Raadsvoorstel Deelvisie Groen Blauw Drechterland (2026-32)
Tekst van het document
Voorstel aan de gemeenteraad Onderwerp: Zaaknummer:
Deelvisie Groen-Blauw 2035 695312
RTG: 8 juni 2026 Raadsvergadering: 25 juni 2026 Nr. 2026-32 Portefeuillehouder: Programma:
J.C.N. Wagenaar Ruimte: Openbare ruimte
Karakter:
Besluitvormend
Bijlagen:
Deelvisie Groen-Blauw 2035
Voorgesteld besluit: 1. De Deelvisie Groen-Blauw 2035 vast te stellen voor het grondgebied van Drechterland; 2. De notitie snippergroen 2014 in te trekken. Inleiding In een tijd waarin klimaatverandering en verstedelijking grote uitdagingen vormen, is het voor de gemeente Drechterland essentieel om gericht beleid te ontwikkelen. Het beleid draagt bij aan een toekomstbestendige en leefbare omgeving, waarin groen en water een belangrijk rol spelen en de ruimte zich beter kan aanpassen aan de gevolgen van klimaatveranderingen. Het Rijk heeft in 2017 het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie (DPRA) uitgebracht, als toevoeging op het Nationaal Deltaprogramma. In het DPRA staan twee hoofddoelen: 1. Nederland moet in 2050 helemaal klimaatbestendig en waterrobuust zijn ingericht ten aanzien van de thema’s wateroverlast, hittestress, droogte en gevolgen van overstromingen; 2. Als tussendoel moet klimaatadaptief handelen uiterlijk in 2020 in beleid en uitvoering zijn verankerd. Om deze twee doelen te behalen heeft u op 1 maart 2021 ‘Klimaatambitie B met de bijbehorende adaptatiestrategie’ vastgesteld als richtinggevend kader op basis waarvan we tot 2050 onze ruimtelijke omgeving klimaatbestendig inrichten. In het woonprogramma en de woondeal zijn de thema’s leefbaarheid, duurzaamheid en klimaat als belangrijkste ambitie en opgave benoemd die zorgen voor een groene en klimaatadaptieve wijk.
In aansluiting op de woondeal en het woonakkoord hebben de Westfriese gemeenten in 2023 besloten samen op te trekken in het ‘Convenant Toekomstbestendig Bouwen’. Het convenant brengt de belangrijkste duurzaamheidsthema’s samen en biedt een kader voor opdrachtgevende en opdrachtnemende partijen om de duurzaamheidsambities in de woningbouwopgave te integreren. Een aantal thema’s waar dit convenant zich op richt zijn klimaatadaptatie, natuurinclusiviteit en een gezonde leefomgeving. De uitwerking van dit convenant is op hoofdlijnen en vraagt ook om concretisering van kaders. In de omgevingsvisie zijn de kansen voor natuur, water en klimaatadaptatie opgenomen. Daarnaast zijn in het PSWR 2025-2027 de effecten van klimaatverandering opgenomen. Om deze klimaatambitie verder te verankeren heeft u op 7 juli 2024 met de behandeling van de kadernota 2024-2028 besloten om het ambitieniveau nader uit te werken. Deze deelvisie geeft richting aan de wijze waarop groen en water in de ruimtelijke inrichting een structurele plek krijgen. Het fungeert als verbindend kader tussen bestaande ambities en concrete gebiedsontwikkelingen, en biedt houvast bij afwegingen over inrichting en prioritering. Tegelijkertijd vormt deze visie een toetsings- en afwegingskader voor toekomstig ruimtelijke plannen en ontwikkelingen.
Daarmee biedt het ook een middel om regie te houden op de uitvoering van groen-blauwe doelstellingen in de praktijk.
1
Beoogd effect De Deelvisie Groen-Blauw 2035 is ontworpen om een strategische aanpak en kaders te bieden voor het bevorderen van groen en het beperken van de effecten van de klimaatveranderingen in de centra, bedrijventerreinen, het stedelijke- en landelijke gebied. Het hoofddoel van de Deelvisie Groen-Blauw 2035 is het creëren van een duurzame en prettige leefomgeving door het klimaatadaptief inrichten van de centra, bedrijventerreinen, het stedelijke- en het landelijke gebied, verbetering van de kwaliteit van groenvoorzieningen en biodiversiteit, het bevorderen van duurzaam groen – en waterbeheer en het verhogen van de publieke bewustwording. Specifieke doelstellingen zijn: - Klimaatadaptief inrichten van de centra, bedrijventerreinen, het stedelijke- en landelijke gebied. - Verhogen van biodiversiteit. - Het leveren van een bijdrage aan de verbetering van waterkwaliteit en duurzaam waterbeheer. - Versterking van publieke bewustwording rondom duurzaamheid. Visie op groen en blauw Ons groen en blauw – bomen, planten, gras, water, etc. – dragen bij aan een aantrekkelijke, gezonde en leefbare omgeving. Het groen en blauw zijn een visitekaartje voor onze gemeenten. Ze geven kleur, identiteit en sfeer aan onze kernen en het buitengebied. Groen en blauw zijn van grote waarde voor de natuur en onze inwoners.
