044926b2-5d4d-48a0-b14e-ad38d82e4559.pdf
Tekst van het document
Nieuwe Natuur Oostkant Dronten (D5001)
Bijlagen Toelichting
Nieuwe Natuur Oostkant Dronten (D5001) 20-10-2020
Nieuwe Natuur Oostkant Dronten (D5001)
Inhoudsopgave
Bijlagen Toelichting
5
Bijlage 1
7
Advies Natuurwaarden
Bijlage 2 Ecologische beoordeling uitbreiding contour plangebied Spijkweg 9 in Biddinghuizen
59
Bijlage 3
Aanvullend onderzoek vleermuizen
67
Bijlage 4
AERIUS-berekening
75
Bijlage 5
Effectenonderzoek NNN Het Spijk
135
Bijlage 6
Watertoets - Deelgebied Stobbenweg
153
Bijlage 7
Watertoets - Deelgebied Spijkweg
163
Bijlage 8
Archeologisch onderzoek
175
Bijlage 9
Nota inspraak en vooroverleg bp NNOD (D5001) - Versie oktober 2020
233
Bijlage 10
Nota zienswijzen - Versie januari 2021
297
3
Nieuwe Natuur Oostkant Dronten (D5001)
4
Nieuwe Natuur Oostkant Dronten (D5001)
Bijlagen Toelichting
5
Nieuwe Natuur Oostkant Dronten (D5001)
6
Nieuwe Natuur Oostkant Dronten (D5001)
Bijlage 1 Advies Natuurwaarden
7
Ad vi e s n atu u r w aa rd en - u itb r e id in g n atu u r O o s t - Dr on t e n
D EF IN I TI EF
Ad vi e s n atu u r w aa rd en - u itb r e id in g n atu u r O o s t - Dr on t e n
D EF IN I TI EF
Inhoud
Rapport en bijlagen
4 december 2019 Projectnummer 075.00.12.00.00
Inhoudsopgave 1
2
3
4
5
6
Inleiding
3
1.1
Aanleiding
3
1.2
Doel van het advies
3
1.3
Informatie
3
1.4
Opzet van het rapport
3
Situatieschets en plannen
4
2.1
Ligging en huidige situatie
4
2.2
Voorgenomen ontwikkeling
5
2.3
Huidige situatie en voorgenomen ontwikkeling per perceel
8
2.3.1
Deelgebied 2 Stobbenweg
8
2.3.2
Deelgebied 3 Spijkweg
13
Soortenbescherming
16
3.1
Planten
17
3.2
Zoogdieren - vleermuizen
17
3.3
Zoogdieren – overige
19
3.4
Vogels
20
3.5
Amfibieën
21
3.6
Overige soortengroepen
22
3.7
Samenvatting
22
Gebiedsbescherming
24
4.1
Wet natuurbescherming
24
4.2
Provinciaal ruimtelijk natuurbeleid
27
Conclusie en consequenties
29
5.1
Beschermde soorten
29
5.2
Beschermde gebieden
29
5.3
Uitvoerbaarheid
30
Bronnen
31
6.1
Veldbezoek
31
6.2
Bronnen
31
Bijlagen
Advies Natuurwaarden - uitbreiding natuur Oost-Dronten - 4 december 2019
1
Inleiding 1.1
Aanleiding
Ten behoeve van een project Nieuwe Natuur Oostkant Dronten wordt een bestemmingsplan voorbereid. In dit kader wordt een onderzoek uitgevoerd naar mogelijke effecten van het planvoornemen op de aanwezige natuurwaarden. Het gaat hierbij om effecten op in het kader van de Wet natuurbescherming beschermde soorten (flora en fauna) en Natura 2000-gebieden (gebiedsbescherming), en in het kader van provinciaal ruimtelijk beleid beschermde gebieden (NNN). Voorliggende rapportage bevat de resultaten van dit onderzoek.
1.2
Doel van het advies
Voorliggend advies natuurwaarden behandelt de ecologische beoordeling van de beoogde ontwikkeling. De effecten op natuurwaarden worden beoordeeld in relatie tot de Wet natuurbescherming (Wnb), het provinciaal ruimtelijk natuurbeleid en de daaraan gekoppelde provinciale verordening.
1.3
Informatie
De beschrijving van de relevante te beschermen natuurwaarden is gebaseerd op: -
bestaande bronnen, zoals databanken, verspreidingsatlassen, rapporten en websites;
-
veldbezoek waarbij vooral is gekeken naar kritische en/of beschermde soorten, zowel wat betreft aanwezigheid van als potenties voor deze soorten.
1.4
Opzet van het rapport
In hoofdstuk 2 wordt een beschrijving van het plangebied en de voorgenomen ontwikkelingen weergegeven. Mogelijke effecten op in het kader van de Wet natuurbescherming, beschermde flora en fauna worden beschreven in hoofdstuk 3. De mogelijke effecten van deze plannen op beschermde natuurgebieden worden in hoofdstuk 4 beschreven en beoordeeld in het kader van de Wet natuurbescherming en het provinciale natuurbeleid. In hoofdstuk 5 ‘Conclusie en consequenties’ wordt een samenvatting van de belangrijkste bevindingen van het onderzoek gegeven.
Advies Natuurwaarden - uitbreiding natuur Oost-Dronten - 4 december 2019
3
2
Situatieschets en plannen Dit hoofdstuk geeft eerst overzicht over de ligging en huidige situatie (paragraaf 2.1) en de voorgenomen ontwikkeling (paragraaf 2.2) voor het gebied als geheel. Vervolgens geeft paragraaf 2.3 details weer over de huidige situatie en plannen per perceel.
2.1
Ligging en huidige situatie
Het plangebied betreft 13 verschillende percelen verdeeld over twee deelgebieden (zie figuur 1 en 2). In het inrichtingsplan zijn deze beschreven als deelgebieden 2 en 3. Langs de Stobbenweg, circa 5 km ten oosten van Dronten ligt deelgebied 2 met negen verschillende percelen (percelen 1-9). Het betreft agrarisch gebied grenzend aan het bos- en natuurgebied Abbertbos. Het betreft uitsluitend agrarische percelen, die in gebruik zijn voor akkerbouw of grasland voor paardenhouderij (delen van percelen 1 en 3). Circa 5 kilometer zuidelijk hiervan ligt deelgebied 3 langs de Spijkweg. Dit deelgebied grenst aan de zuidzijde aan het bos Spijk-Bremerberg, aan de westzijde aan agrarisch gebied en aan de oostzijde aan de dijk met daarachter het Veluwemeer. Het deelgebied omvat drie agrarische percelen met akkerbouw (percelen 10-12), en een deel van een bosperceel grenzend aan een agrarisch erf (perceel 13). Vrijwel alle percelen zijn omgeven door sloten van 1 tot 5 meter breed. De meeste zijn waterhoudend, maar een deel van de sloten grenzend aan de verharde weg en aan erven bevatten ten tijde van het veldbezoek geen open water. Bij vrijwel alle sloten was ten tijde van het veldbezoek het waterprofiel recent geschoond en de oevers kort gemaaid. Op geen van de percelen is bebouwing aanwezig. Ook houtige beplanting ontbreekt, behalve in perceel 13.
Figuur 1. Ligging deelgebied 2 met perceelnummers 1 t/m 9 (Bron kaart: ESRI).
Advies Natuurwaarden - uitbreiding natuur Oost-Dronten - 4 december 2019
4
Figuur 2. Ligging deelgebied 3 met perceelnummers 10 t/m 13 (Bron kaart: ESRI).
2.2
Voorgenomen ontwikkeling
De voorgenomen ontwikkeling bestaat voor een groot deel uit de realisatie van nieuwe natuur op de agrarische percelen, aansluitend op al aanwezige natuur in aangrenzend gebied (zie figuren 3 en 4). Op de percelen die een bestemming natuur krijgen worden voornamelijk kruiden- en faunarijke akkers en graslanden aangelegd, met plaatselijk houtsingels. Perceel 10 krijgt een afwijkende inrichting met een moerasgebied met ondiep water. De drie kleine percelen grenzend aan erven (percelen 2, 3 en 8) krijgen geen natuurbestemming, maar hier worden wel houtsingels en stroken kruiden- en faunarijk grasland aangelegd. In één perceel (perceel 13, figuur 4b) wordt een deel van het perceel vrijgemaakt als manoeuvreerruimte en eventuele bedrijfsuitbreiding van het aangrenzende bedrijf, bestaande uit een verharding en een opslagruimte. Voor de ontwikkeling wordt een deel van de sloten vergraven om natuurvriendelijke oevers te realiseren en langs sommige randen worden nieuwe sloten gegraven. Op perceel 10 wordt een grotere oppervlakte vergraven ten behoeve van aanleg van het moerasgebied. Op perceel 13 wordt een groot deel van het bos gekapt. Bij de meeste percelen worden voor toegang de al aanwezige dammen gebruikt, maar op enkele plaatsen wordt een extra dam met duiker aangelegd. In paragraaf 2.3 worden veranderingen aan sloten per perceel aangegeven.
