0aa1e205-6e98-4e6f-9d0d-b687105736b0.pdf
Tekst van het document
Gemeentefonds
Meicirculaire 2021
de gemeentebesturen, ter attentie van de raden en de colleges van B&W
DGBRW/ Bestuur, Financiën en Regio’s Turfmarkt 147 Den Haag Postbus 20011 2500 EA Den Haag www.rijksoverheid.nl Contactpersoon eventuele vragen per e-mail postbus.gf@minbzk.nl Datum 31 mei 2021 Kenmerk 2021-0000287810
Onderwerp Doelstelling Juridische grondslag Relaties met andere circulaires
Ingangsdatum Geldig tot
meicirculaire gemeentefonds 2021 bekendmaking van beleid en het geven van informatie decembercirculaire 2020 (2020-0000733001); septembercirculaire 2020 (2020-0000534509); meicirculaire 2020 (2020-0000304330) 31 mei 2021 1 juli 2022
Meicirculaire gemeentefonds 2021
Voorwoord Voor u ligt de meicirculaire gemeentefonds 2021. Deze circulaire informeert u over de gemeentefondsuitkeringen voor 2021 en verder, gebaseerd op de voorjaarsbesluitvorming van het Rijk.
Gemeenten ervaren onverminderd de financiële gevolgen van de coronacrisi s. Het kabinet heeft daarom afspraken gemaakt met gemeenten over de reële compensatie van de extra kosten en gederfde inkomsten als gevolg van de coronacrisis. Deze circulaire bevat opnieuw informatie over de compensatie van de financiële gevolgen van de c oronacrisis. Daarnaast gaat de circulaire in op de verdeling van de middelen die het kabinet vo or het jaar 2021 beschikbaar heeft gesteld voor acute problematiek in de jeugdzorg. Op dit moment zijn het kabinet en de VNG in gesprek over de uitkomsten van h et advies van de C ommissie van Wijzen. Over de uitkomst hiervan wordt u voor 1 juli geïnformeerd.
De politiek-bestuurlijke zaken worden verder in hoofdstuk 1 belicht. De circulaire is in belangrijke mate een financieel-technisch document. Vooral de latere hoofdstukken richten zich op de doelgroep van financieel specialisten.
Ik wens u in deze bijzondere omstandigheden veel wijsheid toe bij de uitvoering van uw taken.
Mede namens de Staatssecretaris van Financiën - Fiscaliteit en Belastingdienst, De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,
drs. K.H. Ollongren
Meicirculaire gemeentefonds 2021
Meicirculaire gemeentefonds 2021
Inhoudsopgave 1
2
Hoofdpunten .........................................................................................................2 1.1
Inleiding.......................................................................................................2
1.2
Algemene uitkering .......................................................................................2
1.3
C ompensatiepakket coronacrisis medeoverheden..............................................3
1.4
Herijking verdeling gemeentefonds .................................................................4
1.5
Decentralisatie- en integratie-uitkeringen.........................................................5
Algemene uitkering ...............................................................................................6 2.1
Inleiding.......................................................................................................6
2.2
Wijzigingen in de omvang van de algemene uitkering........................................6
1.
Accres..........................................................................................................8
2.
Plafond BTW-compensatiefonds ......................................................................9
3.
Knelpunten verdeelproblematiek ................................................................... 11
4.
Groeiopgave Almere indexatie 2020 en 2021.................................................. 11
5.
Kenniscentrum explosieven Tweede Wereldoorlog ........................................... 11
6.
Raadsledenvergoeding kleine gemeenten ....................................................... 11
7.
Aanpak problematiek jeugdzorg .................................................................... 11
8.
C ompensatieregeling Voogdij/18+................................................................. 13
9.
Verrekening Voogdij/18+ ............................................................................. 13
10.
Ketensystemen jeugd .................................................................................. 13
11.
Geen aanspraak op begeleiding .................................................................... 13
12.
Overgangsrecht levenslang .......................................................................... 14
13.
Rijksvaccinatieprogramma meningokokken en informed consent ...................... 14
14.
Prenataal huisbezoek door jeugdgezondheidszorg ........................................... 14
15.
Kinderopvang toezicht en handhaving............................................................ 15
16.
Handhaving energielabel C kantoren ............................................................. 15
17.
Beter Kenbaar............................................................................................. 15
18.
Wet Open Overheid (structureel en incidenteel) .............................................. 15
19.
Handelsregister ........................................................................................... 16
20.
Permanente registratie kiezers buitenland ...................................................... 16
21.
Versterking gemeentelijke anti-discriminatievoorziening .................................. 17
2.3
Verdeling mutaties algemene uitkering .......................................................... 17
2.4
Overige mededelingen algemene uitkering ..................................................... 18
2.4.1
Bommenregeling ..................................................................................... 18
2.4.2
Mobiliteitshulpmiddelen voorzieningen (nacalculatie) ................................... 19
2.4.3
Europese richtlijn energieprestatie gebouwen ............................................. 20
2.5
Veranderingen in het verdeelstelsel ............................................................... 20
2.5.1
Inleiding ................................................................................................. 20
2.5.2
Maatstaf ozb: WOZ-waardering en aanpassing rekentarieven ....................... 20
2.6
Maatstaven, gewichten, uitkeringsfactor en overige uitkeringsonderdelen.......... 21
Meicirculaire gemeentefonds 2021
3.
Decentralisatie- en integratie-uitkeringen .......................................................... 26
3.1
Inleiding..................................................................................................... 26
3.2
Omvang en verdeling decentralisatie- en integratie-uitkeringen........................ 26
1.
Participatie ................................................................................................. 29
2.
Beschermd wonen ....................................................................................... 29
3.
Inburgering ................................................................................................ 30
4.
Maatschappelijke begeleiding ....................................................................... 31
5.
Bodembescherming ..................................................................................... 32
6.
Voogdij/18+ ............................................................................................... 33
7.
Groeiopgave Almere .................................................................................... 34
8a. Landelijke functies opvang .............................................................................. 35 8b. Vrouwenopvang............................................................................................. 35 9.
Faciliteitenbesluit opvangcentra .................................................................... 35
10.
Heroriëntatie zelfstandigen........................................................................... 36
11.
Koplopergemeenten cliëntondersteuning ........................................................ 36
12.
Jeugd aan Zet............................................................................................. 36
13.
Scholenprogramma Groningen...................................................................... 37
14.
Erfgoed Deal............................................................................................... 37
15.
Slavernijverleden ........................................................................................ 38
16.
Regio Deal ZaanIJ ....................................................................................... 38
17.
Raadsledenvergoeding kleine gemeenten ....................................................... 38
18.
Versterking arbeidsmarktregio’s.................................................................... 39
19.
Aanpak discriminatie en bevorderen samenleven ............................................ 39
20.
Knelpunten verdeelproblematiek ................................................................... 39
21.
Veilige Steden............................................................................................. 39
22.
LHBTI-emancipatiebeleid.............................................................................. 40
3.3. Verdeling bestaande decentralisatie- en integratie-uitkeringen en overige mededelingen ........................................................................................................ 40 3.3.1
Maatschappelijke opvang .......................................................................... 40
3.3.2
Basisregistratie Personen (BRP): centralisering inschrijving vergunninghouders 40
3.3.3
Kinderen in een AZC ................................................................................ 41
3.3.4
Armoedebestrijding kinderen .................................................................... 41
3.3.5
Kerkenvisies ............................................................................................ 41
3.3.6
Extra kosten verkiezingen 2021 i.v.m COVID-19 ......................................... 41
4.
