Toekomstvisie psychisch kwetsbare inwoners (2024-26)
Tekst van het document
▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂
Toekomstvisie voor (psychisch) kwetsbare inwoners van de regio Westfriesland voor 2024-2028+
1
▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂
1. Samenvatting De afgelopen jaren hebben de gemeenten in Westfriesland nauw samengewerkt met ketenpartners om zorg en ondersteuning te bieden aan (psychisch) kwetsbare inwoners. Deze samenwerking was gebaseerd op het regionale beleidskader "Herstel en Participatie: Toekomstvisie Kwetsbare Inwoners Regio Westfriesland 2018-2023." Ook in 2024 en de daaropvolgende jaren (in ieder geval tot en met 2028) nemen de Westfriese gemeenten gezamenlijk verantwoordelijkheid voor inwoners die zich in een kwetsbare situatie bevinden. De ambitie is om zoveel mogelijk te voorkomen dat iemand in zo'n situatie terechtkomt. Hierbij hebben vooral de lokale gemeenten een verantwoordelijkheid. Als voorkomen niet lukt, dan is er voor deze groep inwoners passende en betaalbare ondersteuning, die aansluit bij hun behoeften en mogelijkheden. Voor deze voorzieningen draagt de regio gezamenlijk verantwoordelijkheid. De functie van deze Toekomstvisie is om vanuit de inhoud een kader te bieden voor besteding van het regionaal budget in de jaren 2024 tot en met 2028. Daarnaast maken we in deze Toekomstvisie duidelijk wat onder regionale verantwoordelijkheid valt en wat onder lokale verantwoordelijkheid, en wat geprioriteerd wordt binnen de regionale middelen.
In de Toekomstvisie staan lokale actiepunten beschreven waar de gemeenten individueel voor verantwoordelijk zijn, en regionale actiepunten waar de gemeenten gezamenlijk voor verantwoordelijk zijn. Deze Toekomstvisie evalueren we in 2028. Bij een positieve evaluatie is verlenging van deze Toekomstvisie mogelijk. De Toekomstvisie die voor u ligt beschrijft hoe de Westfriese gemeenten in 2024-2028 (psychisch) kwetsbare inwoners (en hun omgeving) bijstaan. De Toekomstvisie is tot stand gekomen met een actieve bijdrage van maatschappelijke partners en (psychisch) kwetsbare inwoners in Westfriesland. De kern van de Toekomstvisie voor 2024-2028 is opgebouwd uit zeven thema’s: 1. Ondersteun(en)de samenleving Voor preventie, herstel en nazorg zijn sociale netwerken en steun vanuit de directe omgeving van groot belang. We hebben in deze Toekomstvisie oog voor wat past binnen de draagkracht van de wijk, het netwerk en de bredere samenleving. De behoeften en capaciteiten van zowel de (psychisch) kwetsbare inwoners als hun omgeving en netwerk moeten in balans zijn. 2. Wonen Voor herstel is een stabiel thuis een basisbehoefte. We zetten erop in dat iedereen een stabiele woonplek heeft of wordt begeleid naar een zo ‘thuis’ mogelijke oplossing, met indien nodig passende ondersteuning. We zoeken naar creatieve oplossingen in de landelijk en regionaal spelende woningnood. 3.
Zorg en ondersteuning De afgelopen jaren was er speciale aandacht voor preventie, integraal werken, het hebben van een duidelijke casusregisseur, het bieden van passende ambulante ondersteuning en nazorg. In de komende jaren blijft het belangrijk dat we in de regio Westfriesland zorg in samenhang bieden (ook tussen verschillende domeinen en wetten) en dat deze gericht is op herstel. 4. Veiligheid We zien een veilige omgeving als een belangrijk onderdeel van een inclusieve samenleving die twee 2
▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂
kanten op werkt. We zien dat veiligheid aan de ene kant de sociale samenhang tussen inwoners bevordert en aan de andere kant dat sociale samenhang tot meer veiligheid leidt. Voor aankomende jaren is er behoefte om het zorg, sociaal- en veiligheidsdomein meer te verbinden. 5. Bestaanszekerheid Armoede en schulden komen vaak voor als oorzaak én als gevolg van psychische kwetsbaarheid. Financiële problemen kunnen mensen lang achtervolgen, geven stress en vertragen herstel. Daarom is hulpverlening en begeleiding bij deze problematiek van groot belang. 6. Zinvolle daginvulling Een zinvolle daginvulling levert een waardevolle bijdrage aan herstel, zelfvertrouwen en welbevinden van (psychisch) kwetsbare inwoners. Vanuit de interesses, wensen en mogelijkheden van het individu zoeken we naar een zinvolle daginvulling. Hierbij hebben we aandacht voor een goede spreiding in de regio. 7. Samenwerken in de regio Voor het verder ontwikkelen én behouden van het ketenaanbod rondom (psychisch) kwetsbare inwoners is een krachtige regionale samenwerking tussen gemeenten en ketenpartners cruciaal. De aankomende jaren trekken de Westfriese gemeenten samen met hun ketenpartners op om ondersteuning aan deze groep (psychisch) kwetsbare inwoners mogelijk te maken en verder te verbeteren.
Daarnaast is in deze Toekomstvisie een kader voor regionale samenwerking opgenomen (in hoofdstuk 5), waarin de inhoudelijke en financiële kaders voor de samenwerking tussen de zeven Westfriese gemeenten staat beschreven.
3
▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂
Inhoud 1. Samenvatting..................................................................................................................................................... 2 1. Inleiding .............................................................................................................................................................. 6 1.1
Aanleiding voor deze nieuwe Toekomstvisie ................................................................................... 6
1.2
Context .................................................................................................................................................. 6
1.3
Totstandkoming van deze Toekomstvisie ......................................................................................... 7
1.4
Leeswijzer .............................................................................................................................................. 8
2. Wie zijn (psychisch) kwetsbare personen? .................................................................................................... 9 2.1
Wat verstaan we onder (psychische) kwetsbaarheid? .................................................................... 9
2.2
Ontwikkelingen in huidige zorgvraag .............................................................................................. 10
2.3
Nieuw zorglandschap ........................................................................................................................ 11
3. Waar staan we nu? ......................................................................................................................................... 13 3.1
Terugblik op de vorige Toekomstvisie ............................................................................................. 13
3.2
Landelijke en regionale ontwikkelingen .......................................................................................... 14
4. De toekomstvisie uitgewerkt in 7 thema’s .................................................................................................. 17 4.1
Ondersteun(en)de samenleving ....................................................................................................... 19
4.2
Wonen .................................................................................................................................................. 21
4.3
Zorg en ondersteuning ...................................................................................................................... 23
4.4
Veiligheid ............................................................................................................................................. 26
4.5
Bestaanszekerheid ............................................................................................................................. 28
4.6
Zinvolle daginvulling .......................................................................................................................... 30
4.7
Samenwerking in de regio ................................................................................................................ 31
5. Kaders regionale samenwerking .................................................................................................................. 32 1. Inleiding ....................................................................................................................................................... 32 2. Algemene inhoudelijke en financiële kaders in relatie tot de Toekomstvisie .................................... 32 6. Vervolg .............................................................................................................................................................. 33 Bijlage A – Afkortingen- en Begrippenlijst ....................................................................................................... 34 Bijlage B – Hervormingen die raken aan het sociaal domein ....................................................................... 36 Bijlage C – Cijfers ................................................................................................................................................. 40 Cijfers voor de verschillende woon- en ondersteuningsvoorzieningen .............................................. 40 Jongere inwoners in de opvang ................................................................................................................
41 Meldingen Vangnet & Advies (OGGZ, Wvggz, assertieve zorg) ............................................................. 42 (Economisch) dak- en thuislozen (ETHOS)............................................................................................... 43 Bijlage D – Behaalde successen op de zeven thema’s ................................................................................... 44 1. Ondersteun(en)de samenleving ............................................................................................................... 44 4
▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂
2. Wonen .......................................................................................................................................................... 44 3. Zorg en ondersteuning .............................................................................................................................. 44 4. Veiligheid...................................................................................................................................................... 45 5. Bestaanszekerheid ..................................................................................................................................... 45 6. Zinvolle daginvulling ................................................................................................................................... 46 7. Regionale samenwerking .......................................................................................................................... 47 Bijlage E – Genodigdenlijst regio- en werksessies .......................................................................................... 48 Bijlage F – Inhoudelijke en financiële kaders per thema ............................................................................... 50 1. Thema Ondersteun(en)de samenleving .................................................................................................. 50 2.
Thema Wonen ............................................................................................................................................. 50 3. Thema Zorg en Ondersteuning ................................................................................................................ 51 4. Thema Veiligheid ........................................................................................................................................ 51 5. Thema Bestaanszekerheid ........................................................................................................................ 52 6. Zinvolle daginvulling ................................................................................................................................... 52 7. Thema regionale samenwerking .............................................................................................................. 52
5
▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂
1. Inleiding 1.1
Aanleiding voor deze nieuwe Toekomstvisie
Mensen kunnen op enig moment in hun leven voor langere of kortere tijd in een kwetsbare situatie terechtkomen. Dit kan het gevolg zijn van diverse factoren die elkaar beïnvloeden, zoals psychische gezondheidsproblemen, verslaving, beperkte intelligentie, huiselijk geweld, en/of financiële problemen. Niet iedereen is in staat om op eigen kracht uit deze situatie te komen. Sommigen belanden op straat, vinden tijdelijke huisvesting of maken gebruik van opvangvoorzieningen. Daarnaast zijn er inwoners die zorg mijden. Deze Toekomstvisie gaat over de brede groep (psychisch) kwetsbare inwoners van de regio Westfriesland. In de afgelopen jaren hebben de gemeenten in Westfriesland nauw samengewerkt met ketenpartners om zorg en ondersteuning te bieden aan deze groep (psychisch) kwetsbare inwoners. Deze samenwerking was gebaseerd op het regionale beleidskader "Herstel en Participatie: Toekomstvisie Kwetsbare Inwoners Regio Westfriesland 2018-2023." Ook in 2024 en de daaropvolgende jaren (in ieder geval tot en met 2028) nemen de Westfriese gemeenten gezamenlijk verantwoordelijkheid voor inwoners die zich in een kwetsbare situatie bevinden. De ambitie is om zoveel mogelijk te voorkomen dat iemand in zo'n situatie terechtkomt. Hierbij hebben vooral de lokale gemeenten een verantwoordelijkheid.
Als er meer ondersteuning nodig is, dan is er voor deze groep passende en betaalbare ondersteuning, die aansluit bij hun behoeften en mogelijkheden. Voor deze (specialistische) regionale voorzieningen draagt de regio gezamenlijk verantwoordelijkheid. De functie van de Toekomstvisie is om vanuit de inhoud een kader te bieden voor besteding van het regionaal budget in de jaren 2024 tot en met 2028. Daarnaast maken we in deze Toekomstvisie duidelijk wat onder regionale verantwoordelijkheid valt en wat onder lokale verantwoordelijkheid, en wat geprioriteerd wordt binnen de regionale middelen. Deze Toekomstvisie zullen we evalueren in 2028. Bij een positieve evaluatie behoort eventuele verlenging van deze Toekomstvisie tot de mogelijkheden. De Toekomstvisie 2018-2023 is in 2023 geëvalueerd. Op basis van deze evaluatie zijn twaalf aanbevelingen gedaan voor de verschillende thema’s, en negen adviezen gegeven over de uitvoerbaarheid. De aanbevelingen die door het Madivosa1 zijn onderschreven nemen we mee in deze nieuwe Toekomstvisie.
1.2
Context
De regio Westfriesland omvat de gemeenten Enkhuizen, Drechterland, Koggenland, Medemblik, Opmeer, Stede Broec en Hoorn. De gemeente Hoorn is sinds 2008 als centrumgemeente verantwoordelijk voor de uitvoering van de regelingen Maatschappelijke Opvang (MO), verslavingsbeleid
1
Zie bijlage A – Afkortingen en Begrippenlijst voor toelichting Madivosa. 6
▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂
(Vb) en openbare geestelijke gezondheidszorg (OGGZ). Hoorn ontvangt de financiële middelen vanuit het Rijk voor deze beleidsterreinen. Sinds 2022 zijn alle Westfriese gemeenten inhoudelijk verantwoordelijk voor Beschermd Wonen (BW). De zeven Westfriese gemeenten hebben besloten samen te blijven werken op dit thema. Zij hebben afspraken vastgelegd in een dienstverleningsovereenkomst en een regionaal samenwerkingsconvenant (psychisch) kwetsbare inwoners voor de periode 2022 en verder. In het samenwerkingsconvenant staan de inhoudelijke en financiële kaders van deze samenwerking beschreven, zoals de verschillende verantwoordelijkheden (als centrumgemeente en als regiogemeente) en de financiering van taken (inclusief het afdekken van financiële risico’s). Met de regionale bundeling van financiële middelen voor de gehele groep (psychisch) kwetsbare inwoners organiseren de Westfriese gemeenten een regionaal aanbod aan voorzieningen en de Regionale Toegang (RT). Ook hebben de Westfriese gemeenten in 2021 het Pact 7.1 Westfriesland (zeven gemeenten, één geluid) opgesteld, waarin ze hun ambities op de zes belangrijkste thema's hebben vastgelegd. Voor het thema sociaal domein is de volgende ambitie opgesteld: De regio wil een gezonde en inclusieve regio zijn waarin iedereen mee doet en waarin (kwetsbare) inwoners een passend zorgaanbod en woonplek krijgen.
Parallel aan het opstellen van deze nieuwe Toekomstvisie hebben de zeven gemeenteraden de beleidsuitgangspunten voor het inkooptraject Wonen met Ondersteuning vastgesteld. Deze beleidsuitgangspunten zijn verwerkt in de Toekomstvisie.
1.3
Totstandkoming van deze Toekomstvisie
Wanneer in deze Toekomstvisie ‘wij’ of ‘we’ geschreven staat, verwijst dit naar de zeven samenwerkende gemeenten die samen de regio Westfriesland vormen. Deze Toekomstvisie is echter een product van een bredere samenwerking dan de zeven gemeenten alleen. De Toekomstvisie is tot stand gekomen door actieve betrokkenheid van maatschappelijke partners en inwoners met en zonder (psychische) kwetsbaarheid in Westfriesland. Om een solide basis te leggen hebben wij uitgebreid documentonderzoek en data-analyse uitgevoerd, en hebben wij diverse interviews gehouden. Vervolgens hebben wij de thema’s getoetst en aangevuld in een regionale bijeenkomst op 27 juni 2023, gevolgd door sessies met inwoners en twee werksessies om de thema's verder uit te werken en te toetsen aan de praktijk. Bestuurders, (beleids)medewerkers uit verschillende domeinen en samenwerkingspartners van alle gemeenten waren betrokken bij dit proces en hebben bijgedragen aan de doelen en strategieën voor de komende jaren. Daarnaast werden adviesraden, cliënten, ervaringsdeskundigen en cliëntorganisaties, uitgenodigd om hun inbreng te leveren aan de totstandkoming van deze Toekomstvisie. In Bijlage E staat beschreven welke stakeholders betrokken zijn geweest bij de totstandkoming van deze Toekomstvisie. Wij willen iedereen graag bedanken voor de bijdrage die ze geleverd hebben aan de totstandkoming van deze Toekomstvisie.
7
▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂
1.4
Leeswijzer
In hoofdstuk 2 wordt de groep beschreven waar deze Toekomstvisie op gericht is: de inwoners van Westfriesland met een (psychische) kwetsbaarheid. Hoofdstuk 3 geeft een beeld van de regionale en maatschappelijke context: de actuele situatie in de regio en relevante landelijke ontwikkelingen. Ten slotte bevat Hoofdstuk 4 de kern: de Toekomstvisie in 7 thema’s.
8
▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂
2. Wie zijn (psychisch) kwetsbare personen? Iedere inwoner van Westfriesland probeert een leven te leiden waaruit men voldoening, zingeving en verbinding met zijn of haar omgeving haalt. Wat dit betekent en hoe dit eruit ziet kan voor iedereen anders zijn. We zien echter dat dit niet voor iedereen even makkelijk is om te bereiken, en dat sommige van ons meer uitdagingen tegenkomen dan anderen. In dit hoofdstuk beschrijven we onze visie op kwetsbaarheid. We beschrijven wanneer (psychisch) kwetsbare personen aanspraak kunnen maken op de voorzieningen in de regio. We blikken terug op de ontwikkelingen in de afgelopen jaren en kijken we vooruit naar het nieuwe zorglandschap vanaf 2025.
2.1
Wat verstaan we onder (psychische) kwetsbaarheid?
Inwoners van alle leeftijden kunnen in hun leven voor kortere of langere tijd in een kwetsbare situatie terechtkomen. In deze Toekomstvisie spreken we van (psychisch) kwetsbare inwoners wanneer inwoners kampen met (psycho)sociale, economische, psychische en/of fysieke problemen. Kwetsbaarheid kan heel vroeg beginnen, bijvoorbeeld wanneer ouders onvoldoende emotioneel beschikbaar zijn en veiligheid kunnen bieden. In sommige gevallen leidt de ene kwetsbare situatie, bijvoorbeeld het hebben van financiële problemen, tot andere kwetsbaarheden zoals stress en psychische klachten of het verdwijnen van een dak boven iemands hoofd. Ook fysieke problemen kunnen voor een kwetsbaarheid zorgen die kan maken dat iemand (tijdelijk) niet zelfstandig kan wonen. We kiezen daarom voor een bredere omschrijving dan inwoners met psychische problemen of zelfs een ernstig psychiatrische aandoening (EPA), omdat kwetsbaarheid ook op andere manieren tot uiting kan komen. Hoewel de leeftijd van inwoners of type problematiek kan verschillen, hebben (psychisch) kwetsbare inwoners gemeen dat zij een groter risico hebben om moeilijkheden te ondervinden bij het voldoen aan hun basisbehoeften, het deelnemen aan sociale activiteiten, het behouden van hun gezondheid en welzijn, en het meedoen naar vermogen.
Het is belangrijk om te beseffen dat onder gelijke omstandigheden inwoners niet per se een gelijke kwetsbaarheid ervaren. Persoonsgebonden vaardigheden en -mogelijkheden maken verschil of iemand voldoende veerkracht bezit om zich al dan niet staande te houden. Zo zal een deel van onze inwoners op eigen kracht uit een kwetsbare situatie kunnen komen, maar een deel ook niet. We hebben voorzieningen voor inwoners die niet zelfstandig hun leven op de rit kunnen houden Wanneer inwoners tijdelijk niet in staat zijn om zonder zorg of ondersteuning zelfstandig te kunnen leven, komen zij in aanmerking voor verschillende type voorzieningen 2. Samen met de mate van zelfredzaamheid van een inwoner bepalen de kenmerken van een individu de ondersteuningsbehoefte en bijbehorende voorzieningen. Op basis van eerder onderzoek3 en ervaringen uit de uitvoeringspraktijk onderscheiden we voor de
Voorzieningen gefinancierd vanuit Wet maatschappelijke ondersteuning (wmo) en Jeugdwet 3 Eindrapport ‘Onderzoek zorglandschap MO-BW West-Friesland’, HHM, 2022. 2
9
▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂
bredere doelgroep verschillende ondersteuningsbehoeften. 1. (Psychisch) kwetsbare inwoners die zelfredzaam zijn. Ondanks hun (psychische) kwetsbaarheid houdt deze groep inwoners zich op eigen kracht, vanuit hun eigen mogelijkheden, of met hulp vanuit hun sociale netwerk en informele of algemeen toegankelijke ondersteuning staande. 2. (Psychisch) kwetsbare inwoners met een ondersteuningsvraag die thuis kunnen wonen. Deze inwoners hebben soms een lichte, soms een intensievere (maar voornamelijk planbare) ondersteuningsvraag en in sommige gevallen spelen er problemen op meerdere domeinen. Ze redden het niet geheel op eigen kracht, maar kunnen thuis blijven wonen, soms met extra ondersteuning. 3. (Psychisch) kwetsbare inwoners met een complexere zorgvraag, waarbij sprake is van multiproblematiek met een ondersteuningsbehoefte op meerdere levensdomeinen waardoor zij niet thuis kunnen wonen. Deze groep inwoners kan als gevolg van psychische en/of psychosociale problemen (tijdelijk) niet zelfstandig wonen. Zij hebben 24 uur per dag beschikbare zorg en toezicht nodig vanwege onplanbare zorgvragen. Voor hen vormen voorzieningen met verblijf een tijdelijk vangnet. Wanneer dit blijvend is, kan voor deze doelgroep ondersteuning vanuit de Wet langdurige zorg (Wlz) worden geboden. 4. (Psychisch) kwetsbare inwoners die op straat zijn komen staan.
Dit zijn inwoners met of zonder zorgvraag, die door omstandigheden een woonbehoefte hebben. Alléén in het geval inwoners niet zelfredzaam4 zijn en er dus ook een andere ondersteuningsbehoefte naast de woonbehoefte is, is tijdelijke opvang mogelijk. Een deel van de groep economische dak- en thuislozen valt onder deze groep.5 5. (Psychisch) kwetsbare inwoners die zorg mijden omdat ze niet kunnen of niet willen. Deze inwoners passen ook onder profiel 3 en 4, maar vallen door de mazen van het bestaande zorg- en ondersteuningsnetwerk, kunnen zelf geen hulpvraag stellen, of accepteren geen hulp. Deze groep inwoners is zorgmijdend, maar redt het niet zonder specialistische ondersteuning en zorg of 24 uurs beschikbare ondersteuning. Ze vertonen verontrustend gedrag, er is sprake van teloorgang, zelfverwaarlozing, overlast en/of veiligheidsproblemen. Een deel van de groep die geen hulp accepteert komt regelmatig in aanraking met politie en justitie. Voor deze inwoners zet de regio de ondersteuning vanuit het Meldpunt Vangnet & Advies in. Deze Toekomstvisie is ook voor inwoners en professionals rondom (psychisch) kwetsbare inwoners Naast de hier benoemde doelgroep, is er aandacht voor andere groepen en hún behoeften, draagkracht en draaglast.
Denk hierbij aan naasten, (jonge) mantelzorgers, kinderen en jongeren van ouders met een (psychische) kwetsbaarheid, omwonenden in de dorpen en wijken, zorgaanbieders en ketenpartners. In het thema ‘Ondersteun(en)de samenleving’ gaan we hier verder op in.
2.2
Ontwikkelingen in huidige zorgvraag
We horen en lezen regelmatig dat het aantal (psychisch) kwetsbare inwoners in de regio toe lijkt te nemen. Het in kaart brengen van de ontwikkelingen op basis van cijfers helpt om hier beter zicht op te
4 5
Zie voor een definitie, begrippenlijst in Bijlage A – Afkortingen- en begrippenlijst. Zie voor een definitie, begrippenlijst in Bijlage A – Afkortingen- en begrippenlijst. 10
▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂
krijgen (zie bijlage C voor een uitgebreid overzicht van de cijfers). Het is moeilijk om precieze aantallen voor de eerdergenoemde brede groep (psychisch) kwetsbare inwoners te geven. Dit komt onder andere doordat de ondersteuningsbehoeften van inwoners wisselen per moment. Wat we wel weten is hoeveel inwoners de afgelopen jaren gebruik gemaakt hebben van de verschillende woon- en ondersteuningsvoorzieningen (BW, BT en MO) en de meldingen die zijn binnengekomen bij Vangnet & Advies en overige partijen. Op hoofdlijnen hebben we de afgelopen jaren de volgende ontwikkelingen gezien 6: ▪
Het aantal unieke cliënten in woon- en ondersteuningsvoorzieningen (voorheen BW, BT en MO) is sinds 2019 afgenomen. Dit komt met name door een daling in het aantal cliënten dat aanspraak maakt op wat voorheen BW/BT was door openstelling van de Wlz voor cliënten met een psychische grondslag.
▪
Het aantal jongvolwassenen (18 – 23 jaar) in de MO fluctueert sinds 2019 rond de 95 jongeren per jaar (spreiding 90 -105).
▪
Het aantal meldingen bij meldpunt Vangnet & Advies en meldingen van overlast door mensen met onbegrepen gedrag bij de politie (E33) 7 zijn in 2020 toegenomen en daarna stabiel gebleven.
▪
Een helder overzicht van het aantal dak- en thuislozen in de regio ontbreekt. Er is alleen zicht op inwoners die zich melden bij de opvanginstellingen. In 2024 doet Westfriesland mee aan de tweede landelijke pilot ETHOS telling.8 De resultaten hiervan zijn in het najaar van 2024 beschikbaar.
2.3
Nieuw zorglandschap
Ten tijde van de vorige Toekomstvisie werden MO-, BW- en BT-voorzieningen apart van elkaar ingekocht. Bureau HHM heeft het benodigde zorglandschap van onze regio onderzocht. Zij geven aan één doelgroep te zien, namelijk personen met een woon- én ondersteuningsbehoefte. Alle voorzieningen zijn voor de hele doelgroep toegankelijk, mits op individueel niveau passend. Op basis van de bevindingen van het onderzoek van HHM naar het Westfriese zorglandschap voor de brede doelgroep is besloten om bij de nieuwe inkoop vier hoofdcategorieën woonzorgvormen in te kopen: ▪
Kortdurende opvang – een tijdelijke eerste opvang die maximaal 3 maanden duurt. Zowel 12 uurs als 24 uurs, waar vanuit cliënten door- of uitstromen. De bedoeling is dat iedereen hier terecht kan, dus ook jongeren, gezinnen met kinderen en mensen die hersteld zijn of herstellende zijn van een verslaving. Specifieke doelgroepen, zoals jongeren en gezinnen, kunnen specifieke ondersteuning ontvangen.
▪
Beschermd Wonen – groeps- of geclusterd wonen met 24 uur per dag toezicht of zorg in de nabijheid voor cliënten met complexe zorgvragen.
▪
Ondersteund wonen – voorziening waar cliënten met een lichte zorgvraag zelfstandig kunnen wonen en 24 uur per dag ondersteuning beschikbaar is op geplande en ongeplande momenten.
▪
Beschermd Thuis – cliënten met een lichte zorgvraag wonen zelfstandig en kunnen op planbare en onplanbare momenten ondersteuning krijgen.
Zie bijbehorende cijfers in Bijlage C – Cijfers huidige zorgvraag. De stijging in meldingen van de politie (E33 meldingen) heeft ook te maken met een andere wijze van registreren vanuit de politie 8 Zie de afkortingenlijst in Bijlage A en beschrijving van deze doelgroep in Bijlage C Cijfers. 6 7
11
▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂
Naast bovengenoemde punten richten we het zorglandschap de komende jaren in op basis van de volgende kernprincipes: •
De doelgroep omvat mensen met woon én ondersteuningsbehoefte.
•
We verlagen voor een aantal voorzieningen de toegangsleeftijd naar 16 jaar. Het streven is vroegtijdig zoeken naar geschikte woonoplossing met ondersteuning. Dit geldt alleen voor jongeren die niet zelfstandig kunnen wonen op hun 18e verjaardag of terecht kunnen bij het sociaal netwerk. De Jeugdwet blijft altijd voorliggend.
•
Iedereen heeft een stabiele woonplek of wordt begeleid naar een zo thuis mogelijke oplossing, met indien nodig passende ondersteuning. Cliënten worden zo min mogelijk geconfronteerd met verhuisbewegingen.
•
We moedigen zorgaanbieders aan om integrale ondersteuning te bieden, te kijken naar de behoeften op alle levensgebieden en te streven naar duurzaam herstel. De nadruk ligt op het verbeteren van de zelfredzaamheid van cliënten en het creëren van een ondersteunende omgeving waarin zij essentiële dagelijkse activiteiten kunnen uitvoeren, sociale contacten kunnen aangaan, en hun behoeften kunnen uiten.
•
Kinderen worden in voorzieningen bij hun ouders opgevangen, zolang hun veiligheid en het herstel van de ouder niet in gevaar komen. Ze krijgen laagdrempelige kindgerichte ondersteuning. Als er extra ondersteuning nodig is, wordt jeugdhulp aangevraagd bij de herkomstgemeente.
•
Voorzieningen zijn veilig, inclusief en afgestemd op diverse doelgroepen.
De beleidsuitgangspunten ‘Psychisch kwetsbare inwoners met een woon- én ondersteuningsbehoefte 2025 en verder’ gaan nader op het nieuwe zorglandschap in.
12
▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂
3. Waar staan we nu? Dat er inwoners zijn met een (psychische) kwetsbaarheid is geen nieuw gegeven. Er is, zowel binnen onze regio als landelijk, al veel werk verzet om tot de best passende zorg en ondersteuning voor deze groep inwoners te komen. Voor de nieuwe Toekomstvisie is het van belang om deze ontwikkelingen in gedachten te houden en daarop voort te borduren en aan te scherpen. We blikken daarom in dit hoofdstuk terug op de vorige Toekomstvisie, en kijken daarnaast naar relevante regionale en landelijke ontwikkelingen.
3.1
Terugblik op de vorige Toekomstvisie
De vorige Toekomstvisie voor (psychisch) kwetsbare inwoners van de regio Westfriesland liep van 2018 tot en met 2023. De focus van deze Toekomstvisie lag op herstel en participatie, met als centrale vraag hoe de Westfriese gemeenten zich willen inzetten om (psychisch) kwetsbare inwoners in de regio bij te staan in het herstel en versterken van de eigen regie en bij participatie aan de samenleving. Beoogd werd om de visie uit de rapportage ‘Van Beschermd Wonen naar een beschermd thuis’ van commissie Dannenberg in de praktijk uit te werken en hier in regionaal verband gezamenlijk invulling aan te geven. Dit betekent dat de vorige Toekomstvisie in meerdere mate gericht was op de Maatschappelijke Opvang en Beschermd Wonen. In 2023 is de vorige Toekomstvisie geëvalueerd. Naar aanleiding van deze evaluatie zijn aanbevelingen per thema gedaan (in totaal twaalf), en over de uitvoerbaarheid (in totaal negen). De regio heeft besloten om het merendeel van de aanbevelingen mee te nemen in de huidige Toekomstvisie. De door de regio onderschreven aanbevelingen op de thema’s zijn: 1. Blijf inzetten op het tegengaan van stigma’s; 2. Benut cliëntorganisaties gestructureerd; 3. Structureer de samenwerking tussen het Sociaal Domein en Veiligheid, zorg voor passende vertegenwoordiging in de bovenregionale gremia; 4.
Neem zorgaanbieders (tijdig) mee in een veranderende visie of werkwijze van de toegang; 5. Overweeg om regionaal aanbod te creëren voor economisch daklozen; 6. Zoek uit waarom het aandeel jongeren in de MO zo hoog is; 7. Breng de mogelijkheden voor werk en dagbesteding in beeld, zorg ervoor dat ook lokale mogelijkheden met betrekking tot de nuldelijnszorg bekend zijn, ook bij (regionaal werkende) zorgaanbieders, werk aan betere aansluiting tussen de lokale basis en zorg; 8. Behoud het regionale projectteam en de bestuurlijke voortrekkersgroep, zorg voor vertegenwoordiging vanuit iedere gemeente, organiseer input vanuit het veld. Daarnaast zijn de volgende adviezen meegegeven ten aanzien van de uitvoerbaarheid: 1. Definieer reikwijdte van de nieuwe visie; 2. Definieer het uiteindelijk gewenst effect; 3. Ontwikkel meetbare normen; 4. Zet het ontwikkelproces voor de nieuwe beleidsvisie stevig neer en faciliteer ruim; 13
▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂
5. Behoud de concrete resultaten en herijk; 6. Maak de inzet van het uitvoerend veld zichtbaar; 7. Overweeg een indeling preventie-verblijf-nazorg 8. Voer een discussie over de inzet van het ‘nieuwe’ financiële surplus. De aanbevelingen die betrekking hebben op de thema’s zijn in hoofdstuk 4 bij de betreffende thema’s meegenomen. Daarnaast zijn de aanbevelingen inzake de uitvoerbaarheid, waar passend, geïntegreerd in ofwel de thema’s ofwel de inhoudelijke kaders, financiële kaders (hoofdstuk 5) van deze Toekomstvisie of in het implementatieplan.
3.2
Landelijke en regionale ontwikkelingen
In de komende jaren zullen diverse (landelijke) ontwikkelingen van invloed zijn op (psychisch) kwetsbare inwoners. Deze ontwikkelingen zullen de beschikbaarheid en kwaliteit van zorg voor deze groep aanzienlijk beïnvloeden. Hieronder benoemen we de belangrijkste ontwikkelingen, maar deze opsomming is niet uitputtend. Per ontwikkeling bespreken we ook welke effecten dit heeft op de regio. De mentale gezondheid van inwoners staat onder druk Het psychische welzijn van Nederlanders staat onder druk. Zo zien we in het grote, landelijke onderzoek NEMESIS 3 een toename van psychische klachten bij volwassenen ten opzichte van circa 10 jaar geleden (van 17% naar 26% van de volwassenen). Dit onderzoek vond voor corona plaats. Het is waarschijnlijk dat de toename in psychische klachten op dit moment hoger is. Naast de sociale isolatie tijdens de lockdowns hebben inwoners te maken met financiële zorgen en onzekerheid over de toekomst. Ook bij jongeren is een effect van corona duidelijk zichtbaar: sinds corona wordt een toename (van zwaarte) van psychische problematiek geconstateerd. Naast effecten van corona worden ook de toenemende complexiteit van de samenleving , intensiever gebruik van social media en de hoge eisen die de samenleving aan mensen stelt als verklaring voor de toename in klachten genoemd.
Impact voor de regio | In de regio lijkt de mentale gezondheid van volwassenen iets beter te zijn dan landelijk het geval is. Desondanks is ook in de regio het percentage inwoners met stress, angst en/of een depressieve stoornis toegenomen. Daarnaast blijkt uit het regiobeeld Noord-Holland-Noord 2023 dat ervaren stress bij jongeren en jongvolwassenen in de regio groot is (43% geeft aan vaak of heel vaak stress te ervaren). Dit is ook in lijn met het gebruik van jeugdhulp in de regio, net als het relatief hoge aandeel van jongeren die gebruik maken van de huidige voorzieningen MO en BW. Nederland als geheel vergrijst en in Westfriesland gaat dit relatief hard De bevolking van Nederland is geleidelijk aan het vergrijzen: mensen worden steeds ouder en het aandeel ouderen in de samenleving neemt toe. Dat brengt met zich mee dat mensen in de toekomst naar verwachting vaker een chronische aandoening hebben en steeds vaker ook meerdere aandoeningen tegelijk. Zo lang mogelijk zelfstandig wonen heeft een keerzijde. Ouderen wonen vaak alleen, wat ertoe leidt dat sociale problematiek, zoals eenzaamheid, verder toeneemt. De druk op de formele en informele zorg wordt hierdoor groter. De vergrijzing heeft ook tot gevolg dat het mantelzorgpotentieel en daarmee de mogelijkheid tot informele zorg afneemt. Dit heeft invloed op de 14
▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂
beschikbaarheid van ondersteuning en zorg voor (psychisch) kwetsbare inwoners. Deze groep heeft vaak al een beperkt netwerk, dat door genoemde ontwikkelingen mogelijk nog beperkter wordt. Impact voor de regio | De bevolking van Westfriesland vergrijst relatief hard9. Dit komt door een combinatie van een relatief groot aandeel van bewoners tussen de 45 en 85 jaar en de ontwikkeling dat jongeren wegtrekken naar de Randstad. Als gevolg wordt er de komende jaren een afname verwacht van inwoners in de leeftijdscategorie 20–65 jaar en een toename van 80+’ers. Hierdoor zal er meer vraag naar mantelzorg zijn en tegelijkertijd zijn er minder mantelzorgers beschikbaar en is de druk op hen hoog. De druk op de zorg- en gerelateerde voorzieningen zal hierdoor de komende jaren toenemen. De lokale gemeenten zetten daarom extra in op het versterken van de sociale basis, onder andere door het benutten van de hiervoor bedoelde Specifieke Uitkering (SPUK) uit het Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA). Schaarste aan woonplekken in Nederland wordt ook in de regio gevoeld Er is op het moment sprake van woningnood in Nederland. Voor steeds meer mensen is het moeilijk een passende woonplek te vinden. Dit geldt niet alleen voor (psychisch) kwetsbare inwoners, maar zij hebben minder alternatieve mogelijkheden en/of zijn afhankelijk van zorg of begeleiding.
Om de beweging naar meer tussenvoorzieningen en extramurale plekken te maken is er een groeiende behoefte aan zelfstandige woonplekken onder de sociale huurgrens. Deze woonplekken zijn schaars, en de druk neemt toe doordat ook mensen met een laag inkomen en andere aandachtsgroepen hier in toenemende mate behoefte aan hebben. Bij een tekort aan passende woonplekken kunnen cliënten niet doorstromen vanuit intramurale voorzieningen. Dit maakt dat deze voorzieningen niet beschikbaar komen voor andere mensen die de zorg en ondersteuning hard nodig hebben. Impact voor de regio | Ook in de regio Westfriesland is een groot tekort aan betaalbare woonplekken. Dit kan de situatie van personen met een (psychische) kwetsbaarheid negatief beïnvloeden, doordat er te weinig plekken zijn om te kunnen uitstromen, bijvoorbeeld via de ‘Uitstroomregeling voor bijzondere doelgroepen Westfriesland’ Bestaande personeelstekorten in de regio lopen verder op In heel Nederland is er door krapte op de arbeidsmarkt een tekort aan gekwalificeerd personeel in verschillende sectoren. Voor deze Toekomstvisie zijn met name de tekorten in de zorg- en welzijnssector van belang. Het verloop neemt toe en met het grote aantal mensen dat de komende jaren met pensioen gaat komt de beschikbaarheid, continuïteit en kwaliteit van formele zorg verder onder druk te staan.
De verwachting is dat de zorg- en welzijnsvraag het komende decennium verder zal groeien. Dat zal consequenties hebben voor de mate waarin voorzien kan worden in de totale zorgbehoefte. Impact voor de regio | Meerdere partijen geven aan de krapte in de zorgsector in de regio op dit moment al te voelen. Zo is er een tekort aan wijkverpleging en huisartsen. Het tekort aan huisartsen en toename van zorg- en ondersteuningsvragen maakt dat sommige huisartsen op dit moment een patiëntenstop hebben, wat op termijn kan leiden tot een zorginfarct in de regio. Vanwege het relatief
9
Bron: Regiobeeld Noord-Holland-Noord. 15
▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂
grote aandeel 55+’ers in de regio die de komende jaren met pensioen gaan, kan het tekort aan personeel nog flink toenemen. Niet iedereen kan goed meekomen in de complexer wordende samenleving De groeiende vraag naar digitale vaardigheden, de wooncrisis en sociaaleconomische ongelijkheid vergroot het risico dat een deel van de bevolking buiten de boot valt. Mensen moeten meer informatie verwerken en levensbepalende keuzes maken, terwijl de onderlinge steun afneemt. Onze samenleving benadrukt steeds meer zelfredzaamheid en participatie, maar lijkt minder tolerant te zijn voor onbegrepen gedrag. Dat resulteert in een groeiende kloof tussen degenen die kunnen meekomen en degenen die dat niet kunnen. Impact voor de regio | Het percentage meldingen van personen met onbegrepen gedrag in regio Westfriesland is lager dan het landelijk percentage meldingen per 100.000 inwoners. De afgelopen jaren is wel een toename van E33-meldingen in de regio te zien.10 Dit maakt goede samenwerking tussen zorg, veiligheid en het sociaal domein steeds belangrijker.
10
De politie registreert meldingen die zij krijgen van overlast door personen met verward gedrag. Dit zijn de zogeheten E33meldingen. Deze meldingen laten echter niet zien hoe groot de groep personen met verward gedrag in totaal is. 16
▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂
4. De toekomstvisie uitgewerkt in 7 thema’s Vanwege de blijvende relevantie, de brede steun vanuit alle gemeenten in de regio en de behaalde successen bouwen we de komende jaren voort op de weg die we reeds hebben ingezet met de Toekomstvisie 2018-2023. Concreet betekent dit dat we in de regio Westfriesland de opvang- en ondersteuningstaken voor inwoners met een (psychische) kwetsbaarheid uitvoeren op basis van deze visie: In Westfriesland wonen mensen met een (psychische) kwetsbaarheid zoveel mogelijk in hun eigen omgeving, waarbij ze worden aangemoedigd om zelfredzaam te zijn en naar vermogen deel te nemen aan de samenleving. De zorg en ondersteuning die zij nodig hebben, wordt integraal aangeboden en is gericht op preventie en herstel. Als inwoners (tijdelijk) niet in staat zijn om zelfstandig te wonen of niet in staat zijn om zelf voor onderdak te zorgen en een ondersteuningsvraag hebben, bieden we voldoende geschikte (tijdelijke) opvangmogelijkheden. Ten opzichte van de vorige Toekomstvisie leggen we daarnaast nog een aantal accenten. Zo hebben we in de nieuwe Toekomstvisie nog nadrukkelijker oog voor een bredere doelgroep: ▪
Er is een groep inwoners die altijd zorg en ondersteuning nodig zal hebben om mee te kunnen doen in de maatschappij. Ook voor deze groep hebben we een vangnet.
▪
Deze groep omvat ook inwoners die tussen wal en schip vallen11 of die in de mazen van het (zorg)systeem verdwijnen en/of geen zorgvraag hebben.
▪
De groep jonge inwoners die zich in kwetsbare situaties bevindt is relatief groot in de regio Westfriesland. In deze Toekomstvisie hebben we extra oog voor deze groep. Zo hebben jonge inwoners vanaf zestien jaar die niet bij familie of in het sociaal netwerk kunnen verblijven vanaf 2025 toegang tot een aantal woonvoorzieningen.
Om deze Toekomstvisie te realiseren richten we ons de komende jaren op zeven thema’s.
11 Complexe problematiek neemt toe; dubbele diagnoses zijn meer regel dan uitzondering. Zorgorganisaties hanteren strakke exclusiecriteria voor de
problematiek (vaak enkelvoudig) die zij behandelen. Hierdoor is er voor een groeiende groep inwoners geen passende (zorg)voorziening en vallen zij tussen wal en schip. 17
▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂
Figuur 1. Overzicht van de zeven thema’s in deze Toekomstvisie.
Vervolgstappen en verantwoordelijkheden In dit hoofdstuk beschrijven we de 7 thema’s en de doelen die per thema stellen. Het realiseren van deze doelen vraagt om acties door en de inzet van verschillende partijen. In het "Implementatieplan Toekomstvisie (psychisch) kwetsbare inwoners 2024-2028” wordt beschreven welke stappen gezet worden, wie daarin de leiding neemt, en welke partijen verder betrokken zijn.
18
▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂
4.1
Ondersteun(en)de samenleving
Inleiding op het thema Door ontwikkelingen zoals ambulantisering en de doorontwikkeling van BW/BT wonen steeds meer (psychisch) kwetsbare inwoners zo zelfstandig mogelijk in de wijk. Dit heeft positieve effecten, maar zorgt ook voor uitdagingen. Contact met de wijk en laagdrempelige voorzieningen in de wijk vervullen een belangrijke rol in preventie en nazorg. Tegelijkertijd legt de ontwikkeling van meer (psychisch) kwetsbare inwoners in de wijk ook druk op de wijk of dorpskern, bijvoorbeeld vanwege overlast of gevoelens van onveiligheid. Om als wijk of dorpskern de (psychisch) kwetsbaarste inwoners goed te ondersteunen is het essentieel dat alle inwoners van een wijk of dorp zich gesteund voelen. We zetten de komende jaren in op meer voorzieningen waar (kwetsbare) inwoners laagdrempelig kunnen binnenlopen. Dit soort voorzieningen zijn op meerdere manieren belangrijk. Inwoners kunnen elkaar hier ontmoeten en ervaringen delen. Ook kunnen laagdrempelige voorzieningen bijdragen aan het in beeld krijgen van kwetsbare inwoners die anders onder de radar blijven. Komende jaren bevorderen we de verbinding tussen inwoners uit de regio, onder andere door stigma’s te verminderen. Stigma’s staan lokale inbedding en goed contact met anderen in de wijk in de weg. Terwijl juist goed onderling contact, elkaar blijven ontmoeten en wederzijds begrip zorgt voor een toenemend veiligheidsgevoel.
Daarnaast zorgen we, in samenwerking met zorgaanbieders en ketenpartijen, dat bewoners uit de wijk en het netwerk van de inwoner (bijv. kinderen of mantelzorgers) ondersteund zijn. Het is voor hen duidelijk waar zij terecht kunnen met hun zorgen en/of vragen. Opgaven Ondanks de successen op dit thema (zie bijlage D) zien we nieuwe of doorlopende uitdagingen op het gebied van de ondersteun(en)de samenleving in onze regio. In het bijzonder: ▪
Tolerantie in de maatschappij neemt af. De tolerantie voor personen die een andere levensstandaard hanteren neemt af; mensen lijken minder te accepteren van buurtbewoners. Deze trend bemoeilijkt de inbedding van (psychisch) kwetsbare inwoners in een wijk.
