincie en het waterschap bouwen voort op eerste verkenningen van mogelijkheden in het kader van het Provinciale Programma Landelijk Gebied. Daarna wordt samen met het ministerie van LVVN gekeken naar het realiseren ervan. Hierbij worden de implicaties van de Natuurherstelwet meegenomen. • De provincie Flevoland, de gemeente Noordoostpolder, de gemeente Zeewolde, waterschap Zuiderzeeland, LTO Noord en het Rijksvastgoedbedrijf werken aan het gebiedsproces bodemdaling Flevoland. Doelstelling is het verder ontwikkelen van haalbare en kansrijke strategieën voor het grondgebruik in gebieden met bodemdaling. Het gaat om gebieden die door voortgaande bodemdaling nu en in de toekomst vernatten, waardoor voortzetting van het huidige agrarische grondgebruik onder gelijkblijvende condities aldaar niet meer mogelijk is. Medio 2025 neemt de Stuurgroep Bodemdaling een besluit over het bestendig doorzetten van het proces na 2025. Hierbij wordt ook afgewogen op welke wijze natuurorganisaties deelnemen aan dit vervolg. PM Dit proces is nog in ontwikkeling. De keuzes worden vertaald in de eindversie van de uitvoeringsagenda, waarbij ook de keuzes rondom de nieuwe pilots worden betrokken.
Nieuwe afspraken:
• LVVN en provincie Flevoland verkennen in 2026 de implicaties en kansen van de Natuurherstelwet specifiek voor Flevoland en vertalen deze naar de opgaven in het gebied. • VRO, LVVN, Rijksuitvoeringsorganisaties (waaronder het RVB en SBB) en de regio verkennen in een gezamenlijk werkgroep de flexibiliteit van de grondportefeuille (zoals benoemd bij pijler 1 grootschalig woning bouwen, waarbij dit ook de breedte van pijler 3 beslaat).
AFSPRAAK 14: Creëren van robuuste ecosystemen en natuurinclusiviteit Naast het voorkomen van verslechtering is de inzet op het versterken van robuuste ecosystemen en het realiseren van natuurinclusiviteit. Vanuit de Europese VHR-richtlijn en de Europese Natuurherstelwet heeft ook Flevoland opgaven in zowel stedelijk als landelijk gebied. Hierbij wordt ingezet op natuurinclusiviteit en robuuste ecosystemen. In 2025 is de Natuurherstelwet uitgewerkt. Deze wet heeft tot doel om het verlies aan biodiversiteit te stoppen en de biodiversiteit te herstellen en zal naar verwachting ook effect hebben op keuzes in Flevoland. Groenblauwe dooradering en het inzetten van zachte overgangsgebieden is nationaal en regionaal vanuit het belang van biodiversiteit en landschap een belangrijk thema. Dooraderingsgebieden zijn een verzameling van ‘groene’ en ‘blauwe’ landschapselementen in het agrarisch cultuurlandschap zoals houtwallen, losse bomen, singels, heggen, kruidachtige vegetatie en bosjes. Overgangsgebieden zijn gebieden die een zachte overgang vormen tussen woon-, werk- of landbouwfuncties en de natuur. Of gebieden die een zachte overgang vormen tussen water en land. In dergelijke overgangszones is meer ruimte voor water en natuur in de vorm van recreatie en extensieve, natuur-inclusieve landbouw. Het streven is om in 2050 10% van het landelijk gebied groenblauw te dooraderen.
Dit is exclusief het Natuur Netwerk Nederland (NNN). Voor 2030 is de inzet om de helft van de opgave te realiseren. Bij in- en uitbreiding van stedelijk gebied is een groenblauwe dooradering van het te verstedelijken gebied ook een belangrijk thema. Bijvoorbeeld bij het nieuw te ontwikkelen stadsdeel Lelystad Zuiderhage (ca. 14.000 woningen): hier wordt woningbouw gecombineerd met een hoge natuurambitie die Lelystad samen met Rijksvastgoedbedrijf en Staatsbosbeheer uitwerkt. Hiermee kan ook stevig bijgedragen worden aan de Flevolandse bossenstrategie. Flevoland bouwt Samen op weg naar Flevoland in Balans. Strategische uitvoeringsagenda rijk regio Flevoland 2026-2027 | 37
daarmee voort op haar moderne stedenbouw waarin al veel groen in de steden en dorpen is ontwikkeld (‘groene tuinsteden’). In veel nieuw te ontwikkelen gebieden is al in de vorige eeuw een groen casco gerealiseerd. Daarbij is echter niet met de nu voorziene hogere aantallen inwoners gerekend. Door de inbreiding en woningbouwopgave staat deze groenstructuur onder druk.
