251104 Beantwoording technische vragen en toezeggingen Programmabegroting 2026.pdf
Tekst van het document
44. Tevredenheid speelvoorzieningen (CU) Vraag Aan inwoners wordt gevraagd naar de tevredenheid over speelvoorzieningen voor kinderen tot 12 jaar. Vallen onze inwoners tot 12 jaar – de kinderen dus – ook onder de inwoners die om hun mening worden gevraagd? (p. 65) Antwoord Onze inwoners tot 12 jaar zijn in de eerste inwonerspeiling ‘ervaren brede welvaart Flevoland’ niet meegenomen. Dit onderzoek is gehouden onder inwoners van 18 jaar en ouder die wonen in Flevoland. Bij de inrichting van nieuwe speelplekken en de renovatie van bestaande speelplekken worden de betreffende doelgroepen (kinderen) intensief betrokken, zodat de speelplekken (blijven) aansluiten bij hun behoeften.
45. Voorzieningen jongeren (CU) Vraag We lezen dat ‘In 2026 heeft 65% van de jongeren van 12-18 jaar binnen een straal van 500 meter van de woning een voorziening die hen helpt elkaar te ontmoeten’. Aan welke voorzieningen mogen wij denken? (p. 66) Antwoord Dit zijn verschillende voorzieningen met ieder een eigen karakter en doel. In het Speelruimtebeleid maken we onderscheid tussen What’s Up locaties (waar jongeren even bij elkaar kunnen komen en bijpraten, bijvoorbeeld een bankje), Stay Around locaties (waar jongeren elkaar kunnen treffen, bijvoorbeeld een speelplek) en No Problem locaties (waar jongeren ook tot later op de avond elkaar kunnen ontmoeten, bijvoorbeeld de Jongeren Ontmoetingsplaats aan de Sportlaan in Biddinghuizen).
Technische vragen Programmabegroting 2026
22
46. CVO (CU) Vraag Kunt u voorbeelden geven van wat een CVO kan doen om sportverenigingen te ondersteunen? (p. 74) Antwoord Een verenigingsondersteuner, vanuit CVO, kan verenigingen ondersteunen op verschillende gebieden. Er kan maatwerk ondersteuning geboden worden op bijvoorbeeld bestuur, beleid of financiën, met als resultaat een aantoonbare verbetering op het betreffende domein. Met collectief georganiseerde bijeenkomsten kan het technisch kader ondersteund worden en kunnen er trainingen gevolgd worden. Er kunnen kennissessies georganiseerd worden (denk aan een sportcafé), waarbij ontmoeting en actuele thema’s centraal staan (zoals ledenbehoud, vrijwilligerswerving en sponsorbeleid). De verenigingsondersteuner is onderdeel van het provinciale platform clubondersteuning, waardoor kennis en ervaring ook provinciaal gedeeld en gevraagd kan worden. Verenigingen (en sportaanbieders in brede zin) zijn onderdeel van onze sociale basis. De verenigingsondersteuner kan met de sportaanbieder samenwerken aan het opzetten van maatschappelijke initiatieven waardoor inactieve of kwetsbare groepen geactiveerd kunnen worden. Dit draagt bij aan het behalen van een hoger beweegpercentage en vloeit direct terug naar de vereniging (onder andere inkomsten, bezettingsgraad).
Hij of zij kan de sportaanbieders begeleiden bij het landelijk thema sociaal veilige sport, hierbij gaat het om het invoeren van de 4 V’s (VOG voor trainers, vakkundige trainers/coaches/instructeurs, verenigingsbrede gedragscode en een vertrouwenspersoon). Hierbij is het belangrijk te weten dat dit niet alleemaal in een eerste jaar gerealiseerd kan worden, maar dat het tijd nodig heeft om te groeien.
47. Doelgroep jongeren (CU) Vraag De raad heeft de doelgroep Jongeren via amendement toegevoegd aan het actieplan armoede. Kan er een indicator over jongeren en armoede worden toegevoegd aan dit hoofdstuk? Is er contact met ervaringsdeskundige jongeren? (p. 80) Antwoord Er is geen ervaringsdeskundige jongeren aanwezig, maar we benutten het jongerenpanel van de gemeente Dronten om signalen en ideeën te toetsen. Daarnaast bereiken we jongeren via het spreekuur Money Talks, campagnes als Geldfit en Zet de eerste stap en het Nibud-boekje dat wordt verstrekt wanneer jongeren 18 jaar worden. Deze activiteiten zijn opgenomen in het uitvoeringsplan Bestaanszekerheid.
48. Zelfredzaamheid en regie (CU) Vraag De termen ‘zelfredzaamheid’ en ‘regie’ worden hier beiden een aantal keer gebruikt. Een inwoner is ‘zelfredzaam’ én ‘voert regie’. Wat is het verschil in betekenis tussen deze twee termen (in de context van dit gedeelte van de programmabegroting), of betekenen ze hetzelfde? (p. 82-88)
Technische vragen Programmabegroting 2026
23
Antwoord In de Programmabegroting worden de begrippen op twee verschillende manieren gebruikt: - Zelfredzaamheid verwijst naar het vermogen van inwoners om hun leven zoveel mogelijk zelfstandig vorm te geven, problemen zelf op te lossen en hun sociale netwerk te benutten. Het gaat om het kunnen doen: praktische en sociale vaardigheden en de mogelijkheid om met zo min mogelijk (professionele) hulp mee te blijven doen in de samenleving. - Regie (voeren) gaat meer over het zelf richting geven aan het eigen leven: keuzes maken, bepalen welke ondersteuning men wél of niet wil, en de koers uitzetten. Het accent ligt dus op autonomie en zeggenschap, ook wanneer iemand niet volledig zelfredzaam is en (professionele) hulp nodig heeft. Kortom: - Zelfredzaamheid = het vermogen om dingen zelfstandig te doen. - Regie = het vermogen om zelf te bepalen welke richting je uitgaat en welke ondersteuning daarbij past. Ze overlappen in het idee van eigen kracht en verantwoordelijkheid, maar betekenen in deze context niet hetzelfde.
49. KPI's Meerpaal (CU) Vraag Mooi dat er maatschappelijke KPI's worden ontwikkeld. Worden deze ook gekoppeld aan financiën zodat ook de financiële effectiviteit en doelmatigheid inzichtelijk is? (p. 85) Antwoord In 2025 is gewerkt aan een sterkere verbinding tussen het strategisch beleidskader van de gemeente en de uitvoeringsdoelen van De Meerpaal. Beleidsdoelen worden stapsgewijs vertaald naar concrete en meetbare resultaten, die aansluiten bij de praktijk van de organisatie. Hiermee ontstaat een directe koppeling tussen gemeentelijke prioriteiten en de uitvoering, waardoor de bijdrage van De Meerpaal aan de gewenste maatschappelijke effecten beter zichtbaar wordt. De nadruk komt te liggen op de doelen uit het uitvoeringsprogramma Gezond Samenleven en de bijdrage van De Meerpaal aan de bijbehorende maatschappelijke effecten. Door monitoring wordt niet alleen zichtbaar welke resultaten worden gerealiseerd, maar ontstaat ook de mogelijkheid om tijdig bij te sturen en daarmee de effectiviteit van de inzet verder te vergroten.
50. Signaleren mantelzorgers (CU) Vraag Op welke manier worden de gidsen Jeugd, WMO et cetera betrokken bij het signaleren van mantelzorgers en eventuele overbelasting? (p. 89) Antwoord De gemeente Dronten vindt het vroegtijdig signaleren van mantelzorgers en mogelijke overbelasting van groot belang. Met de start van het ZorgSamenPunt (januari 2026) wordt dit structureel opgepakt. De gidsen Jeugd, Wmo en andere professionals die dicht bij inwoners staan, spelen hierbij een sleutelrol. Zij hebben vaak het eerste contact met gezinnen en huishoudens en kunnen signalen van (dreigende) overbelasting vroegtijdig herkennen.
