2a8ddf53-ebec-4e8e-9005-e27295a00fd2.pdf
Tekst van het document
Gemeenteraad van Dronten
Datum Kenmerk Contactpersoon
6 juli 2021 18806 Danique Hoftijzer
Onderwerp
Regioplan laaggeletterdheid AMR Flevoland 2021 - 2024
Geachte leden van de raad,
Op 6 juli 2021 hebben wij het Regioplan Laaggeletterdheid 2021-2024 AMR Flevoland vastgesteld. Met deze brief informeren wij u over dit plan. Inleiding Iemand die laaggeletterd is heeft moeite met lezen, schrijven, rekenen of met digitale vaardigheden. In de arbeidsmarktregio Flevoland (Almere, Lelystad, Dronten, Urk en Noordoostpolder) gaat het om zo’n 15% van de bevolking. Laaggeletterdheid is een risicofactor als het gaat om werkloosheid, schulden en een slechtere gezondheid. Op basis van het landelijke actieprogramma Tel mee met Taal krijgt iedere arbeidsmarktregio een budget om laaggeletterdheid terug te dringen. Het budget bestaat uit twee delen: een bedrag op basis van de Wet Educatie en Beroepsonderwijs (WEB) en een decentralisatie-uitkering. Afspraak tussen de VNG en het ministerie van Onderwijs, cultuur en wetenschappen (OCW) is dat de regio’s voor de periode tot en met 2024 een regionaal plan opstellen. De decentralisatie-uitkering is bedoeld om de ambities in regioverband te realiseren. Het Regioplan 2021-2024 Flevoland is in overleg opgesteld Voor de arbeidsmarktregio Flevoland is Almere contactgemeente voor OCW. Het plan is opgesteld door de vijf gemeenten samen, met ondersteuning van bureau Goed geschud. Inhoudelijk sluit het plan aan bij de lokale prioriteiten.
Vertegenwoordigers van de Stichting Lezen & Schrijven en van Bibliotheeknetwerk Flevoland hebben bij het opstellen met ons meegedacht. Om voldoende draagvlak te krijgen is de concepttekst voorgelegd aan een groot aantal netwerkpartners (zoals uitvoerders, Leerwerkloket, RWF en bibliotheken). Enkele terechte kritische kanttekeningen zijn verwerkt. Op 15 maart jl. hebben de vijf verantwoordelijke wethouders het plan met elkaar besproken. Hun reacties waren positief. Op hun verzoek is de aandacht voor ouders van jonge kinderen wat aangescherpt. De afspraak is gemaakt dat de wethouders gedurende de looptijd van het plan eenmaal per jaar de stand van zaken met elkaar te bespreken. Het plan is definitief als alle vijf de colleges het hebben vastgesteld.
Bijlage(n): Regioplan laaggeletterdheid 2021-2024 AMR Flevoland
De Rede 58 8251 EX Dronten
Postbus 100 8250 AC Dronten
Telefoon 14 0321
www.dronten.nl
Kenmerk Bladnummer
18806
Adviesraad Sociaal Domein In Dronten is om advies gevraagd van de Adviesraad Sociaal Domein (ASD). De adviezen van de ASD zullen grotendeels meegenomen worden richting de uitvoering van het regioplan en richting nog te ontwikkelen lokaal beleid. De inhoud van het Regioplan 2021-2024 Iedere gemeente heeft het aanbod aan cursussen en trainingen voor mensen die laaggeletterd zijn ingericht op een manier die past bij de lokale situatie. Het Regioplan richt zich op thema’s waarbij een regionale aanpak meerwaarde heeft. De keuze viel op de thema’s ‘taal en werk’, ‘taal en gezondheid’ en ‘taal en opvoeding’. Een belangrijke reden hiervoor is de wens regionaal opererende organisaties te betrekken (denk aan werkgevers, Leerwerkloket, GGD, Bibliotheeknetwerk Flevoland). Het regionale beleid richt zich op anderstalige inwoners én op inwoners met Nederlands als moedertaal. Die laatste groep geven we extra aandacht voor een groter bereik. We focussen de komende jaren op: 1. Vraaggestuurd aanbod Het doel van de hulpvrager (“wat wil ik kunnen”) bepaalt een traject of training. 2. Vindbaarheid van het taalaanbod: In elke gemeente komt een centraal punt waar inwoners en verwijzers met vragen terecht kunnen en waar een goed overzicht van het aanbod te vinden is. 3.
Basisvaardigheden en zelfredzaamheid: Het verbeteren van taal en rekenen en het vergroten van de digitale vaardigheden zijn geen doel op zich. We zetten het in om de zelfredzaamheid van Flevolanders te vergroten en participatie te bevorderen. 4. Vroegtijdig signaleren: Het is de bedoeling te zorgen dat professionals in het sociale domein laaggeletterdheid herkennen en het gesprek daarover kunnen aangaan. De aanpak is gericht op het bereiken van laaggeletterden via vindplaatsen (gezondheidscentra, onderwijs, werkgevers), het verbinden van formeel met non-formeel aanbod en op netwerkontwikkeling. In aansluiting op het programma Tel mee met Taal zijn ook monitoring en kwaliteitsborging in het plan opgenomen. Bovendien hebben we als gemeenten de ambitie zelf begrijpelijker te communiceren. In het Regioplan zijn de volgende doelstellingen geformuleerd: In iedere gemeente is een onafhankelijke plek waar taalvragen gesteld kunnen worden en waar iemand die signaleert naar kan doorverwijzen Er is in alle gemeenten een overzichtelijk en actueel overzicht van het aanbod Er komen cursussen taal, rekenen, basis- en digivaardigheden op de werkvloer Zorgprofessionals worden toegerust om laaggeletterdheid te signaleren en door te verwijzen De gemeenten communiceren zelf in duidelijke taal We starten met monitoring van aantallen en effecten
Kenmerk Bladnummer
18806
Een kwartiermaker maakt plannen van aanpak per doelstelling Na het afronden van het concept Regionaal plan wisten we wat we de komende jaren willen doen. Goed geschud is als kwartiermaker vanaf mei jl. aan de slag gegaan om de vertaalslag te maken naar het hoe. Dat betekent dat in de periode tot en met oktober 2021 plannen van aanpak per doelstelling worden gerealiseerd, inclusief een tijdpad. De kwartiermaker doet een voorstel voor de verdeling van de decentralisatie-uitkering over de verschillende doelstellingen. De kosten zullen binnen de WEB-middelen en de voor laaggeletterdheid toegekende decentralisatie-uitkering vallen. Het Regionaal plan laaggeletterdheid Flevoland 2021-2024 is als bijlage bij deze brief gevoegd. Hoogachtend, Het college van Dronten
M.M.L. van Esterik-Beelen MPM Locosecretaris
drs. J.P. Gebben Burgemeester
Regioplan Laaggeletterdheid
Noordoostpolder Urk
Dronten Lelystad
2021 - 2024
Almere
Arbeidsmarktregio Flevoland Vertrouwelijk
Colofon Uitgave
Goed geschud - Juni 2021
Vormgeving
Typisch Lisa - Grafische vormgeving & DTP
2021 - 2024
Regioplan Laaggeletterdheid
Het Regioplan is een samenwerking tussen de volgende gemeenten:
Budget
We hebben geld voor de doelen uit het regioplan, dit heet budget. Er is budget uit de WEB. Dit
Samenvatting
staat voor Wet Educatie en Beroepsonderwijs en gaat over onderwijs aan volwassenen. Er is ook ander budget beschikbaar, dat heet de decentralisatie-uitkering.
Plannen uitvoeren
Het is belangrijk dat we de doelen halen en dat we de plannen goed uitvoeren. We maken
daarom voor ieder jaar een plan met doelen voor dat jaar. Dit jaar gaan we alles wat nodig is voor de uitvoering regelen. Dit noemen we de uitvoeringsorganisatie. We gaan ook
verschillende mensen en organisaties bij elkaar brengen in een netwerk. En we gaan zorgen
Dit is een samenvatting op B1-niveau, wat voor de meeste mensen goed te lezen is.
dat we onze eerste resultaten behalen. We zetten kwartiermakers in. Dit zijn mensen die
Echter is deze tekst voor mensen die laaggeletterd zijn alsnog te moeilijk.
alles organiseren om de doelen te halen. In de zomer van 2021 organiseren we een eerste bijeenkomst met alle mensen uit het netwerk van de regio.
