240923 Beantwoording toezeggingen en vragen naar aanleiding van oordeelsvormende sessie 12092024 Mensen maken de Samenleving.pdf
Tekst van het document
schriftelijke vragen Fractie: Oordeelsvormende sessie raad 12 september Naam: Onderwerp:
Oordeelsvormende vergadering over het strategisch beleidskader “Mensen maken de Samenleving”
Type vraag:
✓
informatieve/technische vraag
Beantwoording (alléén bij informatieve/technische vragen)
✓
Ja, kan verspreid via mail / app Nee, antwoord alleen naar mijzelf
Inleiding/aanleiding: Naar aanleiding van de vragen die gesteld zijn/toezeggingen die zijn gedaan in de oordeelsvormende vergadering over het strategisch beleidskader “Mensen maken de Samenleving” Vragen/ toezeggingen: In de oordeelsvormende vergadering (12-09-2024) is door de wethouder toegezegd schriftelijk terug te komen op hoe het proces met de raad er uitziet en op de besluitvorming over de doelen en indicatoren. Waarover beslist de raad? In het kader van de besturingsfilosofie is gekozen voor een nieuwe invulling van raadsvoorstellen. Deze nieuwe invulling ondersteunt de kaderstellende en controlerende rol van de raad. Het accent ligt niet meer op het vaststellen van volledige beleidsdocumenten maar op beslispunten die gericht zijn op kaderstelling. De belangrijkste kaders van het beleidskader Mensen maken de samenleving zijn gericht op het werken aan maatschappelijke effecten en doelen op drie maatschappelijke opgaven vanuit de visie dat zorg en ondersteuning vanuit de samenleving het uitgangspunt zijn. In het raadsvoorstel dat u door het college is aangeboden, wordt u gevraagd de volgende kaders aan het college mee te geven: ● In beslispunt 1 is uitgewerkt dat voor de doorontwikkeling van het sociaal domein zorg en ondersteuning vanuit de samenleving het uitgangspunt is.
● Beslispunt 2 vraagt om deze doorontwikkeling te organiseren vanuit de drie maatschappelijke opgaven: Bestaanszekerheid versterken, Kansengelijkheid vergroten en Gezond samenleven verstevigen.
● ●
● ●
Beslispunt 3: Daarbij effectgericht en adaptief te sturen op de doelen en maatschappelijke effecten. Beslispunt 4: In de begroting 2025 besluiten over financiën voor overgangsjaar 2025. Het huidige financiële kader is leidend en vormt het uitgangspunt voor 2025. Vanaf de perspectiefnota 2026 (ligt voor in het voorjaar 2025) vindt een nadere inhoudelijke en financiële invulling plaats. Beslispunt 5: Het college opdracht geven om te komen tot uitvoeringsprogramma’s. In beslispunt 6 geeft u de maatschappelijke effecten, doelen en indicatoren mee als kader aan het college. U geeft het college de opdracht om te werken aan de door u vastgestelde effecten en doelen en de wijze waarop het college resultaten denkt te meten/ monitoren door middel van de benoemde indicatoren in bijlage 1. U stelt dus niet bijlage 1 van het strategisch beleidskader vast, maar u geeft de inhoud van het schema dat is opgenomen in bijlage 1 mee als kader.
Waar stuurt de raad op en hoe krijgt dit vorm? De raad stuurt op de kaders van het Strategisch Beleidskader Sociaal Domein. De wijze waarop de sturing ingevuld wordt, ontwikkelt zich gedurende de tijd. Immers, de wijze waarop effectgericht sturen vorm krijgt, is een adaptief en lerend proces. Sturen op kaders
De raad stuurt op het bereiken van de geformuleerde maatschappelijke effecten (lange termijn) en de doelen per maatschappelijke opgave (tot 2028). Hulpmiddelen om hierop te sturen zijn: ● Indicatoren en streefwaarden om de doelen te bereiken ● Resultaten voor inwoners (duiding bij de cijfers) ● Financiën We onderscheiden grofweg drie fasen in de sturing. Fase 1: Tot en met de raadsvergadering 26 september 2024 U kunt als raad tijdens de raadsvergadering op 26 september invloed uitoefenen op de effecten, doelen en indicatoren door hierop te amenderen. Met de vaststelling van de maatschappelijke effecten, doelen en indicatoren en de eventuele inzet van uw raadsinstrumenten heeft u maximaal invloed aan de voorkant van het te belopen proces. Fase 2: Periode oktober 2024 - september 2025 Nadat het beleidskader is vastgesteld start uw rol om te sturen op het realiseren van de effecten en doelen met behulp van de indicatoren. Beslispunt 6 uit het raadsvoorstel brengt u hiervoor in positie. Omdat 2025 een overgangsjaar is (financieel en inhoudelijk), heeft u in de periode voorafgaand aan de begroting 2026, een rol in het verder ontwikkelen van effectgericht sturen (in samenspraak met college, ambtelijke organisatie en maatschappelijke partners). Voorstel is om dit te doen in twee bijeenkomsten buiten cyclus.