Technische vragen Programmabegroting 2026
24
Gidsen hebben hierin een brugfunctie: zij zorgen ervoor dat inwoners de weg naar het ZorgSamenPunt vinden en dat signalen niet blijven liggen. Deze signalen bespreken zij binnen hun eigen teams en dragen zij, waar nodig, actief en zorgvuldig over aan het ZorgSamenPunt. Dit gebeurt altijd met respect voor privacy en in afstemming met de mantelzorger of het gezin. Huidige situatie Op dit moment vervult de Meerpaal de rol van informatiepunt mantelzorg. Mantelzorgers kunnen hier terecht voor advies, ondersteuning en doorverwijzing. De gidsen Jeugd, Wmo en andere professionals verwijzen inwoners actief naar dit informatiepunt wanneer zij signalen van mantelzorg of mogelijke overbelasting tegenkomen. Zij beschikken daarnaast over mantelzorgflyers die zij kunnen meegeven, zodat de weg naar ondersteuning laagdrempelig en toegankelijk blijft. Gidsen hebben hierin een brugfunctie: zij zorgen ervoor dat inwoners de weg naar het ZorgSamenPunt vinden en dat signalen niet blijven liggen. Deze signalen bespreken zij binnen hun eigen teams en dragen zij, waar nodig, actief en zorgvuldig over aan het ZorgSamenPunt. Dit gebeurt altijd met respect voor privacy en in afstemming met de mantelzorger of het gezin. Het huidige informatiepunt mantelzorg heeft echter een beperktere opzet: het richt zich met name op informatievoorziening en het bieden van basisondersteuning aan mantelzorgers.
Het nieuwe ZorgSamenPunt biedt straks een bredere aanpak, waarin mantelzorgondersteuning wordt gecombineerd met vrijwilligerswerk, respijtzorg en een centrale rol in signalering, doorverwijzing en samenwerking met partners Nieuwe situatie vanaf 2026 Het nieuwe ZorgSamenPunt biedt een wezenlijk bredere aanpak: mantelzorgondersteuning wordt hier gecombineerd met vrijwilligerswerk en respijtzorg, terwijl het punt ook een centrale rol vervult in signalering, warme doorverwijzing en samenwerking met partners. Het ZorgSamenPunt vervult daarbij drie functies: 1. Laagdrempelig aanspreekpunt – mantelzorgers en hun omgeving kunnen rechtstreeks terecht voor informatie, advies en ondersteuning. 2. Signalering en doorverwijzing – gidsen en andere professionals hebben een vaste route naar het ZorgSamenPunt, waar signalen warm worden overgedragen en waar nodig wordt doorverwezen naar passende ondersteuning (bijv. respijtzorg, cliëntondersteuning of Wmo-voorzieningen). 3. Samenwerking en kennisdeling – het ZorgSamenPunt en de gidsen trekken samen op in een netwerk. Signalen en ervaringen worden gedeeld, zodat mantelzorgers sneller in beeld komen en passende hulp kan worden geboden. Op deze manier wordt de samenwerking tussen de formele zorg (zoals de gidsen) en de informele zorg (mantelzorgers en vrijwilligers) structureel ingebed.
Hierdoor kunnen mantelzorgers sneller worden ondersteund en wordt overbelasting zoveel mogelijk voorkomen.
51. Voldoende woningen (CU) Vraag Wordt ook gekeken naar het aankopen, splitsen of optoppen van woningen in bestaande wijken ten behoeve van de doelgroep 'zorglandschap'? (p. 91)
Technische vragen Programmabegroting 2026
25
Antwoord In het regionale kader Zorglandschap Wmo 2020-2026 staan de visie, de ambities en de transformatieopgaven van de Flevolandse gemeenten voor het beschermd wonen en de maatschappelijke opvang voor de korte en middellange termijn. Het ‘op-, om-, en afbouwplan (OOA-plan)’ is het uitvoeringsprogramma van het Regionaal kader zorglandschap Wmo 2020-2026. Dit is een regionaal spreidingsplan van bestaande en nieuw te ontwikkelen (tussen)voorzieningen voor de doelgroep beschermd wonen en maatschappelijke opvang voor de komende jaren. Op dit moment zijn wij aan het onderzoeken hoe wij uitvoering kunnen geven aan het OOA-plan. Dit betekent dat de locatiekeuze en de vorm van voorziening (bijv. extra-, semi- of intramuraal, ambulant) afgestemd moet worden op de doelgroep. De door u aangedragen opties worden meegenomen.
52. Nulmeting indicatoren jeugd (CU) Vraag Wordt deze nulmeting gedeeld met de raad? Hoe kan het dat u de doelen vaststelt (zoals ‘halvering aantal jeugdigen met beschikking’) voorafgaand aan de nulmeting, hoe staat hier de kwaliteit van de zorg en het belang van het kind zelf centraal? (p. 93) Antwoord De nulmeting wordt verwerkt in de indicatoren die met u worden gedeeld via de reguliere p&c cyclus. Voor de overige vragen wordt verwezen naar de beantwoording van vraag 78.
53. Eigen regie (CU) Vraag Op welke manier is hierbij aandacht voor jongeren met chronische problematiek die niet in aanmerking komen voor de WLZ? Durft de gemeente het aan te experimenteren met gezins-PGB's om zo gezinnen eigen regie te geven? (p. 94 - laatste zin) Antwoord Jeugdigen met chronische problematiek houden de hulp die nodig is. Als uit het onderzoek van de gids blijkt dat er langdurig hulp nodig is, dan wordt deze ingezet. Wel zal er met regelmaat getoetst worden of de situatie dusdanig is veranderd dat er wel mogelijkheden zijn om in aanmerking te komen voor een WLZ indicatie. Het bevorderen van eigen regie is een doelstelling van de gemeente. Of een gezins-PGB hieraan een bijdrage kan leveren, is de vraag. Het afgeven van een gezinsbeschikking (zowel in ZIN als in PGB) heeft veel haken en ogen. Dit komt voort uit landelijke regelgeving. Volgens de jeugdwet moet hulp op individueel niveau worden afgegeven. Ervan afwijken is alleen mogelijk als alle gezinsleden dan exact dezelfde hulp en doelen hebben. Ook moet ieder gezinslid apart de beschikking ontvangen. Daarnaast is het privacy technisch lastig, omdat er in een gezinsbeschikking informatie over het hele gezin gegeven wordt (uitspraak ombudsman).
54. IBT (CU) Vraag Is het mogelijk een indicator toe te voegen met betrekking tot het rechtstreeks toesturen van alle provinciale IBT-brieven aan de raad? (p. 103)
Technische vragen Programmabegroting 2026
26
Antwoord Brieven vanuit het interbestuurlijk toezicht (IBT) zijn primair gericht aan het college van burgemeester en wethouders en worden ook via deze bestuurlijke lijn ontvangen. Het college is, conform de Wet gemeenschappelijke regelingen, verplicht de gemeenteraad tijdig en volledig actief te informeren over de uitvoering van de taken binnen verbonden partijen, zodra deze relevant is voor de gemeentelijke taakuitvoering of de bestuurlijke verantwoordelijkheid. Tegen deze achtergrond achten wij het toevoegen van een aparte indicator voor het rechtstreeks toezenden van IBT-brieven aan de raad niet noodzakelijk.
55. Nationaal Isolatieprogramma (CU) Vraag Zijn de middelen die het Rijk middels het Nationaal Isolatieprogramma beschikbaar stelt voor Dronten afdoende om de woningen in Dronten te isoleren en te voorzien van duurzame energie? Hoe wordt hierbij aandacht gegeven aan extra ventilatienoodzaak? (p. 104) Antwoord De middelen die beschikbaar zijn gesteld vanuit het Nationaal isolatieprogramma kunnen we inzetten voor isolatie van (bestaande) woningen. In dit programma is geen ruimte om bewoners te ondersteunen bij het voorzien in duurzame energie (daarvoor zijn onder andere de duurzaamheidslening en Rijkssubsidies beschikbaar). Vanuit het Rijk staat een doelstelling tegenover de verkregen middelen, om 1.197 woningen te isoleren. Hiervoor hebben wij dan ook budget ontvangen. Dit is vooralsnog voor 2026 en verdere jaren afdoende. Binnen dit programma is er ruimte om een deel van het bedrag (of geheel) te gebruiken voor ventilatie. Binnen, de nog te af te ronden nieuwe aanbesteding, krijgt ventilatie een prominente rol in de communicatie en uitvoering.
56. Uitgangspuntendocument (CU) Vraag Wanneer komt dit uitgangspuntendocument ter vaststelling naar de raad? (p. 108) Antwoord Naar verwachting wordt het uitgangspuntendocumenten volgend jaar met de raad gedeeld/vastgesteld. In de Programmabegroting staat 2032 opgenomen voor de vaststelling van het uitgangspuntendocument, dit is echter niet correct. Hier had omgevingsplan moeten staan.
