Raadsvoorstel Recycletarief (2024-18)
Tekst van het document
Voorstel aan de gemeenteraad Onderwerp: Zaaknummer:
Recycletarief: Implementatie, tarifering en doelgroepenbeleid 7526
RTG: Raadsvoorstel:
8 april 2024 22 april 2024, nr. 2024-18
Portefeuillehouder: Programma:
6: Milieu
Karakter:
Besluitvormend
Bijlagen:
Bijlage 1: Raadsbesluit: Recycletarief, tarifering en doelgroepenbeleid Bijlage 2: Doelen en uitgangspunten zoals vastgesteld op 25 mei 2020 Bijlage 3: Recycleplan 2022 - 2025 Bijlage 4: Landelijk onderzoek Diftar Bijlage 5: Evaluatie recycletarief Medemblik Bijlage 6: Benchmark Huishoudelijke Afval 2022
Voorgesteld besluit: 1. Het recycletarief per 1 januari 2025 in te voeren; 2. De concept-tarifering (prijspeil 2024) vast te stellen; 3. Het doelgroepenbeleid vast te stellen; 4. € 30.500 extra beschikbaar te stellen voor eenmalige gemeentelijke kosten en dit bedrag te dekken uit het afvalbudget 2024; 5. € 29.295 extra project- en communicatiekosten door HVC te laten verdisconteren in het DVOtarief.
Inleiding Met het oog op de landelijke milieudoelstellingen, verschillende ontwikkelingen in de afvalmarkt en stijgende verwerkingskosten is het van belang een aantal nieuwe stappen te zetten in het afvalbeheer. Om deze reden heeft de raad op 25 mei 2020 de doelen en uitgangspunten voor het nieuwe afvalbeleid vastgesteld. Daarbij heeft zij het college de opdracht gegeven het huidige inzamelsysteem te optimaliseren en invoering van een tariefdifferentiatie (recycletarief) uit te werken. De doelen van het nieuwe beleid bestaan uit het verbeteren van de milieuprestaties (75% afvalscheiding en maximaal 100 kg fijn en grof restafval per inwoner per jaar), het verbeteren van de kostenprestaties en het borgen van het huidige serviceniveau. De door de raad vastgestelde ontwikkelrichting is vervolgens uitgewerkt in het Recycleplan 2022 – 2025 dat op 24 januari 2022 is vastgesteld. Het nu voorliggende raadsvoorstel betreft de uitwerking van de tarifering en het doelgroepenbeleid. Beoogd effect Invoering van tariefdifferentiatie, of te wel invoering van het recycletarief, is de uitwerking van de doelen en uitgangspunten zoals door de raad vastgesteld op 25 mei 2020 en het op 24 januari 2022 vastgestelde Recycleplan 2022-2025. Eveneens zijn de toezeggingen uit de consulterend RTG van 11 januari 2024 inzake dit onderwerp meegenomen.
Terugbrengen restafval Met het invoeren van een recycletarief willen we het restafval omlaag brengen. Landelijk wordt het huishoudelijke restafval gemeten aan de hand van de definitie uit het Van Afval Naar Grondstof (VANG) programma. Deze definitie bestaat uit de optelsom van het fijn huishoudelijk en het grof huishoudelijk afval. Daarbij wordt vervolgens het afval dat bij de hoogbouw wordt nagescheiden eraf getrokken. Deze definitie is eveneens gevolgd in het Recycleplan en het daarin gestelde doel van maximaal 100 kg restafval per inwoner per jaar.
1
Grafiek 1: Restafval per inwoner in kg per jaar 2019 – 2024 en verwacht effect recycletarief (2025) 200 180 160 140 120 100 80 60 40 20 0 2019
2020
2021
2022
2023
2024
Totaal
Grof
Fijn
Totaal (beleid)
Grof (beleid)
Fijn (beleid)
2025
In grafiek 1 zijn de restafvalcijfers opgenomen van 2019 tot en met 2024. Daarbij zijn de verwachte effecten van het recycletarief opgenomen in 2025. De oranje lijn geeft de doelstelling van 100 kg per inwoner per jaar weer. Het recycletarief speelt in op het omlaag brengen van het fijn huishoudelijk restafval (gele lijn). Met het recycletarief verwachten we dat het fijn restafval afneemt tot 83 kg per inwoner per jaar. Hiermee daalt het geheel (fijn + grof) aan restafval (rode lijn) tot 106 kg.
