09d0329c-152c-4f6f-affe-f790f15df76a.pdf
Tekst van het document
Kadernota 2024
1
Colofon Auteur:
Omgevingsdienst Flevoland & Gooi en Vechtstreek
Botter 14-15 Postbus 2341 8203 AH LELYSTAD T. 088-6333 000 E. info@ofgv.nl W. www.ofgv.nl
Opdracht:
Kadernota OFGV 2024
Versie: Datum:
Vastgesteld door AB-OFGV 8 februari 2023 2
Inhoudsopgave Inleiding ................................................................................................................... 4 A. Bestuurlijke context ............................................................................................... 5 A.1. Visie .................................................................................................................. 5 A.1.1. Doelstellingen en activiteiten ................................................................... 5 A.1.2. Kwaliteit ................................................................................................ 5 A.2. Ontwikkelingen ................................................................................................... 7 A.2.1. Omgevingswet ....................................................................................... 7 A.2.2. Duurzaam bodembeheer ......................................................................... 7 A.2.3. Omgevingsveiligheid ............................................................................... 8 A.2.4. Energietransitie ...................................................................................... 8 A.2.5. Circulaire Economie ................................................................................ 8 A.2.6. Wijziging Gemeenschappelijke Regeling .................................................... 9 A.2.7.
Versterken VTH-stelsel ............................................................................ 9 A.2.8. Doorontwikkeling organisatie: tijd- en plaats onafhankelijk werken .............. 9 A.2.9. Doorontwikkeling organisatie: EFQM-kwaliteitsmanagement model .............. 9 B. Financiële kaders 2024 .......................................................................................... 11 B.1. Uitgangspunten ....................................................................................... 11 B.2. Financiële doorwerking 2023 ..................................................................... 12 B.3. Overzicht 1e Begrotingswijziging 2023 ........................................................ 13 B.4. Overzicht van baten en lasten 2024 ........................................................... 17
3
Inleiding Voor u ligt de Kadernota 2024 van de Omgevingsdienst Flevoland & Gooi en Vechtstreek (OFGV). In deze nota wordt het Algemeen Bestuur (AB) inzicht geboden in de ontwikkelingen die de begroting van de OFGV op korte en/of middellange termijn beïnvloeden. Het AB geeft met deze kadernota kaders mee aan het Dagelijks Bestuur (DB) voor het opstellen van een sluitende meerjarenbegroting. In deze kadernota is nog geen rekening gehouden met wijzigingen van de partnerbijdragen als gevolg van de Kostenverdeelsystematiek (KVS) 2024-2026. De berekening van de KVS 2024-2026 wordt in februari 2023 tegelijkertijd met deze kadernota aan het AB voorgelegd. De wijziging van de partnerbijdragen als gevolg van de KVS berekening wordt verwerkt in de Begroting 2024. Daarnaast geldt dat de invoeringsdatum van de Omgevingswet nog niet zeker is. Indien deze op of vóór 1 januari 2024 wordt ingevoerd, dan heeft dat gevolgen voor de uitvoering van het werk door de OFGV en voor de financiering van in ieder geval de bodemtaken. Vanzelfsprekend worden deze ontwikkelingen zorgvuldig gemonitord en wordt het AB hierover tijdig geïnformeerd zodat zij hierover besluiten kan nemen. Leeswijzer De kadernota bevat de volgende onderdelen: Hoofdstuk A1: Visie In dit hoofdstuk is beschreven hoe de OFGV invulling geeft aan haar doelstellingen en activiteiten.
Hoofdstuk A2: Externe ontwikkelingen Dit hoofdstuk maakt inzichtelijk welke ontwikkelingen op zowel korte als lange termijn invloed hebben op het beleid en de organisatie. Hoofdstuk B: Financiële kaders voor 2024 Dit hoofdstuk bevat de spelregels en de financiële kaders die het AB vaststelt. Proces van kader naar begroting De door het AB geformuleerde kaders zijn richtinggevend voor het DB bij het opstellen van de conceptbegroting 2024. Deze conceptbegroting wordt in maart 2023 aan de raden en Staten gestuurd. Zij hebben volgens de Wet Gemeenschappelijke Regelingen (WGR) twaalf weken de tijd om zienswijzen in te dienen. In het DB van 31 mei 2023 worden de binnengekomen zienswijzen en de mogelijke wijzigingen van de begroting besproken. De begroting 2024 wordt vervolgens, inclusief zienswijzen en een reactie van het DB, op 28 juni 2023 ter vaststelling voorgelegd aan het AB.
Lelystad, 8 februari 2023
4
A. Bestuurlijke context A.1. Visie De OFGV is een gezaghebbende adviseur op het terrein van de fysieke leefomgeving en verzorgt overheidstaken op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving en advisering op het gebied van het omgevingsrecht waaronder: bedrijvigheid, natuur, veiligheid, gevaarlijk stoffen, geluid, bodem, grondwater, asbest, luchtvaart, vuurwerk en toezicht op zwemwater/zwembaden. Deze taken voert de OFGV uit voor alle gemeenten in Flevoland, de gemeenten in Gooi en Vechtstreek en voor de provincies Flevoland en Noord-Holland. In dit hoofdstuk is beschreven hoe de OFGV invulling geeft aan zijn taken, doelstellingen en activiteiten.
