CConstaterende datDrechterland
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsvoorstel Recycleplan (2021-60)

Gemeenteraad 24 januari 2022, gemeente DrechterlandBij agendapunt: Vaststellen Recycleplan (2021-60)3.456 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Voorstel aan de gemeenteraad Onderwerp: Zaaknummer:

Recycleplan 2022 – 2025 937889

RTG: Raadsvoorstel:

6 december 2021 20 december 2021

Portefeuillehouder: Programma:

J.H.N. Broeders 6: Milieu

Karakter:

Besluitvormend

Bijlagen:

-

Recycleplan 2022 – 2025 Bijlage 1 Lijst met afkortingen (in Recycleplan) Bijlage 2 Beheersplan neveneffecten (in Recycleplan) Bijlage 3 Communicatieplan op hoofdstukken (in Recycleplan) Bijlage 4 I&O inwonersonderzoek Bijlage 5 Onderzoek IPR Normag Diftar Bijlage 6 Notitie bron en -nascheiding

Voorgesteld besluit: 1. Het Recycleplan 2022 – 2025 vast te stellen 2. Het Recycle-tarief per 1 januari 2023 in te voeren 3. Implementatie optimalisaties per heden te starten 4. Krediet van € 16.500 beschikbaar te stellen voor betonputten 5. Project- en communicatiekosten HVC te verdisconteren in DVO tarief 6. Kosten implementatie (eenmalige kosten) à raison van € 110.000,- te dekken uit algemene reserve

Samenvatting Op 25 mei 2020 heeft de Raad unaniem aan het college de opdracht gegeven de invoering van tariefdifferentiatie (op het terrein van de afvalinzameling) uit te werken, gekoppeld aan de optimalisatie van het huidige inzamelsysteem. Daarbij zijn toen ook door uw Raad een aantal doelen en uitgangspunten vastgesteld, waaronder het terugbrengen van het restafval naar 100 kg per inwoner per jaar. Het hierbij ter besluitvorming voorgelegde Recycleplan vormt de uitwerking van de door u verstrekte opdracht. Volgens dit Recycleplan wordt per 1 januari 2023 in Drechterland tariefdifferentiatie geïntroduceerd. Dit betekent, kortweg, dat inwoners minder voor de afvalstoffeninzameling gaan betalen wanneer ze minder vaak de grijze afvalbak aan de weg gaan zetten. Een goede implementatie van een dergelijk recycletarief (de nieuwe naam voor tariefdifferentiatie) kent, inclusief een intensief communicatietraject, een lange voorbereidingstijd. Daarom dient u reeds nu hierover een besluit te nemen. De introductie van deze vorm van tariefdifferentiatie leidt, zoals empirisch op allerlei plekken is aangetoond, tot een reductie van afvalstromen, betere scheiding, een hogere kwaliteit van reststromen, en onder aan de streep met name op de langere termijn tot lagere kosten voor de verwerking van het huishoudelijk afval, zowel voor individuele inwoners als voor de gemeente.

Daarmee worden tegelijkertijd zowel milieu- als financiële doelstellingen gediend. De feitelijke vaststelling van de te hanteren tarieven, zowel voor het vaste als het variabele deel, vindt plaats bij de vaststelling van de hoogte van de lokale heffingen in het najaar van 2022. Op dat moment zal ook een voorstel worden gedaan hoe om te gaan met bijzondere categorieën inwoners, zoals bijvoorbeeld inwoners met medisch afval. In het plan zijn ook kosten opgenomen voor extra ambtelijke capaciteit voor handhaving, om met name in de beginfase adequaat op te kunnen treden wanneer er onverhoopt sprake zou zijn van afvaldumping. Op allerlei plekken in den lande is echter gebleken dat de invoering van deze vorm van tariefdifferentiatie eigenlijk nauwelijks tot dit ongewenste bijeffect leidt. Voor de incidentele kosten die verbonden zijn met de

