Raadsvoorstel wijzigingsverordening WMO (2023-56)
Tekst van het document
Voorstel aan de gemeenteraad Onderwerp: Zaaknummer:
Wijziging Verordening maatschappelijke ondersteuning Drechterland 2020 204376
RTG: Raadsvoorstel:
4 december 2023 18 december 2023, nr. 2023-56
Portefeuillehouder: Programma:
Mw. S. Visser-Botman Samenleving
Karakter:
besluitvormend
Bijlagen:
Raadsbesluit/Wijzigingsverordening Brief aan de Adviesraad Samenleving
Voorgesteld besluit: De Wijzigingsverordening maatschappelijke ondersteuning Drechterland 2024 vast te stellen.
Inleiding Vanwege landelijke wijzigingen in het abonnementstarief en een uitspraak van de Centrale Raad van Beroep stellen wij u voor om de Verordening maatschappelijke ondersteuning Drechterland 2020 aan te passen per 1 januari 2024. De wijzigingen behelzen de volgende onderwerpen: 1. Indexering eigen bijdrage In de huidige verordening staat een bedrag van € 19,00 per maand wat geïnd wordt als eigen bijdrage in de maatwerkvoorzieningen, ook wel het abonnementstarief genoemd. Onlangs heeft het rijk besloten dat dit tarief geïndexeerd wordt. De VNG heeft hierop aangegeven dat gemeenten die het bedrag in de verordening genoemd hebben, de verordening moeten wijzigen. 2. Aanpassen van de berekeningswijze van een persoonsgebonden budget Dit betreft de berekeningswijze voor het vaststellen van een persoonsgebonden budget voor het uitvoeren van huishoudelijke hulp en begeleiding wanneer dat geleverd wordt vanuit het sociaal netwerk. Er zijn recent twee uitspraken gedaan door de Centrale Raad van Beroep omtrent het minimale toe te kennen bedrag voor een persoonsgebonden budget wanneer sprake is van het leveren van huishoudelijke hulp en begeleiding vanuit het sociaal netwerk. Veel gemeenten verwijzen naar het minimumloon.
Uit de uitspraken is gebleken dat dit tarief te laag is en dat aansluiting gezocht moet worden met de collectieve arbeidsovereenkomst voor Verzorging, Verpleging en Thuiszorg. 3. Het opnemen van afwijzingsgronden In de huidige verordening zijn geen afwijzingsgronden opgenomen. De reden hiervoor was dat bij een juist uitgevoerd onderzoek/keukentafelgesprek naar een aanvraag om een voorziening, een afwijzing in een beschikking gemotiveerd kan worden. Het opnemen van afwijzingsgronden in een verordening geeft echter meer steun aan de motivatie in een beschikking. Beoogd effect Met het vaststellen van de Wijzigingsverordening is de uitvoering van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 in overeenstemming met de landelijke kaders en heeft de uitvoering handvatten bij het beoordelen van aanvragen. Beleidsvrijheid / -ruimte (wettelijk kader) 1. De gemeenteraad heeft de vrijheid om de eigen bijdrage (abonnementstarief) te behouden op € 19,00 per maand, zoals opgenomen in de huidige Verordening maatschappelijke ondersteuning 2020. Voorgesteld wordt echter aan te sluiten bij de landelijke standaarden. Inmiddels is bekend dat voor 2024 het tarief omhoog gaat naar € 20,60 per maand. Bij een verwijzing naar de landelijke standaard in de verordening zal het bedrag bij een eventuele indexatie voor 2025 meebewegen.
1
2. Momenteel is een bedrag van € 16,00 per uur aangehouden voor hulp vanuit het sociaal netwerk. Dit bedrag is hoger dan het minimum loon en tot op heden hebben wij dit bedrag sinds 2020 als redelijke vergoeding geïnterpreteerd. Nu de Centrale Raad van Beroep deze uitspraken heeft gedaan is dit bedrag te laag gebleken. In de verordening moet aangegeven worden hoe het persoonsgebonden budget berekend wordt. De gemeenteraad is als lokale politiek verantwoordelijk voor de besluitvorming met betrekking tot de toekenning van maatschappelijke ondersteuning, waaronder een persoonsgebonden budget. De minimale variant is nu echter bepaald door de Centrale Raad van Beroep. Gemeenten dienen invulling te geven aan de interpretatie van de Wet zoals aangegeven door de Centrale Raad van Beroep. Met het nieuwe artikel omtrent het berekenen van een persoonsgebonden budget wordt voldaan aan de juiste interpretatie van de wet omtrent het minimum bedrag wat ingezet kan worden voor een persoonsgebonden budget. Hier zit weinig beleidsvrijheid in voor de gemeenteraad, anders dan hogere bedragen vast te stellen. 3. Het opnemen van afwijzingsgronden geeft gronden voor motivatie ten aanzien van het beoordelen van individuele aanvragen om maatwerkvoorzieningen door cliënten waarbij het besluit stand kan houden bij een rechtsgang.
Bij de beoordeling van een aanvraag kan een afwijzing gedegen onderbouwd worden wanneer er een afwijzingsgrond in de verordening is opgenomen. Draagvlak Beleidsmatig zijn er inhoudelijk weinig keuzes te maken. De wijzigingen zijn beoordeeld op haalbaarheid en financiële gevolgen. Dit wordt niet als een hoog risico ingeschat. Er is geen advies gevraagd bij de Adviesraad Samenleving Drechterland. De wijzigingen omtrent het abonnementstarief en het minimum toe te kennen bedrag voor een persoonsgebonden budget zijn landelijke wijzigingen. De wijziging omtrent het opnemen van afwijzingsgronden behelst het beschrijven van een mogelijke afwijzing op een manier die nu al gehanteerd wordt. Het opnemen in de verordening is een bekrachtiging van de huidige werkwijze en geen beleidswijziging. Planning, evaluatie en verantwoording De ingangsdatum van de nieuwe verordening is 1 januari 2024. De verantwoording van de uitvoering van de verordening geschiedt middels managementrapportages omtrent de cliëntgebonden kosten. Door het wijzigen van de verordening verandert deze werkwijze niet. Financiën Er is een schatting gemaakt van de verwachte opbrengsten van het indexeren van het abonnementstarief en de kosten van het wijzigen van het toe te kennen uurtarief voor een persoonsgebonden budget. Wat het opnemen van de afwijzingsgronden opbrengt, is niet te berekenen.
Het geeft in ieder geval juridisch meer houvast bij een eventuele afwijzing. Als we uitgaan van de ontvangen bijdragen in 2022 gaat het om te verwachten extra inkomsten van ongeveer € 600,00. Totaal wordt het financiële gevolg van de uitspraak rondom het persoonsgebonden budget dan geschat op een bedrag van € 18.500. Dit komt ten laste van de cliëntgebonden kosten.
Hoogkarspel, 7 november 2023, Burgemeester en wethouders van Drechterland De secretaris, De burgemeester,
C.M. Minnaert
P.F. Dijkman
2