CConstaterende datDrechterland
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsvoorstel Omgevingswet bindend advies participatie en delegatie bij buitenplanse activiteiten (2021-49)

Gemeenteraad 22 november 2021, gemeente DrechterlandBij agendapunt: Vaststellen bevoegdheden raad middels delegatie, bindend advies en participatie bij buitenplanse omgevingsactiviteiten (2021-49)2.029 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Voorstel aan de gemeenteraad Onderwerp: Zaaknummer:

Delegatie, bindend advies en verplichte participatie bij buitenplanse omgevingsplanactiviteiten in het kader van de Omgevingswet 933926

RTG: Raadsvoorstel:

8 november 2021 22 november 2021, nr. 2021-49

Portefeuillehouder: Programma:

Y. Roos-Bakker 7: Volkshuisvesting en ruimtelijke ordening

Karakter:

Besluitvormend

Bijlagen:

Raadsbesluit “verklaring van geen bedenkingen” d.d. 27 juni 2011.

Voorgesteld besluit: 1.

Te bepalen dat advies met instemming van de raad (bindend advies) vereist is als het college voornemens is een positief besluit te nemen over een aanvraag omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit, a. die niet past binnen een door de gemeenteraad vastgestelde nota van uitgangspunten, stedenbouwkundige visie of een ander ruimtelijke kader; b. die de herontwikkeling van een bestaande locatie betreft, waarbij een aanpassing van de ruimtelijke, dan wel stedenbouwkundige structuur plaatsvindt. 2. Te bepalen dat voor de onder 1 genoemde categorieën a en b participatie, uitgevoerd door de initiatiefnemer van een omgevingsaanvraag, verplicht is (zoals beschreven in artikel 16.55 lid 7 van de Omgevingswet). 3. De bevoegdheid tot het vertalen van verleende buitenplanse omgevingsvergunningen in het omgevingsplan, verleend na inwerkingtreding van de Omgevingswet, te delegeren aan het college van burgemeester en wethouders. 4. Deze nieuwe werkwijze twee jaar nadat de wet inwerking is getreden te evalueren en indien nodig, aan te passen.

Inleiding In 2022 treedt de Omgevingswet in werking. Met deze nieuwe wet zijn 26 bestaande afzonderlijke wetten met het thema ruimtelijke ordening gebundeld in één. Het doel van de Omgevingswet is het creëren van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving voor inwoners, het vereenvoudigen van bestaande wet- en regelgeving en het stimuleren van participatie. De Omgevingswet kent diverse kerninstrumenten, waarvan de omgevingsvisie en het omgevingsplan voor de raad belangrijk zijn voor de kaderstellende rol. De omgevingsvisie is als het ware de opvolger van de structuurvisie en het omgevingsplan is de opvolger van het bestemmingsplan. De Omgevingsvergunning is ook een van de kerninstrumenten. Activiteiten, denk daarbij aan het bouwen van woningen of het realiseren van bedrijfsruimte, het kappen van bomen of het wijzigen van een functie van een gebied, kunnen vergunningplichtig zijn. Dat wil zeggen dat de initiatiefnemer (dat kan een particulier zijn, een ondernemer, projectontwikkelaar enz.) een vergunningaanvraag zal moeten doen. Activiteiten die niet voldoen aan de regels in het omgevingsplan of helemaal niet zijn opgenomen in het omgevingsplan worden “buitenplanse omgevingsplanactiviteiten” genoemd. Deze kunnen toch een bijdrage leveren aan de omgevingskwaliteit, iets toevoegen en waardevol zijn. De gemeente zal deze op hun merites willen beoordelen.

Dit raadsvoorstel gaat over deze “buitenplanse omgevingsplanactiviteiten”. Vergunningverlening is een bevoegdheid van het college van burgemeester en wethouders. Maar de raad heeft ook een rol. In dit raadsvoorstel gaat het daarom ook over de taakverdeling tussen college van burgemeester en wethouders enerzijds en de gemeenteraad anderzijds.