A.1.1. Doelstellingen en activiteiten Samen met de deelnemers en samenwerkingspartners werkt de OFGV aan een duurzame, gezonde en veilige leefomgeving. De kernwaarden van de OFGV ‘Ondernemen, Verbinden en Vakmanschap’ staan hierbij centraal. Bij het uit te voeren werk streeft de OFGV naar kwaliteit en efficiency. Volgens de jaaropdrachten van de 14 deelnemers zijn het afhandelen van vergunningen en meldingen en het uitvoeren van risicogericht toezicht en handhaving de belangrijkste doelstellingen. Daarnaast adviseren de experts van de OFGV met regelmaat over vakinhoudelijke onderwerpen op het gebied van geluid, bodem, lucht, asbest, natuur, grondwater, zwemwater en omgevingsveiligheid en op beleidsinhoudelijke onderwerpen.
A.1.2. Kwaliteit Kwaliteitscriteria OFGV De landelijke Kwaliteitscriteria VTH zijn bedoeld als toetsingskader om de uitvoering van vergunningverlening, toezicht en handhaving (de VTH-taken) verder te professionaliseren en de kwaliteit van de mensen, het werk en de organisatie te borgen. Het voldoen aan de criteria zorgt ervoor dat het bevoegd gezag in staat is om de gewenste kwaliteit en continuïteit te leveren. De kwaliteitscriteria geven criteria voor het opleidingsniveau, de inhoudelijke kennis en de werkervaring van individuele medewerkers, de frequente taakuitvoering door individuele medewerkers en de kritieke massa van de organisatie. De OFGV voldoet aan de landelijke kwaliteitscriteria en blijft in 2024 medewerkers opleiden en bijscholen op veranderende weten regelgeving. Gelet op de inwerkingtreding van de Omgevingswet, wordt ook de komende jaren de nodige aandacht besteed aan de verdere ontwikkeling van iedereen die werkzaam is op het brede vakgebied van het omgevingsrecht.
5
Procescriteria De procescriteria zijn richtinggevend voor de vormgeving van de beleidscyclus in de vorm van de Big 8. Het gaat er om dat de verschillende analyses, strategieën, prioriteiten en doelstellingen transparant zijn, dat ze worden vastgesteld en dat de organisatie hier aantoonbaar naar handelt. In het VTH-beleidskader geven de deelnemers aan hoe de OFGV de taken op een uniforme manier in het werkgebied kan uitvoeren.
Bij het invullen van de strategische beleidscyclus staat de deelnemer centraal. Welke doelen wil de betreffende deelnemer bereiken? Hoe kan de OFGV hierbij ondersteuning bieden? Hoe geeft de OFGV uitvoering aan de door de deelnemers gewenste doelen en effecten? Onder de operationele cyclus valt het beschrijven van uniforme werkprocessen en protocollen en het uitvoeren van de taken op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving en advisering. De OFGV legt hierover vervolgens verantwoording af. Ten slotte wordt beoordeeld of de uitgevoerde werkzaamheden voldoende hebben bijgedragen aan de gestelde doelen en effecten van de deelnemer. De uitkomsten van deze evaluatie kunnen leiden tot bijstelling van de beleidskaders en/of de uitvoering. In het model vervult de OFGV een rol bij het vertalen van beleid en strategieën van de deelnemers naar daadwerkelijke uitvoering. Daarbij wordt door de OFGV kennis, informatie en praktijkervaring in de beleidscyclus ingebracht. Uit de beide visitaties in 2022 komt naar voren dat de OFGV meer aandacht kan en ook zou moeten besteden aan beleidsontwikkeling en beleidsadvies. Geconstateerd wordt dat door het overdragen van taken, de deelnemende partijen vaak minder over inhoudelijke expertise met betrekking tot de fysieke leefomgeving beschikken dan voorheen.
Bij het ontwikkelen van de beleidsversterkende rol van de OFGV zal extra aandacht worden geschonken aan de vraag hoe op de verschillende niveau’s (bestuurlijk, beleidsvoorbereidend en uitvoerend) zodanige afstemming kan plaatsvinden dat de expertise van de OFGV kan worden ingebracht ten behoeve van beleidsontwikkeling en beleidsvorming.
6
A.2. Ontwikkelingen In dit hoofdstuk zijn macro-economische invloeden en bestuurlijke keuzes benoemd. Opvallend is dat er relatief veel ontwikkelingen zijn waarvan de effecten nog niet geheel te voorzien zijn. In de begroting 2024 worden de mogelijke hieruit voortvloeiende risico’s geanalyseerd en zo nodig beschreven.
A.2.1. Omgevingswet Ten tijde van het opstellen van de Kadernota 2024 is de inwerkingtredingsdatum van de Omgevingswet nog niet bekend. Mocht de Omgevingswet in 2024 in werking (zijn ge)treden, dan zal het jaar in het teken staan van werken met en wennen aan de gewijzigde wetgeving. De OFGV heeft werkprocessen beschreven voor de samenwerking met de deelnemers en samenwerkingspartners op het gebied van vergunningverlening, toezicht, handhaving en advies. De praktijk zal uitwijzen wat het adviseren bij omgevingstafels, het verlenen van vergunningen binnen kortere termijnen en het toezicht houden middels doelvoorschriften en zorgplichten betekent voor het dagelijkse werk. Vooralsnog gaat de OFGV er van uit dat het werk met de bestaande capaciteit wordt uitgevoerd. Het AB van de OFGV heeft aangegeven dat een jaar na inwerkingtreding van de Omgevingswet geëvalueerd wordt welke effecten deze heeft ten opzichte van de KVS 2024-2026. De bestuurlijke afwegingsruimte die gemeenten krijgen op milieugerelateerde onderwerpen in ruimtelijke ordening, zal prominenter op tafel komen. De OFGV verwacht dat inhoudelijk advies op milieugerelateerde onderwerpen vaker nodig is om de consequenties van (ruimtelijke) ontwikkelingen in beeld te brengen. De OFGV wil als gezaghebbend adviseur meewerken aan een integraal beleidsadvies voor de deelnemers.