1

implementatie wordt voorgesteld om de gemeentelijke kosten ten laste te brengen van de algemene reserve, en de incidentele kosten van HVC de komende vijf jaar te verdisconteren worden in het DVO tarief. Een dergelijk Recycleplan wordt tegelijkertijd in Drechterland en in Stede Broec aan de raad voorgelegd: hierdoor zijn behoorlijke synergievoordelen te halen omdat onder andere de kosten van HVC veel lager zijn, dan wanneer er sprake zou zijn van de invoering in twee afzonderlijke gemeenten. Beoogd effect Het Recycleplan is de uitwerking van de door de raad op 25 mei 2020 vastgestelde richting. Doel van het voorliggende plan is afvalscheiding te verbeteren en te komen tot een betere kostenbeheersing. In het Recycleplan wordt uitgewerkt hoe het huidige systeem te optimaliseren en een recycle-tarief (diftarsysteem) in te voeren op basis van de frequentie dat de grijze bak wordt aangeboden. Beleidsvrijheid / -ruimte (wettelijk kader) Het Nederlandse afvalbeleid wordt in belangrijke mate bepaald door het Europese afvalbeleid. De belangrijkste Europese richtlijn op het gebied van afval is de Kaderrichtlijn Afvalstoffen (2008/98/EG). In deze richtlijn wordt het Europese raamwerk weergegeven voor het beheer van afvalstoffen en aandacht besteed aan duurzaam afvalbeheer, preventie en hergebruik.

Landelijk en Europees wordt er steeds meer gekeken naar mogelijkheden voor een circulaire economie. Daarmee staat het afvalbeleid in het kader van het Rijksbrede programma circulaire economie. Landelijke en internationale ontwikkelingen zorgen voor fluctuerende verwerkingskosten op de afvalmarkt, wat betekent dat er doorlopend aandacht gegeven dient te worden aan een goede balans tussen milieu, kwaliteit van dienstverlening (service) en kosten. Uitgangspunt van het besluit van de raad op 25 mei 2020 om tariefdifferentiatie in te voeren, is te komen tot 100 kg restafval per inwoner per jaar en dit te bereiken door een aantal optimalisaties door te voeren in de wijze van inzameling en het invoeren van een recycle-tarief. Met de beleidsontwikkeling bij de gemeente wordt rekening gehouden met de landelijke beleidskaders, de afvalmarkt en de ontwikkelingen bij buurgemeenten. In Stede Broec ligt in december 2021 een vergelijkbaar Recycleplan voor met het recycle-tarief. Opmeer en Medemblik voeren met ingang van 1 januari 2022 een recycle-tarief in en zetten in op vergelijkbare aanvullende maatregelen. Koggenland heeft voor de eerstkomende jaren gekozen voor het optimaliseren van de inzameling. In Enkhuizen ligt in december 2021 een afvalbeleidsplan voor met dezelfde koers (alleen inzameling optimaliseren).

In Hoorn worden verschillende scenario’s in beeld gebracht waaronder een recycle-tarief. Argumenten Het Recycleplan geeft uitwerking aan eerder vastgestelde ontwikkelrichting Voorliggend Recycleplan is de uitwerking van de ontwikkelingsrichting, doelen en uitgangspunten voor het nieuwe afvalbeleid, zoals door de raad vastgesteld op 25 mei 2020. Dit plan is de uitwerking van dit besluit. Door invoering recycletarief wordt kostenbeheersing gerealiseerd Door ontwikkelingen op de afvalmarkt bestaat de verwachting dat de afvalbeheerkosten, bij voortzetting van het huidige beleid, verder stijgen. Dit komt grotendeels voort uit de relatief hoge kosten voor de verwerking van restafval en de daarop van toepassing zijnde verbrandingsbelasting. Met de invoering van het recycletarief en het toepassen van verbeteringen in de huidige inzameling wordt een tegenwicht geboden aan deze trend. Optimalisaties leiden tot minder afval en betere kostenbeheersing Het verbeteren van de inzameling zorgt voor betere afvalscheiding en minder kosten. Hiervan is de belangrijkste wijziging de inzameling van grof afval. Het aan huis opgehaalde grof afval gaat ongescheiden in de perswagen wat ten koste gaat van het scheidingpercentage. Daarnaast brengt de inzamelroute kosten met zich mee die verdeeld worden over alle inwoners.

Het betalen vanaf 1 januari 2023 voor bijvoorbeeld het laten ophalen van een bank of tv (€ 20 per aanbieding) is in lijn met het recycle-tarief: alleen degene die daadwerkelijk grof afval aan huis aanbiedt, betaalt. Zelf brengen van grof afval naar het afvalbrengstation (ABS) blijft gratis. Op deze manier wordt brengen van gescheiden grof huishoudelijk afval gestimuleerd en worden minder kosten gemaakt. Om de service uit te breiden zijn de openingstijden van ABS’en verruimd.

