CConstaterende datDronten
Koppel je AI →
Document · PDF

261005 beantwoording vragen Leefbaar Dronten

Raadsvergadering 8 oktober 2026, gemeente DrontenBij agendapunt: 12: Raadsvoorstel Doorontwikkeling uitgangspunten woonagenda 2027-20301.593 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

1 alinea's met “oordeelsvormende”: 1

schriftelijke vragen Fractie: Leefbaar Dronten Naam: Peter Bentum Onderwerp: Uitgangspunten Woonagenda 2027-2030 Type vraag: informatieve/technische vraag artikel 33-vraag Beantwoording (alléén bij informatieve/technische vragen) Ja, kan verspreid via mail / app Nee, antwoord alleen naar mijzelf Inleiding: Tijdens de Oordeelsvormende vergadering van donderdag 24-9 jl. vond er een debat plaats over het raadsvoorstel Doorontwikkeling Uitgangspunten Woonagenda 2027 – 2030. De fractie van Leefbaar Dronten heeft ondertussen vastgesteld dat er zowel inhoudelijk als qua formulering relevante verschillen zijn tussen de uitgangspunten die de gemeenteraad op 24 oktober 2024 heeft vastgesteld en wat nu opnieuw ter vaststelling wordt aangeboden. Echter een duidelijke motivatie/toelichting voor deze wijzigingen ontbreekt. Daarom heeft de fractie van Leefbaar Dronten de volgende vragen: 1.

Kan het college per uitgangspunt inzichtelijk maken welke inhoudelijke wijzigingen zijn aangebracht ten opzichte van de door de raad op 24-10-2024 vastgestelde uitgangspunten, waarom deze wijzigingen zijn voorgesteld en welke daarvan voortvloeien uit gewijzigde wet- en regelgeving en welke het gevolg zijn van een beleidsmatige keuze? Antwoord: De inhoudelijke verschillen tussen de uitgangspunten uit het oorspronkelijke document (2024) en de doorontwikkeling (2027) zijn gedreven door nieuwe wetgeving, met name de ‘Wet versterking regie op de volkshuisvesting’. Hierdoor is het aantal uitgangspunten teruggebracht van 10 naar 9. Hieronder de belangrijkste inhoudelijke verschuivingen per uitgangspunt: Strategie A: Behoud dorps karakter  Uitgangspunt 1 - Ontmoeting als uitgangspunt: Inhoudelijk blijft de focus op kleinschaligheid en het Dunbar's number (maximaal 150 personen per woonblok) gelijk. De doorontwikkeling legt de nadruk op de "slimme inrichting" van projecten in plaats van de strikte afbakening van het ruimtelijke schaalniveau. Strategie B: Gemengde bevolkingsopbouw  Uitgangspunt 2 & 3 samengevoegd tot Uitgangspunt 2 – Tweederde betaalbaar: In het oorspronkelijke document stonden sociale huur (30%) en betaalbare koop (40%) apart beschreven, met langetermijnverwachtingen tot 2050. Vanwege nieuwe wetgeving zijn deze in de doorontwikkeling samengevoegd.

Het uitgangspunt van de wet is dat 67% van de nieuwbouw betaalbaar is. Dit is ingevuld als 30% sociale huur en 37% betaalbaar segment (middenhuur en koopwoningen tot € 420.000).  Uitgangspunt 3 – Studenten in Dronten (Oud UP 4 / Nieuw UP 3): Het oorspronkelijke document had als doel om minimaal 30 studenteneenheden buiten de Aeres-campus, en dus in de wijk, toe te voegen. Vanwege nauwgezette monitoring en in samenspraak met Aeres en OFW is dit losgelaten. De reden hiervoor is het stijgende aantal lege studenteneenheden gedurende het collegejaar, wat voor zowel OFW, Aeres als de gemeente ongewenst is. Daarnaast is in het doorontwikkelingsdocument de 100 meter-afstandsnorm als leefbaarheidscriterium benoemd. Dit criterium is al jaren verankerd in de toetsingscriteria bij vergunningverlening.  Uitgangspunt 4: Ruimte voor woonwagens (Oud UP 5 / Nieuw UP 4): De deadlines uit het oorspronkelijke document (binnen drie jaar voor schrijnende gevallen en binnen vijf jaar voor uitbreiding) worden in het doorontwikkelingsdocument niet genoemd. Hiervoor is gekozen omdat we daar nu volop mee bezig zijn, en alles erop gericht is om zo spoedig mogelijk extra standplaatsen te realiseren. In dit traject worden we als gemeente wel geconfronteerd met langere doorlooptijden van onderzoeksrapporten (bijv. ecologie), die nodig zijn voor een eventuele uitbreiding.

