1e9c2689-0deb-4914-a4fd-95921edf35c3.pdf
Tekst van het document
Gemeenteraad van Dronten
Datum 14 september 2021 Kenmerk 39061 Portefeuille Wethouder A. van Amerongen Voor technisch inhoudelijke vragen kunt u contact opnemen met Contactpersoon geanonimiseerd
Onderwerp
Verordening nadeelcompensatie gemeente Dronten
Aan de gemeenteraad
VOORSTEL om de "Verordening nadeelcompensatie gemeente Dronten" met nummer 39063 vast te stellen.
INHOUD INLEIDING De overheid kan rechtmatig handelen, maar toch schade veroorzaken. Bijvoorbeeld door het verlenen van een omgevingsvergunning die de aanleg van een appartementencomplex mogelijk maakt, waardoor het eigendom van het naastgelegen perceel in waarde achteruitgaat. Ook het inperken van rechten kan tot nadeelcompensatie leiden. Of denk aan werkzaamheden aan de weg, waardoor een bedrijf (tijdelijk) onbereikbaar is en inkomsten misloopt. Verordeningen nadeelcompensatie werden soms al gebruikt bij grote projecten, zoals de aanleg van een metrolijn of doorgaande weg door stedelijk gebied. Het gaat dus niet alleen om schade veroorzaakt door rechtmatige besluiten, maar ook om schade veroorzaakt door rechtmatige feitelijke handelingen. Nadeelcompensatie is daarmee breder dan het begrip 'planschade'. Bij planschade gaat het enkel om inkomensderving of vermindering van de waarde van een onroerende zaak als gevolg van een planologische maatregel. De nieuwe titel 4.5 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) voorziet in een algemene regeling over de vergoeding (of tegemoetkoming) van schade door rechtmatig overheidshandelen. In deze titel staan de grondslagen, inhoudelijke eisen en procedurele bepalingen over toekenning van nadeelcompensatie. Zo bevat de regeling in de Awb procedureregels voor het afhandelen van die aanvragen (zoals beslistermijnen).
Ook zijn regels opgenomen over de maximale hoogte van het te heffen recht voor het in behandeling nemen van een aanvraag. Het doel van titel 4.5 van de Awb is om te komen tot eenduidigheid en overzichtelijkheid van het nadeelcompensatierecht. Het vervangt afzonderlijke regelingen. Titel 4.5 van de Awb Bijlage(n):
De Rede 1 8251 ER Dronten
Postbus 100 8250 AC Dronten
Telefoon 14 0321
www.dronten.nl
Kenmerk Bladnummer
39061 2
treedt naar verwachting in 2022 in werking. In 2022 treedt naar verwachting ook de Omgevingswet (hierna: Ow) in werking. In de Ow is een nadeelcompensatieregeling opgenomen die aansluit op de algemene regeling uit de Awb (afdeling15.1 van de Ow). Ten opzichte van titel 4.5 van de Awb bevat de reikwijdte van afdeling 15.1 van de Ow een nadere afbakening van schadeoorzaken. De afbakening van schadeoorzaken in artikel 15.1 van de Ow is ten opzichte van titel 4.5 van de Awb limitatief en exclusief. Dat betekent dat als een schadeoorzaak niet in dat artikel is opgenomen, niet alsnog langs de weg van de Awb om schadevergoeding kan worden gevraagd. De regels over nadeelcompensatie in de Ow hebben zo voorrang op de regels in de Awb. Nadeelcompensatie binnen de Ow gaat over besluiten of maatregelen die rechtstreeks: • werkende rechten en verplichtingen voor burgers en bedrijven bevatten, of • gevolgen hebben voor burgers en bedrijven door verandering van de fysieke leefomgeving. Schadeoorzaken zijn bijvoorbeeld: • een omgevingsvergunning of het weigeren daarvan, of • een regel in het omgevingsplan. Deze moeten rechtstreekse rechten of verplichtingen voor burgers en bedrijven bevatten. Omgevingsvisies, programma’s en instructieregels zijn bijvoorbeeld geen schadeoorzaken. Deze instrumenten hebben geen rechtstreekse rechten en verplichtingen voor burgers en bedrijven.