De gemeenten hebben tot 2029 de tijd voor het opstellen van een omgevingsplan. In het omgevingsplan worden lokale regels gesteld voor initiatieven en activiteiten met een lokaal effect, waaronder geur, geluid en bodem. De OFGV adviseert deelnemers op basis van gebiedskennis en milieukennis over het omzetten van de bruidsschatregels naar het omgevingsplan. Het doel is dat elke deelnemer gebiedsgerichte en lokaal passende regels opstelt die de lokaal gewenste ontwikkelingen ondersteunen.
A.2.2. Duurzaam bodembeheer De verwachting is dat de eerste gevolgen van de decentralisatie en de verbreding van de bodemtaak (duurzaam bodembeheer) in 2024 zichtbaar worden voor de deelnemers. Decentralisatie van de bodemtaak biedt mogelijkheden om bodem integraal mee te nemen in gebiedsontwikkeling. Onder de Omgevingswet zijn gemeenten primair verantwoordelijk voor de volgende drie pijlers van het bodembeleid: 1. het voorkomen van nieuwe verontreiniging (preventie); 2. bij het toedelen van functies rekening houden met de kwaliteiten van de bodem; 3. het duurzaam en doelmatig beheren van resterende historische verontreinigingen. Provincies blijven verantwoordelijk voor de sanering van locaties die onder het overgangsrecht vallen. Zodra een locatie is gesaneerd, gaat het beheer van de locatie over 7
naar de gemeente. Het financieringsvraagstuk omtrent het verschuiven van bodemtaken van provincies naar gemeenten speelt nog ten tijde van het opstellen van deze kadernota. In de aanloop naar de Omgevingswet zal dit onderwerp in het AB worden besproken.
A.2.3. Omgevingsveiligheid De OFGV ondersteunt de gemeenten door het adviseren over omgevingsveiligheid bij ruimtelijke plannen en vergunningverlening. Daarnaast verwacht de OFGV in 2024 adviezen te geven omtrent omgevingsveiligheid in omgevingsvisies en omgevingsplannen. Onder de Omgevingswet wordt het risicoregister gevaarlijke stoffen (RRGS) opgevolgd door het register externe veiligheid (REV). Het REV valt onder de verantwoordelijkheden van de gemeenten. In het REV moet voor elk pand de mate van kwetsbaarheid vastgesteld worden. Zo zijn industriële inrichtingen beperkt kwetsbaar, woningen kwetsbaar en basisscholen en verzorgingshuizen zeer kwetsbaar. Daarnaast moeten van alle risicovolle objecten de aandachtsgebieden vastgelegd worden. Dat zijn de gebieden waar het risico op brand, explosies en gifwolken als gevolg van een incident hoog is. Deze informatie is nodig om de juiste afweging te kunnen maken bij ruimtelijke ordening en vergunningverlening. Ten opzichte van het RRGS betekent dit een uitbreiding van de risicovolle objecten in het REV met onder andere propaantanks en windturbines. Ten slotte moeten de bestaande inrichtingen (bedrijven) omgezet worden naar milieubelastende activiteiten. De benodigde inzet voor de aanpassingen in het REV en de financiering hiervan is ten tijde van het opstellen van deze kadernota nog niet bekend.
In de aanloop naar de Omgevingswet zal dit onderwerp in het AB worden besproken.
A.2.4. Energietransitie Om verdere opwarming van de aarde en de gevolgen daarvan zo veel mogelijk te voorkomen, wil Nederland het energieverbruik verminderen en duurzame energie produceren. Het doel van het Klimaatakkoord is een vermindering van broeikasgassen met 55% in 2030 en met 95-100% in 2050. De OFGV draagt bij aan deze doelstelling door (stimulerend) toezicht op energiebesparing door bedrijven uit te voeren en door deelname aan de Regionale Energie Samenwerking (RES) in Flevoland en het Bestuurlijk Overleg Energie in Gooi en Vechtstreek (BOEG). Daarnaast heeft de energietransitie onder andere effect op het aantal vergunningaanvragen en meldingen van bodemenergiesystemen, de aanleg van grotere windparken en het saneren van oudere windmolens. De OFGV investeert in uitvoeringscapaciteit en in kennisopbouw op het gebied van energiebesparing, mede gefinancierd door de Specifieke Uitkering Toezicht en Handhaving Energiebesparing (SPUK-THE) en door meerwerkopdrachten van de deelnemers.