(Aangepaste) lopende afspraken:
• Rijk en regio hebben in 2020 een gezamenlijke bossenstrategie vastgesteld met de ambitie het Nederlandse bos met al zijn functies goed door te geven aan toekomstige generaties. De provincie Flevoland heeft voor de provinciale uitwerking van deze strategie het doel gesteld 1700 hectare extra bos aan te leggen tot 2050. De ambitie is om 1200 hectare daarvan al in de periode tot 2030 aan te leggen. Hierbij wordt aanleg van landschapselementen meegeteld, conform bestaande kaders. PM Financiering is punt van aandacht. • Rijk en regio werken in de Programmatische Aanpak Grote Wateren (PAGW) aan het verbeteren van de ecologische waterkwaliteit en het versterken van de natuur, waarbij de PAGW een directe uitwerking van de TBES opgave, zoals opgenomen in RRAAM, is. Het PAGW project Oostvaardersoevers verbindt het Markermeer, de Oostvaardersplassen en de Lepelaarplassen tot een toekomstbestendig zoetwaterecosysteem. Waarbij de tweede doelstelling is om met innovatieve waterbouw een aantrekkelijker, meer beleefbaar en veilig merengebied te realiseren. Er wordt eveneens ingezet op het traject rondom de Ketelmeerdelta. In het kader van het landelijke hoogwaterbeschermingsprogramma (HWPB) krijgt de dijkversterking IJsselmeerdijk een vooroever met een significante impuls op de ecologie.
• Rijk en regio werken rondom de Marker Wadden samen aan onderzoek en monitoring van de effecten op het ecosysteem alsmede het beheer. Als opvolging van het project Marker Wadden (1e fase) is het project Doorontwikkeling Marker Wadden ingediend5. Dit project is opgenomen in categorie C PAWG 3e Tranche; “Nu niet honoreren, mogelijk in een volgende tranche”. De komende periode wordt bezien of een vervolgstap nodig is.
Nieuwe afspraken:
Agrarisch Natuurbeheer is voor Flevoland dé manier om doelstellingen herstel biodiversiteit en de VHR-instandhoudingsdoelen in het agrarische gebied van Flevoland te bereiken. In Flevoland is de inzet op akkervogels gericht om bij te dragen aan het versterken van de biodiversiteit in het landelijk gebied. In de landelijke verdelingsdiscussies over bestaande middelen en uitbreiding middelen agrarisch natuurbeheer is de inzet nog steeds voornamelijk gericht op weidevogels, melkveehouderij en veeteelt. Vanwege de efficiënte uitgifte van gronden, is in de Flevolandse situatie inzet op agrarisch natuurbeheer vaak de enige mogelijkheid. In tegenstelling tot het eerdere transitiefonds, zijn de middelen uit de ANB en ANLb juist inzetbaar op beheer • Bij de aanpak van het landelijk gebied dient rekening gehouden te worden met de afwijkende behoeftes en Flevolandse situatie (onder meer t.a.v. akkervogels, agrarisch natuurbeheer i.r.t. de hoge grondprijzen). Rijk en Provincie Flevoland gaan na welke specifieke inzet mogelijk is. PM Omdat de ANB-kamerbrief nog niet uit is, is exacte formulering hiervan nog niet mogelijk. Dit wordt t.z.t. toegevoegd.
5 D.w.z. het Noordelijk Deel van het vervolg op Marker Wadden incl. het zogenaamde Schiereiland. Samen op weg naar Flevoland in Balans. Strategische uitvoeringsagenda rijk regio Flevoland 2026-2027 | 38
AFSPRAAK 15: Omgaan met (drink)waterschaarste PM Onderstaande tekst verwoordt de regionale inzet. In het kader van het Ruimtelijk Arrangement wordt voor dit onderwerp eveneens aan teksten gewerkt. Deze teksten zijn in dit stadium nog niet op elkaar afgestemd. In de komende maanden wordt door Rijk en regio gezamenlijk opgetrokken om voor beide sporen te komen tot afgestemde, definitieve teksten. Beschikbaarheid van drinkwater is een randvoorwaarde voor de ruimtelijk-economische ontwikkeling van Flevoland. De vraag naar drinkwater neemt toe en nadert de grens van wat beschikbaar is. We maken hierbij onderscheid naar schaarste aan drink-, giet- en proceswater en waterschaarste in het grond- en oppervlaktewatersysteem. Beide aspecten zijn nauw met elkaar verbonden.