2

Milieudoelen worden behaald Met het recycle-tarief ontstaat een positieve prikkel: inwoners die hun afval goed scheiden, worden beloond. Daarentegen betaalt degene die minder scheidt een hogere heffing (de vervuiler betaalt). Met het Recycleplan willen we zo min mogelijk restafval en zoveel mogelijk materiaalhergebruik realiseren tegen zo laag mogelijke kosten. Dit sluit goed aan op onze eigen ambities met betrekking tot de circulaire economie én de doelstellingen van het programma Van Afval Naar Grondstof waarbij wordt gestreefd naar max. 100 kilogram per inwoner per jaar. Service blijft op huidig niveau Het huidige serviceniveau blijft geborgd. Daarnaast krijgen inwoners direct invloed op hun afvalstoffenheffing. Beproefd systeem Bijna de helft van de Nederlandse gemeenten maakt al gebruik van een financiële prikkel in de afvalinzameling. De effecten zijn aantoonbaar: gemeenten met een recycletarief hebben gemiddeld lagere afvalbeheerskosten en betere milieuresultaten. Met het recycletarief kan het landelijke doel van 100 kg restafval per inwoner per jaar worden gehaald. Actueel beleidsplan Tot 2020 lag de verantwoordelijkheid van het afvalbeleid bij het CAW (nu ABWF). Het vigerende afvalbeleidsplan is in regionaal verband opgesteld en gedateerd.

In 2020 heeft het CAW zijn beleidsbevoegdheden overgedragen aan de deelnemende gemeenten, waarmee Drechterland weer aan zet is om een eigen afvalbeleid te ontwikkelen en vast te stellen. Met het vaststellen van het Recycleplan wordt het beleid vastgesteld voor de periode 2022-2025. In plaats van Gemeentelijke Grondstoffenplan (GGP) is voor de naam recycleplan gekozen omdat recyclen een ingeburgerde term is en refereert aan het positieve gevolgen van afval scheiden. Kanttekeningen / alternatieven De laatste jaren zijn de netto kosten van de afvalverwerking voor de Nederlandse gemeenten, als gevolg van een aantal autonome ontwikkelingen, behoorlijk toegenomen. Deze kostenverhogingen zijn altijd doorberekend aan de inwoners. De kosten en opbrengsten van de afvalverwerking zijn afhankelijk van de marktvraag, overslag- en transportkosten en de vergoedingen die beschikbaar worden gesteld vanuit de producentenverantwoordelijkheid. Verschillende stromen die geld kosten worden duurder, onder andere vanwege de introductie van een verbrandingsbelasting. De opbrengsten van stromen die geld opleveren (papier, textiel en metaal) fluctueren door wisselende vraag naar secundaire grondstoffen. In algemene zin geldt ook nog eens dat de financiële rentabiliteit van een inzamelsysteem afhankelijk is van het daadwerkelijke scheidingsgedrag van inwoners.

Het is daarom moeilijk te voorspellen wat de financiële consequenties voor onze inwoners van de introductie van dit systeem exact zullen zijn. In ieder geval leiden de voorgestelde maatregelen tot een betere kostenprestatie dan bij ongewijzigd beleid en biedt het daarmee tegenwicht tegen eventueel optredende autonome ontwikkelingen. Kortom: de introductie van een dergelijk systeem is ook in het financiële belang van onze inwoners, zeker op de iets langere termijn. Tarief en kostendekkendheid Om tot een goede dekking te komen van de afvalbeheerkosten is een goede opbouw van de afvalstoffenheffing belangrijk. Als er te weinig dekking bestaat uit het vaste tarief kan, bij een goede respons op het recycletarief, de noodzaak ontstaan om de tarieven alsnog te verhogen. Veel gemeenten passen daarom de 80-20 regel toe, waarbij 80% van de afvalstoffenheffing uit het vastrecht bestaat en 20% uit het variabele deel. Hieronder een rekenvoorbeeld met fictieve bedragen. Rekenvoorbeeld Om de afvalbeheerkosten te kunnen dekken moet de gemeente gemiddeld € 360 per woonhuisaansluiting ontvangen uit de afvalstoffenheffing. 80% van dit bedrag (€ 288) vormt het vaste deel van de heffing, dat bij elke woonhuisaansluiting in rekening wordt gebracht (onafhankelijk hoe vaak de restafvalbak wordt aangeboden). De resterende 20% (€ 72) vormt het flexibele gedeelte, ofwel het recycle-tarief. Wordt de bak

3

bijvoorbeeld maar 8 keer aangeboden, dan wordt het vaste deel (€ 288) en het flexibele deel (8 x € 9 = € 72) in rekening gebracht. Vast plus flexibel tarief komt in dit geval uit op € 360. Wordt de grijze bak 11 keer aangeboden, dan komt dit neer op € 288 vast tarief plus € 99 flexibel tarief (11 keer € 9), dit komt uit op een totale afvalstoffenheffing van € 387. Merk op dat in dit rekenvoorbeeld iemand die de bak minder dan 11 keer aanbiedt minder betaalt dan bij het huidige tarief (2021) voor een meerpersoonshuishouden (€ 387). In onderstaande tabel is het rekenvoorbeeld opgenomen. Tabel 1: Rekenvoorbeeld recycle-tarief Aanbieden restafval (per jaar) 6 keer 7 keer 8 keer 9 keer 10 keer 11 keer 12 keer 13 keer

Vast tarief

Flexibel tarief

Totaal

€ 288 € 288 € 288 € 288 € 288 € 288 € 288 € 288

€ 54 € 63 € 72 € 81 € 90 € 99 € 108 € 117

€ 342 € 351 € 360 € 369 € 378 € 387 € 396 € 405

Let op, dit is een rekenvoorbeeld met fictieve bedragen. Landelijk zien we dat de prijsprikkel leidt tot het minder aanbieden van de restafvalbak. In de huidige situatie wordt de restafvalbak 12 à 13 keer per jaar aangeboden; met een prijsprikkel is de verwachting dat de bak 7 à 8 keer aan de weg wordt gezet. Op basis van gegevens van andere gemeenten die zijn overgegaan op het recycle-tarief, is de inschatting dat met de prijsprikkel circa 70% van alle huishoudens minder of net zoveel betaalt aan afvalstoffenheffing. De totale besparing op de structurele uitgaven betreft € -101.189 (prijspeil 2021). De daadwerkelijke besparing is afhankelijk van onder meer de respons op het recycle-tarief en de afvalverwerkingstarieven, en staat daarmee niet los van autonome prijsontwikkelingen in de afvalverwerking. De definitieve heffing, en daarmee de verhouding tussen het vaste en flexibele deel en het maatwerk voor specifieke doelgroepen, wordt door de raad vastgesteld met de belastingverordening 2023. Zie voor meer informatie onder financiën. Neveneffecten Het toevoegen van een prijsprikkel om scheidingsresultaten te verbeteren leidt naar verwachting tot enkele neveneffecten. Uit ervaring van andere gemeenten weten we dat deze neveneffecten goed op te vangen zijn, mits er een goed beheersplan is opgesteld. In de bijlage 2 van het recycleplan is dit beheersplan in grote lijnen opgenomen.

Deze wordt verder uitgewerkt in aanloop naar de invoering. De invoering van het recycle-tarief is omkeerbaar Alhoewel niet wenselijk en niet in de lijn der verwachting, is het bij onvoldoende succes mogelijk om terug te keren naar een vlaktarief. Draagvlak Inwonersonderzoek De raad heeft met de keuzenotitie GGP aangegeven tot meer afvalscheiding te willen komen, de kostenprestatie te willen verbeteren en het huidige serviceniveau te willen borgen. In opdracht van de gemeente heeft I&O in april 2021 een inwonersenquête uitgezet, waarin is gevraagd welke ruimte inwoners zien voor verbetering en invoering van het recycle-tarief. Volgens het onderzoek (2021) zegt 55% van de inwoners al heel goed te scheiden; 44% ziet ruimte voor verbetering. Uit de kwalitatieve data blijkt dat inwoners onder meer als voordeel zien dat het recycle-tarief-systeem leidt tot betere afvalscheiding en daarmee tot een beter milieu. Ook geven inwoners aan dat een recycle-tarief leidt tot meer bewustwording over het belang van afvalscheiding en dat het systeem eerlijker en – voor bepaalde groepen – naar verwachting goedkoper is. Als nadelen van een recycle-tarief wordt onder meer benoemd dat kosten te hoog worden, men bang is voor een verslechtering van de relatie met de buren en het systeem tot dumpingen in de openbare ruimte leidt.

Op de relevante risico’s is een beheersplan gemaakt (zie Recycleplan, bijlage 3). Daarnaast geven inwoners aan het belangrijk te vinden dat er duidelijke communicatie wordt ingezet over de hoogte en samenstelling van het tarief, de kosten van de heffing niet te veel mogen stijgen en er voldoende mogelijkheden zijn om het restafval te scheiden. De bevindingen uit de rapportage zijn meegenomen in voorliggend plan.

