478c2281-6681-4374-9db2-e372abd246cf.pdf
Tekst van het document
Relevante wetsartikelen Uit de WPO
Artikel 48. Instandhouding openbare school door een stichting
1Een gemeenteraad kan besluiten dat een of meer openbare scholen in de gemeente in stand worden gehouden door een stichting die zich ten doel stelt het in stand houden van een of meer openbare scholen, al dan niet te zamen met openbare scholen als bedoeld in de Wet op de expertisecentra of openbare scholen als bedoeld in de Wet op het voortgezet onderwijs.
2De gemeenteraad maakt het voornemen tot een besluit als bedoeld in het eerste lid bekend.
3Een stichting die een openbare school in stand houdt, wordt opgericht door een of meer gemeenten, al dan niet te zamen met een of meer privaatrechtelijke rechtspersonen met volledige rechtsbevoegdheid.
4Onverminderd artikel 17d, eerste lid, is het statutaire doel van de stichting uitsluitend het geven van openbaar onderwijs overeenkomstig artikel 46.
5De stichting oefent alle taken en bevoegdheden van het bevoegd gezag uit.
6Onverminderd het vierde lid voorzien de statuten in ieder geval in een regeling omtrent: o
a.de samenstelling, werkwijze en inrichting van het bestuur van de stichting,
o
b.de wijze van benoeming, herbenoeming, schorsing en ontslag van de bestuursleden, met dien verstande dat de leden van het bestuur worden benoemd door de gemeenteraad of gemeenteraden en dat ten minste een derde gedeelte, doch geen meerderheid, van die leden wordt benoemd op bindende voordracht van de ouders van de leerlingen die zijn ingeschreven op de betrokken school of scholen,
o
c.de termijn waarvoor de bestuursleden worden benoemd,
o
d.de vaststelling van de begroting na goedkeuring door de desbetreffende gemeenteraad of gemeenteraden en de vaststelling van de jaarrekening na instemming van de desbetreffende gemeenteraad of gemeenteraden,
o
e.de wijze waarop de gemeenteraad of gemeenteraden toezicht op het bestuur uitoefenen,
o
f.de gronden waarop het bestuur kan besluiten de vergaderingen besloten te houden,
o
g.de periode waarvoor de stichting in het leven wordt geroepen, met dien verstande dat deze periode ten minste 5 jaren bedraagt, en
o
h.de bevoegdheid de stichting te ontbinden, met dien verstande dat in de regeling een overheersende invloed van de overheid in het bestuur is verzekerd.
De goedkeuring bedoeld in onderdeel d kan worden onthouden wegens strijd met het recht of met het algemeen belang, waaronder begrepen het financiële belang van de gemeente.
7De statuten van de stichting kunnen slechts worden gewijzigd na instemming van de desbetreffende gemeenteraad of gemeenteraden.
8Het bestuur brengt jaarlijks aan de gemeenteraad of gemeenteraden verslag uit over de werkzaamheden, waarbij in ieder geval aandacht wordt geschonken aan de wezenskenmerken van het openbaar onderwijs. Het verslag wordt openbaar gemaakt.
9De vergaderingen van het bestuur van de stichting zijn openbaar, tenzij het bestuur anders beslist, op gronden, vermeld in de statuten.
10Indien voor 1 februari van het jaar waarvoor de begroting geldt, de begroting niet is goedgekeurd, neemt de gemeenteraad of gemeenteraden de maatregelen die zij nodig achten om de continuïteit van het onderwijsproces te waarborgen.
11De gemeenteraad of gemeenteraden zijn in geval van ernstige taakverwaarlozing door het bestuur of functioneren in strijd met de wet bevoegd zelf te voorzien in het bestuur van de scholen en zo nodig de stichting te ontbinden.
12Indien de school een raad van toezicht heeft, is het zesde lid niet van toepassing en voorzien de statuten, onverminderd artikel 17c, in ieder geval in een regeling omtrent: o
a.de samenstelling, werkwijze en inrichting van de raad van toezicht van de stichting,
o
b.de wijze van benoeming, herbenoeming, schorsing en ontslag van de leden van de raad van toezicht, met dien verstande dat de leden van de raad van toezicht worden benoemd door de gemeenteraad of gemeenteraden en dat ten minste een derde gedeelte, doch geen meerderheid, van die leden wordt benoemd op bindende voordracht van de ouders van de leerlingen die zijn ingeschreven op de betrokken school of scholen,
o
c.de termijn waarvoor de leden van de raad van toezicht worden benoemd,
o
d.de vaststelling van de begroting en de jaarrekening, en
o
e.de periode waarvoor de stichting in het leven wordt geroepen, met dien verstande dat deze periode ten minste 5 jaren bedraagt,
o
h.de bevoegdheid de stichting te ontbinden, met dien verstande dat in de regeling een overheersende invloed van de overheid in de raad van toezicht is verzekerd. Het achtste, negende en elfde lid zijn van overeenkomstige toepassing.