De gemeenten van regio Flevoland gaan iets doen voor mensen die moeite hebben met lezen
Netwerk
en schrijven. Het gaat over de gemeenten: Almere, Lelystad, Dronten, Noordoostpolder en
De mensen uit het netwerk zullen actief meedoen in de uitvoering van het regioplan. Bij de
Urk. In dit regioplan staan de plannen uit deze regio. Er staat wat onze doelen zijn en wat we
uitvoering worden verschillende mensen uit de gemeenten betrokken. Bijvoorbeeld mensen
gaan doen.
die advies geven over beleid in de gemeente. Zij kijken hoe de plannen worden uitgevoerd. Er
Het is niet makkelijk om moeite met lezen en schrijven aan te pakken. De gemeenten zijn
is ieder jaar ook een overleg van het bestuur. Gemeente Almere heeft de taak om te kijken of
verschillend en zullen sommige dingen verschillend aanpakken. Maar waar het kan, zullen de
alles goed loopt.
gemeenten samenwerken en elkaar sterker maken.
Evalueren
Mensen bereiken
We gaan dit regioplan na een tijd evalueren. Dat betekent dat we gaan kijken hoe het gegaan
We kijken naar hoe we verschillende mensen die moeite hebben met lezen en schrijven in de
is. We zullen daarvoor een monitoringsysteem gebruiken. Dit is een systeem waarmee je
regio kunnen bereiken. Bijvoorbeeld ouders, werknemers en mensen die uit een ander land
bekijkt hoe het gaat en of doelen gehaald zijn. We gaan dit systeem kiezen en stap voor stap
komen. We willen deze mensen bereiken op plekken waar ze veel komen. Bijvoorbeeld op
gebruiken.
het werk en in de zorg. We gaan cursussen organiseren zodat mensen die in de zorg werken,
kunnen herkennen als iemand moeite heeft met lezen en schrijven. En we kijken bijvoorbeeld
We hopen dat we inwoners uit Almere, Lelystad, Dronten, Noordoostpolder en Urk met dit
naar taalcursussen voor op het werk.
plan goed kunnen bereiken en helpen. We willen dat inwoners die moeite hebben met lezen en schrijven, zich goed kunnen blijven ontwikkelen.
Plek voor advies
We gaan zorgen dat verschillende organisaties die iets voor mensen die moeite hebben met lezen en schrijven doen, met elkaar gaan samenwerken. We zorgen dat er plekken komen
waar mensen naar toe kunnen voor advies. Mensen kunnen hier naar toe met alle vragen over
taal en basisvaardigheden. Ze worden geholpen met het vinden van een cursus die aansluit bij wat ze willen leren. En die aansluit bij wat ze nodig hebben.
Samenwerken
te voeren. Bijvoorbeeld ROC’s, bibliotheken, Stichting Lezen en Schrijven, bedrijven en zorg-
en welzijnsorganisaties. Met sommige organisaties werken we al samen en met anderen gaan we hiermee beginnen.
Bron: doemeemettaal.nl
We willen samenwerken met verschillende organisaties in de gemeenten om ons regioplan uit
Inhoud Inleiding
09
6.
Aanpak
36
6.1 Vindplaatsen strategie Bron: doemeemettaal.nl
1.
Achtergrond
10
1.1 Aanleiding & landelijke afspraken
11
1.3 Arbeidsmarktregio Flevoland
13
1.2 Belang en de taaiheid van het thema
12
6.2 Sturen op samenwerking formeel en
2.
Samenwerking in de regio
18
38
Monitoring & kwaliteitsborging
40 42
46
7.2 Kwaliteitsborging
19
2.3 Samenwerking met regionale partners
20
8.
financiering
23
8.2 Rol contactgemeente
Doelgroep
24
3.1 Werknemers
26
3.3 Inwoners met migratieachtergrond
27
20
2.4 Samenwerking op het gebied van
3.
3.2 Ouders
4.
Focusgebieden - waar zetten we op in
4.1 Vraaggestuurd taalaanbod 4.2 Vindbaarheid taalaanbod
39
7.1 Stappenplan
2.1 Samenwerking tussen de gemeenten
2.2 Samenwerking met lokale uitvoerders
Bron: doemeemettaal.nl
non formeel
6.3 Netwerkontwikkeling
7.
37
44
Uitvoering
8.1 Uitvoeringsorganisatie
47
8.3 Uitvoeringsagenda
48
Afsluiting
47
51
27
Noordoostpolder
28 29
Urk
30
4.3 Basisvaardigheden en zelfredzaamheid 30 4.4 Vroegtijdig signaleren
31
5.
32
Doelstellingen
Dronten Lelystad
Almere
Inleiding Sinds 2015 werken alle gemeenten in de arbeidsmarktregio Flevoland samen op basis van de Wet educatie en beroepsonderwijs (WEB). In 2018 is een regionaal programma opgesteld in samenwerking tussen alle betrokken gemeenten (Almere, Lelystad, Dronten, Noordoostpolder en Urk). Het ‘Regioplan Laaggeletterdheid’ is een vervolg en een intensivering van die regionale samenwerking. In dit regioplan beschrijven wij wat onze ambities zijn als arbeidsmarktregio. Wij lichten
onze doelgroepen, de focusgebieden van onze inzet en onze aanpak toe. Dit regioplan geeft
richting aan onze gezamenlijke inzet. Bovendien stellen wij concrete doelen om onze ambities te onderstrepen.
Het proces om tot dit regioplan te komen heeft de verbinding tussen alle organisaties die
zich inzetten voor het verminderen van laaggeletterdheid in de regio versterkt. Aanbieders, bibliotheekorganisaties, provincie Flevoland, Stichting Lezen & Schrijven, en Regionaal Werkbedrijf Flevoland hebben nadrukkelijk meegedacht.
Wij zien dit plan en het proces er naar toe als een sterk fundament om als regio elkaar in de aanpak van laaggeletterdheid te versterken.
Inleiding | 09
Urk
01
Achtergrond 1.1 Aanleiding & landelijke afspraken Het opstellen van het regioplan is onder andere voortgekomen uit de Bestuurlijke Afspraken
Laaggeletterdheid ‘Samen aan de slag voor een vaardig Nederland 2020-2024’, opgesteld door het Rijk en de VNG op 9 september 2019. Hierin komen de volgende afspraken naar voren: •
Alle gemeenten hebben eind 2024, onder regie van de WEB-contactgemeente, een
•
In elke arbeidsmarktregio is een kwalitatief goed, door de WEB bekostigdonderwijs
effectieve aanpak van laaggeletterdheid gerealiseerd;
aanbod beschikbaar van formele en non-formele les- en leeractiviteiten (taal, rekenen en digitale vaardigheden), die zijn afgestemd op de leervraag, behoefte, leerstijl, en vermogen van de diverse doelgroepen.
VNG heeft de bestuurlijke afspraken in juni 2020 tot nader orde opgezegd. Het belang van
een regionale aanpak laaggeletterdheid wordt echter nog steeds gezien door de gemeenten van arbeidsmarktregio Flevoland. Daarom is het opstellen van een gezamenlijk plan met enthousiasme doorgezet.
Doelstellingen Rijk In kamerbrief van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW, 2019) zijn de volgende drie doelstellingen geformuleerd:
1. Méér mensen bereiken met een aanbod op maat, vooral de groep met
Nederlands als moedertaal
2. Weten wat werkt: investeren in kwaliteit
3. Samen aan de slag onder regie van gemeenten
Hoofdstuk 1: Achtergrond | 11
Wij vinden het, gezien de weerbarstigheid van het thema, noodzakelijk om regionaal samen te
ten opzichte van elkaar dus vragen ook om verschillende benaderingswijzen.
regio en stimuleert het een afgestemde, effectieve en efficiënte aanpak. Ook is dit regioplan
vaardigheden essentieel. Je hebt bijvoorbeeld basisvaardigheden nodig om:
werken. Daarnaast draagt de regionale samenwerking bij aan de netwerkvorming binnen de een basis voor de komende aanbesteding.
Om jezelf te redden in de maatschappij zijn de basisvaardigheden taal-, reken- en digitale
werkinstructies te kunnen begrijpen en te solliciteren;
•
medisch advies te vragen;
•
1.2 Belang en de taaiheid van het thema
•
Iemand die laaggeletterd is, heeft moeite met lezen, schrijven en/of rekenen. Ook digitale
•
vaardigheden, zoals het gebruiken van een computer of smartphone ontbreken vaak (Stichting Lezen & Schrijven, 2018).
•
•
een opleiding te kunnen volgen en een (vak)diploma te kunnen behalen; je financiën te kunnen regelen;
overheidsinformatie te begrijpen, zoals belasting- en/of toeslagformulieren; je kind te kunnen voorlezen.
