260630 Memo ontwerp-omgevingsvisie Flevoland 2050 aanvullende vragen (toegevoegd 30-06-2026)
Tekst van het document
MEMO Datum Aan Van Kopie aan Betreft Bijlage(n)
: 26 juni 2026 : Gemeenteraad : P. van Bergen, namens het college van B&W : Griffie : Beantwoording vragen/toezeggingen n.a.v. behandeling in oordeelsvormende vergadering van 25 juni 2026, inzake de ontwerpomgevingsvisie Flevoland 2050. : -- [datum]
Inleiding In de vergadering van 25 juni 2026 is een tweetal vragen/toezeggingen gesteld inzake de behandeling van de ontwerp-omgevingsvisie Flevoland 2050. Deze worden hieronder behandeld. Gestelde vragen met toezegging dat de antwoorden voor 2 juli worden verstrekt. a. Er is een vraag gesteld naar aanleiding van de gehanteerde streefwaarden van gewasbescherming en welk beleid de gemeente hierin voert. In de ontwerp-omgevingsvisie van de provincie is het volgende gesteld (p. 116): “… . Ons principe is dat in 2050 met goede bedrijfsvoering en innovaties de inzet van chemische gewasbeschermingsmiddelen met 75% is gereduceerd”. In de zienswijzen heeft het college daarop aangegeven (p4 onder 6 van de zienswijzenbrief): “….: Er is behoefte aan een integrale landbouwparagraaf die focust op het behoud van hoogwaardige productiegrond, voedselzekerheid, emissiereductie en een concreet economisch verdienmodel voor de agrariër (zoals korte ketens). De gehanteerde streefwaarden (zoals 75% reductie gewasbescherming) missen elke wetenschappelijke nulmeting en indicatoren”. Daarmee heeft het college willen aangeven dat de stelling vanuit de provincie wel nader (wetenschappelijk) onderbouwd of toegelicht moet worden, zodat de voorgenomen reductie feitelijk een basis heeft en vanuit daar beleid kan worden gemaakt en/of gemonitord kan worden.
De stelling zoals nu in de visie is opgenomen, is naar de mening van het college, te abstract en diffuus. In aansluiting op het bovenstaande en de vraag welk beleid de gemeente zelf kan voeren, is het volgende op te merken. Het bevoegd gezag met betrekking tot de regels over het gebruik en toelating van gewasbeschermingsmiddelen ligt bij de Rijksoverheid, geregeld in de “Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden”, (Wgb), aangevuld met regels vanuit het Besluit Activiteiten Leefomgeving (Bal: Omgevingswet). De gemeente kan beleid voeren met betrekking tot de ruimtelijke toedeling van functies en de mate waarin daarbij afstanden (moeten) gelden. De basis wordt (juridisch) vastgelegd in het Omgevingsplan. Op dit moment wordt ruimtelijk de landelijke richtlijnen gevolgd. Bij het opstellen van de gemeentelijke omgevingsvisie zal dit aspect verder ruimtelijk worden uitgewerkt (2027).
b. Er is een vraag gesteld hoe de provincie omgaat met de beoordeling van de zienswijzen en de weging daarbij. Is daar enig zicht op? Nadat na 3 juli alle zienswijzen van betrokken organisaties en andere belanghebbenden zijn ingediend, worden deze door de provincie beoordeeld, gewogen en leiden mogelijk tot wijzigingen op de visie. Op onze vraag hoe de provincie e.e.a. zal beoordelen, is geen inhoudelijke reactie gegeven.