Overige mededelingen..................................................................................... 42
4.1
Inleiding..................................................................................................... 42
4.2
Gemeentefondstotalen, bevoorschotting en nominale ontwikkelingen................ 42
4.3
Herijking verdeling gemeentefonds ............................................................... 43
4.4
Evaluatie normeringssystematiek .................................................................. 44
4.5
Financiële positie gemeenten ........................................................................ 44
4.6
Rapport Stuurgroep maatregelen financiële beheersbaarheid Jeugdwet ............. 44
Meicirculaire gemeentefonds 2021
4.7
Richtlijn ramen extra middelen jeugdzorg in begroting en meerjarenraming ...... 45
4.8
Advies raming ruimte onder het plafond BC F .................................................. 45
4.9
Rechtmatigheid jaarstukken gemeenten ........................................................ 46
4.10
Introductie benchmark woonlasten................................................................ 46
4.11
Landelijk gemiddelde kengetal belastingcapaciteit........................................... 47
4.12
Website gemeentefinanciën: www.findo.nl ..................................................... 47
4.13
Analyse gemeentebegrotingen ...................................................................... 48
4.14
Publicatie Iv3-informatievoorschrift ............................................................... 48
4.15
Schatkistbankieren: drempelbedrag en belastingkantoren................................ 48
4.16
Redelijk peil 2022........................................................................................ 49
Bijlagen ................................................................................................................... 50 Bijlage 2.1.1 Bedragen per eenheid en uitkeringsfactor 2021 ...................................... 51 Bijlage 2.1.2 Bedragen per eenheid 2021 per cluster.................................................. 55 Bijlage 2.1.3 Bedragen per eenheid en uitkeringsfactor 2022 ...................................... 58 Bijlage 2.1.4 Bedragen per eenheid 2022 per cluster.................................................. 63 Bijlage 2.2.1 Opbouw algemene uitkeringen 2021-2026 ............................................. 66 Bijlage 2.2.2 Overzicht mutaties 2021 BTW-compensatiefonds .................................... 67 Bijlage 2.4.1 Suppletie-uitkering bommenregeling ..................................................... 68 Bijlage 2.6.1 Aanvullende informatie uitkeringsfactor ................................................. 69 Bijlage 2.6.2 Volumina maatstaven 2021-2026 .......................................................... 71 Bijlage 3.2-4 Decentralisatie-uitkering Maatschappelijke begeleiding............................ 73 Bijlage 3.2-5 Decentralisatie-uitkering Bodembescherming ......................................... 77 Bijlage 3.2-9 Decentralisatie-uitkering Faciliteitenbesluit opvangcentra ........................
78 Bijlage 3.2-10 Decentralisatie-uitkering Heroriëntatie zelfstandigen ............................. 79 Bijlage 3.2-11 Koplopergemeenten cliëntondersteuning .............................................. 83 Bijlage 3.2-12 Decentralisatie-uitkering Jeugd aan zet................................................ 84 Bijlage 3.2-17 Integratie-uitkering Raadsledenvergoeding kleine gemeenten ................ 88 Bijlage 3.2-19 Decentralisatie-uitkering Aanpak discriminatie en bevorderen samenleven ............................................................................................................................ 90 Bijlage 3.3.1 Decentralisatie-uitkering Maatschappelijke opvang.................................. 91 Bijlage 3.3.3 Decentralisatie-uitkering Jeugdhulp aan kinderen in een AZC ................... 92 Bijlage 3.3.4 Decentralisatie-uitkering Armoedebestrijding kinderen ............................ 93 Bijlage 3.3.5 Decentralisatie-uitkering Kerkenvisies.................................................... 97 Bijlage 4.17 Redelijk peil 2022............................................................................... 100
Meicirculaire gemeentefonds 2021
Meicircula ire gemeentefonds 2021
1
1
Hoofdpunten
1.1
Inleiding
Deze circulaire informeert gemeenten over de gemeentefondsuitkeringen. Het gemeentefonds is de grootste inkomstenbron van de gemeenten. Daarnaast bepalen factoren als belastingopbrengsten, gemeentelijke rentelasten, dividendopbrengsten en grondexploitatie mede de financiële ruimte van gemeenten. Zij vallen echter buiten het bestek van deze circulaire.
Gemeenten ontvangen in principe op drie tijdstippen in het jaar de informatie over de gemeentefondsuitkeringen: in mei op basis van de Voorjaarsnota, in september op basis van de Miljoenennota en in december, ter afronding van het lopende jaar, op basis van de Najaarsnota . De circulaires kunnen incidenteel ook actuele informatie bevatten die op een later tijdstip in de rijksbegroting wordt verwerkt. De mededelingen zijn steeds onder het voorbehoud van parlementaire goedkeuring.
De indeling van de circulaire is afgestemd op de soorten uitkeringen die het gemeentefonds kent: de algemene uitkering en de decentralisatie- en integratie-uitkeringen.
1.2
Algemene uitkering
De ontwikkeling van de algemene uitkering wordt voor een belangrijk deel bepaald door de ontwikkeling van de totale rijksuitgaven (accresrelevante uitgaven; ARU). Volgens de normeringssystematiek (trap-op-trap-af) hebben wijzigingen in de ARU direct invloed op de ontwikkeling van de algemene uitkering en daarmee op de omvang van het gemeentefonds. De jaarlijkse toe- of afname van het gemeentefonds, voortvloeiend uit de normeringssystematiek, wordt het accres genoemd. Zoals gemeld in de meicirculaire 2020 zijn de accressen voor de jaren 2020 en 2021 in overleg met de VNG en het IPO bevroren. De accrestranches voor die jaren wijzigen om die reden niet. In deze circulaire is de nieuwe accresraming opgenomen voor het jaar 2022 en verder, berekend conform de huidige normeringssystematiek. Voor het jaar 2022 is sprake van een neerwaartse bijstelling van het accres als gevolg van een lagere loon- en prijsontwikkeling dan eerder verwacht. Een toelichting op de accresontwikkelingen is opgenomen in paragraaf 2.2-1. De uiteindelijke ontwikkeling van het accres in 2022 en verder is afhankelijk van de keuzes die een nieuw kabinet maakt: zowel in budgettaire zin als in de wijze waarop een nieuw kabinet de normeringssystematiek vormgeeft.
Verder informeert deze circulaire over de definitieve afrekening van de ruimte onder het plafond van het BTW-compensatiefonds (BC F) over 2020. Ten opzichte van de septembercirculaire 2020 is sprake van een opwaartse bijstelling van € 96 miljoen.
Daarnaast bevat de circulaire informatie over de verdeling van de € 613 miljoen die het kabinet voor het jaar 2021 beschikbaar heeft gesteld voor acute problematiek in de jeugdzorg. Op dit moment zijn het kabinet en de VNG in gesprek over de uitkomsten van het advies van de
Meicircula ire gemeentefonds 2021
2
C ommissie van Wijzen. Over de uitkomst hiervan wordt u voor 1 juli geïnformeerd.
1.3
Compensatiepakket coronacrisis medeoverheden
Voor medeoverheden is eerder afgesproken dat de bestaande afspraken met betrekking tot de reële compensatie van de extra uitgaven en de inkomstenderving met betrekking tot corona voor de reeds in kaart gebrachte dossiers voor de eerste twee kwartalen van 2 021 gelden. Hiervoor zijn dit voorjaar middelen gereserveerd op de Aanvullende Post. Het kabinet hevelt de voor de lokale cultuur en buurt- en dorpshuizen gereserveerde € 60 miljoen over naar het gemeentefonds ter compensatie van de extra uitgaven. In de gemeentefondsrubriek op internet is een indicatie opgenomen van het bedrag per gemeente 1. In de septembercirculaire 2021 zal de definitieve verdeling van deze middelen bekend worden gemaakt.
Op sommige terreinen zijn eerder al specifieke afspraken voor hee l 2021 gemaakt. Zo is voor geheel 2021 volledige compensatie afgesproken voor de meerkosten van jeugd en Wmo en voor de extra kosten van GGD-en en veiligheidsregio’s op basis van declaratie van de daadwerkelijke uitgaven. Voor het ov is afgesproken de beschikbaarheidsvergoeding te verlengen voor heel 2021. Voor de extra kosten voortkomend uit de Tijdelijke Wet C OVID -19, onder andere op het gebied van Toezicht en Handhaving, is besloten dat de kosten in 2021 worden vergoed. Ook zijn reeds eerder middelen ter beschikking gesteld voor bijzondere bijstand, gemeentelijk schuldenbeleid, crisisdienstverlening, re-integratie, additionele impuls re-integratie, verkiezingen, jeugdpakket en de efficiëncykorting.
