Raadsvoorstel Pilot omgevingsplan (2024-1)
Tekst van het document
Voorstel aan de gemeenteraad Onderwerp: Zaaknummer:
Vaststelling omgevingsplan Drechterland pilot Hoogkarspel 461233
RTG: Raadsvoorstel:
13 januari 2025 27 januari 2025 Nr. 2025-1
Portefeuillehouder: M.H. ten Have Programma: 7: Volkshuisvesting, Ruimtelijke ordening en Stedelijke vernieuwing Karakter:
Besluitvormend
Bijlagen:
B1. Besluit tot vervanging van omgevingsplan Drechterland pilot Hoogkarspel B2. Wijzigingen tussen ontwerp en vaststelling B3. Leeswijzer bij besluit tot vervanging van omgevingsplan Drechterland pilot Hoogkarspel
Voorgesteld besluit: 1. Het omgevingsplan “Drechterland pilot Hoogkarspel” gewijzigd vast te stellen; 2. De regels uit de verordeningen die zijn opgenomen in het omgevingsplan van rechtswege, laten vervallen voor het aangewezen gebied in Hoogkarspel. Dit gaat in op het moment dat ‘Omgevingsplan Drechterland pilot Hoogkarspel’ in werking treedt. Dit betreft de bouwverordening en artikelen 2.11, 2.12, 2.15, 2.19, 2.46, 4.2, 4.3, 4.5, 4.9, 4.9a, 4.11 behalve lid 2, 4.12, 4.12a behalve lid 2, 4.12c t/m 4.12k, 4.15, 4.17, 4.18, 4.19, 4.20, 5.2 t/m 5.9, 5.11, 5.12, 5.17 t/m 5.20, 5.24, 5.25, 5.25a en 5.28 uit de Algemene Plaatselijke Verordening (APV). 3. Te bepalen dat geen plan-MER (milieueffectrapport) wordt gemaakt.
Inleiding De gemeente heeft bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet automatisch een omgevingsplan van rechtswege met regels voor de fysieke leefomgeving. Dit is nog geen volwaardig omgevingsplan dat aan alle wettelijke vereisten voldoet, omdat de bestemmingsplannen op basis van de oude wetgeving zijn opgemaakt en beargumenteerd. Gemeenten hebben tot 1 januari 2032 de tijd om het tijdelijke deel van het omgevingsplan om te zetten naar een volwaardig omgevingsplan. De gemeente Drechterland werkt met de andere SED-gemeenten samen bij de implementatie van de Omgevingswet. Onderdeel hiervan is het opstellen van een omgevingsplan voor elk van de gemeenten. Om ervaring op te doen met een omgevingsplan is in 2023 een pilot gestart. Dit betreft het opstellen van een omgevingsplan voor het deelgebied Hoogkarspel Noord (zie afbeelding in bijlage B3). Het plangebied omvat het centrum van Hoogkarspel en de omliggende woongebieden. In het plan zijn geen agrarische gronden opgenomen. De pilot is bedoeld om als bestuur en ambtelijke organisatie ervaring op te doen bij het opstellen van een omgevingsplan en het proces van de bestuurlijke besluitvorming. Daarbij is geoefend met de nieuwe applicatie voor het maken van een omgevingsplan. Daarnaast biedt de pilot bij vaststelling een basisstructuur en leerervaringen voor het op te maken omgevingsplan voor de gehele gemeente.
Uitgangspunt van de pilot is een beleidsneutraal omgevingsplan. Dat betekent dat er geen afwegingen gemaakt zijn ten aanzien van bestaand beleid of nu al geldende regels. De focus heeft gelegen op het passend maken van de huidige regels in het omgevingsplan. De onderstaande procedure omvat een eerste wijziging van het omgevingsplan van Drechterland. Nu de voorbereidende werkzaamheden met een positief resultaat zijn afgerond, bieden wij uw raad het omgevingsplan ‘Drechterland pilot Hoogkarspel’ aan ter vaststelling. 1
Beoogd effect Een basisstructuur voor ruimtelijke plannen en leerervaringen voor het omgevingsplan Drechterland. Beleidsvrijheid / -ruimte (wettelijk kader) Van toepassing zijn de Omgevingswet en de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Op grond van artikel 2.4 van de Omgevingswet (Ow) stelt de raad voor het gehele grondgebied van de gemeente één omgevingsplan vast waarin de regels voor de fysieke leefomgeving worden opgenomen. Dit dient te gebeuren voor 1 januari 2032. Met de pilot omgevingsplan wordt daarmee een start gemaakt. In de pilot zijn vijf vastgestelde bestemmingsplannen verwerkt, welke zijn vastgesteld voor 1 januari 2024 onder de Wet ruimtelijke ordening (Wro). De regels van deze bestemmingsplannen zijn beleidsneutraal overgenomen in het omgevingsplan. Er worden geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk gemaakt. Om die reden zijn er geen onderzoeken uitgevoerd en is geen plan-MER (milieueffectrapportage) nodig. Argumenten De pilot omgevingsplan bestaat uit de voormalige bestemmingsplanregels voor het pilotgebied. De regels uit het omgevingsplan vervangen automatisch de regels uit de daar geldende bestemmingsplannen. Ook zijn in de pilot regels uit de verordeningen opgenomen die gaan over de fysieke leefomgeving. In de pilot gaat dit om regels uit de algemene plaatselijke verordening (APV) en de bouwverordening.
