raadsvoorstel zienswijze ambitieniveau Recreatievisie (2024-56)
Tekst van het document
Voorstel aan de gemeenteraad Onderwerp: Zaaknummer:
Zienswijze ambitieniveau Recreatievisie Westfriesland 446727
RTG: Raadsvoorstel:
11 november 2024 25 november 2024 Nr. 2024-56
Portefeuillehouder: I. Brouwer Programma: 5: Samenleving Karakter:
Besluitvormend
Bijlagen:
B1-Voorstel Recreatievisie B2-Scenario’s ambitieniveau Recreatievisie Westfriesland B3-Samenvatting scenario's ambitieniveau Recreatievisie Westfriesland
Voorgesteld besluit: Een positieve zienswijze af te geven op het voorstel om te kiezen voor scenario 2: “uitbreiden met accent op verbindingen (265m²/ huishouden)”, als ambitieniveau voor de nieuwe Recreatievisie Westfriesland, zonder hierbij onvoorwaardelijke financiële verplichtingen aan te gaan. Inleiding Het Recreatieschap Westfriesland ontwikkelt een nieuwe Recreatievisie voor Westfriesland. Het plan vervangt het Natuur- en Recreatieplan Westfriesland uit 2016. Het proces is aanbeland bij het bepalen van het ambitieniveau voor het opstellen van de visie. Het ambitieniveau is zeer bepalend voor de visie en de uiteindelijke uitvoering ervan. Daarom vragen we met dit voorstel uw raad een zienswijze af te geven. Door een zienswijze af te geven kan de gemeenteraad invloed uitoefenen op het ambitieniveau van de Recreatievisie Westfriesland, zoals die door het Algemeen Bestuur (AB) van Recreatieschap Westfriesland in de vergadering van 11 december 2024 wordt vastgesteld. Beoogd effect Recreatie is belangrijk voor een goed woon- en vestigingsklimaat. Bewegen, sporten, ontmoeten en ontspannen in het groen is cruciaal voor de mentale en fysieke gezondheid van inwoners. Mogelijkheden om buiten te bewegen en te ontspannen maken een regio aantrekkelijker om te wonen en te werken.
Door te verblijven in de natuur en het groen, worden de kennis en waardering voor de lokale omgeving vergroot. Dit bevordert naast een actieve en gezonde levensstijl, ook de sociale interactie en cohesie binnen de gemeenschap. De nog vast te stellen Recreatievisie Westfrieland geeft richting aan de manier waarop Westfriesland invulling geeft aan deze opgave. Beleidsvrijheid / -ruimte (wettelijk kader) De Wet op de Gemeenschappelijke Regelingen Deze wet is de grondslag voor het samenwerkingsverband tussen verschillende gemeenten binnen het Recreatieschap Westfriesland. Ruimtelijke agenda & Provinciaal programma landelijk gebied Bij het opstellen van de Recreatievisie wordt aangesloten bij andere ruimtelijke trajecten op provinciaal en regionaal niveau, zoals de Ruimtelijke Agenda Westfriesland en het provinciaal programma landelijk gebied. De Ruimtelijke Agenda lijkt daarbij het belangrijkste traject te zijn, omdat deze als input dient voor de invulling van verschillende provinciale- en rijksopgaven. Daarnaast beslaat de Ruimtelijke Agenda alle ontwikkelingen en onderwerpen, die een ruimtelijk beslag hebben of vragen en geeft het daar richting aan. Pact van Westfriesland In het Pact van Westfriesland hebben de zeven gemeenten van Westfriesland afgesproken samen met maatschappelijke partners te bouwen aan een sterke, zorgzame en duurzame regio.