Aanvullend hierop heeft het kabinet besloten de reële compensatie voor de inkomstenderving over 2021 over het gehele kalenderjaar te bezien. Daarnaast reserveert het kabinet voor het derde kwartaal 2021 € 51,5 miljoen voor de regionale en lokale cultuur waarvan € 36,5 miljoen voor de instandhouding van de regionale en lokale culturele infrastructuur en € 15 miljoen ter compensatie voor de inkomstenderving van medeoverheden door onder andere het kwijtschelden van huren. Gezien de economie weer opengaat in de tweede helft van dit jaar worden voor andere dossiers in beginsel geen nieuwe middelen gereserveerd. Mochten toch weer coronamaatregelen getroffen moeten worden die tot extra kosten voor medeoverheden leiden in het derde kwartaal voor de reeds in kaart gebrachte dossiers, dan zal tijdig met de medeoverheden overlegd worden met betrekking tot de reële compensatie.
Afrekening inkomstenderving 2020 De gemeenten ontvangen van het Rijk compensatie voor de gederfde inkomsten van 2020 op basis van het verschil tussen begrote inkomsten 2020 (gegevens begroting) en gerealiseerde inkomsten 2020 (gegevens jaarrekening). De compensatie betreft in ieder geval de volgende posten: toeristenbelasting, parkeerbelasting, terrasprecario - en reclamebelasting, marktgelden, evenementenleges, havengelden en kwijtschelding / oninba ar verklaren lokale heffingen als gevolg van corona. Voor de leges geldt dat, wanneer er een groot verschil blijkt tussen begrote en https://www.rijk soverheid.nl/onderwe rpen/financien-gemeenten-en-provincies/gemeentefonds/circulairesge m eentefonds 1
Meicircula ire gemeentefonds 2021
3
gerealiseerde leges, dit nader door het Rijk en de VNG zal worden bekeken.
Het Rijk zal, zodra de eerste jaarrekeningen va n de gemeenten bekend zijn (naar verwachting medio juli) starten met het in beeld brengen van de derving per gemeente. De uitkomst van de derving zal ter verificatie aan de betreffende gemeente worden voorgelegd. De gemeenten ontvangen na afronding van het verificatieproces een voorlopige indicatie van de compensatie. Het streven is dat voor alle gemeenten de definitieve hoogte van de compensatiebedragen in het najaar bekend is en om deze bedragen vervolgens in december 2021 aan gemeenten uit te keren. Over de details van het proces zullen gemeenten (in overleg met de VNG) de komende maanden nader worden geïnformeerd.
Meerkosten corona 2021 - Wmo 2015 en Jeugdwet In de voorjaarsnota 2021 heeft het kabinet een eerste raming van de omvang van de meerkosten in het sociaal domein opgenomen (€ 141 miljoen). Hiermee onderschrijft het Rijk de afspraak over de meerkosten nogmaals. Deze raming is gebaseerd op de compensatie die in 2020 is uitgekeerd. In de raming is rekening gehouden met het effect van vaccinaties en het afschalen van een deel van de maatregelen vanaf de zomer. Dit budget is indicatief en wordt nog niet als voorschot aan gemeenten uitgekeerd. Dit ter voorkoming van verdeelproblemen bij het definitief vaststellen van de compensatie. De raming wordt, volgens afspraak, geactualiseerd in de najaarsnota, nadat onderzoek naar de omvang van de meerkosten heeft plaatsgevonden om tot een betrouwbare raming te komen voor de meerkosten in 2021. Op basis van die definitieve raming wordt de omvang van de compens atie vastgesteld en bij decembercirculaire 2021 uitgekeerd aan gemeenten. Zowel het onderzoek als besluitvorming over de compensatie vindt in gezamenlijk overleg tussen het Rijk en VNG plaats.
1.4
Herijking verdeling gemeentefonds
Op 2 februari 2021 hebben de fondsbeheerders de Raad voor het Openbaar Bestuur (ROB) advies gevraagd over het voorlopige voorstel voor de nieuwe verdeling van het gemeentefonds. De adviesaanvraag en de (achterliggende berekening van de) voorlopige uitkomsten zijn gepubliceerd op de website van de rijksoverheid 2. De ROB heeft op 26 maart 2021 in een tussenbericht aan de fondsbeheerders om meer toelichting op de keuzes en effecten gevraagd en enkele kritische kanttekeningen geplaatst bij de uitlegbaarheid van de uitkomsten, met name i n het sociaal domein3. Daarnaast heeft de Tweede Kamer naar aanleiding van de adviesaanvraag vragen gesteld en hebben de fondsbeheerders veel reacties en vragen gekregen van gemeenten.
Ook is bij de eerder aangekondigde actualisatie van het verdeelvoorstel gebleken dat voor een van de verdeelmaatstaven in het sociaal domein een betere bron beschikbaar is als indicatie voor de gezondheid van de bevolking. Het betreft de verdeelmaatstaf die meet hoeveel inwoners gebruik maken van specialistische GGZ. 2 3
Kam e rbrief over adviesaanvraag ve rdeelvoorstel herijkt gemeentefonds | Kamerstuk | R ijksoverheid.nl Tussenbericht herijk ing gemeentefonds | Brief | Raad voor het Openbaar Be stuur (raadopenbaarbestuur.nl)
Meicircula ire gemeentefonds 2021
4
De fondsbeheerders betrekken de nieuwe bron bij de nadere analyse die momenteel wordt uitgevoerd naar aanleiding van de reacties van de ROB, gemeenten en de Tweede Kamer. De VNG is nauw bij dit vervolgonderzoek betrokken.
Met de ROB is afgesproken dat het nieuwe verdeelvoorstel, zodra het gereed is, tezamen met de antwoorden op de vragen uit het tussenbericht met hem gedeeld zal worden, opdat hij tot een eindadvies kan komen. Het aangepaste verdeelvoorstel zal naar verwachting begin juni 2021 gereed zijn en – samen met de geactualiseerde voorlopige uitkomsten per gemeente – op de website van de rijksoverheid worden gepubliceerd. Ook de VNG zal om advies worden gevraagd. Besluitvorming over de invoering van de nieuwe verdeling – voorzien per 1 januari 2023 - is aan het nieuwe kabinet. Zie ook paragraaf 4.3 van deze circulaire.
1.5
Decentralisatie- en integratie-uitkeringen
Belangrijke wijzigingen die in deze circulaire zijn verwerkt betreffen: -
De integratie-uitkeringen Beschermd wonen, Participatie en Voogdij/18+ zijn geïndexeerd. In totaal is voor loon- en prijsbijstelling en volume-indexatie een bedrag van structureel € 115 miljoen toegevoegd;
-
De integratie-uitkering Voogdij/18+ wordt in 2022 voor het eerst verdeeld op basis van het nieuwe woonplaatsbeginsel dat per 1 januari 2022 wordt ingevoerd . Met het nieuwe woonplaatsbeginsel verschuift de verantwoordelijkheid voor de zorg van naar inschatting zo’n 20.000 kinderen naar een andere gemeente ;
-
De inwerkingtreding van de nieuwe inburgeringswet is met een half jaar uitgesteld naar 1 januari 2022. Deze circulaire informeert de gemeenten over de gevolgen hiervan voor de integratie-uitkering Inburgering.
Hoofdstuk 3 van deze circulaire bevat voor uitkeringsjaar 2021 en verder ook een aantal andere wijzigingen in de decentralisatie- en integratie-uitkeringen. Het gaat zowel om de aanpassing van bestaande als om nieuwe uitkeringen.
Meicircula ire gemeentefonds 2021
5
2
Algemene uitkering
2.1
Inleiding
Binnen het gemeentefonds is de algemene uitkering de grootste component. Het bedrag aan algemene uitkering wordt verdeeld over de gemeenten via maatstaven, zoals het inwonertal en de oppervlakte van een gemeente, een aan de maatstaven gekoppeld gewicht (bedrag per eenheid) en de uitkeringsfactor (de voor alle gemeenten gelijke vermenigvuldigingsfactor ). Die drie zijn aan wijzigingen onderhevig. Dit hoofdstuk geeft informatie over de aanleiding voor die wijzigingen en over de uitwerking ervan. In paragraaf 2.2 worden de wijzigingen in de omvang van de algemene uitkering behandeld en in paragraaf 2.3 worden de consequenties daarvan voor de verdeling aangegeven. In paragraaf 2.4 volgen de overige mededelingen over de algemene uitkering en in paragraaf 2.5 zijn de mededelingen over de wijzigingen in het verdeelstelsel opgenomen.
