Raadsvoorstel Beleidsplan Gladheidsbestrijding (2026-18)
Tekst van het document
Voorstel aan de gemeenteraad Onderwerp: Zaaknummer:
Beleidsplan Gladheidsbestrijding 2026-2031 637593
RTG: 11 mei 2026 Raadsvergadering: 1 juni 2026 Nr. 2026-18 Portefeuillehouder: Programma:
I. Brouwer 3 Beheer openbare ruimte
Karakter:
Besluitvormend
Bijlagen:
Raadsbesluit, beleidsplan gladheidsbestrijding 2026-2031
Voorgesteld besluit:
Geen wensen en bedenkingen ter kennis van het college te brengen ten aanzien het beleidsplan gladheidsbestrijding 2026-2031 Inleiding Het beleid voor gladheidsbestrijding is toe aan vernieuwing en aanscherping voor de veiligheid op wegen tijdens winterse omstandigheden. Met het voorliggende beleidsplan gladheidsbestrijding 2026-2031 wordt duidelijk waar de verantwoordelijkheid ligt voor gladheidsbestrijding op de wegen binnen de gemeente. Het biedt een eenduidige aanpak om de veiligheid op onze strooiroutes tijdens de wintermaanden te waarborgen. Het college is op grond van artikel 160, eerste lid, onder a, Gemeentewet verantwoordelijk voor het beheer van gemeentelijke wegen en stelt uitvoeringsplannen zoals het beleidsplan gladheidsbestrijding vast. De raad heeft daarbij een kaderstellende en controlerende rol en wordt daarom in de gelegenheid gesteld wensen en bedenkingen te uiten. Beoogd effect Het beoogde effect van dit beleidsplan gladheidsbestrijding 2026-2031 is het duidelijk vastleggen van verantwoordelijkheden en het bieden van een eenduidige aanpak om de veiligheid en bereikbaarheid van bepaalde wegen in de gemeente tijdens winterse omstandigheden te waarborgen. Beleidsvrijheid / -ruimte (wettelijk kader) Enkele wettelijke kaders waaraan de raad moet voldoen bij gladheidsbestrijding: • Wegenwet: Artikel 15 e.v.
van de Wegenwet regelt het beheer en onderhoud van de wegen. • Burgerlijk Wetboek: Art. 6:162 en art. 6:172 BW – aansprakelijkheid bij nalatigheid of een gebrekkige weg. • CROW-Richtlijnen: Organisatie en bestrijding wintergladheid 2024. • Arbeidstijdenwet en arbeidstijdenbesluit: De bepalingen hebben betrekking op de maximale (gemiddelde) arbeidsduur per etmaal, week of maand en op de maximale duur van de consignatie. De gemeente heeft als wegbeheerder bij gladheidsbestrijding een zorgplicht. Dit houdt in dat de gemeente een inspanningsverplichting heeft voor het bestrijden van gladheid, maar geen resultaatverplichting. De gemeente moet kunnen aantonen op welke wegen gladheid wordt bestreden. Prioriteiten mogen worden gesteld op basis van het economisch belang van bepaalde wegen, maar ook op grond van kosten, veiligheid, duurzaamheid en milieuoverwegingen. De strooiroutes moeten dan ook worden gepubliceerd op de gemeentelijke website. 1
Argumenten Onderstaand zijn enkele argumenten die het voorstel steunen; 1. Verhoogde veiligheid: Het toepassen van het beleidsplan gladheidsbestrijding 2026-2031 zorgt voor een duidelijke aanpak om de veiligheid op wegen in de strooiroute tijdens winterse omstandigheden te verbeteren, waardoor het risico op ongelukken afneemt. 2. Duidelijkheid in verantwoordelijkheden: Het beleidsplan gladheidsbestrijding 2026-2031 legt duidelijk vast wie verantwoordelijk is voor gladheidsbestrijding. 3. Uniformiteit: Door gebruik te maken van landelijk toegepaste CROW-richtlijnen wordt een uniforme aanpak gegarandeerd, wat zorgt voor consistentie in de kwaliteit van de gladheidsbestrijding. 4. Bereikbaarheid: Een effectieve gladheidsbestrijding zorgt ervoor dat wegen in de strooiroute beter begaanbaar blijven, wat de bereikbaarheid van de gemeente ten goede komt, zowel voor inwoners als voor bezoekers. 5. Voorbereidheid: Het beleidsplan gladheidsbestrijding 2026-2031 maakt het mogelijk om een uitvoeringplan op te stellen, waardoor de gemeente goed voorbereid is op winterse omstandigheden. 6. Vertrouwen van burgers: Een duidelijk strooibeleid verhoogt het vertrouwen van burgers in de gemeente, omdat het bekend is op welke wijze de gladheidsbestrijding wordt uitgevoerd. 7.
Efficiëntie: Met duidelijke richtlijnen en verantwoordelijkheden kan de gladheidsbestrijding efficiënter worden uitgevoerd, wat kan leiden tot kostenbesparingen op de lange termijn. Kanttekeningen / alternatieven Bij het voorstel zijn twee kanttekeningen te maken; 1. Kosten: De implementatie van een nieuw beleidsplan gladheidsbestrijding 2026-2031 is de basis voor het maken van het uitvoeringsplan gladheidsbestrijding. Het beleidsplan gladheidsbestrijding 2026-2031 brengt geen extra kosten met zich mee als het advies van de 200 meter afstand tot een gestrooide route niet wordt gewijzigd. 2. Milieu-impact: Bij gladheidsbestrijding maken we gebruik van natriumchloride (zout). Natriumchloride heeft een negatief effect op het milieu, zoals bodem- en watervervuiling. Al alternatief zijn er Magnesiumchloride of Calciumchloride. Deze twee middelen werken beter dan wegenzout, zijn minder corrosief en minder schadelijk voor planten en dieren. De prijs van deze middelen zijn gemiddeld twee tot drie keer duurder in vergelijking tot wegenzout. Door het vaststellen van het beleidsplan gladheidsbestrijding 2026-2031 wordt de milieubelasting beperkt. Draagvlak Het beleidsplan gladheidsbestrijding 2026-2031 is intern afgestemd met alle relevante afdelingen: wegbeheer, realisatie en uitvoering hebben gezamenlijk de inhoudelijke invulling bepaald.
De financiële haalbaarheid is getoetst door de financieel adviseur en de juridische afdeling heeft de wettelijke kaders beoordeeld. Hoewel het plan tot nu toe een intern proces is geweest, sluit het aan bij de algemene doelstellingen van de gemeente om de verkeersveiligheid te waarborgen en risico’s tijdens winterse omstandigheden te minimaliseren. Planning, evaluatie en verantwoording Wanneer het beleidsplan gladheidsbestrijding 2026-2031 is vastgesteld wordt het uitvoeringsplan gladheidsbestrijding uitgewerkt . In het uitvoeringsplan gladheidsbestrijding komt gedetailleerd naar voren waar en wanneer er gladheidsbestrijding wordt toegepast. Dit plan zal jaarlijks worden geëvalueerd. Het beleidsplan gladheidsbestrijding 2026-2031 wordt elke 5 jaar geëvalueerd en aangeboden voor vaststelling.
2
Financiën Met dit voorstel zijn geen extra kosten gemoeid. Hoogkarspel, 1 juni 2026 Burgemeester en wethouders van Drechterland De secretaris, De burgemeester,
M.N. Schroor
B.W. Diepstraten
3