CConstaterende datDrechterland
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsvoorstel zienswijzen kadernota's 2026 gr'en DRL (2025-05) - aangepast

Gemeenteraad 24 februari 2025, gemeente DrechterlandBij agendapunt: Zienswijze kadernota’s 2026 GR-en (2025-05)8.335 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Voorstel aan de gemeenteraad Onderwerp: Zaaknummer:

Zienswijze kadernota 2026 gr'en 512208

RTG: Raadsvoorstel:

10 februari 2025 24 februari 2025 Nr. 2025-05

Portefeuillehouder: Allen Alle Programma: Karakter: Bijlagen:

Besluitvormend 1. Veiligheidsregio NHN; 1.1 Aanbiedingsbrief bij kadernota 2026 1.2 Kadernota VRNHN 2026 1.3 Bezuinigingsscenario's VRNHN 2026 1.4 Tabellen bezuinigingsscenario VRNHN 2026 2. Recreatieschap Westfriesland; 2.1 Aanbiedingsbrief Kadernota RSW 2026 2.2 Kadernota RSW 2026 2.3 AB voorstel bezuinigingen 2026 3. Westfries Archief; 3.1 Aanbiedingsbrief kadernota WFA 2026 3.2 Kadernota WFA 2026 3.3 Gevraagd besluit scenario’s bezuinigingen 2026 WFA 4. GGD Hollands Noorden; 4.1 Aanbiedingsbrief kadernota GGD HN 2026 4.2 Kadernota GGD HN 2026 5. SSC DeSom; 5.1 Kaderbrief SSC DeSom 2026 6. Omgevingsdienst Noord-Holland Noord; 6.1 Kadernota ODNHN 2026 7. WerkSaam Westfriesland; 7.1 Kadernota WerkSaam Westfriesland 2026 8. Afvalbedrijf Westfriesland; 8.1 Kadernota ABWF 2026; 9. SED organisatie. 9.1 Kaderbrief SED Organisatie 2026;

Voorgesteld besluit: 1. Met betrekking tot de Veiligheidsregio NHN; A. Een positieve zienswijze af te geven over de kadernota 2026. B. Een positieve zienswijze af te geven op het bezuinigingsvoorstel tot 4%. 2. Met betrekking tot het Recreatieschap Westfriesland; A. Een positieve zienswijze af te geven op de kadernota 2026 3. Met betrekking tot het Westfries Archief; A. Een positieve zienswijze af te geven op de kadernota 2026 B. In te stemmen met het bezuinigingsvoorstel van 5% zijnde 3% bezuiniging op salariskosten en 2% op energiekosten. 4. Met betrekking tot GGD Hollands Noorden; A. Een positieve zienswijze af te geven ten aanzien op de Kadernota 2026, maar hier wel een aantal voorwaarden aan te verbinden, te weten: a. Dat ongeacht het voorgestelde scenario, de bezuinigingsmaatregelen conform de opdracht wordt aangevuld tot de daadwerkelijke 3% en 5% en deze te realiseren met maatregelen die momenteel niet in de voorgestelde bezuinigingsscenario’s benoemd worden, maar bijvoorbeeld personeel – en ICT kosten;

1

b. De verwijzingen naar bezuinigingen t.a.v. de OGGZ en maatregel 13 t.a.v. Veilig Thuis uit de bezuinigingsscenario’s te halen en deze in het scenario van 5% aan te vullen met maatregelen die momenteel niet in de voorgestelde bezuinigingsscenario’s benoemd worden. B. De voorkeur uit te spreken voor het bezuinigingsscenario van 5% op de gemeentelijke bijdrage 2026, mits aan bovenstaande voorwaarden wordt voldaan. C. De GGD Hollands Noorden de opdracht te geven in de concept begroting 2026 de bezuinigingsscenario’s 3% en 5% uit te werken. 5. Met betrekking tot SSC DeSom; A. Een positieve zienswijze af te geven op de kadernota 2026 6. Met betrekking tot de Omgevingsdienst Noord-Holland Noord; A. De Omgevingsdienst Noord-Holland Noord opdracht te geven om alsnog uiterlijk via de begroting 2026 een meerjarige bezuiniging/ombuiging in te rekenen van 3 en 5% en de gevolgen daarvan te beschrijven in de begroting 2026. B. Een negatieve zienswijze af te geven op de p.m.-post IBP-VTH en het dagelijks bestuur van de Omgevingsdienst Noord-Holland Noord te verzoeken de benodigde middelen binnen de eigen begroting te zoeken dan wel besparingsmogelijkheden uit het efficiencyonderzoek hiervoor te gebruiken, bij het Rijk erop aan te dringen om de bijdrage structureel te verhogen en de raad bij de begroting 2026 hierover te informeren; C.

Een negatieve zienswijze af te geven op de posten bedrijfsvoering en de gemeentelijke basis- en plustaken en verzoekt de begrootte kosten beter af te wegen (0-lijn) en te onderbouwen en de raad bij de begroting 2026 hierover te informeren. 7. Met betrekking tot WerkSaam Westfriesland; A. Een positieve zienswijze te geven op de Kadernota 2026 van WerkSaam Westfriesland. B. Te kiezen voor het bezuinigingsscenario van 7%. C. De hoogte van het over te hevelen Participatiebudget vast te stellen op 90%. Het couleur locale van het budget van 10% niet over te dragen aan WerkSaam. 8. Met betrekking tot het Afvalbedrijf Westfriesland: A. Een positieve zienswijze af te geven op de kadernota 2026 B. In te stemmen met het bezuinigingsvoorstel om geen indexatie door te voeren. 9. Met betrekking tot de SED organisatie: A. Een positieve zienswijze af te geven bij de Kaderbrief 2026

Inleiding De besturen van de diverse Gemeenschappelijke Regelingen (GR’en) waarbij onze gemeente is aangesloten, hebben onlangs hun kadernota’s naar ons toegezonden. Op grond van het bepaalde in de diverse gemeenschappelijke regelingen, wordt u als gemeenteraad in de gelegenheid gesteld om uw zienswijze naar voren te brengen over deze stukken. In dit voorstel bundelen wij de kadernota’s van de volgende GR’en: 1. Veiligheidsregio NHN; 2. Recreatieschap Westfriesland; 3. Westfries Archief; 4. GGD Hollands Noorden; 5. SSC DeSom; 6. Omgevingsdienst Noord-Holland Noord; 7. WerkSaam Westfriesland; 8. Afvalbedrijf Westfriesland; 9. SED organisatie. Van de Gemeenschappelijke Regeling ‘Ondersteuning Bestuurlijke Samenwerking Westfriesland’ en de Gemeenschappelijke Regeling ‘Archeologie Westfriese gemeenten’, waaraan ook door onze gemeente wordt deelgenomen, worden geen kadernota’s ontvangen. Dit vanwege het feit dat de kosten van deze GR’en deel uitmaken van de begroting van de gemeente Hoorn, als gemeente waarvan diensten van worden afgenomen.

2

Bezuinigingen in verband met ravijnjaren De Regietafel is door de Kring van secretarissen gevraagd om een coördinerende rol te overwegen vanwege de verwachte gemeentelijke begrotingstekorten vanaf 2026. Hoewel de Regietafel eerder terughoudend was in het nemen van dergelijke rollen, heeft zij besloten in dit geval proactief op te treden, omdat het om een gezamenlijk bezuinigingsvraagstuk gaat dat alle gemeenten en gemeenschappelijke regelingen raakt. De Regietafel heeft in een brief aan alle gemeenschappelijke regelingen onderstaand voorstel gedaan: • Alle gemeenschappelijke regelingen ontwerpen twee scenario’s, uitgaande van een structurele bezuiniging van 3 en 5 % op de gemeentelijke bijdrage 2026. • Hierbij kan gebruik worden gemaakt van een vierdeling zoals gebruikt bij VR en GGD. In dit voorstel is bij iedere gemeenschappelijke regeling aangegeven op welke wijze invulling wordt gegeven aan bovenstaand voorstel. De brief van de Regietafel is als bijlage toegevoegd. Beoogd effect Met deze procedure wordt u in de gelegenheid gesteld uw zienswijze naar voren te brengen op de (financiële) kaders van de GR’en waaraan onze gemeente deelneemt. Beleidsvrijheid / -ruimte (wettelijk kader) Op 26 maart 2019 heeft uw raad de Financiële Uitgangspunten Gemeenschappelijke regelingen 2019 vastgesteld.

