CConstaterende datDrechterland
Koppel je AI →
Document · PDF

Toelichting Lageweg 1-1a

Gemeenteraad 1 juni 2026, gemeente DrechterlandBij agendapunt: Vaststellen TAM-IMRO Omgevingsplan Lageweg 1 en 1A Schellinkhout (2026-20)9.963 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

4.16

Duurzaamheid

Duurzame leefomgeving Een duurzame leefomgeving is belangrijk voor het goed functioneren van de natuur en mens. Voor ruimtelijke ontwikkelingen is het van belang te werken aan instandhouding en/of verbetering van de kwaliteit van de leefomgeving en moet schade en overlast voorkomen worden. Daarbij moet rekening worden gehouden met toekomstige veranderingen, verwachtingen en onzekerheden; denk daarbij aan klimaatveranderingen. Goede stedenbouwkundige plannen en bouwplannen geven hieraan een passende invulling. Daarbij wordt onderscheid gemaakt in klimaatbestendigheid en energietransitie.

DNS Planvorming BV

22/27

Klimaatbestendigheid Klimaatverandering is merkbaar en heeft steeds meer een effect op ons dagelijks leven. De zomers worden heter, langer en droger, en áls er regen valt dan komt die vaak in grote hoeveelheden. De winters worden warmer en natter. Dit heeft effect op het woon- en leefklimaat door hittestress, periodes van droogte en een verandering van de biodiversiteit. Door met het stedenbouwkundig plan en bouwplan rekening te houden met het veranderende klimaat, kan overlast worden voorkomen en is er sprake van een klimaatbestendige ontwikkeling. Energietransitie Nederland heeft de ambitie om in 2050 energieneutraal te zijn en om de uitstoot van CO2 drastisch te verminderen. Om dit te kunnen realiseren zijn grote en kleine veranderingen nodig: de energietransitie. De omschakeling van het gebruik van fossiele brandstoffen naar meer duurzame vormen van energie is de grootste omslag, maar we zullen er ook bewust van moeten zijn dat we anders moeten gaan kijken naar ons energieverbruik. De energietransitie heeft ook een ruimtelijke inslag: het bestaand stedelijk gebied en buitengebied moeten (steden)bouwkundig worden aangepast en nieuwe ontwikkelingen worden toekomstbestendig ontwikkeld. Dit kan bijvoorbeeld op de volgende wijzen: • de woningen zullen voldoen aan het Besluit bouwwerken leefomgeving ten aanzien van de energieprestatie; • de woningen worden 'aardgasvrij' gebouwd.

Beoordeling Door de afname van het oppervlak van de bebouwing en verharding wordt bijgedragen aan de klimaatadaptatie. Aardgasvrij bouwen is inmiddels de wettelijke norm. Vanaf 1 januari 2021 moeten woningen voldoen aan de eisen voor Bijna Energie Neutrale Gebouwen (BENG). Er zal minimaal worden voldaan aan de wettelijke vereisten. Bij de aanvraag voor een omgevingsvergunning bouwen zal bij toepassing van een warmtepomp met buitenunit moeten worden aangetoond dat dat voldoet wordt aan de geluidsnormen van het Besluit bouwwerken leefomgeving. Er is geen sprake van toepassing van een bodemenergiesysteem.

4.17

Parkeren en verkeer

In deze paragraaf komt aan de orde op welke wijze bij de activiteit rekening wordt gehouden met het aspect verkeer en parkeren Beoordeling Parkeren De gemeente hanteert voor het bepalen van de parkeerbehoefte de kencijfers van de CROW (2024). Er wordt aangesloten bij de categorieën 'rest bebouwde kom' en 'weinig stedelijk'. Dit leidt voor een vrijstaande woning tot een parkeerbehoefte van minimaal 1,9 en maximaal 2,7 parkeerplaatsen. Er is voldoende ruimte op eigen terrein om in de parkeerbehoefte te voorzien. Verkeer Omdat sprake is van sloop-nieuwbouw van een woning is geen sprake van wijzigingen in de verkeersgeneratie als gevolg van het plan. De twee woningen zullen op de provinciale weg worden ontsloten via één gezamenlijk in-/uitrit. Dit heeft vanuit verkeersveiligheid de voorkeur. Omdat de verplaatsing van de uitrit leidt tot een verbetering van de verkeersveiligheid, is door de provincie Noord-Holland subsidie verleend voor de uitvoering van het project.