Het totaal van alle wijzigingen vindt zijn neerslag in de bijlagen 2.1.1 tot en met 2.1.4, die overzichten bevatten van maatstaven, bedragen per eenheid en uitkeringsfactoren . Paragraaf 2.6 gaat in op de berekening van de algemene uitkering met die gegevens en licht de gehanteerde termen toe.
De algemene uitkering is vrij besteedbaar voor gemeenten. Eventuele opmerkingen die over de algemene uitkering in circulaires worden gemaakt, zijn niet meer dan voorbeelden die illustreren met welke kosten gemeenten geconfronteerd worden. Dit inzicht is ook van belang voor de Tweede Kamer. Met de betreffende teksten wordt niet beoogd het bestedingsdoel nader te oms chrijven, of op welke wijze dan ook de middelen te oormerken.
2.2
Wijzigingen in de omvang van de algemene uitkering
Tabel 2.2.1 bevat de wijzigingen in de omvang van de algemene uitkeri ng over de periode 2021 tot en met 2026 ten opzichte van de aanvullende brief maart 2021. Het betreft achtereenvolgens: 1.
Algemene mutaties Deze mutaties hebben betekenis voor de financiële ruimte van de gemeenten , zonder veranderingen in het takenpakket.
2.
Taakmutaties Deze mutaties hebben betrekking op taakmutaties bij gemeenten en hebben corresponderende gevolgen voor inkomsten of uitgaven. De mutaties zijn geordend volgens de clusterindeling van het gemeentefonds om gemeenten een overzicht te bieden per beleidsterrein. De clusterindeling, naar gelijksoortige gemeentelijke beleidsvelden, is een hulpmiddel bij het onderhoud van de verdeling. Het staat gemeenten vrij de indeling al dan niet voor eigen doeleinden te hanteren en de clusterindeling heeft geen gevolg en voor de bestedingsvrijheid van de algemene uitkering.
Tabel 2.2.1 geeft een totaalbeeld van de mutaties in de omvang van de algemene uitkering van circulaire op circulaire. De mutaties die betrekking hebben op de aanvullende brief van maart 2021
Meicircula ire gemeentefonds 2021
6
zijn reeds in deze brief toegelicht4. De overige mutaties die betrekking hebben op 2021 en verder worden onder de tabel toegelicht.
In bijlage 2.2.1 zijn de mutaties uit tabel 2.2.1 samengenomen met de mutaties uit eerdere circulaires. Deze bijlage geeft een totaalbeeld van de mutaties van jaar op jaar. Tabel 2.2.1 Ontwikkeling algemene uitkering, mutaties ten opzichte van aanvullende brief maart 2021 (in duizenden euro's) 2021 2022 2023 2024 stand decembercirculaire 2020
27.727.260
1)
cluster Inkomen en participatie Tijdelijke Ondersteuning Noodzakelijke Kosten (TONK)
65.000
2) 3)
cluster Maatschappelijke ondersteuning Extra begeleiding kwetsbare groepen Bestrijden eenzaamheid ouderen
37.000 36.500
4)
cluster Riolering & reiniging Afvalverwerking
28.000
5) 6) 7) 8)
cluster Samenkracht en burgerparticipatie Perspectief jeugd en jongeren Jongerenwerk jeugd Mentale ondersteuning jeugd Activiteiten en ontmoetingen jeugd
19.000 14.000 11.500 8.000
stand aanvullende brief maart 2021
27.946.260
2025
2026
28.355.437
28.720.252
29.381.903
30.184.397
30.184.397
28.355.437
28.720.252
29.381.903
30.184.397
30.184.397
-126.501
-253.893
-365.150
-395.845
528.154
-697 -908 -303
-697 -908 -303
-697 -908 -303
-697
-95 -697
-303
-303
-7.520 -338
-7.520 -338
-7.520
-7.520
-7.520
mutaties deze circulaire
1) 2) 3) 4) 5) 6)
algemene mutaties Accres Plafond BTW compensatiefonds Knelpunten verdeeelproblematiek Groeiopgave Almere indexatie 2020 en 2021 Kenniscentrum explosieven WOII Raadsledenvergoeding kleine gemeenten
96.022 -1.076 -908 -303
taakmutaties cluster Jeugd 7a) Aanpak problematiek jeugdzorg 7b) Aanpak problematiek jeugdzorg: POH jeugd GGZ 7c) Aanpak problematiek jeugdzorg: wachttijden specialistische jeugdzorg 8) Compensatieregeling Voogdij18+ 9) Verrekening Voogdij18+ 10) Ketensystemen jeugd
228.000 10.000 200.000 6.379 -338
cluster Maatschappelijke ondersteuning 11) Geen aanspraak op begeleiding 12) Overgangsrecht levenslang
-9.000 1.157
cluster Volksgezondheid 13) Rijksvaccinatieprogramma meningokokken en informed consent 14) Prenataal huisbezoek door de jeugdgezondheidszorg
4.423
cluster Samenkracht en burgerparticipatie 15) Kinderopvang toezicht en handhaving cluster Infrastructuur en gebiedsontwikkeling 16) Handhaving energielabel C kantoren 17) Beter kenbaar
1.721 -95
3.784 5.300
3.826 5.300
3.868 5.300
3.868 5.300
3.868 5.300
550
550
550
550
550
1.721 -95
1.721 -95
1.721 -95
1.721 -95
378 -95
21.031 24.979 -806
26.289 24.979
31.546 24.979
36.804 24.979
42.062 24.979
cluster Bestuur en algemene ondersteuning 18a)Wet Open Overheid (structureel) 18b)Wet Open Overheid (incidenteel) 19) Handelsregister 20) Permanente registratie kiezers buitenland
-806 616
cluster Openbare orde en veiligheid 21) Versterking gemeentelijke anti-discriminatievoorziening
6.979
6.979
6.979
6.979
6.979
6.979
28.496.874
28.282.613
28.526.142
29.082.173
29.860.138
30.780.114
stand deze circulaire
Kam erbrief bij brief gemeenten Compensatiepakket coronacrisis medeoverheden maart 2021 | Kamerstuk | R ijk soverheid.nl 4
Meicircula ire gemeentefonds 2021
7
Toelichting 1.
Accres
Na het uitbreken van de coronacrisis is in overleg met de VNG en het IPO besloten om het accres voor de jaren 2020 en 2021 vast te zetten op de standen uit de meicirculaire 2020. De accrestranches voor die jaren wijzigen om die reden niet en bedragen respectievelijk € 1.240 miljoen en € 1.030 miljoen.
Voor de jaren vanaf 2022 wordt het accres conform afspraken geactualiseerd op basis van de bestaande normeringssystematiek. Deze accrestranches zijn dus gebaseerd op de actuele groei van de accresrelevante uitgaven en grondslag in de betreffende jaren. Mee r informatie over de berekeningswijze van het accres is te vinden in de jaarlijkse Miljoenennota -bijlage over de normeringssystematiek. Uitgaven aan nood- en steunmaatregelen als gevolg van corona lopen niet mee in de accresberekening. Deze extra uitgaven gaan niet ten koste van andere uitgaven, maar zorgen voor een verhoging van de EMU-schuld. Het reguliere uitgavenplafond waar het kabinet op stuurt geldt dus niet voor de uitgaven uit de noodpakketten. Deze uitgaven leiden daarom ook niet tot een effect op het accres. Gemeenten en provincies hebben extra middelen ontvangen om de gevolgen van de coronamaatregelen op te vangen. Daarnaast blijft het Rijk over de effecten van de coronacrisis op de financiële situatie van gemeenten en provincies in gesprek met d e medeoverheden.