Als de uitvoeringsprogramma’s klaar zijn (af zijn ze nooit: we blijven namelijk adaptief zodat we kunnen doen wat nodig is), dan ontvangt u deze ter kennisname middels een raadsinformatiebrief. Dit zal in het eerste kwartaal van 2025 zijn. In 2025 wordt gewerkt aan het vullen van de indicatoren met de juiste data en het bepalen van de uitgangssituatie (nulmeting). U ontvangt een kernset met indicatoren en per opgave
in de perspectiefnota. U kunt het college de opdracht geven extra aandacht te besteden aan bepaalde doelen (inhoudelijk en financieel). Bij de begroting voor 2026 stelt u het inhoudelijk en financieel kader vast in de vorm van smart doelen (doelen + indicatoren + streefwaarden). Concluderend: De raad stuurt in fase 2 vooral op het vastleggen van een goede uitgangssituatie (nulmeting indicatoren). Raad en college bouwen aan een eerste volledige cyclus van sturen, beslissen en verantwoorden in 2026. Dat proces start vanaf de perspectiefnota van 2026. Fase 3: Vanaf eind 2025 en volgende jaren Op 1 januari 2026 worden de uitvoeringsprogramma's op de drie maatschappelijke opgaven (zie beslispunt 2 uit het raadsvoorstel) in uitvoering genomen. In deze programma’s wordt gewerkt aan het realiseren van de doelen die door de raad zijn vastgesteld (zie beslispunt 6 van het raadsvoorstel). De P&C-cyclus is gericht op vooruitkijken, monitoren en verantwoorden en borgt dat de hiervoor benodigde informatie beschikbaar is. Op verschillende momenten en niveaus hebben het college en de organisatie sturing en besluitvorming nodig van de raad als democratisch orgaan. Op zijn beurt heeft de raad informatie nodig van het college en de organisatie om verantwoording af te nemen en bij te sturen. Om welke momenten en informatie het gaat, is beschreven in de onderstaande stappen.
Stap 1: Het college geeft een verantwoording over de bereikte resultaten (inhoudelijk en financieel) in het afgelopen jaar. Dit gebeurt in de jaarstukken. Naast een financiële verantwoording, vindt verantwoording plaats aan de hand van het doelbereik. Middelen om voortgang op het doelbereik inzichtelijk te maken zijn: ● Schets van actuele (landelijke) ontwikkelingen die invloed hadden op het doelbereik. ● Presentatie van het doelbereik. Niet alleen door cijfers te presenteren (streefwaarden) maar ook door deze te duiden en te voorzien van enkele praktijkvoorbeelden. ● Inzicht in de ervaringen van inwoners. Hoe lukt het om eigen oplossingen te vinden, hoe ervaren zij hulp en ondersteuning. Stap 2: De perspectiefnota 2026 (voorjaar 2025) kijkt beleidsmatig vooruit naar 2026. Met behulp van moties en amendementen kunt u bijsturen. Stap 3: Bij de begroting 2026 ziet u de smartdoelen (dat zijn de doelen + indicatoren + streefwaarden) en de budgetten. Dat geeft uw raad de gelegenheid om integrale keuzes te maken en uw raadsinstrumenten te gebruiken om bij te sturen op de doelen, onder andere door te amenderen op de gekozen streefwaarden. Aanvullend op de sturingscyclus Voorafgaand aan de jaarstukken en perspectiefnota en voorafgaand aan de begroting vindt tweemaal per jaar een beeldvormende bijeenkomst buiten cyclus plaats.
Deze interactieve bijeenkomsten geven raad, college, maatschappelijke partners en ambtelijke organisatie de gelegenheid om het effectgericht sturen door te ontwikkelen. De agendering van de bijeenkomsten is vormvrij. Mogelijke thema’s zijn:
● ●
●
Beter worden in sturen op effect: welke indicatoren helpen bij het sturen op de doelen, welke data kiezen we, welke vorm van rapportage en duiding werkt goed? Doorontwikkelen van de opgaven: het college werkt in opdracht van de raad aan drie grote maatschappelijke opgaven. Wat gaat daarin goed, wat is de ervaring van de maatschappelijke partners, welke ontwikkelingen zien we en passen deze nog goed bij de gestelde doelen? Scherper sturen aan de voorkant: wat zijn de mogelijkheden in het samenspel tussen raad en college om nog proactiever te sturen op ontwikkelingen in het sociaal domein?
De jaarlijkse cyclus ziet er als volgt uit: