Technische vragen Omgevingsvisie CDA DRL Beantwoording
Tekst van het document
Technische vragen aan burgemeester en wethouders Fractie
CDA
Opsteller
Jan Klein Swormink
RTG/raad
RTG 12 januari
Onderwerp
Omgevingsvisie
Geagendeerd
Ja
Agendapunt
1
Datum aanvraag
13 januari
Inleiding: De RTG duurde lang, er waren veel insprekers, daarom is verzocht resterende vragen schriftelijk te stellen. Bij deze. Licht hier uw vraag toe of leg uit waarom u deze vraag stelt.
Vragen: 1. Over het budget, kosten t/m nu 1,4 miljoen, vergoeding vanuit het Rijk 0,635 miljoen. Was dat voorzien? Gaat het afmaken van implementatie omgevingsvisie nog lukken met het bedrag nog in reserve? 2. Deze zin lijkt niet te kloppen: Blz 6 "Bouwen binnen het bestaande bebouwde gebied gaat voor uitbreiding tenzij het om waardevolle groengebieden gaat." Zoals ik het lees betekent dat dat er we in eerste plaats in waardevolle groengebieden gaan bouwen 3. P. 7. Hulp bij oplossen van... Soc. Cult. Centrum in Hoogkarspel. Staat op papier. Maar welke acties onderneemt u hierin? Is hier al een termijn voor te geven 4. P. 35. Verdere uitbreiding woningbouw Venhuizen afhankelijk van uitbreidingsmogelijkheid bouwen in Hoogkarspel. Welke afhankelijk, welke criteria gelden hier dan voor? 5. P. 35. Wordt daling grondwaterstand? Enige uitleg zou goed zijn, waarom, hoe, consequenties 6. (mij) lijkt doorfietsroutes een sympathiek idee, maar ik heb onvoldoende zicht op welke negatieve consequenties hieraan kunnen zitten. Hoe wordt dat uitgewerkt. Het gaat mij niet om Kosten van inrichten, want ik snap uiteraard dat er Kosten aan het aanleggen zitten. Het gaat mij meer om consequenties voor ander weggebruikers bijv. Antwoorden 1. Vanaf 2017 is op basis van de toen beschikbare informatie meerdere malen budget aangevraagd en toegekend voor de uitvoering van de Omgevingswet.
Door de herhaalde landelijke uitstelbesluiten liepen de voorbereidingskosten door en was aanvullende financiering noodzakelijk. In die zin is niet eenduidig te zeggen of de huidige kostenontwikkeling destijds volledig voorzienbaar was. Met de kennis van nu is het beschikbare budget toereikend. Of de resterende middelen voldoende zijn voor de afronding van de implementatie van de omgevingsvisie is op dit moment niet met zekerheid te bepalen. De omgevingsvisie maakt onderdeel uit van het totale
implementatiebudget voor de Omgevingswet, en de nog te maken kosten voor het geheel zijn nu niet exact in te schatten.
2. De bedoeling van de zin is dat bouwen binnen het bestaand bebouwd gebied voorrang heeft. Pas wanneer daar onvoldoende mogelijkheden zijn, wordt gekeken naar uitbreiding daarbuiten. Waardevolle groengebieden zijn daarbij nadrukkelijk geen voorkeurslocatie voor bebouwing. De zin is inhoudelijk correct bedoeld, maar we begrijpen uit de vraagstelling dat er twijfel is over de juiste eenduidige formulering. Het is aan de raad om te bepalen of zij deze verduidelijking expliciet in de tekst wil vastleggen. Mocht de raad de voorkeur geven aan een scherpere formulering, dan ligt het voor de hand dit via een amendement te doen. 3. De omgevingsvisie benoemt het tekort aan ontmoetingsplekken als aandachtspunt, maar werkt dit bewust nog niet uit tot concrete maatregelen. Dit vraagt om verdere uitwerking in (gebiedsgerichte) programma’s gekoppeld aan de omgevingsvisie, beleid, omgevingsplannen en afstemming met betrokken partijen. Op dit moment is daarom geen termijn te geven voor eventuele acties of besluitvorming. 4. In lijn met het huidige bestuursakkoord geeft de gemeente prioriteit aan de ontwikkeling van de woningbouwplannen die bij het sluiten van dit akkoord reeds in beeld waren. Na het opstellen van de omgevingsvisie en het gebiedsgerichte programma voor Hoogkarspel Zuid kan de noodzakelijkheid van een nieuwe uitbreidingslocatie in Venhuizen worden overwogen.
De eventuele facilitering van woningbouwinitiatieven wordt integraal afgewogen op basis van bijvoorbeeld wet- en regelgeving, beleid, visie, opgaven, ambities, ruimtelijke kwaliteit en inpasbaarheid. 5. De risico’s op droogte en dalende grondwaterstanden zijn geen lokaal verschijnsel, maar onderdeel van een landelijke trend als gevolg van klimaatverandering. Ook in Drechterland zien we deze ontwikkelingen terug. Dit kan leiden tot effecten zoals bodemdaling, verminderde beschikbaarheid van water voor landbouw en natuur, en een grotere druk op het watersysteem en de kwaliteit van het watersysteem. De opgave is droogte/daling zoveel mogelijk te beperken zodat dit kan bijdrage aan verkoeling van de leefomgeving en de beschikbaarheid van voldoende water voor de landbouw. 6. De doorfietsroute bevindt zich op dit moment in de verkennende fase. In de verdere uitwerking worden mogelijke effecten voor andere weggebruikers – zoals automobilisten, landbouwverkeer en voetgangers – expliciet meegenomen. Denk daarbij aan aspecten als verkeersveiligheid, doorstroming, kruispuntinrichting en eventuele aanpassingen in de openbare ruimte. Deze effecten worden samen met de regio en de provincie onderzocht voordat keuzes worden gemaakt. Op dit moment zijn die consequenties nog niet volledig in beeld; dat gebeurt in de volgende projectfase.
⃰ Dit vragenformulier z.s.m. toezenden aan griffie@drechterland.nl