Het gehele plan voor inrichting en beheer is nader uitgewerkt in Planuitwerking Oostkant Dronten (Eelerwoude 2018).
Advies Natuurwaarden - uitbreiding natuur Oost-Dronten - 4 december 2019
5
Figuur 3. Inrichtingstekening deelgebied 2
Advies Natuurwaarden - uitbreiding natuur Oost-Dronten - 4 december 2019
6
Figuur 4a. Inrichtingstekening deelgebied 3
Figuur 4b. Inrichtingstekening deelgebied 3
Advies Natuurwaarden - uitbreiding natuur Oost-Dronten - 4 december 2019
7
2.3
Huidige situatie en voorgenomen ontwikkeling per perceel
2.3.1 Deelgebied 2 Stobbenweg Perceel 1 Dit betreft een agrarisch perceel waar ten tijde van het veldbezoek gras werd geteeld. Het perceel is aan alle zijden omgeven door waterhoudende sloten. De sloten langs de zuid- en noordwestzijde zijn ca. 1 meter breed, de sloot aan de oostzijde is circa 5 meter breed. Alle sloten waren ten tijde van het veldbezoek recent geschoond en de oevers waren kort gemaaid.
Figuur 3. Impressie van perceel 1 (13 november 2019).
Het plan is om de sloot aan zuidzijde te vergraven om een natuurvriendelijke oever aan te leggen. Ook zal een brede rand kruiden- en faunarijk grasland met plukjes houtige beplanting worden aangelegd, en verder zal het perceel worden beheerd als kruiden- en faunarijke akker. Perceel 2 Dit perceel grenst aan het erf van agrarisch bedrijf Stobbenweg 6 en bestaat uit een deel van een agrarisch perceel dat in gebruik is voor akkerbouw (achter het erf) en paardenweitjes (naast het erf). Langs de randen van het erf en langs de weg bevinden zich greppels die droog stonden ten tijde van het veldbezoek. Langs de zuidzijde achter het erf ligt een smalle waterhoudende sloot. Deze was ten tijde van het veldbezoek recent geschoond en de oever was kort gemaaid.
Figuur 4. Impressie van perceel 2 (13 november 2019). Advies Natuurwaarden - uitbreiding natuur Oost-Dronten - 4 december 2019
8
Het plan is om langs de west- en noordzijde een nieuwe sloot te graven als afscheiding voor een vergroot erf. Tevens worden randen met houtige beplanting aangelegd, en aan de oostzijde een hoogstamboomgaard. De aanwezige sloot en greppels blijven gehandhaafd. Perceel 3 Dit perceel grenst aan het erf van agrarisch bedrijf Stobbenweg 8 en bestaat uit een deel van een agrarisch perceel achter en naast het erf. Het perceel is nu in gebruik als paardenbak en grasland voor paardenhouderij. Langs de randen van het erf en langs de weg bevinden zich greppels die droog stonden ten tijde van het veldbezoek. Langs de noordzijde achter het erf ligt een smalle waterhoudende sloot. Deze was ten tijde van het veldbezoek recent geschoond en de oever was kort gemaaid.
Figuur 5. Impressie van perceel 3 (13 november 2019).
Het plan is om hier langs de west- en zuidzijde een nieuwe sloot te graven als afscheiding voor een vergroot erf. De aanwezige sloot en greppels blijven gehandhaafd. Verder wordt het plangebied als kruiden- en faunarijk grasland ingericht en beheerd. Perceel 4
Figuur 6. Impressie van perceel 4 (13 november 2019).
Advies Natuurwaarden - uitbreiding natuur Oost-Dronten - 4 december 2019
9
Dit perceel ligt tussen het erf van Stobbenweg 9 en het Abbertbos. Het perceel lag ten tijde van het veldbezoek braak en was onbegroeid. Langs de westrand (langs de weg en het agrarische erf) liggen greppels die droog stonden ten tijde van het veldbezoek. Langs de overige zijden liggen waterhoudende sloten. De sloten langs noord- en zuidzijde zijn 1-2 meter breed; de sloot langs de oostzijde is circa 5 meter breed. Alle sloten en greppels zijn recent geschoond en de oevers zijn kort gemaaid. Het plan is om de sloten aan de noord- en zuidzijde te vergraven om een natuurvriendelijke oever aan te leggen. De andere sloten en greppels blijven gehandhaafd. Verder zal het grootste deel van het perceel worden ingericht en beheerd als kruiden- en faunarijke akker. Op een kleiner deel aan de oostzijde en in de randen komt kruiden- en faunarijk grasland. Perceel 5 Dit perceel ligt tussen het erf van Stobbenweg 12 (aan de westzijde van de weg) en het Abbertbos. De noordzijde grenst aan perceel 4. Het perceel was ten tijde van het veldbezoek begroeid met witlof en langs de randen gras. Langs de westrand (langs de weg) ligt een greppel die droog stond ten tijde van het veldbezoek. Langs de drie andere zijden liggen waterhoudende sloten van 1-2 meter breed. Alle sloten en greppels waren ten tijde van het veldbezoek recent geschoond en de oevers waren kort gemaaid.
Het plan is om het perceel te beheren als kruiden- en faunarijke akker, met houtige beplanting aan de zuidrand. De sloten en greppels blijven gehandhaafd.
Figuur 7. Impressie van perceel 5 (13 november 2019).
Perceel 6 Dit perceel ligt tussen het erf van Stobbenweg 12 en het Abbertbos, aan de westzijde van de weg. Het perceel loopt naar het westen toe in een punt uit. Het perceel lag ten tijde van het veldbezoek braak en was onbegroeid. Langs de oostrand (langs de weg en het agrarische erf) ligt een greppel die droog stond ten tijde van het veldbezoek. Langs de noord, zuid- en zuidwestzijde liggen waterhoudende sloten van 1-2 meter breed. De sloten en greppels waren ten tijde van het veldbezoek recent geschoond en de oevers waren kort gemaaid.
Advies Natuurwaarden - uitbreiding natuur Oost-Dronten - 4 december 2019
10
Figuur 8. Impressie van perceel 6 (13 november 2019).
Het plan is om het grootste deel van het perceel te beheren als kruiden- en faunarijke akker, met houtige beplanting aan de zuid- en zuidwestrand. In de oostpunt komt een stuk kruiden- en faunarijk grasland. Tevens wordt de sloot langs de noordrand vergraven om een natuurvriendelijke oever aan te leggen. De overige sloten en greppels blijven gehandhaafd. Het perceel wordt extra ontsloten via twee dammen met duiker over de greppel aan de oostzijde, langs de weg. Perceel 7 Perceel 7 betreft een groot agrarisch perceel ten noorden van het bosgebied Abbertbos aan de Stobbenweg, direct ten noorden van Stobbenweg 12. Delen van het perceel lagen ten tijde van het veldbezoek braak en waren onbegroeid, op andere delen was groenbemester of akkerbouwgewas aanwezig. Langs de oostrand ligt een greppel die droog stond ten tijde van het veldbezoek. Langs de noord- en zuidzijde liggen waterhoudende sloten van 1-2 meter breed. De sloten en greppel waren ten tijde van het veldbezoek recent geschoond en de oevers waren kort gemaaid. Aan de westzijde is geen zichtbare begrenzing naar de rest van het akkerbouwperceel aanwezig. Het plan is om het grootste deel van het perceel te beheren als kruiden- en faunarijke akker. Het perceel wordt in drie akkers gedeeld, gescheiden door een aan te leggen houtige beplanting.
Tevens worden de sloten aan de noord- en zuidrand vergraven om een natuurvriendelijke oever aan te leggen. Langs de westzijde wordt een nieuwe sloot aangelegd. De greppel aan de oostzijde blijft gehandhaafd.