▪ Regionaal opererende zorgorganisaties hebben niet altijd zicht op lokale voorzieningen. Veel zorgorganisaties werken regionaal. Zij geven aan beperkt zicht te hebben op welke lokale voorzieningen er aanwezig zijn waarop zij kunnen inhaken en niet altijd op buurtniveau voldoende bekend zijn om te kunnen inschatten hoe cliënten daar bejegend worden. ▪ Regionaal is er beperkt zicht op de lokale inzet aan preventie. Hierdoor weten we regionaal beperkt wat werkt en wat niet, en wat nodig is om gebruik van regionale intramurale voorzieningen te voorkomen. Doelen Wij werken toe naar een samenleving waar meer steun is voor de (psychisch) kwetsbare inwoners en hun omgeving. De aankomende jaren stellen we deze doelen: ▪ Laagdrempelig (preventief) aanbod ontwikkelen. Gemeenten ontwikkelen (lokaal) laagdrempelig preventief aanbod, geïnspireerd door regionale best practices. Hier voelen alle inwoners zich welkom om binnen te lopen voor een kop koffie, elkaar te ontmoeten, mee te doen aan herstelgerichte activiteiten of in gesprek te gaan met aanwezige professionals en/of ervaringsdeskundigen over 19
▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂
uiteenlopende onderwerpen zoals zorgen over rondkomen of over hun gezondheid. Deze plekken dragen bij aan het in beeld krijgen van personen die zich “onder de radar” bevinden en bevorderen integratie, preventie en nazorg. ▪ Inzet plegen om draagkracht van de wijk te versterken. Gemeenten, zorgaanbieders en ketenpartners bundelen krachten om buurtrelaties te versterken, wijkdraagkracht te waarborgen en duurzaam wonen te bevorderen. Lokaal maken gemeenten afspraken als woonsituaties onhoudbaar worden en houden oog voor de draagkracht in de wijken. Ook het regionaal toegangsteam en woningcorporaties bespreken dit, zodat succesvolle uitstroom plaatsvindt. Daarnaast zetten gemeenten buurtbemiddeling in, zodat conflicten tussen buren verminderen. Dit bevordert positieve interacties en versterkt sociale cohesie. ▪ Initiatieven die stigma verminderen regionaal uitrollen. Het initiatief ‘Welkome wijk’ was de afgelopen jaren succesvol in Hoorn en Koggenland, maar wordt alleen in Koggenland voortgezet. Het bevordert voorlichting en uitwisseling tussen inwoners, vrijwilligers en professionals in de wijk. We gaan onderzoeken of we regionaal afspraken kunnen maken om stigma’s tegen te gaan, onder andere door programma’s zoals bijvoorbeeld ‘Welkome wijk’ mogelijk regiobreed uit te rollen. ▪ Onderzoek waar ervaringskennis ingezet kan worden.
Er ligt een solide basis voor de inzet van ervaringsdeskundigen en ontwikkeling van zelfregie. Diverse ketenpartners werken al met ervaringsdeskundigen. De komende jaren sturen we hierop door in nieuwe overeenkomsten met zorgaanbieders en welzijnspartijen bepalingen toe te voegen die de inzet van ervaringsdeskundigen bevorderen. Het delen van ervaringen helpt in het leggen van contact met cliënten en het maken van de verbinding tussen inwoner en zorgaanbieder. Gemeenten onderzoeken hoe meer ervaringsdeskundigen ingezet kunnen worden.
20
▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂
4.2
Wonen
Inleiding op het thema Het belang van een stabiele basis voor (psychisch) kwetsbare mensen kan nauwelijks onderschat worden. Daarmee is Wonen een thema dat voor alle inwoners met een (psychische) kwetsbaarheid aandacht vraagt. Tegelijkertijd is het een thema waar grote uitdagingen spelen, onder andere doordat de woningnood hoog is. Eén van de beleidsuitgangspunten bij de inkoop ‘Wonen met Ondersteuning’ vanaf 2025 is ‘wonen eerst’, waaronder wordt verstaan dat cliënten een stabiele woonplek hebben of worden begeleid naar een zo thuis mogelijke oplossing, met indien nodig passende ondersteuning. Daarnaast zijn er de Intentieafspraken wonen en zorg Westfriesland. Met een regionale blik wordt de opgave voor wonen en zorg bekeken. Regionale afspraken worden vervolgens in lokale prestatieafspraken met corporaties opgenomen.
Opgaven Naast successen op dit thema (zie bijlage D) zien we nieuwe of doorlopende uitdagingen op het gebied van wonen in onze regio. In het bijzonder: ▪
De aansluiting tussen vraag en aanbod van woonplekken is nog onvoldoende. Hiervoor is het noodzakelijk om het overzicht van de vraag up-to-date te houden, beter zicht te krijgen op het aanbod en de aansluiting tussen die twee beter te realiseren. Daarbij moet er in het bijzonder aandacht zijn voor de matching van vraag en aanbod voor bijzondere doelgroepen, zoals mensen voor wie het helpend kan zijn om prikkelarm te wonen.
▪ Tekorten op de woningmarkt. De tekorten op de woningmarkt zullen het vinden van betaalbare woonplekken blijvend ingewikkeld maken.
Doelen Wij werken toe naar passende huisvesting voor onze (psychisch) kwetsbare inwoners. Om dit toekomstbeeld concreet te maken hebben wij onszelf voor de aankomende jaren haalbare doelen gesteld. ▪ Er is inzicht in vraag en aanbod. De overzichten van vraag en aanbod van woonplekken gebruiken we om betere aansluiting tussen deze twee te realiseren voor (psychisch) kwetsbare inwoners met een woon én ondersteuningsbehoefte. Ook houden we rekening met de omgeving als er bijvoorbeeld incidenten zijn (geweest). ▪ Onderzoeken en inzetten van alternatieve vormen van huisvesting. We onderzoeken en experimenteren met innovatieve en creatieve oplossingen voor huisvesting. Denk hierbij aan woningdelen, -splitsen en kamerverhuur. Ook onderzoeken we hoe we tegemoet kunnen komen aan de behoefte voor sommige inwoners om prikkelarm te wonen. ▪ Verlagen van het aantal huisuitzettingen. De Westfriese gemeenten hebben afspraken met woningcorporaties en maatschappelijke partners, waaronder het team Vangnet&Advies, om huisuitzettingen zoveel mogelijk te voorkomen. Ook het team schuldhulpverlening speelt hier een belangrijke rol in. Huurachterstanden en andere risicofactoren worden vroeg gesignaleerd en de wijken gebiedsteams gaan hier actief mee aan de slag. Bij (psychisch) kwetsbare inwoners die elke hulp 21
▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂
weigeren wordt assertieve zorg in vrijwillig kader12 ingezet.
▪ Omvang dak- en thuislozen in beeld krijgen. Op dit moment worden in Westfriesland alleen daklozen geteld die zich melden bij de Regionale Toegang Westfriesland. Hierdoor hebben we geen zicht op de mensen die wel dak- of thuisloos zijn maar zich niet melden bij de Regionale Toegang. In 2024 doet Westfriesland mee aan de tweede landelijke ETHOS pilot van het Kansfonds. De resultaten worden verwacht in het najaar van 2024. Naar aanleiding van de resultaten van deze ETHOS-telling worden vervolgacties bepaald.
12
Zie de afkortingen- en begrippenlijst in Bijlage A 22
▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂
4.3
Zorg en ondersteuning
Inleiding op het thema Inwoners in een kwetsbare situatie en hun naasten hebben soms tijdelijke of langdurige ondersteuning nodig om zelfstandig te functioneren. Gemeenten in de regio ondersteunen deze inwoners en hun naasten (zoals kinderen van ouders met psychische klachten of verslavingsproblematiek), in samenwerking met zorgaanbieders en ketenpartijen. Wij als Westfriese gemeenten houden hierbij vast aan onze visie om in te zetten op werken aan herstel en zelfregie. Om ervoor te zorgen dat mensen zo lang mogelijk zelfstandig kunnen blijven wonen, richten we ons op herstel. Zorg en ondersteuning begint met de eigen kracht en het sociaal netwerk van de (psychisch) kwetsbare inwoner. Daarna komt de lokale infrastructuur waarin buurtbewoners elkaar ondersteunen en deelnemen aan lokale activiteiten. Deze lokale infrastructuur is cruciaal voor normalisatie en preventie. Hiermee wordt instroom in regionale voorzieningen zoveel mogelijk voorkomen. Als dat nodig is bieden we eerst collectieve voorzieningen dichtbij huis aan, en alleen als het echt niet anders kan, individuele ondersteuning. We blijven de individuele ondersteuning monitoren zodat deze tijdig afgebouwd kan worden of gecombineerd kan worden met collectieve voorzieningen. Goede afstemming tussen behandeling en begeleiding is daarbij belangrijk.