Schaarste drink-, giet- en proceswater
De groeiende bevolking van Flevoland heeft een toename van de drinkwatervraag voor huishoudelijk gebruik tot gevolg. Ook bedrijfsprocessen hebben water nodig. Vaak wordt hier nu drinkwater voor gebruikt, maar de beschikbaarheid hiervan is in Noordelijk Flevoland momenteel zo beperkt dat Vitens bedrijven niet van nieuwe of grotere grootverbruikersaansluitingen kan voorzien. Dit heeft een zeer beperkend effect op de ontwikkeling van onder andere de vis- en voedselverwerkende industrie in Noordelijk Flevoland. Ook in de andere delen van Flevoland is de beschikbaarheid van zoetwater voor de middellange termijn een vraagstuk. Hierbij gaat het om besparing, de beschikbaarheid en diversificatie van bronnen voor drinkwater (grondwater, oppervlaktewater, regenwater, circulair water) en de juiste kwaliteit water voor de juiste toepassing. Daarnaast is er sprake van een verdelingsvraagstuk. Flevoland levert op dit moment drinkwater aan de Veluwe en is in Noordelijk Flevoland afhankelijk van drinkwater uit Overijssel. In zuidelijk Flevoland is momenteel nog enige ruimte voor meer drinkwaterproductie uit grondwater, maar op termijn ontstaat schaar-
ste, zeker wanneer het gebruik per inwoner hetzelfde blijft. Uitbreiding van drinkwaterwinning op het ‘oude land’ – maar ook op het ‘nieuwe’ land – is onderwerp van onderzoek, maar blijkt complex door een grotere druk op de ruimte door andere ontwikkelingen zoals verstedelijking, natuur, landbouw en energie. Om in de toekomst het vestigen van nieuwe bedrijven met een grote drinkwatervraag in Noordelijk Flevoland veilig te stellen, is onlangs door de provincie Flevoland, Waterschap Zuiderzeeland, Vitens, gemeenten Noordoostpolder en Urk een gezamenlijk gebiedsproces gestart voor het realiseren van een toekomstbestendig watersysteem. In het gezamenlijk gebiedsproces worden alternatieve drinkwaterbronnen, zoals oppervlaktewater, hemelwater, grondwater en circulair hergebruik van proceswater onderzocht om te benutten voor drinkwater. Rekening moet worden gehouden met een lange tijdshorizon (10 tot 15 jaar) om deze alternatieve waterbronnen van drinkwaterkwaliteit te kunnen benutten voor de voedselindustrie. Op dit moment is met name voor de gemeente Urk het benutten van alternatieve drinkwaterbronnen voor de voedselindustrie urgent. Maar ook voedselverwerkende bedrijven in de Noordoostpolder en andere bedrijven met een hoge vraag naar hoogkwalitatief water, hebben op dit moment geen ontwikkelperspectief.
De ontwikkeling van het nieuw te realiseren bedrijventerrein “Port of Urk” staat stil. Het vestigen van de beoogde bedrijven in de visverwerkende industrie op dit bedrijventerrein is niet mogelijk, omdat de leverantie van grootzakelijke drinkwateraansluitingen uitgesloten zijn. Dat geeft aanleiding om voor de korte termijn ook de mogelijkheden voor waterbesparing, hergebruik/zuivering en alternatieve aanbieders/productiemethoden van proceswater te onderzoeken. Door drinkwater, waar dit op korte termijn mogelijk is, niet langer voor laagwaardig gebruik te benutten kunnen de geconstateerde knelpunten enigszins gelenigd worden. Bij verdergaande groei van de drinkwatervraag in Noordelijk Flevoland, zonder dat wij maatregelen treffen, gaat dit ook voor de woningbouw leiden tot congestie.
Schaarste in het grond- en oppervlaktewatersysteem
Sinds de aanleg van de Noordoostpolder voeren we in de oostrand water uit het IJsselmeer aan. Daarnaast wordt in sommige gebieden water aangevoerd om het Samen op weg naar Flevoland in Balans. Strategische uitvoeringsagenda rijk regio Flevoland 2026-2027 | 39
zoutgehalte, dat vanwege de vroegere Zuiderzee in grote delen van het gebied nog in de ondergrond zit, in het oppervlaktewater te verlagen. De behoefte hieraan en de behoefte aan wateraanvoer voor de watervoorziening van natuurgebieden neemt toe. In Oostelijk- en Zuidelijk Flevoland vindt veel minder water aanvoer uit het IJsselmeer, Markermeer en de Veluwerandmeren plaats. Ook hier neemt de behoefte aan wateraanvoer voor het verlagen van het zoutgehalte en de watervoorziening van natuurgebieden toe. Dit wordt mede veroorzaakt door klimaatverandering, doordat de kans op lange aaneengesloten droge periodes toeneemt. De druk op het IJsselmeergebied vanuit verschillende watervragende functies groeit en de kans op voldoende beschikbaarheid van IJsselmeerwater neemt af. Ook Flevoland heeft vaker en meer water uit het IJsselmeer nodig. Wat we willen bereiken is een toekomstbestendig watersysteem. De keuzes in dit thema hangen samen met bovenregionale processen, zoals de nota ruimte, het Deltaprogramma en de herziening waterverdeling regio IJsselmeergebied.