Figuur 9. Impressie van perceel 7 (13 november 2019). Advies Natuurwaarden - uitbreiding natuur Oost-Dronten - 4 december 2019
11
Perceel 8 Dit perceel grenst aan het agrarische erf van Stobbenweg 18 en bestaat uit een deel van een agrarisch perceel in gebruik voor akkerbouw. Delen van het perceel lagen ten tijde van het veldbezoek onbegroeid en braak, deels was groenbemester of akkerbouwgewas aanwezig. Langs de weg bevindt zich een greppel die droog stond ten tijde van het veldbezoek, langs het erf is geen greppel of sloot aanwezig. Langs de noordzijde achter het erf ligt een kavelpad, daarachter een waterhoudende sloot en daarachter het aangrenzende bos. Het plan is hier langs de west- en zuidzijde een nieuwe sloot te graven als afscheiding voor een vergroot erf. De aanwezige sloot en greppel blijven gehandhaafd. Verder wordt het plangebied als kruiden- en faunarijk grasland ingericht en beheerd.
Figuur 10. Impressie van perceel 8 (13 november 2019).
Perceel 9 Dit perceel ligt vanaf de Stobbenweg gezien achter het bosgebied Abbertbos nabij Stobbenweg 18. Het betreft twee delen, gescheiden door en omringd door sloten. De percelen lagen ten tijde van het veldbezoek deels braak, deels was groenbemester aanwezig. De drie in oost-westrichting lopende sloten (noordrand, zuidrand en middensloot) zijn 1-2 meter breed en waterhoudend, langs de oostrand grenzend aan het bos is alleen een droogstaande greppel aanwezig. Deze sloten en greppel waren ten tijde van het veldbezoek recent geschoond en de oevers waren kort gemaaid. Langs de westzijde bevindt zich een circa 5 meter brede watergang met op de oevers rietkragen van circa 2 meter breed. Het plan is om dit perceel geheel in te richten en te beheren als kruiden- en faunarijke akker, met een smalle rand kruiden- en faunarijk grasland. De sloten en greppels blijven alle gehandhaafd.
Advies Natuurwaarden - uitbreiding natuur Oost-Dronten - 4 december 2019
12
Figuur 11. Impressie van perceel 9 (13 november 2019).
2.3.2 Deelgebied 3 Spijkweg Percelen 10, 11 en 12 In de driehoek waar de Spijkweg afbuigt vanaf de dijk (Bremerbergdijk) liggen drie agrarische percelen, gescheiden door en omringd door waterhoudende sloten van 1-2 meter breed. De percelen lagen ten tijde van het veldbezoek deels braak, deels was groenbemester aanwezig. De sloten waren ten tijde van het veldbezoek recent geschoond en de oevers waren kort gemaaid. In de noordelijke punt staat een groot kunstwerk (“Riff”) van steenachtig materiaal. De grond onder het kunstwerk wordt mee bewerkt met de akker. In de zuidoosthoek is een klein verhard terrein met opslag van boten aanwezig.
Figuur 12. Impressie van percelen 10, 11 en 12 (13 november 2019).
Advies Natuurwaarden - uitbreiding natuur Oost-Dronten - 4 december 2019
13
Het plan is om in de noordpunt een zoete plas aan te leggen. Daartoe wordt perceel 10 grotendeels afgegraven, en ook de sloot aan de zuidrand van dit perceel wordt vergraven. Verder wordt de sloot tussen percelen 11 en 12 vergraven om een natuurvriendelijke oever aan te leggen. De overige sloten blijven gehandhaafd. Verder zullen de percelen als moerasgebied en kruiden- en faunarijk grasland worden ingericht en beheerd. Perceel 13 Dit perceel grenst in de noordwesthoek aan het erf Spijkweg 9, hiervan gescheiden door een hek en een circa 5 meter brede grasstrook, en langs de zuidzijde van het erf ook een smalle sloot. Verder liggen er sloten langs de noordrand langs het erf en langs het aangrenzende agrarische perceel, en langs de westrand. Het in het plan opgenomen bos maakt deel uit van een groter bosperceel en loopt aan de zuid- en oostzijde hier vanzelf in over. Het maakt tevens nu al deel uit van het NNN. De begroeiing bestaat uit tot 20 meter opgaande loofbomen. Beuk is de meest voorkomende boomsoort, maar er staan ook onder andere zwarte els, zoete kers, es, boswilg, populier en Spaanse aak. Verspreid in het bos liggen takken, houtblokken en ook een aantal ontwortelde grote bomen, met grote wortelkluiten. Er zijn kuilen ontstaan waarin tijdens het veldbezoek enkele decimeters water stond.
De ondergroei bestaat voornamelijk uit grote brandnetel tot 2 meter hoog, met verspreid enkele andere soorten zoals mannetjesvaren, kleefkruid en beekpunge.
Figuur 13. Impressie van perceel 13 (13 november 2019).
Advies Natuurwaarden - uitbreiding natuur Oost-Dronten - 4 december 2019
14
Het plan is om een oppervlakte van 0,56 hectare beschikbaar te maken voor manoeuvreerruimte voor het bedrijf en eventuele bedrijfsuitbreiding. Verder wordt het perceel ingericht als weide. Het aanwezige bos wordt grotendeels gekapt, alleen in de westpunt nabij de weg wordt een deel van het bos gehandhaafd en wordt een zoomvegetatie ontwikkeld. De sloot langs de zuidzijde van het erf zal worden gedempt, de andere aanwezige sloten blijven gehandhaafd. Over de sloot aan de noordzijde wordt een dam aangelegd. Langs de oost- en zuidrand wordt een nieuwe kavelsloot gegraven.
Advies Natuurwaarden - uitbreiding natuur Oost-Dronten - 4 december 2019
15
3
Soortenbescherming Wet- en regelgeving Relevante wetgeving op het gebied van de soortenbescherming is uitgewerkt in de Wet natuurbescherming. De bescherming van flora- en faunasoorten is in de Wnb opgedeeld in twee beschermingscategorieën: -
-
Strikt beschermde soorten: -
soorten van de Vogelrichtlijn (artikel 3.1);
-
soorten van de Habitatrichtlijn (artikel 3.5).
Overige beschermde soorten: -
nationaal beschermde soorten (artikel 3.10).
Beschermingsregime Voor beide categorieën geldt dat het verboden is opzettelijk exemplaren te doden, vangen of plukken en voortplantingsverblijfplaatsen of rustplaatsen opzettelijk te vernielen of te beschadigen. Een belangrijk verschil tussen beide beschermingsregimes is dat voor de strikt beschermde soorten ook het opzettelijk verontrusten verboden is, terwijl dit voor de overige beschermde soorten niet het geval is. Voor vogels geldt daarnaast dat het opzettelijk storen niet verboden is in geval de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort. Echter, voor vogels die staan in bijlage II van de Conventie van Bern geldt deze uitzondering niet. Daarnaast is er een lijst met jaarrond beschermde broedvogelnesten. Dat houdt in dat voor de op deze lijst genoemde vogelsoorten de nestplaats ook buiten het broedseizoen is beschermd. Het beschermingsregime van de overige (nationaal) beschermde soorten is voor elke soort gelijk. Wel kunnen provincies bij ruimtelijke ontwikkelingen voor deze soorten vrijstelling van de verbodsbepalingen in artikel 3.10 verlenen. Deze zogenaamde vrijstellingslijsten zijn opgenomen in de provinciale verordeningen en komen tussen de provincies grotendeels overeen.
De provincie Flevoland heeft in haar Omgevingsverordening Flevoland (geconsolideerd 10-7-2019) opgenomen dat voor in totaal 24 soorten een vrijstelling geldt van de verboden genoemd in artikel 3.10 eerste lid Wnb. Een overzicht van deze soorten is opgenomen in bijlage 1 van dit rapport. Bronnen Geraadpleegde databanken, websites en rapporten zijn in de bronnenlijst opgenomen. Op 4 november 2019 is het uitvoerportaal ‘quickscanhulp.nl’ van de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) geraadpleegd, afzonderlijk voor deelgebieden 2 en 3 (zie bijlage 2). Gegevens uit de geraadpleegde bronnen worden bij het bespreken van de verschillende soortengroepen alleen genoemd indien ze een meerwaarde voor het onderzoek hebben.
Advies Natuurwaarden - uitbreiding natuur Oost-Dronten - 4 december 2019
16
Veldbezoek Het plangebied is op 13 november 2019 bezocht om een indruk te krijgen van de terreinomstandigheden van het plangebied, de omgeving en de voorkomende flora en fauna (zie ook paragraaf 6.1). Beschrijving resultaten Op basis van de verzamelde informatie middels bronnen- en veldonderzoek, bekende ecologische principes en expert judgement volgt in het navolgende per soortengroep een beschrijving van de (te verwachten) effecten van de ruimtelijke ingreep op beschermde soorten. Indien het nemen van vervolgstappen (zoals aanvullend onderzoek of het aanvragen van een ontheffing) nodig is, wordt dit eveneens vermeld. Aan het eind van dit hoofdstuk volgt tevens een samenvatting van soortbeschermingsaspecten per perceel.
