CConstaterende datDrechterland
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsvoorstel delegatiebesluit Drechterland (2025-3)

Gemeenteraad 27 januari 2025, gemeente DrechterlandBij agendapunt: Delegatiebesluit onder de Omgevingswet (2025-3)1.580 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Voorstel aan de gemeenteraad Onderwerp: Zaaknummer:

Delegatiebesluit onder de Omgevingswet 493778

Commissie: Raadsvoorstel:

13 januari 2025 27 januari 2025 Nr. 2025-3

Portefeuillehouder: Marcel ten Have Programma: 7: Volkshuisvesting, Ruimtelijke ordening en Stedelijke vernieuwing Karakter:

Besluitvormend

Bijlagen:

-Raadsbesluit delegatiebesluit omgevingsplan Drechterland -B1. Toelichting Delegatiebesluit omgevingsplan Drechterland

Voorgesteld besluit: - het ‘Delegatiebesluit: delegeren bevoegdheden betreffende het Omgevingsplan’ vast te stellen. - dit delegatiebesluit één jaar na inwerkingtreding te evalueren. Inleiding Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2024 heeft de gemeente de beschikking gekregen over een aantal nieuwe instrumenten en komen de oude instrumenten te vervallen. Zo zijn de bestemmingsplannen vervangen door het omgevingsplan. Terwijl onder de Wet ruimtelijke ordening (Wro) voor een ontwikkeling een nieuw, zelfstandig bestemmingsplan kon worden vastgesteld, is dat onder de Omgevingswet niet meer mogelijk. De gemeente beschikt nog maar over één omgevingsplan. Dit omgevingsplan is een dynamisch document dat altijd actueel moet zijn. Nieuwe ontwikkelingen of nieuwe regelgeving moeten in één en hetzelfde plan worden verwerkt. Dit leidt tot meer administratieve en uitvoerende taken met betrekking tot wijziging van het omgevingsplan. Het wijzigen van het omgevingsplan is, net als het vaststellen van de voormalige bestemmingsplannen, een bevoegdheid van de gemeenteraad. De Omgevingswet biedt de gemeenteraad mogelijkheden om bevoegdheden te delegeren aan het college, zoals het vaststellen van delen van het omgevingsplan. Deze mogelijkheid bestond ook al onder de wetgeving van de Wro.

Op grond van deze wet was het mogelijk om in het bestemmingsplan wijzigingsbevoegdheden of uitwerkingsplichten op te nemen. Dat gaf het college de mogelijkheid om, als voldaan werd aan de in de regels genoemde voorwaarden, een nieuw juridisch-planologisch kader vast te stellen. Vaak was dit ten behoeve van een ontwikkeling op een bepaalde locatie. Dit is in het omgevingsplan niet meer op deze manier mogelijk, wijzigingsbevoegdheden en uitwerkingsplichten zijn vervallen. Elke gemeente kan zelf bepalen in welke gevallen de vaststelling van een deel van het omgevingsplan wordt gedelegeerd aan het college. Dit is geen verplichting, maar wel wenselijk. Het is gewenst dat de gemeenteraad bevoegdheden die geen beleidsinhoudelijke component kennen en vooral administratief van aard zijn, gedelegeerd worden aan het college. Door delegatie van administratieve en uitvoerende bevoegdheden heeft de raad in ruimere mate de gelegenheid om zich bezig te houden met haar kerntaken: het stellen van kaders en het nemen van besluiten over beleidsinhoudelijke kwesties. De formele afhandeling van besluiten kan sneller plaatsvinden. Daardoor geeft de gemeenteraad ook uitvoering aan één van de hoofddoelen van de Omgevingswet: een snellere besluitvorming.