Daarnaast noemen we in het doorontwikkelingsdocument ook het verkorten van de wachttijd en wordt de mogelijkheid voor een extra woonwagencentrum genoemd voor de toekomst.  Uitgangspunt 5: Leefbaarheid in bestaande wijken (Oud UP 6 / Nieuw UP 5): De afgelopen periode is de opdracht om een veerkrachtonderzoek te doen naar kwetsbare buurten uitgevoerd en afgerond. In het doorontwikkelingsdocument is daarom gekozen voor een inclusieve benadering, waarbij de afspraken zijn verankerd in de nieuwe prestatieafspraken en gebiedsagenda's.  Uitgangspunt 6: Faciliteren Arbeidsmigranten (Oud UP 7 / Nieuw UP 6): Inhoudelijk blijft de regisserende rol van de gemeente en de verschuiving naar locaties op bedrijventerreinen gelijk in beide documenten. In het doorontwikkelingsdocument is de wettelijke verplichting toegevoegd om deze aandachtsgroep op te nemen in het volkshuisvestingsbeleid vanuit de ‘Wet versterking regie op de volkshuisvesting’. Strategie C: Starters en ouderen  Uitgangspunt 7: Bestaande woningvoorraad creatiever benutten (Oud UP 8 / Nieuw UP 7): In het oorspronkelijke document was de pilot 'woningdelen' van OFW opgenomen als een voornemen. Deze pilots zijn op dit moment in uitvoering. In het doorontwikkelingsdocument is de ‘Wet versterking regie volkshuisvesting’ als wettelijk kader gebruikt.

Onder woningdelen wordt bijvoorbeeld verstaan: een zachte splitsing (woningdelen) of hospitaverhuur. Daarnaast is er een new pilot toegevoegd, namelijk: ‘Voorrang bij seniorenwoningen’. Deze heeft als doel de doorstroming op de woningmarkt verder te stimuleren.  Uitgangspunt 8: Vergroten diverse woonvormen & Senioren (Oud UP 9 / Nieuw UP 8): Het eerste uitgangspunt was uitsluitend gericht op grondgebonden seniorenwoningen en een Knarrenhof. In het nieuwe uitgangspunt is het verbreed naar een mix van doelgroepen, zoals senioren, eenoudergezinnen, spoedzoekers, uitstroom uit de zorg en mensen met een beperking. Het basisconcept van het Knarrenhof blijft behouden, maar wordt breder omschreven als 'nieuwe gelijkvloerse woonconcepten'.  Uitgangspunt 9: Wonen en zorg (Oud UP 10 / Nieuw UP 9): De formulering in het oorspronkelijke document: "we zetten in op een voorziening in elk van de drie dorpen", is in de nieuwe versie genuanceerder geformuleerd. Hiervoor is gekozen omdat het onderzoek met een businesscase voor verpleeghuiszorg is afgerond, waaruit blijkt dat het financieel niet haalbaar/realistisch is om in elk dorp een verpleeghuis te starten. Daarom wordt er nu gewerkt aan een specifieke uitwerking van het VPT (Volledig Pakket Thuis) om de mogelijkheden in beeld te brengen die haalbaar zijn voor Swifterbant en Biddinghuizen.

Het blijft de wens/inzet van de gemeente om zo goed mogelijke zorg te leveren aan alle inwoners in elk dorp. Dit gaat in samenspraak met zorgpartners en het zorgkantoor. Dit is inmiddels een wettelijk vereist onderdeel van het volkshuisvestingsprogramma. 2. Waarom is bij verschillende uitgangspunten gekozen voor een minder concrete formulering dan de raad in 2024 heeft vastgesteld, bijvoorbeeld bij studentenhuisvesting, meer grondgebonden seniorenwoningenen woonzorgvoorzieningen in Biddinghuizen en Swifterbant? Antwoord: De keuze om in de Woonagenda 2027–2030 bij verschillende uitgangspunten te kiezen voor soms een minder concrete, of juist een concretere formulering dan in 2024, heeft te maken met ontwikkelingen rondom het uitgangspunt. De afgelopen jaren zijn sommige zaken gerealiseerd, duidelijker geworden of niet haalbaar geacht. Daarom treft u geen 'was/wordt'-overzicht aan, maar is het een dynamisch document waarbij het ‘welzijn van de inwoner van Dronten’ het uitgangspunt is. De aanpassingen zijn gedreven door drie hoofdredenen: 1. De overgang van theorie naar praktische uitvoering en ervaring op basis van de afgelopen jaren; 2. De veranderde rolverdeling door nieuwe wetgeving zoals de Omgevingswet en de ‘Wet versterking regie op de volkshuisvesting’; 3. De noodzaak om niet voortijdig juridisch of financieel klem te lopen bij onderhandelingen met externe partners.