3.1
Planten
Inventarisatie Het grootste deel van plangebied bestaat uit agrarisch gebied dat ten tijde van het veldbezoek braak lag (gewas al geoogst) of begroeid met onder andere witlof, gras of suikerbiet. In het grasland staan voornamelijk grassoorten zoals Engels raaigras en Italiaans raaigras. Inheemse plantensoorten zijn slechts spaarzaam aanwezig, vooral in de randen. Dit betreft soorten zoals grote ereprijs, straatgras en perzikkruid. Deze soorten duiden op zeer voedselrijke omstandigheden. De oevers van sloten zijn voornamelijk begroeid met grassen zoals glanshaver, velbeemdgras, rietgras, liesgras en sommige met riet. Incidenteel komen kruiden voor zoals kleine veldkers en fluitenkruid. In het water komen lokaal kroossoorten voor zoals klein kroos, puntkroos en dwergkroos, andere waterplanten zijn niet aanwezig. De begroeiing van oevers en sloten duidt op zeer voedselrijke omstandigheden. Tijdens het veldbezoek zijn geen op basis van de Wnb beschermde plantensoorten aangetroffen en deze zijn ook niet bekend zijn uit de omgeving (0-1 kilometer) (zie Quickscanhulp bijlage 2). Geschikte groeiplaatsen voor deze soorten ontbreken in het plangebied door de voedselrijkdom en het intensieve agrarisch landgebruik. Effectbeoordeling In het plangebied zijn geen beschermde plantensoorten aangetroffen en gezien de terreinomstandigheden ook niet te verwachten.
Er treedt geen negatief effect op voor deze soortengroep.
3.2
Zoogdieren - vleermuizen
Inventarisatie Er zijn enkele beschermde vleermuissoorten bekend in de omgeving van het plangebied (Quickscanhulp.nl), zoals laatvlieger en gewone grootoorvleermuis.
Advies Natuurwaarden - uitbreiding natuur Oost-Dronten - 4 december 2019
17
In het plangebied zijn geen gebouwen aanwezig, zodat verblijfplaatsen van gebouwbewonende vleermuissoorten kunnen worden uitgesloten. Op perceel 13 is bos aanwezig. In de rand grenzend aan de achterzijde van het erf zijn enkele beuken aanwezig met spleten en holtes die vleermuizen toegang tot verblijfplaatsen kunnen bieden. De locatie van deze bomen is aangegeven in figuur 14.
Figuur 14. Locatie van mogelijke nest- en verblijfplaatsen in perceel 13: V= mogelijk verblijfplaats van vleermuizen (drie beukenbomen); N = mogelijke nestplaats van sperwer of ransuil.
De overige bomen in het plangebied missen holtes, spleten of loszittende stukken schors die vleermuizen toegang tot verblijfplaatsen kunnen bieden. In alle andere percelen zijn geen bomen aanwezig. Het plangebied kan onderdeel vormen van het foerageergebied van vleermuizen, met name zijn de randen waarlangs houtige beplanting of sloten met rietbegroeiing aanwezig zijn, hiervoor geschikt. Veel van deze randen maken deel uit van doorgaande linten van opgaande begroeiing of brede watergangen. Daarom kunnen deze randen van het plangebied tevens onderdeel vormen van belangrijke vliegroutes voor vleermuizen. Effectbeoordeling Bij de inrichting van het plangebied gaan op perceel 13 mogelijk enkele bomen met mogelijke verblijfplaats van vleermuizen verloren. Nader onderzoek naar aan- of afwezigheid van vleermuizen nabij deze bomen in perceel 13 is noodzakelijk. Aan de hand van het nader onderzoek kan bepaald worden of het aanvragen van een ontheffing van de Wnb nodig is. Bij de ontwikkeling op de overige percelen kunnen verblijfplaatsen van vleermuizen worden uitgesloten en treden ten aanzien hiervan geen negatieve effecten op. Het plangebied verandert verder als foerageergebied voor vleermuizen, maar zal door de inrichtingsmaatregelen juist in kwaliteit verbeteren.
Alle randen die in meer of mindere mate geschikt zijn als foerageergebied of vliegroute blijven ongewijzigd of de waarde als foerageergebied of vliegroute
Advies Natuurwaarden - uitbreiding natuur Oost-Dronten - 4 december 2019
18
wordt verhoogd door aanleg van houtige beplanting of natuurvriendelijke oevers. Daarnaast worden ook de percelen zelf beter geschikt als foerageergebied. Negatieve effecten op foerageergebied en belangrijke vliegroutes voor vleermuizen treden niet op.
3.3
Zoogdieren – overige
Inventarisatie Er zijn 17 op basis van de Wnb beschermde grondgebonden zoogdiersoorten bekend in de omgeving van het plangebied (zie Quickscanhulp bijlage 2). Dertien van deze soorten betreft algemenere soorten zoals veldmuis, huisspitmuis, haas en konijn waarvoor ook in het plangebied geschikt leefgebied aanwezig is. Op enkele percelen zijn tijdens het veldbezoek pootafdrukken van ree aangetroffen tijdens het veldbezoek. Voor deze grondgebonden zoogdiersoorten geldt in de provincie Flevoland een vrijstelling van de verbodsartikelen van de Wnb bij ruimtelijke ontwikkelingen. De niet-vrijgestelde soorten betreft boommarter, steenmarter, bever en otter. Tijdens het veldbezoek zijn deze soorten niet waargenomen en ook zijn geen potentiële verblijfplaatsen of sporen, zoals uitwerpselen of pootafdrukken, van deze soorten aangetroffen. Vrijwel alle percelen en sloten zijn door het ontbreken van opgaande begroeiing niet geschikt als leefgebied voor deze soorten. Alleen de bredere sloot met overblijvende rietbegroeiing langs perceel 9 is mogelijk geschikt voor otter en bever. Er zijn daar echter geen verblijfplaatsen of sporen van deze soorten aangetroffen. Voor boomen steenmarter is alleen perceel 13 mogelijk geschikt als leefgebied.
Er zijn hier echter geen houtstapels, gebouwen of plaatsen met materialenopslag die als verblijfplaats van steenmarter kunnen dienen, of grotere boomholtes die als verblijfplaats van boommarter kunnen dienen. Hooguit foerageren boom- en steenmarter af en toe in perceel 13. Effectbeoordeling Op basis van het veldonderzoek en de geraadpleegde bronnen is een voldoende beeld van de soortengroep grondgebonden zoogdieren ontstaan. Verblijfplaatsen van beschermde niet-vrijgestelde soorten zijn niet aangetroffen of te verwachten. Mogelijk is de bredere sloot met overblijvende rietbegroeiing langs perceel 9 geschikt voor otter en bever. Deze watergang blijft in het plan ongewijzigd. Mogelijk is het bos in perceel 13 geschikt als foerageergebied van boom- of steenmarter, maar er zijn geen mogelijke verblijfplaatsen aanwezig. Door de ontwikkeling gaat een klein deel van dit gebied (0,56 hectare manoeuvreerruimte) verloren als foerageergebied. Het overige deel van perceel 13 verandert wel maar zal voor boommarter in geringe mate, voor steenmarter in sterkere mate geschikt blijven als foerageergebied. Voor met name de boommarter blijft in het aangrenzende bosgebied van tientallen hectares in ruime mate geschikt leefgebied aanwezig. De te ontwikkelen nieuwe natuur in de aangrenzende percelen 10, 11 en 12 zal juist meer geschikt leefgebied voor steenmarter opleveren.
Negatieve effecten ten aanzien van steenmarter en boommarter, alsmede andere soorten van deze soortengroep kunnen worden uitgesloten.
Advies Natuurwaarden - uitbreiding natuur Oost-Dronten - 4 december 2019
19
Verder kunnen als gevolg van het plan enkele verblijfplaatsen van algemene zoogdiersoorten worden verstoord en vernietigd. Ook kunnen hierbij enkele exemplaren worden gedood. De te verwachten algemene soorten worden niet in hun voortbestaan bedreigd en vallen in de vrijstellingsregeling bij ruimtelijke ontwikkelingen van de provincie Flevoland. Voor deze soorten hoeft geen ontheffing te worden aangevraagd. Wel geldt voor deze soorten de zorgplicht van de Wnb.