4

Specifieke doelgroepen Met het invoeren van een recycle-tarief wordt de service op recyclebare stromen verhoogd. Met betrekking tot het restafval wordt een (financiële) prikkel gecreëerd voor afvalscheiding. Voor veel inwoners is dit geen probleem, maar er zijn verschillende doelgroepen waarvoor dit lastig is. Hierbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan ouderen of gezinnen met kinderen in de luiers. Op basis van de ervaringen van andere gemeenten en de informatie uit bovengenoemd inwonersonderzoek wordt per doelgroep het serviceniveau voorgesteld, zie tabel 2. Een uitgebreidere versie van deze tabel is te vinden in hoofdstuk 5 van het Recycleplan. Uitzonderingen en maatwerk voor specifieke groepen worden door de raad vastgesteld in december 2022 bij de behandeling van de belastingverordening. Tabel 2 Serviceniveau specifieke doelgroepen Doelgroep Bewoners hoogbouw Gezin met kinderen in luiers

Ouderen Inwoners met medisch afval

Sociale minima

Toekomstig serviceniveau Basisvoorzieningen op orde Bij drie of meer kinderen in de luiers is het mogelijk om afvalpas voor een ondergrondse container aan te vragen. Het recycletarief blijft van toepassing. Mogelijkheid aanvraag kleinere bak (tarief per aanbieding lager) Voor inwoners met medisch afval wordt een afvalpas voor ondergrondse container beschikbaar gesteld. Een eventuele korting wordt onderzocht en uitgewerkt in de belastingverordening. Kwijtschelding vast tarief; invulling variabel deel wordt onderzocht en voorgelegd bij de belastingverordening.

Planning, evaluatie en verantwoording In voorbereiding op voorliggend plan is door JMA (Milieu adviesbureau) een verkenning uitgevoerd naar de consequenties van de in het plan genoemde maatregelen voor de gemeentelijke organisatie en bedrijfsvoering. Gekeken is naar de benodigde middelen en capaciteit om over te gaan op het recycle-tarief. Met het oog op de benodigde voorbereidingen, koppelingen van systemen en opstellen van verordeningen is het wenselijk het tarief per 1 januari 2023 in te laten gaan. De optimalisaties worden z.s.m. doorgevoerd. In de voorbereiding zal er veel aandacht uitgaan naar goede en tijdige informatievoorziening en heldere communicatie richting onze inwoners. Daarvoor is een communicatieplan op grote lijnen ontwikkeld (zie bijlage 4, Recycleplan), dat verder uitgewerkt wordt op de lokale situatie na vaststelling van het beleidsplan. Monitoring en evaluatie vinden doorlopend plaats op de verschillende criteria zoals vastgesteld in het Recycleplan (zie hoofdstuk 9). Financiën Ook bij de afvalstoffenheffing is het uitgangspunt kostendekkendheid. Dit betekent dat de invoering van dit systeem geen structurele kosten voor de gemeente met zich mee zal brengen. De opbrengsten en kosten van invoering van het recycle-tarief zijn op basis van de aanbieding van HVC nader doorgerekend en uitgebreid met de gemeentelijke kosten.

Onderscheid wordt gemaakt in structurele kosten en opbrengsten (mutaties structurele uitgaven) en incidentele (eenmalige) kosten. Mutaties structurele uitgaven In tabel 3 worden de mutaties op de structurele uitgaven van de gemeente weergegeven. Verwacht wordt dat de maatregelen leiden tot een structurele besparing van € 101.189 ten opzichte van ongewijzigd beleid (prijspeil 2021). Hierin zijn de besparingen en kosten voortkomend uit het recycletarief en optimalisaties opgenomen. Grof afval tegen betaling is verantwoordelijk voor € 32.780 van de besparingen. Voor verdere toelichting op de mutaties zie hoofdstuk 8 van het Recycleplan. Tabel 3: Mutaties structurele uitgaven gemeente Mutaties kosten HVC € -93.665 Mutaties kosten/inkomsten derden € -58.524 Mutaties kosten gemeente € 51.000 Totaal € -101.189 (€ 12,26 per wha)