Het vermindert hittestress en wateroverlast doordat we veel planten, bomen, natuurlijke oevers en wadi’s hebben. Ons groen en blauw leveren ook een zo groot mogelijke bijdrage aan het versterken van de biodiversiteit. De soortendiversiteit is vergroot, we hebben een robuust netwerk van groenblauwe verbindingen en meer natuurlijke oevers. Groene lanen, bomenrijen, bermen en watergangen met natuurlijke oevers zorgen voor een herkenbaar, open en rustgevend landschap dat uitnodigt tot wandelen, spelen, ontmoeten, recreëren en ontspannen. Het groen en blauw is goed zichtbaar, bereikbaar en beleefbaar. Voor het groen-blauw staan voor de gemeente de volgende vier waarden centraal: - Klimaatadaptatie - Biodiversiteit - Uitstraling - Gezondheid Deze waarden zijn gebaseerd op de Omgevingsvisie en beleidskaders. De waarden geven aan wat het meest belangrijk is voor het groen en blauw in de gemeente. Per waarde is een visie opgesteld, en is aangegeven wat we willen bereiken en waar we op inzetten. De visies per waarden zijn: Visie op groen-blauw en klimaatadaptatie In 2035 helpt het groen en blauw om voorbereid te zijn op de uitdagingen van klimaatverandering. Door slimme inrichting en beheer van onze leefomgeving hebben we minder wateroverlast, hittestress en droogte. We prioriteren groen en blauw boven grijs.
Er is meer groen in de woonwijken, zoals bomen en planten, die helpen om water op te nemen en schaduw te bieden. Daarnaast is ons groen robuust, geclusterd en beter bestand tegen het extreme weer. Visie op groen-blauw en biodiversiteit In 2035 heeft het groen en blauw in onze gemeenten meer ecologische waarde en een grotere biodiversiteit. Er is dan een groen-blauw netwerk in de gemeenten dat verschillende groengebieden en parken verbindt. De inrichting en het beheer is gericht op variatie in soorten bloeiende planten en bomen, en meer bestuivers en andere dieren. Visie op groen-blauw en uitstraling In 2035 zijn de meeste inwoners positief over de leefomgeving in onze gemeenten. De inrichting van het groen en blauw is aantrekkelijk, herkenbaar en passend bij de omgeving. Het groen-blauw versterkt de cultuurhistorie van onze drie gemeenten. Het beheer is op orde en sluit aan op de gewenste uitstraling van plekken en gebieden. Visie op groen-blauw en gezondheid In 2035 is gezondheid een integraal onderdeel van ons groen en blauw. Kinderen ontmoeten elkaar op groene speelplekken en er zijn ontmoetingsplekken, met name voor ouderen en jongeren. Het netwerk van paden en (vaar)wegen in het groen en blauw nodigt uit tot het fietsen, varen en wandelen door de
2
gemeenten. De paden zijn toegankelijk en er zijn voldoende bankjes langs de wegen. In de parken komt men samen om te genieten van het groen en blauw, te recreëren en elkaar te ontmoeten. Hierdoor draagt het groen en blauw bij aan de gezondheid van onze inwoners. Beleidsvrijheid / -ruimte (wettelijk kader) De opgaven op het gebied van ruimtelijke (klimaat)adaptatie komen voort uit het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie (DPRA), dat als nationaal kader richting geeft aan de aanpak van klimaatverandering op lokaal niveau en de Europese Natuurherstelwet (Natuurherstelverordening) die de achteruitgang van ecosystemen omkeren door herstelmaatregelen verplicht te stellen. Binnen dit kader hebben gemeenten beleidsvrijheid in de manier waarop zij invulling geven aan deze opgaven. Het opstellen van de Deelvisie Groen-Blauw is een instrument waarmee gemeenten beleidsdoelen kunnen uitwerken en vertalen naar uitvoering. Deze Deelvisie is een nadere uitwerking van de Omgevingsvisie SED-gemeenten (2024) en draagt bij aan meerdere wettelijke verplichtingen en beleidsopgaven, zoals de zorgplicht vanuit het Besluit activiteiten leefomgeving (BAL), de Kaderrichtlijn Water, en de zorgplicht voor openbaar groen uit het Burgerlijk Wetboek. Het vaststellen van de visie en het beleid is conform artikel 108 en 147 van de Gemeentewet een bevoegdheid van de gemeenteraad.