A.2.5. Circulaire Economie Het onderwerp Circulaire Economie staat landelijk, maar ook steeds meer lokaal, op de bestuurlijke agenda. De landelijke doelstelling is om in 2030 50% van de grondstof te hergebruiken. Dat vraagt een grote inspanning van gemeenten, provincies en ondernemers. In de ontwikkelingen rond Circulaire Economie trekt de OFGV samen op met de provincies en met de samenwerkende omgevingsdiensten (Omgevingsdienst NL). Er is steeds meer 8
behoefte aan het herdefiniëren van afval, zo ligt er het verzoek om afval als grondstof aan te merken. Maar ook andere onderwerpen zoals het (her)gebruik van restwarmte en het gebruik van CO2-uitstoot voor de glastuinbouw kunnen onderdeel uitmaken van de economische circulariteit. De OFGV wil aanhaken bij landelijke en wetenschappelijke ontwikkelingen op dit gebied om de partners optimaal te adviseren en ondersteunen. De OFGV investeert in uitvoeringscapaciteit en in kennisopbouw op het gebied van circulaire economie. Dit innovatieproject wordt bekostigd vanuit de reserve Innovatie en Ontwikkeling.
A.2.6. Wijziging Gemeenschappelijke Regeling In juli 2024 moet de wijziging van de Gemeenschappelijke Regeling volgens de Wet GR zijn doorgevoerd. Deze wijziging beoogt een grotere invloed van raden en Staten op het beleid van de OFGV. In 2024 zal duidelijk zijn hoeveel van de extra invloedmogelijkheden de raden en Staten (wensen te) hebben, welke ruimte de OFGV daarin kan bieden en hoe dat in de GROFGV wordt verwerkt. Afhankelijk van die uitkomst wordt duidelijk welke inspanning de OFGV moet leveren om de grotere invloed van raden en Staten te faciliteren.
A.2.7. Versterken VTH-stelsel Naar aanleiding van het rapport van de Commissie van Aartsen zijn voor de 29 omgevingsdiensten aanbevelingen geformuleerd. Hieronder vallen onder andere aanbevelingen omtrent de verbetering van kwaliteit van omgevingsdiensten (kwaliteitscriteria en kwaliteitsmanagement), het investeren in kennisontwikkeling (ODNL Academie), het opstellen van uniform uitvoerings- en handhavingsbeleid (VTH-beleidskader) en de monitoring van kwaliteit (visitaties). De OFGV draagt in 2022 en 2023 bij aan het onderzoek behorende bij deze aanbevelingen, gefinancierd door de Specifieke Uitkering Interbestuurlijk Programma VTH (SPUK-IBP). Welke gevolgen de uitkomsten van het onderzoek voor de OFGV hebben, zal in 2024 bekend worden.
A.2.8. Doorontwikkeling organisatie: tijd- en plaats onafhankelijk werken Het kantoor in Lelystad dient voor de OFGV als ontmoetingslocatie met een beperkt aantal werkplekken. De medewerkers van de OFGV werken grotendeels thuis. Het uitgangspunt is het behouden van de voordelen die momenteel omtrent het thuiswerken worden ervaren en het aanpakken en oplossen van de nadelen. Aandachtspunt hierbij is dat de medewerkers zich voldoende verbonden voelen met de organisatie en met elkaar. Naast het plaats onafhankelijk werken wordt ook tijd onafhankelijk werken onderzocht en geïmplementeerd.
A.2.9. Doorontwikkeling organisatie: EFQM-kwaliteitsmanagement model De OFGV is actief bezig met de kwaliteit van de eigen dienstverlening en het leveren van meerwaarde aan de deelnemende partijen. Dat wordt gedaan op basis van het gedachtegoed van het EFQM-model. Het EFQM is als kwaliteitsmanagementsysteem de opvolger van het INK-model. Het is voor de OFGV een degelijk toetsingskader om de meerwaarde voor de fysieke leefomgeving aan af te meten.
9
Het model bestaat uit drie elementen: • •
•
Richting: bestaansreden, visie & strategie en organisatiecultuur en leiderschap; Uitvoering: het betrekken van belanghebbenden, het scheppen van duurzame waarde en het aanjagen van prestaties en transformatie; Resultaten: strategische en operationele prestaties en percepties van belanghebbenden.
Het EFQM-model nodigt uit tot continue verbetering. In 2022 is een externe audit uitgevoerd bij de OFGV. Hieruit volgen aandachtspunten ter verbetering die ook in 2024 opgepakt zullen worden. Dit betreft onder andere de versterking van het middenkader en het minder strak vasthouden aan het functiehuis voor de werving van (lang openstaande) vacatures.
10
B. Financiële kaders 2024 B.1. Uitgangspunten De OFGV neemt maatregelen om de begroting structureel in evenwicht te houden én de mogelijke frictiekosten tot een minimum te beperken. Dit volgens de bestuurlijk afgesproken spelregels. Uitgangspunten bij de financiële kaders: •
De Kadernota 2024 is opgesteld met de bijdragen van de deelnemers doorberekend op basis van de KVS 2021-2022-2023 en verhoogd met de jaarlijkse indexatie. In het jaar 2023 zal de herijking van de KVS plaatsvinden voor de volgende KVS-periode van 2024-2025-2026. De KVS-berekening wordt gelijktijdig met de Kadernota 2024 aan het AB voorgelegd en zal doorwerken in de Begroting 2024.