(Aangepaste) lopende afspraken:
• Rijk en regio werken in het Platform IJsselmeergebied en de Deltaprogramma’s IJsselmeergebied en Zoetwater gezamenlijk aan een goede balans tussen een robuust watersysteem en de verschillende gebruiksfuncties van het IJsselmeergebied.
Nieuwe afspraken:
Schaarste aan drink- en proceswater: • Rijk en regio en betrokken partners verkennen de impact en gezamenlijke aanpak van drinkwaterschaarste voor Flevoland. Rijk en regio zorgen voor regie en bijbehorende governancestructuur op dit onderwerp zodat daadkrachtig gezamenlijk stappen kunnen worden gezet. Hierbij wordt ook onderzocht welke instrumenten Rijk en regio kunnen inzetten om voortgang te boeken. Hierbij kan onder andere gedacht worden aan pilots en experimenteerruimte. Rijk en regio gaan na of we aanvullende eisen willen stellen aan woningbouw met het oog op drinkwaterbesparing, zoals dit bijvoorbeeld als één van de leidende principes wordt gehanteerd in de ontwikkeling van Almere Pampus. Hierbij wordt onder meer gekeken naar mogelijkheden als (a) normstelling ten aanzien van drinkwatergebruik en -besparingsmaatregelen bij nieuwbouwlocaties, (b) opvangen en gebruiken regenwater bij nieuwbouw en (c) innovaties voor drink- en proceswater. Schaarste in het grond- en oppervlaktewatersysteem: • PM Het belang van Flevoland als meest productieve voedselproducerende (akkerbouw)regio dient meegewogen te worden bij de landelijke verdeling van water in het hoofdwatersysteem en de verdeling van water in de regio IJsselmeergebied. • Een duurzame drinkwatervoorziening en een toekomstbestendig watersysteem vraagt kennis en expertise.
Hiervoor gaan Rijk en regio met elkaar in gesprek over versterking van het onderwijsaanbod in Flevoland op het gebied van (water)techniek (zie ook ontwikkelpijler 2)
Samen op weg naar Flevoland in Balans. Strategische uitvoeringsagenda rijk regio Flevoland 2026-2027 | 40
Komen tot een integraal adaptief ontwikkelpad Deze uitvoeringsagenda is een weergave van de afspraken die concreet voor de periode 2026 en 2027 worden gemaakt. De afspraken zijn onderdeel van een veel langer perspectief zoals benoemd in deel 1 van de Strategische Agenda Flevoland. De acties in 2026 en 2027 passen bij het langetermijnperspectief. Verdeeld over een aantal meerjarige tijdblokken wordt op hoofdlijnen integraal (onderverdeeld per pijler) een beknopte weergave van de samenhangende inzet geschetst. Getallen zijn indicatief bedoeld m.u.v. de voor de periode tot 2030 benoemde aantallen waarover in de Woondeals MRA en ZUND afspraken zijn gemaakt.
Nieuwe afspraak:
Rijk (VRO) en regio (spreken af om onderstaande beeld in 2026 en 2027 volledig te maken en te preciseren t.b.v. het ontwikkelen en behandelen van de actualisatie van deel 1 SAF.
Ontwikkeling en randvoorwaarden voor ontwikkeling behulpzaam bij het voorbereiden van gesprek over besluiten Ontwikkeling
2030
(2030-) 2035
(2035-) 2040
2040-2050
Woningen Prognose (30.000 woningen/10jaar)
+ 39.743
+55.000 (cumulatief)
+70.000 (cumulatief)
+ ca 100.000 (cumulatief)
Waar ligt accent op woningbouw in de regio
Almere Lelystad Cf woondeal
Lelystad Zuiderhage Dronten Almere Centrum Almere Pampus
Dronten Lelystad Almere Centrum Almere Pampus Oosterwold fase 2
Almere Pampus 25.000 Emmeloord 5.000
Inwoners Prognose (feitelijk Flevoland)
503.490
541.643
578.805
643.332
Groeipercentage per 10 jaar
25 % (>2x landelijk gemiddelde)
19 %
15 %
11 % (landelijk gemiddelde)
Goede landbouwgrond
Ca 80.000 ha (inclusief gronden Pampus, Oosterwold fase 2, Zuiderhage, PM kazerne (500 ha)
Samen op weg naar Flevoland in Balans. Strategische uitvoeringsagenda rijk regio Flevoland 2026-2027 | 41
Randvoorwaarden
2030
(2030-) 2035
(2035-) 2040
2040-2050
Pijler 1 Vitale dorpen en steden
Aanpak (zorg) voorzieningen en groei financiering helder.