Er is pas sprake van schadeoorzaak, als een omgevingsvisie en een instructieregel het beleid of de instructieregel omzet in rechten en verplichtingen voor burgers. De genoemde regelingen van de Awb en de Ow zijn grotendeels uitputtend bedoeld. Slechts over enkele onderwerpen is het tot op zekere hoogte mogelijk om aanvullend regels op te nemen in een gemeentelijke verordening. Die onderwerpen zijn uitgewerkt in de voorliggende Verordening nadeelcompensatie (hierna: de verordening). Verwachting aantal aanvragen om nadeelcompensatie In de afgelopen tien jaar betreft het aantal bij de gemeente ingediende aanvragen om schadevergoeding, die onder het begrip nadeelcompensatie in de zin van de Ow vallen, met name aanvragen om planschadevergoeding. Het aantal verzoeken om planschadevergoeding betreft in de genoemde periode slechts acht aanvragen per planologische maatregel. De verwachting is niet dat dit aantal met de komst van de Ow significant zal wijzigen. ARGUMENTEN De verordening is geënt op de door de VNG uitgebrachte modelverordening nadeelcompensatie. De verordening bevat standaardprocedureregels en enkele inhoudelijk te maken keuzen. Een belangrijke keuze is bijvoorbeeld of de gemeente ervoor kiest om een recht te heffen voor de behandeling van de aanvraag om nadeelcompensatie. Wanneer dit niet in een verordening is geregeld, dan mag de gemeente geen recht heffen.
Onder het huidige planschaderecht is het wettelijk verplicht om een recht te heffen (zie ook de toelichting bij artikel 2). Hieronder wordt bij ieder artikel van de verordening een korte toelichting gegeven.
Kenmerk Bladnummer
39061 3
Artikel 1. Toepassingsbereik De keuze kan worden gemaakt of de verordening alleen betrekking heeft op nadeelcompensatie op grond van titel 4.5 van de Awb en afdeling 15.1 van de Ow óf ook op specifieke regelingen (bijvoorbeeld schadevergoeding vanwege de aanleg van kabels en leidingen). In de verordening is ervoor gekozen om deze niet te laten zien op bijzondere vormen van nadeelcompensatie. Wanneer deze bijzondere gevallen zich voordoen, wordt geadviseerd om per specifiek project te bepalen hoe om te gaan met verzoeken om nadeelcompensatie. Hierdoor kan de wijze van vergoeding van nadeelcompensatie beter worden afgestemd op de specifieke aard van het betreffende project. Artikel 2. Heffen recht In de Modelverordening van de VNG is het heffen van een recht (met een maximum van € 500,- per aanvraag) voor het in behandeling nemen van de aanvraag om schadevergoeding opgenomen (zie artikel 4:128 van de Awb). Hoe hoog het recht voor het in behandeling nemen van een aanvraag om schadevergoeding is, is op grond van artikel 4:128 van de Awb een lokale keuze. Het recht kan dus ten hoogste € 500,- bedragen. Op grond van artikel 6.4, derde lid, van de Wro zijn burgemeester en wethouders verplicht van de aanvrager een recht heffen te heffen van € 300,-. Deze verplichting is in het leven geroepen om al te lichtvaardige aanvragen om planschadevergoeding tegen te gaan.