DNS Planvorming BV

23/27

4.18

Kabels en leidingen

Planologisch relevante leidingen en hoogspanningsverbindingen dienen te worden gewaarborgd. Tevens dient rond dergelijke leidingen rekening te worden gehouden met zones waarbinnen mogelijke beperkingen gelden. Planologisch relevante leidingen zijn leidingen waarin de navolgende producten worden vervoerd: • gas, olie, olieproducten, chemische producten, vaste stoffen/goederen; • aardgasleidingen afhankelijk van druk; • defensiebrandstoffen; • warmte en afvalwater, ruwwater of halffabricaat voor de drink- en industriewatervoorziening met een diameter groter of gelijk aan 18 inch. Beoordeling Er zijn geen planologisch relevante kabels en leidingen in het plangebied aanwezig. Voor de verdere realisatie van het plan zal indien nodig een KLIC-melding gedaan worden om te achterhalen of er relevante kabels en leidingen in het plangebied of in de directe omgeving daarvan aanwezig zijn.

4.19

M.e.r.-beoordeling

Wettelijk kader De wet- en regelgeving omtrent de m.e.r. is geen puur nationale aangelegenheid. De verplichting om in bepaalde gevallen een soort m.e.r. op te stellen volgt uit het Europese recht, te weten de m.e.r.-richtlijn en de Europese richtlijn voor Strategische Milieubeoordeling (hierna: SMBrichtlijn). De m.e.r.-regelgeving wordt onder de Omgevingswet geïmplementeerd in afdeling 16.4 van de Omgevingswet en hoofdstuk 11 en bijlage V van het Omgevingsbesluit. Aangezien de regelgeving moet blijven voldoen aan de Europese richtlijnen verandert er relatief weinig met de inwerkingtreding van de Omgevingswet. In bijlage V bij het Omgevingsbesluit in 1 lijst zijn zowel de mer-plichtige als de mer-beoordelingsplichtige gevallen opgenomen en de daarvoor benodigde besluiten. Beoordeling Met de vervanging van de woning is geen sprake van een stedelijk ontwikkelingsproject. Er hoeft derhalve geen m.e.r. beoordelingsprocedure te worden gevolgd. Terzijde wordt opgemerkt dat uit de voorgaande beoordeling van de verschillende milieuaspecten, zoals hiervoor beschreven, de conclusie volgt dat geen belangrijke negatieve milieugevolgen zullen optreden, wordt bevestigd.

4.20

Conclusie effecten fysieke leefomgeving

Gelet op de conclusies uit de voorgaande paragrafen wordt geconcludeerd dat de effecten op de fysieke leefomgeving als gevolg van het plan aanvaardbaar zijn.

DNS Planvorming BV

24/27

5

Juridische aspecten

5.1

Algemeen

Door de komst van de Omgevingswet stellen alle gemeenten een omgevingsplan vast. Hierin komt een grote hoeveelheid regels over de fysieke leefomgeving bij elkaar. Denk aan regels over bouwen, gebruik van gebouwen, monumenten, water en milieubelastende activiteiten. Vanaf de invoering van de Omgevingswet op 1 januari 2024, heeft de gemeente Drechterland automatisch een tijdelijk omgevingsplan ‘van rechtswege’ gekregen. Daarin staan de huidige bestemmingsplannen nog gewoon zoals ze waren. Samen met specifieke regels over bouwen en milieu die van het Rijk naar de gemeenten zijn gaan. Gemeenten hebben tot 2032 de tijd om een nieuw, samenhangend omgevingsplan te maken.

5.2

Verhouding tijdelijk omgevingsplan – TAM-omgevingsplan

Het tijdelijk omgevingsplan is gepubliceerd met een nieuwe digitale standaard (STOP-TP), waardoor het nog niet mogelijk is daarin wijzigingen van het omgevingsplan te publiceren. Daarom is er de tijdelijke alternatieve maatregel (TAM), waarmee wijzigingen van het omgevingsplan tijdelijk worden gepubliceerd via de oude digitale standaard (IMRO).  Een TAM-omgevingsplan is juridisch gezien een wijziging van het omgevingsplan, maar digitaal gezien een zelfstandig plan.  Een TAM-omgevingsplan wordt toegevoegd aan het omgevingsplan als hoofdstuk 22A, 22B enz.  Het TAM-omgevingsplan sluit aan op de systematiek van de basisregeling. Voor voorliggend TAM-omgevingsplan betekent dit dat voor de Algemene bepalingen (begripsbepalingen) wordt aangesloten op de begripsbepalingen uit hoofdstuk 1 uit de basisregeling en waar nodig is aangevuld met voor dit TAM-omgevingsplan specifiek van toepassing zijnde begripsbepalingen. De overige regels van voorliggend TAM-omgevingsplan gelden deels in aanvulling en deels ter vervanging van de regels van het tijdelijk Omgevingsplan. De regels van voorliggend TAM-omgevingsplan gelden uitsluitend binnen het besluitgebied van dit TAM-Omgevingsplan.