•
Het uittreden van de gemeente Weesp uit de Gemeenschappelijke Regeling van de OFGV is in 2023 financieel afgehandeld door een onttrekking aan de Reserve Uittreding Weesp uit de GR. Bij de herijking van de KVS wordt de resterende bijdrage van de gemeente Weesp voor 2024 en verder op nul gezet.
•
Conform de vigerende Gemeenschappelijke Regeling worden salarissen en kosten van inhuur (ongeveer 80% van het begrotingstotaal) verhoogd met de Loonvoet sector overheid en de overige kosten (circa 20% van het begrotingstotaal) met de prijs overheidsconsumptie, netto materieel uit de “Septembercirculaire gemeentefonds” van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Deze prijsindexen in de septembercirculaire gemeentefonds bedragen 4,2% respectievelijk 2,4% voor 2024.
•
Over de verdeling van de kosten voor de decentralisatie van de bodemtaken als gevolg van de inwerkingtreding van de Omgevingswet heeft het AB nog geen besluit genomen. In deze Kadernota is de bijdrage voor de bodemtaak nog weergegeven onder de provincies Flevoland en Noord-Holland. In de aanloop naar de Omgevingswet zal de financiering van de bodemtaak in het AB worden besproken. De daaruit voortvloeiende begrotingswijziging wordt voor zienswijzen aan de raden en Staten voorgelegd.
•
Over de financiering van taken op het gebied van Omgevingsveiligheid heeft het AB nog geen besluit genomen. In de aanloop naar de Omgevingswet zal dit onderwerp in het AB worden besproken. De daaruit voortvloeiende begrotingswijziging wordt voor zienswijzen aan de raden en Staten voorgelegd.
•
Het in deze kadernota geraamde bedrag voor subsidies van € 363.230 betreft de Rijksbijdrage voor de Specifieke Uitkering Toezicht en Handhaving Energiebesparing.
11
B.2. Financiële doorwerking 2023 In 2023 wordt de 1e begrotingswijziging 2023 doorgevoerd die een financiële doorwerking heeft op de begroting 2024. De structurele begrotingswijziging van twee partnerbijdragen gaat voor zienswijzen naar de raden en Staten samen met de ontwerpbegroting 2024 in maart 2023. Dit betekent dat op het moment van het opstellen van deze kadernota, de begrotingswijziging nog geen formele procedure gevolgd heeft. Om een zo actueel mogelijk beeld te geven over het begrotingsjaar 2024 én om de totale begroting op basis van de KVS 2024-2026 te kunnen herverdelen, is de begrotingswijziging onder voorbehoud verwerkt in deze Kadernota. Dit betreft: •
• • • •
De verhoging van de bijdrage van de provincie Flevoland van € 303.000 voor toezicht buitengebied, verhoogd met de indexatie voor 2023 naar € 309.464. Dit betreft een wijziging van zowel de partnerbijdrage van Flevoland ad € 268.051 als het directe productiekosten budget van Flevoland ad € 41.413. De verhoging van de bijdrage van de gemeente Almere met € 12.500 voor het juridisch afhandelen van bezwaar- en beroepszaken. De verhoging van de bijdrage van de gemeente Huizen met € 9.406 voor het afhandelen van Blbi-meldingen. De verhoging van de bijdrage van de gemeente Zeewolde met € 34.150 voor het afhandelen van asbestmeldingen. De verhoging van de bijdrage van de provincie Flevoland van € 227.180 voor toezicht Wnb stikstof, verhoogd met de indexatie voor 2023 naar € 232.123.
Daarnaast worden in 2023 twee subsidies ontvangen van het Rijk. De begrotingswijziging voor deze subsidies is gemandateerd aan het DB. De begrotingswijziging voor subsidies wordt niet aan de raden en Staten voorgelegd voor zienswijzen. Voor de volledigheid zijn de subsidies wel vermeld in de 1e begrotingswijziging 2023. Dit betreft: • •
De Specifieke Uitkering voor het Interbestuurlijk Programma versterken VTH-stelsel (SPUK-IBP) van € 300.000 in 2023. De Specifieke Uitkering voor Toezicht en Handhaving Energiebesparing (SPUK-THE) van € 363.560 in 2023, van € 363.230 in 2024, van € 322.640 in 2025 en van € 322.640 in 2026.
In de tabellen onder B.3 zijn de wijzigingen in 2023 weergegeven. Het financiële kader 2024 is onder B.4 weergegeven.