Hieronder per voorbeeld de toelichting: 1. Studentenhuisvesting (Van 30 harde eenheden naar monitoren) Waarom minder concreet? In de nota van 2024 werd een hard streefgetal genoemd van ten minste 30 studentenwoningen buiten de campus. In de praktijk is studentenhuisvesting echter een sterk schommelende markt die afhankelijk is van de instroomcijfers van Aeres Hogeschool. Hierdoor ontstaat er leegstand op de campus, en dat is niet wenselijk. Daar ligt een grote gezamenlijke opdracht voor OFW, Aeres, USRA en de gemeente. De strategische reden: Door het getal '30' los te laten en te kiezen voor "nauwgezet monitoren in samenspraak met Aeres og OFW", voorkomt de gemeente dat zij onnodig kapitaal van OFW of locaties blokkeren als de behoefte verschuift van studentenwoningen naar kleine en betaalbare starterswoningen. Wel is vermeld dat de 100 meter-afstandsnorm nog steeds van toepassing is als toetsingscriterium om te voorkomen dat er weer overlast ontstaat in de woonwijken door een te hoge concentratie van studentenwoningen. 2. Grondgebonden seniorenwoningen (Verbreding van doelgroepen) Waarom minder concreet? Waar het eerdere uitgangspunt specifiek en uitsluitend iets zei over "grondgebonden seniorenwoningen en de realisatie van een Knarrenhof", kiest het nieuwe uitgangspunt 8 voor een bredere scope (vergroten diverse woonvormen).

Dit is gebaseerd op de grotere opgave die we als gemeente hebben gekregen met de nieuwe wetgeving, evenals de veranderde behoefte aan verschillende soorten woningen. De strategische reden: De ‘Wet versterking regie op de volkshuisvesting’ verplicht gemeenten om inzichtelijk te maken welke woonvormen nodig zijn voor alle aandachtsgroepen (zoals eenoudergezinnen, spoedzoekers en uitstroom uit de zorg), niet alleen voor senioren. Door de formulering te verbreden naar "nieuwe gelijkvloerse woonconcepten", behoudt de gemeente de ruimte om flexibele projecten te ontwikkelen die voor meerdere doelgroepen tegelijk inzetbaar zijn, in plaats van vast te zitten aan één specifieke doelgroep. 3. Woonzorgvoorzieningen in Biddinghuizen en Swifterbant (Van 'inzetten op' naar 'onderzoeken') Waarom minder concreet? In 2024 stelde de raad nog resoluut: "We zetten in op een woonzorgvoorziening in zowel Dronten, Biddinghuizen als Swifterbant". In het doorontwikkelingsdocument is dit gewijzigd naar: "Onderzocht wordt of het mogelijk is...", omdat de gemeente daar niet zelfstandig over kan en mag beslissen, maar dit nadrukkelijk met het zorgkantoor moet doen. De strategische reden: Intramurale zorgplekken en de financiering hiervan worden door het Rijk strikt gereguleerd en mogen niet zomaar meegroeien met de lokale vraag.

Bovendien is de zorgcapaciteit momenteel volledig gecentraliseerd op locatie ‘De Regenboog’ in de kern Dronten. Spreiding naar de kleinere dorpen heeft grote operationele gevolgen voor zorgpartner Coloriet en de schaarste aan zorgpersoneel. Een te harde formulering in een beleidsdocument zou de gemeente een onrealistische resultaatsverplichting opleveren; het moet namelijk zowel financieel als organisatorisch haalbaar zijn. Dat neemt niet weg dat het wel de inzet blijft van de gemeente. Samengevat Met deze formuleringen wordt er geen concessie gedaan aan de ambitie. Het streven is om te komen tot realistische en juridisch houdbare uitgangspunten die aansluiten bij de ‘Wet versterking regie volkshuisvesting’. Deze benadering biedt de benodigde flexibiliteit om de prestatieafspraken met woningcorporaties en welzijns- en zorgpartners binnen de landelijke kaders effectief uit te onderhandelen, en dient als kader voor het starten van het volkshuisvestingsprogramma.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.dronten.nl/api/v1/meetings/1423/documents/22655