57. Woonwagenstandplaatsen (CU) Vraag Welk kwartaal 2026 kan de raad het voorstel voor de locatie voor schrijnende gevallen verwachten? (p. 111) Antwoord Er worden ambtelijk gesprekken gevoerd met woonwagenbewoners om te bekijken wat een passende en reële oplossing kan zijn. Zodra er meer duidelijkheid is over het te volgen proces wordt u geïnformeerd middels een raadsinformatiebrief. Op dit moment is nog niet expliciet aan te geven in welk kwartaal in 2026 dit te verwachten is.
Technische vragen Programmabegroting 2026
27
58. Forensenbelasting (CU) Vraag De verordeningen hiervoor bevatten waarden voor woningen waarop de belasting wordt gebaseerd (bijv woz-waarde minder dan 26.800 euro, 26.800-40.200 euro, enz). Deze waarden zijn al lange tijd niet geindexeerd. Is de bedoeling dit voor 2026 ook bij te werken? (p. 122) Antwoord Door de stijging van vastgoedprijzen zijn de huidige, verouderde waardeschijven in de verordeningen niet meer passend bij de actuele WOZ-waarden van de objecten. Ons doel is om de schijven voor het belastingjaar 2027 structureel aan te passen en te indexeren, zodat deze weer aansluiten op de juiste, actuele WOZ-waarden.
59. Garantstelling OFW (CU) Vraag Is bij deze risicoscore al rekening gehouden met het voorstel van de VNG om de WSW te verruimen? (p. 127) Antwoord Nee, er is hier nog geen rekening mee gehouden. Rondom het opstellen van onze jaarrekening ontvangen wij informatie van de WSW en zullen bij onze jaarrekening 2025 opnieuw beoordelen of de risicoscore bijgesteld dient te worden.
60. ICT-informatieveiligheid Vraag Wat zijn concrete voorbeelden van ICT-incidenten waarop geanticipeerd wordt in de beheersmaatregelen? Moeten we denken aan een datalek, ransomware, fouten in uitvoering door ICT-problemen? Kan hierover een jaarlijkse rapportage naar de raad komen? (p. 128) Antwoord Concrete voorbeelden van ICT-incidenten waarop geanticipeerd wordt in de beheersmaatregelen zijn inderdaad onder andere datalekken, ransomware-aanvallen en fouten in uitvoering door ICT-problemen, zoals systeemuitval of verkeerde autorisaties. Ook gebruikersfouten, zoals het delen van wachtwoorden met anderen of het niet afsluiten van het werkstation bij het verlaten van de werkplek, waardoor misbruik mogelijk is, zijn voorbeelden van ICT-incidenten. Hierop wordt geanticipeerd door voorlichting, training, gedwongen toepassing van beveiligingsmaatregelen (zoals automatische lock van het account na 3 fouten), afdwingen van het wachtwoordbeleid en dergelijke. Over de risico’s, de beheersmaatregelen en het beveiligingsniveau wordt ieder kwartaal gerapporteerd aan de Gemeentesecretaris en de Chief Information Officer. Dit betreft een aspect van de bedrijfsvoering waarvoor de verantwoordelijkheid bij hen is belegd. De raad kan zich laten informeren over deze rapportages via de portefeuillehouder.
Technische vragen Programmabegroting 2026
28
61. Stille reserves (CU) Vraag De stille reserves zijn een PM-post. Kunt u een toelichting geven op de stille reserves die we momenteel hebben, zelfs al ze niet meetellen voor de weerstandscapaciteit? (p. 130) Antwoord Stille reserves zijn wel aanwezig, maar worden niet geregistreerd, omdat de gemeentelijke boekhouding uitgaat van historische kostprijzen, voorzichtigheid en nietcommerciële verslaggeving. Stille reserves zijn complex van aard. Bij een stille reserve valt bijvoorbeeld te denken aan de waarde van gemeentelijk vastgoed (bijvoorbeeld een pand). Het betreft dan het verschil tussen de boekwaarde en de waarde in het economische verkeer. Gemeente Dronten heeft geen eigendommen in haar bezit die worden gehouden ter vervreemding en is er dus geen economisch gewin. De panden hebben een maatschappelijke functie, waarbij gesteld kan worden dat ze niet vervreemd zullen worden, maar er ook weinig tot geen afnemers zullen zijn. De waardering in het economisch verkeer is daarbij van ondergeschikt belang en niet veel zeggend. Ook zijn er volledig afgeschreven bedrijfsmiddelen. Te denken valt aan machines, voertuigen, lantarenpalen en dergelijke. Deze onderdelen kunnen nog een waarde in het economisch verkeer hebben. Deze onderdelen kunnen wel bijdragen aan een incidenteel voordeel bij verkoop of bij afvoer als schroot.
62. Organisatieontwikkeling en leiderschap (CU) Vraag Welke ‘transitie’ wordt hier bedoeld? Waarnaartoe? (p. 143) Antwoord De transitie waarnaar verwezen wordt, staat beschreven in de eerste zinnen van de betreffende alinea op pagina 143. ‘Vanuit de organisatiefilosofie Dronten op Koers blijft brede welvaart leidend. Opgavegericht werken en vakmanschap staan centraal.’ Het is dus een transitie naar een organisatie waar het perspectief van brede welvaart leidend is, waar opgavegericht wordt gewerkt en vakmanschap centraal staat.
63. Nota Grondbeleid (CU) Vraag Wanneer kan de raad de nieuwe Nota Grondbeleid verwachten? (p. 157) Antwoord Verwachting is dat de nota in de raad van december of januari 2026 voor besluitvorming wordt aangeboden.
64. Generatieve artificiële intelligentie (CU) Vraag Op welke manier wordt generatieve artificiële intelligentie gebruikt? (Punt B bij focus en doelen) (p. 165)
Technische vragen Programmabegroting 2026
29
Antwoord Generatieve artificiële intelligentie wordt ingezet om processen te automatiseren, bijvoorbeeld bij het opstellen van teksten, het analyseren van grote hoeveelheden data of het ondersteunen van besluitvorming. Dit draagt bij aan efficiëntie en innovatie binnen de organisatie. De inzet van AI willen we, net als business intelligence, ontwikkelen met een use-case (afgebakend bedrijfsvraagstuk) gerichte aanpak, ook in een laboratorium setting, met SafeGTP. Ook daarvoor wordt het datalab ingezet, evenals voor de ontwikkeling van de Digital Twin, uitwerken van gebiedsscans, inzet en benutting van AI en producten en diensten op het gebied van business intelligence. Daarnaast wordt AI ingezet als onderdeel van de digitale werkruimte, in de vorm van MS Co-pilot, waarmee kenniswerkers de effectiviteit en efficiency van de eigen werkzaamheden kunnen verbeteren.
65. Algoritmeregister (CU) Vraag Maakt Dronten al gebruik van het algoritmeregister? (p. 165 ev) Antwoord Dronten maakt inmiddels gebruik van een algoritmeregister, waarin alle gebruikte algoritmes worden vastgelegd en gemonitord. Dit zorgt voor transparantie en controle op het gebruik van algoritmes voor geautomatiseerde besluitvorming binnen de gemeente.
66. Structureel vs incidenteel (GL PvdA) Vraag Kunt u toelichten hoe groot de kans is dat incidentele lasten hoger dan 400.000 euro per programma doorwerken naar structurele posten? (geen paginanummer) Antwoord Een incidentele last kan om meerdere redenen opgevoerd zijn. - Er zijn incidentele middelen beschikbaar gesteld, waardoor de bijhorende lasten ook als incidenteel zijn gekenmerkt. Denk hierbij onder andere aan SPUK regelingen of verkregen subsidies. - De lasten hebben een (verwacht) tijdelijk karakter. De reden hiervoor kan uiteenlopen van het verbeteren van een bedrijfsproces, het uitvoeren van een bedrijfsproces op een hoger kwaliteitsniveau (inhuur van experts), versnellen en/of verhogen van de output van een bedrijfsproces, een eenmalige realisatie of tijdelijke bijdrage of iets wat simpelweg een tijdelijk karakter heeft. De hoogte van het bedrag heeft hier in beginsel weinig mee te maken. De aard van de incidentele last is belangrijk. Er is daarom vooraf geen algemene kans te benoemen. Het is vooral belangrijk om te begrijpen waarom de last incidenteel is. Wanneer een incidenteel budget (last) gebruikt is, maar het doel is (nog) niet gerealiseerd, bestaat er ook nog de mogelijkheid (kans) om het incidenteel budget op te hogen / te verlengen.