Regels uit de huidige verordeningen kunnen niet automatisch worden vervangen door de verordeningsregels die worden opgenomen in het omgevingsplan. Dit betekent dus dat deze regels naast elkaar zouden blijven staan. Daarom moeten de regels uit de verordeningen die zijn opgenomen in dit omgevingsplan, voor het pilot gebied worden ingetrokken. Dit betreft de bouwverordening en artikelen 2.11, 2.12, 2.15, 2.19, 2.46, 4.2, 4.3, 4.5, 4.9, 4.9a, 4.11 behalve lid 2, 4.12, 4.12a behalve lid 2, 4.12c t/m 4.12k, 4.15, 4.17, 4.18, 4.19, 4.20, 5.2 t/m 5.9, 5.11, 5.12, 5.17 t/m 5.20, 5.24, 5.25, 5.25a en 5.28 uit de Algemene Plaatselijke Verordening (APV). Voor de overige gebieden in de gemeente Drechterland moeten deze regels wel blijven gelden totdat ze zijn opgenomen in een gemeentebreed omgevingsplan. Op een later moment zullen ook de erfgoedverordening en de Algemene Verordening Ondergrondse Infrastructuren (AVOI) worden meegenomen. De regels uit de Bruidsschat (de regels die van het Rijk naar de gemeente zijn overgeheveld) staan in iedere gemeente in hoofdstuk 22 van het omgevingsplan. Het is de bedoeling dat de gemeente deze regels uiteindelijk zal opnemen en verwerken in de daarvoor bestemde hoofdstukken.
In deze pilot zijn enkel de bruidsschatregels die een directe relatie hebben met de voormalige bestemmingsplanregels en/of verordeningsregels in het pilotgebied van de Gemeente Drechterland verwerkt in de regels voor Hoogkarspel. Voor zover dat niet aan de orde is en ook voor de gebieden buiten het pilotgebied, blijven de bruidsschatregels in Hoofdstuk 22 van het omgevingsplan van toepassing. Eindresultaat De pilot heeft veel kennis verschaft over het maken van het omgevingsplan. Het eindresultaat van de pilot bestaat uit een digitaal basis-omgevingsplan voor een gebied in Hoogkarspel. Deze basis is uitgewerkt, wordt digitaal gepubliceerd en kan door eenieder worden geraadpleegd via het omgevingsloket. De pilot geeft de kans om de kennis over het instrument omgevingsplan in de SED organisatie te vergroten. In de pilot is duidelijk geworden wat het opstellen van het omgevingsplan inhoudt en hoe dat verschilt met de opzet van een bestemmingsplan. Nu de pilot is uitgevoerd, is er praktijkervaring opgedaan waarmee een gemeentebreed omgevingsplan de komende jaren kan worden gemaakt.
2
Wat betekent dit besluit voor inwoners? De juridische regels die opgenomen zijn in de wijziging Omgevingsplan (voor het gekozen pilotgebied in Hoogkarspel) zijn zo simpel en eenvoudig als mogelijk opgesteld. Daarnaast zijn de regels nu zo opgesteld dat hieraan annotaties verbonden kunnen worden. Dit betekent dat deze regels aan een activiteit gekoppeld kunnen worden. Het annoteren van activiteiten zorgt voor de mogelijkheid om in het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO) te zoeken naar regels voor een specifieke activiteit, bijvoorbeeld voor het kappen van een boom of het aanleggen van een inrit. De regels die gaan over de fysieke leefomgeving zijn zoveel mogelijk gebundeld en zijn voor inwoners en bedrijven zichtbaar in het DSO. Voor de pilot zijn alle regels met een vergunningplicht in het DSO geannoteerd. Bewoners, bedrijven en andere organisaties kunnen via vergunningschecks bekijken of zij voor het uitvoeren van een activiteit een vergunning nodig hebben, een melding moeten doen, informatie moeten aanleveren, of dat zij de activiteit kunnen uitvoeren zonder een van de hiervoor genoemde verplichtingen. Kanttekeningen / alternatieven Een alternatief is om het pilot omgevingsplan niet vast te stellen en te wachten tot een gemeentebreed omgevingsplan. Dan bestaat echter geen structuur die verder uitgebouwd kan worden en waarin toekomstige wijzigingen verwerkt kunnen worden.