Op 18 december 2023 heeft de gemeenteraad besloten over welke ruimtelijke besluiten bij buitenplanse omgevingsplanactiviteiten de gemeenteraad het college bindend wil adviseren, en over hoe het instrument ‘participatie’ wordt gehanteerd. Over delegatie van bevoegdheden door de gemeenteraad aan het college is nog geen besluit genomen. Dit raadsvoorstel voorziet daarin. Er worden bevoegdheden aangewezen die worden gedelegeerd aan het college, omdat het bij deze bevoegdheden niet over beleidsinhoudelijke besluitvorming gaat, maar over administratieve taken waarvan het wenselijk is dat deze om praktische redenen door het college worden

1

uitgevoerd. Deels gaat het om een voortzetting van de taakverdeling tussen het college en de gemeenteraad onder de Wro. Beoogd effect Onder de Omgevingswet moet het proces van vergunningverlening en rondom het omgevingsplan goed zijn georganiseerd. Dat betekent niet alleen dat het efficiënter (sneller) moet, zodat inwoners en ondernemers eerder weten waar ze aan toe zijn en hun plannen kunnen uitvoeren, maar ook dat rollen en bevoegdheden duidelijk zijn geregeld. Door delegatie van het wijzigen van een omgevingsplan aan het college van burgemeester en wethouders voldoen we aan de eisen die de Omgevingswet stelt en kan het proces efficiënter worden uitgevoerd. Beleidsvrijheid / -ruimte (wettelijk kader) - Gemeentewet: Het college van burgemeester en wethouders is op grond van artikel 160, eerste lid, sub b, van de Gemeentewet bevoegd de beslissingen van de raad voor te bereiden. - Omgevingswet: Op grond van artikel 2.8 van de Omgevingswet kan de gemeenteraad het vaststellen van delen van het omgevingsplan delegeren. Op grond van artikel 4.14, vijfde lid, Omgevingswet is het mogelijk om het nemen van voorbereidingsbesluiten te delegeren. Het delegeren van bevoegdheden betekent dat het college die taken moet uitvoeren binnen de kaders die door de gemeenteraad zijn gesteld. De gemeenteraad behoudt zijn kaderstellende en controlerende taak.

Argumenten Het delegatiebesluit gaat over delegatie van bevoegdheden zonder beleidsinhoudelijke component. Denk aan het beleidsneutraal verwerken van regels uit de APV in het omgevingsplan. Inhoudelijk moeten de regels gelijk blijven. Het kan ook gaan om verplichte wijzigingen door hogere regelgeving. Of om een onderdeel dat onder de Wro al bevoegdheid van het college was, zoals de wijzigingsbevoegdheid in het bestemmingsplan. Het is om praktische redenen wenselijk om deze taakverdeling voort te zetten onder de Omgevingswet. De gemeenteraad blijft zijn kaderstellende en controlerende taak behouden (in omgevingsvisie en omgevingsplan). De vaststelling van het gehele Omgevingsplan kan niet worden gedelegeerd. In het delegatiebesluit wordt voorgesteld: 1. De volgende bevoegdheden van de gemeenteraad omtrent het vaststellen van delen van het omgevingsplan te delegeren aan het college van burgemeester en wethouders: a. de bevoegdheid om besluiten te nemen over een omgevingsvergunning of een wijziging van het omgevingsplan met gebruikmaking van de onder de Wet ruimtelijke ordening (Wro) aan het college opgedragen bevoegdheden, betreffende de wijzigingsbevoegdheid en uitwerkingsplicht, waarbij de voorwaarden van de desbetreffende wijzigings- of uitwerkingsbevoegdheid in acht worden genomen; b. het wijzigen van regels over dubbelbestemmingen en aanduidingen in het omgevingsplan; c.

het beleidsneutraal opnemen van regels over de fysieke leefomgeving uit gemeentelijke verordeningen in het omgevingsplan; d. het nemen van een voorbereidingsbesluit; e. het verwerken van omgevingsvergunningen die verleend zijn in afwijking van het omgevingsplan (buitenplanse omgevingsplanactiviteit) in het omgevingsplan; f. het beleidsneutraal omzetten van TAM-IMRO omgevingsplannen naar STOP/TPOD; g. het verwerken van gewijzigde hogere wet- of regelgeving, instructieregels, projectbesluiten en gerechtelijke uitspraken van andere overheden en instanties, voor zover hierbij geen sprake is van afwegingsruimte; h. het aanbrengen van ondergeschikte wijzigingen van technische aard, redactionele aanpassingen en correcties van omissies in het omgevingsplan; i. het toevoegen of wijzigen van begripsbepalingen in het omgevingsplan, voor zover beleidsneutraal; j. het aanwijzen of wijzigen van collectieve festiviteiten; k. het aanwijzen of wijzigen van gebieden waar: • het verboden is om voertuigen te parkeren met het kennelijke doel het te koop aan te bieden of te verhandelen (APV 5.3);