Op grond van voornoemde regeling worden de diverse kadenota’s naar de deelnemende gemeenteraden verzonden om hun zienswijze naar voren te brengen. In artikel 4 van desbetreffende regeling wordt bepaald: De gemeenteraden en Provinciale Staten geven uiterlijk 1 maart hun zienswijze over de kadernota aan het algemeen bestuur van de gemeenschappelijke regeling. Over de inhoud van en de wijze van behandeling van de kadernota’s zijn voorstellen gedaan door de Regietafel Noord-Holland Noord. Deze regietafel bestaat uit een afvaardiging van burgemeesters, gemeentesecretarissen en griffiers uit de regio en de directeuren van de drie grootste Gemeenschappelijke Regelingen.

1. Veiligheidsregio NHN De Veiligheidsregio Noord-Holland Noord heeft als hoofdtaak om schade en schande te voorkomen en te beperken in crisisbeheersing en hulpverlening. De Veiligheidsregio Noord-Holland Noord bestaat uit de onderdelen: crisisbeheersing, brandweer(inclusief risicobeheersing en Veilig Leven), GHOR, ambulancezorg, Zorg- en Veiligheidshuis, meldkamer en bedrijfsvoering. Het dagelijks bestuur (DB) van de Veiligheidsregio Noord-Holland Noord heeft op 13 december 2024 de kadernota Veiligheidsregio Noord-Holland Noord aangeboden voor zienswijze van de raad. De Kadernota wordt in de vergadering van het algemeen bestuur van 14 maart 2025 vastgesteld, de zienswijzen van alle gemeenten worden daarbij betrokken. In de kadernota zijn op hoofdlijnen de inhoudelijke ontwikkelingen, prioriteiten, financiële uitgangspunten en risico’s voor het begrotingsjaar 2026 van Veiligheidsregio Noord-Holland Noord (VRNHN) beschreven. Deze zijn gebaseerd op het in 2024 vastgestelde Beleidsplan VRNHN 2024-2027 en het Meerjarenontwikkelplan Brandweer 2024-2027. De kadernota vormt na vaststelling de basis voor de begroting. In 2024 is door de VRNHN een meerjarenbeleidsplan(MJOP) vastgesteld, waarin de ambities tot en met 2027 zijn verwoord. Dit meerjarenbeleidsplan ziet toe op collectieve opgaven en op specifieke uitdagingen voor de VRNHN.

Ontwikkelingen Echter zijn er inmiddels nieuwe financiële ontwikkelingen ontstaan en is de steeds krappere financiële ruimte die gemeenten ervaren uitgemond in een opdracht aan de VRNHN om bezuinigingsscenario’s uit te werken (zie bijlage). Daarbij komt ook dat de rijksoverheid plannen heeft om te korten op de brede doeluitkering rijk (BDUR). Hierbij wordt gesproken over een mogelijke korting van 10%, hetgeen een extra bezuiniging van ongeveer 1 miljoen extra voor de VRNHN zou betekenen. Al deze bezuinigingen zullen effect hebben op het realiseren van de doelstellingen uit het meerjarenbeleidsplan en zet de VRNHN voor grote uitdagingen.

3

Bezuiningsvoorstellen De VRNHN is de afgelopen jaren uitgegroeid tot een krachtige en wendbare organisatie die klaarstaat voor elke crisis. Tijdens crises als Corona en de grote toename van de instroom van asielzoekers en Oekraïners hebben veiligheidsregio’s keer op keer een essentiële rol gespeeld en hun nut bewezen. De rol van de VRNHN wordt steeds belangrijker nu de complexiteit van crisissen toeneemt en de geopolitieke spanningen verder oplopen. Deze ontwikkelingen eisen extra alertheid en voorbereiding van de veiligheidsregio om de samenleving te beschermen tegen leed en schade en om de maatschappelijke weerbaarheid te versterken. Bezuinigen op de VRNHN staat hiermee op gespannen voet. Daarnaast wringen al te vergaande bezuinigingen met het onlangs vastgestelde meerjarenbeleidsplan 20242027 en staan deze in contrast met de recente, breed gesteunde beslissing van het algemeen bestuur om structurele middelen beschikbaar te stellen ter versterking van de brandweer. Deze middelen zijn bedoeld om paraatheidsproblemen, vakbekwaamheidsuitdagingen en de moderniseringsbehoefte aan te pakken. Met het beëindigen van taken gaan kennis en kunde verloren, die niet zomaar opnieuw zijn opgebouwd. Te denken valt bijvoorbeeld aan de niet-wettelijke taken als duiken, (brand)veilig leven, brandonderzoek en het stopzetten van onze jeugdbrandweer.

Ten slotte gaan de beschreven bezuinigingen gepaard met zowel frictie- als desintegratiekosten. Hoewel dit om incidentele middelen gaat, betreft het een aanzienlijk bedrag in het jaar 2026 (met mogelijke uitloop naar 2027) voor ontslagkosten voor medewerkers en afschrijvingskosten van materieel. De VRNHN hoopt in de loop van 2025 meer duidelijkheid te krijgen in de gevolgeffecten van deze bezuinigingsvoorstellen. Financiën Kadernota Het totaalbedrag gemeentelijke bijdrage 2026 (inclusief loon- prijsindexatie) conform primaire begroting is € 59.767.259. De bijdrage voor de gemeente Drechterland wordt berekend o.b.v. de huidige verdeelsleutel (2.67%) en bedraagt € 1.598.250 De definitieve financiële verdeelsleutel 2026 wordt medio februari 2025 bekend. Totale gemeentelijke bijdrage In de begroting Drechterland 2026 is een raming van €1.541.574 opgenomen voor de GR-taken van de VRNHN. In de Kadernota 2026 VRNHN wordt voor 2026 een bedrag van €1.598.250. gevraagd. De financiële gevolgen worden mee genomen in de Kadernota 2026 Drechterland en de meerjarenraming 2027 t/m 2030.

Meerjarenontwikkelplan Kadernota Totaal raming Raming Bijstelling 2024-2027 2026 VRNHN Drechterland (ex. indexatie) VRNHN 1.598.250 2026 37.589 1.560.662 1.541.574 56.676 Bijdrage 2026 Bijdrage 2025

€1.598.250 €1.449.986

Voorstel • Een positieve zienswijze af te geven over de kadernota 2026. • Een positieve zienswijze af te geven op het bezuinigingsvoorstel tot 4%.

2. Recreatieschap Westfriesland Het Recreatieschap Westfriesland heeft als taak de behartiging van de belangen van de recreatie en het landschap in de regio. Het voert deze taak uit door onder meer: • Het ontwikkelen, vaststellen en uitvoeren van het recreatieve beleid, met name van het Natuur- en Recreatieplan (NRP) Westfriesland en daaropvolgende plannen. • Het beheren van de bestaande recreatieterreinen en voorzieningen.

4

Het NRP is op dit moment het staande beleid. Dit plan wordt in 2025 vervangen door een nieuwe Recreatievisie. Hiermee geeft het Recreatieschap samen met de gemeenten richting aan hoe er voor nu én voor de toekomst voldoende natuur en recreatie is voor de bewoners van en bezoekers aan de regio. Eerste stap is in 2024 gezet door het vaststellen van het ambitieniveau: de recreatieve voorzieningen uitbreiden met accent op verbindingen. Financiën In de Kadernota 2026 staan de hoofdpunten van beleid en de financiële kaders voor 2026 e.v. Voor de begroting 2025 worden de uitgangspunten gehanteerd zoals wettelijk wordt voorgeschreven en regionaal zijn afgesproken. De kadernota en het financieel meerjarig perspectief is sluitend. Op basis van de indexering is de bijdrage per inwoner voor 2026 met 7,44% verhoogd van € 7,07 naar € 7,60. Voor de begroting 2026 wordt het inwonersaantal per 1 januari 2025 gebruikt om de totale bijdrage per gemeente te bepalen. Omdat dit aantal bij het opstellen van de Kadernota 2026 nog niet bekend is, wordt gerekend met de inwonersaantallen per 1 augustus 2024. Bijdrage 2025 € 144.977 Bijdrage 2026 € 155.785 Het Recreatieschap streeft naar een post onvoorzien van € 25.000. Echter, om de Kadernota 2026 structureel sluitend te maken is deze in 2027 verlaagd naar € 7.000 en in 2028 en 2029 bijgesteld naar respectievelijk € 12.000 en € 18.000.

