Raadsvoorstel Vaststelling Bomenbeleidsplan (2021-51)
Tekst van het document
Voorstel aan de gemeenteraad Onderwerp: Zaaknummer:
Omgevingsprogramma Bomen (bomenbeleidsplan) 891216
RTG: Raadsvoorstel:
11 oktober 2021 25 oktober 2021, nr. 2021-50
Portefeuillehouder: Programma:
J.H.N. Broeders 3: Beheer openbare ruimte
Karakter:
Besluitvormend
Bijlagen:
Ter vaststelling: - Deelvisie Bomen gemeente Stede Broec, Enkhuizen, Drechterland - Omgevingsprogramma Bomen gemeente Drechterland - Uitvoeringsagenda gemeente Drechterland Ter informatie: Bijlagen Omgevingsprogramma bomen
Voorgesteld besluit: 1. De deelvisie Bomen, het Omgevingsprogramma Bomen en de Uitvoeringsagenda vast te stellen. 2. De bij de deelvisie Bomen en het Omgevingsprogramma Bomen behorende bijlagen met de genoemde kaders, normen, richtlijnen en boomstructuren uitgangspunt te laten zijn voor een adequaat boombeheer en een duurzame inrichting van de buitenruimte met bomen.
Inleiding In het college uitvoeringsprogramma van Drechterland is in 2018 de ambitie vastgelegd een bomenbeleidsplan op te gaan stellen. Sindsdien is gebleken dat dit een integrale aanpak vergt. Zo is inmiddels duidelijk geworden dat een visie op bomenbeleid een essentieel onderdeel vormt van de uitwerking van een omgevingsvisie. Verder is steeds duidelijker geworden dat bomen een essentiële rol kunnen spelen bij de bestrijding van de gevolgen van klimaatverandering, in het bijzonder bij het bestrijden van hittestress. Al met al is het oorspronkelijk bedoelde bomenbeleidsplan uitgegroeid tot een integraal stelsel van (nader uit te werken) beleidsinstrumenten. De komende jaren zal, op basis van een gespecificeerde uitvoeringsagenda, het nieuwe bomenbeleid op tal van beleidsvelden verankerd worden. De basis van het bomenbeleid ligt vast in het aan u voorgelegde omgevingsprogramma, de nadere uitwerking in de eveneens aan u voorgelegde uitvoeringsagenda. Voor een efficiënte uitvoering voor de SED organisatie is het wenselijk om waar mogelijk de werkwijze ten behoeve van inrichting, beheer en bescherming van het bomenbestand van de drie gemeenten zoveel mogelijk op elkaar af te stemmen, en tegelijkertijd de lokale accenten te bewaren. De Omgevingswet vraagt om een integrale visie en regels voor de leefomgeving.
Sectoraal beleid (onder andere voor bomen) moet integraal gemaakt worden, aansluiten op de gemeentelijke Omgevingsvisie en Omgevingsplan, en kan vervolgens verder uitgewerkt worden in een uitvoerings- of omgevingsprogramma voor de bomen. De DEELVISIE BOMEN sluit aan bij de toekomstige integrale omgevingsvisie die nu volop in voorbereiding is. Dit voorjaar bent u met een raadsbrief geïnformeerd over de voortgang van het opstellen van het bomenbeleidsplan. De uitwerking van bovenstaande heeft geresulteerd in een DEELVISIE BOMEN en een OMGEVINGSPROGRAMMA BOMEN.
1
De DEELVISIE BOMEN is opgesteld voor Stede Broec, Enkhuizen en Drechterland. De visie richt zich op gemeentelijke bomen met een doorkijk naar particuliere bomen en bomen van andere terreinbeheerders en heeft raakvlakken met groen. De doelstellingen uit deze visie worden per gemeente praktisch uitgewerkt in het OMGEVINGSPROGRAMMA BOMEN. De juridische regels die gelden voor alle initiatiefnemers worden verder uitgewerkt in het nog op te stellen omgevingsplan. Het OMGEVINGSPROGRAMMA BOMEN is opgesteld voor raadsleden, de medewerkers van de SED organisatie en alle ontwikkelaars en aannemers die voor of namens de gemeente werkzaamheden uitvoeren of projecten ontwikkelen. Het is opgezet in de vorm van een hoofdrapport en diverse bijlagen. Er worden kaders benoemd, richtlijnen aangegeven en harde voorwaarden gesteld om hiermee uitvoering te geven aan de doelstelling: te komen tot een adequaat boombeheer en een duurzaam boombestand. In dit raadsvoorstel worden de belangrijkste kaders uit het OMGEVINGSPROGRAMMA BOMEN samengevat. In de diverse bijlagen is een verdere detaillering en onderbouwing te vinden. Per onderwerp kan dit aan aannemers, projectontwikkelaars of anderen die met of rondom bomen werkzaam zijn worden meegegeven zodat zij de adequate informatie krijgen die zij nodig hebben voor hun werkzaamheden.
De acties waartoe in dit OMGEVINGSPROGRAMMA BOMEN aanzet wordt gegeven, zijn opgenomen in de Uitvoeringsagenda Bomen (bijlage 21). Beoogd effect Actualiseren van het bomenbeleid om zo te komen tot een actueel bomenbeleid wat past binnen de SEDsamenwerking en aansluit op de eisen vanuit de Omgevingswet. Het doel is om hiermee te komen tot een adequaat beheer van de bomen en een duurzaam bomenbestand. Beleidsvrijheid / -ruimte (wettelijk kader) In het uitvoeringsprogramma 2018-2022 zijn opgaven en actiepunten geformuleerd voor de huidige raadsperiode. Dit voorstel geeft uitvoering aan: Ambitie 3.1. Een goede kwaliteit van de openbare ruimte waar bewoners tevreden zijn. Wat willen we bereiken (doelstelling): Adequaat beheer van het bomenbestand. Uw raad wordt gevraagd de visie vast te stellen evenals de kaders voor het inrichting van de openbare buitenruimte met bomen en de kaders voor de bescherming en het beheer van de bomen. Argumenten Het bomenbeleidsplan (DEELVISIE BOMEN en OMGEVINGSPROGRAMMA BOMEN) Is idealiter een uitwerking van de omgevingsvisie gericht op het bomenbeleid. De toekomstige integrale omgevingsvisie en de DEELVISIE BOMEN en OMGEVINGSPROGRAMMA BOMEN zijn nagenoeg gelijktijdig voorbereid. Tijdens deze voorbereidingen is steeds gekeken of er geen tegenstrijdigheden (gaan) ontstaan tussen het bomenbeleidsplan en de toekomstige integrale omgevingsvisie.
Om tot een effectief bomenbeleidsplan te komen is het gewenst om ook voor het bomenbeleid een visie te beschrijven van waaruit de verdere doelstellingen worden geformuleerd. Uit een analyse van bestaande (beleids)stukken komt voor de SED gemeenten een gemeenschappelijke visie naar voren. Deze visie is dus niet nieuw maar is een vertaling van bestaande beleidsstukken. Drechterland streeft naar: “Een prettige, veilige, groene leefomgeving met een duurzaam bomenbestand”. Deze visie op bomen geeft nog weinig houvast voor een goed bomenbeleid en een adequaat boombeheer en is daarom verder geconcretiseerd in een aantal doelstellingen die in het OMGEVINGSPROGRAMMA BOMEN met de bij behorende bijlagen zijn uitgewerkt. Het eerste deel van de visie “een prettige, veilige, groene leefomgeving” is beschreven in een vijftal doelstellingen (A t/m E). De doelstellingen zijn verder uitgewerkt (I,II,III etc.) In dit raadsvoorstel is tevens bij een aantal uitwerkingen een korte motivatie beschreven voor de gekozen uitwerking van de doelstelling.
2
In de bijlagen waar in het OMGEVINGSPROGRAMMA BOMEN naar verwezen wordt, zijn de doelstellingen en uitwerkingen gedetailleerder beschreven zodat dit een praktisch handvat biedt voor het dagelijks werk met bomen en toetsing van plannen en vergunningaanvragen. A.
Kwalitatief goed bomenbestand
I.
