0854b2f3-ac54-4104-b983-b2fac9f26d86.pdf
Tekst van het document
schriftelijke vragen Fractie:
SP
Naam:
F. Rietveld
Onderwerp:
Afvoer regenwater wegen plan de manege
Type vraag:
X informatieve/technische vraag O politieke schriftelijke vraag (ex. art. 33 RvO)
Beantwoording (alléén bij informatieve/technische vragen)
X Ja, kan verspreid via mail / app O Nee, alleen antwoord aan mij zelf
Inleiding/aanleiding: In de richtlijnen wordt o.a. gesproken over de verhardingen in het plan herinrichting Flevomanege. 1. Daarin wordt aangegeven dat waterdoorlatende verhardingen worden toegepast waar mogelijk. 2. Hergebruik van de aanwezige betonklinkers uit het noordelijke deelgebied. 3. Waterdoorlatende bestrating is alleen mogelijk als de onderliggen grondlaag hiervoor geschikt is. Klei en leem zijn hiervoor niet geschikt. Daarnaast moet de waterdoorlaatbaarheid worden vastgesteld. 4. Er moeten speciale straatstenen (met openingen) worden aangebracht om het regenwater door te kunnen laten. 5. Deze straatstenen meer weggeluid produceren dan normale strak geplaatste straatstenen. 6. Aan de voegen en onderlaag worden behoorlijke eisen gesteld die ook nog eens kostbaar zijn. 7. Waterdoorlatende bestrating is gevoelig voor vervuiling en zal af en toe gereinigd moeten worden. Vragen: Hebt u rekening gehouden met al deze aandachtspunten? Is het dan niet een betere oplossing om de straten gewoon van afwateringsgoten te voorzien en deze aan te sluiten op ondergrondse bezinkingsputten onder of naast het wegdek?
Antwoord: De genoemde punten onder 1 en 2 maken onderdeel uit van de richtlijnen die genoemd staan onder ‘Infrastructuur en parkeren’. Daarbij wordt opgemerkt dat de vrijkomende betonstraatstenen uit het noordelijke gebied niet water passerend zijn en ook niet water passerend worden gemaakt. Bij de richtlijnen ‘Water’ wordt beschreven wat er gedaan moet worden om water in het gebied te bergen en vertraagd af te voeren. In een richtlijn onder ‘Water’ is opgenomen dat water passerende verharding één van de mogelijke toepassingen is om water in het plangebied te bergen en vertraagd af te voeren. Daarnaast worden ook andere mogelijkheden benoemd. Met de genoemde aandachtspunten (3 t/m 7) wordt in de verdere uitwerking van het inrichtingsplan rekening gehouden; Bij de nadere uitwerking van het plan wordt er zorgvuldig bekeken en afgewogen wat de beste manier is van het vasthouden en infiltreren van de neerslag op de locatie waar het valt. Rekening houdend met ervaringen uit het verleden zowel qua ontwerp, aanleg als beheer wordt het terrein zo waterslim als mogelijk ingericht. Uiteindelijk wordt gekozen voor de meest betaalbare en/of effectieve maatregel, die tevens goed te beheren is. De optie om gebruik te maken van afwateringsgoten wordt ook in deze afweging betrokken.