Aangezien het accres in de septembercirculaire 2020 niet is geactualiseerd, is de getoonde mutatie in het accres het gevolg van de ontwikkelingen sinds de meicirculaire 2020. Dit leidt tot een neerwaartse bijstelling van het accres vanaf 2022 ten opzichte van de bevroren stand. Het merendeel van deze bijstelling wordt verklaard door de loon- en prijsontwikkeling. Ten opzichte van de meicirculaire 2020 verwacht het C entraal Planbureau in het C entraal Economisch Plan 2021 dat lonen en prijzen in de economie minder hard stijgen in de periode 2022-2025. Hierdoor stijgen de uitgaven van het Rijk minder hard en dat werkt door in een lager accres in 2022 tot en met 2025. In 2022 komt de volumecomponent van het accres licht hoger uit dan eerder. Va naf 2023 stijgt de volumecomponent van de rijksuitgaven minder hard. Een belangrijke factor hierbij is lagere verwachte rentelasten in deze jaren als gevolg van lagere rentestanden. Ook andere ontwikkelingen in latere jaren, zoals lagere EU-afdrachten als gevolg van het vorig jaar afgesloten Europees Meerjarig Financieel Kader, zorgen voor een lagere volumegroei. Deze factoren dragen bij aan de neerwaartse bijstelling van het accres in 2023-2025.
Tabel 2.2.3 en 2.2.4 laat de actuele raming van de jaarlijkse accrestranches zien voor de jaren 2022-2026, zowel in duizenden euro’s als in procenten.
Meicircula ire gemeentefonds 2021
8
Tabel 2.2.3 A ctuele raming accressen gemeentefonds 2022-2026 (in duizenden euro’s) 2022
2023
2024
2025
2026
Stand m ei- en septembercirculaire 2020
1.036.297
801.316
806.097
950.430
Mutatie jaarlijkse tranches
-126.501
-127.392
-111.257
-30.695
923.999
Stand m eicirculaire 2021
909.796
673.924
694.840
919.735
923.999
C um ulatief accres vanaf 2022
909.796
1.583.720 2.278.560 3.198.295
4.122.294
Tabel 2.2.4 A ctuele raming accressen gemeentefonds 2022-2026 (in procenten) 2022
2023
2024
2025
2026
Stand m ei- en septembercirculaire 2020
3,7%
2,8%
2,7%
3,1%
Mutatie jaarlijkse tranches
-0,6%
-0,5%
-0,4%
-0,1%
3,0%
Stand m eicirculaire 2021
3,1%
2,3%
2,4%
3,1%
3,0%
Tabel 2.2.5 maakt de mutaties van de accrestranches per jaar inzichtelijk. De totaalregel in de tabel correspondeert met de accresregel in tabel 2.2.1. Tabel 2.2.5 Mutaties accres tranches gemeentefonds 2022-2026 ten opzichte van de septembercirculaire 2020 (jaartranches, in duizenden euro’s)
Tranche 2022
2022
2023
2024
2025
2026
-126.501
-126.501
-126.501
-126.501
-126.501
-127.392
-127.392
-127.392
-127.392
-111.257
-111.257
-111.257
-30.695
-30.695
Tranche 2023 Tranche 2024 Tranche 2025 Tranche 2026 Totaal gewijzigde
923.999 -126.501
-253.893
-365.150
-395.845
528.154
tranches
2.
Plafond BTW-compensatiefonds
De ontwikkeling van het BTW-compensatiefonds (BC F) en het bijbehorende plafond leiden conform het Financieel Akkoord Rijk/VNG/IPO met ingang van 2015 tot een toename of afname van de algemene uitkering van de fondsen. Bij Miljoenennota 2021 werd de ruimte onder het plafond voor 2020 geraamd op € 109 miljoen Bij de definitieve afrekening blijkt deze ruimte te zijn toegenomen met € 108 miljoen. Dit overschot wordt toegevoegd aan het gemeentefonds en provinciefonds. Het aandeel van het gemeentefonds daarin bedraagt € 96,02 miljoen.
Onderstaande tabel bevat een cijfermatig overzicht van de realisatie 2020:
Meicircula ire gemeentefonds 2021
9
Tabel plafond BCF 2020 (bedragen x € 1.000)
Plafond
Stand m ei 2021
Stand september 2020
Ve rschil
2020
2020
2020
3.781.671
3.680.663
101.008
3.564.608
3.571.330
-6.722
3.162.382
3.153.712
8.670
217.063
109.333
107.730
192.570
96.548
96.022
3.680.663
w.v. stand septembercirculaire 2020
101.008
w.v. ove rhevelingen i.v.m. taakmutaties
-
w.v. accre s Uitgaven w.v. ge m eenten Ruimte onder plafond w.v. ge m eenten
Het plafond van het BTW-compensatiefonds (BC F) is per 2015 gekoppeld aan de accrespercentages zoals die volgen uit de normeringssystematiek voor het gemeentefonds en provinciefonds. Het plafond wordt aangepast voor taakmutaties (zoals decentralisaties) die gepaard gaan met toevoegingen of onttrekkingen aan het BC F. Als het plafond overschreden wordt, komt het verschil ten laste van het gemeentefonds en het provinciefonds. Bij een realisatie lager dan het plafond komt het verschil ten gunste van het gemeentefonds en provinciefonds. De toevoeging o f uitname wordt over het gemeentefonds en provinciefonds verdeeld conform de gerealiseerde aandelen van de gezamenlijke gemeenten en provincies in het BC F. Naar analogie van het accres is ook het plafond van het BC F voor de jaren 2020 en 2021 bevroren. Het plafond wordt alleen nog aangepast voor taakmutaties. Het plafond 2020 is ten opzichte van de septembercirculaire 2020 als gevolg van taakmutaties naar boven bijgesteld. Vanaf de meicirculaire 2018 is de werkwijze van de raming van de ruimte onder het plafond BC F in de circulaires aangepast (zie paragraaf 2.2.2 van de meicirculaire 2018). De nieuwe werkwijze betekent dat vanaf uitkeringsjaar 2019 in de septembercirculaire alleen de raming van het hu idige jaar wordt verwerkt.
Dit heeft als gevolg dat vanaf 2019 de meerjarenraming van de ruimte onder het plafond BC F niet meegenomen wordt in de algemene uitkering en dus dat deze bedragen niet meer meelopen in de raming van de uitkeringsfactoren.
In paragraaf 4.8 van deze circulaire is net als in de meicirculaire 2020 een advies opgenomen over de wijze van verwerking van de ruimte onder het plafond BC F voor de gemee ntelijke meerjarenbegrotingen. Het advies is opgesteld door het ministerie van BZK in afstemming met de VNG en de provinciale toezichthouders.
Bijlage 2.2.2 bevat zoals gebruikelijk een overzicht van alle mutaties van het plafond BC F die verband houden met taakverschuivingen tussen gemeenten en provincies enerzijds en het Rijk anderzijds voor 2020. Het gaat om alle overboekingen die betrekking hebben op het jaar 20 20. De overboekingen zelf kunnen ook al eerder zijn verricht. In overleg met de decentrale overheden is er een ondergrens gehanteerd van € 0,1 miljoen.
Meicircula ire gemeentefonds 2021
10
3.
Knelpunten verdeelproblematiek
De meerjarenraming strekt zich met ingang van deze circulaire uit tot en met het jaar 2026. Daardoor wordt in de tabel het onderwerp “knelpunten verdeelsystematiek” voor dat jaar zichtbaar met een bedrag van structureel € 95.000. De middelen gaan over naar de decentralisatie-uitkering Knelpunten verdeelsystematiek. Deze decentralisatie -uitkering houdt verband met btw-aspecten ten aanzien van wegen die in beheer zijn van waterschappen (zie ook paragraaf 3. 2-20).
4.
Groeiopgave Almere indexatie 2020 en 2021
De aanpassing van de omvang van de decentralisatie -uitkering Groeiopgave Almere aan het accres komt ten laste van de algemene uitkering. De ophoging met het accres 2020 bedraagt structureel € 0,38 miljoen, waarbij het jaar 2020 zoals gebruikelijk is verwerkt in 2021. De ophoging met het accres 2021 bedraagt structureel € 0,32 miljoen. Na deze ophoging met het definitieve accres 2020 en 2021 wordt de decentralisatie-uitkering per 2021 omgezet in een specifieke uitkering. Dit om de rechtmatigheid van de uitkering te waarborgen (zie paragraaf 3.2-7).