Het hebben van deze basisvaardigheden is een voorwaarde om in onze maatschappij te
kunnen participeren, om zelfredzaam te zijn en om je te kunnen ontplooien. Het vergroten
Basisvaardigheden “Binnen de volwasseneneducatie verstaan we onder basisvaardigheden: taal-, reken-
van basisvaardigheden heeft daardoor een directe impact op de kansengelijkheid in de maatschappij.
en digitale vaardigheden voor laagopgeleide volwassenen. Onder taal verstaan we
Tegelijkertijd weten we hoe ingewikkeld het is om laagtaalvaardige inwoners te bereiken
van de basisvaardigheden kan een volwassene zich zelfstandig redden in de
categorie NT1 behoren, op laaggeletterdheid rust. Bovendien vraagt het ontwikkelen van
Nederlands als moedertaal en Nederlands als tweede taal. Met voldoende beheersing maatschappij. Deze persoon is zelfredzaam.” (Stichting het Begint met Taal, 2018)
en te ondersteunen. Een reden hiervoor is het taboe dat, vooral onder mensen die tot de basisvaardigheden, zeker op later leeftijd, een grote inspanning.
1.3 Arbeidsmarktregio Flevoland Digitale vaardigheden/digivaardigheden “Digitale vaardigheden zijn vaardigheden om met digitale apparaten en programma’s om te kunnen gaan. Bijvoorbeeld omgaan met computers, internet, Facebook of
tekstverwerkingsprogramma’s, maar ook met een mobiele telefoon, een printer enz.
Deze vaardigheden hebben ook betrekking op bewust en kritisch omgaan met digitale media en het kunnen zoeken, selecteren, verwerken en gebruiken van relevante informatie uit digitale bronnen.” (Stichting het Begint met Taal, 2018)
1.3.1 Demografie De arbeidsmarktregio Flevoland omvat vijf gemeenten: Almere, Lelystad, Dronten,
Noordoostpolder en Urk. Zeewolde is ook gelegen in provincie Flevoland, maar maakt geen deel uit van de arbeidsmarktregio Flevoland.
De provincie bestaat uit drie gebieden: de Noordoostpolder, Oostelijk Flevoland en Zuidelijk Flevoland. Gelegen in de Noordoostpolder zijn de gemeenten Urk en Noordoostpolder.
Oostelijk Flevoland omvat Lelystad en Dronten. Almere is gelegen in Zuidelijk Flevoland. Als men spreekt over laaggeletterden gaat dit veelal over twee groepen: NT1 en NT2 1. De NT1 groep bestaat uit personen van wie Nederlands de eerste taal is. Onder de NT2 groep vallen
De term NT1 en NT2 kunnen ook verwijzen naar onderwijs, waarbij NT1 onderwijs zich richt op
personen met Nederlands als tweede taal (Stichting het Begint met Taal, 2018). Onofficieel
1
in Nederland wonen, maar lage taalvaardigheden hebben. Deze doelgroepen verschillen sterk
moedertaal dan Nederlands (Stichting het Begint met Taal, 2018).
wordt daarnaast de term NT1,5 gebruikt voor ex-inburgeraars en personen die al langere tijd
12 | Hoofdstuk 1: Achtergrond
inwoners met een Nederlandse achtergrond, en inwoners met een migratieachtergrond die mondelinge taalvaardigheden al (redelijk) beheersen. NT2 onderwijst richt zich op mensen met een andere
Hoofdstuk 1: Achtergrond | 13
Tabel 1: Aantal inwoners, percentage laaggeletterden en geschatte aantal laaggeletterde inwoners per
1.3.2 Lokale verschillen De gemeenten in arbeidsmarktregio Flevoland verschillen onderling wat betreft inwoners,
gemeente en voor de gehele arbeidsmarktregio (Geletterdheidinzicht.nl, sd) 2 Almere
Lelystad
Dronten
NOP
Urk
Arbeidsmarkt-regio
214.278
79.832
42.035
47.262
21.033
404.440
Percentage laaggeletterd
15%
16%
7%
20%
20%
15%
Aantal laaggeletterden
32.142
12.773
2.942
9.452
4.206
60.666
beleid en aanpak. In Tabel 1 geven we een overzicht van de verschillen in percentages laaggeletterdheid binnen de gemeenten van arbeidsmarktregio Flevoland.
Aantal inwoners
De gemeenten verschillen ook in welke bevolkingsgroep de laaggeletterdheid het meeste
voorkomt 3. Deze verschillende bevolkingsgroepen en percentages zijn weergegeven in Tabel 2. Tabel 2: Bevolkingsgroepen waarbinnen het percentage laaggeletterdheid het grootst is per gemeente
en het geschatte aantal inwoners dat binnen die bevolkingsgroep laaggeletterd is (Geletterdheidinzicht.
nl, sd)
Aantal inwoners
Bevolkingsgroep
Almere
Migranten (30+) met partner en/of kinderen
50%
9928
Migranten (30+) met partner en/of kinderen
23%
629
Lelystad Dronten
Noordoostpolder
Percentage laaggeletterd
Gemeente
NOP
Urk Urk
Migranten (30+) met partner en/of kinderen
41%
Nederlandse werkenden (50+) met gezin
20%
2596
539
Migranten (30+) met partner en/of kinderen
23%
698
Nederlandse werkenden (50+) met gezin
20%
620
Jongeren (<30) zonder partner of kinderen
20%
205
Nederlandse werkenden (50+) met gezin
20%
206
De gemeenten verschillen onderling in het aantal formele en non-formele aanbieders en in
hoeverre er een samenwerking is tussen deze aanbieders. Een overzicht van de belangrijkste
Dronten
aanbieders per gemeente is te zien in Tabel 3. In elke gemeente zijn naast de belangrijkste, grootste aanbieders, ook kleinere aanbieders actief.
Lelystad
2
De percentages zijn een benadering en worden hier gebruikt om een beeld te scheppen, percentages
3
Deze percentages zijn ook bij benadering. De bevolkingsgroepen zijn ingedeeld in clusters door
zijn ook afhankelijk van de gehanteerde definitie van laaggeletterdheid Geletterdheidinzicht.nl.
Almere Hoofdstuk 1: Achtergrond | 14
Hoofdstuk 1: Achtergrond | 15
De gemeente Dronten hanteert een integrale benadering op het gebied van laaggeletterdheid
Tabel 3: Belangrijkste aanbieders per gemeente Almere
Lelystad
Dronten
Noordoostpolder
Urk
8 aanbieders
2 aanbieders
3 aanbieders
4 aanbieders
3 aanbieders
samenwerking
Contact tussen non-formeel
en legt daarbij vooral de link met participatie.
Noordoostpolder
Gemeente Noordoostpolder is wat betreft oppervlak de grootste gemeente van Flevoland.
Noordoostpolder bestaat uit de grotere plaats Emmeloord en kleinere, omliggende dorpen.
2 formeel
1 formeel
1 formeel
1 formeel
1 formeel
In Noordoostpolder is, net als in Dronten, de agrarische sector groot ten opzichte van
De Nieuwe Bibliotheek
Huis voor Taal (HvT)
HvT
HvT
HvT
arbeidsmigranten in deze sector.
Geen HvT
1 non-formeel
Flevomeer bibliotheek Welzijn Lelystad
2 non-formeel Flevomeer
bibliotheek
3 non-formeel Flevomeer
bibliotheek
2 non-formeel Flevomeer
bibliotheek
de andere gemeenten in Flevoland (CBS, 2019). Ook hier werken veel inwoners en
Noordoostpolder zet in op een integrale benadering van laaggeletterdheid, waarin onder andere wordt gestreefd naar het actief betrekken van werkgevers en aanbieders in het terugdringen van laaggeletterdheid.
Almere
Almere is de contactgemeente binnen de arbeidsmarktregio. Almere ligt dichtbij Amsterdam
Urk
regio.
wordt dialect gesproken.
en heeft een ‘Randstedelijk’ karakter – dit in tegenstelling tot andere gemeenten binnen de
Urk is de kleinste gemeente van Flevoland en is direct gelegen aan het IJsselmeer. Op Urk
Opvallend is dat Almere als enige gemeente in de arbeidsmarktregio geen Huis voor Taal
Kenmerkend voor Urk is de visindustrie. Een groot deel van de inwoners van Urk werkt dan
heeft. Daarnaast is in Almere een andere bibliotheek gevestigd dan in de rest van de
arbeidsmarktregio. De Almeerse bibliotheek heeft weliswaar een Digitaalhuis, maar dit is geen samenwerkingsverband met andere organisaties zoals in de overige gemeenten.
ook in de visserij, deze sector trekt ook arbeidsmigranten aan.
Het beleid rondom laaggeletterdheid is in Urk geïntegreerd in het sociaal domein.
Lelystad
Lelystad is een middelgrote gemeente, maar komt wat betreft hun problematiek overeen met
Bron: doemeemettaal.nl
grote steden. Er heerst veel armoede en die wordt in Lelystad sterk aan laaggeletterdheid
gerelateerd. Ook wordt er een verband gelegd tussen andersoortige problematiek, zoals op
het gebied van gezondheid en werk, en laaggeletterdheid gezien in Lelystad. Om deze reden wordt laaggeletterdheid vanuit gemeente Lelystad integraal benaderd.