1

In dit raadsvoorstel worden drie onderdelen van de wet uitgewerkt: 1. Adviesbevoegdheid van de raad bij buitenplanse omgevingsplanactiviteiten De Omgevingswet regelt onder meer de adviesbevoegdheid (hierna het bindend advies) van de gemeenteraad bij buitenplanse omgevingsplanactiviteiten. Het bindend advies houdt in dat de gemeenteraad het recht heeft om het college van burgemeester en wethouders bindend te adviseren bij het verlenen van een buitenplanse omgevingsvergunning. De raad kan zelf bepalen of en voor welke gevallen waarin wordt afgeweken van het omgevingsplan hij een bindend advies wil geven. Onder de huidige wetgeving dient de gemeenteraad (in bepaalde gevallen) een verklaring van geen bedenkingen af te geven voor een omgevingsvergunning die afwijkt van een bestemmingsplan. Dat besluit is door de raad van Drechterland in 2011 genomen (zie bijlage). Daarin geeft de raad aan in welke gevallen een verklaring van geen bedenkingen niet is vereist. In die gevallen is het college bevoegd om te beslissen. Sinds 2011 is dat zes keer het geval geweest. Onder de Omgevingswet moet de raad beslissen in welke gevallen het adviesrecht wél van toepassing is. In verschillende raadsinformatieavonden is het onderwerp van het bindend advies besproken.

Uit deze informatieavonden is naar voren gekomen dat het op dit moment lastig is om aan te geven in welke gevallen bindend advies noodzakelijk is, hoe dat precies gaat werken, enz. Om deze reden is ervoor gekozen om de huidige situatie, die prima voldoet, vast te leggen zodat er na inwerkingtreding van de Omgevingswet hierin niets verandert. In de Omgevingswet wordt de reguliere beslistermijn van acht weken de standaard voor omgevingsvergunningen. In beginsel geldt dit ook voor buitenplanse omgevingsvergunningen. Als bindend advies noodzakelijk is dan zal het moeilijk zijn om deze beslistermijn te halen. 2. Verplichte participatie voor initiatiefnemers bij buitenplanse omgevingsplanactiviteiten Bij aanvragen van een omgevingsvergunning moet de initiatiefnemer via het Omgevingsloket diverse vereiste stukken indienen. Denk daarbij aan bouwtekeningen, onderzoek en onderbouwing. De Omgevingswet verplicht de initiatiefnemer bovendien om aan te geven hoe hij/zij de belangen van de omgeving heeft meegewogen in zijn initiatief/plan. Met andere woorden hoe participatie heeft plaatsgevonden en wat deze heeft opgeleverd. De initiatiefnemer moet dit dus doen voordat hij/zij de aanvraag indient. Participatie is, volgens de wet, vormvrij, dat wil zeggen dat de initiatiefnemer de invulling zelf mag bepalen.

De gemeente kan initiatiefnemers wel stimuleren en aansporen om hun uiterste best te doen om omwonenden te betrekken bij plannen/initiatieven in de buurt. Het college van burgemeester en wethouders weegt deze informatie mee bij het nemen van een besluit. De gemeenteraad kan buitenplanse omgevingsplanactiviteiten aanwijzen waarvoor participatie verplicht is. In dat geval is de aanvrager verplicht om een participatieproces vorm te geven en aan te geven wat met de resultaten is gedaan. De gemeenteraad stelt de kaders. In de uitvoering zal het college van burgemeester en wethouders in deze gevallen extra aandacht schenken aan de inspanningen van de initiatiefnemers. 3. Delegatie bevoegdheid tot het wijzigen van het omgevingsplan Na verlening van een vergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteiten moet dit besluit worden verwerkt in het omgevingsplan. Als na besluitvorming op de vergunning nogmaals een besluit genomen moet worden over het nieuwe omgevingsplan, is er sprake van een dubbele besluitvorming over hetzelfde onderwerp. De Omgevingswet bepaalt dat na de transitieperiode (2030) verleende omgevingsvergunningen binnen vijf jaar verwerkt moeten worden in het omgevingsplan. Het gaat hierbij alleen over buitenplanse initiatieven.