2

• • • •

het verboden is om een voertuig dat voor recreatie of anderszins voor andere dan verkeersdoeleinden wordt gebruikt te parkeren (APV 5.6); het verboden is een voertuig te parkeren dat, met inbegrip van de lading, een lengte heeft van meer dan 6 meter of een hoogte van meer dan 2,4 meter (APV 5.8); het verboden is fietsen of bromfietsen onbeheerd buiten de daarvoor bestemde ruimten of plaatsen te laten staan (APV 5.12); het verboden is met een vaartuig een ligplaats in te nemen of te hebben dan wel een ligplaats voor een vaartuig beschikbaar te stellen (APV 5.25).

In bijlage B1 wordt een toelichting gegeven op elke categorie van bevoegdheden, waarvan wordt voorgesteld deze te delegeren aan het college. Daarnaast is in deze bijlage een overzicht toegevoegd van de bevoegdheden onder de Wro/Wabo en vanaf vaststelling van het delegatiebesluit (was-wordt lijst). Kanttekeningen / alternatieven Het delegatiebesluit kent geen risico’s. Besluiten zullen zorgvuldig worden voorbereid, ongeacht of het besluit door het college of de gemeenteraad wordt genomen. Als alternatief zou de gemeenteraad ervoor kunnen kiezen om geen of minder categorieën te delegeren aan het college. In dat geval zouden deze situaties dus aan de gemeenteraad ter besluitvorming worden voorgelegd. Dat leidt tot een langere proceduretijd voor initiatiefnemers, tot extra druk op de agenda van de gemeenteraad, en tot het verrichten van extra administratieve handelingen. Er kan ook gekozen worden voor het delegeren van meer categorieën aan het college. Een voorbeeld hiervan is het delegeren van de uitwerking van (delen van) de omgevingsvisie in het omgevingsplan. In de omgevingsvisie legt de gemeente de hoofdzaken van het te voeren beleid voor de lange termijn voor de fysieke leefomgeving vast. In een programma of ander kaderstellend beleid kunnen gemeenten vervolgens het beleid uit de omgevingsvisie concreter invullen voor specifieke gebieden, sectoren of onderwerpen.

Omdat een omgevingsvisie niet altijd voldoende concreet is, is het niet wenselijk om uitwerking hiervan op te nemen in het delegatiebesluit. De gemeenteraad kan echter, bij kaderstellend beleid dat zij dient vast te stellen, besluiten dat de uitwerking en vaststelling van het betreffende beleid in het omgevingsplan aan het college kan worden gedelegeerd. Daarmee besluit de gemeenteraad per kaderstellend beleid of wordt gedelegeerd. Draagvlak Omdat dit een raadsbesluit is dat niet direct inwoners treft vindt er geen participatie onder inwoners plaats buiten de normale inspraakprocedure bij de commissievergadering. Planning, evaluatie en verantwoording In het delegatiebesluit is bepaald dat het college de raad eenmaal per jaar op de hoogte stelt in hoeverre van de delegatiemogelijkheden gebruik is gemaakt. Het college zal daarbij een lijst overleggen aan de raad van de op grond van delegatie genomen besluiten. Op deze manier kan goed worden gemonitord hoe vaak en in welke situaties van delegatie gebruik is gemaakt. Op basis daarvan kan de raad besluiten om het delegatiebesluit aan te passen. Als ultimum remedium kan de raad ingevolge art. 10:18 Awb het delegatiebesluit te allen tijde intrekken. Aanpassing of intrekking door de raad heeft geen effect meer op besluiten die reeds genomen zijn op basis van dit besluit.

Financiën Het vaststellen van het delegatiebesluit omgevingsplan heeft geen financiële gevolgen. Hoogkarspel, 17 december 2024, waarin dit voorstel is vastgesteld Burgemeester en wethouders van Drechterland De secretaris, De burgemeester

W. van Twuijver

P.F. Dijkman

3

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14972390/1