Bezuinigingen Het Recreatieschap heeft een verkenning (zie bijlage 2.3) uitgevoerd op basis van de 3% en 5% bezuiniging scenario. Er is gekeken naar de financiële en maatschappelijke gevolgen. De conclusie is dat bezuinigen direct ten koste gaan van de (kern)taken. Indien er toch bezuinigd wordt, moeten er taken, terreinen of voorzieningen geschrapt worden. Dit heeft een direct gevolg voor het aanbod, het beheer en de kwaliteit van de recreatieterreinen en voorzieningen. Bezuinigen beïnvloeden de aantrekkelijkheid van Drechterland en Westfriesland als woon- en werkregio. Het voorstel is, behoudens een bijstelling van de post onvoorzien vanaf 2027, geen bezuinigingsmaatregelen door te voeren in de Kadernota 2026. Voorstel Een positieve zienswijze af te geven op de kadernota 2026 van het Recreatieschap Westfriesland.

3. Westfries Archief Het Westfries Archief (WFA) werkt met de gemeenten Drechterland, Enkhuizen, Hoorn, Koggenland, Medemblik, Opmeer en Stede Broec samen om informatie over het heden en verleden voor nu en latere generaties betrouwbaar en toegankelijk te houden. Ontwikkelingen Het Westfries Archief geeft in 2026 uitvoering aan het Beleidsplan 2024-2027. Daar vallen projecten onder die gedekt worden uit de begroting. In de huidige Kadernota worden geen ontwikkelingen genoemd die invloed hebben op de gemeentelijke bijdrage. Financiën De bijdrage wordt verhoogd door • Loonindexatie van 7,2% zoals vastgesteld door de regietafel • Extra bijdrage per besluit Algemeen Bestuur (AB) € 56.583,• Extra bijdrage in kosten personeelsbeleid per AB besluit € 91.767,De gemeentelijke bijdrage is: 2025: € 212.591 2026: € 233.641 Bezuinigingsvoorstellen De gemeenschappelijke regelingen hebben een opdracht gekregen om bezuinigingsscenario’s op te stellen voor 3% en 5% op de gemeentelijke bijdrage.

5

Hiervoor heeft de regeling drie opties voor bezuinigingen gegeven die op zichzelf of gecombineerd tot een bezuiniging komen. Deze opties zijn: • 1% Op Digitale Archivering: dit is echter een kerntaak waarbij het risico hoog is als daarvoor gekozen wordt. • 2% op de Energiekosten van de depotruimten. Dit is een bedrijfsvoeringstaak en heeft een laag risico bij uitvoering. • 3% op de Salariskosten: Dit is uitvoering van het Beleidsplan 2024-2027 en heeft een risicoklasse midden. Het Westfries Archief geeft aan dat de 1% bezuiniging afvalt waardoor een keuze te maken is voor: - 3% op salariskosten - 5% als optelsom van de 2% voor energiekosten en 3% voor salariskosten. De 3% bezuiniging op het personeelsbeleid heeft directe gevolgen voor de dienstverlening aan de gemeenten en inwoners. Anderzijds geeft het Westfries Archief aan dat het risico gemiddeld is. De 5% bezuiniging heeft naast de salariskosten ook een 2% bezuiniging op de energiekosten van de depots in zich. Deze bezuiniging kan gehaald worden omdat hier methoden worden gebruikt die zich bij andere archiefdiensten al bewezen hebben. Deze bezuiniging heeft een laag risico in de uitvoering van de taken van het WFA. Voor de gemeente is een bezuiniging van 5% het beste scenario gezien de eigen financiële situatie in 2026.

Voorstel: • Een positieve zienswijze af te geven op de Kadernota • In te stemmen met een bezuiniging van 5% berekend door 3% bezuiniging op het salariskosten + 2% op energiekosten.

4. GGD Hollands Noorden De Gemeenschappelijke regeling GGD Hollands Noorden voert bepaalde wettelijke taken uit voor de deelnemende gemeenten. Dit zijn taken die aan gemeenten worden opgedragen vanuit de Wet publieke gezondheid, de Wmo en de Wet op de lijkbezorging. Daarnaast voert de GGD, op verzoek, diensten uit voor één of meer gemeenten in het kader van de Wet op Kinderopvang, de Jeugdwet, de Wmo, de Wvggz en de Omgevingswet. Tevens worden er aanvullende diensten uitgevoerd. Het dagelijks bestuur (DB) van de GGD HN heeft op 13 december 2024 de kadernota GGD Hollands Noorden 2026 aangeboden voor zienswijze van de raad. Met het afgeven van een zienswijze kan de raad invloed uitoefenen op het inhoudelijke en financiële beleid van de gemeenschappelijke regeling. Deze kadernota 2026 is gebaseerd op de ingezette lijn uit de voorgaande Kadernota’s en de begroting 2025 waarop gemeenteraden hun zienswijze hebben ingediend. De Kadernota wordt in de vergadering van het algemeen bestuur van 12 maart 2025 vastgesteld, de zienswijzen van alle gemeenten worden daarbij betrokken. Ontwikkelingen In 2026 blijft de GGD zich inzetten om de GGD te positioneren als regionale kennis- en adviespartner. Daarnaast werkt de GGD domein overstijgend samen (met onder andere ketenpartners in het sociaal domein, onderwijs, het regionale zorgnetwerk AMR, GGD’en en Veiligheidsregio).

Ook sluit de GGD aan bij landelijke ontwikkelingen, zoals het versterken van de publieke gezondheid en de digitale ontwikkelingen die in samenwerking met de GGD’en worden opgepakt. De GGD blijft samen met gemeenten en ketenpartners werken aan het vergroten van de kansen op gezondheid. Financiën Voor bovenstaande dienstverlening betaalt de gemeente een basis deelnemersbijdrage. De deelnemersbijdrage GGD Algemeen die in de kadernota 2026 is opgenomen, bedraagt € 27,12 per inwoner. Het tarief van € 24,69 uit de vastgestelde programmabegroting 2025 is verhoogd met € 0,56 in verband met besluitvorming in het algemeen bestuur tot opname van In Control of Alcohol & Drugs in de gemeenschappelijke regeling GGD Hollands Noorden en vervolgens met 7,4% geïndexeerd naar 2026. Het

6

aantal inwoners is gebaseerd op voorlopige aantallen, de facturering van de deelnemersbijdrage GGD algemeen geschiedt op basis van de definitieve aantallen per 1 januari 2025. Indexatie De indexatie voor de deelnemersbijdrage is conform de hoogte die de Regietafel Noord-Holland-Noord in de indexatiebrief kenbaar heeft gemaakt. Voor de begroting 2026 betekent dit dat wordt uitgegaan van 7,2% loonindexatie en 8% prijsindexatie. De verhouding loon-/prijsontwikkeling van de GGD is 74%-26%. Deze percentages worden toegepast bij de doorrekening van de deelnemersbijdragen en de overige opbrengsten in het meerjarenperspectief Algemene reserve en weerstandsvermogen Als gevolg van het Cao-gat, dat is ontstaan in 2023, is de GGD niet in staat om vermogen op te bouwen in 2024 en 2025 en staat de algemene reserve onder grote druk. Bij een negatieve algemene reserve is het, conform het Gemeenschappelijk Financieel Toezichtkader gemeenschappelijke regelingen, aan de deelnemers om het tekort direct aan te vullen, zodat geen negatieve algemene reserve ontstaat. In 2026 is de (geprognosticeerde) algemene reserve dan ook ontoereikend om financiële risico’s op te vangen. Afhankelijk van besluitvorming over de bezuinigingsscenario’s ontstaat er vanaf 2026 een groot financieel risico op frictiekosten door de bezuinigingsopgave van gemeenten en de gemeenschappelijke regeling.