Aandachtspunt: het recycletarief zelf heeft geen effect op het grof huishoudelijk afval. Hiervoor wordt op het moment van invoering ook een tarief voor het ophalen aan huis ingevoerd (zoals vastgesteld in het Recycleplan), waarbij we verwachten dat deze stroom daalt met 3kg tot 23 kg per inwoner per jaar (blauwe lijn). Doelstelling
Tarifering De raad heeft aangegeven zicht te willen hebben op de tarifering en wat dit betekent voor een huishouden. In deze paragraaf worden eerst de uitgangspunten uiteengezet om deze vervolgens te vertalen in een tarief bestaande uit een vast- en een flexibel onderdeel. Uitgangspunt voor de tarifering is het inzetten van een prikkel die zodanig gebalanceerd is dat deze leidt tot betere afvalscheiding, maar niet leidt tot problemen met het onjuist aanbieden van afval (zoals dumpingen, bijplaatsingen en vervuiling van andere stromen zoals gft). Daarnaast mag de tarifering niet leiden tot een risico in de begroting doordat er bij te veel scheiden een financieel tekort ontstaat (de zogenoemde diftar paradox). Wanneer het flexibele deel van de heffing (het deel waar de inwoners invloed op hebben door meer of minder vaak restafval aan te bieden) te hoog is in vergelijking met het vaste deel (welke onafhankelijk van het aantal aanbiedingen wordt opgelegd), bestaat het risico dat er aan het eind van het jaar een te lage dekking bestaat voor de kosten.
Op basis van bovengenoemde uitgangspunten wordt voorgesteld het grootste deel van de heffing (75%) te verwerken in het vaste tarief (het tarief dat door elk huishouden wordt betaald zonder dat er afval wordt aangeboden) en het flexibele tarief (per aanbieding restafval) zodanig vorm te geven dat het geen risico vormt voor de begroting. Dit is in lijn met hetgeen is aangegeven in de RTG van 11 januari 2024 en komt overeen met de insteek van het recycletarief in Medemblik. Voor een realistisch beeld van de te verwachte kosten per huishouden, zijn de basiscijfers voor de afvalstoffenheffing (kosten en tonnages) van 2024 als grondslag genomen voor de berekening. Onderstaande tabel kan gelezen worden als ware het dat het recycletarief per 1 januari 2024 ingevoerd zou zijn. De tarieven worden jaarlijks bijgesteld. De berekeningen gaan uit van lediging van een 240 liter restafvalcontainer voor € 12,62 per keer en € 3,16 inwerpkosten voor een ondergrondse container (60 liter vuilniszak). De afvalstoffenheffing ziet er in dit voorstel als volgt uit:
2
Tabel 1: Voorstel tarifering Recycletarief (prijspeil 2024) Vastrecht Flexibel Totaal bij 3 Totaal bij 4 tarief aanbiedingen aanbiedingen 1-persoons: € 230 € 12,62 € 267,86 € 280,48 Meerpersoons: € 320 lediging € 357,86 € 370,48 Vastrecht 1-persoons: € 230 Meerpersoons: € 320 Vastrecht 1-persoons: € 230 Meerpersoons: € 320
Flexibel tarief €12,62 per lediging Flexibel tarief €12,62 per lediging
Totaal bij 7 aanbiedingen € 318,34 € 408,34 Totaal bij 11 aanbiedingen € 368,85 € 458,85
Totaal bij 8 aanbiedingen € 330,96 € 420,96 Totaal bij 12 aanbiedingen € 381,44 € 471,44
Totaal bij 5 aanbiedingen € 293.10 € 383,10
Totaal bij 6 aanbiedingen € 305,72 € 395,72
Totaal bij 9 aanbiedingen € 343,58 € 433,58
Totaal bij 10 aanbiedingen € 356,20 € 446,20
Totaal bij 13 aanbiedingen € 394,06 € 484,06