3.4
Vogels
Inventarisatie VOGELS MET JAARROND BESCHERMDE NESTEN Uit de directe omgeving van het plangebied zijn verschillende vogelsoorten bekend waarvan de nestplaatsen jaarrond beschermd zijn (Quickscanhulp, bijlage 2). Gebouwen met mogelijke nestplaatsen ontbreken in het plangebied. Bomen zijn alleen aanwezig in perceel 13. Hier is één boom aangetroffen met een nest dat mogelijk geschikt is als nestplaats voor sperwer of ransuil. De locatie van deze boom is aangegeven in figuur 14 in paragraaf 3.2. In de overige percelen zijn geen bomen aanwezig en ontbreken derhalve nestplaatsen van soorten met jaarrond beschermde nesten. Het plangebied is matig geschikt als foerageergebied van een aantal soorten roofvogels en uilen met jaarrond beschermde nesten, zoals buizerd, kerkuil of ransuil. Dit geldt vooral voor de perceelranden, hoewel ook deze geen hoge kwaliteit hebben door het intensieve agrarische gebruik, inclusief kort maaien van de oevers in de herfst. Het bos in perceel 13 is met name geschikt als foerageergebied voor soorten zoals havik en sperwer, en dit geldt ook wel voor randen van andere percelen grenzend aan het bos. Tijdens het veldbezoek werd twee keer een grote gele kwikstaart waargenomen langs een sloot in het agrarisch gebied, dit betreft in deze tijd van het jaar doortrekkende exemplaren.
OVERIGE SOORTEN In het plangebied zijn tijdens het veldbezoek in en bij de agrarische percelen enkele algemene vogels van agrarisch gebied aangetroffen zoals kievit en zwarte kraai. De agrarische percelen zijn weinig geschikt voor weidevogels door het intensieve grondgebruik en de aanwezigheid van bos in de naaste omgeving van alle percelen. Incidenteel kunnen hier wel de minder verstoringsgevoelige kievit en scholekster tot broeden komen, en in slootkanten vogels zoals wilde eend en fazant. In het bos van perceel 13 zijn onder andere roodborst, winterkoning, appelvink, sijs en grote bonte specht waargenomen. Dit bos is geschikt als broedgebied voor veel van deze en andere vogels van bosgebied waarvan de nesten niet jaarrond zijn beschermd, maar wel in de broedtijd. Effectbeoordeling Als gevolg van de ontwikkeling gaat in perceel 13 mogelijk een nestplaats van sperwer of ransuil verloren. Nader onderzoek naar aan- of afwezigheid van deze soorten in perceel 13 is noodzakelijk. Dit is ook nodig indien de betreffende boom gespaard blijft maar bomen in de nabijheid worden gekapt. Aan de hand van het nader onderzoek kan bepaald worden of het aanvragen van een ontheffing van de Wnb nodig is.
Advies Natuurwaarden - uitbreiding natuur Oost-Dronten - 4 december 2019
20
Voor de overige percelen is op basis van het veldonderzoek en de geraadpleegde bronnen een voldoende beeld van de soortengroep vogels ontstaan. De waargenomen grote gele kwikstaarten betreffen doortrekkende exemplaren zoals die zeer verspreid overal in agrarisch en stedelijk gebied kunnen voorkomen. Door de inrichting met natuurvriendelijke oevers zal het plangebied juist beter geschikt worden voor deze soort, negatief effect op deze soort is uitgesloten. In de percelen 1 t/m 12 treden geen negatieve effecten op ten aanzien van nestplaatsen van vogels met jaarrond beschermde nesten. Mogelijk maakt het plangebied deel uit van het foerageergebied van een aantal soorten roofvogels en uilen met jaarrond beschermde nesten, zoals buizerd, sperwer of ransuil. Door de inrichtingsmaatregelen gericht op natuurontwikkeling zal het plangebied van karakter veranderen, en in vrijwel alle percelen juist sterk toenemen in kwaliteit als foerageergebied. Enige uitzondering hierop is een klein deel van perceel 13 (0,56 hectare manoeuvreerruimte en bedrijfsuitbreiding) dat verloren gaat als foerageergebied. In het aangrenzende bosgebied van tientallen hectares blijft hier in ruime mate geschikt leefgebied aanwezig voor meer op bos aangewezen soorten zoals havik en sperwer.
Voor soorten van meer open gebied zal de te ontwikkelen nieuwe natuur in de aan perceel 13 grenzende percelen 10, 11 en 12 juist meer geschikt leefgebied opleveren. Negatieve effecten ten aanzien van vogelsoorten met jaarrond beschermde nestplaatsen kunnen worden uitgesloten, met uitzondering van een mogelijke nestplaats van ransuil of sperwer in perceel 13. Door de ontwikkeling verandert het broed- en foerageergebied voor overige vogelsoorten. Voor veel algemene soorten zal het plangebied in de nieuwe situatie veel beter geschikt worden als broedgebied, zowel voor nu al te verwachten soorten zoals kievit en wilde eend, als voor een veel bredere groep van akker-, grasland- en struweelvogels. Voor de overige te verwachten vogelsoorten kan men ervan uitgaan dat geen verbodsbepalingen worden overtreden als vernietiging en verstoring van broedgevallen van vogels wordt voorkomen. Dit kan plaatsvinden door werkzaamheden zo veel mogelijk buiten de broedperiode van aanwezige soorten uit te voeren. De Wnb kent geen standaardperiode voor het broedseizoen. Van belang is of een broedgeval aanwezig is, ongeacht de periode. Voor de meeste vogels geldt evenwel dat het broedseizoen van ongeveer 15 maart tot 15 juli duurt.
3.5
Amfibieën
Inventarisatie Uit de omgeving van het plangebied (0 - 5 km) is het voorkomen bekend van vijf beschermde amfibieënsoorten. Dit betreft algemenere amfibieënsoorten zoals bruine kikker en gewone pad waarvoor in de provincie Flevoland bij ruimtelijke ontwikkelingen een vrijstelling van de verbodsartikelen van de Wnb geldt. De aanwezige sloten rond de percelen van het plangebied zijn matig geschikt als voortplantingsbiotoop voor deze soorten, en de percelen zelf zijn als leefgebied weinig geschikt door het intensieve agrarische gebruik. Alleen het bosgebied in perceel 13 is wel van hoge kwaliteit als leefgebied.
Advies Natuurwaarden - uitbreiding natuur Oost-Dronten - 4 december 2019
21
Niet-vrijgestelde soorten zijn niet bekend uit de omgeving en zijn ook niet te verwachten vanwege het intensieve agrarische gebruik, het ontbreken van geschikt voortplantingswater en de grote afstand van wel bekende leefgebieden. Effectbeoordeling Op basis van het veldonderzoek kan voor het plangebied het vóórkomen van beschermde nietvrijgestelde amfibieën worden uitgesloten. Voor deze soorten treden geen negatieve effecten op. Als gevolg van het plan kunnen tijdens de inrichting enkele verblijfplaatsen van algemene amfibieënsoorten worden verstoord en vernietigd. Ook kunnen hierbij enkele exemplaren worden gedood. De te verwachten algemene soorten worden niet in hun voortbestaan bedreigd en vallen in de vrijstellingsregeling bij ruimtelijke ontwikkelingen van de provincie Flevoland. Voor deze soorten hoeft geen ontheffing te worden aangevraagd. Wel geldt voor deze soorten de zorgplicht van de Wnb.
3.6
Overige soortengroepen
Inventarisatie Uit de omgeving van het plangebied (0-1 km) is het voorkomen van beschermde soorten reptielen en vissen niet bekend, en zijn ook niet te verwachten vanwege de geïsoleerde ligging ten opzichte van bekende leefgebieden en de inrichting van de percelen. Er is één beschermde soort uit de groep ongewervelden bekend uit de omgeving, namelijk de vlindersoort grote weerschijnvlinder (Quickscanhulp, bijlage 2). Dit is een vlindersoort van vochtige structuurrijke bossen met grauwe wilg of boswilg als waardplant. De agrarische percelen zijn niet geschikt als leefgebied voor deze soort. Het bos in perceel 13 is qua vegetatiestructuur geschikt voor deze soort. Er is tijdens het veldbezoek 1 boswilg aangetroffen, maar het gebied is niet volledig onderzocht op het vóórkomen van wilgen. Mogelijk is dit bosgebied voortplantingsbiotoop voor grote weerschijnvlinder. Effectbeoordeling Mogelijk gaat op perceel 13 voortplantingsbiotoop voor grote weerschijnvlinder verloren. Nader onderzoek naar aan- of afwezigheid van grote weerschijnvlinder in perceel 13 is noodzakelijk. Aan de hand van het nader onderzoek kan bepaald worden of het aanvragen van een ontheffing van de Wnb nodig is. Voor de overige percelen is op basis van het veldbezoek en de geraadpleegde bronnen een voldoende beeld van de soortengroepen reptielen, vissen en ongewervelden ontstaan.
Als gevolg van de ontwikkelingen zijn geen effecten op deze soortengroepen in percelen 1 t/m 12 te verwachten.
