CConstaterende datDronten
Koppel je AI →
Document · PDF

251009 deel-beantwoording SV VVD 2e tussenrapportage algemeen en jeugdzorg.pdf

Raadsvergadering 30 oktober 2025, gemeente DrontenBij agendapunt: 9: Raadsvoorstel 2e Financiële tussenrapportage1.953 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

schriftelijke vragen Fractie: VVD Dronten Naam: Barry Hoogezand Onderwerp: Type vraag: Beantwoording (alléén bij informatieve/technische vragen)

Technische vragen Tussenrapportage informatieve/technische vraag ✓ artikel 33-vraag ✓

Ja, kan verspreid via mail / app Nee, antwoord alleen naar mijzelf

Inleiding: Zoals in de beeldvormende vergadering van 2 oktober jl. besproken, had de VVD Dronten nog technische vragen over de Tussenrapportage en bijlagen. Vragen: Tussenrapportage  Waarom is ervoor gekozen om de kredieten voor de vrachtwagens niet via de ordentelijke weg van een Raadsbesluit te laten lopen, maar is voor verwerking in de Tussenrapportage gekozen? Hoe kan dit bedrag in een jaar met €130.000 zijn opgelopen? Antwoord Bij de 2e Tussenrapportage is de volledige investeringsagenda 2025 geactualiseerd. Het ontbreken van de vervangingsinvestering van de vrachtwagen in de kredietoverhevelingen van 2024, maakt dat deze vrachtwagen is behandeld als onderdeel van de totaal investeringsagenda 2025. De bijhorende lasten stonden nog in de begroting 2025 waarbij is gerekend met €220.000. De bijstelling van €130.000 leidt nu tot een verhoging van de kapitaallasten. Deze pragmatische manier van handelen is ondersteund door dit als apart raadsbesluit op te nemen in de Tussenrapportage. De raad wordt hierdoor in positie gesteld om nu, bij de Tussenrapportage, de volledige actualisatie van de investeringsagenda 2025 vast te stellen. De uitleg van de kostenstijging is vooral administratief van aard. Bij deze auto hoort een historisch investeringskrediet uit 2023 van €326.700. Via een kredietoverheveling 2023 is dit krediet naar 2024 overgezet.

In 2024 is dit krediet niet goed opgenomen in de begroting 2025 en is gerekend met slechts €220.000 voor het jaar 2024. In 2024 heeft er echter geen investering plaatsgevonden en is er geen krediet hiervoor overgeheveld naar 2025.

Technisch was het krediet dat in 2024 overgeheveld had kunnen worden €326.700. Dat sluit beter aan bij de huidige €350.000. Vraag  In de Tussenrapportage wordt melding gemaakt voor (structurele) extra kosten voor bedrijfsvoering (€379.000 structureel) in 2025 voor o.a. elektriciteit (€65.000), brandweer (€50.000). Waarom komt dit nu pas in het jaar naar boven en is dit niet in de begroting van 2025 verwerkt? Wat voor kosten zijn dit? Welke beheersmaatregelen worden getroffen, qua kostenreductie als voor informatievoorziening dat dit eerder wordt opgemerkt? Antwoord Volgt volgende week.

Specifiek jeugdzorg  Welke ramingen zijn er precies? In de beeldvormende vergadering werd gesproken over een realistische en een optimistische begroting die op tafel lagen in 2023. Welke reeksen waren dit (graag in tabel)? Welk beleid zat in de optimistische begroting verwerkt? In 2022 lag één begroting 2023 en in 2023 lag één begroting 2024 op tafel. Zoals is toegelicht in de beeldvormende vergadering van 2 oktober is voor de beleidsperiode 20192022 en de verlengde beleidsperiode de begroting sociaal domein gebaseerd geweest op het gewenste uitgavenniveau. Dit op basis van de bestuurlijke keuzes rond de scenario’s die Berenschot in kaart had gebracht. Om tegenvallers in de realisatie op te vangen is de bestemmingsreserve sociaal domein in het leven geroepen. De begrotingsramingen werden in deze beleidsperiode alleen aangepast op basis van de gevolgen van de aanbestedingen/indexeringen. 

De overgang van lump sum- naar PxQ-bekostiging is de aanleiding geweest. Is over deze budgettaire verwerking ook advies ingewonnen van de regio of externen?

De scheefgroei tussen de begroting en de realisatie is voor het eerst zichtbaar geworden in de jaarrekening 2023. Deze scheefgroei werd inderdaad veroorzaakt door de overgang van de lump sum naar de pxq bekostiging, en ook door de gevolgen van het woonplaatsbeginsel. We hebben naar aanleiding van de jaarrekening de begroting niet op dit resultaat aangepast omdat op basis van 1 ervaringsjaar met overgangscontracten niet vastgesteld kon worden welk deel een structureel karakter ipv een incidenteel karakter had. Achteraf gezien was dat wel het eerste – en beste - moment geweest waarop we hadden kunnen besluiten tot een grotere bijstelling dan alleen de tariefstelling. Want deze voorzichtigheid in het bijstellen van de ramingen heeft geleid tot cumulatie in de scheefgroei tussen de jaarrekening 2024 en de vastgestelde begroting 2025. 