Werken vanuit Strategisch Bomenbeheer: een beheermethodiek met behulp van cyclisch onderhoud
II.
Het opstellen van richtlijnen voor aanplant, gelet op functie en beleidsstatus. -
Bij nieuwbouwplannen uitgaan van een uiteindelijke kroonbedekking van 30% van de openbare ruimte. 10% van de nieuwe bomen krijgt een ambitie leeftijd van 80 jaar en moet daarmee kunnen uitgroeien naar een waardevolle boom. De aan te planten bomen krijgen voldoende boven- en ondergrondse ruimte conform de normen uit het handboek bomen.
Motivatie: I. Door te werken vanuit strategisch boombeheer worden alle bomen minimaal eens per drie jaar geïnspecteerd en krijgen de bomen het onderhoud die vanuit hun groeifase of standplaats noodzakelijk is. II. Om een goede structurele bijdrage te leveren aan de klimaatdoelstellingen en te kunnen voldoen aan het ambitieniveau en adaptatiestrategie die door de raad is vastgesteld, is een vaste boomnorm bepaald waaraan nieuwbouwprojecten moeten voldoen. B.
Toegankelijk en goed functionerend openbaar groen
I.
Het functioneren van parken en openbare groengebieden wordt geïnventariseerd en waar nodig wordt de functie aangepast.
II.
De toegankelijkheid en beleefbaarheid van parken en openbare groengebieden wordt geïnventariseerd en waar nodig verbeterd.
III.
De inrichting van speelplaatsen in de open lucht wordt geïnventariseerd en waar mogelijk vergroend. -
-
IV.
Gemeente Drechterland heeft de ambitie om haar speelterreinen te vergroenen met bomen voor een aangenaam en gezond speelklimaat. Het uitgangspunt is, om net als in de overige openbare ruimte, 30% van het oppervlak van de nieuw aan te leggen speelterreinen wordt bedekt door boomkronen, uitgezonderd trapveldjes. Bij de bestaande speelterreintjes wordt nog bekeken op welke wijze ook hier invulling aan gegeven kan worden.
Richtlijnen volgen voor een landschappelijke inpassing van bedrijfsgebouwen in het landelijk gebied. -
Richtlijnen voor landschappelijke inpassing van nieuwe bedrijfsgebouwen in het landelijk gebied dienen een plek te krijgen in het te ontwikkelen omgevingsplan. Na vaststelling van dat plan kan gewerkt worden aan bijvoorbeeld een subsidieregeling voor de groene inpassing van reeds bestaande bedrijfsgebouwen.
V. Op basis van de hittestresskaart wordt geïnventariseerd waar kansen liggen om de leefomgeving te verkoelen door middel van vergroening met gras, beplanting en bomen. Motivatie: I., II. Grotere plantsoenen en parken dragen bij aan een gezonde leefomgeving en recreatiemogelijkheden dicht bij huis. Het is van belang om de functies en de toegankelijkheid kritisch te beoordelen en waar nodig te verbeteren.
3
III.
IV.
V.
Met voldoende schaduw wordt wederom een bijdrage geleverd aan de doelstellingen van de klimaatadaptatie. Daarnaast worden kinderen meer beschermd tegen de nadelige gevolgen van te intensieve blootstelling aan zonlicht. Het landelijk gebied levert een belangrijke bijdrage aan de recreatie in onze regio. Landschappelijke inpassing van bedrijfsgebouwen zorgt er voor dat het landelijk gebied ook een aantrekkelijk is om doorheen te wandelen en te fietsen. Met voldoende schaduw wordt wederom een bijdrage geleverd aan de doelstellingen van de klimaatadaptatie.
C. Versterking biodiversiteit Betreft richtlijnen interne werkwijze aanvullend op de vastgestelde beheerparagraaf Biodiversiteit. Er worden voor parken, bosplantsoenen en begraafplaatsen in Drechterland beheerplannen opgesteld. D. Interne en externe communicatieprocessen optimaliseren Betreft richtlijnen interne werkwijze. E. Bewonersparticipatie bij herinrichting Betreft richtlijnen interne werkwijze. Het tweede deel van de visie “een duurzaam bomenbestand” is beschreven in een drietal doelstellingen (F t/m H). Ook deze doelstellingen zijn verder uitgewerkt (I,II,III etc.) en daarbij is wederom een motivatie gegeven voor de gekozen uitwerking van een aantal doelstellingen. F. Indeling van het bomenbestand naar beleidsstatus I.