3.7
Samenvatting
Bij de inrichting van het plangebied gaan op perceel 13 mogelijk enkele bomen met mogelijke verblijfplaats van vleermuizen verloren. Ook is in dit perceel één boom aangetroffen met een nest dat mogelijk geschikt is als nestplaats voor sperwer of ransuil. De locaties van deze bomen is in figuur 14
Advies Natuurwaarden - uitbreiding natuur Oost-Dronten - 4 december 2019
22
aangegeven. Nader onderzoek naar aan- of afwezigheid van deze soorten in perceel 13 is noodzakelijk. Aan de hand van het nader onderzoek kan bepaald worden of het aanvragen van een ontheffing van de Wnb nodig is. Verder komt uit de inventarisatie naar voren dat bij de herinrichting rekening moet worden gehouden met het broedseizoen van vogels en dat de zorgplicht van de Wnb in acht moet worden genomen voor zoogdieren en amfibieën die in de provincie Flevoland vallen onder de vrijstellingsregeling bij ruimtelijke ontwikkelingen. Voor de overige percelen (nummer 1 t/m 12) levert het uitgevoerde ecologische onderzoek voldoende informatie over de beschermde soorten op. Er treden geen negatieve effecten voor beschermde soorten op ten gevolge van de voorgenomen ontwikkeling en een ontheffing is niet nodig. Wel moeten het broedseizoen van vogels in acht worden genomen en de zorgplicht van de Wnb voor zoogdieren en amfibieën die vallen onder de vrijstellingsregeling bij ruimtelijke ontwikkelingen van de provincie Flevoland.
Advies Natuurwaarden - uitbreiding natuur Oost-Dronten - 4 december 2019
23
4
Gebiedsbescherming Voor onderhavig plan is de volgende wet- en regelgeving op het gebied van gebiedsbescherming relevant: de Wet natuurbescherming, Omgevingsprogramma Flevoland en de bijbehorende Omgevingsverordening Flevoland (provincie Flevoland, 2019a).
4.1
Wet natuurbescherming
In de Wet natuurbescherming (Wnb) is de bescherming van specifieke natuurgebieden geregeld. Het betreft de Natura 2000-gebieden die een internationale bescherming genieten. Plannen en projecten met negatieve effecten op deze gebieden zijn vergunningsplichtig. Relevant daarbij is dat de Wnb een externe werking kent. Van externe werking is sprake als activiteiten buiten een Natura 2000-gebied van invloed zijn op de natuurwaarden in een Natura 2000-gebied. Deze paragraaf kan worden gezien als voortoets in het kader van de Wnb. Het begrip 'voortoets' komt niet als zodanig voor in de Wnb. Het begrip wordt in de praktijk echter veel gebruikt als naam voor een globale toetsing waarmee een indicatie wordt verkregen van de mogelijke negatieve gevolgen van een activiteit op beschermde Natura 2000-gebieden in het kader van de Wnb. Inventarisatie Het plangebied is geen onderdeel van en grenst niet aan een beschermd gebied in het kader van de Wnb. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied Veluwerandmeren (Ministerie van LNV, 2018a). Dit ligt op circa 0,7 kilometer ten oosten van deelgebied 2, en circa 0,1 kilometer ten oosten van deelgebied 3. Het Natura 2000-gebied is fysiek gescheiden van het plangebied door de tussenliggende dijk van de Flevopolder.
De instandhoudingsdoelen van Veluwerandmeren (Ministerie van LNV, 2018a) betreffen vier habitattypen (vegetaties in de wateren en langs de oevers), drie (deels) aan water gebonden habitatsoorten (twee vissoorten en meervleermuis), twee aan riet en moeras gebonden broedvogelsoorten en 16 soorten aan water gebonden niet-broedvogels. Alleen van de niet-broedvogels zijn enkele soorten eventueel foeragerend te verwachten op akkers en langs sloten in het plangebied, namelijk grote zilverreiger en kleine zwaan. Het Natura 2000-gebied Veluwerandmeren is niet als stikstofgevoelig aangemerkt. Het dichtstbijzijnde stikstofgevoelige Natura 2000-gebied betreft Rijntakken, circa 6,5 kilometer ten oosten van deelgebied 2, en Veluwe, circa 5,7 kilometer ten zuidoosten van deelgebied 3. Effectbeoordeling Voor een overzicht van mogelijke verstoringsfactoren op de Natura 2000-gebieden als gevolg van de activiteit is de Effectenindicator van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit geraadpleegd (Ministerie van LNV, 2018b). Daarbij wordt ingegaan op directe effecten op de Natura 2000-gebieden zelf, maar ook op effect van het plan op foerageergebied voor vogelsoorten met instandhoudingsdoelstellingen in de Natura 2000-gebieden.
Advies Natuurwaarden - uitbreiding natuur Oost-Dronten - 4 december 2019
24
STORINGSFACTOREN De effectenindicator is een hulpmiddel bij de toetsing op grond van de Wnb en geeft informatie over de gevoeligheid van soorten en habitattypen voor de meest voorkomende storende factoren, gebaseerd op absolute getallen voor biotische randvoorwaarden en kennis van ruimtelijke randvoorwaarden. De resultaten zijn per gebied te raadplegen. Effecten worden beschreven aan de hand van 19 storingsfactoren. Mogelijke effecten van storingsfactoren op basis van de planontwikkeling worden in beeld gebracht. UIT TE SLUITEN EFFECTEN Doordat de geplande ontwikkeling buiten het Natura 2000-gebied plaatsvindt, heeft deze geen invloed op een verreweg de meeste factoren, zoals oppervlakteverlies, versnippering, mechanische effecten, of soortensamenstelling. Ook vinden geen aanpassingen van waterhuishouding plaats. Derhalve treedt geen verstoring op door hieraan gerelateerde storingsfactoren, namelijk verzoeting, verzilting, verdroging, vernatting, verandering van stroomsnelheid of verandering van overstromingsfrequentie. Ook vindt geen verandering plaats in de dynamiek van het substraat van natura 2000gebied. Verstoring door een toename van geluid of trilling, van licht en optische verstoring zijn uit te sluiten vanwege de functie als natuurgebied en vanwege de afstand tot Natura 2000-gebieden.
Er worden geen verontreinigende stoffen uitgescheiden door verkeer en machines tijdens de aanlegfase en de gebruiksfase. Effecten door verontreiniging (anders dan stikstof) zijn uit te sluiten. Resterende effecten betreffen emissie van stikstof in de lucht en effecten op populatiedynamiek. Deze worden hieronder besproken EFFECTEN VAN STIKSTOFEMISSIE OP VERZURING EN VERMESTING. Binnen de Natura 2000-gebieden Rijntakken en Veluwe komen stikstofgevoelige habitattypen voor die te maken hebben met een overbelasting door stikstof. De achtergronddepositie in deze gebieden is op een aantal plaatsen voor stikstofgevoelige habitattypen al te hoog, waardoor er sprake is van een overbelaste situatie. Hier lichten we mogelijke effecten van de ontwikkeling toe. Alleen op de kleine percelen 2 en 3 worden paarden geweid. Hier worden weliswaar randen met sloten of houtige beplanting aangelegd, verder blijft hier het gebruik vergelijkbaar. De ontwikkeling hier heeft geen effect op stikstofemissie. In perceel 13 is voorzien in uitbreiding van manoeuvreerruimte en mogelijke uitbreiding van het aangrenzende bedrijf met een extra gebouw voor opslag. Dit is deels als vervanging voor tijdelijke opslag die nu al plaatsvindt op een betonplaat op perceel 12, en die hier zal verdwijnen. De eigenlijke activiteiten van het bedrijf blijven plaatsvinden op de bouwkavel buiten het plangebied.
