260108 beantwoording TV LD Nota Grondbeleid.pdf
Tekst van het document
schriftelijke vragen Fractie:
Leefbaar Dronten
Naam:
Marjan van der Harst
Onderwerp:
Nota Grondbeleid
Type vraag:
informatieve/technische vraag artikel 33-vraag vragen naar aanleiding van een vergadering (dit type vraag worden altijd verspreid via mail/ app)
Beantwoording (alléén bij informatieve/technische vragen)
✓
✓
Ja, kan verspreid via mail / app Nee, antwoord alleen naar mijzelf
Inleiding: Er ligt een lezenswaardig, echter ook lijvig stuk voor. Vanuit Leefbaar Dronten hechten we aan bondige beleidsstukken. Dit lijkt meer op een handleiding grondbeleid, dan een helder beleidsstuk. Dit leidt tot de volgende vragen. Vragen: 1. Wat maakt dat er een evaluatie ontbreekt, die uitgaat van de afgesproken achteruitkijkspiegel? Of blijft het bij de vooruitblik: “Grondbeleid 2016 was vooral financieel risicomijdend. Deze houding is geen goed uitgangspunt in maatschappelijke opgaven en context”? De aanleiding voor het actualiseren van de Nota Grondbeleid is tweeledig. De eerste aanleiding is terug te vinden in de actualiteit waarin wet- en regelgeving is gewijzigd, denk aan de Omgevingswet. Hierbij speelt ook mee dat de wereld van gebiedsontwikkeling ook sterk is veranderd met bijvoorbeeld aangescherpte regels over stikstof maar ook de veranderde woningmarkt. Het tweede punt wat aanleiding geeft aan een nieuwe Nota Grondbeleid zijn de actuele ontwikkelingen binnen de gemeente Dronten, zoals de groei naar 60.000 inwoners. Deze groei zorgt voor een groot aantal belangen die met elkaar samen hangen waaronder ook een actievere grondhouding. Iets wat met de vorige Nota Grondbeleid 2016 vanuit het financieel risicomijdende uitgangspunt minder gewenst was, behalve bij een groot gemeentelijk belang. 2.
Wat voegt het instrument stoplicht toe bij het in balans brengen van de maatschappelijk meerwaarde en financiële effecten?
Het stoplicht instrument is een weergave om te duiden of en in welke mate het initiatief aansluit op het huidige beleid. Dit ook aansluitend op de systematiek van de intake-/omgevingstafel. Deze systematiek helpt daarmee met: Complexe informatie visueel en direct begrijpelijk maakt; Consistentie brengt in de beoordeling van verschillende initiatieven; Transparantie biedt over kansen, risico’s en aandachtspunten; en daarmee de besluitvorming onderbouwd en overzichtelijk ondersteunt. 3. Wordt bij een integrale afweging van inhoudelijke beleidsterrein ook een analyse van toen-tegenwoordig-toekomst betrokken? Hoe de situatie vroeger aansloot bij het beleid toen doet er voor het grondbeleid niet direct toe. Het gaat er hierbij om wat het plan bijdraagt aan de huidige beleidsambities. Oftewel, voldoet de locatie nu (al) aan ons beleid of zorgt de planvorming juist dat deze ambities nu wel gerealiseerd kunnen worden. 4. Hoe verhoudt meer maatwerk en pragmatisch handelen zich tot een principieel consistente werkwijze en precedentwerking? Juist door middel van deze werkwijze is onze keuze altijd onderbouwd uitlegbaar. We kunnen altijd door middel van een vaste opgebouwde gedachtegang aangeven waarom de gemeente een bepaalde rol- en of strategie voor die specifieke ontwikkeling belangrijk vindt.