Aanwijscriteria opstellen voor waardevolle bomen per gemeente of gebied.
II.
Het vastleggen, aanvullen en beschermen van boomstructuren.
Motivatie.: I., II. Niet alle bomen kunnen uitgroeien tot een oude monumentale boom. En niet alle boomstructuren (lijnvormige boombeplantingen in straten en langs wegen) zijn van belang voor de grote ruimtelijke structuren van een stad of dorp. Om objectief te kunnen beoordelen of een boom (potentieel) waardevol is, moet de boom voldoen aan een aantal criteria. Om in aanmerking te komen voor de status waardevolle boom dient te boom 80 jaar of ouder te zijn, of wanneer de leeftijd niet bekend is een stamomvang te hebben van 80 cm op borsthoogte. Voorts dient de boom gezond te zijn en een levensverwachting te hebben van minimaal 10 jaar. Daarnaast dient de boom minimaal aan een van de aanwijscriteria te voldoen te weten: - Beeldbepalendheid; - Ecologische waarde; - Cultuurhistorische waarde; - Zeldzaamheid uniciteit of dendrologische waarde. Waardevolle bomen kunnen zowel gemeentelijke als particuliere bomen zijn. Naast waardevolle bomen zijn er ook bomen die nog niet de leeftijd van 80 jaar hebben bereikt maar wel de potentie hebben om deze leeftijd te bereiken en voldoen aan de aanwijscriteria. Voor deze potentieel waardevolle bomen geldt een minimale leeftijd van 40 jaar en een duurzame groeiplaats zodat zij de ambitieleeftijd van 80 jaar kunnen behalen.
Bomen in structuren en grotere groenstroken/vakken en op begraafplaatsen leveren een belangrijke bijdrage aan het karakter van de omgeving doordat ze stedenbouwkundige en landschappelijke structuren accentueren en versterken. Boomstructuren verhogen de herkenbaarheid van een woonwijk, een straat of
4
een waterweg. Daarnaast kunnen zij van belang zijn als ecologische verbindingslijnen tussen verschillende groengebieden. Hierbij is aansluiting gezocht bij de beheerparagraaf Biodiversiteit.
Boomstructuren inclusief parken, begraafplaatsen en groenstroken
III.
Opstellen van een afwegingskader vergunningen. Hierin wordt een transparant kapbeleid uitgewerkt waarbij gedoogbomen (= door de gemeente onderhouden bomen op particuliere grond) waar mogelijk gedereguleerd worden. Hierin worden ook de wijze van handhaving en regels over compensatie en herplant meegenomen. Voor (potentieel) waardevolle bomen en boomstructuren geldt een hogere bescherming dan voor functionele en overige bomen. -
-
Voor waardevolle bomen geldt dat hier geen kapvergunning voor wordt verleend tenzij sprake is van verhoogd risico voor de omgeving dat niet met boomsparende maatregelen kan worden weggenomen, bij een besmettelijke ziekte of bij een zeer groot maatschappelijk belang. Voor potentieel waardevolle bomen geldt dat hier geen kapvergunning voor wordt verleend tenzij sprake is van verhoogd risico (voor de omgeving en/of het verkeer) dat
5
-
niet met boomsparende maatregelen weggenomen kan worden, bij besmettelijke ziekten of bij een groot maatschappelijk belang. Structuurbomen en bomen in de op kaart aangegeven parken, groenstroken en begraafplaatsen worden alleen gekapt als dit geen of een positief effect heeft op de beeldkwaliteit van de gehele structuur. Een kapvergunning kan slechts verleend worden wanneer sprake is van een veiligheidsrisico (voor de omgeving en/of het verkeer) dat niet met boomsparende maatregelen weggenomen kan worden, of bij een groot particulier of maatschappelijk belang. Wel geldt dat na kap, door middel van herplant, de structuur weer hersteld moet worden. Bomen die staan in een bosplantsoen en om beheersmatige redenen gekapt moeten worden (dunning) kunnen zonder kapvergunning gekapt worden.