12
B.3. Overzicht 1e Begrotingswijziging 2023 3.1 Baten reguliere begroting Ten opzichte van de oorspronkelijke begroting 2023 is de bijdrage van de provincie Flevoland gewijzigd met € 268.051 vanwege de nieuwe taak toezicht buitengebied. De bijdrage van de gemeente Almere is gewijzigd met € 12.500 vanwege het juridisch afhandelen van bezwaaren beroepszaken. De bijdrage van de gemeente Huizen is gewijzigd met € 9.406 vanwege het afhandelen van Blbi-meldingen. De bijdrage van de gemeente Zeewolde is gewijzigd met € 34.150 vanwege het afhandelen van asbestmeldingen. De bijdrage van de provincie Flevoland is gewijzigd met € 232.122 vanwege de nieuwe taak toezicht Wnb stikstof. 1e BW AB BATEN REGULIER BUDGET
Nummer Post 1 BIJDRAGEN DEELNEMERS 1.1 Almere 1.2 Lelystad 1.3 Zeewolde 1.4 Flevoland 1.5 Urk 1.6 Dronten 1.7 Noordoostpolder 1.8 Noord Holland 1.9 Gooise Meren 1.10 Hilversum 1.11 Weesp 1.12 Huizen 1.13 Wijdemeren 1.14 Blaricum 1.15 Laren Subtotaal 2 ANDERE BIJDRAGEN 2.6 Overige opbrengsten Totaal baten regulier budget
Begroting incl. wijz. 2022
Flevoland toezicht buitengebied
2023
2023
€ € € € € € € € € € € € € € €
1.727.673 1.454.747 646.068 3.696.756 362.352 1.231.577 1.376.405 577.702 924.941 604.609 72.784 240.726 546.227 130.618 121.251
€
1e BW DB
Almere bezwaar beroep
Huizen Blbi-melding
Zeewolde asbestmelding
Flevoland toezicht stikstof
SPUK-IBP
SPUK-THE
2023
2023
2023
2023
2023
2023
2023
12.500 €
€
34.150
268.051
€
9.406
€
232.122
Begroting na 1e BW
€ € € € € € € € € € € € € € €
1.740.173 1.454.747 680.218 4.196.929 362.352 1.231.577 1.376.405 577.702 924.941 604.609 72.784 250.132 546.227 130.618 121.251
€ 13.714.437
€
268.051
€
12.500
€
9.406
€
34.150
€
232.122
€
-
€
-
€
14.270.666
€ 340.210 € 14.054.647
€
268.051
€
12.500
€
9.406
€
34.150
€
232.122
€
-
€
-
€ €
340.210 14.610.876
13
3.2 Lasten reguliere begroting De bijdragen van de provincie Flevoland, de gemeente Almere, de gemeente Huizen en de gemeente Zeewolde zijn aan de lastenkant als volgt verdeeld: 1e BW AB LASTEN REGULIER BUDGET
Nummer Post 1 PERSONEEL 1.1a Salarissen 1.1b Samenwerking bedrijfsvoering 1.1c Flexibele schil 1.1d Inhuur bij ziekte Subtotaal personeelskosten 1.2 Opleidingskosten 1.3 Algemene personeelskosten 3 KAPITAALLASTEN 3.1 Afschrijving ICT 3.2 Afschrijving Meubilair 3.3 Afschrijving Verbouwing 4 INDIRECTE KOSTEN 4.1 Huisvesting (pandgebonden) 4.2 Huisvesting (niet-pandgebonden) 4.3 Informatiemanagement 4.4 Wagenpark 4.5 Diverse kosten 4.6 Accountant 4.7 HRM 5 ONVOORZIEN 5.1 Onvoorzien Totaal lasten regulier budget
Begroting incl. wijz. 2022
2023 € € € € € € €
10.992.166 36.636 111.856 11.140.658 404.140 539.947
€ € € € € € € € € €
Flevoland toezicht buitengebied 2023
Almere bezwaar beroep 2023
Huizen Blbi-melding
1e BW DB Flevoland toezicht stikstof 2023
Zeewolde asbestmelding
2023
2023
€
214.950
€
10.474
€
7.880
€
28.612
€
194.718
€ € € €
1.512 216.462 7.562 22.855
€ € € €
84 10.558 422 338
€ € € €
64 7.944 318 254
€ € € €
231 28.843 1.154 923
€ € € €
1.570 196.288 7.790 6.232
SPUK-IBP
SPUK-THE
2023
2023
Begroting na 1e BW
2023 € € € € € € €
11.448.800 36.636 115.317 11.600.753 421.386 570.549
122.745 34.097 46.369
€ € €
122.745 34.097 46.369
346.644 147.749 783.722 125.020 204.442 28.413 73.874
€ € € € € € €
346.644 147.749 832.008 125.020 204.442 28.413 73.874
€ €
56.827 14.610.876
€ 56.827 € 14.054.647
€
21.172
€
1.182
€
890
€
3.230
€
21.812
€
268.051
€
12.500
€
9.406
€
34.150
€
232.122
€
-
€
-
14
3.3 Baten en lasten directe productiekosten Ten opzichte van de oorspronkelijke begroting 2023 is de bijdrage van de provincie Flevoland gewijzigd met € 41.413 vanwege de nieuwe taak toezicht buitengebied. 1e BW AB DIRECTE PRODUCTIEKOSTEN Nummer Post 1 BATEN DIRECTE PRODUCTIEKOSTEN 1.4 Directe productiekosten Flevoland 1.1 Directe productiekosten Almere 1.9 Directe productiekosten Gooise Meren 1.8 Directe productiekosten Noord-Holland Totaal baten directe productiekosten 6 DIRECTE PRODUCTIEKOSTEN 6.1 Directe productiekosten Flevoland 6.2 Directe productiekosten Almere 6.3 Directe productiekosten Gooise Meren 6.4 Directe productiekosten Noord-Holland Totaal lasten directe productiekosten