Technische vragen Programmabegroting 2026
30
67. Vreemd vermogen (GL PvdA) Vraag Er wordt gesproken over het aantrekken van "vreemd vermogen" om investeringen te financieren. Wat zijn de verwachte rentelasten en hoe beïnvloedt dit de financiële ruimte voor sociale programma's op de lange termijn? (p. 10 en verder) Antwoord Voor 2027 zijn de rentelasten van het aan te trekken vreemd vermogen begroot op € 1.300.000. In hoeverre deze rente ook daadwerkelijk betaald moet worden, is afhankelijk van de marktrente en van het tempo van de uitvoering van de investeringsagenda (onder andere investeringen groeiopgave Dronten en het Strategische Vastgoedplan). De verwachting is dat op lange termijn de lasten van het vreemd vermogen (onder andere de rentelasten) zullen worden gedekt door hogere baten (bijvoorbeeld grondverkopen, pacht, hogere uitkeringen van het Rijk en hogere OZB inkomsten). Hierdoor zullen de lasten van het aantrekken van vreemd vermogen de financiële ruimte voor de sociale programma’s op de lange termijn naar verwachting niet raken.
68. Duurzame lokale economie (GL PvdA) Vraag Hoeveel banen levert de investering van 300k in 2026 op? (p. 15) Antwoord De groei in werkgelegenheid is een complex gevolg van vele factoren en kan niet éénop-één worden herleid tot deze specifieke investering. De investering van €300.000 in 2026 is gericht op het versterken van het economisch vestigingsklimaat, niet op het direct genereren van een vooraf bepaald aantal banen.
69. Stevige Lokale Teams (GL PvdA) Vraag Minder beschikkingen, dus goedkoper. Wat is het effect op wachttijden en kwaliteit, naast de financiële besparing? (p. 15) Antwoord Het halveren van het aantal beschikkingen levert geen direct financieel voordeel op. De hulp in het voorveld wordt verstevigd en er vindt een verschuiving van de financiën plaats richting het stevige lokale team en de sociale en pedagogische basis. Voor de inzet van de hulp vindt ook in het voorveld onderzoek plaats om in te zetten op passende zorg. Het werken in teams vraagt daarnaast om tijdsinvestering. Door de hulp naar voren te halen, kan er vooral effectiever/flexibeler/vernieuwend gehandeld worden. De hulp is sneller inzetbaar en kan vlot op- en afgeschaald worden waardoor de wachttijden verminderen. Omdat er minder jeugdigen doorstromen naar de jeugdhulp op basis van een beschikking zal dit ook een effect hebben op de wachtlijsten/tijden aldaar. De besparing moet komen uit verkorting van de doorlooptijden van zwaardere vormen van hulp en het voorkomen van uithuisplaatsingen.
Technische vragen Programmabegroting 2026
31
70. Solvabiliteit (GL PvdA) Vraag Een daling van 51% in 2026 naar 37 % in 2029, welke grens hanteert de gemeente als minimum? Wat als de dalende trend doorzet? (p. 15) Antwoord Voor de solvabiliteit wordt nu als ondergrens 30% gehanteerd, zoals ook leesbaar is op pagina 30 en 31. De gemeente werkt aan een aantal grote opgaven waar grote investeringen in gedaan moeten worden. De investeringen zullen voor een groot deel betaald moeten worden door leningen aan te gaan. De solvabiliteit is een verhouding tussen het vreemde vermogen (schulden) en het totale vermogen. Als de leningen groter worden, dan zal het kengetal verslechteren. Tussen 2026 en 2029 wordt, zoals in de prognose balans is opgenomen (zie pagina 181), circa 81 miljoen aan leningen opgenomen voor de bekostiging van diverse projecten. Gezien de uitgesproken ambitie in onder andere Dronten 2050 en het Strategisch vastgoedplan, is de verwachting dat het kengetal verder zal dalen en daarmee ook onder de 30% kan uitkomen. De vraag zal wel zijn in welk tempo de investeringen daadwerkelijk gedaan kunnen worden. Als de investeringen op een later moment zullen plaatsvinden, dan verschuift het beeld verder richting de toekomst. De categorie C ‘meeste risico’ begint vanaf 20%. Vanaf dit punt zal de toezichthouder ook in de gesprekken met de gemeente het onderwerp aanhalen om het verloop te kunnen volgen.
71. Netto schuldquote (GL PvdA) Vraag Van -1 naar +50%. Welke grens hanteert de gemeente als maximum? Wat als deze trend doorzet? (p. 16) Antwoord Voor de netto schuldquote wordt nu als ondergrens 130% gehanteerd, zoals ook leesbaar is op pagina 30 en 31. De VNG adviseert een maximum van 130%. Lening verstrekkers kijken naar dit kengetal of een organisatie kredietwaardig is. Vanuit de prognose (ook na 2029) blijft deze ratio ver onder de 130%. Hiermee wordt verondersteld dat de gemeente kredietwaardig is en heeft het geen negatief effect op de toekomst.
72. Externe inhuur (GL PvdA) Vraag Wat is de financiële impact als het inhuurpercentage stijgt boven de huidige 18–20 %? Hoe groot schat het college de kans in dat dat gebeurt? (p. 25) Antwoord De manier waarop we sturen op het p-budget (dus ook inhuur) is dat er alleen wordt ingehuurd als er een (bestuurlijke) opdracht onder ligt, de formatie de ruimte laat en er (dus) dekking is. We sturen niet op percentages, wel op effect. Op de vraag hoe groot de kans is dat we boven de 20% (signaalwaarde) uitkomen is geen eenduidig/technisch antwoord te geven. Uitgangspunt is dat we streven naar een toekomstbestendige organisatie, waarin het type vraagstuk/werk leidend is voor de afweging om wel of niet in te huren.
Technische vragen Programmabegroting 2026
32
Onder andere als gevolg van de krapte op de arbeidsmarkt of ziekteverzuim zijn we nu soms genoodzaakt in te huren op ‘reguliere’ formatieplekken. Wij monitoren de verhouding inhuur versus vast en leggen dit langs de lat van de regionale en landelijke trend.
73. Datalab (GL PvdA) Vraag Wat zijn de jaarlijkse beheer- en beveiligingskosten na oplevering? (p. 27) Antwoord De jaarlijkse beheer- en beveiligingskosten van het datalab na oplevering bestaan uit kosten voor ICT-beheer, softwarelicenties, beveiligingsmaatregelen en personele inzet. Deze kosten zijn afhankelijk van de omvang van het datalab en de gebruikte technologie en zijn structureel opgenomen in de begroting. Er zijn geen specifieke kosten voor beveiliging en beheer, omdat het datalab een specifieke digitale werkruimte is die binnen het generieke beheer en beveiligingswerkzaamheden valt. Daarnaast is het datalab een laboratorium voor business intelligence, de digital twin en artificiële intelligentie. De kosten daarvoor zijn daarom toegerekend aan betreffende onderdelen. De jaarlijkse beheer- en beveiligingskosten voor het Datalab zijn daarmee beperkt tot kosten (afschrijving) voor presentatieschermen, een digitale samenwerkingstafel en onderhoud van de werkruimte van het datalab dat valt onder regulier beheer van de digitale werkruimte(n) van onze Gemeente.
74. Kindcentra (GL PvdA) Vraag Welke risico’s zijn ingecalculeerd bij stijgende bouwkosten voor de kindcentra in Dronten en Swifterbant? (p. 61) Antwoord Voor stijgende bouwkosten is op dit moment niks ingeregeld. Mede omdat dit extra beslag op de begroting legt, zonder dat projecten 100% concreet zijn qua uitwerking en jaar van uitvoering. Het Integraal HuisvestingsPlan (IHP) is in 2023 door de gemeenteraad vastgesteld. Het IHP wordt elke vijf jaar herijkt. Bij deze herijking worden de wijzigingen in (onderwijs)huisvesting, beleidskaders en na te streven kwaliteit bijgewerkt. Daar vindt op basis van voorgenoemde punten ook de herijking van de bouwkosten plaats, tenzij een concreet project op basis van definitief ontwerp en bouwkostenraming eerder ter besluitvorming aan de gemeenteraad wordt voorgelegd.
75. Sociaal domein (GL PvdA) Vraag De begroting streeft naar het versterken van ‘bestaanszekerheid, kansengelijkheid en gezondheid’. Op welke specifieke doelstellingen en budgetposten is dit gebaseerd, en hoe wordt gemeten of de gemeente de beoogde effecten ook daadwerkelijk bereikt? (p. 77) Antwoord In september 2024 heeft u als raad het strategisch kader sociaal domein, mensen maken de samenleving vastgesteld. In dit strategisch kader zijn de doelen en de indicatoren beschreven (wat en hoe gaan we meten wat we willen bereiken).