Bijdrage gemeente Drechterland Al bovengenoemde ontwikkelingen in acht nemende, beslaat de bijdrage die gemeente Drechtelrand zal leveren in 2026 zo’n €1.504.000, ten opzichte van €1.367.000 in 2025. Hieronder de bijdrage per taakveld op een rij. De algemene bijdrage bestaat uit de deelnemersbijdrage GGD Algemeen, de deelnemersbijdrage JGZ 0-4, de deelnemersbijdrage JGZ 12-18, de huisvestingsbijdrage JGZ en de bijdrage rijksvaccinatieprogramma. Het totaal aantal inwoners is de afgelopen jaren gestegen. Deze ontwikkeling zorgt voor een verhoging van de deelnemersbijdrage. Door het afnemende aantal kinderen wordt dit effect verminderd. Taakveld

2025 begroting

2026 kadernota

Algemene bijdrage

€ 1.001.000

€ 1.094.000

Wet Kinderopvang

€51.000

€

59.000

Veilig Thuis

€

263.000

€

303.000

Aanvullende diensten

€

46.000

€

42.000

WvGGZ

€

6000

€

6000

Totaal

€ 1.367.000

€ 1.504.000

Bezuinigingsvoorstellen: financiële en maatschappelijke impact Bijna alle gemeenten worden vanaf 2026 geconfronteerd met een lagere bijdrage in het Gemeentefonds. De Regietafel Noord-Holland Noord heeft alle gemeenschappelijke regelingen daarom per brief d.d. 5 juli 2024 bezuinigingsrichtlijnen voorgesteld, waarbij de gemeenschappelijke regelingen twee scenario’s moeten uitwerken voor een structurele bezuiniging van 3 en 5% op de gemeentelijke bijdrage 2026. Op verzoek van de gemeenten in de regio Alkmaar is daar een scenario van 7% aan toegevoegd. De Regietafel verzocht ook daarbij inzichtelijk te maken wat de effecten zijn op het niveau van taken en impact. De scenario’s zijn toegevoegd aan de Kadernota 2026. In de voorgestelde bezuinigingsbedragen is het uitgangspunt opgenomen dat er van het totaal te bezuinigen bedrag 20% bezuinigd wordt op de overheadkosten. Naast de keuze voor de drie scenario's, is er geen keuze gelaten in de specifieke bezuinigingsmaatregelen. Zo zijn er aan het scenario van 3% vijf extra maatregelen toegevoegd om te komen tot het scenario van 5%. Aan het scenario van 5% zijn vervolgens zeven maatregelen toegevoegd waarvan het dagelijks bestuur er slechts één adviseert om tot 7% te komen. Zoals de scenario’s nu voorliggen, is er zodoende geen mogelijkheid tot het wijzigen van de scenario’s of het eventueel aanvullen of verschuiven van maatregelen.

De bedragen die per scenario bezuinigd worden op de bijdrage van de gemeente Drechterland, staan hieronder weergegeven: Scenario’s

Totaalbedrag bezuinigingen 2026

3% bezuiniging

€ 20.000

5% bezuiniging

€ 36.000

7

7% bezuiniging

€ 40.000

Adviezen klankbordgroep financiën De financiële klankbordgroep constateert dat de kadernota inhoudelijk goed is. Ook wordt door hen opgemerkt dat de voorgestelde scenario's niet de beoogde bezuinigingspercentages behalen. De 5% is feitelijk 4,3%. Ook de financiële klankbordgroep adviseert zodoende de GGD HN om dit scenario op te vullen tot de daadwerkelijke 5%. Dit geeft meer sturing aan de voorkant in het proces van zienswijzen en uiteindelijke besluitvorming. Maatschappelijke impact en advies aan de Raad Los van de bezuinigingen bevat de kadernota geen bijzonderheden die het geven van een positieve zienswijze in de weg zou staan. Bij de bezuinigingsscenario’s zijn echter een aantal obstakels waargenomen waarvoor dit wel geldt. Zodoende wordt voorgesteld om aan het geven van een positieve zienswijze een aantal voorwaarden te koppelen waarmee deze obstakels worden weggenomen. De voorwaarden zijn als volgt: 1. Opplussen naar 5% conform afspraak Het voorstel aan de raad is om de beleidsmatige uitgangspunten en het financiële scenario van 5% te ondersteunen. De maatschappelijke impact binnen het 7% scenario zijn te groot en binnen het 3% scenario zijn de financiële belangen te klein. Het scenario van 5% voldoet momenteel niet aan de opdracht, doordat het in de praktijk niet verder komt dan een bezuiniging van 4,3%.

Om deze reden wordt de raad verzocht om aan een positieve zienswijze de voorwaarde te koppelen dat dit scenario wordt aangevuld om wel tot de gevraagde 5% te komen. 2. Bezuinigingen rondom OGGZ, Veilig Thuis, JGZ en de Kinderopvang In de bezuinigingsscenario's voor 3%, 5% en 7% zijn een drietal maatregelen (maatregel 4, maatregel 5 en maatregel 6) opgenomen met betrekking tot de taken die de GGD doet op de OGGZ taken (team Vangnet & Advies). Deze drie maatregelen horen geen deel uit te maken van de bezuinigingsscenario's, omdat de taken die de GGD doet op de OGGZ niet onder de GR van de GGD vallen. Op de subsidie vanuit de regionale middelen voor de taken op de OGGZ wordt op dit moment niet bezuinigd. Er wordt zodoende voorgesteld om dit uit het voorgestelde bezuinigingsscenario van 5% te halen en dit gat aan te vullen met maatregelen die nu nog niet in de bezuinigingsscenario’s zijn verwerkt. Veilig Thuis voert wettelijk taken voor de gemeenten uit op het gebied van veiligheid. Bezuinigingen zijn voornamelijk mogelijk op de taken die geen verplichting zijn zoals maatregel 2, 13, 17, 18, en 19. Bij een paar van deze maatregelen valt zeker gedeeltelijk te bezuinigen; bijvoorbeeld symposium bij maatregel 2 (maar niet voorlichting) en stageplekken bij maatregel 17.

Maar wenselijk zijn de bezuinigingen op maatregel 13, 18 en 19 niet gezien het belang van ontwikkeling en beschikbaarheid van Veilig Thuis. Er wordt zodoende voorgesteld om maatregel 13 uit het voorgestelde bezuinigingsscenario van 5% te halen en dit gat aan te vullen met maatregelen die nu nog niet in de bezuinigingsscenario’s zijn verwerkt. Kijkend vanuit de Hervormingsagenda en het Toekomstscenario, waarin zowel inzet op meer preventie als inzet op versterken lokale teams (op veiligheid) de doorontwikkeling is, is het vervroegd inzetten van maatregel 14 ‘Verminderen inzet VT door versterken wijkteams’ een mogelijke optie. Samen met Veilig Thuis kan in de komende jaren actief ingezet worden op versterken lokale teams aan zowel de voorkant (preventie) als de onveiligheid kant. Dit betekent dat het budget in de komende jaren afgebouwd kan worden. Voorwaarde is wel dat het estafettemodel verdwijnt en dat samenwerking met Veilig Thuis in een vroeg stadium plaatsvindt. Risico is dat het budget voor de lokale teams verhoogd moet worden. In de bezuinigingsscenario’s voor 3%, 5% en 7% is maatregel 1, stoppen met laagdrempelig en vrij toegankelijk opvoedspreekuur opgenomen vanuit de JGZ aanvullende diensten. Deze maatregel alleen beslaat een relatief groot gedeelte van het totaal bezuinigde bedrag in Drechterland, namelijk €13.000.