Een regio waar het goed wonen, werken en leven is. Een van de aantrekkelijkste regio’s van Nederland. Voor inwoners,
1
ondernemers en maatschappelijke organisaties. Het actualiseren (het maken van de nieuwe recreatievisie) en uitvoeren van het Landschapsplan Westfriesland is opgenomen in het uitvoeringsprogramma. Visie Recreatie & Toerisme Noord-Holland 2030 In dit provinciale beleid worden recreatie en toerisme in samenhang bekeken. Vanwege het grote belang van recreatie en toerisme, en de dynamiek in de sector (waaronder de impact van COVID-19), vindt de provincie het nu urgent om de sector, inclusief regionale en lokale partijen die werken aan recreatie en toerisme, te ondersteunen en te versterken. Op die manier kan optimaal worden geprofiteerd van de waarde van recreatie en toerisme, nu en in de toekomst. Het Recreatieschap ziet de provincie als een belangrijke partner voor de uitvoering van de visie. Overig beleid Naast bovengenoemde beleidsstukken zijn er tal van lokale of regionale visies of beleidstukken welke relevant kunnen zijn bij het opstellen of uitvoeren van de visie. Waar nodig wordt afstemming met beleidsvelden gezocht waar raakvlakken zijn. Argumenten Visie op recreatie De visie op recreatie in Westfriesland is op dit moment als volgt geformuleerd: ´Regio Westfriesland wil de inwoners van en bezoekers aan de regio voldoende kwalitatief goede en aantrekkelijke recreatiemogelijkheden bieden.
Recreatievoorzieningen brengen plezier én dragen positief bij aan de fysieke en mentale gezondheid van de inwoners, het zorgt voor een fijne leefomgeving en kan bijdragen aan opgaven voor natuur, biodiversiteit en klimaat. Door recreatie integraal als onderdeel bij andere ontwikkelingen mee te nemen begint het letterlijk bij de voordeur. Daarnaast wil de Regio zich inzetten voor een aantrekkelijk en beleefbaar landschap met natuuren cultuurwaarden.’ Het doel is om te kiezen voor een ambitieniveau dat een kader stelt en richting geeft voor de verdere uitwerking van de Recreatievisie. Drie scenario’s Er zijn drie scenario’s voor het ambitieniveau uitgewerkt: 1. Voldoen aan de landelijke norm (model provincie NH) (350m²/ huishouden); 2. Uitbreiden met accent op verbindingen (265m²/ huishouden); 3. Recreatiegroen laten meegroeien met het huidige inwonersaantal (150m²/ huishouden). Aantrekkelijk woon- en werkgebied Uit de Atlas van Gemeenten 2023 komt naar voren dat Westfriesland behoort tot de minst aantrekkelijke regio’s van Noord-Holland als het gaat om de groenblauwe woonaantrekkelijkheid. Een groene omgeving met voldoende recreatiemogelijkheden draagt bij aan een prettig woon- en werkgebied. Naast het aspect van brede welvaart en gezondheid heeft dit positieve economische aspecten.
Een tekort aan recreatiemogelijkheden en de toename van recreatiedruk Uit onderzoek van de provincie blijkt dat Westfriesland een fors tekort aan recreatiemogelijkheden heeft. Dit tekort ontstaat onder andere door het gebrek aan (toegankelijke) natuur- en recreatiegebieden. Een modelmatige berekening van vraag en aanbod laat een theoretisch tekort zien van circa 200 m2 groen per huishouden. Westfriesland is daarmee een van de regio’s met de grootste opgave van Noord-Holland. Veranderend recreatiegedrag Het tekort ontstaat ook door een veranderend recreatiegedrag. Steeds meer mensen recreëren en zij recreëren ook vaker. Dit komt door toename aan vrije tijd, ‘het nieuwe werken’, vergrijzing en vitaal ouder worden. Ook zijn er technologische ontwikkelingen, die recreëren aantrekkelijker of laagdrempeliger maken. Tot slot is er de veranderende recreant, die vraagt om meer en luxere voorzieningen en belevingsmogelijkheden in de recreatie(gebieden).