Technische vragen Programmabegroting 2026
33
Hierbij is aangegeven dat de uitwerking van de 3 opgaven plaats vindt in uitvoeringsprogramma’s (bestaanszekerheid bieden, kansengelijkheid vergroten en gezond samenleven versterken), deze zijn u ter informatie in juli 2025 toegezonden (A-7 250702 documentnummer 821050). De doelstellingen en budgetposten met betrekking tot onderdeel ‘bestaanszekerheid bieden’ vindt u in: Programma 6 Sociaal domein – p. 76 Pakket 6L Leefbaarheid en veiligheid – p. 77 Pakket 6M3 Arbeidsparticipatie en minima ondersteunende regelingen – p. 78 Pakket 6M4 Inburgering, (arbeids)participatie en integratie van statushouders – p. 82 Pakket 6N Zelfredzaamheid en eigen mogelijkheden – p. 86 De doelstellingen en budgetposten met betrekking tot onderdeel ‘kansengelijkheid vergroten’ vindt u in: Programma 4 Onderwijs – p. 55 Pakket 4P Opgroeien en Opvoeden - p. 56 Pakket 5M2 Participatie - Bibliotheken – p. 72 Pakket 6P Opgroeien en Opvoeden – p. 92 De doelstellingen en budgetposten met betrekking tot het onderdeel ‘gezond samenleven’ vindt u in: Programma 5 Sport, cultuur en recreatie - p. 63 Pakket 5J (Openlucht)recreatie – p. 64 Pakket 5K Openbaar groen – p. 67 Pakket 5L Kunst en cultuur – p. 69 Pakket 5M2 Participatie - Bibliotheken – p. 72 Pakket 5O Gezonde leefstijl – p. 72 Pakket 6M5 Multifunctionele gebouwen – p. 83 Pakket 6O Gezonde leefstijl – p. 92 Pakket 7O Gezonde leefstijl – p. 96
76. Minimabeleid (GL PvdA) Vraag Hoeveel inwoners vallen onder de ‘minima ondersteunende regelingen’ en hoe ontwikkelt dat aantal zich t.o.v. 2025? (p. 78 ev) Antwoord Op 31 december 2024 waren dit de absolute aantallen:
Lopende uitkeringen (#huishoudens)
518
Individuele inkomenstoeslag (#huishoudens)
349
Studietoeslag (#inwoners) Toegankelijkheidsbijdrage (#inwoners)
43 1.374
Witgoedregeling (#huishoudens)
134
Gebruik van de VoorzieningenWijzer
356
De cijfers over 2025 zijn nog niet bekend. Onze ambitie is om het gebruik van deze regelingen minimaal op het huidige niveau te houden, zodat inwoners die ondersteuning nodig hebben deze ook daadwerkelijk weten te vinden. Het gebruik wordt echter mede beïnvloed door factoren buiten onze invloed, zoals landelijke wet- en regelgeving, koopkrachtontwikkeling en inflatie. Technische vragen Programmabegroting 2026
34
Onze inzet ligt daarom vooral op het beschikbaar en toegankelijk houden van de regelingen en het ondersteunen van inwoners die daar gebruik van moeten maken.
77. De Meerpaal en maatschappelijke voorzieningen (GL PvdA) Vraag Het document vermeldt de ‘verder professionalisering van de samenwerking met De Meerpaal en het versterken van de toegang tot onze maatschappelijke voorzieningen’. Hoe wordt de kwaliteit en toegankelijkheid van deze samenwerking concreet gewaarborgd, en op welke wijze wordt de stem van de inwoners hierin meegenomen? (p. 80 in combinatie met p. 11) Antwoord Het verder professionaliseren van de samenwerking met De Meerpaal wordt concreet gemaakt door te sturen op samenhang, meetbaarheid en nabijheid. De kwaliteit en toegankelijkheid worden onder meer geborgd door: - Duidelijke koppeling met beleidsdoelen: de samenwerking wordt rechtstreeks verbonden aan de vier maatschappelijke effecten die de gemeenteraad heeft vastgesteld. Zo ontstaat meer samenhang tussen beleid en uitvoering. - Monitoring en KPI’s: De Meerpaal werkt met een drielaags KPI-model (activiteiten, effecten en impact). Hiermee wordt inzichtelijk gemaakt hoe de inzet bijdraagt aan gemeentelijke doelen zoals zelfredzaamheid, ervaren gezondheid en vermindering van eenzaamheid. - Doelmatiger inzet middelen: door overlap te verminderen en coördinatie te versterken, worden middelen efficiënter gebruikt, wat de toegankelijkheid van voorzieningen vergroot.
- Inwonersbetrokkenheid: vrijwilligers, ervaringsdeskundigen en buurtinitiatieven krijgen structurele ondersteuning en worden actief verbonden aan voorzieningen. Daarmee wordt de stem van inwoners nadrukkelijk meegenomen in de uitvoering en doorontwikkeling. Kortom: de samenwerking met De Meerpaal wordt niet alleen professioneel ingericht via KPI’s en effectmeting, maar ook versterkt door gebiedsgericht werken en het duurzaam betrekken van inwoners, vrijwilligers en initiatieven. Zo wordt zowel de kwaliteit als de toegankelijkheid van maatschappelijke voorzieningen geborgd.
78. Jeugdhulp (GL PvdA) Vraag Met het oog op het voorkomen van armoede en het vergroten van kansengelijkheid, is de begroting concreet over het versterken van de jeugdhulp en het investeren in de ‘sociale en pedagogische basis’. Kunt u de financiële middelen die specifiek zijn gereserveerd voor vroegtijdige preventie en laagdrempelige jeugdhulp specificeren, in vergelijking met de kosten van specialistische zorg? (p. 92 en verder) Antwoord Op basis van de uitgaven in 2024 is een berekening gemaakt van de omvang van de kosten van de lichte en middelzware vormen van ondersteuning (begeleiding, behandeling en specialistische jeugd GGZ). Deze vormen van jeugdhulp blijven lokaal. De overige zorgvormen die nu nog lokaal zijn ingekocht, worden per 2027 ingekocht in de jeugdhulpregio Flevoland. De omvang van de lokaal blijvende ondersteuning is afgerond 3 miljoen op jaarbasis. Het gaat daarbij om ondersteuning aan rond de 450 jeugdigen. Het is onze ambitie om deze ondersteuning aan dat aantal jeugdigen naar voren te brengen. Dit kan al dan niet in dezelfde vorm zijn.
Technische vragen Programmabegroting 2026
35
We willen in elk geval stappen zetten om naar meer groeps- en collectief aanbod te komen. Ook geven we ruimte om te komen tot andere vormen van ondersteuning om de gewenste resultaten te halen. Met het naar voren brengen kunnen we ook sneller op- en afschalen. In 2026 zetten we de eerste grote stap met de sociaal pedagogische basis/lokale teams die we in 2027 volledig in bedrijf willen hebben. Vanaf 2027 geven we dan geen beschikkingen meer af voor lichte en middelzware ondersteuning. De jeugdigen die deze vormen van ondersteuning nodig hebben, helpen we vanuit het voorveld. De lopende beschikkingen worden natuurlijk tot de einddatum uitgevoerd.
79. Warmteprogramma (GL PvdA) Vraag Welke investeringen uit de herijkte Transitievisie Nieuwe Warmte zijn al financieel gedekt en welke nog niet? (p. 104) Antwoord De herijkte Transitievisie Nieuwe Warmte is hetzelfde als het Warmteprogramma. Het Warmteprogramma wordt eind 2026 aan de Raad aangeboden en dan zal ook duidelijk zijn welke investering met ingang van 2027 nodig zijn. De kosten voor het opstellen van het Warmteprogramma kunnen worden gedekt uit de DU. Vooralsnog zijn de verstrekte Rijksbijdrage (SPUK en DU) voldoende.