Als gevolg van de ontwikkeling zal niet of nauwelijks een toename van stikstofemissie plaatsvinden en stikstofgevoelige Natura 2000- gebieden liggen op meer dan 5 kilometer afstand van het plangebied. Daarom is geen toename van stikstofdepositie in deze gebieden te verwachten en kan een negatief effect worden uitgesloten. Het huidige gebruik van de overige percelen (nrs. 1 en 4 t/m 12) in het plangebied betreft reguliere akkerbouw. Bij het akkerbouwmatig gebruik vindt bemesting voor een deel met organische
Advies Natuurwaarden - uitbreiding natuur Oost-Dronten - 4 december 2019
25
meststoffen plaatsvindt, maximaal zoveel de mestwetgeving toestaat. Daarnaast vinden veel bewerkingen op de akkers plaats zoals grondbewerking, gewasbescherming en oogst. Dit gebeurt met machines die stikstof uitstoten. Tevens treden verkeersbewegingen op van en naar deze akkers ten behoeve aanvoer van grondstoffen, afvoer van producten en transport van mensen en machines. Ten gevolge van het plan zullen bij het beheer als natuur werkzaamheden zoals al bemesting, gewasbescherming en grondbewerking grotendeels stoppen. Het gebruik van de grond zal veel extensiever worden en veel minder mens- en machine-inzet vergen dan akkerbouwmatig gebruik. De uitstoot van stikstof (NH3 en NOx) zal derhalve in de gebruiksfase naar verwachting sterk afnemen ten opzichte van de huidige uitstoot. Tijdens de aanlegfase zullen graafwerkzaamheden plaatsvinden langs een deel van de sloten in verschillende percelen en in een groter deel van perceel 10; daarnaast vindt aanplant van houtige beplanting plaats in een aantal perceelranden. Daarbij vinden verkeersbewegingen voor transport van materialen en van medewerkers plaats. De vrijkomende grond wordt lokaal verwerkt, zodat transport van grond zeer beperkt is. Deze werkzaamheden zullen naar verwachting niet tot meer stikstofuitstoot leiden dan in een jaar met normaal akkerbouwmatig gebruik van de gronden.
De conclusie is dat negatieve effecten door stikstofdepositie kunnen worden uitgesloten omdat de te verwachten stikstofemissie ten gevolge van de ontwikkeling niet hoger is dan bij huidig agrarisch gebruik. EFFECTEN OP POPULATIEDYNAMIEK Enkele niet-broedvogels waarvoor instandhoudingsdoelen in het nabije Natura 2000-gebied Veluwerandmeren gelden, zijn eventueel foeragerend te verwachten op akkers en langs sloten, namelijk grote zilverreiger en kleine zwaan. Voor grote zilverreiger zijn sloten en velden met een wintergroen (groenbemestings-)gewas geschikt als foerageergebied, voor kleine zwaan velden met oogstresten zoals suikerbiet, en wintergroene gewassen zoals tarwe, gras of groenbemester. Voor grote zilverreiger zal het plangebied als gevolg van de ontwikkeling sterk in kwaliteit verbeteren door aanleg van natuurvriendelijke oevers, en zal juist een positief effect optreden. Voor kleine zwaan zijn de akkerbouwpercelen in het plangebied maar matig geschikt vanwege de half besloten ligging langs en tussen bossen en bebouwde erven. In de omgeving blijft veel open akkerbouwgebied beschikbaar dat hogere kwaliteit als foerageergebied heeft. Een negatief effect ten aanzien van kleine zwaan is niet te verwachten.
EFFECT SAMENGEVAT Samengevat zijn de verstoringseffecten voor alle relevante storingsfactoren, inclusief verzuring of vermesting door stikstofdepositie, nul of verwaarloosbaar klein. Voor alle storingsfactoren kan een significant negatief effect ten aanzien van in het kader van de Wnb beschermde gebieden worden uitgesloten.
Advies Natuurwaarden - uitbreiding natuur Oost-Dronten - 4 december 2019
26
4.2
Provinciaal ruimtelijk natuurbeleid
Het Natuurnetwerk Nederland (NNN, voorheen Ecologische Hoofdstructuur genoemd) is een samenhangend netwerk van bestaande en nog te ontwikkelen belangrijke natuurgebieden in Nederland en vormt de basis voor het nationale natuurbeleid. De begrenzing en ruimtelijke bescherming van het provinciale NNN is voor provincie Flevoland uitgewerkt in het Omgevingsplan Flevoland en de bijbehorende Omgevingsverordening Flevoland (Provincie Flevoland, 2019a). Inventarisatie Alle bossen grenzend aan percelen van het plangebied behoren tot beschermd gebied in het kader van het NNN. Perceel 13 maakt zelf deel uit van beschermd gebied in het kader van het NNN. Het NNN betref hier bossen in het Abbertbos (deelgebied 2) en Spijk-Bremerberg (deelgebied 3). De bossen grenzen aan deelgebied 2 zijn grotendeels aangewezen als natuurbeheertype N16.03 Droog bos met productie. De bossen nabij deelgebied 3, inclusief perceel 13 zelf, zijn aangewezen als natuurbeheertype N16.04 Vochtig bos met productie. Perceel 13 betreft 1,79 hectare waarvan de bestemming natuur wordt afgehaald. Een deel van het gebied (0,56 hectare) wordt heringericht tot manoeuvreerruimte en mogelijke bedrijfsuitbreiding voor het bedrijf op het aangrenzende erf. De overige 1,23 hectare wordt ingericht als weide en een deel houtopstand met behoud van een deel van de bestaande bomen.
Volgens de Omgevingsverordening Flevoland, artikel 7.4 (Provincie Flevoland, 2019a) kunnen Gedeputeerde staten de begrenzing van het Natuurnetwerk Nederland of de wezenlijke kenmerken en waarden wijzigen ten behoeve van een verbetering van de samenhang van het Natuurnetwerk Nederland, of een betere planologische inpassing van het Natuurnetwerk Nederland, voor zover: -
de wezenlijke kenmerken en waarden van het Natuurnetwerk Nederland worden behouden,
en -
de oppervlakte van het Natuurnetwerk Nederland tenminste gelijk blijft.
Voor het gehele plan is inrichting en beheer nader uitgewerkt in Planuitwerking Oostkant Dronten (Eelerwoude 2018). Effectbeoordeling Alle grotere akkerbouwpercelen (percelen 2, 4, 5, 6, 7, 9 t/m 12) grenzend aan NNN-gronden worden ingericht als natuur. Dit betekent dat landbouwkundig gebruik en daarmee gepaard gaande intensieve bewerking, bemesting en gewasbescherming wordt gestaakt. Negatieve effecten ten gevolge van verontreiniging van oppervlaktewater of lucht nemen hierdoor sterk af, en de waterkwaliteit in watergangen grenzend aan het bestaande NNN zal verbeteren. Daarnaast zal op de percelen zelf zal de natuurwaarde sterk toenemen omdat inrichting en beheer hier geheel op worden gericht (zie paragraaf 2.2). Percelen 1, 3 en 8 betreffen kleine percelen waar extra groenelementen worden gerealiseerd, die geen negatief, en mogelijk positief, effect op natuurwaarden in het nabije NNN zullen hebben.
Advies Natuurwaarden - uitbreiding natuur Oost-Dronten - 4 december 2019
27
Voor wat betreft perceel 13 treedt verlies van 1,79 hectare oppervlakte NNN op. Dit verlies aan oppervlakte wordt ruimschoots gecompenseerd door de aanleg van nieuwe natuur op andere percelen in het plangebied, die als NNN begrensd zullen worden. Op perceel 13 is nu een rijk gestructureerd vochtig bos aanwezig. De effecten van het verlies op de wezenlijke waarden en kenmerken van het NNN ter plaatse worden in een aparte studie nader uitgewerkt. De conclusie is dat ten gevolge van de ontwikkeling op percelen 1 t/m 12 geen negatieve effecten op treden ten aanzien van provinciaal beschermde natuurgebieden. Ten aanzien van perceel 13 treedt verlies aan oppervlakte NNN op. Daarnaast volgt nader onderzoek naar mogelijk verlies van wezenlijke waarden en kenmerken. Advies is om de resultaten hiervan met de provincie als bevoegd gezag te bespreken en met haar te bepalen welke stappen nodig zijn om eventueel verlies te compenseren.
Advies Natuurwaarden - uitbreiding natuur Oost-Dronten - 4 december 2019
28
5
Conclusie en consequenties 5.1
Beschermde soorten
Uit het onderzoek komt naar voren dat in en om het plangebied beschermde soorten voorkomen, of kunnen voorkomen. Bij de inrichting van het plangebied gaan op perceel 13 enkele bomen met mogelijke verblijfplaatsen van vleermuizen verloren. Nader onderzoek naar aan- of afwezigheid van vleermuizen nabij deze bomen is noodzakelijk. Ook is in dit perceel één boom aangetroffen met een nest dat mogelijk geschikt is als nestplaats voor sperwer of ransuil. Nader onderzoek naar aan- of afwezigheid van sperwer en ransuil bij deze nestplaats is noodzakelijk. Verder is dit perceel mogelijk leefgebied voor grote weerschijnvlinder. Nader onderzoek naar aan- of afwezigheid van deze soort in perceel 13 is noodzakelijk. Aan de hand van het nader onderzoek kan bepaald worden of het aanvragen van een ontheffing van de Wnb voor een of meerdere soorten nodig is. Voor de overige percelen (nummer 1 t/m 12) levert het uitgevoerde ecologische onderzoek voldoende informatie over de beschermde soorten op. Er treden geen negatieve effecten voor beschermde soorten op ten gevolge van de voorgenomen ontwikkeling en een ontheffing Wnb is niet nodig. Wel moeten het broedseizoen van vogels in acht worden genomen en de zorgplicht van de Wnb voor zoogdieren en amfibieën die vallen onder de vrijstellingsregeling bij ruimtelijke ontwikkelingen van de provincie Flevoland.
