CConstaterende datDrechterland
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsvoorstel bindend advies (2023-57)

Gemeenteraad 18 december 2023, gemeente DrechterlandBij agendapunt: Bindend advies bij buitenplanse omgevingsplanactiviteiten (2023-57)1.374 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Voorstel aan de gemeenteraad Onderwerp: Zaaknummer:

Bindend advies bij buitenplanse omgevingsplanactiviteiten 181802

RTG: Raadsvoorstel:

4 december 2023 18 december 2023, nr. 2023-57

Portefeuillehouder: Programma:

M. ten Have 7: Volkshuisvesting en ruimtelijke ordening

Karakter:

Besluitvormend

Bijlagen:

-

Raadsbesluit bindend advies Bijlage 1 was wordt lijst bindend advies

Voorgesteld besluit: 1. De buitenplanse omgevingsplanactiviteiten waarvoor de raad bindend advies geeft vast stellen. 2. De lijst voor bindend advies in werking te laten treden met ingang van de dag waarop de Omgevingswet in werking treedt. 3. De lijst twee jaar na inwerkingtreding van de Omgevingswet te evalueren. Inleiding c.q. aanleiding Op 1 januari 2024 treedt de Omgevingswet in werking. Hiervoor heeft u eerder, op 22 november 2021, bepaald in welke gevallen de raad bindend adviesrecht heeft als het college voornemens is een positief besluit te nemen over een aanvraag omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit. Bij de voorbereiding van de Omgevingswet is het voortschrijdende inzicht ontstaan dat de situaties waarin bindend adviesrecht van toepassing is om een aanpassing vraagt. Zonder aanpassing zouden veel meer situaties dan nu ter besluitvorming aan de raad moeten worden voorgelegd. Dit is onwenselijk vanwege de vereiste snelheid in procedures en dit zou een veel grotere tijdsinspanning van de ambtelijke organisatie en van de raad gaan vragen dan nu. Een voorbeeld hiervan is dat onder de huidige Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) het voor gevallen die in het Besluit omgevingsrecht (BOR) benoemd zijn, mogelijk is buitenplans af te wijken van het bestemmingsplan.

In de eerder vastgestelde situaties voor bindend advies is deze categorie niet meegenomen waardoor alle kruimelgevallen naar de raad zouden moeten. In bijlage 1 is de nu voorliggende lijst met situaties (wordt) opgenomen en de lijst die eerder is vastgesteld (was). Bindend adviesrecht Onder de huidige regelgeving kan het college van burgemeester en wethouders een omgevingsvergunning verlenen om activiteiten mogelijk te maken die niet zijn toegestaan op grond van (de afwijkingsregels van) het geldende bestemmingsplan. Bij de Omgevingswet blijft deze mogelijkheid bestaan. Het college kan dan door middel van een omgevingsvergunning medewerking verlenen aan activiteiten die niet passen binnen het omgevingsplan. In de Omgevingswet wordt dit een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) genoemd. Het bindend adviesrecht heeft betrekking op deze buitenplanse omgevingsplanactiviteiten. Onder het huidige recht bestaat het instrument van de ‘verklaring van geen bedenkingen’ bij buitenplanse omgevingsvergunningen. Op grond van deze regeling heeft de gemeenteraad van Drechterland situaties bepaald waarvoor van de raad geen ‘verklaring van geen bedenkingen’ nodig is voordat de omgevingsvergunning verleend kan worden. Het instrument van de ‘verklaring van geen bedenkingen’ komt niet terug in de Omgevingswet, maar wordt vervangen door het bindend adviesrecht.

Het bindend adviesrecht is vergelijkbaar met de verklaring van geen bedenkingen echter bij het bindend adviesrecht geeft de raad aan waar zij wel over wil gaan en bij de verklaringen van geen bedenkingen waar zij niet over wil gaan. Op basis van de Omgevingswet is de gemeenteraad bevoegd om categorieën van gevallen van omgevingsvergunningen aan te wijzen waarvoor geldt dat advies aan de gemeenteraad moet worden gevraagd. Het bindende karakter van het adviesrecht blijkt uit het gegeven dat het college het advies van de gemeenteraad moet opvolgen.

1

Beslistermijnen en bindend advies In de Omgevingswet zijn termijnen opgenomen voor de afhandeling van een aanvraag. De standaard is dat binnen acht weken een besluit op een aanvraag genomen moet worden. Eenmalig is er de mogelijkheid tot een verlenging van zes weken. Dit geldt dus ook voor buitenplanse omgevingsplanactiviteiten. Binnen deze termijn moet de gemeente mogelijke aanvullende informatie verzamelen over de aanvraag, advies inwinnen en mogelijk moet de initiatiefnemer nog participatie organiseren. Als het bindende adviesrecht van toepassing is dan moet de raad binnen deze termijn bindend advies uitbrengen. In de praktijk past dit vaak niet bij de raadsplanning, waarbij voorstellen al ruim voor de besluitvormende raad moeten worden aangeleverd. Tijdwinst kan worden behaald door al voorafgaand aan de formele aanvraag met de initiatiefnemer het initiatief te verkennen. Hiervoor heeft de gemeente een proces met de intake- en omgevingstafel ingesteld. Hierin wordt de wenselijkheid en haalbaarheid van het initiatief getoetst. De effectiviteit hiervan is wel afhankelijk van de betrokkenheid van de initiatiefnemer. In specifieke situaties kan het college van B&W de uitgebreide procedure van toepassing verklaren. Hiermee wordt de beslistermijn 6 maanden.