Begroting incl. wijz. 2022
2023
Flevoland toezicht buitengebied 2023
€ € € € €
237.371 1.348 13.014 8.765 260.499
€
41.413
€
41.413
€ € € € €
237.371 1.348 13.014 8.765 260.499
€
41.413
€
41.413
Almere bezwaar beroep 2023
€
€
-
-
1e BW DB
Huizen Blbi-melding
Zeewolde asbestmelding
2023
2023
€
-
€
-
€
-
€
-
Flevoland toezicht stikstof 2023
€
€
-
-
SPUK-IBP
SPUK-THE
Begroting na 1e BW
2023
2023
2023
€
-
€
-
€
€
-
€ € € € €
278.784 1.348 13.014 8.765 301.912
-
€ € € € €
278.784 1.348 13.014 8.765 301.912
3.4 Baten en lasten subsidies Ten opzichte van de oorspronkelijke begroting 2023 zijn de subsidies SPUK-IBP van € 300.000 en SPUK-THE van € 363.560 toegevoegd, waarmee de geraamde subsidies in totaal op € 663.560 uitkomen: 1e BW AB SUBSIDIES Nummer Post 7 OVERIGE KOSTEN - LASTEN SUBSIDIES 7.5 Diverse subsidies Totaal lasten subsidies 2 ANDERE BIJDRAGEN - BATEN SUBSIDIES 2.7 Diverse subsidies Totaal baten subsidies
Begroting incl. wijz. 2022
2023
Flevoland toezicht buitengebied 2023
Almere bezwaar beroep 2023
1e BW DB
Huizen Blbi-melding
Zeewolde asbestmelding
2023
2023
Flevoland toezicht stikstof 2023
€ €
200.000 200.000
€
-
€
-
€
-
€
-
€
€ €
200.000 200.000
€
-
€
-
€
-
€
-
€
SPUK-IBP
Begroting na 1e BW
SPUK-THE
2023
2023
2023
-
€ €
100.000 100.000
€ €
363.560 363.560
€ €
663.560 663.560
-
€ €
100.000 100.000
€ €
363.560 363.560
€ €
663.560 663.560
15
3.5 Baten en lasten reserves De baten en lasten van reserves zijn niet gewijzigd. Onderstaande tabel bevat de onttrekkingen voor 2023 die door het bestuur zijn vastgesteld. 1e BW AB RESERVES Nummer Post 2 OVERIGE BIJDRAGEN - BATEN RESERVES 2.1 Onttrekking bestemmingsreserve I&O 2.3 Onttrekking bestemmingsreserve Weesp Totaal baten reserves 7 OVERIGE KOSTEN - LASTEN RESERVES 7.7 Invoeringskosten Omgevingswet 7.8 Diverse innovatieprojecten 7.9 Frictiekosten uittreding Weesp Totaal lasten reserves
Begroting incl. wijz. 2022
2023 € € €
617.636 237.068 854.704
€ € € €
347.636 270.000 237.068 854.704
Flevoland toezicht buitengebied 2023
€
€
-
-
Almere bezwaar beroep 2023
€
€
-
-
1e BW DB
Huizen Blbi-melding
Zeewolde asbestmelding
2023
2023
€
€
-
-
€
€
-
-
Flevoland toezicht stikstof 2023
€
€
-
-
€
€
SPUK-IBP
SPUK-THE
Begroting na 1e BW
2023
2023
2023
-
-
€
€
-
€ € €
617.636 237.068 854.704
-
€ € € €
347.636 270.000 237.068 854.704
16
B.4. Overzicht van baten en lasten 2024 4.1 Baten reguliere begroting De personeelslasten zijn geïndexeerd met 4,2%. De overige materiële budgetten zijn geïndexeerd met 2,4%. Over de totale begroting betreft dit een gewogen indexering van 3,83%.
BATEN REGULIERE BUDGET Nummer Post 1 BIJDRAGEN DEELNEMERS 1.1 Almere 1.2 Lelystad 1.3 Zeewolde 1.4 Flevoland 1.5 Urk 1.6 Dronten 1.7 Noordoostpolder 1.8 Noord Holland 1.9 Gooise Meren 1.10 Hilversum 1.11 Weesp 1.12 Huizen 1.13 Wijdemeren 1.14 Blaricum 1.15 Laren Subtotaal reguliere bijdrage deelnemers 2 ANDERE BIJDRAGEN 2.6 Overige opbrengsten Totaal reguliere baten
Begroting na 1e BW
Kader excl. Index
Index
Kader incl. index
2023
2024
2024
2024
€ € € € € € € € € € € € € € € €
1.740.173 1.454.747 680.218 4.196.929 362.352 1.231.577 1.376.405 577.702 924.941 604.609 72.784 250.132 546.227 130.618 121.251 14.270.666
€ € € € € € € € € € € € € € € €
1.740.173 1.454.747 680.218 4.196.929 362.352 1.231.577 1.376.405 577.702 924.941 604.609 72.784 250.132 546.227 130.618 121.251 14.270.666
€ € € € € € € € € € € € € € € €
66.634 55.705 26.047 160.707 13.875 47.159 52.705 22.121 35.418 23.151 2.787 9.578 20.916 5.002 4.643 546.447
€ € € € € € € € € € € € € € € €
1.806.807 1.510.451 706.265 4.357.636 376.227 1.278.736 1.429.110 599.823 960.359 627.760 75.571 259.710 567.143 135.620 125.894 14.817.113
€ €
340.210 14.610.876
€ €
340.210 14.610.876
€ €
13.027 559.475
€ €
353.237 15.170.350
17
4.2 Lasten reguliere begroting De personeelslasten zijn geïndexeerd met 4,2%. De overige materiële budgetten zijn geïndexeerd met 2,4%.