5.
Kenniscentrum explosieven Tweede Wereldoorlog
In overleg met de VNG wordt over de periode 2021 tot en met 2024 een bedrag van € 0,91 miljoen per jaar aan de algemene uitkering onttrokken in verband met de oprichting van het landelijke kenniscentrum voor gemeenten die te maken hebben met explosieven uit de Tweede Wereldoorlog. In verband met de uitname wordt het vergoedingspercentage van de zgn. bommenregeling verlaagd van 70% naar 68%. Via de bommenregeling kunnen gemeenten in aanmerking komen voor een bijdrage in de gemaakte kosten voor het opsporen en ruimen van conventionele explosieven uit de Tweede Wereldoorlog. Zie voor meer informatie paragraaf 2.4.1 van deze circulaire.
6.
Raadsledenvergoeding kleine gemeenten
De actualisatie van de integratie-uitkering Verhoging raadsledenvergoeding kleine gemeenten komt ten laste van de algemene uitkering. De verlaging van de algemene uitkering bedraagt vanaf 2021 jaarlijks structureel € 0,3 miljoen. Zie paragraaf 3.2-17 voor meer informatie.
7.
Aanpak problematiek jeugdzorg
Bij voorjaarsnota heeft het kabinet voor het jaar 2021 € 613 miljoen beschikbaar gesteld voor acute problematiek in de jeugdzorg. Op dit moment zijn het kabinet en de VNG in gesprek over de uitkomsten van het advies van de C ommissie van Wijzen. Over de uitkomst hiervan wordt u voor 1 juli geïnformeerd. Het bedrag van € 613 miljoen voor 2021 komt bovenop de € 300 miljoen aan tijdelijke extra middelen die bij voorjaarsnota 2019 al beschikbaar is gesteld voor het jaar 2021. Rondom de € 613
Meicircula ire gemeentefonds 2021
11
miljoen zijn bestuurlijke afspraken gemaakt tussen het Rijk en VNG 5. De € 613 miljoen valt in een aantal delen uiteen.
Specifieke uitkeringen € 120 miljoen van de € 613 miljoen wordt verdeeld via specifieke uitkeringen (spuk ’s) of op een andere gerichte wijze. Dit betreft:
€ 50 miljoen voor tijdelijke uitbreiding van de crisiscapaciteit jeugd -GGZ.
€ 50 miljoen voor het beter passend maken van accommodaties om de leefomstandigheden van kwetsbare jeugdigen te verbeteren (driemilieuvoorzieningen).
€ 5 miljoen voor het ombouwen van separatieruimten in de gesloten jeugdhulp tot High Intensive Care Units
€ 15 miljoen voor de vereenvoudiging en verbetering van de jeugdbeschermingsketen (o.a. verbreding en verdere uitrol pilots vereenvoudiging Jeugdbescherming en doorbraakaanpak)
Deze middelen zullen aan een beperkt aantal gemeenten of jeugdzorgregio ’s uitgekeerd worden. Momenteel wordt dit nader uitgewerkt. Een klein deel van de middelen zal g ebruikt worden voor landelijke coördinatie en activiteiten die centraal door het Rijk georganiseerd worden. Hierover zullen in een bestuurlijk overleg tussen Rijk en VNG nadere afspraken worden gemaakt.
Algemene uitkering De overige door het kabinet beschikbaar gestelde middelen worden via de algemene uitkering, subcluster jeugdhulp, aan het gemeentefonds toegevoegd.
De 493 miljoen kent drie delen. Een deel van € 228 miljoen heeft als oogmerk dat gemeenten hiermee in staa t worden gesteld om de consultatiefunctie ggz vorm te geven, wachtlijsten bij lichtere jeugdhulpproblematiek tegen te gaan en om verdringing van andere uitgaven bij gemeenten tegen te gaan. Deze middelen worden in deze circulaire over de gemeenten verdeeld. Een deel van € 10 miljoen heeft als oogmerk om het aantal Praktijk Ondersteuners Huisartsenzorg (POH) voor de jeugd uit te breiden. Deze middelen worden eveneens in deze circulaire over de gemeenten verdeeld. Tot slot is er een deel van € 255 miljoen met als oogmerk dat gemeenten hierdoor in staat worden gesteld om extra inzet en regie te kunnen voeren op het voorkomen en aanpakken van wachttijden van (regionaal) ingekochte specialistische jeugdzorg op basis van goede data, zodat kwetsbare kinderen de hulp krijgen die ze nodig hebben. Komende periode vindt tussen de VNG en het Rijk overleg plaats om een klein deel van de € 255 miljoen in te zetten voor regionale coördinatie en landelijke informatievoorziening door de VNG ten aanzien van de wachtlijsten s pecialistische jeugdzorg. Om die reden wordt nog niet het volledige bedrag van € 255 miljoen verwerkt. In deze circulaire is vooruitlopend op de besluitvorming tussen VNG en Rijk aangaande de regionale
5
Kam e rbrief over afspraken VNG-Rijk aanpak problematiek je ugdzorg | Kamerstuk | R ijksoverheid.nl
Meicircula ire gemeentefonds 2021
12
coördinatie en landelijke informatievoorziening door de VNG een bedrag van € 200 miljoen toegevoegd en verdeeld over de gemeenten. Bij de septembercirculaire 2021 zal vervolgens het resterende bedrag van € 55 miljoen worden verwerkt.
8.
Compensatieregeling Voogdij/18+
In de decembercirculaire 2020 (paragraaf 3.3.4) is aan 43 gemeenten compensatie toegekend (op basis van de compensatieregeling voogdij en 18+ (2021)), omdat het budget voor voogdij en 18+ dat zij in 2021 ontvangen niet aansluit bij de kosten die zij (in 2019) hebben gemaakt. De totale omvang van de toegekende compensatie was lager dan de € 30 miljoen die hiervoor binnen de integratie-uitkering Voogdij/18+ was gereserveerd. Het resterende deel (€ 6,38 miljoen) wordt in deze circulaire aan het objectieve verdeelmodel voor Jeugd (subcluster Jeugdhulp) toegevoegd.
9.
Verrekening Voogdij/18+
Door het gebruik van actuele gegevens neemt de integratie -uitkering Voogdij/18+ vanaf uitkeringsjaar 2022 met structureel € 22 miljoen toe. Deze toename kan deels worden gedekt met de toevoeging van de loon- en prijsbijstelling 2021 aan deze integratie-uitkering (zie voor meer informatie paragraaf 3.2-6). Het verschil van € 7,5 miljoen wordt zoals gebruikelijk onttrokken aan de algemene uitkering, subcluster Jeugdhulp.
10. Ketensystemen jeugd In het C oördinerend beraad Jeugd, Justitie en Veiligheid van 2 november 2017 hebben alle betrokken ketenpartners ingestemd met een verdeelsleutel voor de kosten van het operationeel, tactisch en strategisch beheer van de ketensystemen (het betreft de systemen GC OS, C ORV en IFM/LIJ). De structurele bijdrage van gemeenten aan de ketensystemen bedraagt € 0,95 miljoen. Voor de jaren 2018 tot en met 2020 was de extra bijdrage € 0,47 miljoen. Als gevolg van de (herijkte) verdeelsleutel gaan gemeenten vanaf 2021 € 0,34 miljoen meer bijdragen voor het gebruik van de ketensystemen, om zo uitvoering te kunnen geven aan wettelijke taken zoals uitvoering van de Jeugdwet. Per 2021 komt de totale bijdrage daarmee op € 1,29 miljoen (was € 1,42 miljoen voor de jaren 2018 tot en met 2020). De extra bijdrage vanaf 2021 van € 0,34 miljoen wordt nu voor drie jaar uit de algemene uitkering onttrokken. Hierna zal worden gekeken of de verdeelsleutel opnieuw moet worden herijkt.
