CConstaterende datDrechterland
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsvoorstel verplichte participatie (2023-58)

Gemeenteraad 18 december 2023, gemeente DrechterlandBij agendapunt: Verplichte participatie bij buitenplanse omgevingsplan activiteiten (2023-58)1.824 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Voorstel aan de gemeenteraad Onderwerp: Zaaknummer:

Verplichte participatie bij buitenplanse omgevingsplan activiteiten 181813

RTG: Raadsvoorstel:

4 december 2023 18 december 2023, nr 2023-58

Portefeuillehouder: Programma:

M. ten Have 7: Volkshuisvesting en ruimtelijke ordening

Karakter:

Besluitvormend

Bijlagen:

1. Raadsbesluit verplichte participatie bij buitenplanse omgevingsplanactiviteiten 2. Was wordt lijst verplichte participatie 3. Bijlage folder participatie

Voorgesteld besluit: 1. De buitenplanse omgevingsplanactiviteiten waarvoor participatie verplicht is voor gemeente Drechterland vast te stellen. 2. De lijst met verplichte participatie in werking te laten treden met ingang van de dag waarop de Omgevingswet in werking treedt; 3. De lijst twee jaar na inwerkingtreding van de Omgevingswet evalueren. Inleiding Naar verwachting treedt op 1 januari 2024 de Omgevingswet in werking. Participatie is een belangrijk onderwerp onder de Omgevingswet. Dit voorstel gaat over gevallen waarvoor verplichte participatie gewenst is bij het verlenen omgevingsvergunningen voor aanvragen die niet passen binnen het omgevingsplan. Bij de totstandkoming van de Omgevingswet is landelijk het grote belang van participatie onderkend. Daarbij gaat het om de betrokkenheid van de samenleving bij initiatieven en besluitvorming. Een goed initiatief vraagt samenwerking en afstemming met bewoners, bedrijven en organisaties die ermee te maken hebben. Dat is een goede investering, want participatie kan tot betere plannen, meer draagvlak voor initiatieven én een snellere besluitvorming leiden. Om dit vorm te geven, geeft de Omgevingswet en de daarmee samenhangende regelingen, regels voor participatie. Voor initiatiefnemers is participatie in beginsel geen inspanningsverplichting. Participatie is een aanvraagvereiste.

De initiatiefnemer moet aangeven wat hij aan participatie heeft gedaan. Maar op welke manier hij daar invulling aan geeft, is een eigen keuze. Hij kan ook aangeven waarom er juist geen participatie is uitgevoerd. Echter voor een aantal situaties, gekoppeld aan een aanvraag voor een vergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit, kan de raad participatie verplicht stellen. Het gaat dan om initiatieven waarvan de verwachting is dat ze een grote maatschappelijk impact hebben op de directe leefomgeving van inwoners. In 2021 heeft u als raad daar al een besluit over genomen. Inmiddels zijn we twee jaar verder en is er voortschrijdend inzicht over verplichte participatie bij een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (bopa). Met dit nieuwe besluit is, verder dan in 2021, uitgewerkt in welke situaties participatie verplicht is bij een aanvraag van een bopa. Dit voorstel sluit aan op het besluit bindend advies, waarin is uitgewerkt in welke situaties aan de raad bindend advies wordt gevraagd over buitenplanse omgevingsplanactiviteiten. Beoogd effect Met het vaststellen van situaties voor verplichte participatie is voor bestuur, ambtelijke organisatie en inwoners duidelijk in welke situaties participatie verplicht is. Hiermee sluiten we beter aan bij de doelstellingen van de Omgevingswet om inwoners te betrekken bij hun leefomgeving en daardoor plannen beter te maken.

1

Beleidsvrijheid / -ruimte (wettelijk kader) Artikel 7.4 van de Omgevingswet, heeft als doel de initiatiefnemer te stimuleren om na te denken over participatie. Hoe de initiatiefnemer de participatie organiseert, is vormvrij. Als hij aan participatie doet, moet het bevoegd gezag weten wat de resultaten zijn. Meer dan dat houdt de plicht niet in. Daar is één uitzondering op. Artikel 16.55 lid 7 Omgevingswet regelt dat de gemeenteraad gevallen aan kan wijzen waarin participatie verplicht is. Dit kan alleen bij een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit, waarvoor het college van burgemeester en wethouders bevoegd gezag is. Als de aanvrager bij zo’n aangewezen geval niet of onvoldoende aan participatie heeft gedaan, kan het college de aanvraag buiten behandeling laten. Wel moet het college de aanvrager de gelegenheid geven het gebrek te herstellen (artikel 4:5, Algemene wet bestuursrecht (Awb)). Argumenten Activiteiten waarvoor participatie verplicht wordt gesteld Eerst wordt de werkwijze onder de huidige regelgeving weergegeven, vervolgens wordt ingegaan op de werkwijze onder de Omgevingswet. Tenslotte gaan we in op de lijst zelf. Werkwijze onder de huidige regelgeving Op dit moment bestaat in er in de huidige regelgeving geen mogelijkheid om participatie verplicht te stellen bij initiatieven.