2
Belang voor de gezondheid In Westfriesland is steeds meer sprake van overgewicht, bewegingsarmoede maar ook mentale klachten. Recreëren in een groene omgeving draagt bij in het tegengaan van deze problematiek. Ook vermindert de aanwezigheid van groen stress en biedt het een aantrekkelijke ruimte voor sport, spel en bewegen. Dat zet aan tot meer bewegen, draagt bij aan de gezondheid en daarmee tot besparingen op de gezondheidskosten. Het RIVM laat zien dat per hectare groen in de buurt de zorgkosten tot €10.000 per hectare per jaar verminderen. Met het oog op preventieve gezondheid is het daarom essentieel om actieve recreatie optimaal te stimuleren. Het recht op faciliteiten voor vrijetijdsbesteding is daarom ook opgenomen in de grondwet. Toekomstgericht de ruimtelijke puzzel Het is het van belang om een stevige ambitie te hebben voor de discussie om de invulling van de beperkte ruimte. Dan kunnen de juiste afwegingen worden gemaakt. Ook moet er nu worden geïnvesteerd om klaar te zijn voor de toekomst. Dat pas doen op het moment dat er een tekort is, is te laat. Nu is er momentum om ontwikkelingen en opgaven te combineren, gezamenlijk op te pakken en slimme (financiële)koppelingen te maken. Scenario 3: Recreatiegroen laten meegroeien met het huidige inwonersaantal (150m²/ huishouden) Vanwege voorgaande punten is kiezen voor scenario 3 niet wenselijk.
Het huidige tekort wordt daarmee in stand gehouden en er is een kans dat dit toeneemt als de visie niet in zijn geheel kan worden uitgevoerd. Scenario 1: Voldoen aan de landelijke norm (model provincie NH) (350m²/ huishouden) Wat betreft bovengenoemde argumenten zou het logisch zijn om te kiezen voor scenario 1. Hoewel dit een mooie ambitie is, is het de vraag of dit haalbaar is. De druk op de beperkt beschikbare ruimte is groot vanwege de verschillende opgaven die er zijn. Dit komt ook tot uiting in de Ruimtelijke Agenda Westfriesland. Daar komt bij dat het in Westfriesland ontbreekt aan grootschalige natuurgebieden als duinen, bossen of heide. Dit heeft invloed op het aantal meters groen per huishouden. Naast dit ruimtelijke aspect lijkt dit scenario ook op basis van de financiële gevolgen niet haalbaar. Scenario 2: Uitbreiden met accent op verbindingen Het voorstel is om voor scenario 2 te kiezen. In dit scenario is er sprake van een toename van ruimte voor recreatie per huishouden van 150 m² naar 265m². Deze groei wordt ingevuld door de realisatie van +/- 585 ha recreatiegebied en +/- 88 km recreatieve paden/routes. Dat is een uitdaging, maar het is belangrijk om een stevige ambitie te hebben om recreatie prominent op de agenda te zetten en niet als sluitpost te zien. Het is namelijk een belangrijk onderdeel van de leefbaarheid van de regio.
Ook helpt een duidelijke ambitie bij het meekrijgen van potentiële partners in de uitvoering van de visie. Daarnaast kan het als basis dienen om concrete financiële afspraken over de uitvoering te maken. Door accent te leggen op verbindingen door het landelijk gebied, van en naar woongebieden en sportlocaties, wordt zuinig omgegaan met de open ruimte in Westfriesland, terwijl inwoners en gasten kunnen genieten van het landelijk gebied. Kanttekeningen / alternatieven Een alternatief is te kiezen voor scenario 1 of 3. Bovenstaand is beargumenteerd waarom niet voor deze scenario’s te kiezen. Een scenario kiezen waarin er geen sprake is van groei van het areaal, wordt niet als een reëel alternatief gezien voor het uitwerken van de visie. In feite is er dan sprake van krimp: het aantal m² recreatiegroen per huishouden neemt daarmee namelijk af. Dit staat haaks op de aanleiding om een nieuwe visie op te stellen. Draagvlak Bij het opstellen van de recreatievisie zijn de partners van het Recreatieschap nauw betrokken. Ten eerste de gemeenten als deelnemers van de gemeenschappelijke regeling. Zij zijn vertegenwoordigd in de ambtelijke projectgroep. Deze projectgroep levert input voor de verschillende producten en de producten en proces worden nauw met hen afgestemd.