11. Geen aanspraak op begeleiding De meerjarenraming strekt zich met ingang van deze circulaire uit tot en met het jaar 2026. Daardoor wordt in de tabel het onderwerp “geen aanspraak op begeleiding” in 2026 zichtbaar. In 2014 zijn gemeenten geheel verantwoordelijk geworden voor de activiteiten op het gebied van ondersteuning, begeleiding en verzorging. Hierbij is de aanspraak voor de functie begeleiding in de toenmalige AWBZ beperkt door de aanspraak op dagbesteding te laten vervallen. Jaarlijks betekent
Meicircula ire gemeentefonds 2021
13
het laten vervallen van de aanspraak op begeleiding een extra afname van € 20 miljoen structureel. Hiervan komt € 9 miljoen in mindering op de middelen voor de Wmo (de overige € 11 miljoen komt in mindering bij de Zorgverzekeringswet). Met de jaartranche 2026 is het structurele bedrag van de uitname bereikt.
12. Overgangsrecht levenslang De meerjarenraming strekt zich met ingang van deze circulaire uit tot en met het jaar 2026. Daardoor wordt in de tabel het onderwerp “overgangsrecht levenslang” in 2026 zichtbaar. Deze mutatie betreft een correctie op een extrapolatie van extramurale zorgkosten binnen de Wmo 2015 en/of Jeugdwet. C liënten met een verblijfsindicatie voor een hoog zorgzwaartepakket op 31 december 2014 hebben overgangsrecht gekregen voor onbepaalde tijd. Door het overgangsrecht voor onbepaalde tijd zullen deze cliënten structureel hun extramurale zorg (bijvoorbeeld in de vorm van persoonsgebonden budget) afnemen ten laste van de Wet langdurige zorg (Wlz) in plaats van ten laste van de Wmo 2015 of de Jeugdwet. Om dit voor gemeenten te corrigeren, wordt gedurende 30 jaar jaarlijks € 1,16 miljoen extra toegevoegd aan het gemeentefonds tot aan het volledige bedrag van € 39 miljoen.
13. Rijksvaccinatieprogramma meningokokken en informed consent Met ingang van 1 januari 2021 wordt de uitvoering van de vaccinatie tegen meningokokken (MenAC WY) overgedragen aan de gemeenten. De daarmee gemoeide middelen worden toegevoegd aan de reeds eerder overgehevelde middelen voor de uitvoering van het rijksvaccinatieprogramma (RVP). Het gaat om € 3,74 miljoen in 2021, oplopend naar € 3,87 miljoen structureel vanaf 2024.
Daarnaast is in 2021 eenmalig € 0,68 miljoen toegevoegd voor de uitvoering van de zogenoemde ‘informed consent procedure RVP’. Deze procedure richt zich op het inbouwen van de toestemmingsverklaring in de registratie van het RVP, waarmee ouders (en kinderen vanaf 12 jaar) gevraagd worden om toestemming voor het delen van vaccinatiegegevens met het RIVM. Er is € 0,48 miljoen beschikbaar voor IC T-aanpassingen in de softwarepakketten van de betrokken IC Tleveranciers en € 0,2 miljoen voor lokale aanpassingen, bijvoorbeeld op het terrein van voorlichting en uitnodigingen, en instructies voor de uitvraag van informed conse nt bij consultaties bij de JGZinstellingen.
14. Prenataal huisbezoek door jeugdgezondheidszorg Vanaf 2022 zijn middelen aan de algemene uitkering toegevoegd voor de uitvoering van het wetsvoorstel ‘Prenataal huisbezoek door de jeugdgezondheidszorg (PHB JGZ)’6. Het gaat om een bedrag van jaarlijks € 5,3 miljoen. Naar verwachting treedt het wetsvoorstel op 1 januari 2022 in werking. Om een gezonde ontwikkeling van het ongeboren kind te bevorderen en het ontstaan van gezondheids- en ontwikkelingsrisico’s voor het kind te beperken, is het van belang tijdig hulp en
6
https://www.twe e de kamer.nl/kamerstukken/we tsvoorstellen/detail?id=2020Z18156&dossier=35593
Meicircula ire gemeentefonds 2021
14
ondersteuning tijdens de zwangerschap te bieden. Met dit wetsvoorstel krijgen gemeenten de taak een prenataal huisbezoek aan te bieden aan zwangere vrouwen en/of hun gezinnen in een kwetsbare situatie in hun gemeente. De gemeente moet deze taak op grond van de wet opdragen aan dezelfde organisatie die voor de gemeente de JGZ uitvoert.
15. Kinderopvang toezicht en handhaving Voor het ondersteunen van gemeenten bij hun handhavingstaak in de kinderopvang s telt het ministerie van SZW vanaf 2022 jaarlijks € 0,55 miljoen ter beschikking via de algemene uitkering. De toevoeging komt in de plaats van een subsidie die de VNG tot en met 31 december 2021 vanuit het Rijk ontving en waarmee zij gemeenten ondersteunde via training, kennisontwikkeling, beleidsadvisering en innovatie op het terrein van handhaving kinderopvang.
16. Handhaving energielabel C kantoren In het Bouwbesluit is vastgelegd dat per 1 januari 2023 een kantoor energielabel C of beter moet hebben om nog als kantoor gebruikt te mogen worden. De gemeente is het bevoegde gezag en handhaaft de wetgeving. Sira C onsulting heeft de handhavingslasten in de periode 2020-2030 voor gemeenten berekend in het onderzoek ‘Actualisatie handhavingslasten verplicht energielabel C voor kantoren’ (april 2020)7. Via de algemene uitkering ontvangen gemeenten compensatie voor de handhavingslasten. Het gaat voor de periode 2021 tot en met 2025 om € 1,72 miljoen per jaar en voor de periode 2026 tot en met 2029 om € 0,38 miljoen per jaar. Naar verwachting is handhaving na 2029 niet meer aan de orde omdat de kantoren dan voldoen aan de energieprestatie -eisen.
17. Beter Kenbaar Als gevolg van de wijziging van de Wet kenbaarheid publiekrechtelijke beperkingen onroerende zaken, project Beter Kenbaar, gaan gemeenten vanaf 2021 betalen voor het inschrijven van hun beperkingenbesluiten 8 in het Basisregister Kadaster (BRK). In verband hiermee wordt de algemene uitkering voor de periode 2021 tot en met 2028 met een bedrag van € 95.000 verlaagd. Vóór 2029 zal een onderzoek plaatsvinden om te bepalen wat het structurele bedrag vanaf 2029 wordt.
18. Wet Open Overheid (structureel en incidenteel) Op 26 januari 2021 heeft de Tweede Kamer de (Wijzigingswet) Wet open overheid (Woo) aangenomen. Het betreft een initiatiefwet uit de Tweede Kamer die beoogt de gehele overheid transparanter en toegankelijker te maken. Met dit wetsvoorstel geven de ini tiatiefnemers zowel de actieve als de passieve openbaarmaking van overheidsinformatie een nieuwe basis, verankeren zij 7
Actualisatie handhavingslasten energielabel C-verplichting kantore n | Rapport | R ijk soverheid.nl Publiekre chtelijke beperkingen zijn besluiten van overheden ten aanzien van onroere nde zaken die van invloed k unnen zijn op de waarde daarvan e n die voor e en ieder k enbaar worde n gemaakt via het re gister van het Kadaster (BRK). Hierdoor kan bijvoorbeeld de koper van een woning voorafgaand aan de koop (ten aanzien van de waarde) we ten met we lke besluiten hij re kening heeft te houden. 8
Meicircula ire gemeentefonds 2021
15
het recht op toegang tot informatie wettelijk en beogen zij de informatievoorziening en informatiehuishouding van het Rijk en decentrale overheden te verbeteren. De Eerste Kamer dient nog een besluit te nemen over de Woo. Bij instemming van de Eerste Kamer zal de wet een halfjaar later in werking treden. Dit zal waarschijnlijk in het eerste kwartaal van 2022 zijn. De huidige Wet openbaarheid van bestuur (Wob) wordt ingetrokken bij de inwerkingtreding van de Woo.