De inpassing van de vergunningen voor buitenplanse omgevingsplanactiviteiten waar de gemeenteraad al over heeft besloten (bindend advies) in het omgevingsplan, wordt gedelegeerd aan het college, omdat dit zorgt voor efficiënte besluitvorming. Het voorstel dat hier voor u ligt is om de drie genoemde onderdelen (namelijk bindend advies, verplichte participatie en delegatie wijzigen omgevingsplan aan het college van burgemeester en wethouders) te combineren. Dat wil zeggen dat er twee categorieën buitenplanse omgevingsplanactiviteiten vast worden gesteld, namelijk a en b genoemd in het raadsvoorstel. Deze zijn dezelfde voor alle drie de onderdelen. Dat is overzichtelijk en consistent. Deze categorieën a en b zijn vergelijkbaar met de huidige categorieën zoals genoemd in het raadsbesluit “verklaring van geen bedenkingen” d.d. 27 juni 2011 (zie bijlage).

2

Beoogd effect Bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet in 2022 moet het proces van vergunningverlening goed zijn georganiseerd. Dat betekent niet alleen dat het sneller moet, zodat inwoners en ondernemers sneller weten waar ze aan toe zijn en hun plannen kunnen uitvoeren, maar ook dat rollen en bevoegdheden goed zijn geregeld. Door het bindend advies van de gemeenteraad, verplichte participatie en delegatie wijzigen omgevingsplan aan het college van burgemeester en wethouders te regelen, voldoen we aan de eisen die de Omgevingswet stelt. Door de drie genoemde onderdelen te combineren en dezelfde twee categorieën met buitenplanse omgevingsplanactiviteiten (a en b) vast te stellen ontstaat een overzichtelijk en consistent geheel. De gemeenteraad behoudt zeggenschap over de besluitvorming over aanvragen buitenplanse omgevingsplanactiviteiten, waardoor procedures snel én zorgvuldig worden doorlopen. Beleidsvrijheid/ -ruimte (wettelijk kader) Met het vaststellen van deze categorieën met buitenplanse omgevingsplanactiviteiten (t.b.v. verplichte participatie: artikel 16.55 lid 7 van de Omgevingswet en t.b.v. het bindend adviesrecht: artikel 16.15 lid 1 van de Omgevingswet) behoudt de gemeenteraad zijn invloed over de projecten die een grote impact op de gemeenschap hebben. De gemeenteraad doet dit door de mogelijkheden van de Omgevingswet te benutten.

Het college van burgemeester en wethouders heeft voldoende ruimte om aanvragen van vergunningen af te wegen en erover te besluiten. Het streven is om voor inwoners en ondernemers snel en zorgvuldig te beslissen over plannen/initiatieven. Argumenten a. Met het vaststellen van categorieën buitenplanse omgevingsplanactiviteiten voor het bindend advies van de gemeenteraad én verplichte participatie door de initiatiefnemer behoudt de gemeenteraad zeggenschap over de besluitvorming over aanvragen van buitenplanse omgevingsplanactiviteiten. b. Door te kiezen voor die buitenplanse omgevingsplanactiviteiten die niet passen binnen een door de gemeenteraad vastgestelde nota van uitgangspunten, stedenbouwkundige visie of een ander ruimtelijke kader of buitenplanse omgevingsplanactiviteiten die een herontwikkeling betreffen, versterkt de raad zijn kaderstellende rol en blijft de raad aan zet. c. Het vaststellen van categorieën van buitenplanse omgevingsplanactiviteiten voor beide bevoegdheden (bindend adviesrecht en verplichte participatie) zorgt voor een overzichtelijk en consistent kader. d. Door dit kader hebben initiatiefnemers duidelijkheid en kunnen zij er rekening mee houden bij hun plannen/initiatieven. e.