Werkwijze onder de nieuwe Omgevingswet – wat verandert er? De Omgevingswet stimuleert vroegtijdige participatie. Daarmee kunnen overheden namelijk op tijd belangen, meningen en creativiteit op tafel krijgen. De wet zegt over participatie: “het in een vroegtijdig stadium betrekken van belanghebbenden [...] bij het proces van de besluitvorming over een project of activiteit.” Hoofdregel – participatie is niet verplicht Bij de aanvraag omgevingsvergunning geeft de initiatiefnemer aan of burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en bestuursorganen bij de voorbereiding zijn betrokken. Als dit het geval is, meldt de initiatiefnemer ook hoe deze partijen zijn betrokken en wat de resultaten zijn. Het is in principe niet verplicht om aan participatie te doen. Bij de aanvraag hoeft dus alleen aangegeven te worden óf er aan participatie is gedaan en, zo ja, hoe dat is gedaan (participatie als aanvraagvereiste). Als een aanvrager niet aan participatie heeft gedaan, bestaat er wel een risico dat het bevoegd gezag geen of onvoldoende inzicht heeft in de belangen van de omgeving en daardoor nog geen besluit kan en wil nemen.

Verbijzondering – participatie kan verplicht gesteld worden in bepaalde gevallen De Omgevingswet geeft de gemeenteraad de mogelijkheid om bij buitenplanse omgevingsplanactiviteiten gevallen aan te wijzen waarvoor participatie door de initiatiefnemer verplicht is gesteld. In dat geval is de aanvrager wel verplicht om een participatieproces vorm te geven (wel nog steeds vormvrij) en aan te geven wat met de resultaten is gedaan. Er zijn grofweg drie opties voor gemeenten voor het opstellen van een lijst voor verplichte participatie: • Participatie is niet verplicht bij buitenplanse omgevingsplanactiviteiten. • Participatie is zo vaak mogelijk verplicht bij buitenplanse omgevingsplanactiviteiten. • Participatie is verplicht bij bepaalde categorieën van gevallen. In de praktijk blijkt dat veel gemeenten kiezen voor een combinatie van optie 2 en 3. Hiermee blijft er een koppeling met de activiteiten waar bindend advies voor geldt. Dit laatste is ook logisch aangezien de activiteiten waarvoor bindend advies geldt, activiteiten zijn met een groot maatschappelijk belang of activiteiten die veel impact hebben op de (fysieke) leefomgeving. En juist in dat soort gevallen is het gewenst dat het gesprek wordt aangegaan met de directe omgeving (het participeren).

Welke activiteiten zijn op de lijst terechtgekomen? Activiteiten met de meeste impact op de leefomgeving hebben een plek op de lijst gekregen. Door in deze gevallen participatie verplicht te stellen, wordt bewerkstelligd dat de belangen van de mensen die hebben geparticipeerd duidelijk en inzichtelijk worden. Dit geeft het bevoegd gezag direct inzicht, kan helpen in de besluitvorming. Plannen worden beter, omdat mensen hebben mogen meedenken en adviseren. Gevolg daarvan is dat Initiatiefnemers kwalitatief betere plannen indienen. Er wordt eigenlijk altijd geadviseerd om in de volgende gevallen de activiteiten niet op de lijst voor bindend advies op te nemen:

2

-

alle wijzigings- en uitwerkingsbevoegdheden in de geldende bestemmingsplannen voor het gemeentelijk grondgebied; - alle (kruimel)gevallen die op grond van art 2.12, lid 1 onder a, sub 2o Wabo per Algemene maatregel van bestuur (AMvB) zijn aangewezen en waarmee met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bestemmingsplan. De bevoegdheid daarvan ligt nu bij het college (zonder dat daarvoor een vvgb is vereist). Dit zijn bijvoorbeeld bepaalde bijgebouwen, dakkapellen en nutsvoorzieningen. De lijst van kruimelgevallen vervalt onder de nieuwe Omgevingswet; - verzoeken of aanvragen om een vergunning omgevingsplanactiviteit die passen in het beleid, die niet strijdig zijn met artikelen 22.32 lid 2 en 22.33 uit de bruidsschat en waarbij sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Daarnaast wordt telkens goed gekeken of activiteiten niet onnodig op de lijst terechtkomen om te voorkomen dat het besluitvormingsproces onnodig wordt vertraagd of zelfs vastloopt. Voor de gemeenten Drechterland, Stede Broec en Enkhuizen stellen we voor de lijst bindend advies over te nemen als lijst voor verplichte participatie.