Dit kan bij (mogelijk) aanzienlijke gevolgen voor de fysieke leefomgeving en als veel bedenkingen worden verwacht Op dit moment kan nog niet geheel worden overzien wat dit in de praktijk betekent voor de doorlooptijd van buitenplanse omgevingsplanactiviteiten en de planning bij bindend adviesrecht in het bijzonder. Dit zal de ervaring moeten leren de komende twee jaar. Daarom evalueren we de uitvoering en stellen de procedures waar nodig bij. Mocht onverhoopt blijken dat binnen de beslistermijn (en de verlengingstermijn) toch geen besluit kan worden genomen op de ontvangen aanvraag, dan ontstaat er onder de Omgevingswet geen vergunning van rechtswege meer. Wel heeft het niet tijdig beslissen tot gevolg: a. dat als de raad (adviesorgaan) het advies niet tijdig geeft, het college het besluit zonder het advies van de raad mag nemen (artikel 3:6 lid 2 Awb). b. dat de aanvrager bij niet tijdig beslissen op de aanvraag de gemeente in gebreke kan stellen, onder oplegging van een dwangsom. De gemeente heeft dan 2 weken de tijd om alsnog een beslissing te nemen. Gebeurt dat niet, dan gaat de dwangsom automatisch lopen. Zodra de dwangsom gaat lopen, kan de aanvrager tevens een besluit afdwingen via de rechter door direct beroep in te stellen (en de bezwaarprocedure overslaan).

Beoogd effect Bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet in 2024 moet het proces van vergunningverlening goed zijn georganiseerd. Dat betekent niet alleen dat het sneller moet, zodat inwoners en ondernemers sneller weten waar ze aan toe zijn en hun plannen kunnen uitvoeren, maar ook dat rollen en bevoegdheden goed zijn geregeld. Door de lijst met bindend advies aan te passen voldoen we beter aan de doelen van Omgevingswet. Daarbij maken we voor inwoners, bestuur en organisatie duidelijk bij welk aanvragen voor buitenplanse omgevingsplanactiviteiten het college van B&W of de gemeenteraad zeggenschap heeft. Beleidsvrijheid/-ruimte (wettelijk kader) Met het vaststellen van deze categorieën met buitenplanse omgevingsplanactiviteiten (artikel 16.15a lid b onder 1 van de Omgevingswet) behoudt de gemeenteraad zijn invloed over de projecten die een grote impact op de gemeenschap hebben. De gemeenteraad doet dit door de mogelijkheden van de Omgevingswet te benutten. Het college van burgemeester en wethouders heeft in de andere situaties voldoende ruimte om aanvragen van vergunningen af te wegen en erover te besluiten. Het streven is om voor inwoners en ondernemers snel en zorgvuldig te beslissen over plannen/initiatieven. Argumenten 1.

Met het vaststellen van situaties voor bindend adviesrecht bij buitenplanse omgevingsplanactiviteiten beogen we zoveel mogelijk de huidige situatie te handhaven wat betreft de rol van de raad bij buitenplanse omgevingsplanactiviteiten. 2. Hiermee is voor bestuur, ambtelijke organisatie en inwoners duidelijk in welke situaties bindend adviesrecht van toepassing is. 3. Hiermee sluiten we beter aan bij de doelstellingen van de Omgevingswet om processen te versnellen, zodat inwoners en ondernemers sneller weten waar ze aan toe zijn en hun plannen kunnen uitvoeren.

2

Kanttekeningen/alternatieven Door het eerdere besluit over situaties voor bindend adviesrecht niet aan te passen ontstaat het effect dat in meer gevallen dan nu de raad een besluit moet nemen bij vergunningen. Dit brengt een grotere inzet met zich mee voor raad, college van B&W en de ambtelijk organisatie. Daarnaast is het risico dat hiermee besluitvormingsprocedures onnodig vertraagd worden met negatieve gevolgen voor initiatiefnemers. Draagvlak Op dit raadsvoorstel is geen inspraak toegepast. Het betreft hier voornamelijk een interne, organisatorische procedure tussen de ambtelijke organisatie, het college van B & W en de raad. Wel kunnen bij de evaluatie van de lijst, na twee jaar, initiatiefnemers worden betrokken om de lijst beter af te stemmen op de praktijk onder de Omgevingswet. Planning, evaluatie en verantwoording De werkwijze wordt twee jaar na inwerkingtreding van de Omgevingswet geëvalueerd. Hiermee zorgen we er voor dat op basis van ervaringen de werkwijze kan worden aangepast en dat de gemeenteraad – als dat nodig blijkt – kan bijsturen. Dit besluit wordt op de gebruikelijke wijze bekend gemaakt. Financiën Aan het voorgestelde besluit zitten geen financiële consequenties. Hoogkarspel, 14 november 2023 Burgemeester en wethouders van Drechterland De secretaris, De burgemeester,

C.M. Minnaert

P.F. Dijkman

3

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13515672/1