Toelichting Ter vergelijking van deze bedragen het volgende: De huidige afvalstoffenheffing zoals geldend voor 2024 (vlaktarief) is vastgesteld op € 301,20 (eenpersoons) en € 421,80 (meer persoons) waarbij de container 13 keer per jaar geleegd wordt. Merk op dat bij invoering van het recycletarief een eenpersoons huishouden bij hetzelfde aanbiedgedrag (13 keer per jaar) circa € 93 duurder uit is; een meerpersoonshuishouden circa € 63. Bij 6 keer aanbieden is de afvalstoffenheffing bij een eenpersoonshuishouden ongeveer hetzelfde als in een vlaktarief. Bij een meerpersoonshuishouden is dit bij 8 keer aanbieden. Let op: dit zijn cijfers op basis van de verwachte afvalbeheerkosten 2024. Eind 2024 wordt het definitieve recycletarief vastgesteld bij de behandeling van de verordening afvalstoffenheffing 2025 op basis van de prognoses afvalbeheerkosten voor 2025. Doelgroepen Om de dienstverlening op orde te houden wordt bij invoering van het recycletarief in het bijzonder aandacht besteed aan verschillende doelgroepen. Op 11 januari jl. heeft een consulterende RTG plaatsgevonden waarin het doelgroepenbeleid is voorgelegd. Gevraagd is of er aanvullend beleid benodigd is voor doelgroepen. De RTG heeft geen aanvullend beleid en opmerkingen meegegeven. Ouderen en chronisch zieken met medisch of incontinentiemateriaal, zullen altijd meer afval hebben dan een gemiddeld huishouden.
Het is daarom wenselijk om hiervoor een uitzondering toe te passen in de vorm van enkele gratis aanbiedingen van restafval. Minima hebben minder te besteden dan de gemiddelde inwoner. Net zoals in het huidige beleid is kwijtschelding wenselijk. Om de prikkel tot afvalscheiding te laten bestaan, wordt het vastrecht kwijtgescholden; alleen het variabele tarief wordt in rekening gebracht. Kwijtschelding valt onder het minimabeleid van het sociaal domein en wordt bepaald op basis van de geldende regels m.b.t. inkomen en vermogen. De gemeente is erg blij met de zwerfafvalrapers en wil met het recycletarief deze inwoners niet ontmoedigen. Om deze reden wordt een speciale zwerfafvalpas ingericht met daarop enkele gratis (door de gemeente betaalde) aanbiedmogelijkheden bij ondergrondse containers. Het blijft eveneens mogelijk om het opgeruimde zwerfafval op te laten halen (via een Fixi-melding). Om inwoners tegemoet te komen die moeite hebben met het brengen van grote vuilniszakken naar ondergrondse containers, is overwogen deze containers uit te rusten met een klepverkleiner waardoor een
3
inworp van een 30 liter vuilniszak mogelijk is. Op basis van ervaringen van andere gemeenten is besloten hiervan af te zien (zie onder kanttekeningen / alternatieven). Op basis van de mogelijkheden zoals bij de RTG van 11 januari jl. naar voren zijn gebracht, stellen wij het in onderstaande tabel beschreven beleid voor: Tabel 2: Doelgroepenbeleid Doelgroep Compensatie Inwoners met Compensatie dient hierbij actief aangevraagd medisch of te worden bij de gemeente. Inwoners die nu incontinentiemateriaal al vallen binnen de regeling (bijvoorbeeld met een extra restafvalcontainer) krijgen bij invoering automatisch een uitzondering. Bij inwoners waarbij in de directe omgeving een ondergrondse container aanwezig is wordt de gelegenheid geboden om 1x per 2 weken gratis een zak restafval weg te brengen. Minima Volledige kwijtschelding van het vastrecht van de afvalstoffenheffing. Het flexibele tarief wordt wel in rekening gebracht. Zwerfafvalrapers Mogelijkheid om zwerfafval (in zakken) aan te bieden in een ondergrondse container middels een speciale zwerfafvalpas. Afhankelijk van de frequentie van opruimen meer of minder ‘’tikken op de pas’’. Het blijft eveneens mogelijk om het opgeruimde zwerfafval op te laten halen (via Fiximelding).