Uit de statuten van ANTE: ARTIKEL 10. RAAD VAN TOEZICHT; BENOEMING 1. Onverminderd het bepaalde ten aanzien van de gemeenteraad in deze statuten en de Wet is het toezicht op het beleid van het college van bestuur, het functioneren van het college van bestuur en op de algemene gang van zaken in de stichting opgedragen aan een raad van toezicht. De raad van toezicht bestaat uit vijf tot zeven natuurlijke personen. 2. De leden van de raad van toezicht worden benoemd door de gemeenteraad. Benoeming van de leden van de raad van toezicht geschiedt met inachtneming van een door de raad van toezicht vastgestelde profielschets en werving- en selectieprocedure. In de profielschets worden de noodzakelijke competenties, achtergrond en kwaliteiten van de raad van toezicht en de afzonderlijke leden van de raad van toezicht beschreven. De profielschets en wervingselectieprocedure worden openbaar gemaakt. De GMR wordt vooraf in de gelegenheid gesteld om advies uit te brengen over het vaststellen van de competentieprofielen van de leden van het raad van toezicht. 3. De raad van toezicht doet aan de gemeenteraad een voordracht voor de benoeming van de leden van de raad van toezicht. Voorafgaand wordt hierover aan het college van bestuur advies gevraagd. 4.
Ten minste een derde gedeelte, maar geen meerderheid, van de leden van de raad van toezicht wordt benoemd op bindende voordracht van de oudergeleding van de GMR. De in de leden 3 en 4 van dit artikel genoemde voordrachten worden voorbereid door een benoemingsadviescommissie. In de benoemingsadviescommissie hebben in elk geval twee leden van de raad van toezicht en twee leden van de GMR zitting. De werkwijze van de benoemingsadviescommissie wordt in een door de raad van toezicht vast te stellen reglement nader uitgewerkt. De voordracht wordt opgemaakt met inachtneming van het profiel bedoeld in het tweede lid van dit artikel. Een op voordracht van de oudergeleding van de (G)MR benoemd lid van de raad van toezicht vervult zijn taak zonder mandaat en onafhankelijk van bij de stichting dan wel haar instellingen betrokken deelbelangen. Voorts stelt de raad van toezicht de GMR in de gelegenheid een bindende voordracht te doen voor één lid van de raad van toezicht. De overige leden worden benoemd op voordracht van de raad van toezicht. 5. De raad van toezicht benoemt uit haar midden een voorzitter en een vicevoorzitter. De raad van toezicht kan bepalen dat een lid meer in het bijzonder met een specifieke taak zal zijn belast. Een
zodanige taakverdeling laat de gezamenlijke verantwoordelijkheid van alle leden van de raad van toezicht onverlet. 6. De leden van de raad van toezicht worden benoemd voor een periode van vier jaar. Aftreden geschiedt volgens een door de raad van toezicht op te stellen rooster van aftreden. Een volgens het rooster van aftreden aftredend lid van de raad van toezicht is onmiddellijk herbenoembaar. Herbenoeming is slechts eenmaal mogelijk. De in een tussentijdse vacature benoemde neemt op het rooster de plaats in van degene in wiens vacature hij werd benoemd. Ten aanzien van een tussentijds benoemde is herbenoeming ook slechts eenmaal mogelijk. 7. Een lid van de raad van toezicht kan worden geschorst en ontslagen door de gemeenteraad. De schorsing van een lid van de raad van toezicht vervalt, indien de gemeenteraad niet binnen drie maanden na de datum van ingang van de schorsing besluit tot opheffing of verlenging van de schorsing. Een schorsing kan voor ten hoogste drie maanden worden verlengd, ingaande op de datum waarop het besluit tot verlenging van de schorsing werd genomen. Het betrokken lid wordt in de gelegenheid gesteld zich in een vergadering van de gemeenteraad waarin schorsing of verlenging daarvan aan de orde is te verantwoorden. Daarbij kan hij zich doen bijstaan door een raadsman. 8. Een lid van de raad van toezicht kan worden geschorst door de raad van toezicht.
Een dergelijk besluit kan slechts worden genomen met twee/derde meerderheid van stemmen. Het bepaalde in lid 7 tweede zin en verder is vervolgens van toepassing. 9. Disfunctioneren of het niet voldoen aan de in artikel 12 genoemde eisen inzake belangenverstrengeling en onafhankelijkheid kunnen reden zijn voor schorsing en ontslag als bedoeld in de twee vorige leden van dit artikel. 10. Een lid van de raad van toezicht defungeert: a. door zijn overlijden; b. door zijn vrijwillig aftreden; c. door zijn ontslag verleend overeenkomstig het bepaalde in het zevende lid van dit artikel, en d. door het verstrijken van de termijn waarvoor hij is benoemd, behoudens zijn eventuele herbenoeming. e. door zijn ontslag verleend door de rechtbank; f. door zijn ontslag hem verleend door de raad van toezicht bij besluit genomen met algemene stemmen van in functie zijnde leden van de raad van toezicht met uitzondering van het betrokken lid van de raad van toezicht; g. als hij het vrije beheer over zijn vermogen verliest; h. als hij lid van het college van bestuur wordt. 11. De raad van toezicht stelt op basis van een door de raad van toezicht vast te stellen reglement de eventuele onkostenvergoedingen van leden van de raad van toezicht vast. De hieruit voortvloeiende hoogte van de onkostenvergoedingen worden in de begroting en de jaarrekening verantwoord. 12.
De raad van toezicht kan zich voor rekening van de stichting in de uitoefening van zijn taak doen bijstaan door één of meer deskundigen. 13. In vacatures wordt zo spoedig mogelijk voorzien. Een niet voltallige raad van toezicht houdt zijn bevoegdheden. Bij ontstentenis of belet van alle leden van de raad van toezicht of van het enige (overgebleven) lid worden de taken en bevoegdheden van de raad van toezicht waargenomen door
de perso(o)n(en) die daartoe door gelijkluidend besluit van de gemeenteraad, al dan niet op verzoek van één of meer belanghebbende(n), is of wordt/en aangewezen.