80. Te bouwen woningen (GL PvdA) Vraag De begroting noemt het ambitieuze doel om 9.000 woningen te bouwen tegen 2050, met een focus op ‘betaalbare woningen en sociale huur’. Hoe gaat het college het vastgestelde percentage van de nieuwbouwplannen dat is gereserveerd voor sociale huur en betaalbare koopwoningen borgen bij de marktpartijen? (p. 107) Antwoord Met de vaststelling van de visie ‘Richting aan Groei’ in het voorjaar van 2023 is bepaald dat de gemeente Dronten groeit naar 60.000 inwoners en dat hiervoor 9.000 woningen benodigd zijn. De procentuele verdeling (30% sociale huur, 40% betaalbaar en 30% duur) ligt door het vaststellen van de Strategische Uitgangspunten Woonperspectief 2050 door de gemeenteraad in oktober 2024 vast. Hiermee is voorgesorteerd op de toekomstige Wet Versterking Regie Volkshuisvesting die op 3 juli 2025 door de Tweede Kamer is vastgesteld. Ook is in de woondeal ZUND op deze percentages voorgesorteerd. De consistente doorvoering van deze percentages in verschillende documenten zorgt ervoor dat marktpartijen weten aan welke uitgangspunten ze moeten voldoen. Daarnaast worden met ontwikkelaars afspraken vastgelegd in anterieure overeenkomsten.
81. Sociale woningbouw (GL PvdA) Vraag Welk percentage sociale huur is geborgd in de 21.000 doelstelling? (p. 110) Antwoord Het huidige percentage sociale huur vs. overige woningen is op dit moment 28%. Bij nieuwbouwprojecten wordt de procentuele verdeling (30% sociale huur, 40% betaalbaar en 30% duur) gehanteerd uit de Strategische Uitgangspunten Woonperspectief 2050 die door de gemeenteraad in oktober 2024 werd vastgesteld.
Technische vragen Programmabegroting 2026
36
In sommige gevallen kan dit afwijken, omdat er sprake is van oude afspraken uit een eerder gesloten anterieure overeenkomst of wanneer de gemeenteraad besluit om af te wijken van het vastgestelde kader.
82. Dronten Zuid (GL PvdA) Vraag Regionale samenwerking – Worden financiële risico’s gedeeld met Rijk en provincie bij ontwikkeling Dronten-Zuid? Zo ja, welke percentages? (p. 111) Antwoord Conform planning wordt, in het vierde kwartaal 2025, voor het uitleggebied Zuid, de kadernotie aan de raad aangeboden. De kadernotitie bestaat uit een verdere uitwerking en verdieping van de op 8 mei vastgestelde kaders in het koersdocument. Naast een grondexploitatie voor de op te starten realisatie van het eerste kwadrant, zal met als basis de kadernotitie ook een doorkijk gegeven worden op de financiële doorrekening (grondexploitatie) voor het gehele uitleggebied. In de grondexploitatie zijn de financiële bijdragen van zowel het Rijk als de Provincie verwerkt. Door deze financiële impulsen wordt het resultaat positief beïnvloed en nemen de financiële risico’s in omvang af. De bijdragen stellen echter ook eisen aan bijvoorbeeld het moment van opleveren van woningen. Met als passende beheermaatregelen een goede sturing op de planning en afstemming over de voortgang met de mede overheden. Wat resteert zijn de gebruikelijke financiële risico’s die met een dergelijke ontwikkeling gepaard gaan en voor rekening en risico van de gemeente komen.
83. Belastingdruk (GL PvdA) Vraag Wat is het verwachte effect in euro’s van de 2,2 % indexatie op een gemiddeld huishouden? (p. 119 en verder) Antwoord In de tabel op pagina 124 kunt u zien hoeveel de lastendruk gemiddeld is voor huishoudens zonder of met een eigen woning. Deze cijfers zijn berekend op basis van 2,2% indexatie.
84. GREX (GL PvdA) Vraag Hoe wordt er binnen de grondexploitaties omgegaan met de verwachte hoge kosten van grondverwerving om sociale woningbouw mogelijk te maken? (p. 157 en verder) Antwoord Het uitgangspunt is bij het vaststellen van nieuwe grondexploitaties dat het resultaat minimaal sluitend is op startwaarde. Het resultaat wordt niet alleen beïnvloed door verwervingskosten, maar ook andere kosten. Daarnaast is het vereiste woningbouwprogramma en daarmee de grondopbrengsten van belang. In principe vormt het saldo van kosten en opbrengsten (van de middeldure en vrije sector woningen) de dekking voor de lagere grondopbrengsten bij realisatie van sociale woningbouw.
Technische vragen Programmabegroting 2026
37
85. Privacy/AVG (GL PvdA) Vraag Hoe wordt gegevensbescherming gefinancierd en getoetst? Wat wordt gedaan tegen gegevensdiefstal? (p. 168) Antwoord Financiering van gegevensbescherming wordt bepaald door het jaarplan informatiebeveiliging en de invulling van specifieke maatregelen en voorzieningen die ervoor gerealiseerd moeten worden. Daarnaast is gegevensbescherming regulier onderdeel in de uitvoering van alle Gemeentelijke taken. Toetsing vindt plaats met audits, toezicht en controle door FG en PO en risicomanagement door CIO en ISO. Om gegevensdiefstal tegen te gaan, wordt gewerkt aan bewustwording, continue monitoring van de IT-omgeving en het uitvoeren van risico mitigerende maatregelen die voortkomen uit normenkaders, wet- en regelgeving.
86. Tijdelijke woningen (VVD) Vraag Hoe groot is de kans dat tijdelijke woningen eerder worden geleverd? Is de Vd Hamlaan dan al klaar? (p. 9) Antwoord Het college streeft ernaar om u later dit jaar hierover te informeren.
87. Sluitende begroting (VVD) Vraag Hoe ziet dat proces met ambtenaren eruit om tot sluitende begroting te komen? Wanneer wordt wat precies geleverd en welke keuzes liggen ervoor? Alleen bedrijfsvoering of ook in beleidskeuzes? Hoe wordt de raad geïnformeerd? (p. 10) Antwoord Het college heeft de organisatie gevraagd om te onderzoeken waar binnen de gemeente extra aandacht nodig is om de financiën en de uitvoering beter beheersbaar te maken en waar ruimte gevonden kan worden om de begroting structureel sluitend te krijgen (en mogelijk extra structurele ruimte te creëren), en de resultaten hiervan uiterlijk in het eerste kwartaal van 2026 op te leveren. Dit moet de raad inzicht geven in de juridische, financiële en maatschappelijke gevolgen van beleidskeuzes, zodat zij goed onderbouwde besluiten kan nemen. Ook moet het zorgen voor meer grip en wendbaarheid door middel van monitoring, scenario’s en betere samenwerking tussen beleid, uitvoering en bestuur. Met concrete handelingsopties en stuurinformatie kan de raad in het voorjaar van 2026, bij de behandeling van de Perspectiefnota 2027, goed geïnformeerde keuzes maken.
88. Jeugdhulp onderbouwing (VVD) Vraag Kan de onderbouwing worden gegeven voor de 2 mln. voor jeugdhulp? En hoe verhoudt dit zich met het traject van Berenschot van een aantal jaren terug en de 2e Tussenrapportage? (p. 13)
Technische vragen Programmabegroting 2026
38
Antwoord De commissie Van Ark heeft in het rapport ‘Groeipijn’ de disbalans tussen de uitgaven van de gemeenten en de toekenning van de middelen sociaal domein (onderdeel jeugd) in het gemeentefonds zichtbaar gemaakt. De Hervormingsagenda lost de disbalans niet op. Compensatie voor de hantering van reële tarieven blijft daarnaast noodzakelijk. Op niveau van Dronten schatten wij dat deel in op minimaal 2 miljoen. Het rapport Berenschot was gebaseerd op een gewenst maximaal uitgavenniveau voor de periode 2019-2023. Dit uitgavenniveau vormde het uitgangspunt voor de opbouw van de begroting. Omdat vanaf 2023 de kosten van jeugdhulp jaarlijks fors zijn gestegen -in Dronten vooral zichtbaar in de hoogste zorgzwaarten- zijn de uitgaven vanaf 2025 grotendeels aan te merken als structureel. In de 2e tussenrapportage vindt daarom de correctie hierop plaats.