5.2
Beschermde gebieden
Het plangebied maakt geen deel uit van, en grenst niet aan in het kader van de Wnb beschermde Natura 2000-gebieden. De verstoringseffecten voor alle relevante storingsfactoren, inclusief verzuring of vermesting door stikstofdepositie, zijn nul of verwaarloosbaar klein. Significant negatieve effecten ten aanzien van in het kader van de Wnb beschermde gebieden kunnen worden uitgesloten. Het plan is op het punt van gebiedenbeleid niet in strijd met de Wnb. Ten aanzien van in het kader van het provinciaal ruimtelijk beleid beschermde natuurgebieden (NNN) neemt perceel 13 van het plangebied een aparte positie in. Perceel 13 maakt deel uit van het NNN. Ten gevolge van de ontwikkelingen op perceel 13 treedt verlies aan 1,79 hectare oppervlakte NNN op, dat op de andere percelen in het plangebied ruimschoots wordt gecompenseerd. Daarnaast treedt op dit perceel mogelijk verlies van wezenlijke waarden en kenmerken op. Hiervoor volgt nader onderzoek. Advies is om de resultaten met de provincie als bevoegd gezag te bespreken en met haar te bepalen welke stappen nodig zijn om eventueel verlies te compenseren. De percelen 1 t/m 12 grenzen maken geen deel uit van als NNN aangewezen gebied, maar grenzen er wel bijna alle aan. Ten gevolge van de ontwikkeling op deze percelen treden echter geen negatieve effecten op deze provinciaal beschermde natuurgebieden op, maar juist positieve.
Voor deze percelen is het plan op het punt van provinciaal natuurbeleid niet in strijd met de Omgevingsverordening Flevoland (geconsolideerd 10 juli 2019). Advies Natuurwaarden - uitbreiding natuur Oost-Dronten - 4 december 2019
29
5.3
Uitvoerbaarheid
Voorlopig moet worden gesteld dat de natuurwet en -regelgeving de uitvoerbaarheid van het plan in de weg staat op het punt van Wnb beschermde soorten en provinciaal beschermd natuurgebied, voor wat betreft perceel 13. Bij aanpassingen van het oorspronkelijke plan en veranderingen in de terreinomstandigheden van het plangebied die kunnen leiden tot andere inzichten met betrekking tot natuurwaarden, zal een actualisatie van het onderzoek moeten plaatsvinden.
Advies Natuurwaarden - uitbreiding natuur Oost-Dronten - 4 december 2019
30
6
Bronnen 6.1
Veldbezoek
Het plangebied en omgeving zijn op 13 november 2019 door
en
van BügelHajema Adviseurs bezocht om een indruk te krijgen van de terreinomstandigheden van het plangebied, de omgeving en de voorkomende flora en fauna. Tijdens het bezoek zijn plantensoorten genoteerd en mogelijke nest- en verblijfplaatsen en diersporen van beschermde diersoorten geïnventariseerd. Tijdens dit bezoek was het wisselend bewolkt, een regenº
bui maar meest droog, met een zwakke wind en circa 8 C.
6.2
Bronnen
-
Eelerwoude 2018. Planuitwerking Oostkant Dronten (concept, gemeente Dronten en Staatsbosbeheer).
-
Ministerie van LNV, 2018a (raadpleging website). Beschermde natuur van Nederland. www.synbiosys.alterra.nl/natura2000
-
Ministerie van LNV, 2018b (raadpleging website). Effectenindicator. www.synbiosys.alterra.nl/natura2000 Provincie Flevoland, 2019a. Geconsolideerde Omgevingsverordening Flevoland, vastgesteld 10 juli 2019. Te raadplegen via www.ruimtelijkeplannen.nl Provincie Flevoland, 2019b. Natuurbeheerplan 2020. Interactieve kaart te raadplegen via https://www.flevoland.nl/loket/kaarten/natuurbeheerplan-flevoland https://kaart.flevoland.nl/natuurbeheerplan/
Advies Natuurwaarden - uitbreiding natuur Oost-Dronten - 4 december 2019
31
Bijlagen 1.
Soortenvrijstellinglijst provincie Flevoland
2.
Opgave van beschermde soorten dieren en planten in de omgeving van het plangebied (Quickscanhulp.nl)
Advies Natuurwaarden - uitbreiding natuur Oost-Dronten - 4 december 2019
32
Bijlage 1. Soortenvrijstellinglijst provincie Flevoland In onderstaande tabel zijn de soorten weergegeven waarvoor in de provincie Flevoland vrijstelling geldt (Omgevingsverordening Flevoland, geconsolideerd 10-7-2019). ZOOGDIEREN Aardmuis
Microtus agrestis
Bosmuis
Apademus sylvaticus
Dwergmuis
Micromys minutus
Ondergrondse woelmuis
Pitymys subterraneus
Rosse woelmuis
Clethrionomys glareolus
Veldmuis
Microtus arvalis
Woelrat
Arvicola terrestris
Dwergspitsmuis
Sorex minutus
Gewone bosspitsmuis
Sorex araneus
Huisspitsmuis
Crocidura russula
Tweekleurige bosspitsmuis
Sorex coronatus
Bunzing
Mustela putorius
Wezel
Mustela nivalis
Hermelijn
Mustela erminea
Haas
Lepus europeus
Konijn
Oryctolagus cuniculus
Ree
Capreolus capreolus
Vos
Vulpes Vulpes
Egel
Erinaceus europaeus
AMFIBIEËN Bruine kikker
Rana temporaria
Middelste groene kikker (bastaardkikker)
Pelophylax klepton esculentus (Rana esculenta)
Gewone pad
Bufo bufo
Kleine watersalamander
Triturus vulgaris
Meerkikker
Pelophylax ridibundus (Rana ridibunda)
Advies Natuurwaarden - uitbreiding natuur Oost-Dronten - 4 december 2019
33
Bijlage 2. Opgave van Quickscanhulp.nl Bekende verspreiding van soorten ten opzichte van het onderzoeksgebied – levering uit de Nationale Database Flora en Fauna Deelgebied 2: QSHOostDronten20191104deel2 Deelgebied 3 QSHOostDronten20191104deel3
Advies Natuurwaarden - uitbreiding natuur Oost-Dronten - 4 december 2019
34
Bekende verspreiding van soorten ten opzichte van het plangebied - levering uit de NDFF.
disclaimer De Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) is de meest omvangrijke landelijke informatiebron van verspreidingsgegevens en bevat betrouwbare waarnemingen van planten en dieren in een bepaald gebied. Het systeem is in opbouw, nieuwe gegevens worden met regelmaat toegevoegd. Alle gegevens in de NDFF zijn gevalideerd. Nader (veld-)onderzoek kan noodzakelijk zijn om aanwezigheid van een soort te bevestigen of uit te sluiten.
Copyright vermelden bij verwijzen of citeren naar deze levering: '© NDFF - quickscanhulp.nl 04-11-2019 17:04:31'
Op de volgende pagina's vindt u de lijst met soorten en afstanden ten opzichte van het plangebied dat deze soorten zijn waargenomen. Een toelichting op deze lijst is te vinden op: www.quickscanhulp.nl.
Mocht u vragen hebben dan kunt u contact opnemen met de Helpdesk van Het Natuurloket: e-mail: serviceteamndff@natuurloket.nl telefoon: 0800 2356333
© NDFF - quickscanhulp.nl 04-11-2019 17:04:31
Soort
Soortgroep
Bescherming
Afstand
Bruine kikker
Amfibieën
wnb-andere soorten
0 - 1 km
Gewone pad
Amfibieën
wnb-andere soorten
0 - 1 km
Meerkikker
Amfibieën
wnb-andere soorten
0 - 1 km
grote weerschijnvlinder
Insecten-Dagvlinders
wnb-andere soorten
0 - 1 km
Aardmuis
Zoogdieren
wnb-andere soorten
0 - 1 km
Boommarter
Zoogdieren
wnb-andere soorten
0 - 1 km
Bosmuis
Zoogdieren
wnb-andere soorten
0 - 1 km
Bunzing
Zoogdieren
wnb-andere soorten
0 - 1 km
Dwergspitsmuis
Zoogdieren