Vooruitlopend op de besluitvorming in de Eerste Kamer heeft het kabinet bij de kabinetsreactie op het rapport ´Ongekend onrecht´ van de Parlementaire ondervragingscommissie Kinderopvangtoeslag (POK) financiële middelen vrijgemaakt 9. Met de beschikbaarstelling van deze financiële middelen ondersteunt het Rijk gemeenten bij de implementatie en uitvoering van de Woo.
De financiële middelen bestaan uit zowel incidentele als structurele middelen. De incidentele middelen (voor de periode 2022 tot en met 2026 € 24,98 miljoen per jaar) zijn bestemd voor het verbeteren van systemen, het opleiden van medewerkers en het aanpassen van processen en de organisatie. De structurele middelen (€ 21,03 miljoen in 2022, oplopend naar structureel € 42,06 miljoen vanaf 2026) zijn bedoeld voor de actieve openbaarmaking van de informatiecategorieën zoals genoemd in de Woo, het aanwijzen van een contactfunctionaris en het beheer en onderhoud van systemen.
19. Handelsregister De Kamer van Koophandel beheert in opdracht van het ministerie van EZK het Handelsregister. Dit register is de basisregistratie waarin alle bedrijven en rechtspersonen ingeschreven staan. Daarnaast staan alle andere organisaties die deelnemen aan het economisch verkeer ook in dit register. Naast private organisaties kunnen ook gemeenten, provincies, ministeries, waterschappen en overige organisaties met een publieke taak gebruik maken van het Handelsregister. Sinds 1 januari 2014 is er sprake van inputfinanciering voor het overheidsgebruik van het Handelsregister waarbij gemeenten jaarlijks bijdragen in de kosten. De bijdragen ter hoogte van € 0,81 miljoen voor 2021 en 2022 zijn in deze circulaire verwerkt.
20. Permanente registratie kiezers buitenland De gemeente Den Haag is conform de Kieswet verantwoordelijk voor de permanente registratie van Nederlanders die in het buitenland wonen en mogen stemmen. De gemeente maakt kosten voor de permanente registratie en organisatie van de verkiezingen van de leden van de Tweede Kamer en de leden van het Europees Parlement voor de kiezers in het buitenland. In 2021 ontvangt de gemeente Den Haag hiervoor additioneel € 0,62 miljoen. Na de verkiezing van de Tweede Kamer (afgelopen maart) worden op dit moment samen met de gemeente de kosten van de permanente
Twe e de Kamer, ve rgaderjaar 2020-2021, 35 510, nr.4 Detail 2021D01957 | Twe ede Kamer der Staten Ge ne raal 9
Meicircula ire gemeentefonds 2021
16
registratie opnieuw in kaart gebracht. Op basis hiervan zal worden bepaald wat de structurele ophoging van de uitkering dient te zijn.
21. Versterking gemeentelijke anti-discriminatievoorziening Discriminatie is een diepgeworteld en structureel probleem van de samenleving. In haar reactie op het rapport Ongekend onrecht van de Parlementaire ondervragingscommissie Kinderopvangtoeslag 10 heeft het kabinet aangekondigd structurele middelen vrij te maken voor de aanpak van discriminatie, waaronder de versterking van de antidiscriminatievoorzieningen (ADV). In 2009 is de Wet gemeentelijke antidiscriminatievoorzieningen (Wga) in werking getreden. Het doel van deze wet is een landelijk dekkend stelsel van meldpunten voor onafhankelijke bijstand aan slachtoffers van discriminatie en de registratie van klachten over discriminatie. Alle gemeenten zijn verplicht te voorzien in een ADV. Voor de uitvoering van de Wga is in 2009 een bedrag toegevoegd aan de algemene uitkering. Uit onderzoeken blijkt dat deze huidige financiering voor de uitvoering van de Wga-taken al enige jaren tot knelpunten leidt. De meeste ADV ’s zijn op dit moment zeer krap bemeten en bij het grotere publiek relatief onbekend. Om die reden wordt er vanaf 2021 structureel ruim € 6,9 miljoen extra aan de algemene uitkering toegevoegd, zodat de ADV ’s ruimere budgetten kunnen krijgen om meer activiteiten te kunnen ontplooien, om zodoende een betere beschikbaarheid en bereikbaarheid voor melders mogelijk te maken.
D eze ruimere budgetten zijn ook nodig om de door uitvoeringsorganisaties doorverwezen melders te kunnen bijstaan. Deze structurele extra bijdrage komt neer op meer dan een verdubbeling van de middelen. De financiering van de organisatie van en het toezicht op de ADV’s zal, als onderdeel van de aangekondigde versterking van de aanpak van discriminatie, het komende jaar onderzocht worden. De uitkomsten van het onderzoek kunnen mogelijk leiden tot wijzigingen. Als dit nodig blijkt te zijn, zullen gemeenten tijdig geconsulteerd en geïnformeerd worden.
2.3
Verdeling mutaties algemene uitkering
De verdeelwijze van de mutaties uit paragraaf 2.2 is in tabel 2.3.1 weergegeven. De verdeelwijze bestaat uit een wijziging in de uitkeringsfactor of het gewicht (bedrag per eenheid) van één of meer maatstaven van het cluster waaronder de mutatie valt. De cijfermatige uitwerking is opgenomen in paragraaf 2.5.
Twe e de Kamer, ve rgaderjaar 2020-2021, 35.510, nr.4 Detail 2021D01957 | Twe ede Kamer der Staten Ge ne raal 10
Meicircula ire gemeentefonds 2021
17
1) 2) 3) 4) 5) 6)
Tabel 2.3.1 Verdeelwijze mutaties algemene uitkering Mutatie
Verdeelwijze
algemene mutaties Accres Plafond BTW compensatiefonds Knelpunten verdeeelproblematiek Groeiopgave Almere indexatie 2020 en 2021 Kenniscentrum explosieven WOII Raadsledenvergoeding kleine gemeenten
uitkeringsfactor uitkeringsfactor uitkeringsfactor uitkeringsfactor uitkeringsfactor uitkeringsfactor
cluster Jeugd 7a) Aanpak problematiek jeugdzorg: verdringing + lichte jeugdzorgproblematiek 7b) Aanpak problematiek jeugdzorg: POH jeugd GGZ 7c) Aanpak problematiek jeugdzorg: wachttijden specialistische jeugdzorg 8) Compensatieregeling Voogdij18+ 9) Verrekening Voogdij18+ 10) Ketensystemen jeugd
maatstaven subcluster Jeugdhulp maatstaven subcluster Jeugdhulp maatstaven subcluster Jeugdhulp maatstaven subcluster Jeugdhulp maatstaven subcluster Jeugdhulp maatstaven subcluster Jeugdhulp
cluster Maatschappelijke ondersteuning 11) Geen aanspraak op begeleiding 12) Overgangsrecht levenslang
maatstaven subcluster Wmo2015 maatstaven subcluster Wmo2015
cluster Volksgezondheid 13) Rijksvaccinatieprogramma meningokokken en informed consent 14) Prenataal huisbezoek door de jeugdgezondheidszorg
maatstaf jongeren €1000 via het vast bedrag, rest van de mutatie gaat via de maatstaven inwoners, jongeren en sociale structuur*
cluster Samenkracht en burgerparticipatie 15) Kinderopvang toezicht en handhaving
maastaven cluster Samenkracht en burgerparticipatie
cluster Infrastructuur en gebiedsontwikkeling 16) Handhaving energielabel C kantoren 17) Beter kenbaar
maatstaf bedrijfsvestigingen maastaf inwoners
cluster Bestuur en algemene ondersteuning 18a)Wet Open Overheid structureel 18b)Wet Open Overheid incidenteel 19) Handelsregister 20) Permanente registratie kiezers buitenland
maatstaf inwoners (40%) en vast bedrag voor iedere gemeente (60%) maatstaf inwoners (40%) en vast bedrag voor iedere gemeente (60%) maastaf inwoners vast bedrag gemeente Den Haag
cluster Openbare orde en veiligheid 21) Versterking gemeentelijke anti-discriminatievoorziening