Naast de maatschappelijke impact en risico’s voor de gemeente benoemd in de kadernota, bestaat er dus ook het risico dat deze maatregel zal leiden tot een grotere vraag naar andere aanvullende diensten, zoals opvoedcursussen of extra contacten, om toch in deze maatschappelijke behoefte te voorzien. In de kadernota wordt maatregel 15, 10% minder inspecties kinderopvang genoemd. Zoals ook al bij het maatschappelijk effect staat beschreven, voldoet de gemeente dan niet meer aan de wettelijke verplichting. Dit weegt niet op tegen de besparing van €4.000 en is daarom onwenselijk. In de kadernota wordt maatregel 16 Stoppen met toeleiding voor- en vroegschoolse voorzieningen genoemd, maar dit is zeer onwenselijk. De

8

GGD is de belangrijkste vindplaats voor kinderen met een (taal)achterstand en de meest geschikte partner om deze kinderen toe te leiden naar een voorschoolse voorziening. Daarnaast wordt de subsidie betaald uit het onderwijsachterstanden budget (een SPUK), waardoor er geen vrij-besteedbare middelen vrij komen als hierop wordt bespaard. Het 7% scenario en de aanvullende maatregel 16 worden om deze redenen niet aangeraden. Voorstel 1. Een positieve zienswijze af te geven ten aanzien op de Kadernota 2026, maar hier wel een aantal voorwaarden aan te verbinden, te weten: a. Dat ongeacht het voorgestelde scenario, de bezuinigingsmaatregelen conform de opdracht wordt aangevuld tot de daadwerkelijke 3% en 5% en dit te doen met maatregelen die momenteel niet in de voorgestelde bezuinigingsscenario’s benoemd worden, maar bijvoorbeeld personeel – en ICT kosten; b. De verwijzingen naar bezuinigingen t.a.v. de OGGZ en maatregel 13 t.a.v. Veilig Thuis uit de bezuinigingsscenario’s te halen en deze in het scenario van 5% aan te vullen met maatregelen die momenteel niet in de voorgestelde bezuinigingsscenario’s benoemd worden. 2. De voorkeur uit te spreken voor het bezuinigingsscenario van 5% op de gemeentelijke bijdrage 2026, mits aan bovenstaande voorwaarden wordt voldaan. 3.

De GGD Hollands Noorden de opdracht te geven in de concept begroting 2026 de bezuinigingsscenario’s 3% en 5% uit te werken. 5. SSC DeSom Doelstelling van het Shared Service Center DeSom is om de deelnemers en afnemer WerkSaam Westfriesland een hoogwaardige, gestandaardiseerde, robuuste ICT dienstverlening te bieden. Deze dienstverlening sluit aan op de groeiende behoeften van organisaties om te digitaliseren, informatiseren en automatiseren. De dienstverlening van SSC DeSom bestaat uit gezamenlijke, gestandaardiseerde basisdienstverlening gericht op een gegarandeerd veilige digitale werkplek en flexibele diensten voor applicatiehosting en ander maatwerk. Ontwikkelingen: De kaderbrief van SSC DeSom schetst de uitgangspunten voor de Begroting 2026, gebaseerd op de bijgestelde Begroting 2025 en het Transitieplan DeSom 2.0. De vernieuwde dienstverlening vanaf 2026 is gericht op betere aansluiting bij de behoeften van deelnemers en afnemers. De dienstverlening is ingedeeld in drie niveaus: 1. Basisdienstverlening (niveau 1): Gestandaardiseerde producten en diensten, zoals digitale werkplekken, kantoorautomatisering, beveiliging en connectiviteit. 2. Hostingsdiensten (niveau 2): Flexibel hostingsplatform voor applicatieservices, aansluitend bij de SaaS-strategieën van deelnemers. 3.

Individuele flexibele diensten (niveau 3) Doelen voor 2026 • Invoering basisdienstverlening DeSom 2.0: Een efficiënte en veilige ICT-inrichting, zoals beschreven in de Producten- en dienstencatalogus (PDC). • Flexibel hostingsplatform: Ondersteuning van hybride IT-infrastructuren, waarbij het aantal door SSC DeSom gehoste applicaties naar verwachting jaarlijks met 15-25% zal afnemen. • Nieuwe financieringswijze: Transparante kostenstructuur met een vaste prijs per account en verbeterde financiële administratie. Financiën Vanaf 2026 is een nieuwe wijze van financiering ingericht conform de financiële uitgangspunten voor DeSom 2.0. De begroting van SSC DeSom is gebaseerd op het leveren van gedefinieerde basisdienstverlening (niveau 1). De basisdienstverlening wordt verrekend met deelnemers en afnemer WerkSaam via een door SSC DeSom vast te stellen prijs per account: De andere diensten, te weten hostingsdiensten (niveau 2) en individueel maatwerk (niveau 3) blijft buiten de begroting; dit zijn immers één op één overeenkomsten met individuele deelnemers of afnemer. De begroting is afgestemd met de deelnemers, waarbij loon- en prijsindexatie worden toegepast volgens de richtlijnen van Regietafel NHN (7,2% voor lonen, 8,0% voor prijzen). SSC DeSom past deze indexatie aan bij de werkelijke kostenontwikkeling van leveranciers.

9

Bijdrage 2026 Bijdrage 2025

€ volgt, nieuwe systematiek is gebaseerd op aantal werkplekken SED € 1.134.100

Bezuinigingsopgave: Door het Dagelijks Bestuur is besloten dat de overgang van SSC DeSom 1.0 naar DeSom 2.0 niet het moment is voor bezuinigingsopgaven. Voorstel Een positieve zienswijze af te geven op de Kadernota 2026

6. Omgevingsdienst Noord-Holland Noord De omgevingsdienst heeft als hoofdtaak ‘het behartigen van de belangen van de deelnemers (16 gemeenten en de provincie NH) bij de uitvoering van milieutaken op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving’. De basis voor de werkzaamheden van de Omgevingsdienst is de U&H-strategie 2024 t/m 2027. Ontwikkelingen Scenario’s voor bezuinigingen Het dagelijks bestuur heeft geen scenario’s voor bezuinigingen uitgewerkt in de kadernota. In de nota is de toedracht hiervan beschreven en wordt verwezen naar een brief van 11 juli 2024 zoals verstuurd aan de raden en de staten. Op 11 december 2024 heeft het algemeen bestuur besloten om alsnog een tweetal bezuinigingsscenario’s van 3 en 5% aan te bieden bij de begroting 2026. Om dit besluit van het algemeen bestuur te onderschrijven wordt voorgesteld om deze opdracht expliciet mee te geven aan de omgevingsdienst. Robuustheid (IBP-VTH: Interbestuurlijk Programma-Vergunningverlening Toezicht en Handhaving) Het voldoen aan de robuustheidscriteria VTH zal structureel €1,7 miljoen meer gaan kosten. Voor Drechterland komt dit neer op € 40.000. Alhoewel dit bedrag genoemd wordt in de tekst is, is dit niet doorgerekend in de kadernota 2026 maar opgenomen als P.M.-post. Op 10 juli 2024 heeft het algemeen bestuur ingestemd met het plan van aanpak om robuust te gaan worden.

Echter zonder dat hier middelen, capaciteit en/of commitment aan gekoppeld zouden zijn. De opname van een P.M.-post in de voorliggende kadernota is daardoor een logisch vervolg. Het dagelijks bestuur heeft in de kadernota aangegeven dat niet kan worden gestart met uitvoering van het plan zolang er geen incidentele en/of structurele middelen beschikbaar worden gesteld. Het dagelijks bestuur verwacht dan ook in de verplichte voortgangsrapportage aan het ministerie van I&W (als stelselverantwoordelijke) weinig voortgang te kunnen tonen. Het standpunt van het ministerie is dat omgevingsdiensten die niet per 1 april 2026 robuust kunnen zijn, in gesprek moeten gaan met de provincie, de gemeenten en omliggende omgevingsdiensten over een optimale schaalgrootte. Het algemeen bestuur heeft in dat kader op 11 december 2024 het dagelijks bestuur gevraagd actief met naburige omgevingsdiensten gesprekken te starten. Voorgesteld wordt een negatieve zienswijze af te geven waarin wordt aangedrongen om de middelen voor uitvoering van het plan van aanpak binnen de eigen begroting te zoeken in combinatie met mogelijke besparingsmogelijkheden uit het efficiencyonderzoek en eventuele rijksmiddelen. Dit is gelijk aan het besluit van het algemeen bestuur van 10 juli 2024.