LASTEN REGULIERE BUDGET Nummer Post 1 PERSONEEL 1.1a Salarissen 1.1b Samenwerking bedrijfsvoering 1.1c Flexibele schil 1.1d Inhuur bij ziekte Subtotaal personeelskosten 1.2 Opleidingskosten 1.3 Algemene personeelskosten 3 KAPITAALLASTEN 3.1 Afschrijving ICT 3.2 Afschrijving Meubilair 3.3 Afschrijving Verbouwing 4 INDIRECTE KOSTEN 4.1 Huisvesting (pandgebonden) 4.2 Huisvesting (niet-pandgebonden) 4.3 Informatiemanagement 4.4 Wagenpark 4.5 Diverse kosten 4.6 Accountant 4.7 HRM 5 ONVOORZIEN 5.1 Onvoorzien Totaal reguliere lasten
Begroting na 1e BW
Kader excl. Index
Index
Kader incl. index
2023
2024
2024
2024
€ € € € € € €
11.448.800 36.636 115.317 11.600.753 421.386 570.549
€ € € € € € €
11.448.800 36.636 115.317 11.600.753 421.386 570.549
€
480.850
€ € € € €
€ € €
122.745 34.097 46.369
€ € €
122.745 34.097 46.369
€ € € € € € €
346.644 147.749 832.008 125.020 204.442 28.413 73.874
€ € € € € € €
€ €
56.827 14.610.876
€ €
1.539 4.843 487.232 10.113 13.693
€ € € € € € €
11.929.650 38.175 120.160 12.087.985 431.499 584.242
€ € €
2.946 818 1.113
€ € €
125.691 34.916 47.481
346.644 147.749 832.008 125.020 204.442 28.413 73.874
€ € € € € € €
8.319 3.546 19.968 3.000 4.907 682 1.773
€ € € € € € €
354.963 151.295 851.976 128.020 209.349 29.094 75.647
56.827 14.610.876
€ €
1.364 559.475
€ €
58.191 15.170.350
18
4.3 Baten en lasten directe productiekosten De materiële budgetten zijn geïndexeerd met 2,4%.
DIRECTE PRODUCTIEKOSTEN Nummer Post 1 BATEN DIRECTE PRODUCTIEKOSTEN 1.4 Directe productiekosten Flevoland 1.1 Directe productiekosten Almere 1.9 Directe productiekosten Gooise Meren 1.8 Directe productiekosten Noord-Holland Totaal baten directe productiekosten 6 LASTEN DIRECTE PRODUCTIEKOSTEN 6.1 Directe productiekosten Flevoland 6.2 Directe productiekosten Almere 6.3 Directe productiekosten Gooise Meren 6.4 Directe productiekosten Noord-Holland Totaal lasten directe productiekosten
Begroting na 1e BW
Kader excl. Index
Index
Kader incl. index
2023
2024
2024
2024
€ € € € €
278.784 1.348 13.014 8.765 301.912
€ € € € €
278.784 1.348 13.014 8.765 301.912
€ € € € €
6.691 32 312 210 7.246
€ € € € €
285.475 1.381 13.327 8.975 309.158
€ € € € €
278.784 1.348 13.014 8.765 301.912
€ € € € €
278.784 1.348 13.014 8.765 301.912
€ € € € €
6.691 32 312 210 7.246
€ € € € €
285.475 1.381 13.327 8.975 309.158
4.4 Baten en lasten subsidies Het subsidiebedrag voor 2024 betreft de SPUK-THE.
SUBSIDIES
Begroting na 1e BW 2023
Nummer Post 2 ANDERE BIJDRAGEN - BATEN SUBSIDIES 2.7 Diverse subsidies € Totaal baten subsidies € 7 OVERIGE KOSTEN - LASTEN SUBSIDIES 7.5 Diverse subsidies € Totaal lasten subsidies €
Kader excl. Index 2024
Kader incl. index 2024
Index 2024
663.560 663.560
€ €
363.230 363.230
€ €
-
€ €
363.230 363.230
663.560 663.560
€ €
363.230 363.230
€ €
-
€ €
363.230 363.230 19
4.5 Baten en lasten reserves Voor 2024 zijn nog geen mutaties van reserves geraamd. De onttrekking aan de bestemmingsreserve Innovatie en Ontwikkeling voor innovatieprojecten wordt in de loop van 2023 geraamd en voor goedkeuring aan het Dagelijks Bestuur voorgelegd.
RESERVES
Begroting na 1e BW 2023
Nummer Post 2 OVERIGE BIJDRAGEN - BATEN RESERVES 2.1 Onttrekking bestemmingsreserve I&O € 2.3 Onttrekking bestemmingsreserve Weesp € Totaal lasten reserves € 7 OVERIGE KOSTEN - LASTEN RESERVES 7.7 Invoeringskosten Omgevingswet € 7.8 Diverse innovatieprojecten € 7.9 Frictiekosten uittreding Weesp € Totaal baten reserves €
Kader excl. Index 2024
Kader incl. index 2024
Index 2024
617.636 237.068 854.704
€ € €
-
€ € €
-
€ € €
-
347.636 270.000 237.068 854.704
€ € € €
-
€ € € €
-
€ € € €
-
20