89. Gemeentelijke inkomsten (VVD) Vraag Waar komt de 1,1 mln. vandaan? Het wordt nu gezien als 'we ramen beter', maar is er dan in het verleden niet voldoende gedaan? Ten koste van wat gaat dit? Uit welke begrotingsposten wordt dit weggehaald? (p. 14) Antwoord Zie hiervoor ook het antwoord op vraag 7. ‘Als gevolg van het traject van realistisch begroten zijn inzichten opgedaan die ons vooruit helpen. De financiële resultaten van de afgelopen jaren – met name de relatie tussen de begroting en de werkelijkheid – zijn hiervoor tegen het licht gehouden’. (Perspectiefnota 2026) Eén van de inzichten die is opgedaan, is dat met het begroten van baten een conservatieve lijn is gevolgd. Dit resulteert in het bijstellen van de begroting tussendoor of in een positief resultaat tussen de werkelijkheid en de begroting in de jaarrekening. Dat is een indicatie dat in het verleden iets wellicht nog niet voldoende is gedaan. Het positief bijstellen van de begroting levert begrotingsruimte op bij de primitieve begroting en gaat niet ten koste van iets. Het verbetert de jaarrekening, waarin minder (grote) afwijkingen zouden moeten worden verklaard. Tegenover het realistisch begroten van de lasten is het belangrijk ook de baten op een realistisch niveau te hebben.
90. Alternatief scenario (VVD) Vraag Uit de financiële tabel blijkt dat we in 2026 een krap sluitende begroting hebben en dat daarna het tekort oploopt naar bijna 2 miljoen Euro. Kan het college ons het ‘comfort’ geven door ons mee nemen in een alternatief scenario met budgetverruimende maatregelen, die tijdig geëffectueerd kunnen worden wanneer deze tekorten realiteit worden? (p. 14) Antwoord Het college heeft de ambtelijke organisatie de opdracht gegeven hiermee te komen in het voorjaar 2026 voor de behandeling van de Perspectiefnota 2027 (zie de 2e Tussenrapportage).
Technische vragen Programmabegroting 2026
39
91. Extra geld vs onderuitputting (VVD) Vraag Er wordt 3,8 mln. in 2026 extra geld uitgegeven ten opzichte van de 2e Tussenrapportage. De afgelopen jaren was er onderuitputting. Waarom zou dit nu niet plaatsvinden? (p. 15) Antwoord Dit betreft een politieke en geen technische vraag.
92. Extra uitgaven irt inhuur en subsidies (VVD) Vraag Hoeveel van de 3,8 mln. aan extra uitgaven gaat naar inhuur, naar vaste mensen en naar subsidies/beleid? (p. 8) Antwoord Technisch gezien wordt per saldo 3,8 miljoen meer uitgegeven (9,7 mln meer lasten / 5,9 mln meer baten). Dit is de som van alle toegevoegde incidentele baten en lasten. De Noodopvang Oekraïne brengt zowel aan de lasten als aan de baten kant meer dan 3 mln mee, maar heeft een beperkt financieel effect. Een groot deel van de toegevoegde lasten is (nu nog) gekenmerkt als uitbestede werkzaamheden of projecten. Daarvan kan het bij een verdere projectuitwerking nog noodzakelijk zijn dat dit geld aan inhuur wordt besteed of dat hier tijdelijk iemand voor wordt aangenomen. Op dit moment is bij de begroting € 155.000 incidenteel toegevoegd bestemd voor personeel in dienst en is € 1.055.000 incidenteel toegevoegd voor inhuurlasten. Dat is ongeveer 12,5% van de toegevoegde lasten.
93. Digitalisering (VVD) Vraag Aangegeven wordt dat door investeringen in digitalisering en het professionaliseren van de organisatie er een vermindering van de structurele lasten zal optreden. Waar zien wij die vermindering van de structurele lasten terug in de begroting? (p. 15) Antwoord De vermindering van de structurele lasten door digitalisering en professionalisering van de organisatie komt tot uiting in lagere personeelskosten, efficiëntere processen en minder papiergebruik. In de begroting zijn deze besparingen verwerkt in programma 0, pakket C, onder de post 'organisatiekosten' en 'automatisering', waar een dalende trend zichtbaar is.
94. Bestuur (VVD) Vraag Wat wordt bedoeld met 'kwalitatieve inzichten' die laten zien dat de ambtelijke betrokkenheid is gegroeid? Welke betrokkenheid is dat en van wie? (p. 18)
Technische vragen Programmabegroting 2026
40
Antwoord Inzet is een rijker beeld van de kwaliteit van de samenwerking en de bijdrage aan de lange termijn doelen van de gemeente Dronten. Met kwalitatieve inzichten wordt bedoeld de beschrijvende en inhoudelijke observaties die zichtbaar maken hoe de samenwerking zich ontwikkelt en hoe deze bijdragen aan gemeentelijke doelstellingen. Hierbij kan gedacht worden aan gezamenlijke initiatieven, actieve deelname aan regionale werkgroepen of verbeterde afstemming tussen gemeenten. Ambtelijke betrokkenheid verwijst naar de inzet hierin en hierop van medewerkers van de gemeente Dronten in regionale samenwerkingsverbanden. Het gaat daarbij dus om de mate waarin medewerkers actief en constructief meewerken aan regionale doelen die aansluiten bij de gemeentelijke ambities
95. Raadsvoorstellen (VVD) Vraag Welke stappen worden genomen om in 2026 de kwaliteit van de Raadsvoorstellen te verbeteren? (p. 18) Antwoord Zoals verwoord in de Programmabegroting wordt in 2026 toegewerkt naar een gestandaardiseerd beoordelingssysteem waarmee college- en raadsvoorstellen systematisch en objectief beoordeeld kunnen worden op kwaliteit en volledigheid. Dit vormt een belangrijke stap in het structureel verbeteren van het besluitvormingsproces. Daarnaast blijft de gemeente in 2026, net als in voorgaande jaren, investeren in de deskundigheidsbevordering van beleidsadviseurs. Hierbij ligt de focus op bestuurlijke advisering en het schrijven van scherpe, goed onderbouwde ‘rake’ voorstellen. Hierdoor wordt zowel inhoudelijk als procesmatig ingezet op continue verbetering van het besluitvormingsproces.
96. MijnDronten (VVD) Vraag Waar treffen wij mijndronten.nl aan? En waarom is de ambitie niet dat iedereen hiervan gebruik maakt? (p. 22) Antwoord Mijn Dronten is te bereiken via https://eloket.dronten.nl/p/login. Uiteindelijk is de ambitie wel dat inwoners de status van hun lopende zaken kunnen inzien via dit platform of een vergelijkbaar platform. We willen dit stapsgewijs op een goede manier ontsluiten.
97. Overhead en digitalisering (VVD) Vraag Hoe wordt voorkomen dat de maatschappelijke effecten vooral extra overhead en adviesrapporten oplevert, in plaats van (directe) lastenverlichting of snellere dienstverlening voor inwoners en ondernemers? (p. 22) Antwoord Dit betreft een politieke en geen technische vraag.
Technische vragen Programmabegroting 2026
41
98. Gebruikers MijnDronten (VVD) Vraag Men wil 350 huishoudens in 2026, en rolt daarna gestaag verder uit. Wat is de status van dit project, waarom moet het zo lang duren? (p. 27) Antwoord Op dit moment kunnen gezinnen die gebruik maken van Leerlingenvervoer hun status inzien. We willen in 2026 meer interne bronnen aansluiten, waarbij we de behoefte van inwoners meenemen. Afhankelijk van het zaaksysteem is dit makkelijker of moeilijker te realiseren.
99. Digital Twin (VVD) Vraag De Dronten Digital Twin? Wat wordt hiermee bedoeld? (p. 27) Antwoord De Dronten Digital Twin is een digitale representatie van de fysieke omgeving van Dronten. Hiermee kunnen simulaties en analyses worden uitgevoerd om beleidsbeslissingen te ondersteunen, bijvoorbeeld ten aanzien van ruimtelijke ordening, infrastructuur of duurzaamheid.
100. Inkoop (VVD) Vraag Aangegeven wordt dat in 2026 minimaal 95% van onze inkoop opdrachten rechtmatig moet plaats vinden. Waarom leggen we de lat niet hoger door de norm op 100% rechtmatig te stellen? (p. 29) Antwoord Wij hebben in 2024, maar ook in dit jaar, stappen gezet om de onrechtmatigheden bij verschillende dossiers op te heffen. Tegelijk hebben we nog te maken met enkele ‘ijzeren’ ICT inkoopdossiers. Binnen de organisatie worden stappen gezet om ook voor de ‘ijzeren’ ICT inkoopdossiers de onrechtmatigheden op te heffen. Dit zal naar verwachting in 2026 afgerond kunnen worden. Vandaar het percentage van minimaal 95%.
101. Treasury (VVD) Vraag Waarom staat hier niets over de leerpunten die komen uit de Tussenrapportage 2, waarin duidelijk wordt gemaakt dat er fouten zijn gemaakt in de ramingen? (p. 32) Antwoord Dit betreft een politieke en geen technische vraag.