Belangrijke ontwikkelingen en financiële consequenties In de kadernota worden enkele belangrijke ontwikkelingen benoemd onder de reguliere bedrijfsvoering en gemeentelijke basistaken: • Bedrijfsvoering: Deze omvatten de doorontwikkeling van het VTH-informatiesysteem, dat noodzakelijk is om verouderde landelijke standaarden te vervangen, versterking van de bedrijfsvoering door investeringen in personeelsontwikkeling, innovatie en informatie gestuurd werken, hogere contributie Omgevingsdienst NL en nieuwe financieringssystematiek VTH-stelsel. Daarnaast wordt gewezen op de noodzaak tot herijking van materiële kosten, gezien de toename van taken en aangescherpte kwaliteitsnormen.

10

•

Voor de gemeentelijke basistaken wordt een structurele verhoging van de deelnemersbijdragen voorgesteld voor toezicht op Werkgebonden personenmobiliteit, Zeer zorgwekkende stoffen en Bodemenergiesystemen. Ook wordt inzicht gegeven in de herverdeling van de asbesttaken. De genoemde ontwikkelingen zijn beknopt beschreven en niet voorzien van uitwerking, afweging of onderbouwing, Om deze reden wordt een negatieve zienswijze voorgesteld waarin wordt aangedrongen om deze ontwikkelingen en financiële gevolgen bij opname in de begroting te voorzien van een afweging en onderbouwing. Uitgangspunt bij nieuwe basistaken is, dat niet meer uitgegeven wordt dan het Rijk beschikbaar stelt (0-lijn). Financiën Structurele financiële (meerjarige) effecten. De structurele bijdrage aan de OD NHN bedraagt voor 2026 voor Drechterland € 616.000. (Lumpsumbijdrage € 585.000 + indexatie € 42.000 + herziening asbest € -11.000) Toelichting op de indexatie Indexatie 7,34% (€ 2.032.000). De OD NHN heeft een indexeringspercentage vastgesteld op basis van de brief van de Regietafel van 1 oktober 2024. De indexatie op basis van de verhouding prijs/loon van de Omgevingsdienst bedraagt 7,34%. Dit is conform de uitgangspunten van de FUGR, maar iets lager (0,1%) dan het door de regietafel gehanteerde percentage van 7,44%.

Nieuw beleid Als ondanks de voorgestelde negatieve zienwijze op de kadernota in de begroting van de Omgevingsdienst ook de posten ‘Nieuw/uitbreiding UP Basistaken en Plustaken’ worden opgenomen, dan geldt voor Drechterland een extra bijdrage van € 41.000. Bijdrage 2026 Bijdrage 2025

€ 657.000 (inclusief nieuw beleid) € 585.000

Voorstel: • De Omgevingsdienst Noord-Holland Noord opdracht te geven om alsnog uiterlijk via de begroting 2026 een meerjarige bezuiniging/ombuiging in te rekenen van 3 en 5% en de gevolgen daarvan te beschrijven in de begroting 2026. • Een negatieve zienswijze af te geven op de p.m.-post IBP-VTH en het dagelijks bestuur van de Omgevingsdienst Noord-Holland Noord te verzoeken de benodigde middelen binnen de eigen begroting te zoeken dan wel besparingsmogelijkheden uit het efficiencyonderzoek hiervoor te gebruiken, bij het Rijk erop aan te dringen om structureel een hogere bijdrage te leveren en de raad bij de begroting 2026 hierover te informeren; • Een negatieve zienswijze af te geven op de posten Bedrijfsvoering en de Gemeentelijke basis- en plustaken en verzoekt de begrootte kosten beter af te wegen (0-lijn) en te onderbouwen en de raad bij de begroting 2026 hierover te informeren.

7. WerkSaam Wesfriesland De doelstelling van WerkSaam Westfriesland is om iedereen met arbeidsvermogen toe te leiden naar werk en om werkgevers te bedienen die op zoek zijn naar arbeidskrachten. Voor wie (nog) niet kan werken, is meedoen naar vermogen aan de orde. Dit kan in een beschutte werkomgeving zijn. Als werk nog niet mogelijk is, verstrekt WerkSaam een bijstandsuitkering. In de kadernota staan de doorontwikkelingen, doelstellingen, verwachtingen en bezuinigingsmogelijkheden voor 2026. Ontwikkelingen Er komen een aantal wetswijzigingen aan, waaronder: - Participatiewet in balans (meer maatwerk, meer op basis van vertrouwen i.p.v. controle); - Aanpassing maatregelenbesluit Sociale zekerheidswetten en besluit Participatiewet (harmonisatie maatregelen in sociale zekerheidswetten); - Wet van school naar duurzaam werk (meer mogelijkheden voor scholen, doorstroompunten en gemeenten om jongeren tot 27 jaar te ondersteunen bij de overgang van school naar werk). Het huidige beleidsplan loopt tot 1 januari 2026. In het nieuwe beleidsplan zullen de landelijke ontwikkelingen worden meegenomen. De gemeenteraden worden ook betrokken bij het opstellen van het nieuwe beleidsplan.

11

Financiën Er zijn drie financiële stromingen het BUIG budget, het Participatiebudget en de gemeentelijke bijdrage. BUIG Vanuit het BUIG budget worden de uitkeringslasten betaald voor zowel de algemene bijstand als het Besluit bijstandsverlening zelfstandigen (BBZ). De BUIG budgetten ontvangt de gemeente in de vorm van een specifieke doeluitkering. Dit budget wordt één op één overgedragen aan WerkSaam. De kosten van de uitkeringen worden jaarlijks afgerekend met WerkSaam op basis van realisatie en deze vormen daarom geen onderdeel van de Kadernota. WerkSaam informeert de gemeenteraad in de documenten van de Planning en Control cyclus over de te verwachten ontwikkelingen op de BUIG. Participatiebudget Met het Participatiebudget voert WerkSaam haar re-integratie activiteiten uit. In de gemeenschappelijke regeling WerkSaam Westfriesland is vastgelegd dat de gemeenteraad 10% van het Participatiebudget zelf mag aanwenden voor lokale re-integratieprojecten ‘couleur locale’. In Drechterland wordt een deel van het couleur locale budget ingezet als maatwerkbudget voor de zorgklanten. Naast de zienswijze op de kadernota 2026 dient de gemeenteraad de hoogte van het over te hevelen Participatiebudget vast te stellen. Wij adviseren u om in 2026, net als voorgaande jaren, deze 10% niet over te hevelen naar WerkSaam.

Gemeentelijke bijdrage De gemeentelijke bijdrage bestaat uit kosten voor bedrijfsvoering, personeel, de uitvoering van de Wet Inburgering, beschut werk en de meerkosten van de beschut werker t.o.v. de Wsw’er (Wet Sociale Werkvoorziening). De hoogte van de netto gemeentelijke bijdrage is mede afhankelijk van het resultaat dat wordt behaald uit de toegevoegde waarde. De toegevoegde waarde is de omzet minus de directe kosten van de Leerwerkbedrijven. De bruto gemeentelijke bijdrage voor de uitvoering van de wettelijke taken volgt de indexatie zoals door de regietafel Gemeenschappelijke Regelingen Noord-Holland Noord vastgesteld. Voor 2026 is deze indexatie 7,44%. De regietafel is leidend, er kan daarom niet van het indexatiepercentage worden afgeweken. De kosten voor ICT van WerkSaam zijn vanaf 2026 hoger door een gestegen bijdrage van DeSom. De verhoging heeft te maken met de stijging van de kosten voor licenties, de manier van kostentoerekening en veranderde verdeelsleutel. WerkSaam is hierover in gesprek met DeSom en besluitvorming over de kadernota 2026 van DeSom moet nog plaatsvinden. De verhoogde bijdrage staat daarom onder voorbehoud van wijzigingen in deze kadernota. De meerkosten van DeSom zijn in de verdeling van de gemeentelijke bijdrage toegerekend aan de afnemers van DeSom.