Wanneer is de wethouder van financiën precies geïnformeerd over de jeugdzorgbegroting (het bestaan van de twee reeksen) en de problematiek die acuut moest worden aangepakt?

Er was geen sprake van twee reeksen. In januari 2025 kwam het rapport van de commissie Van Ark uit. Daaruit bleek dat de maatregelen van de Hervormingsagenda weliswaar op termijn tot lagere uitgaven konden leiden, maar dat de bij gemeenten ontstane tekorten vooral zijn ontstaan doordat het Rijk onvoldoende compenseert. Uit de jaarrekening 2024

bleek vervolgens een tekort van 2,9 miljoen. Toen werd ook steeds meer duidelijk dat een groot deel van het tekort structureel was. De structurele uitgaven zijn lokaal en landelijk hoger dan de inkomsten. De meicirculaire bracht duidelijkheid dat het Rijk dit slechts gedeeltelijk (vooraf) gaat compenseren. De combinatie van de uitkomsten van de jaarrekening 2024 en de meicirculaire heeft geleid tot de ambtelijke conclusie dat de kosten in de begroting 2025 en de conceptbegroting 2026 niet realistisch waren begroot. Daarop is de wethouder financiën vlak voor de zomervakantie door team financiën geattendeerd. De exacte omvang was toen niet bekend. Na de zomervakantie is de wethouder financiën geattendeerd op de exacte omvang en is actie ondernomen om deze informatie met u te delen met het advies over de noodzaak tot bijstelling van de begroting 2025 en de raming 2026 en verder. Op basis van de doorrekening van de realisatie 2023 en 2024 met de tarieven 2025, de ontwikkeling van het jeugdhulpgebruik en de zorgzwaarte is gebleken dat de scheefgroei groter was wij hadden aangenomen. Wij hebben aangegeven wat hiervan de oorzaken waren. 

Wanneer is de wethouder van jeugdzorg en jeugdhulp precies geïnformeerd over de jeugdzorgbegroting (het bestaan van de twee reeksen) en de problematiek die acuut moest worden aangepakt?

Er was geen sprake van twee reeksen. In januari 2025 kwam het rapport van de commissie Van Ark uit. Daaruit bleek dat de maatregelen van de Hervormingsagenda weliswaar op termijn tot lagere uitgaven konden leiden, maar dat de bij gemeenten ontstane tekorten vooral zijn ontstaan doordat het Rijk onvoldoende compenseert. Uit de jaarrekening 2024 bleek vervolgens een tekort van 2,9 miljoen. Toen werd ook steeds meer duidelijk dat een groot deel van het tekort structureel was. De structurele uitgaven zijn lokaal en landelijk hoger dan de inkomsten. De meicirculaire bracht duidelijkheid dat het Rijk dit slechts gedeeltelijk (vooraf) gaat compenseren. De combinatie van de uitkomsten van de jaarrekening 2024 en de meicirculaire heeft geleid tot de ambtelijke conclusie dat de kosten in de begroting 2025 en de conceptbegroting 2026 niet realistisch waren begroot. In juni 2025 is vanuit jeugdhulp ambtelijk met de wethouder jeugdhulp/jeugdzorg besproken dat aan de hand van de twee resultaten ervaringsjaren (2023 en 2024) en de rapportage Groeipijn van Van Ark (januari 2025), duidelijk is geworden dat sprake is van een structureel tekort en dat de ramingen in de begroting 2025 en verder niet daarom niet realistisch zijn. Op dat moment was de meicirculaire nog niet bekend en lag de exacte doorrekening nog niet op tafel.

Op basis van de doorrekening van de realisatie 2023 en 2024 met de tarieven 2025, de ontwikkeling van het jeugdhulpgebruik en de zorgzwaarte is gebleken dat de scheefgroei groter was wij hadden aangenomen. Wij hebben aangegeven wat hiervan de oorzaken waren. 

Er wordt in de tijdlijn gesproken over twee collegespecials: in april 2023 en in december 2024. Welke scenario’s lagen hier op tafel? Kunnen deze stukken met de Raad worden gedeeld?

In de beeldvormende collegespecial in 2023 is dezelfde informatie gedeeld als in de beeldvormende vergadering van 2023. Het college heeft in die special namelijk besloten dat het gewenst was die informatie met u te delen in een nog te plannen beeldvormende vergadering. De stukken zijn met u gedeeld (presentatie en achterliggende informatie). 

In april 2023 werd er gesproken over o.a. taakstellingen en beleidswijzigingen, welke lagen daarop tafel?