Prognose (meer)kosten Circa € 10.500
Geen. Er is op dit moment sprake van volledige kwijtschelding. Circa € 2.500
Beleidsvrijheid / -ruimte (wettelijk kader) De gemeente dient de inzameling van het huishoudelijk afval te verzorgen. Binnen de kaders van de wet Milieubeheer en het Landelijk Afvalbeheer Plan (LAP) is het aan de gemeente welke vorm zij hieraan geeft. De doelen om te komen tot 100 kg restafval per inwoner per jaar en 75% afvalscheiding zijn landelijke doelstellingen, maar niet verplicht. De gemeenteraad heeft deze doelen vastgesteld op 24 januari 2022 bij het vaststellen van het Recycleplan. Argumenten Invoering recycletarief Invoering van een recycletarief blijft anno 2024 de beste mogelijkheid om de door de raad vastgestelde milieu- en kostendoelstellingen te behalen. In 2022 bood de gemiddelde inwoner van Drechterland nog 140 kg restafval per jaar aan, waarvan 116 kg fijn rest afval en 24 kg grof afval. Uit de sorteeranalyses blijkt dat van de 116 kg fijn restafval slechts 24% daadwerkelijk restafval is. De optimalisatiemaatregelen (waaronder het plaatsen van gft/e cocons bij de hoogbouw) zullen een positief effect hebben op het reduceren van het aanbod van restafval, maar het effect zal tekortschieten om de doelstellingen te behalen. Het invoeren van een prijsprikkel is hiervoor noodzakelijk. Een ander belang betreft de toekomstige financiële ontwikkelingen.
Met name de verbrandingsbelasting, de verwachte CO2-heffing en de algehele prijsindexaties hebben een groot effect op de toekomstige afvalbeheerskosten. Deze ontwikkelingen zijn sterk prijsverhogend voor de verwerking van het restafval en daarmee de afvalstoffenheffing. Restafval is, in vergelijking met de stromen gft/e, papier en glas een dure
4
stroom om te verwerken; met de verwachte stijgingen op zowel de verbrandingsbelasting als de CO 2-heffing zal dit alleen nog maar verder toenemen de komende jaren. Het verlagen van de financiële kwetsbaarheid is daarbij in toenemende mate van belang. In de afgelopen jaren zien we een trendmatige toename van het aantal gemeenten dat gedifferentieerde tarieven in het huishoudelijk afvalbeheer toepast. Uit onderzoek bij 45 gemeenten komt naar voren dat het restafval en de afvalbeheerkosten met de invoer van diftar/recycletarief afneemt. Daarbij is het aantal dumpingen en verkeerd aangeboden afval beperkt en goed beheersbaar door handhaving en afvalcoaching. Zie hiervoor hoofdstuk 5 van het Recycleplan, het bijgevoegde landelijke onderzoek m.b.t. diftar en de Benchmark Huishoudelijk Afval 2022. In Medemblik, waar het recycletarief in 2022 is ingevoerd, is in mei 2023 een evaluatierapport gepubliceerd. Uit deze evaluatie komt naar voren dat de tarieven gemiddeld met 9% gedaald zijn en het huishoudelijk restafval (fijn + grof) is afgenomen van 162,5 kg per inwoner per jaar in 2021 tot 101 kg in 2022. Voor meer informatie, zie bijlage. CO2 besparing Het terugdringen van het restafval leidt eveneens tot minder CO2 uitstoot. Berekeningen van HVC laten zien dat het invoeren van het recycletarief 471 ton aan CO2 per jaar bespaart ten opzichte van de huidige inzameling en verwerking.
Dit komt overeen met bijna 200 auto’s die jaarlijks 25.000 km rijden. Om deze CO2 uitstoot te absorberen heb je jaarlijks ongeveer 19.625 bomen nodig. Niet invoeren Recycletarief Het is mogelijk om niet over te gaan op het recycletarief. Wordt hiertoe besloten dan moet het vastgestelde Recycleplan worden ingetrokken. De doelen en uitgangspunten, zoals vastgesteld in 2020, worden als basis gebruikt om een nieuw beleidsplan uit te werken. Naar verwachting komt het restafval zonder recycletarief niet onder de 100 kg per inwoner per jaar, waarmee de doelen uit het vastgestelde Recycleplan niet worden gehaald. Ook de verwachte afname in de verwerkingskosten restafval en verbrandingsbelasting vervallen hiermee. Om stappen te zetten in het afvalbeheer zal op andere manieren gezocht moet worden naar kostenbesparingen en het verlagen van het restafval. Kanttekeningen / alternatieven Aanvullend doelgroepenbeleid Een recycletarief leidt niet tot minder toegankelijkheid van de afvalvoorzieningen. Compensatie voor ouderen en mindervaliden is dus niet nodig. Mocht er sprake zijn van incontinentie- of medisch afval dan is compensatie wel mogelijk binnen het voorgestelde beleid. Grote gezinnen bestaan uit meer gezinsleden dan een gemiddeld gezin waardoor meer afval vrijkomt. Een apart compensatiebeleid is niet wenselijk, omdat dit onevenredige kosten met zich meebrengt.