Het vaststellen van deze twee categorieën met complexe buitenplanse omgevingsplanactiviteiten die een grote impact hebben op de omgeving, helpt de gemeenteraad om op de belangrijke ontwikkelingen te focussen die in de gemeenschap leven. f. Door aan te sluiten op de huidige praktijk van “verklaring van geen bedenkingen” waar de gemeenteraad ervaring mee heeft, is de overgang naar de Omgevingswet minder groot. g. Het delegeren van de inpassing van de vergunningen voor buitenplanse omgevingsplanactiviteiten in het omgevingsplan aan het college van burgemeester en wethouders zorgt voor efficiënte besluitvorming. h. Evaluatie van deze werkwijze, twee jaar nadat de Omgevingswet van kracht wordt, zorgt ervoor dat op basis van ervaringen de werkwijze kan worden aangepast en dat de gemeenteraad – als dat nodig blijkt – kan bijsturen.

Kanttekeningen/ alternatieven 1. De gemeenteraad kan ook beslissen om geen gebruik te maken van het binden adviesrecht. Het is op grond van de Omgevingswet niet verplicht om gebruik te maken van het bindend adviesrecht. De gemeenteraad kan er ook voor kiezen om geen categorieën met buitenplanse omgevingsplanactiviteiten voor bindend advies vast te stellen. Dan krijgt het college van burgemeester en wethouders volledige beleidsvrijheid om te beslissen over buitenplanse omgevingsplanactiviteiten. De gemeenteraad heeft ook andere raadsinstrumenten om een vinger aan de pols te houden. Denk daarbij aan de actieve informatieplicht, schriftelijke/mondelinge vragen enz. 2. De gemeenteraad kan ook beslissen om geen lijst met buitenplanse omgevingsplanactiviteiten met verplichte participatie vast te stellen. Participatie is voor initiatiefnemers vormvrij. Participatie is toch al een vereiste bij het aanvragen van een vergunning. De gemeenteraad kan volstaan met het benadrukken van het belang van participatie en

3

initiatiefnemers oproepen om dit serieus op te pakken. Bovendien doen initiatiefnemers er goed aan om omwonenden goed te betrekken bij hun plannen/initiatieven. De bezwaren en problemen komen toch later in het proces op hun pad, bijvoorbeeld als omwonenden zich gaan wenden tot de gemeenteraad. 3. De gemeenteraad kan twee aparte lijsten met buitenplanse omgevingsplanactiviteiten vaststellen voor het binden advies en verplichte participatie. De gemeenteraad kan ook twee lijsten vaststellen, een voor verplichte participatie (artikel 16.55 lid 7 van de Omgevingswet) en een voor het bindend adviesrecht (artikel 16.15 lid 1 van de Omgevingswet). Dat maakt het geheel echter niet overzichtelijk. In de praktijk zijn het juist de plannen/initiatieven die niet binnen de door de raad gestelde kaders passen (zie categorieën a en b) waar maatschappelijke onrust over is en waar de gemeenteraad zich over zal willen uitspreken. Draagvlak Op dit raadsvoorstel is geen inspraak toegepast. Planning, evaluatie en verantwoording De Omgevingswet treedt in 2022 inwerking. Dit raadsvoorstel maakt onderdeel uit van een pakket van besluiten, dat voor de invoering van de Omgevingswet geregeld moet zijn. Anders is het niet mogelijk om vergunningen in behandeling te nemen. De gemeenteraad kan beslissen om er geen besluit over te nemen, maar dan gaat de gemeenteraad er niet meer over.

Evaluatie van deze werkwijze, twee jaar nadat de Omgevingswet van kracht wordt, zorgt ervoor dat op basis van ervaringen de werkwijze kan worden aangepast en dat de gemeenteraad – als dat nodig blijkt – kan bijsturen. Dit besluit wordt op de gebruikelijke wijze bekend gemaakt. Financiën Aan het voorgestelde besluit zitten geen financiële consequenties.

Hoogkarspel, 12 oktober 2021. Burgemeester en wethouders van Drechterland, De secretaris, De burgemeester,

C.M. Minnaert

M. Pijl

4

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10702314/2