Daarnaast volgen we de lijn om alle wijzigings- en uitwerkingsbevoegdheden, alle (kruimel)gevallen en aanvragen om een vergunning omgevingsplanactiviteit die passen in het beleid niet op te nemen op de lijst De lijst met activiteiten waarvoor participatie verplicht is gesteld, kan als een richtinggevende aanvulling op het in 2021 vastgestelde besluit ‘Delegatie, bindend advies en verplichte participatie bij buitenplanse omgevingsplanactiviteiten in het kader van de Omgevingswet’ worden gezien. Kanttekeningen / alternatieven In de Omgevingswet zijn termijnen opgenomen voor de afhandeling van een aanvraag. De afhandeling moet binnen acht weken geschieden, met de mogelijkheid tot een verlenging van zes weken. Deze verlenging mag echter niet standaard worden toegepast. Binnen de termijn van acht weken (indien verlengd 14 weken) moet dus besluitvorming plaatsvinden, en - indien de activiteit op de lijst staat - invulling worden gegeven aan de adviesrol van de gemeenteraad. Ook moet binnen die termijn aan initiatiefnemers de gelegenheid worden geboden hun plan toe te lichten of burgers hun mening te laten geven. Als deze termijnen niet worden gehaald, kan de gemeente in gebreke worden gesteld. Zeker voor complexe gevallen is de voorbereidingstijd gelet op deze beslistermijnen zeer kort.

Een en ander is deels te ondervangen door -voordat de aanvraag wordt ingediend- het vooroverleg goed te organiseren. Echter het initiatief om vooroverleg te organiseren voordat de aanvraag formeel ingediend wordt, ligt bij de aanvrager. Dit betekent dus dat de afhandelingstermijn niet altijd gehaald zal kunnen worden, ook niet indien gebruik wordt gemaakt van de mogelijkheid tot verlenging. Dit laatste geldt alleen als een aanvraag ontvankelijk wordt verklaard. Op dit moment kan nog niet geheel worden overzien wat dat in de praktijk betekent en om hoeveel gevallen het gaat. Dit zal de ervaring moeten leren het komende jaar. Ook de werkwijze zal daarom onderdeel uitmaken van de evaluatie. Zo bestaat de mogelijkheid om te bezien of de werkwijze aangepast dient te worden, voor aanvragen die ontvankelijk worden verklaard. Draagvlak De huidige lijst is niet opgesteld met behulp van participatie. Het opstellen en vaststellen van de lijst verplichte participatie is een nieuwe procedure en belangenafweging, waar nog niemand ervaring mee heeft. Na twee jaar ervaring opgedaan te hebben kan bij de evaluatie van de lijst bekeken worden of en hoe over de lijst geparticipeerd kan worden met initiatiefnemers. De lijst kan ook worden aangepast en bijgesteld bij het opstellen van gemeentebreed participatiebeleid.

De folder participatie bij initiatieven onder de Omgevingswet (bijlage 1) is afgestemd met de adviseurs participatie binnen de SED en sluit aan op de methode Relevant Gesprek© die ook door de gemeenten wordt gebruikt. Planning, evaluatie en verantwoording Vanaf de datum van inwerkingtreding van de Omgevingswet zal voor initiatieven, waarbij wordt afgeweken van het omgevingsplan, en die voorkomen op de lijst voor participatieplicht worden bekeken of participatie is uitgevoerd.

3

De ervaringen met de voorgestelde manier van werken worden twee jaar na inwerkingtreding van de Omgevingswet geëvalueerd. Deze evaluatie kan aanleiding zijn om de lijst met verplichte participatie te actualiseren. Het raadsbesluit met de lijst buitenplanse omgevingsplanactiviteiten waarvoor participatie verplicht is zal elektronisch bekend worden gemaakt in het Gemeenteblad. Hier kan geen bezwaar of beroep tegen worden ingediend. Belanghebbenden kunnen uiteraard wel tegen het besluit om een vergunning te verlenen voor een omgevingsplanactiviteit bezwaar en beroep aantekenen. Dit raadsvoorstel staat ook in de gemeenten Enkhuizen en Stede Broec deze maand op de kalender. Financiën n.v.t.

Hoogkarspel, 14 november 2023, Burgemeester en wethouders van Drechterland De secretaris, De burgemeester,

C.M. Minnaert

P.F. Dijkman

4

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13515568/1