Typerend voor Lelystad is dat er weinig aanbieders zijn. Er is één non-formele aanbieder, het Huis voor Taal, en één formele aanbieder, het ROC van Flevoland.
Dronten
In Dronten is de agrarische sector groot ten opzichte van de andere gemeenten in Flevoland (CBS, 2019). Er zijn dan ook veel inwoners en arbeidsmigranten werkzaam in deze sector.
16 | Hoofdstuk 1: Achtergrond
Hoofdstuk 1: Achtergrond | 17
Almere
02
Samenwerking in de regio 2.1 Samenwerking tussen de gemeenten Sinds 2015 werken wij als gemeenten samen in de regio Flevoland. Hierdoor hebben we met elkaar veel kennis opgebouwd. Wij blijven continu van elkaar leren via het delen van best
practices en het organiseren van kennissessies.
Ondanks de grote demografische verschillen tussen de gemeenten, hebben wij te maken met dezelfde mate van complexiteit en dezelfde soorten obstakels. Het thema laaggeletterdheid vraagt dan ook om een regionale aanpak, waarbij over de grenzen van de gemeenten wordt
gekeken en gewerkt. In dit regioplan stellen wij daarom een gezamenlijke focus en gedeelde doelstellingen vast. Hier kunnen de gemeenten lokaal meer doelstellingen aan toevoegen. Onze regionale samenwerking zorgt ook voor kostenefficiëntie. Door regionaal samen te werken, hoeven de gemeenten niet zelf alle zaken te regelen. Denk daarbij aan
coördinatie, inkoop, administratie en technische monitoring van taalaanbod, wat vooral bij contactgemeente Almere zal liggen.
Tot slot werken wij als gemeenten nauw samen als het gaat om campagnes en de aanbesteding van het formele aanbod.
Hoofdstuk 2: Samenwerking in de regio | 19
2.2 Samenwerking met lokale uitvoerders
2.3.1 Aanbieders
Niet alles is regionaal te regelen: elke gemeente is immers verschillend. Het is dan ook van
betrokken zijn.
belang dat er aandacht is voor de lokale situatie.
Lokale partijen zijn verankerd in het lokale netwerk van de gemeenten, zitten dicht op
de praktijk en hebben goed zicht op de uitvoering. Het is daarom van belang dat lokale
partijen zich verbonden en betrokken voelen bij de uitvoering, dat zij inbreng kunnen geven en dat er met hen wordt overlegd. Daardoor wakkeren wij lokaal eigenaarschap en lokale betrokkenheid aan.
2.3 Samenwerking met regionale partners In de regio zijn veel partijen actief op het gebied van laaggeletterdheid, deze worden in het
overzicht hieronder weergegeven. De afstemming met de provincie Flevoland, het regionaal werkbedrijf, maar ook grote werkgevers pakken wij gezamenlijk op ter versterking van de regionale aanpak.
Ui tv oe rd er s
Ge m ee nt en •
Almere (contactgemeente)
•
ROC van Flevoland
•
Lelystad
•
lvio Opleidingen
• • •
Dronten
Noordoostpolder
•
Urk
Re gi on al e ne tw er kp
•
•
ar tn er s
ROC Friese Poort Huis voor Taal
Lokale uitvoerders van nonformeel aanbod
Ko ep el s & O ve rh ed en
Stichting Lezen & Schrijven
•
Provincie Flevoland
•
Flevomeerbibliotheek
•
VNG
• • • • •
Bibliotheek Netwerk Flevoland Nieuwe Bibliotheek Leerwerkloket
Regionaal Werkbedrijf Flevoland UWV
In Almere is in september 2020 een taalakkoord ondertekend door 15 organisaties, waaronder de gemeente. Met hen is afgesproken om samen te werken en dat zij zich extra zullen inzetten om laaggeletterdheid terug te dringen.
In Noordoostpolder vinden momenteel ontwikkelingen plaats voor een soortgelijk akkoord.
2.3.2 Regionale netwerkpartners Tijdens het opstellen van dit regioplan zijn Stichting Lezen & Schrijven en Bibliotheeknetwerk Flevoland (BNF) nauw betrokken geweest.
BNF is een samenwerkingsverband tussen de FlevoMeer Bibliotheek en de Nieuwe
Bibliotheek. BNF heeft vanuit de provincie de opdracht gekregen het regionale netwerk te
versterken om laaggeletterdheid te bestrijden. Deze opdracht is opgenomen in de cultuurnota 2021-2024.
Stichting Lezen & Schrijven is een landelijke stichting die zich inzet voor iedereen die moeite heeft met lezen, schrijven, reken en digivaardigheden. Daarnaast biedt Stichting Lezen & Schrijven regionaal advies en ondersteuning.
2.3.3 Koepels en overheden In september 2020 is door VNG, ministerie van OCW, de Vereniging Openbare
Bibliotheken (VOB), het Interprovinciaal Overleg (IPO), Stichting Samenwerkende
Provinciale Ondersteuningsinstellingen (SPN) en de Koninklijke Bibliotheek (KB) het
• •
Op lokaal niveau zijn er enkele taalakkoorden gesloten of in ontwikkeling, waarbij aanbieders
• •
Rijksoverheid VNO-NCW
Bibliotheekconvenant 2020-2023 getekend. Hierin staat vastgelegd dat de bibliotheken en de drie overheidslagen zich samen inzetten op de gebieden ‘leesbevordering’, ‘digitale inclusie’, en ‘een leven lang ontwikkelen’.
Daarnaast is door de Ministeries van OCW, Buitenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK), Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) en Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) het actieprogramma Tel mee met Taal opgezet. Tel mee met Taal ondersteunt gemeenten, financiert initiatieven en organiseert campagnes en (digitale) bijeenkomsten.
GGD
20 | Hoofdstuk 2: Samenwerking in de regio
Hoofdstuk 2: Samenwerking in de regio | 21
2.4 Samenwerking op het gebied van financiering 2.4.1 WEB-budget Sinds 2014 zijn de Wet participatiebudget en de Wet educatie en beroepsonderwijs gewijzigd en is er besloten het budget voor volwasseneneducatie te verstrekken via een specifieke
uitkering aan contactgemeenten. Dit wordt ook wel het ‘WEB-budget’ genoemd. Het Rijk heeft een verdeelmaatstaaf vormgegeven, waarmee het budget per gemeente berekend wordt (zie Tabel 4).
Contactgemeente Almere verdeelt dit budget onder elke gemeente in de arbeidsmarktregio. De gemeenten bepalen zelf welk deel van het budget in het formele aanbod geïnvesteerd wordt en welk deel in het non-formele aanbod. Deze verdeling geldt voor de gehele
aanbestedingsperiode. We hebben afgesproken dat deze verdeling na ingang van het regioplan lokaal bepaald blijft worden. Tabel 4: Verdeling Rijksmiddelen WEB 2021 Bron: doemeemettaal.nl
Ook is er het Taalakkoord Werkgevers, een initiatief van het ministerie van SZW, wat
uitgevoerd wordt door provinciale Leerwerkloketten. Werkgevers kunnen zich hierbij
aansluiten om laaggeletterdheid binnen het bedrijf op de agenda te zetten, om taal- en basisvaardigheden van werknemers actief te vergroten.
2.3.4 Taalambassadeurs en taalhelden Lokaal zijn er taalambassadeurs en taalhelden actief. Stichting Lezen & Schrijven beschikt over een landelijk team taalambassadeurs, waarvan enkele afkomstig zijn uit Flevoland.
Echter zijn er geen regionale helden of een regionale organisatie die de inzet van regionale helden coördineert. Het inzetten van taalambassadeurs en taalhelden pakken we daarom regionaal op.
Almere
Lelystad
Dronten
NOP
Urk
Totaal voor regio
€1.027.107,00
€338.673,00
€110.882,00
€140.892,00
€38.118,00
€1.655.671,00
2.4.2 Decentralisatie-uitkering Ter ondersteuning van de regierol die de gemeente Almere aanneemt aan de hand van de
bestuurlijke afspraken ‘Samen aan de slag voor een vaardig Nederland 2020-2024’, stelt het Rijk aanvullende middelen beschikbaar in de vorm van een decentralisatie uitkering. De
contactgemeente Almere ontvangt jaarlijks (t/m 2024) een bedrag van €100.000, met ingang van 2020.
Aanvullend hierop gaat er vanuit de decentralisatie uitkering ook nog een klein bedrag naar elke gemeente om lokaal te besteden.
Dit bedrag is in 2020 beperkt gebruikt en wordt daarom meegenomen naar 2021. De
decentralisatie-uitkering zal in overleg met de andere gemeenten in de regio ingezet worden om de doelstellingen die zijn opgenomen in dit regioplan te behalen.