Argumenten Argumenten om de Deelvisie Groen-Blauw 2035 vast te stellen zijn: - Het draagt bij aan een duurzame en toekomstbestendige inrichting van de fysieke leefomgeving; - Het versterkt de ecologische waarde en biodiversiteit, met aandacht voor vergroening; - Het vergroot de veerkracht van de gemeente tegen de gevolgen van klimaatverandering, zoals hittestress en wateroverlast; - Het biedt duidelijke kaders voor herinrichting, gebiedsontwikkeling en initiatieven van derden; - Het versterkt de samenwerking met bewoners, bedrijven en maatschappelijke partners in het beheer en gebruik van de leefomgeving. Daarnaast beschrijft de Deelvisie Groen-Blauw 2035 het belang en de samenhang van maatregelen voor het behoud en de uitbreiding van de groen-blauwe structuur in onze gemeente. De Deelvisie biedt kaders voor een meer gerichte uitgifte, verkoop en verhuur van snippergroen in relatie tot klimaatveranderingen. Nieuwe uitgifte-, verkoop- en verhuur van snippergroen past hierbij niet meer binnen de gestelde ambities en kaders. Dit doen we alleen als groen niet te onderhouden, bereikbaar of van kleine omvang is. Kanttekeningen / alternatieven Een kanttekening bij het vaststellen van de Deelvisie Groen-Blauw 2035 is dat de uitvoering extra ambtelijke inspanning kan meenemen bij de integrale samenwerking tussen afdelingen en externe partners.
Dit kan de implementatie vertragen of bemoeilijken, zeker wanneer er onvoldoende draagvlak is bij bewoners of andere belanghebbenden. Een alternatief is om de visie en het beleid niet vast te stellen, maar per gebied of op projectniveau in te zetten. Denk hierbij aan koppeling aan gebiedsontwikkelingen of vervangingsopgaven. Dit biedt ruimte voor maatwerk en verhoogde participatie. Tegelijkertijd bestaat het risico op beleidsversnippering en verlies in samenhang, waardoor de gemeente minder grip heeft op haar kader stellende rol en beleidsdoelen niet in samenhang worden bereikt. Een ander alternatief is het gefaseerd vaststellen van de visie door niet direct alle vier de thema’s (klimaatadaptatie, biodiversiteit, gezondheid en uitstraling) tegelijk op te pakken, maar te starten met één of enkele thema’s. Hiermee blijft de uitvoering overzichtelijker en kan worden geleerd van opgedane ervaringen. Tegelijkertijd kan dit leiden tot vertraging in de realisatie van de integrale ambities en ontstaat het risico op ongelijkheid tussen thema’s en gebieden. Bovendien ontbreekt een volledig toetsingskader waardoor sommige belangen (tijdelijk) minder zwaar meewegen of achteraf pas worden toegepast.
Draagvlak De totstandkoming van de visie is afgestemd met externe partners zoals het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier, het Recreatieschap West-Friesland en interne gemeentelijke disciplines. Daarmee is het fundament gelegd voor een integrale visie die aansluit op regionale ambities. Met het opstellen van de deelvisie en het omgevingsprogramma is met inwoners geparticipeerd. Ook in het verdere proces wordt in de uitwerking en uitvoering van de projecten participatie met inwoners ingezet. Een belangrijk onderdeel is
3
de bewustwording van klimaatveranderingen bij de verschillende doelgroepen en gebruikers. De visie zelf vormt daarmee het kader waarbinnen maatwerk mogelijk is bij gebiedsontwikkeling of integrale vervangingsopgaven waarmee draagvlak tijdens de uitvoering wordt gecreëerd. Dit biedt duidelijkheid voor inwoners, bedrijven en ontwikkelaars, en versterkt de voorspelbaarheid van gemeentelijk beleid. Planning, evaluatie en verantwoording Voor de nadere uitwerking voor het tactische en uitvoerende deel van de deelvisie wordt een Omgevingsprogramma Groen-Blauw 2035 opgesteld. Deze zal in de tweede helft 2026 door het college worden vastgesteld. Een onderdeel van het Omgevingsprogramma is de evaluatie en verantwoording van het programma. Hierbij zal op de bijpassende prestatie-indicatoren worden gerapporteerd. Financiën Financiële gevolgen worden verwerkt in de P&C cyclus en wordt onderzocht of het instellen van een bestemmingreserve noodzakelijk of wenselijk is. De middelen voor de uitvoering van de doelstellingen uit de Deelvisie en het nog op te stellen Omgevingsprogramma worden zoveel mogelijk gekoppeld aan bestaande of nieuwe projecten. Wanneer er aanvullende middelen nodig zijn voor de uitvoering van het Omgevingsprogramma, worden deze ter besluitvorming voorgelegd aan de gemeenteraad.
Hoogkarspel, 12 mei 2026 Burgemeester en wethouders van Drechterland De secretaris, De burgemeester,
M.N. Schroor
B.W. Diepstraten
4