Hoewel nu nog gewerkt kan worden met TAM-IMRO plannen1, blijft het wenselijk op korte termijn een structuur te hebben liggen op basis waarvan eventuele wijzigingen die nodig zijn voor (gebieds)ontwikkelingen in verwerkt kunnen worden. Ook kan er bij geen vaststelling nog niet in de praktijk gewerkt (en dus geoefend) worden met het omgevingsplan. De ervaringen met het werken met het omgevingsplan kunnen worden meegenomen in het gemeentebreed omgevingsplan, zodat deze nog meer optimaal kan worden ingericht en opgesteld. Draagvlak Voor het omgevingsplan geldt een kennisgeving- en motiveringsplicht (art. 10.2 omgevingsbesluit). De kennisgevingsplicht houdt in dat het college bij het kennisgeven van het voornemen om een omgevingsplan vast te stellen aangeeft hoe inwoners, bedrijven, maatschappelijke organisaties en bestuursorganen bij de voorbereiding worden betrokken. De motiveringsplicht houdt in dat het college moet aangeven hoe men betrokken is bij de voorbereiding en wat de resultaten daarvan zijn. Via een publicatie in het gemeenteblad is eenieder in kennis gesteld over het voornemen van de gemeente om een omgevingsplan vast te stellen. Een uitgebreid participatietraject is achterwege gelaten omdat de omzetting een beleidsneutrale wijziging betreft. Het doel van de pilot was om bestaande regels om te zetten in omgevingsplansystematiek.
De vorm van participatie die voor dit traject is toegepast, past bij deze omzetting naar het omgevingsplan. Voor de bewoners in het gebied zal namelijk fysiek niets veranderen. De veranderingen zijn uitsluitend van tekstuele aard: namelijk dat regels op een andere manier zijn opgeschreven, en afwijken van de regels op een andere manier gaat dan nu het geval is. Ter inzage Het omgevingsplan volgt de uniforme openbare voorbereidingsprocedure van afdeling 3.4 Algemene Wet bestuursrecht. Iedereen heeft de mogelijkheid gehad om tijdens de terinzagelegging van het ontwerp een zienswijze in te dienen tegen de wijzigingen die zijn doorgevoerd. Dit is via een publicatie in ‘Gemeenteblad’ en het lokale weekblad ‘Nieuwsblad Stede Broec, Enkhuizen, Drechterland’ bekend gemaakt. Gedurende deze termijn zijn geen zienswijzen op het omgevingsplan ontvangen. Tijdens de ter inzageleggingsperiode zijn stakeholders, zoals Provincie Noord-Holland, Omgevingsdienst Noord-Holland Noord, Veiligheidsregio Noord-Holland Noord en Archeologie West-Friesland, middels een presentatie meegenomen in de gemaakte 1 Bij een TAM-IMRO omgevingsplan wordt het omgevingsplan gewijzigd op basis van de nieuwe wetgeving, maar wordt
gebruik gemaakt van de huidige Wro standaard (IMRO-standaard) en de huidige plansoftware. Deze mogelijkheid is geboden omdat veel gemeenten nog geen blauwdruk van een omgevingsplan hebben kunnen vaststellen.
3
keuzes en werkwijze met het Omgevingsplan. Ondanks dat geen zienswijzen zijn ingediend die leiden tot een wijziging in het plan, dienen wel enkele ambtelijke wijzigingen te worden doorgevoerd. Dit omvat voornamelijk het corrigeren van verschrijvingen en inventarisatiefouten. Deze zijn terug te vinden in bijlage B2. Uw raad wordt daarom gevraagd het omgevingsplan gewijzigd vast te stellen. Planning, evaluatie en verantwoording Nadat het plan is vastgesteld wordt het plan binnen twee weken bekend gemaakt en vangt de beroepstermijn aan met de mogelijkheid tot het indienen van een beroepschrift bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Het omgevingsplan treedt vier weken na bekendmaking van de vaststelling in werking. Het vaststellen van een wijziging van het omgevingsplan zal de komende jaren vaak voorkomen, omdat gemeenten alle tijdelijke onderdelen moeten omzetten naar het nieuwe omgevingsplan. Vanaf 1 januari 2025 wordt binnen de gemeente gestart met het opstellen van een gemeentebreed omgevingsplan. Financiën Het vaststellen van de pilot omgevingsplan heeft geen financiële gevolgen. Hoogkarspel, 17 december 2024, waarin dit voorstel is vastgesteld Burgemeester en wethouders van Drechterland De secretaris, De burgemeester,
W. van Twuijver
P.F. Dijkman
4