22 | Hoofdstuk 2: Samenwerking in de regio
Hoofdstuk 2: Samenwerking in de regio | 23
Dronten
03
Doelgroep In het regioplan focussen we op zowel de NT1-doelgroep als de NT2-doelgroep, met
daarbinnen de subgroepen werknemers, ouders en inwoners met een migratie-achtergrond. De verschillende gemeenten richten zich ook op andere doelgroepen, maar binnen dit regioplan is afgesproken om de gezamenlijke inzet te concentreren op deze groepen. Laaggeletterdheid is binnen de NT1 doelgroep vaak niet direct zichtbaar. Mensen
kunnen vaak ‘gewoon’ functioneren en hebben bijvoorbeeld werk. De hindernissen die
laaggeletterdheid opwerpt, worden vaak problematisch op latere leeftijd na (onverwachte) levensgebeurtenissen. Voorbeelden hiervan zijn het verliezen van een baan of bij
gezondheidsproblemen. Bovendien heerst een taboe rond het onderwerp, waardoor deze groep niet snel van het taalaanbod gebruik zal maken. Vaak kan een “NT1’er” zich goed
redden door hulp van zijn omgeving. Wanneer deze omgeving wegvalt is het probleem vaak groot.
De doelgroep NT2 is voor een deel relatief makkelijk te vinden. Deze groep begint door
inburgering vaak aan een taalcursus. Regelmatig komen zij via mond-tot-mond reclame
van mensen met dezelfde achtergrond bij een taalcursus terecht. Na een taalcursus kan het
taalniveau echter weer dalen, omdat de taal niet wordt bijgehouden of doordat de motivatie ontbreekt om de basisvaardigheden te vergroten.
Bovendien is een deel al veel langer in Nederland, maar tot op heden nauwelijks in aanraking gekomen met ontwikkeling in de Nederlandse taal. Het niet goed beheersen van de Nederlandse taal kan participatie in de maatschappij bemoeilijken.
Hoofdstuk 3: Doelgroep | 25
3.1 Werknemers
3.2 Ouders
Taal- en rekenvaardigheden spelen een belangrijke rol in iemands arbeidsmarktpositie en
De eerste levensjaren zijn cruciaal voor de taalontwikkeling van een kind en de ouders hebben
beter ontwikkelen en kan je veiliger werken (Stichting Lezen & Schrijven, 2018). Wanneer je
het belang daarvan niet realiseren, kan dit ervoor zorgen dat het kind een taalachterstand
zelfstandigheid. Wanneer de basisvaardigheden goed zijn, vind je sneller een baan, kun je je laaggeletterd bent, bemoeilijkt dit je werkzaamheden. Dit maakt de doelgroep ‘werknemers’ belangrijk.
Een belangrijke groep werknemers waarin laaggeletterdheid sterk voorkomt zijn
arbeidsmigranten, die niet inburgeringsplichtig zijn. In arbeidsmarktregio Flevoland wonen en werken zo’n 10,3 arbeidsmigranten die niet inburgering plichtig zijn per 10 duizend
inwoners. Alleen in Den Haag, Amsterdam, de Bollenstreek en het Westland ligt het aantal arbeidsmigranten per 10 duizend inwoners hoger (CBS, 2019) . 4
Een groot deel van deze groep acht het vaak niet nodig om de Nederlandse taal te leren,
omdat zij maar korte tijd in Nederland blijven. Ook is het, door hun werkzaamheden, vaak
lastig om taallessen in te plannen – zeker als deze door henzelf bekostigd moeten worden. Uit een gesprek met werkgevers blijkt dat door de grote jaarlijkse instroom van
arbeidsmigranten er inmiddels een groot vangnet is ontstaan voor anderstaligen. Zo zijn er
huisartsen en consultatiebureaus waar de taal van de arbeidsmigranten wordt gesproken en sturen uitzendbureaus nieuwsbrieven in verschillende talen.
Ondanks dit vangnet blijft het spreken en begrijpen van een gezamenlijke taal, vooral op
het oog van veiligheid, van groot belang. In noodsituaties kan men in die gezamenlijke taal
communiceren. Zo is bijvoorbeeld uit onderzoek in de procesindustrie gebleken dat 10% van de zware ongevallen werden veroorzaakt door taalproblemen (Stichting Lezen & Schrijven, 2018).
Daarnaast is het voor het werken met digitale systemen en gezamenlijke rapportage
van belang dat werknemers dit in één taal doen. Daarvoor moeten zij de taal voldoende beheersen. (Stichting Lezen & Schrijven, 2018).
Niet alleen arbeidsmigranten ervaren hinder van lage basis- en digivaardigheden in hun
werkzaamheden. Werknemers met lage basisvaardigheden hebben vaak moeite met het lezen
en begrijpen van brieven. Daarnaast vormt de snelle digitalisering van bedrijven een hindernis voor laaggeletterde werknemers. 4
hier een grote invloed op. Wanneer zij bijvoorbeeld niet goed kunnen voorlezen, of zich oploopt (Nederlands Centrum Jeugdgezondheid, sd).
Laaggeletterdheid wordt vaak van ouder op kind doorgegeven. Wanneer dit niet voorkomen wordt, kan dit generaties lang doorgaan (Nederlands Centrum Jeugdgezondheid, sd). Zeker wanneer ouders enkel dialect of een andere taal spreken loopt de Nederlandse taalontwikkeling van hun kinderen nog verder achter.
Op latere leeftijd blijkt het helpen bij huiswerk vaak lastig voor laaggeletterde ouders.
Daarnaast is het voor de ouders van deze iets oudere kinderen lastig om de communicatie vanuit school goed te begrijpen.
Ook ontstaat het probleem dat als de taalvaardigheden van ouders zich niet ontwikkelen, de
kinderen vaak als tolk worden ingezet. Dit zorgt in sommige gevallen voor een extra last voor het kind en stelt het kind in uiterste gevallen bloot aan gesprekken die niet op jonge leeftijd met een kind gevoerd zouden moeten worden.
3.3 Inwoners met migratieachtergrond In de gemeenten zelf en vanuit het Rijk zijn er al veel processen in gang gezet om inwoners met een migratieachtergrond op weg te helpen en de taal te leren. Dit komt onder andere voort uit de Wet Inburgering.
Echter verloopt de overgang van een persoon die niet meer onder de Wet Inburgering valt
naar het WEB-gefinancierd aanbod nog niet naar wens. Bijvoorbeeld doordat mensen elders de inburgering gedaan. Hierdoor blijft taalniveau van ex-inburgeraars vaak steken of neemt het zelfs af doordat er geen vervolg wordt gegeven aan de taallessen.
Het percentage laaggeletterde migranten ouder dan dertig jaar met kinderen en/of partner ligt in arbeidsmarktregio Flevoland hoger dan het Nederlands gemiddelde percentage binnen die groep: respectievelijk 42% om 31%. Dit benadrukt dat inwoners met een
migratieachtergrond een belangrijke doelgroep zijn in arbeidsmarktregio Flevoland.
Dit is gemeten in 2011 en gepubliceerd in 2019
26 | Hoofdstuk 3: Doelgroep
Hoofdstuk 3: Doelgroep | 27
04
Focusgebieden waar zetten we op in Landelijk, regionaal en lokaal wordt er op verschillende manieren gewerkt aan manieren om
laaggeletterdheid af te laten nemen. Binnen het regioplan focussen de gemeenten zich op vier punten, gericht op het maximaliseren van de impact voor de genoemde doelgroepen: 1. Vraaggestuurd taalaanbod
2. Vindbaarheid van het taalaanbod
3. Basisvaardigheden en zelfredzaamheid 4. Vroegtijdig signaleren
4.1 Vraaggestuurd taalaanbod De hulpvraag van laaggeletterden is vaak niet het leren van de taal op zich. Vaker hebben zij een specifieke hulpvraag, omdat ze ondervinden dat hun lage taalvaardigheid hen in hun
dagelijks leven hindert. Uit onderzoek van Lost Lemon blijkt dat mensen eerder geneigd zijn
hun basisvaardigheden te ontwikkelen als het aanbod aansluit bij hun doel en bij hun manier van leren (Lost lemon).
In de regionale aanpak van laaggeletterdheid creëren wij zo veel en vaak mogelijk een verbinding met de praktijk: de dagelijkse aspecten in het leven van inwoners.
In 2013 is ‘Taal voor het leven’ opgezet: een samenwerking /interventie tussen taalhuizen, bibliotheken en kernpartners vanuit het netwerk om laaggeletterdheid aan te pakken. Er wordt gekeken naar wat de deelnemer nodig heeft vanuit het dagelijks leven; er wordt
maatwerk geleverd (Taal voor het leven, 2014). We laten ons inspireren door Taal voor het leven in de aanpak die we hanteren in dit regioplan.