5.3

Artikelsgewijze toelichting

De regels bevatten het juridisch instrumentarium voor het regelen van het gebruik van de gronden, regels omtrent de toegelaten bebouwing en regelingen betreffende het gebruik van op te richten bouwwerken. De regels zijn onderverdeeld in vier hoofdstukken. Per hoofdstuk zullen de diverse regels artikelsgewijs worden besproken. Hoofdstuk 1 Inleidende regels In dit hoofdstuk zijn het toepassingsbereik (artikel 1) en de begrippen (artikel 2) opgenomen die relevant zijn voor voorliggend TAM-omgevingsplan. De begrippen werken aanvullend op artikel 1.1 uit het Omgevingsplan gemeente Drechterland.

DNS Planvorming BV

25/27

In artikel 3 zijn meet- en rekenbepalingen opgenomen waaruit blijkt hoe bijvoorbeeld de bouwhoogte of de goothoogte moet worden bepaald. In artikel 4 is een algemeen gebruiksverbod opgenomen waarin is bepaald dat het verboden is zonder omgevingsvergunning gronden of bouwwerken te gebruiken anders dan overeenkomstig de aan die locatie toegedeelde functies en activiteiten. Hoofdstuk 2 Verantwoording van de regels Binnen dit hoofdstuk zijn de toegelaten functies opgenomen.

 Artikel 5: Tuin - 1 Om het onbebouwde karakter van de voortuinen en de zijtuin van de stolp te beschermen, is voor deze gronden de bestemming ‘Tuin - 1’ opgenomen. Binnen deze bestemming is geen erfbebouwing toegestaan.  Artikel 6: Wonen – Lint 1 Voor de nieuwe woning geldt de bestemming ‘Wonen - Lint 1’. Binnen deze bestemming geldt dat het hoofdgebouw gerealiseerd moet worden binnen het bouwvlak. Het hoofdgebouw bestaat uit één bouwlaag met kap.  Artikel 7: Wonen - Stolp De karakteristieke stolp en het bijbehorende erf met erfbebouwing behoudt in deze wijziging van het omgevingsplan de bestemming ‘Wonen - Stolp’. De karakteristieke hoofdvorm is vastgelegd door middel van een bouwvlak en specifieke bouwregels.  Artikel 8: Waarde – Archeologie 3 Op het plangebied ligt deels de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 3’ ter bescherming van mogelijk in de ondergrond aanwezige archeologische waarden. Hoofdstuk 3 Algemene regels Op grond van de antidubbeltelregel (artikel 9) is bepaald dat grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing blijft. Deze bepaling voorkomt dat er meer kan worden gebouwd dan er wenselijk is indien een kavel wordt gesplitst en op grond daarvan een nieuw bouwperceel ontstaat.

Elk bouwperceel heeft immers in principe recht op een bepaalde hoeveelheid bebouwing. In artikel 10 Overige regels is bepaald dat de algemene regels van het bestemmingsplan en de eerste herziening, voor zover relevant voor deze wijziging van het omgevingsplan, van overeenkomstige toepassing zijn. Tevens is bepaald dat moet worden voorzien in voldoende parkeergelegenheid. Hoofdstuk 4 Overgangsregels In dit hoofdstuk is opgenomen dat de legale bebouwing en legaal gebruik binnen het plangebied dat in strijd is met het TAM-omgevingsplan mag worden voortgezet.

DNS Planvorming BV

26/27

6

Uitvoerbaarheid

6.1

Financiële uitvoerbaarheid

De planontwikkeling komt geheel voor rekening en risico van de initiatiefnemer. De ontwikkeling zal geschieden conform hetgeen bepaald is in de Omgevingswet. De verwezenlijking van het plan is dan ook niet afhankelijk van gemeentelijke investeringen. De kosten voor de ambtelijke afhandeling van de procedure worden verrekend op basis van de daarvoor geldende leges. Voor wat betreft nadeelcompensatie zal de gemeente indien nodig met initiatiefnemer een (anterieure) overeenkomst afsluiten. Het plan wordt dan ook economisch haalbaar geacht.

6.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

6.2.1 Participatie Omwonenden en andere belanghebbenden zijn geïnformeerd over het plan. Hier zijn geen bezwaren uit naar voren gekomen. 6.2.2 Procedure Het TAM-omgevingsplan is op grond van artikel 16.30, lid 1, van de Omgevingswet vanaf 18 december 2025 gedurende 6 weken ter inzage gelegen, waarbij door een ieder zienswijzen bij de gemeenteraad konden worden ingediend. Er geen zienswijzen ingediend.

DNS Planvorming BV

27/27

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16861574/1