Wanneer een groot gezin onder de minima valt is kwijtschelding mogelijk. Kanttekening Het recycletarief brengt twee risico’s met zich mee. Het eerste risico betreft een toename van dumpingen en verkeerd aangeboden afval. Uit ervaring van andere gemeenten weten we dat deze problemen goed te beheersen zijn door de inzet van (tijdelijk) meer handhaving en afvalcoaches. In de bijlage 2 van het recycleplan is een beheersplan op grote lijnen opgenomen. In aanloop naar de implementatie wordt een uitgewerkt beheersplan opgesteld.
5
Redenen waarom gemeenten stoppen met diftar/recycletarief In de consulterende RTG van 11 januari 2024 is gevraagd om welke redenen gemeenten een ingevoerd recycletarief/diftarsysteem terugdraaien. In deze paragraaf gaan we in op de belangrijkste redenen: de diftarparadox, te weinig handhaving en problemen met software. In Lisse is in 2017 diftar ingevoerd; in 2019 is besloten deze weer af te schaffen. Uit de evaluatie bleek geen rekening gehouden te zijn met de diftar-paradox. Alhoewel het restafval daalde en de inwoners tevreden waren over het systeem, bleek er te weinig afvalstoffenheffing binnen te komen. De inwoners scheidden hun afval beter dan verwacht, waardoor er te weinig financiële middelen binnenkwamen vanuit het flexibele tarief. De ervaring in Lisse maakt duidelijk dat goed moet worden nagedacht over de hoogte van het tarief. Bij het berekenen van het vaste en flexibele tarief (zie onder tarifering) is expliciet rekening gehouden met de diftarparadox. Een andere gemeente die diftar heeft afgeschaft is de gemeente Arnhem. Deze gemeente heeft bij de voorbereidingen te weinig rekening gehouden met de beheersmaatregelen, waaronder afvalcoaching en handhaving, en had te kampen met een niet voor diftar geschikt softwarepakket. Daarnaast verergerden de bestaande problemen bij ondergrondse containers, doordat niet iedereen tijdig toegang kreeg tot de containers.
Eveneens werden de openingen van de ondergrondse containers op verzoek van de gemeenteraad verkleind, terwijl de meeste inwoners vasthielden aan de 60 liter vuilniszakken. Dit leidde ertoe dat te grote afvalzakken klem kwamen te zitten en de containers vastliepen. Met de problemen zoals die zich hebben voorgedaan in Arnhem wordt rekening gehouden bij de implementatie, door voldoende tijd te nemen om de invoering voor te bereiden en handhaving tijdig paraat te hebben. Bij invoering van het recycletarief wordt rekening gehouden met de succesvolle implementatie van het systeem bij andere gemeenten, maar eveneens met de ervaringen van gemeenten waar het systeem door onzorgvuldige voorbereiding is gestaakt. Draagvlak Om het recycletarief per 1 januari 2025 in te voeren (implementatie neemt gemiddeld acht à negen maanden in beslag), moeten nog enkele stappen gezet worden, waaronder inrichting van de administratie en communicatie. Geadviseerd wordt niet pas te wachten met een definitief besluit bij het vaststellen van de afvalstoffenheffing verordening (december 2024), maar rekening te houden met de hierboven genoemde implementatieperiode. M.b.t. de invoering van het recycletarief is toegezegd het doelgroepenbeleid en de gedifferentieerde tarieven aan de raad voor te leggen, waarmee de definitieve keuze voor de invoering van het recycletarief op dat moment pas definitief wordt.