Hoofdstuk 4: Focusgebieden - waar zetten we op in | 29
Als gemeenten zorgen wij er in samenwerking met onze netwerkpartners voor dat het totale
aanbod aansluit op de diversiteit van vragen en behoeften van mensen. Onderdeel hiervan is
dat wij continu in kaart brengen wat die vragen en behoeften zijn door kennis uit te wisselen. Door deze vraaggestuurde benadering sluit arbeidsmarktregio Flevoland aan op een van de
doelstellingen van het Rijk. Het Rijk heeft zich namelijk ten doel gesteld om aanbod op maat aan te bieden aan deelnemers.
4.2 Vindbaarheid taalaanbod Om laaggeletterdheid terug te kunnen dringen, is het van belang dat het aanbod dat er is, gevonden wordt door de taalvrager. Ook is het belangrijk dat wanneer er meer maatwerk
geleverd wordt, de taalvrager met zijn of haar specifieke vraag bij de juiste aanbieder terecht komt, zodat diegene het beste geholpen kan worden.
Op dit moment komen taalvragers vaak via via bij één specifieke aanbieder terecht, zo blijkt
uit gesprekken met de aanbieders. Vaak blijft de taalvrager bij die aanbieder, in plaats van dat er uitgezocht wordt welk aanbod het beste bij de hulpvraag past.
Een reden hiervoor is dat er niet vaak wordt doorverwezen. Dit kan voortkomen uit een gevoel van concurrentie, maar het gebrek aan korte lijntjes en samenwerking draagt hier ook aan bij. Er zijn mogelijkheden voor verbetering van de aansluiting tussen non-formeel en formeel.
Om de vindbaarheid van het juiste aanbod voor taalvragers te vergroten, is het van belang dat
4.4 Vroegtijdig signaleren
punten voor taalvragers in te richten, waar de taalvrager en hun omgeving terechtkunnen met
Laaggeletterdheid kan veel nadelige gevolgen hebben. Zo leven laaggeletterden
wordt aan een gezamenlijke intake tussen formeel en non-formeel.
schuldhulpverlening hoger dan mensen die niet laaggeletterd zijn. Laaggeletterden zijn
de ingang naar aanbod gemakkelijk te vinden is. Dit vullen we in door centrale, herkenbare hun taalvragen. We borduren voort op de ontwikkelingen binnen gemeenten waar gewerkt
4.3 Basisvaardigheden en zelfredzaamheid Laaggeletterdheid omvat niet alleen een gebrek aan taalvaardigheden, maar ook reken- en
digitale vaardigheden. En juist alle basisvaardigheden zijn nodig om zelfredzaam te zijn in de maatschappij.
vaker in armoede en is het percentage mensen dat laaggeletterd is en zich meldt bij
daarnaast vaker afhankelijk van een uitkering en hebben een grotere kans op een slechte gezondheid (Stichting Lezen & Schrijven, 2018).
Om te voorkomen dat mensen (op latere leeftijd) last krijgen van de gevolgen van
laaggeletterdheid is het van belang dat laaggeletterdheid op tijd gesignaleerd wordt. De focus ligt met name op het zorgdragen dat de juiste personen laaggeletterdheid (leren) herkennen.
We focussen ons daarom niet alleen op het verbeteren van lees- en schrijfvaardigheden van
laaggeletterden, maar ook op reken- en digitale vaardigheden. Dit doen we door aanbod vorm te geven dat al deze facetten in zich heeft.
30 | Hoofdstuk 4: Focusgebieden - waar zetten we op in
Hoofdstuk 4: Focusgebieden - waar zetten we op in | 31
05
Doelstellingen In onze regionale aanpak kiezen wij ervoor een aantal concrete doelstellingen te benoemen, zodat het plan realistisch en uitvoerbaar is. Wij zetten hiermee voor onszelf en onze
netwerkpartners een duidelijke ambitie neer. De doelstellingen vloeien voort uit de optelsom van de bepaalde doelgroepen en de gestelde focus.
Mochten de doelstellingen onverhoopt niet haalbaar blijken, dan zal er gekeken worden naar
welke doelstellingen dan passen bij het behalen van dezelfde maatschappelijke meerwaarde. Er zal later een volgorde in de doelstellingen worden gemaakt, die weergeeft op welke termijn
doelstellingen behaald dienen te worden. Mede op basis van die volgorde zullen ook middelen vanuit de decentralisatie uitkering worden verdeeld over de doelstellingen. Voor het behalen van de doelstellingen wordt mogelijk een aanjager ingezet.
Bron: doemeemettaal.nl
Lelystad
Hoofdstuk 5: Doelstellingen | 33
Vi nd ba ar he id aa nb od
Vr aa gg es tu ur d aa nb od
1. Onafhankelijke en herkenbare plekken voor taalvragers
Vr oe gt ijd ig si gn al er en 4. Cursus zorgprofessionals
Om vraaggericht te kunnen werken en te zorgen dat taalvragers op een laagdrempelige
Wij zetten in op het realiseren van cursussen voor zorgprofessionals en betrokken
meerdere onafhankelijke en herkenbare plekken gerealiseerd waar taalvragers terecht
van bestaande cursussen en/of het realiseren van een nieuwe, regionale cursus die conti
manier bij de juiste taalaanbieder terechtkomen, worden in elke gemeente één of kunnen met al hun taalvragen.
De toegang tot de punten is laagdrempelig en het is bij de doelgroepen bekend waarvoor
ze bij de punten terecht kunnen. De punten zijn niet van een specifieke organisatie, maar van iedereen die taalaanbieder is. Op deze locaties ondersteunen professionals (of zeer
vaardige vrijwilligers) bij het samenstellen van en doorverwijzen naar het meest passende aanbod.
Vr aa gg es tu ur d aa nb od
Vi nd ba ar he id aa nb od
2. Overzichtelijk en samenhangend aanbod Om vraaggericht te kunnen werken en in te kunnen spelen op de specifieke behoefte van
een taalvrager, wordt er een overzichtelijk en samenhangend aanbod gerealiseerd van formele en non-formele aanbieders per gemeente, wat de taalvrager via de herkenbare plekken kan vinden.
ambtenaren om laaggeletterdheid te herkennen. Wij kijken hierbij naar het beter benutten nu wordt bijgewerkt door de regio. De cursussen promoten wij actief bij de zorgprofessionals, zoals huisartsen, die veel in contact komen met de doelgroep.
Ba si sv aa rd ig he de n & ze lf re dz aa m he id
5. Overheidscommunicatie Om problemen die ontstaan door het niet begrijpen van informatie te voorkomen,
geven wij voorbeeldbrieven en/of -formulieren vorm die gebruikt kunnen worden om de communicatie vanuit de gemeenten begrijpelijk te maken voor laaggeletterden. We gaan hierbij niet voor een one-size-fits-all oplossing, maar kijken per gemeente welke voorbeelden passen. Daarnaast oefenen wij zoveel mogelijk invloed uit om overheidscommunicatie op de agenda te zetten.
6. Monitoring
Om te kunnen vaststellen of de aanpak om laaggeletterdheid terug te dringen ook
daadwerkelijk effect heeft gehad zullen de effecten gemonitord worden. Voor de
Vr aa gg es tu ur d aa nb od
Ba si sv aa rd ig he de n & ze lf re dz aa m he id
uitwerking van deze doelstelling zie ook hoofdstuk 9 ‘Monitoring en kwaliteitsborging’.
3. Taalcursus op de werkvloer Om de basisvaardigheden van laaggeletterden in relatie tot hun werk te vergroten,
zetten wij samen met het Regionaal Werkbedrijf Flevoland en Leerwerkloket Flevoland in op taalcursussen die worden aangeboden op de werkvloer. Wij zoeken hierbij de
verbinding met de grootste regionaal opererende werkgevers, waarbij we kijken naar waar de werknemers vandaan komen en niet waar het bedrijf fysiek staat.
34 | Hoofdstuk 5: Doelstellingen
Hoofdstuk 5: Doelstellingen | 35
Voor het realiseren van onze doelstellingen kiezen wij voor een aanpak met, naast een
krachtige uitvoeringsorganisatie, drie speerpunten. Deze speerpunten zijn gericht op het gefocust, effectief en gezamenlijk realiseren van de doelstellingen.
6.1 Vindplaatsen strategie Wij gaan actief op zoek naar de plaatsen waar de doelgroep professionals tegenkomt vanuit
thema’s als werk, gezondheid, geld en burgerschap. In onze regionale aanpak zetten wij met name in op werk en gezondheid, ook in aansluiting op de doelstellingen ‘taalcursus op de
werkvloer’ en ‘cursus voor zorgprofessionals. Op lokaal niveau zullen gemeenten inwoners ook benaderen via invalshoeken als ‘taal en ontwikkeling’ en ‘taal en geld’.