Dit heeft te maken met afspraken die zijn gemaakt bij de totstandkoming van WerkSaam en het vestigen van een uitsluitend recht aan DeSom in de gemeenschappelijke regeling van WerkSaam. Gemeente Hoorn is geen afnemer van DeSom en deelt daarom niet mee in deze kostenstijging. DeSom staat op het standpunt dat de prijzen marktconform zijn. Verzocht kan worden om de gemeente Hoorn, als afnemer van WerkSaam, mee te laten betalen. Wanneer WerkSaam niet aangesloten zou zijn bij DeSom maar een andere partij zou gemeente Hoorn immers ook meebetalen aan de kosten voor de ICT. Het aantal Wsw medewerkers blijft afnemen gezien de sterfhuisconstructie. Het aantal beschut werkers neemt toe. Beschut werkers hebben gemiddeld een lagere loonwaarde en dus lagere Rijkssubsidie dan Wsw medewerkers. Gemeenten betalen voor extra beschut werk plekken binnen WerkSaam. Reserves Het aantal Wsw’ers neemt af en het aantal beschut werkers neemt toe. Om de leerwerkbedrijven financieel gezond te houden maakt het Rijk extra middelen vrij. WerkSaam stelt voor om de reserve Toekomstbestendige Infrastructuur op te zetten. Deze reserve wordt gevuld met middelen vanuit de reserve Re-integratie. De reserve is enkel bedoeld als vangnet mocht blijken dat de middelen vanuit het Rijk te laat of niet naar WerkSaam toe komen.

De verwachting is dat de middelen vanuit deze reserve, na ontvangst van de rijksmiddelen, weer terugvloeien naar de gemeenten. WerkSaam informeert u hierover via de P&C documenten. Het exploitatie tekort bij het leerwerkbedrijf wordt uit de berekening van het risicobedrag en weerstandsratio van de algemene reserve gehaald. Bezuinigingsscenario’s 2026-2029 WerkSaam heeft de volgende uitgangspunten gehanteerd bij het opstellen van de bezuinigingsmaatregelen: • Werken loont;

12

• • • • •

Een structureel sluitende begroting; Geen bezuinigingen bij onzekerheid Rijksmiddelen; Zo min mogelijk effect op de dienstverlening aan cliënten en daarmee het resultaat op de BUIG; Binnen relatief korte termijn haalbaar; Binnen eigen begroting.

WerkSaam kan 3% - 5% besparen door het laten vervallen van de bijdrage voor de additionele plekken beschut werk. Voor Drechterland bespaart dit € 12.000,- (SB / ENK € 27.000) in 2026. Het bedrag wordt jaarlijks geïndexeerd. WerkSaam kan 7% besparen door de volgende vier maatregelen door te voeren: 1. Vervallen bijdrage additionele plekken beschut werk; 2. Niet opvullen FTE na pensioen; 3. Vrijval reserve re-integratie; 4. Afschaffen bruto indexeren. Structureel indexeren over de netto bijdrage. Het advies is om in te stemmen met de vier bezuinigingsmaatregelen. WerkSaam kan, indien de wachtlijsten zich voordoen, de additionele plekken met eigen reserves opvangen. In de voorgaande jaren is er door WerkSaam geen aanspraak gemaakt op de middelen voor de additionele plekken beschut werk. Maatregel twee betreft een herverdeling van de werkzaamheden van een medewerker die met pensioen gaat in 2027. WerkSaam geeft aan dat de taken opgevangen kunnen worden binnen de huidige bezetting. Maatregel drie betreft een incidentele vrijval en zorgt bij het uitsmeren over meerdere jaren voor een structurele bezuiniging. Zonder de bezuinigingsronde zou deze vrijval ook plaatsvinden. Maatregel vier gaat over de bruto indexatie van de gemeentelijke bijdrage. Momenteel wordt het indexatiepercentage van de regietafel berekend over de bruto bijdrage.

De indexering vindt in het vervolg plaats over de netto bijdrage. Na doorvoering van deze vier bezuinigingsmaatregelen stijgt de gemeentelijke bijdrage met € 306.341,- ten opzichte van 2025. Zonder doorvoering van de bezuinigingsmaatregelen stijgt de gemeentelijke bijdrage met € 346.936,-. De effecten van de bezuiniging op de gemeentelijke bijdrage zijn te zien op bladzijde 8 van de kadernota. WerkSaam heeft de gevolgen van de bezuinigingsscenario’s niet diepgaand uitgewerkt in voor- en nadelen. Wel wordt uit de tekst duidelijk dat het weinig tot geen gevolgen heeft voor de organisatie, werkdruk van werknemers en voor de cliënten. Ook staat niet beschreven wat verder is overwogen, maar uiteindelijk niet is opgenomen. De gemeentelijke bijdrage is: 2025: € 822.000 2026: € 1.168.936 Voorstel: • Een positieve zienswijze te geven op de Kadernota 2026 van WerkSaam Westfriesland. • Te kiezen voor het bezuinigingsscenario van 7%. • De hoogte van het over te hevelen Participatiebudget vast te stellen op 90%. Het couleur locale van het budget van 10% niet over te dragen aan WerkSaam. 8. Afvalbeheer Westfriesland De gemeenschappelijke regeling Afvalbeheer Westfriesland (hierna: ABWF) is een afstemmingsoverleg over de dienstverleningsovereenkomst en de beleids- en aandeelhouderszaken met betrekking tot HVC.

Ook is het ABWF eigenaar van de voormalige stortplaats te Westwoud en daarmee verantwoordelijk voor de nazorg van de locatie. Intergemeentelijke samenwerking De intergemeentelijke afstemming op het gebied van afvalbeleid en -uitvoering, evenals het aandeelhouderschap vindt in het ABWF plaats op ambtelijk en bestuurlijk niveau. Hierin worden geen wijzigingen verwacht.

Beheer voormalige stortplaats Op het moment van opstellen van de Kadernota 2026 is nog geen besluit genomen over een eventuele afkoop van de voormalige vuilstortplaats te Westwoud en de bijbehorende financiële gevolgen. Het

13

resterende vraagstuk gaat over de interpretatie van de Kaderrichtlijn Water en de mogelijke normen en kosten die hieruit voortvloeien voor lozingen. Een definitief afkoopvoorstel van Bodemzorg wordt begin 2025 verwacht. Financiën Voor de begroting 2026 e.v. worden, met uitzondering van de reserve, de financiële uitgangspunten gehanteerd zoals wettelijk wordt voorgeschreven en regionaal zijn afgesproken. Het financieel meerjarig perspectief is sluitend voor 2026 t/m 2029. Het ABWF heeft geen eigen personeel en kantoorruimte met daaraan gekoppelde kosten zoals ICTvoorzieningen. Er is geen reden om te veronderstellen dat deze situatie wijzigt in 2026. Met betrekking tot de intergemeentelijke afstemming, heeft het ABWF alleen vaste structurele uitgaven voor het secretariaat. De enige directe inkomstenbron bestaat uit de huurinkomsten van de golfclub op Westwoud. Ter dekking van de kosten die het ABWF maakt, worden deze verdeeld onder de deelnemende gemeenten. Het ABWF hanteert als uitgangspunt een algemene reserve van € 25.000. Gelet op het bijzondere karakter van het ABWF (geen eigen gebouw, medewerkers, kantoorinventaris, ICT-voorzieningen, etc.) is een dergelijk reserve toereikend om eventuele onverwachte uitgaven te kunnen financieren. De uitgaven ten behoeve van de nazorg van Westwoud worden gedekt uit de voorziening Westwoud. Deze bedraagt in 2026 naar verwachting ca.