Ook is er een klankbordgroep waarin partijen als provincie, HHNK, terreinbeheerders en verschillende belangenorganisaties zijn vertegenwoordigd. De rol van deze groep is om input te leveren voor de verschillende producten en te klankborden. Tot slot worden de gemeenteraden twee keer in het proces betrokken via een zienswijzeprocedure: nu, bij het bepalen van het ambitieniveau en bij de vaststelling van de visie. Burgerparticipatie door de gebruikers zal aan bod komen bij de uiteindelijke uitvoering van (deel)projecten van de visie. Planning, evaluatie en verantwoording Het proces ziet er op hoofdlijnen als volgt uit: 1. Gebiedsanalyse: afgerond
3
2. Ambitieniveau bepalen (incl. zienswijzeprocedure): oktober – december 2024 3. Recreatievisie, uitvoeringsprogramma en financieringsmogelijkheden - Q3 2024 – Q2 2025 4. Vaststellen visie (incl. zienswijzeprocedure) - Q2 - Q3 2025
Financiën De keuze voor een ambitieniveau voor de visie zelf heeft geen (directe) financiële gevolgen. Vanzelfsprekend zijn er wel financiële gevolgen zodra de visie wordt uitgevoerd. Hiervoor wordt de visie vertaald in een uitvoeringsplan. Over die uitvoering vindt aparte besluitvorming plaats, sowieso lokaal en waar nodig regionaal bij het AB van het RSW. Koppelkansen In het verleden zijn er door het Recreatieschap, gemeenten en andere partners diverse stappen gezet om het aanbod van recreatie te vergroten. Denk aan de uitbreiding van de Vooroever (+/- 50 ha) en het Streekbos (+/- 14 ha). Ook zijn er voorbeelden waarbij er meegelift kon worden met andere projecten of opgaven, zoals de waterbergingen bij het Egboetswater(+/- 20 ha) en Drachterveld (22 ha). En met de oeverdijk voor de kust bij Hoorn en Koggeland is een gebied van circa 100 hectare met (deels toegankelijk)natuur, stadsstrand en het fiets-wandelpad Hoorn-Amsterdam aangelegd. Voor kwaliteitsverbetering is er veelvuldig gebruik gemaakt van subsidieregelingen. Deze voorbeelden laten zien dat er door slimme combinaties te maken veel mogelijk is. Ook zijn er verschillende voorbeelden waarbij financiering van groen en recreatie is gekoppeld aan ontwikkeling van woningbouw en bedrijfslocaties. Deze werkwijze wordt verder uitgewerkt in de visie.
Implicaties financiën In de uitwerking van de scenario’s zijn implicaties opgenomen van de mogelijke financiële gevolgen van de visie. Dit geeft slechts een zeer globaal beeld omdat er veel factoren zijn die daar invloed op hebben en er daarin ook nog tal van keuzes kan worden gemaakt. Er is nu een zeer ruime schatting gemaakt voor de kosten van inrichting en beheer. Met verwerving, huur of pacht van de gronden is nog geen rekening gehouden omdat daar te veel variabelen in zitten om een reëel getal te noemen. Over het algemeen zijn de kosten zeer beperkt in vergelijking met de kosten voor inrichting en beheer en onderhoud. Verantwoordelijkheden partijen Er is nog geen verdeling gemaakt welke partij voor welke kosten verantwoordelijk is. Daarbij gaat het om de kosten van aanleg, beheer en onderhoud. Op dit moment is er ook geen beleid wanneer en onder welke voorwaarden nieuwe recreatieterreinen worden toegevoegd aan het areaal van het Recreatieschap. Gezien de beoogde groei van recreatieruimte is de komst daarvan wel van belang, zodat de spelregels voor de verschillende recreatiegebieden in Westfriesland eenduidig worden. Huidige financiële situatie Het RSW is gevraagd voor het opstellen van de begroting 2026 te kijken naar mogelijkheden om te bezuinigen. Het vaststellen van dit uitdagende ambitieniveau lijkt hier haaks op te staan. Dit is echter niet het geval.
Het één gaat over de korte termijn en de ander over de lange termijn. Het is duidelijk dat de mogelijkheden voor het realiseren van de ambitie op korte termijn beperkt zijn. Het vaststellen van de ambitie maakt dat de financiële ruimte hiervoor benut gaat worden, zodra die ruimte weer gaat ontstaan.
Hoogkarspel, 29 oktober 2024 Burgemeester en wethouders van Drechterland De secretaris, De burgemeester,
W. van Twuijver
P.F. Dijkman
4