Dat kan dus financieel gedreven zijn, we hebben bijvoorbeeld geen geld beschikbaar voor verwerving, maar ook maatschappelijk. De ontwikkeling kan bijvoorbeeld sterk bijdragen aan onze gemeentelijk beleidsambities. 5. Om te voorkomen dat steeds herziening nodig is, is besloten de dynamiek niet verder te duiden. Wanneer wordt de raad dan wel in positie gebracht? De raad is als eerste altijd aan zet bij vast te stellen beleid en vormt daarmee de basis van de integrale afweging. Daarnaast is voor veel stappen in het grondbeleid alsnog budget nodig en daarvoor heeft de Raad het budgetrecht. In de Nota zelf wordt uitgebreid ingegaan op de momenten waarbij de Raad in positie is (zie hoofdstuk 6 en 7). 6. Wat maakt dat bij diverse onderdelen, zoals wonen, gekozen is om de behoefte van elk individu centraal te stellen ipv basisbenodigdheden te verkennen? Deze vraag kunnen we niet volgen in relatie tot de Nota Grondbeleid. De nota is juist het instrument om de gemeentelijke beleidsambities te realiseren. Hiermee een duidelijke maatschappelijke meerwaarde voor de gemeenschap. 7. Wat maakt dat uitbreiding bedrijventerreinen niet benoemd is bij de opsomming bij economie? Deze is onderdeel van het hoofdthema economie. Hierbij zal getoetst worden op vigerend beleid (bijvoorbeeld het Strategisch Beleidskader Economie). Daarin wordt de omgang met bedrijventerreinen ook verder geduid.
8. Is ergens een post onvoorzien bovenop uit exploitatiekosten voortvloeiende incidentele/structurele beheer- en onderhoudskosten opgenomen? -
-
Post onvoorzien gebaseerd op de Financiële verordening 2026;
Onvoorziene omstandigheden in beheerplannen voor beheer en onderhoud worden specifiek genoemd als hier sprake van is.
9. In H3, rolkeuze gemeente, beleidsregel 6 staat: “Het college is bij de keuze voor faciliterende rol verantwoordelijke voor de uitvoering van de onder stellige uitspraak 2 t/m 4 genoemde stellige uitspraak.” Kan dit nader geduid worden, het lijkt namelijk in tegenspraak? Het college is verantwoordelijk als bestuurlijk opdrachtgever en is daarmee ook verantwoordelijk voor de uitvoering van het grondbeleid, waarvan de rol en strategiekeuze een onderdeel is. In beleidsregel 5 wordt ook aangegeven dat de eerder gekozen rol en strategie niet statisch is (blz. 20). 10. Kan er nog opgeschaald worden naar regie als dat in beginsel losgelaten wordt (pag. 22)? Zoals in hoofdstuk 3 en 4 is omschreven kunnen we de rol en strategie altijd wijzigen als daartoe aanleiding zou ontstaan. Dit kan door wijzigingen marktomstandigheden of veranderende belangen aan de orde zijn. 11. Biedt de omgevingswet voldoende participatiemogelijkheden voor inwoners als de rol van motivator/facilitator wordt gehanteerd? Juist de dan overgeslagen initiatief- en definitiefase kunnen enorm verrijkt worden door hun ervaringen in te brengen (zie sleutelprojecten)? De verplichtingen en gemeentelijke eisen over participatie zijn in de wet (Omgevingswet) en gemeentelijke beleidsstukken vastgelegd. Daar maakt dit stuk geen verschil in.
Daarnaast verdwijnt bij deze rol- en strategiekeuze de initiatieffase en definitiefase helemaal niet, deze wordt enkel anders ingevuld. Als voorbeeld verzorgt dan niet de gemeente de participatieavond maar doet de ontwikkelaar dat volgens gemeentelijke uitgangspunten.
12. Wat maakt dat de rolverdeling ambtelijke lijn, college en raad die in het begin als uiterst relevant wordt benoemd pas aan het eind van de nota is opgenomen?
Dit heeft te maken met de logische opbouw van het document volgend de gepubliceerde voorbeelden nota’s van de VVG (vereniging van grondbedrijven). Zie ook de leeswijzer op bladzijde 11 paragraaf 1.5. 13. Hoe worden ondermijnings- en infiltratierisico’s voorkomen als met markt- en inhuurpartijen wordt samengewerkt? Is BIBOB hier eventueel een middel voor om dat te bewerkstelligen? Het grondbeleid kijkt naar onze eigen interne werkwijze. Ondermijnings- en infiltratierisico’s zijn geen onderdeel van het grondbeleid, maar zijn vastgelegd in andere beleidsstukken. Denk hierbij aan o.a. in Beleidsregels Wet Bibob gemeente Dronten 2025 ( https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2025-497122.html) In onze gebiedsontwikkeling passen we dit wel toe.