€ 1,3 miljoen aan het einde van het kalenderjaar. De uitkomsten en financiële consequenties van de besluitvorming omtrent het toekomstige beheer zijn nog onbekend en niet opgenomen in de Kadernota 2026. Bezuinigingsopgave en gemeentelijke bijdragen In het kader van de bezuinigingsopgave is gekeken naar mogelijkheden om de kosten van het ABWF te verlagen. Gezien het minimale karakter van de gemeenschappelijke regeling zijn er echter geen concrete bezuinigingsopties aan te wijzen. De structurele kosten bieden geen ruimte voor besparingen. Desondanks heeft het ABWF gezocht naar alternatieven om bij te dragen aan de financiële doelstellingen. Voor de kadernota zou een verhoging van de gemeentelijke bijdrage op basis van de reguliere indexatie noodzakelijk zijn. Dit zou resulteren in een bijdrage per inwoner van € 0,37. Gezien de positieve exploitatie is besloten deze indexatie niet door te voeren. Hierdoor blijft de gemeentelijke bijdrage per inwoner ongewijzigd op € 0,34. Dit is een besparing van 7.44%. De bijdrage voor Drechterland komt op € 6.969 (was € 6.968). Het verschil in de bijdrage komt voort uit gewijzigde inwoners aantallen. Bijdrage 2025 Bijdrage 2026

€ 6.968 € 6.969

Voorstel: 1. Een positieve zienswijze af te geven op de Kadernota 2026 van Afvalbeheer Westfriesland. 2. In te stemmen met het bezuinigingsvoorstel om geen indexatie door te voeren.

9. SED Organisatie De SED organisatie is de ambtelijke werkorganisatie van de gemeenten Stede Broec, Enkhuizen en Drechterland. De SED staat voor een goede dienstverlening aan de inwoners en een krachtige en deskundige ondersteuning aan de besturen van Stede Broec, Enkhuizen en Drechterland. We werken samen aan een prettige woon-werk- en leefomgeving. Medewerkers en de SED organisatie zijn betrokken, leggen duurzame verbindingen voor inwoners, ondernemers en gemeentebestuur in een omgeving die constant in beweging is. Ombuigingen De regietafel heeft alle gemeenschappelijke regelingen gevraagd scenario’s op te stellen met betrekking tot mogelijke bezuinigingen. De SED organisatie is de ambtelijke werkorganisatie van de gemeenten Stede Broec, Enkhuizen en Drechterland waarbij de SED de gemeenten volgt en zij geen beleidsruimte heeft. Het primaat van keuzes ligt bij de gemeenteraden. Vanuit het project ‘toekomstbestendig begroten 2026-2029’ worden in 2025 door de gemeenten ombuigingskeuzes gemaakt die effect kunnen hebben op de SED organisatie. De effecten op de SED zullen via een begrotingswijziging verwerkt worden. Vanuit beïnvloedbare kosten, worden er in de kaderbrief, voorstellen tot bezuinigen gedaan.

14

In 2026 willen we bereikt hebben dat we: • De ombuigingskeuzes van de 3 gemeenten en de effecten die dit heeft op de inzet van mensen en middelen uitgevoerd hebben; • Een goede uitvoering hebben gegeven aan het verkiezingsjaar waarbij we de coalitie uitvoeringsplannen (CUP) planmatig en integraal per jaarschijf hebben opgenomen in de jaarplannen van de SED; • De ingeslagen koers rondom organisatieontwikkeling verder verankerd hebben: we hebben ingezet op opleiden en ontwikkelen, zijn rolvast geworden en hebben gezamenlijk de unieke identiteit van de SED-organisatie gedefinieerd. In de kaderbrief 2026 is als leidraad voor onze inzet en planning o.a. het volgende opgenomen: Wat gaan we doen? Ombuigingskeuzes • Implementatie personeel & middelen Verkiezingsjaar • CUP’s zijn gereed en integraal per jaarschijf opgenomen in jaarplannen SED Organisatieontwikkeling • Definiëring SED identiteit • Versterken processen • Digitalisering

Waarom doen we dit?

Wat mag het kosten?

Planning

•

Wettelijke verplichting

•

Binnen bestaand budget

•

Q1 ‘26

•

Wettelijke verplichting

•

Binnen bestaand budget

•

Geheel 2026

•

Verankering organisatieontwikkeling

•

Binnen bestaand budget

•

Geheel 2026

Loon-prijsindexatie 2026 Voor indexatie van lonen en prijzen hanteren wij -conform afspraken daarover- de regionale richtlijn inzake gemeenschappelijke regelingen in Noord-Holland Noord, zoals aangegeven door de Regietafel. Deze richtlijn geeft voor 2026 voor loonindexatie 3,4% en voor prijsindexatie 2,6%. In de begroting 2025 en meerjarenraming 2026-2028 is reeds een indexatie op loon toegepast van 4,9% cumulatief, zodat voor loon 1,5% kan worden afgeraamd (cumulatief, dus -/-1,5% in 2026; -/-3,0% in 2027; /- 4,5% in 2028 en -/-6,0% in 2029). Voor de prijsindexatie moet er nog cumulatief 0,2% worden bijgeraamd. Daarnaast geeft de regietafel een ‘inhaalindexatie’ aan. Door eerdere indexatie op lonen, is deze niet nodig. Voor prijs wordt de inhaalindexatie wel structureel toegepast, maar –in tegenstelling tot de reguliere indexatie 2026 en op basis van eigen beleidsuitgangspunten- niet cumulatief. Bezuinigingsscenario Uit de verschillende scenario’s is gekozen voor scenario B. Alle scenario’s staan beschreven in de kaderbrief. Scenario B betekent een bezuiniging van € 600.000 op personeelslasten (opleidingsbudget, externe inhuur en mobiliteitsbudget). Daarnaast wordt voorgesteld om de verhoging van de prijsindexatie niet door te voeren. De aframing van de indexatie lonen en de personeelslasten, leidt tot een totale bezuiniging in 2026 van € 1.143.000.

Financiën Aanpassing bijdrage Stede Broec Aanpassing bijdrage Enkhuizen Aanpassing bijdrage Drechterland Totaal financiële gevolg kaderbrief SED 2026 Gemeente

Bijdrage gewijzigde

€ 386.000 € 417.000 € 341.000 € 1.143.000 Bijdrage kaderbrief

Verdeelsleutel

15

Begroting 2025 * € 16.283.278 € 17.640.621 € 14.380.101 € 48.304.000

Bijdrage Stede Broec Bijdrage Enkhuizen Bijdrage Drechterland Totale bijdrage

2026 ** € 16.597.793 € 17.981.352 € 14.657.855 € 49.237.000

33,71% 36,52% 29,77%

* De bijdrage 2025 betreft de bijdrage van de gewijzigde begroting. De begroting is gewijzigd als gevolg van genomen AB besluiten in 2024. ** De bijdrage 2026 is berekend op basis van de verdeelsleutel 2025. Deze wordt bij de begroting 2026 geactualiseerd. € 14.380.101 € 14.657.855

Bijdrage 2025 Bijdrage 2026

Voorstel: Een positieve zienswijze af te geven bij de Kaderbrief 2026 van de gemeenschappelijke regeling SED Organisatie.

Totaaloverzicht bijdragen Drechterland 2026

2025

Veiligheisregio NHN

€

1.598.250

€

1.449.986

Recreatieschap Westfriesland

€

155.785

€

144.977

Westfries Archief

€

233.641

€

212.591

GGD Hollands Noorden

€

1.504.000

€

1.367.000

SSC DeSom

€

-

€

1.142.000

Omgevingsdienst NHN

€

657.000

€

585.000

WerkSaam Westfriesland

€

1.168.936

€

822.000

Afvalbeheer Westfriesland

€

6.969

€

6.968

SED Organisatie

€

14.657.855

€ 14.380.101

Kanttekeningen / alternatieven De gemeenteraad heeft de mogelijkheid om op de diverse kadernota’s van de GR’en een andere zienswijzen te formuleren dan het voorgestelde besluit. Draagvlak De voorgestelde kadernota’s zijn door de besturen van de GR’en afgestemd en naar de gemeente toegezonden. Na definitieve vaststelling van de kadernota door het Algemeen Bestuur van de gemeenschappelijke regeling wordt deze aan uw raad toegezonden. Planning, evaluatie en verantwoording De door de raad vastgestelde zienswijzen zullen door de vertegenwoordigers van Drechterland in het AB van de diverse GR’en worden ingebracht. Financiën De financiële consequenties van dit voorstel worden verwerkt in de gemeentelijke kadernota 2026.

16

Hoogkarspel, 21 januari 2025, waarin dit voorstel is vastgesteld Burgemeester en wethouders van Drechterland De secretaris, De burgemeester,

M.N. Schroor

P.F. Dijkman

17

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15149189/1