Dezelfde als in de beeldvormende vergadering in hoofdlijnen zijn doorgenomen: a. Om de lokale aanbestedingen 2024 te kunnen afronden op basis van het toenmalige beleidsniveau, was het nodig extra middelen voor preventie en de lokale inkoop toe

te kennen. De keuze lag voor om toe te kennen (te verwerken in de begroting 2024) of in te grijpen op het voorzieningenniveau. b. De kosten voor jeugdhulp met verblijf zijn sterk gestegen. Dat zijn niet vermijdbare kosten. Om de kosten van regionale jeugdhulp op termijn te verminderen, is investering in het voorkomen van verblijf en het bieden van alternatieven voor verblijf noodzakelijk. c. Meer invloed op de uitgaven in de komende jaren. Bijvoorbeeld door voorwaarden te gaan stellen voor de inzet van jeugdhulp/de verordening aan te passen. 

In april 2023 was tijdens de collegespecial jeugdzorg (zo staat ook expliciet benoemd) het moment geweest om bij te sturen. Daar is niet voor gekozen, wat zijn de exacte overwegingen hierbij geweest? Wie heeft dit besluit genomen?

Het college heeft het besluit genomen informatie uit de beeldvormende special te delen met de raad. In de periode daarna heeft het college besloten de benodigde middelen voor een lokale aanbestedingen te verwerken om het toenmalige beleid ongewijzigd voort te kunnen zetten in afwachting van de vaststelling van het nieuwe beleid. 

Ook in december 2024 was een collegespecial over jeugdzorg. Daar is niet voor gekozen om bij te sturen. Wat zijn de exacte overwegingen hierbij geweest? Wie heeft dit besluit genomen?

In december 2024 was de special specifiek gericht op het spiegelen van de uitvoeringsplannen (onderdelen jeugd) op het Boemerangbeleid. Dit gebeurde door een gastspreker. 

Wat is er veranderd tussen perspectiefnota en de zomer dat ertoe leidde dat er met spoed een per saldo tegenvaller van 3,2 mln. structureel (4,8 mln. incidenteel) budgettair moest worden verwerkt?

De combinatie van de jaarrekening 2024 en de meicirculaire. In de perspectiefnota heeft onze focus vooral gelegen op het toekomstig beleid. Wij hebben aangegeven dat wij – terugkijkend- in de perspectiefnota de ontstane situatie in hoofdlijnen hadden moeten verwerken. Echter, de volledige doorrekening van de jaarrekening en de meicirculaire is later tot stand gekomen dan de perspectiefnota en zou ook bij verwerking in de perspectiefnota nog tot correcties hebben geleid. 

Waar zitten de risico’s bij de huidige verwerking van de ramingen? Er zit een voorzichtigheidscomponent in, is de verwachting dat de daadwerkelijke realisatie veel lager uitvalt?

In de aangepaste begroting 2025 en de begroting 2026 zit geen voorzichtigheidscomponent. Er zijn per onderdeel van de begroting aannames gedaan over het jeugdhulpgebruik (aantallen en gemiddelde bedragen) op basis van de huidige tariefstelling. Gespiegeld aan de aantallen en gemiddelde bedragen van zowel 2023 als 2024 als de eerste maanden van 2025. En voor het incidentele deel gespiegeld aan de Hervormingsagenda en het lokale en regionale ambitieniveau. Het feitelijk gebruik en de zorgzwaarte zal afwijken van de ramingen en de ambities. Dat is inherent aan open wetgeving. We kunnen het feitelijk gebruik leggen naast onze aannames en de verschillen zichtbaar maken. In de strategische visie en de uitvoeringsplannen is opgenomen dat we ervoor kiezen om deels verder naar voren (de lichtere vormen van jeugdhulp) en deels verder regionaal (de zwaardere zorgvormen) te werken. In het nieuwe beleid is er niet voor gekozen om de jeugdhulp in te perken om de uitgaven te verminderen.

Wat is de verwachting van de realisatie op jeugdzorg bij de jaarrekening 2025 nu er tussentijds €4,8 mln. bijstelling plaatsvindt?

De daadwerkelijke realisatie kan zowel lager als hoger uitvallen. Afhankelijk van de instroom en de zorgzwaarte van de nieuwe instroom in de komende maanden. Zie ook het vorige antwoord. 

In de tijdlijn wordt ook gesproken over de samenwerking tussen ambtelijke organisatie en college. Welke afspraken zijn gemaakt om de samenwerking in de toekomst te verbeteren, bijvoorbeeld rond ambtelijke daadkracht en bestuurlijke scherpte? Wat ziet de Raad hiervan terug?

Wij verwijzen u naar onze opdracht aan organisatie ter versterking structurele beheersbaarheid en bestuurlijke sturing.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeenteraad.dronten.nl/api/v1/meetings/1244/documents/20415