250205 beantwoording TV CDA Biodiversiteit.pdf
Tekst van het document
schriftelijke vragen Fractie:
CDA
Naam:
Dinand Ekkel
Onderwerp:
Biodiversiteit
Type vraag:
✓
informatieve/technische vraag artikel 33-vraag
Beantwoording (alléén bij informatieve/technische vragen)
✓
Ja, kan verspreid via mail / app Nee, antwoord alleen naar mijzelf
Inleiding: Op donderdag 6 februari a.s. wordt de nieuwe Biodiversiteitsvisie beeldvormend besproken. Naar aanleiding van deze bespreking heeft het CDA een aantal vragen die informatief/technisch van aard zijn. Vragen: 1. Eén van de programmalijnen is Natuur dichter bij de mens brengen. Er wordt aangegeven dat kinderen van 4-18 jaar een belangrijke doelgroep is. Kan worden aangeven waarom in het voortraject dan al niet met de onderwijspartners is gesproken om hen mee te nemen in deze visie ? Reactie: In het voortraject hebben we bepaald op welke doelgroepen we ons de komende beleidsperiode willen richten. Met experts op het gebied van natuureducatie zijn goede regionale en landelijke voorbeelden verkend. Na vaststelling van het programma gaan we in gesprek met de onderwijspartners om de aanpak en inhoud van het natuureducatieprogramma te bepalen. 2. Waaruit blijkt dat de inzet in 2022-2024 ‘’effectief is gebleken’’ ? Hoeveel meer mensen, jongeren, kinderen zijn bereikt en bewuster geworden ? Of hoeveel meer voortuinen zijn ‘’ontsteend’’ als gevolg van deelname Steenbreek ? Reactie: We hebben in de afgelopen jaren gewerkt aan bewustwording door bijvoorbeeld campagnes als Tuinheldenverkiezing, vergroeningsacties en NK Tegelwippen te organiseren. Exacte aantallen van inwoners die we hebben bereikt of tuinen die we hebben “onsteend” zijn daarbij niet bijgehouden.
In de komende beleidsperiode zijn we voornemens de effecten te monitoren volgens de aanpak in hoofdstuk 5 van het programma. 3. In bijlage 1 wordt verwezen naar de Omgevingswet. Hoe past de implementatie van deze visie in het proces om te komen tot de integrale omgevingsvisie (Toekomstvisie + StraLos) Reactie: De kaderstellende onderdelen in programma biodiversiteit worden meegenomen voor input van de StraLos. Op welke manier dat precies zal gebeuren wordt nog onderzocht. 4. In bijlage 1 wordt verwezen naar diverse provinciale regelingen/visies, waaronder de Bossenstrategie en het uitvoeringsprogramma invasieve exoten. Hoe wordt in het actieplan voor de komende jaren de afstemming met o.a. deze (en overigens vele andere in de bijlage genoemde bovenlokale ontwikkelingen) plannen van de provincie geregeld ? Reactie: In het netwerk biodiversiteit Dronten en het provinciale netwerk biodiversiteit stemmen we met onze netwerkpartners – waaronder de provincie – op hoofdlijnen af. Daarnaast vindt er vanuit de provincie afstemming met o.a. gemeenten laats over de implementatie van het provinciale beleid. De implementatie van gemeentelijk beleid, waaronder programma biodiversiteit, wordt hierbij meegenomen. 5. In Bijlage 1 staan het programma Nieuwe Natuur (waarbinnen ook in onze gemeente projecten zijn gerealiseerd) en het programma Natuur (o.a.
plan Boerennatuur over biodiversiteitsversterking in agrarische gebieden) niet genoemd. Kan worden aangeven waarom niet? Zijn deze niet relevant? Reactie: De documenten die zijn opgenomen in bijlage 1 zijn met name relevant voor de gemeentelijke eigendommen en de komende beleidsperiode. We zijn bekend met de genoemde programma’s, deze zijn vooral relevant voor de eigendommen van derden. In het netwerk biodiversiteit stemmen we o.a. af over hoe we samen kunnen werken aan de biodiversiteitsdoelen van de gemeente en netwerkpartners binnen de gemeentegrens van gemeente Dronten.
6. Er is bij veel andere gemeenten al veel kennis over de voor bepaalde biotopen relevante indicator- of doelsoorten. Is hier naar gekeken ? Zo ja, hoe is dit meegenomen? Zo nee, waarom niet? Reactie: We zijn ermee bekend dat vanuit het concept Basiskwaliteit Natuur andere gemeenten ook met indicator- of gidssoorten werken. Van deze kennis maken wij, als dat relevant is voor onze aanpak, gebruik in de uitwerking voor onze gemeente. 7. In de motie van 2022 roept de raad het college op om met een uitgewerkt plan te komen voor monitoring en evaluatie. In dit programma 2025-2030 staat onder ‘’Actieplan’ dat er een monitoringsplan zal worden opgesteld. Waarom maakt dit plan, conform de oproep in de motie, niet nu al onderdeel uit van dit programma? Reactie: De kaders voor het monitoringsplan zijn opgenomen in hoofdstuk 5 van het programma. Hiermee geven we invulling aan de motie monitoring en evaluatie biodiversiteit van 2022. Het opstellen van een monitoringsplan maakt onderdeel uit van de uitvoeringsfase en is daarom in het actieplan opgenomen. 8. Wat wordt verstaan onder ‘’fysieke activiteiten’’ (Pagina 33, voetnoot 9)? Hoeveel van die activiteiten kunnen met deze financiering worden gerealiseerd ? Reactie: Met fysieke activiteiten worden (door de provincie) activiteiten bedoeld die tastbaar zijn.
Het gaat in dit kader om activiteiten die bijdragen aan de transitie naar een natuurinclusieve samenleving. Voorbeelden hiervan zijn groene inwonersinitiatieven in de openbare ruimte, materialen voor natuureducatie op scholen en activiteiten om de beweging naar groene tuinen te stimuleren. Het aantal activiteiten dat hiervoor kan worden uitgevoerd is op voorhand niet bekend. 9. Wanneer is het SoortManagementPlan gereed? Reactie: Het SoortManagementPlan (SMP) is naar verwachting gereed in het derde kwartaal van 2025. Het is nog niet duidelijk vanaf welk moment gewerkt kan worden onder de gebiedsgerichte omgevingsvergunning op basis van het SMP. We zijn daarvoor afhankelijk van de beperkte capaciteit (tijd) van ecologen en de reactietermijn van de Omgevingsdienst.