Voor gemeentelijke bomen die vallen onder de categorie ‘functioneel’ of ‘overig’ is geen kapvergunning vereist, wel geldt hierbij een inspanningsverplichting om belanghebbenden te informeren. Na het verwijderen van een gemeentelijke boom is herplant, al dan niet op dezelfde locatie, verplicht. Bij de herplant krijgt de vervangende boom dezelfde ambitieleeftijd als de verwijderde boom. Ook vindt vervanging plaats met een boom van minstens dezelfde boomgrootteklasse. Particuliere bomen zijn vrij van kapvergunning tenzij de boom deel uitmaakt van een op de kaart aangegeven boomstructuur en een diameter heeft van meer dan 40 cm, of is aangemerkt als waardevolle boom. Particuliere bomen zonder status mogen zonder vergunning of melding gekapt worden. Een particuliere boom maakt onderdeel uit van een boomstructuur wanneer deze staat op het voorerf van een perceel dat grenst aan de weg of dijklichaam dat op de kaart is aangewezen als (boom)structuurlijn. Motivatie: III. Grote oude bomen en boomstructuren leveren een grote bijdrage aan het karakter en de identiteit van het stads- of dorpsgezicht en verdienen alleen daarom een betere bescherming dan overige bomen. Anderzijds leeft ook de gedachte dat burgers en bedrijven meer verantwoordelijkheid en betrokkenheid voor hun leefomgeving moeten krijgen en daarmee meer vrijheid voor de inrichting van eigen tuin of terrein.
Onnodige kapvergunningsprocedures moeten vermeden worden. Om die reden wordt gesteld dat alleen voor bomen die zijn aangewezen als (potentieel) waardevol of onderdeel uitmaken van een vastgestelde boomstructuur een kapvergunning nodig is om de boom te mogen kappen. Bomen die niet aan de criteria voldoen worden vrijgesteld van een kapvergunningsplicht. IV.
Opstellen van een werkwijze voor inspectie en onderhoud waardevolle (particuliere) bomen en boomstructuren. Hierbij worden de investeringsbereidheid, het aanvaardbaar risico en de acceptabele overlast meegenomen. Voor het beheer van bomen kan op basis van de beleidsstatus een andere afweging worden gemaakt. Zo wordt bij bomen die als waardevolle boom geregistreerd staan, meer geïnvesteerd in boomsparende maatregelen De gemeente biedt particuliere eigenaren van waardevolle bomen een gratis periodieke inspectie aan. De daaruit voortvloeiende onderhoudsmaatregelen zijn voor kosten en verantwoordelijkheid van de eigenaar.
Motivatie: IV. Om een afweging te kunnen maken welke investering, naast de reguliere onderhoudskosten, het waard is om een boom te behouden wordt een rekenformule gehanteerd. Afhankelijk van de status van de
6
boom en de leeftijd wordt berekend welke kosten ‘rendabel’ zijn om overlast of risico’s weg te nemen of levensverlengende maatregelen te treffen of dat besloten moet worden de desbetreffende boom te kappen. Om ook particuliere waardevolle bomen beter te beschermen kunnen particulieren kosteloos hun bomen periodiek laten inspecteren. Uit de inspectie volgt een onderhoudsadvies. De kosten voor het onderhoud zijn voor de boom eigenaar. V. De wettelijke verplichtingen en verantwoordelijkheden uitwerken, alsmede een werkwijze voor het beheer van ‘gemeente’ bomen (gedoogbomen) op particuliere percelen. Motivatie: V. In de loop der jaren zijn stukjes grond verkocht of verhuurd aan particulieren. In veel gevallen is de gemeente de bomen blijven onderhouden. Omdat bij grondoverdracht ook de aanwezige bomen formeel overgaan naar de nieuwe eigenaar is ook deze eigenaar verantwoordelijk en aansprakelijk voor de boom. Uitgangspunt is dat dergelijke bomen worden overgedragen aan de particuliere eigenaar van de grond waarop de boom zich bevindt. Hiervoor wordt de verantwoordelijkheid (beheer, onderhoud) van de huidige aanwezige bomen geheel overdragen aan de particuliere eigenaar van de ondergrond, inclusief de kosten daarvoor. Bomen op verhuurde grond zijn en blijven van de gemeente en worden ook als zodanig door de gemeente onderhouden. G. Duurzaam behoud van de aanwezige bomen I.