102. Overheadpercentage (VVD) Vraag Wat is de ontwikkeling van het overheadspercentage sinds 2022? (p. 34)
Technische vragen Programmabegroting 2026
42
Antwoord Het overheadpercentage was in de jaren 2022 tot en met 2025 als volgt. 2022: 12% 2023: 13% 2024: 13% 2025: 14% 2026: 14% De jaren 2022 tot en met 2024 is op basis van de jaarrekening (werkelijke cijfers). 2025 en 2026 is op basis van de begroting.
103. Weerbaarheid (VVD) Vraag Hoe wordt vanuit de rampenbestrijding en crisisorganisaties ook onze inwoners weerbaarder gemaakt? Welk budget is hiervoor beschikbaar en wat merken onze inwoners hiervan? (p. 38) Antwoord Eind 2024 heeft het kabinet aangegeven in te willen zetten op het vergroten van de weerbaarheid van de maatschappij. Het uitwerken van de eerste kaders en uitgangpunten voor een programma ‘Weerbaarheid en Veerkracht’ is belegd bij de verschillende veiligheidsregio’s. Veiligheidsregio’s Flevoland en Gooi & Vechtstreek werken momenteel samen met gemeenten en andere ketenpartners aan het opstellen van een programmaplan voor onze regio, met onder andere meer informatie over het invullen en inrichten van noodsteunpunten. Daarnaast zal vanuit communicatie aangesloten worden bij de landelijke campagnes die uitgerold gaan worden, zoals ‘Denk Vooruit’. Vanuit het Rijk is geld beschikbaar gesteld voor het thema weerbaarheid, maar het is nog onduidelijk hoeveel en op welke manier gemeenten hiervoor budget ontvangen.
104. Handreiking weerbaarheid en veerkracht (VVD) Vraag In hoeverre wordt de handreiking weerbaarheid en veerkracht op lokaal niveau gehanteerd? (p. 38) Antwoord Het college is bekend met de recent gepubliceerde handreiking. De handreiking dient vooral als voorbeeld en inspiratie voor het versterken van de lokale weerbaarheid. Samen met onze netwerkpartners bekijken we welke voorbeelden en handvatten van meerwaarde kunnen zijn voor de gemeente Dronten. Daarnaast worden sommige voorbeelden uit de handreiking al lokaal toegepast of uitgerold, zoals maatregelen rondom de crisisorganisatie en Bondgenoten.
105. Rapportcijfer veiligheid (VVD) Vraag Aangegeven wordt dat we in 2026 een rapportcijfer voor veiligheid willen scoren van hoger dan of gelijk aan 7,5. Waarom leggen we die lat niet hoger, nu we bij de vorige veiligheidsmonitor in 2022 al een 7,8 scoorden. (p. 39)
Technische vragen Programmabegroting 2026
43
Antwoord Het rapportcijfer voor de leefbaarheid in de gemeente Dronten gaat over het subjectieve veiligheidsgevoel van onze inwoners en is daardoor lastig te sturen. Het is goed om ambitieus te zijn, maar het college wil ook een realistische verwachting scheppen. Kijkend naar de verharding van onze maatschappij en de onrust in de wereld, kunnen deze ontwikkelingen een negatieve invloed hebben op de ervaren veiligheid binnen onze eigen gemeentegrenzen.
106. Interventies jeugd (VVD) Vraag Wat zouden passende interventies zijn voor overlastgevende jeugd? Zijn dat met name de groepen die in of rond het centrum van Dronten hangen (zoals parkeergarage)? (p. 41) Antwoord Bij het aanpakken van overlastsituaties wordt onderscheid gemaakt tussen hinderlijk, overlastgevend en crimineel gedrag. Bij de eerste groep is vooral de inzet van jongerenen welzijnswerkers van belang en bij de tweede groep de inzet van handhaving. Daarbij kunnen ook meer repressieve maatregelen zoals de Persoonsgerichte Aanpak (PGA) worden ingezet. Voor de jongeren die al met één been in de criminaliteit (dreigen te) staan, heeft de traditionele aanpak weinig effect. Voor deze zogeheten groep ‘2% jeugd’ worden de interventiespecialisten van Stichting Reindert ingezet. Daar waar mogelijk proberen de interventiespecialisten door 1 op 1 contact de jongeren weer uit het criminele circuit te halen. Door de informatie van de jongeren- en welzijnswerkers en de interventiespecialisten met elkaar te combineren, ontstaat er een beter beeld van de omvang en samenstelling van de verschillende groepen die in verschillende mate overlast veroorzaken in onze gemeente.
De goede integrale samenwerking tussen de ketenpartners, zoals het jeugden jongerenwerk, het jeugdinterventieteam (JIT), PGA, handhaving, politie, et cetera vormen de basis voor passende interventies, waarbij er aandacht is voor mogelijke overlap tussen taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden.
107. Streefcijfer jongerenoverlast (VVD) Vraag Waarom is er voor 2026 geen streefcijfer gekoppeld aan de terugdringing van jongerenoverlast? (p. 41) Antwoord De cijfers, zoals vermeld, zijn afkomstig van de politieregistraties. Omdat de gemelde overlast in verschillende categorieën geregistreerd kan worden, vormden de cijfers maar een deel van het beeld. De cijfers vragen daarmee altijd om aanvulling en kwalitatieve duiding, bijvoorbeeld vanuit systemen als FIXI en signalen van het jeugd- en jongerenwerk. Op basis van alleen deze cijfers kan dus geen realistische prognose gegeven worden. Daarnaast kan een stijging van het aantal meldingen soms ook positief zijn, omdat dit betekent dat we beter zicht hebben op de overlastplekken en de meldingsbereidheid van inwoners toeneemt. Een daling van de cijfers kan als keerzijde hebben dat we bepaalde overlastgroepen uit het zicht verliezen. De benoemde cijfers dienen dan ook vooral ter illustratie, waarbij de duiding van belang blijft. Technische vragen Programmabegroting 2026
44
108. Letsel (VVD) Vraag Is de tabel met aantal letsels het aantal dat komt door gemeentelijk infrastructuur of in het algemeen? (p. 46) Antwoord Dit betreft alleen letsels op de gemeentelijke wegen.
109. Beoordeling fietsgemeente (VVD) Vraag Hoe wordt de 0,2 hogere score (van 7,2 naar 7,4) precies bereikt? Is dat alleen de fietsenstalplaats? (p. 46) Antwoord De uitbreiding van de fietsenstalplaats bij het station kan daarin een bijdrage leveren. Daarnaast hebben we in veel projecten aandacht voor de fietsers door het aanbieden van goede fietsinfrastructuur.
110. Wegenonderhoud (VVD) Vraag Welke afwegingen liggen ten grondslag aan het prioriteren van wegenonderhoud in relatie tot fietsstroken en snelheidsremmende maatregelen? (p. 47) Antwoord De herinrichting van De Boeg met het toevoegen van fietsstroken en snelheidsremmende maatregelen is opgenomen in het uitvoeringsprogramma van het gemeentelijk verkeer- en vervoersplan 2017-2027. In deze periode vindt het noodzakelijke groot onderhoud aan de Boeg plaats en worden extra maatregelen meegenomen (werk met werk). Ten aanzien van de prioritering van het wegonderhoud wordt er in eerste instantie gekeken naar de onderhoudscyclus op basis van de leeftijd van de betreffende weg. Vanuit de weginspectie wordt er gekeken naar de daadwekelijk technische staat van de weg. Ook wordt er gekeken naar combinatie van onderhoud van andere thema’s zoals groen, verlichting en riolering (integraal werken), maar ook naar invloed op of door omliggende projecten. Vanwege de bouw van de woningen op het voormalige tuincentrum aan de Boeg staan deze werkzaamheden aansluitend ingepland na de zomer 2026.
111. Groeiende bedrijven (VVD) Vraag Waar gaan de 2% groeiende bedrijven heen? Hoe staat het met de ontwikkeling van de nieuwe industrieterreinen, na de poort is er geen ruimte meer toch? (p. 51) Antwoord Hoewel de ruimte op de bestaande bedrijventerreinen na de Poort van Dronten beperkt wordt, is de groei van onze lokale economie veel meer gedifferentieerd dan de beschikbaarheid van fysieke bedrijventerreinen. De groei van onze bedrijven vindt ook plaats op andere werklocaties zoals in onze winkelcentra, de agro- en recreatiesector en bij ondernemers die vanuit huis werken (ZZP’ers en thuiswerkers).