6.1.1 Taal en werk In de groep laaggeletterden in onze regio bevinden zich veel mensen die “gewoon” een baan hebben. Deze groep is, omdat zij een baan hebben, vaak niet in beeld bij de gemeente en maakt daarnaast weinig gebruik van het lokale taalaanbod.
Om de groep van (potentiële) werknemers beter te bereiken, zorgen we ervoor dat
meer werkgevers aanhaken bij de aanpak taal en laaggeletterdheid. We kijken naar
goede voorbeelden, zoals het landelijke programma Tel mee met Taal, en relevante subsidieregelingen.
Wij zetten ons in om het bewustzijn van werkgevers op het gebied van laaggeletterdheid Bron: doemeemettaal.nl
06
Aanpak
te vergroten en hen duidelijk te maken welke problemen (bijvoorbeeld onveilige situaties) laaggeletterdheid kan opleveren en welke winst ze kunnen bereiken door middel van
taalverbetering van hun werknemers. Daarnaast zetten wij in op een aanbod dat direct
rendement oplevert voor werkgevers door aanbod op maat te stimuleren (zie ook doelstelling ‘taalcursus’ op de werkvloer’.
Hoofdstuk 6: Aanpak | 37
We gaan als gemeenten proactief samenwerkingen aan met organisaties als: •
Werkgevers met een regionale uitstraling
•
Sociale diensten
• • •
6.2 Sturen op samenwerking formeel en non formeel
UWV
Om onze eerste doelstellingen (onafhankelijke en herkenbare plekken voor taalvragers en
Regionaal werkbedrijf
tussen formele en non formele aanbieders vorm worden gegeven.
Leerwerkloket
6.1.2 Taal en gezondheid Zorgprofessionals kunnen een belangrijke rol spelen bij de signalering van laaggeletterdheid, aangezien zij een vertrouwelijke band hebben met alle doelgroepen.
Wij zorgen ervoor dat zorgverleners beter in staat zijn laaggeletterdheid te herkennen, leren
een overzichtelijk en samenhangend aanbod) te bereiken, moet er een nauwe samenwerking Een taalvrager moet altijd bij het aanbod terecht komen dat het beste aansluit bij zijn of haar
behoeften, ongeacht de belangen van de diverse aanbieders. Als gemeenten hebben wij hierin een belangrijke regiefunctie. Wij nemen de verantwoordelijkheid om te zorgen dat aanbieders
een wederzijds exclusief en gezamenlijk volledig aanbod realiseren. Dit doen we door actief te sturen via (onder andere) de aanbestedingsprocedures en ketenoverleggen die wij faciliteren.
hoe zij het gesprek aan kunnen gaan en weten waar ze laaggeletterde inwoners naartoe
Onder formeel aanbod wordt verstaan het leren binnen een georganiseerde en
waarin zij leren laaggeletterdheid te herkennen.
en leidt tot een vorm van diplomering. Non formeel aanbod refereert aan het
kunnen doorverwijzen. Dit doen we door cursussen aan te bieden voor zorgprofessionals
Bovendien kan laaggeletterdheid een grote impact hebben op de gezondheid van
onze inwoners. Daar speelt de gezondheidszorg dus ook een rol. Wij werken eraan om
zorgverleners bewust te maken van laaggeletterdheid en het effect dat laaggeletterdheid kan
hebben op iemands gezondheid. Dit thema zal daarom ook terugkomen in de bovengenoemde cursus.
We gaan hiervoor als gemeenten proactief samenwerkingen aan met organisaties als: •
Ziekenhuizen
•
Sportcentra
•
Zorgcentra / Huisartsen
6.1.3 Taal en opvoeding In onze ambitie om zowel ouders als kinderen te bereiken met onze aanpak laten we de WEB en het Onderwijsachterstandenbeleid (OAB) goed op elkaar laten aansluiten.
Kinderen vormen als het ware een vindplaats voor ouders. Als de WEB en OAB goed op
elkaar sluiten zorgt dat ervoor dat ouders, vanuit bijvoorbeeld de voorschoolse educatie en programma’s om taalachterstanden bij kinderen tegen te gaan, makkelijker doorverwezen worden naar het WEB gefinancierd aanbod. Zo zullen de basis- en digivaardigheden van ouders verbeteren.
gestructureerde context of omgeving, die expliciet ontworpen is als leeromgeving verwerven van vaardigheden en kennis buiten formele educatieve settingen om in
een laagdrempelige omgeving als een buurthuis. Veelal wordt gebruik gemaakt van (opgeleide) vrijwilligers en is diplomering van de deelnemer niet het einddoel.
6.3 Netwerkontwikkeling Laaggeletterdheid is een complex thema waarbij een breed netwerk van organisaties en
samenwerkingsverbanden betrokken. Alleen als wij dat netwerk verder weten te verstevigen bereiken wij de gestelde doelstellingen.
We werken samen met ROC’s, bibliotheken, Stichting Lezen & Schrijven, bedrijven en zorg-
en welzijnsorganisaties. De partners waarmee we samenwerken hebben daarmee allemaal een rol in het realiseren van een vindbaar en passend aanbod, vroegtijdige signalering,
het aanbieden van cursussen en hulp gericht op het verbeteren van basisvaardigheden,
doorverwijzing en het schrijven en spreken in heldere taal. Ook werken we veel samen met taalambassadeurs en vrijwilligers.
Alle partners zetten samen de schouders eronder om taalvragers te ondersteunen.
Als gemeenten nemen wij een faciliterende, verbindende en stimulerende rol in bij het creëren van een netwerk van organisaties dat gezamenlijk de problematiek rondom laaggeletterdheid aanpakt.
Wij zien het dan ook als onze verantwoordelijkheid om regelmatig ervaringen op te halen bij
onze partners, kennis- en afstemmingssessies te organiseren en onze partners te voeden met de laatste ontwikkelingen.
38 | Hoofdstuk 6: Aanpak
Hoofdstuk 6: Aanpak | 39
N o o r d o o s tpolder
07
Monitoring & kwaliteitsborging Om te kunnen vaststellen of de aanpak om laaggeletterdheid terug te dringen effect heeft
gehad en of de gestelde doelen bereikt zijn, monitoren de gemeenten de output en effecten. In december 2020 stelde de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap voor dat
gemeenten geanonimiseerde deelnemersgegevens aan gaan leveren voor een ‘bescheiden
landelijk monitoringssysteem’. Het ministerie stelt voor in 2021 te starten met een pilot van gegevensverzameling in meerdere regio’s.
Tot dusver is arbeidsmarktregio Flevoland niet betrokken bij een pilot. Dit betekent dat er
ruimte is voor de arbeidsmarktregio Flevoland om te onderzoeken welke vorm van monitoring aansluit bij de wensen van de gemeenten en aanbieders. Ook is er tijd om een of twee systemen uit te proberen voor er een keuze gemaakt zal worden.
De implementatie van monitoring zal stapsgewijs uitgevoerd worden. Omdat de aanbieders uiteindelijk degenen zijn die monitoring binnen hun organisatie moeten gaan uitvoeren, zullen zij nauw betrokken worden in het proces.
Hoofdstuk 7: Monitoring & kwaliteitsborging | 41
7.1 Stappenplan De invoering van monitoring zal volgens de volgende vier stappen gaan. De jaartallen vormen een suggestie, wanneer het proces sneller verloopt of er meer tijd nodig is voor een stap zullen we ons aanpassen.
Input/Kwantitatief
Aantallen en soorten activiteiten.
Aantallen deelnemers per activiteit.
Output
Activiteiten al dan niet afgerond bij non-formele educatie. Redenen niet-afronden. Diploma of certificaat al dan niet behaald bij formele educatie. Redenen niet-
2021
Stap 1
behalen.
•
Vaststellen welke effecten we meten
Outcome/Kwalitatief
•
Proefdraaien monitoringsystemen in elke gemeente
Resultaten qua taal-, reken- en digitale vaardigheden.
•
Formuleren van indicatoren
Tevredenheid.
Effecten qua zelfredzaamheid, sociale contacten, activiteiten in georganiseerd
verband, vrijwilligerswerk, vervolgonderwijs, werk met begeleiding, betaalde arbeid e.d. Hierbij b.v. rekening houdend met de participatieladder of de sociale inclusie-
2022
Stap 2 •
indicatoren. (VNG, 2020)
Arbeidsmarktregio maakt keuze over registratie/monitoring systemen
Stap 1: Vaststellen effecten en indicatoren & proefdraaien In de eerste fase zullen we vaststellen welke effecten (zie kader) regionaal en welke effecten
2023
Stap 3 • •
Volledige invoering van systeem
Toevoegen van kwalitatieve indicatoren (voor zover nog niet eerder gedaan)
lokaal gemeten worden. Ook wordt vastgesteld of er bepaalde effecten niet gemeten worden. Daarnaast stellen we vast welke indicatoren er binnen deze effecten gemeten zullen worden. Deze indicatoren zullen gebaseerd worden op de doelgroep en doelstellingen die in dit regioplan geformuleerd zijn.