Het voorgestelde doelgroepenbeleid behoudt het dienstverleningsniveau van de huidige inzameling. Inwoners met medisch afval, waaronder incontinentiemateriaal, worden gecompenseerd. Inwoners met een laag inkomen wordt het vaste tarief kwijtgescholden en zwerfafvalrapers krijgen de mogelijkheid om het opgeruimde zwerfafval gratis kwijt te kunnen. Voor, tijdens en ook na de invoering van recycletarief is intensieve communicatie onmisbaar. Het communicatiedoel is inwoners actief, tijdig en begrijpelijk te informeren over de introductie van het recycletarief. Daarnaast zetten we in op afval scheiden in het algemeen, grof afval en (het voorkomen van) afvaldumpingen en zwerfafval. De gerichte communicatie richting inwoners bestaat uit o.m. inzet van afvalcoaches, huis-aan-huis-informatie (inwonersbrieven) over hoe recycle-tarief werkt en wat het voor inwoners betekent, campagnes over wat in welke rolcontainer hoort en inzet van de HVC-app. Planning, evaluatie en verantwoording Om te komen tot invoering per 1 januari 2025 is het wenselijk op korte termijn stappen te zetten. Van april 2024 tot 1 januari 2025 wordt de implementatie van het recycletarief voorzien. Onder meer het belastingsysteem wordt aangepast, handhaving georganiseerd en gerichte communicatie ingezet. In het
6
najaar wordt de definitieve tarifering opgesteld op basis van de vastgestelde insteek en de prognose van de kosten over 2025. In november/december stelt de raad de definitieve tarieven vast bij behandeling van de verordening afvalstoffenheffing. Per 1 januari 2025 wordt overgegaan op het recycletarief. Mocht besloten worden niet over te gaan op het recycletarief dan wordt, op basis van de eerder vastgestelde doelen en uitgangspunten, nieuw beleid uitgewerkt. Hierbij zal de raad betrokken worden. Financiën De voorgestelde tarieven zijn beschreven onder beoogd effect. Hierbij wordt opgemerkt dat dit een concepttarifering betreft op basis van prijspeil 2024. Eind 2024 wordt het definitieve recycletarief vastgesteld bij de behandeling van de verordening afvalstoffenheffing 2025 op basis van de prognoses afvalbeheerkosten voor 2025. Het verwachte voordeel van implementatie van het recycletarief en de in dit voorstel genoemde optimalisaties op het DVO tarief (prijspeil 2023) wordt geprognosticeerd op € 10,54 per woonhuisaansluiting. De eenmalige kosten wijzigen ten opzichte van het eerdere raadsvoorstel, omdat Stede Broec heeft besloten niet over te gaan op het Recycletarief. Hiermee wordt het synergievoordeel van gezamenlijke implementatie niet behaald. De HVC project- en communicatiekosten stijgen hiermee met € 29.285 ten opzichte van het in het raadsvoorstel (d.d.
24 januari 2022) genoemde bedrag; de gemeentelijke kosten stijgen met € 30.500. Voorgesteld wordt de extra gemeentelijke kosten te dekken uit het afvalbudget 2024 en de extra project- en communicatie kosten HVC, in lijn met het eerdere raadsvoorstel, te verdisconteren in het DVO tarief. In onderstaande tabel zijn de betreffende bedragen uiteen gezet. Tabel 3: Totaal eenmalige kosten Eenmalige kosten anno 2024
Eenmalige projectkosten HVC Eenmalige projectkosten gemeente
€ 175.888
Verschil eenmalige kosten anno 2024 en raadsvoorstel 24 januari 2022 € 28.295
€140.500
€ 30.500
Bij vaststelling van het recycletarief heeft de raad gevraagd om, voordat definitief besloten wordt om over te gaan op het recycletarief, grote uitgaven te vermijden. In aanloop naar dit raadsvoorstel is € 7.450 aan kosten gemaakt voor ondersteuning en advisering aan de gemeentezijde. Dit past binnen het in het raadsvoorstel opgenomen budget voor voorbereiding en projectleiding. Het voorgestelde tarief (zie onder beoogd effect) leidt tot een goede prikkel om te scheiden zonder dat het risico ontstaat dat kosten voor inzameling en verwerking niet gedekt worden.
Hoogkarspel, 26 maart 2024 Burgemeester en wethouders van Drechterland De secretaris, De burgemeester,
W. van Twuijver
P.F. Dijkman
7