In de voorliggende verordening is er voor gekozen om aan te sluiten bij de huidige regeling in de Wro. Het recht is in de verordening dan ook vastgesteld op € 300,-. Hiermee worden enerzijds lichtvaardige aanvragen om nadeelcompensatie tegengegaan en anderzijds wordt er niet een zodanig hoge drempel opgeworpen zodat mogelijk rechthebbenden op nadeelcompensatie vanwege de hoogte van het te betalen recht nalaten een aanvraag in te dienen. Artikel 3 Op grond van het huidig recht is het inschakelen van een adviseur verplicht bij het afhandelen van aanvragen om planschade. Ook is het vaststellen van een gemeentelijke verordening waarin regels worden gegeven over de aanwijzing van een adviseur en de wijze waarop deze tot een advies komt verplicht. De Ow kent deze verplichtingen niet meer. De Ow laat de keuze aan de gemeente: zelf de aanvraag afdoen of een adviseur benoemen. Het in de verordening opgenomen artikel stelt beide wegen open. In de praktijk zullen alleen aanvragen om nadeelcompensatie door de gemeente zelf worden afgedaan indien het gaat om afdoening vanwege procedurele gronden. Dit is bijvoorbeeld het geval wanneer een aanvraag om nadeelcompensatie wordt gedaan voor een besluit dat volgens de wet geen grondslag is voor uitkering van nadeelcompensatie. In zo'n geval moet de aanvraag worden afgewezen.
Alle andere aanvragen – die niet op procedurele gronden kunnen worden afgedaan – zullen in beginsel aan een adviseur worden voorgelegd, zoals dat nu ook wordt gedaan. Voorts regelt het artikel de mogelijkheid dat de gemeente een adviescommissie (voor vier jaar of tijdelijk voor bijvoorbeeld een specifiek project) benoemt. Een adviescommissie is echter voornamelijk aan de orde als er sprake is van complexe aanvragen die een specifieke deskundigheid vragen (bijvoorbeeld op het gebied van accountancy of financieel economische bedrijfsvoering bij zaken die betrekking hebben op inkomensderving). Artikel 4
Kenmerk Bladnummer
39061 4
In de huidige, onder de Wro geldende Procedureverordening Planschade zijn de stappen in het gemeentelijk besluitvormingsproces relatief gedetailleerd uitgewerkt. In de verordening is dat niet langer nodig omdat de procedure en bijbehorende beslistermijnen uitputtend zijn geregeld in de Awb. Artikel 4 regelt enkel aanvullende zaken met betrekking tot het informeren van derden. Artikel 5 Dit artikel regelt wanneer de nadeelcompensatie moet worden uitgekeerd, namelijk op het moment van het onherroepelijk worden van het besluit op de aanvraag. Artikel 6 Dit artikel regelt het tijdstip van de intrekking van de huidige Procedureverordening Planschade. Het tijdstip van intrekking valt samen met het tijdstip van de inwerkintreding van de Ow. Artikel 7 Dit artikel regelt het tijdstip van de inwerkingtreding van de verordening. Het tijdstip van intrekking valt samen met het tijdstip van de inwerkintreding van de Ow. Voorts regelt het artikel de citeertitel van de verordening. Niet opgenomen facultatieve artikelen In de Modelverordening VNG is een facultatief artikel opgenomen dat betrekking heeft op extra indieningsvereisten. De VNG geeft zelf als toelichting bij dit artikel dat in de Awb al verschillende aanvraagvereisten zijn benoemd, waardoor het niet noodzakelijk is om dit artikel op te nemen.
Daarnaast heeft de planschadepraktijk in de gemeente Dronten geleerd dat extra indieningsvereisten niet noodzakelijk zijn. Om deze redenen is het facultatieve artikel niet opgenomen in de verordening. Voorts is in de Modelverordening VNG een facultatief artikel opgenomen dat het mogelijk maakt om, vooruitlopend op de besluitvorming op een verzoek om nadeelcompensatie, alvast een voorschot op het bedrag aan schadevergoeding uit te keren. Er is niet voor gekozen om dit artikel op te nemen, daar het lastig is om vooraf reeds te bepalen of er sprake is van een verplichting tot het betalen van nadeelcompensatie. Wat indien bijvoorbeeld een voorschot wordt uitgekeerd en achteraf blijkt dat dit ten onrechte is gebeurd (omdat er geen sprake is van een verplichting tot het vergoeden nadeelcompensatie)? Hoe wordt het ten onrechte uitgekeerde bedrag dan weer terugontvangen in geval van bijvoorbeeld een faillissement van de verzoeker om nadeelcompensatie? KANTTEKENINGEN Geen.
Het college
drs. T. van Lenthe secretaris
drs. J.P. Gebben burgemeester
Kenmerk Bladnummer
39061 5