We zullen niet direct een besluit nemen welk systeem we gaan gebruiken voor monitoring. Het systeem moet aan verschillende criteria voldoen: het moet input, output en outcome meten,
2024
Stap 4 •
Uitvoering en evaluatie
specifieke indicatoren kunnen meten en makkelijk implementeerbaar zijn.
Om te kunnen onderzoeken welk systeem het beste past bij de wensen van de
arbeidsmarktregio en de aanbieders, zullen de beschikbare systemen getest worden. We gaan de Monitor Volwasseneneducatie in elke gemeente een jaar lang proefdraaien bij
ten minste één aanbieder per gemeente. Wanneer deze klaar is om gebruikt te worden zal de Taalverkenner, van het Huis voor Taal, ook getest worden.
42 | Hoofdstuk 7: Monitoring & kwaliteitsborging
Hoofdstuk 7: Monitoring & kwaliteitsborging | 43
Met de aanbieders stemmen we af welk systeem zij gaan testen, of dat zij zelfs beide systemen testen. Een aanbieder kan ook kiezen eerst één van beide systemen een jaar te testen, en vervolgens ook het andere systeem te testen.
Stap 2: Proefdraaien & keuzes maken Wanneer het proefdraaien met één of beide systemen nog niet klaar is zal hiermee verder gegaan worden.
Na het proefdraaien met de twee systemen zullen we in overleg met de aanbieders de keuze maken over welk systeem regionaal ingevoerd zal worden. Het blijven draaien van beide systemen naast elkaar is hierbij ook een mogelijkheid.
Wanneer beide systemen niet geschikt blijken, zal gezocht moeten worden naar een ander systeem en zal er weer vanaf stap 1 begonnen worden met proefdraaien.
Stap 3: Invoering & kwalitatieve indicatoren Wanneer de keuze is gemaakt, zal het gekozen systeem onder alle aanbieders ingevoerd
worden. We zullen een duidelijke boodschap naar de aanbieders uit brengen over het belang en doel van monitoring.
De invoering van het monitoringsysteem zal tijd kosten. Sommige aanbieders zullen het
systeem uit de proefperiode nog in gebruik hebben. Voor anderen zal het nieuw zijn en zal er tijd genomen moeten worden om het systeem op een goede manier in te voeren. Onze
doelstelling is dat elke aanbieder het monitoringssysteem waarop de keuze is gevallen binnen een jaar in gebruik heeft.
Stap 4: Uitvoering & evaluatie Na de implementatie van het gekozen systeem zal monitoring uitgevoerd kunnen worden. De eerste gegevens worden dan opgehaald. Afhankelijk van de beslissing van het Rijk zullen er
7.2 Kwaliteitsborging Kwaliteitsborging is het bewaken van de kwaliteit van het aanbod. Vanuit het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) komt er in 2021 een
“landelijke handreiking ter ondersteuning van het gemeentelijke kwaliteitsbeleid, die o.a.
een overzicht zal bevatten van bestaande kwaliteitsvoorwaarden die gemeenten gebruiken
over bepaalde periodes gegevens aangeleverd moeten worden.
bij aanbesteden en subsidiëren van educatie” . Dit gaat over het WEB-gefinancierde
Voor de uitvoering is het belangrijk dat we afstemmen hoe vaak de indicatoren die we vooraf
aanbieders. Deze handreiking nemen wij ter harte en zullen wij regionaal oppakken.
hebben bepaald, gemonitord worden.
Vervolgens zullen we aan het einde van het eerste uitvoeringsjaar samen met de uitvoerder evalueren hoe de monitoring verloopt en of er nog aanpassingen nodig zijn.
44 | Hoofdstuk 7: Monitoring & kwaliteitsborging
aanbod. Volgens het ministerie van OCW komt er voorlopig geen nieuw kwaliteitslabel voor
De certificering van de taalhuizen, die al van start was gegaan, gaat volgens het ministerie door zoals voorzien.
Hoofdstuk 7: Monitoring & kwaliteitsborging | 45
08
Uitvoering 8.1 Uitvoeringsorganisatie De beleidsadviseurs, die binnen hun gemeente verantwoordelijk zijn voor het thema
laaggeletterdheid vormen samen de kerngroep. Daarnaast is er een jaarlijks bestuurlijk overleg met alle betrokken wethouders van de verschillende gemeenten waarin de
prioriteiten en plan van aanpak voor het komende jaar worden vastgesteld. Ook worden tijdens dit overleg de wethouders geïnformeerd over de voortgang van de regionale
doelstellingen. Daarnaast behandelen we de financiële verantwoording en goedkeuring van de regionale middelen en wisselen we goede voorbeelden uit.
De beleidsadviseurs worden bij de implementatie ondersteund door een in te huren
projectleider. Deze projectleider wordt gefinancierd vanuit de decentralisatie-uitkering en zal starten na het kickoff-event met de netwerkpartners medio 2021.
Belangrijke netwerkpartners als de bibliotheken, de Provincie Flevoland, Stichting Lezen &
schrijven en anderen worden continu bij de uitvoering betrokken. Ook worden met regelmaat kennis- en themasessies georganiseerd met de netwerkpartners.
8.2 Rol contactgemeente Als contactgemeente heeft Almere een specifieke rol bij de uitvoering van het regioplan, waaronder: •
organiseren en bijeenbrengen van verschillende overleggen
•
informatieoverdracht richting en vanuit het Rijk
• • •
contact onderhouden met regionale partners en stakeholders bijhouden van en delen van nieuwe ontwikkelingen met de overige gemeenten
op verkenning gaan bij andere regio’s om daar informatie op te halen en te delen
Hoofdstuk 8: Uitvoering | 47
• •
regie houden op de voortgang van de doelstellingen verdeling van de decentralisatie uitkering
De overige gemeenten zijn uiteraard ook ‘eigenaar’ van dit plan en zijn ook verantwoordelijk
Voor de verdere implementatie van het regioplan zullen de beleidsadviseurs van de gemeenten worden ondersteund door een in te huren projectleider.
voor het delen van informatie, verantwoording en best practices.
8.3.2. Uitvoering in tijden van COVID-19
8.3 Uitvoeringsagenda
van uitvoerders om hun deelnemers te voorzien in lessen. Veelal werden lessen digitaal
Sinds maart 2020 zijn de corona-maatregelen ingevoerd. Sindsdien is er veel inzet getoond gegeven. Tijdens versoepelingen van de maatregelen werden er in kleinere groepjes lessen
8.3.1. Agenda 2021 Per jaar stellen we prioriteiten en concrete ambities op. Dit jaar staat in het teken van de
gegeven.
inrichting van de uitvoeringsorganisatie, netwerkontwikkeling en het behalen van de eerste
Ondanks de inzet was de impact van corona groot, met als resultaat dat er minder lessen
netwerkpartners medio 2021.
vaardigheden zijn.
resultaten. We markeren de start van dit regioplan met een lanceringsbijeenkomst met alle
Met het grootste deel van het regioplan kan – met enkele kleine aanpassingen - gestart
Tabel 5: Ambities per doelstelling - 2021 Ambitie jaar 1 - 2021 Onafhankelijke plekken voor taalvragers Overzichtelijk en samenhangend aanbod Taalcursus op de werkvloer Cursus zorgprofessionals Overheidscommunicatie Monitoring
werden gevolgd en gegeven. De huidige periode laat ook zien hoe belangrijk digitale
Een plan van aanpak per gemeente hoe de plekken worden gerealiseerd
Een regionale analyse op de compleetheid, samenhang en overzichtelijkheid van het taalaanbod
Verbinding op het gebied van ‘taal voor werknemers’ met een netwerk van grote werkgevers
worden onder de huidige maatregelen. Maar de effecten van corona zijn niet zomaar gladgestreken en kunnen de komende tijd van invloed zijn op onze plannen.
Planning tot start implementatie 15 m aa rt Bestuurlijk overleg
Ju li Overige besluitvorming
Definitief regioplan
Lancering evenement
Start implementatie
De opzet van een of meerdere cursussen op basis van de input van zorgprofessionals
Een aantal voorbeeldbrieven per gemeente
Opstellen plan van aanpak per doelstelling door kwartiermaker
Projectleider aanstellen
Vaststelling van de te meten effecten en eerste resultaten van het proefdraaien met monitoringssystemen
Voor het maken van een plan van aanpak per doelstelling wordt een kwartiermaker aangesteld. Deze kwartiermaker zal tevens het kick-off-event organiseren met alle