Een afwegingskader opstellen voor het behoud van bomen met behulp van boomsparende maatregelen of groeiplaatsverbetering in geval van overlast, risico’s en conflicterende belangen. De inspanningen zijn gekoppeld aan de investeringsbereidheid per beleidsstatus.
II.
Het uitwerken van een aanpak voor het bestrijden van ziekten en aantastingen.
III.
Richtlijn opstellen voor het beschermen van bomen bij werkzaamheden.
IV.
Richtlijnen opstellen voor het ontwerp waarbij het behoud van bestaande bomen als basis dient.
Motivatie: I. Om een afweging te kunnen maken welke investering, naast de reguliere onderhoudskosten, het waard is om een boom te behouden wordt een rekenformule gehanteerd. Afhankelijk van de status van de boom en de leeftijd wordt berekend welke kosten ‘rendabel’ zijn om overlast of risico’s weg te nemen of levensverlengende maatregelen te treffen of dat besloten moet worden de desbetreffende boom te kappen. IV. Bij werkzaamheden worden bomen regelmatig beschadigd door bijvoorbeeld graafwerkzaamheden of doordat er bouwmaterialen onder de bomen worden geplaatst. Heldere richtlijnen moeten meer duidelijkheid geven wat wel en niet kan rondom bomen. H. (Her)inrichting met nieuwe bomen I.
In een toetsbare boomnorm wordt het beoogde kroonvolume meegenomen. In de boomnorm wordt eveneens de ontwerpleeftijd meegenomen. Bij ontwerp met bomen wordt ook rekening gehouden met het sortiment zodat een divers bomenbestand ontstaat. De boomnorm bij herinrichting en bij nieuwe inrichting met bomen is uitgedrukt in kroonbedekking. De kroonbedekking is minimaal 30%. Dit wil zeggen dat de oppervlakte van boomkronen op eindbeeld 30% beslaat van de openbare buitenruimte in een straat of buurt dat in eigendom is van de gemeente.
II.
Voor de inrichting worden per boomsoort en boomgrootteklasse (1e, 2e en 3e grootte) de richtlijnen uit het Handboek Bomen aangehouden. Hiermee krijgt een boom de benodigde boven- en ondergrondse groeiruimte om volledig uit te kunnen groeien.
7
Het doel is dat de juiste boom op de juiste plek staat. Hierbij spelen de volgende onderdelen een rol: -
-
Groeiplaatsen: Een goede groeiplaats voldoet aan voldoende boven- en ondergrondse groeiruimte, voldoende voedingsstoffen en is niet te nat of te droog. Groeiplaatsen worden ingericht conform de normen van Handboek Bomen, waarbij de boom zijn ambitieleeftijd met gemak in goede conditie kan bereiken. Afstand van de boom tot de woning moet minimaal 1,5x de straal van de kroon zijn. Onderlinge afstand tussen bomen in woonstraten is minimaal 3x de straal van de kronen.