Door zorg en ondersteuning niet langer te laten duren dan noodzakelijk en tijdig om te zetten in nazorg, dragen we bij aan de normalisering van (psychische) kwetsbaarheden. De piramide in figuur 2 hieronder geeft het zorg- en ondersteuningslandschap in de regio Westfriesland weer. Wanneer voorzieningen in de onderliggende lagen (lokaal) op orde zijn, maakt slechts het meest kwetsbare deel van de doelgroep gebruik van de regionale specialistische voorzieningen. Dit onderstreept het belang van adequate preventie en nazorg voorzieningen op lokaal niveau: wanneer gemeenten zich aan hun lokale preventieverantwoordelijkheid onttrekken heeft dit een (financieel) nadelig effect voor de andere gemeenten en de inwoners zelf.
Figuur 2. Regionale voorzieningen bevinden zich in het topje van de piramide.
23
▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂
Opgaven Voor de komende jaren zien we de volgende opgaven: ▪ Er vallen meer inwoners tussen wal en schip. Complexe problematiek neemt toe; dubbele diagnoses zijn meer regel dan uitzondering.13 Zorgorganisaties hanteren strakke exclusiecriteria voor de problematiek (vaak enkelvoudig) die zij behandelen of begeleiden. Hierdoor is er voor een groeiende groep inwoners geen passende (zorg)voorziening en vallen zij tussen wal en schip. ▪ Kans op zorginfarcten neemt toe. Vanwege arbeidstekorten en vergrijzing is er een grotere kans op zorginfarcten in de regio. Op dit moment zijn er huisartsen die noodgedwongen een patiëntenstop hebben toegepast. Ook het teruglopende mantelzorgpotentieel draagt hier negatief aan bij. ▪ Nieuwkomers hebben een verhoogd risico op (psychische) kwetsbaarheid. Taalverschillen, stigma en cultuurbarrières maken dat voorlichting en/of preventieve activiteiten hen niet of niet tijdig bereiken. Hierdoor komt dit deel van de doelgroep soms pas in beeld wanneer de ernst van de kwetsbare situatie is toegenomen. ▪ Overzicht en sturing op preventie en nazorg verlopen moeilijk. Preventie en nazorg zijn essentieel voor het voorkomen van instroom in de woonzorgvoorzieningen in de regio.
Uit de evaluatie van de vorige Toekomstvisie kwam naar voren dat overzicht en sturing op preventie en nazorg mist omdat dit een lokale verantwoordelijkheid is en er geen structuur is ingericht die tot uitwisseling of afstemming leidt. Dit is voor de komende jaren een belangrijke opgave (zie doelen bij thema 7 Regionale samenwerking). ▪ Welzijn jongeren onder druk en blijvende aandacht voor middelengebruik. Het aandeel jongeren in MO is relatief hoog. Ook zien we veel jongeren in BW die eerder jeugdzorg kregen. Dit komt overeen met het beeld dat het welzijn van jongeren uit de regio onder druk staat. Daarnaast blijft alcoholgebruik onder jongeren een aandachtspunt en zijn er zorgen over de populariteit van vapen14 en de gezondheidsproblemen die dat met zich meebrengt.
Doelen Wij hebben onszelf voor de aankomende jaren de volgende doelen gesteld: ▪ Versterking samenwerking ketenpartners. De schaarste op meerdere domeinen samen met toenemende druk op de zorg- en ondersteuningsvoorzieningen maakt dat we de komende jaren de samenwerking tussen verschillende partijen regionaal en lokaal vergroten en/of verstevigen. ▪ Visie op inrichting lokale wijk- en gebiedsteams en versterken van hun rol. Alle zeven gemeenten ontwikkelen een visie op de inrichting van de lokale wijk- en gebiedsteams. We stimuleren dat gemeenten in deze visie de ontwikkeling meenemen dat de rol van wijkteams versterkt wordt, in ieder geval inzake OGGZ. Dit heeft tot gevolg dat zij vanaf 2025 in staat zijn om, vanuit deze visie, zorg en ondersteuning te leveren aan de OGGZ doelgroep. Dit is ook in lijn met de Hervormingsagenda Jeugd. ▪ Duidelijke afspraken maken over op- en afschalen van zorg. We streven ernaar dat zorg en ondersteuning niet langer dan nodig geboden worden. Hierover maken zorgpartijen en gemeenten
13
Bron: https://www.trimbos.nl/kennis/zorg-en-participatie/behandeling-dubbele-diagnose/feiten-en-cijfers/
14
https://www.ggdhollandsnoorden.nl/actueel/vapen-en-snus-wat-is-het-en-wat-kun-je-als-school-doen-ter-
preventie/ 24
▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂
duidelijke afspraken en krijgen medewerkers scholing. ▪ Gemeenten en zorgaanbieders werken gezinsgericht. Dit betekent dat we: (i) een ondersteuningsplan maken voor zowel kind als ouders, (ii) investeren in ondersteuning van kinderen die ouders met een ondersteuningsvraag hebben (bijvoorbeeld wanneer ouders in een tijdelijke voorziening verblijven en in geval van mantelzorgondersteuning bij gezinnen met GGZ-problematiek (KOPP/KOV etc.)) en (iii) blijven meedoen aan preventieve programma’s zoals Kansrijke Start. ▪ Afspraken 18- naar 18+ evalueren en bijstellen. We zetten ons in voor een soepel doorlopende welzijns- en zorglijn voor 18-/18+, ook op het gebied van daginvulling. Hiermee hopen we onder andere te voorkomen dat jongeren in de MO en BW belanden. ▪ Monitoren veranderingen in de doelgroep. Iedereen dient passende zorg en/of ondersteuning te krijgen. Er zijn signalen dat de doelgroep met een woon- en ondersteuningsbehoefte verandert, waardoor niet voor elke client passende ondersteuning te vinden is. De komende jaren monitoren we deze veranderingen in de doelgroep om daar tijdig op te kunnen bijsturen.
25
▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂▂
4.4
Veiligheid
Inleiding op het thema Aankomende jaren hebben we oog voor de verschillende aspecten van veiligheid. De veiligheid van de (psychisch) kwetsbare inwoner aan de ene kant en de veiligheid van de omgeving aan de andere kant. Dit omvat niet alleen de veiligheid van de (psychisch) kwetsbare inwoner zelf en dat van de directe omgeving, zoals buren, de buurt en de wijk. Het omvat ook de veiligheid van zorgverleners en andere medewerkers, en de familie en naasten van de (psychisch) kwetsbare inwoner. We houden er rekening mee dat verschillende perspectieven een andere invulling van (on)veiligheid met zich meebrengen: voor de één kan een situatie onveilig overkomen en reden geven om regie over te nemen en daarmee veiligheid tot stand te brengen, terwijl dat niet altijd het geval is volgens gehanteerde beoordelingskaders. In de vorige Toekomstvisie stonden veiligheidsvraagstukken minder centraal. Voor aankomende jaren willen we veiligheid meer aandacht geven, en de verbinding tussen Zorg en Veiligheid verbeteren, zodat de scheiding tussen deze domeinen als minder hard ervaren wordt. We richten ons daarom de komende jaren op het ontwikkelen van een gemeenschappelijke taal en perspectief. Daarnaast gaan we ons richten op het doen wat nodig is om in ingewikkelde situaties goed samen te werken ten behoeve van ieders veiligheid.