5

In het voorliggende plan zijn een aantal extra ondergrondse containers voorzien om de basisvoorzieningen op orde te brengen bij hoogbouw, respectievelijk speciale doelgroepen extra voorzieningen te bieden. Daarbij zal nog gekeken worden naar de spreiding van deze containers over de gemeente. HVC draagt de kapitaallasten voor de containers, de gemeente voor de betonputten. Voor de betonputten wordt de raad gevraagd een krediet beschikbaar te stellen van € 16.500. De afschrijving is meegenomen in de berekening. Eenmalige kosten Om het recycle-tarief in te voeren, wordt een aantal eenmalige kosten gemaakt voor o.a. projectleiding, communicatie en aanpassing bedrijfsvoering. In tabel 4 staan de verwachte kosten opgenomen. Deze kosten zijn onder voorbehoud van het gelijktijdig overgaan op het recycle-tarief in Stede Broec (raadsbehandeling voorzien in december ’21), waardoor bij implementatie synergievoordelen worden behaald bij de SED organisatie. HVC verwacht € 147.593 in rekening te brengen voor communicatie- en projectkosten. Voorgesteld wordt om deze kosten gedurende 5 jaar te verdisconteren in het DVO-tarief. Dit betekent dat het eerder genoemde voordeel op het DVO-tarief daalt met € 4,50. De gemeente verwacht eenmalig € 110.000 extra kosten te maken voor onder meer het aanpassen van de administratie en extra handhaving en toezicht.

De totale eenmalige kosten worden geschat op € 257.593. Voor verdere specificatie, zie Recycleplan hoofdstuk 8. In dit voorstel worden de projectkosten voor de gemeente gedekt vanuit de algemene reserve. Dat is een keuze, waar uw raad ook anders mee om zou kunnen gaan. Deze eenmalige kosten zouden namelijk ook toegerekend kunnen worden aan de afvalstoffenheffing van 2023. Daarmee zouden echter de kosten per huisaansluiting behoorlijk moeten stijgen met gemiddeld zo’n € 13,- per aansluiting voor 2023, waardoor in het eerste jaar het draagvlak voor de invoering van dit systeem behoorlijk onder druk kan komen te staan. Tegelijkertijd vormt het voorstel om deze kosten dan maar ten laste van de algemene reserve te brengen, een aanslag op die reserve. Het is echter wel een alternatief dat uw raad zou kunnen overwegen, en dat we daarom hierbij ook expliciet aan u in overweging willen geven. Tabel 4: Totaal eenmalige kosten Eenmalige projectkosten HVC € 147.593 Eenmalige projectkosten gemeente € 110.000 Totaal € 257.593 Eenmalige kosten zonder synergievoordeel Op 21 december 2021 wordt een vergelijkbaar Recycleplan behandeld in de gemeenteraad van Stede Broec. Wanneer Stede Broec onverhoopt zou besluiten geen recycle-tarief in te voeren, gaat Drechterland als afzonderlijke gemeente over op het recycle-tarief, waarmee het synergievoordeel vervalt.

De eenmalige kosten komen in dit geval neer op € 333.500. Indien hier onverhoopt sprake van blijkt te zijn, zal deze tegenvaller worden meegenomen in de P&C cyclus. In tabel 5 zijn de verschillende posten voor deze situatie opgenomen. Hierbij dient opgemerkt te worden dat de in dit voorstel genoemde structurele besparingen niet wijzigen, waardoor invoering van een recycle-tarief op de lange termijn voor de kostenbeheersing een belangrijke maatregel blijft. Voor verdere specificatie, zie Recycleplan hoofdstuk 8. Tabel 5: Totaal eenmalige kosten zonder synergievoordelen Eenmalige projectkosten HVC € 193.000 Eenmalige projectkosten gemeente € 140.500 Totaal € 333.500 Vervolgtraject Mogelijkheden voor aanpassingen in de papierinzameling, waaronder de ja/ja sticker en de inzamelfrequentie, worden in 2022 aan de raad voorgelegd, en kunnen dan indien gewenst eveneens per 1 januari 2023 geïmplementeerd worden.

6

De definitieve verhouding tussen het vaste en flexibele deel van de afvalstoffenheffing met het recycletarief, het tarief voor grof afval tegen betaling en de uitzonderingen en maatwerk voor specifieke groepen worden door de raad vastgesteld in december 2022 bij de behandeling van de belastingverordening 2023.

Hoogkarspel, 23 november 2021, Burgemeester en wethouders van Drechterland De secretaris, De burgemeester,

C.M. Minnaert

M. Pijl

7

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10841918/2