Motivatie: I. Met de norm van 30% kroonbedekking wordt gezorgd dat minimaal 30% van de openbare ruimte wordt beschaduwd door bomen. Er is gekozen voor een percentage kroonbedekking omdat 1 grote boom vaak een grotere bijdrage levert aan de biodiversiteit en de klimaatadaptie dan bijvoorbeeld 10 kleine bomen. Door een norm te stellen worden ontwikkelaars gedwongen creatieve keuzes te maken over de inrichting van de buitenruimten bij nieuwbouwprojecten. II. De richtlijnen uit het Handboek Bomen bij de aanplant van bomen zorgt dat bomen zowel ondergronds als bovengronds voldoende groeiruimte krijgen waardoor de bomen bij volle wasdom minder overlast veroorzaken en onnodige onderhoudskosten zoveel mogelijk worden vermeden. De norm voor de afstand tussen bomen onderling en bomen en woningen moet voorkomen dat in de toekomst overlast gaat ontstaan (overhangende takken en gebrek aan (zon)licht in woning en tuin). Om ontwerptechnische redenen kan hier bij uitzondering van afgeweken worden als bijvoorbeeld hierdoor de boomnorm niet gehaald zou worden. Kanttekeningen / alternatieven De kaders, normen en richtlijnen en werkwijzen vormen een compleet, ambitieus en afgewogen samenspel om daarmee te komen tot een adequaat boombeheer. Op onderdelen kunnen wellicht strengere normen gehanteerd worden en ook zullen niet alle voorgestelde richtlijnen in de praktijk altijd haalbaar zijn.
De praktijk zal uitmaken of het OMGEVINGSPROGRAMMA BOMEN voldoende houvast geeft om een afdoende bijdrage te leveren aan de doelstellingen van de klimaatadaptatie en dat met de te nemen maatregelen een duurzaam bomenbestand wordt gecreëerd zodat invulling wordt gegeven aan de visie: “Een prettige, veilige, groene leefomgeving met een duurzaam bomenbestand”. Draagvlak Voorafgaand aan het opstellen van de DEELVISIE BOMEN en het OMGEVINGSPROGRAMMA BOMEN zijn interdisciplinaire werksessies gehouden waarbij naast de boomverzorgers, de groenbeheerders/ beleidsadviseurs ook civieltechnische projectleiders zijn betrokken evenals een vertegenwoordiging van de werkvelden ruimtelijke ontwikkeling, duurzaamheid/klimaatadaptatie, omgevingsvisie en communicatie. Uit de werksessies kwam naar voren dat het wenselijk is dat er meer helderheid wordt verschaft rondom het werken met en nabij bomen. Wel wordt opgemerkt dat kaders, normen, en richtlijnen een extra druk geven op de inrichting van de toch al beperkte buitenruimte en kostenverhogend kunnen werken. Anderzijds zal bij een duurzaam bomenbestand, waarbij gekozen wordt voor een juiste boom op de juiste plaats met goede groeiomstandigheden de kosten van het onderhoud van zowel wegen als van de bomen zelf op termijn afnemen.
Planning, evaluatie en verantwoording In de Uitvoeringsagenda (bijlage 21) is een planning opgenomen van alle actiepunten uit het OMGEVINGSPROGRAMMA BOMEN. Een aantal van deze actiepunten wordt opgenomen in andere documenten, andere actiepunten zullen vanaf het moment van vaststelling van het OMGEVINGSPROGRAMMA BOMEN geïmplementeerd worden in de werkwijzen en werkprotocollen. Daar waar de gemeenteraad bevoegd is zullen nadere voorstellen worden gedaan. De voorgestelde kaders, normen en richtlijnen gelden voor de nieuw te initiëren projecten. Voor de lopende projecten zijn deze nog niet van toepassing.
8
Financiën Het Omgevingsprogramma bomen zal niet direct leiden tot structurele hogere onderhoudskosten. Wel zullen de strengere normen leiden tot hogere investeringskosten bij bijvoorbeeld nieuwbouwplannen. Er zal meer geïnvesteerd moeten worden in ondergrondse groeiplaatsverbeteringen en doordat er een norm wordt vastgesteld voor het kroonbedekkingspercentage van de openbare buitenruimte zullen meer of grotere bomen een plek moeten krijgen in de ontwikkelplannen wat in sommige gevallen tot hogere kosten kan leiden dan in de huidige situatie wellicht gebruikelijk was. Bij een toename van het boomareaal zullen ook de onderhoudskosten evenredig toenemen. Voor de realisering van onderwerpen uit de Uitvoeringsagenda, die niet binnen het huidige budget en/of werkcapaciteit kunnen worden uitgevoerd, zullen u nadere voorstellen worden voorgelegd.
Hoogkarspel, 21 september 2021. Burgemeester en wethouders van Drechterland De secretaris, De burgemeester,
C.M. Minnaert
M. Pijl
9