A6 2 x 3, A27 gereed.
N50, OV SAAL gereed.
(zorg) voorzieningen op orde brengen.
(zorg) voorzieningen op orde.
IJmeerverbinding gereed tbv Almere en Lelystad.
Plus 20.000 stuwende werkgelegenheid om woon/werkbalans te stabiliseren.
Plus 30.000 stuwende werkgelegenheid, hoger onderwijs oostflank MRA (tech/ICT,HBO/ universitair) en Dronten/Urk/NOP (agro-vis, HBO).
Blijvende groei stuwende werkgelegenheid.
Uitvoering duurzaam bouwen.
Uitvoering duurzaam bouwen.
Groen blauwe dooradering uitvoeren.
Groen blauwe dooradering uitvoeren.
(drink) water beschikbaar/verbruik efficiënter.
Juridisch hard besluit wel/niet grootschalig OV. Pijler 2 Toekomstbestendige economische ontwikkeling
Geen energiecongestie.
Pijler 3 Robuust natuurlijk fundament
Toekomstbestendig bouwen en ruimtekeuzes helder wat dat betekent.
Inzet op stuwende werkgelegenheid en hoger onderwijs (verbeteren woon/werkbalans.
(Drink)water beschikbaarheid op orde brengen richting 2040 inclusief efficiënter gebruik, afvalwater zuivering op orde brengen richting 2040.
Hieronder is voor de onderdelen bereikbaarheid en economie voor de komende 5-10 jaar en lange termijn ter illustratie een adaptief ontwikkelpad opgenomen dat nodig is om in 2050 de door Rijk en regio gewenste woningbouw te kunnen realiseren. Voor de verschillende projecten moeten nog stappen gezet worden wanneer het gaat om bekostiging, uitvoeringscapaciteit, maakbaarheid en stikstofmaatregelen.
Korte- en middellange termijn
• Realisatie van het MIRT-project verbreding A6 Almere Buiten Oost/Oostvaarders (afslag 8) – Lelystad (afslag 10) naar 2x3. • Realisatie van het MIRT project verbreding N50 Kampen – Kampen Zuid naar 2x2 en een fysieke rijbaanscheiding Ramspol – Kampen. PM afstemming Arjen/Leo • Start MIRT-verkenning verbreding A27 Knooppunt Eemnes-afslag Zeewolde (afhankelijk van besluitvorming I&W in 2025).
Lelylijn gereed tbv Emmeloord.
Landbouw duurzaam en aangepast aan mindere drooglegging of verzilting in delen provincie.
Afvalwate zuivering op orde
• P-verkenning IJmeerverbinding. Bij een positieve uitkomst kan bij het BO MIRT van 2026 een MIRT-verkenning naar de IJmeerverbinding worden gestart. • Start MIRT-verkenning Lelylijn incl. onderzoek naar Ketelmeertunnel. • Uitwerken eindbeeld naar 2x2 N50 Kampen Zuid – Hattemmerbroek en Ramspol-Kampen op basis van reeds bestaand onderzoek. • Regionaal onderzoek naar HOV-verbinding Almere – ’t Gooi – Utrecht (Science Park). Vervolgens kan een ontwikkelpad voor de (H)OV-verbinding ‘Stichtse Lijn’ worden opgesteld en uitgevoerd. • Handelingsperspectief voor bereikbaarheid van Lelystad Zuiderhage. • Landelijke aanpak spreiden en mijden incl. bekostigingsafspraken. • Provincie Flevoland, de Flevolandse gemeenten, I&W, VRO gaan na op welke wijze fasering van woningbouw over de regio kan bijdragen aan het beperken van de bereikbaarheidsproblematiek in de periode 2035-2045 • Druk op- en afritten en onderliggend wegennet analyseren. • Realisatie PHS-SAAL. • Realisatie verbreding A27 Eemnes-afslag Zeewolde. Samen op weg naar Flevoland in Balans. Strategische uitvoeringsagenda rijk regio Flevoland 2026-2027 | 42