PSWR Drechterland 2025-2027 (2024-44)
Tekst van het document
25
PROGRAMMA STEDELIJK WATER EN RIOLERING 2025-2027
5. Huidige situatie (areaal en nulmeting) In totaal bezit de gemeente Drechterland voor 181 kilometer aan rioleringsleidingen. Het grootste deel hiervan is een vrijvervalstelsel. Namelijk 122 kilometer. Vrijvervalstelsels verplaatsen water door middel van zwaartekracht naar lagergelegen punten. Daarnaast bezit de gemeente nog voor 59 kilometer aan mechanische riolering. Mechanische riolering maakt gebruik van pompen om water door middel van overdruk (drukriolering) of onderdruk (vacuümleiding) te transporteren. In Drechterland is ooit een gedeeltelijk verbeterd gescheiden stelsels aangelegd. Dit hebben we gedeeltelijk omgebouwd en functioneert nu als gescheiden stelsel. De ligging van het rioolstelsel in de gemeente Drechterland is te zien in Figuur 2.
Figuur 2: Overzicht riolering in gemeente Drechterland. Links: vrijvervalstelsels; Rechts: mechanische riolering.
Om dit systeem goed te laten functioneren is er aanvullende infrastructuur nodig, zoals gemalen, overstorten en uitlaten. Lozingen via deze infrastructuur zijn opgedeeld in lozingen uit gemengde stelsels en uit gescheiden en verbeterd gescheiden stelsels. Water afkomstig uit deze laatste twee is vaak schoner dan lozingen uit gemengde stelsels. De kwaliteit van deze lozingen wordt gecontroleerd door middel van meetpunten. Een overzicht van het rioleringssysteem, inclusief deze extra infrastructuur is te vinden in Tabel .
26
PROGRAMMA STEDELIJK WATER EN RIOLERING 2025-2027
Tabel 2: Overzicht areaal rioleringssysteem gemeente Drechterland. Systeem
Type
Omvang
Eenheid
Gemengd
41
km
Vuilwater
31
km
Hemelwater
50
km
Drukriolering
35
km
Persleidingen
24
km
Hoofdgemalen
46
st
Tunnelgemalen
-
st
Oppervlaktewatergemalen
3
st
400
st
Met randvoorziening
2
st
Zonder randvoorziening
44
st
Inclusief gecombineerde HWA- en drainage uitlaten
189
st
102
st
39
st
-
st
Gemengd
524
st
Vuilwater
2773
st
Hemelwater
5004
st
5
km
Grondwater
21
st
Afvalwater
37
st
Oppervlaktewater
79
st
Vrijverval Riolering
Gemalen
Drukriolering (pompunits) Externe overstorten
HWA-uitlaten Vacuüm/buffer putten Drainage-uitlaten
3 locaties met drainageputten
Infiltratievoorzieningen
Kolken
DT/IT riolering
Meetpunten
Leeftijdsopbouw Gemengde rioolstelsels waren lang de norm. Sinds de jaren ’90 worden echter voornamelijk gescheiden stelsels aangelegd. Dit is terug te zien in de leeftijdsopbouw van het areaal in de gemeente Drechterland. In de gemeente Drechterland ligt bijna geen riool ouder dan 1960: slechts 100 m heeft een aanlegdatum van 1957. De grootste aanlegopgave heeft plaatsgevonden tussen 2001 en 2010. Toen is circa 27 km aan vrijvervalriolering aangelegd. De leeftijdsopbouw van het gehele areaal is zichtbaar in Figuur 3.
27
PROGRAMMA STEDELIJK WATER EN RIOLERING 2025-2027
30
Lengte in km
25 20 15 10 5 0
gemengd riool
hemelwaterriool
dit-riool
vuilwaterriool
Figuur 3: Leeftijdsopbouw vrijvervalriolering gemeente Drechterland.2
Inspectiegraad Een belangrijke reden om een nieuw tussentijds PSWR op te stellen is de inhaalslag voor rioolinspecties welke in de afgelopen planperiode is doorlopen. In Figuur 4 is de inspectiegraad van het vrijvervalriool weergegeven. De periode die aangehouden wordt voor inspecties is 2000-2024. In totaal is 31 km aan vrijvervalriolering niet geïnspecteerd in deze periode. Sinds de datum van het vorige PSWR (19-10-2022) is in totaal 4 km aan vrijvervalleiding geïnspecteerd, waaronder 600 m aan gemengd riool, 1.8 km aan hemelwaterriool en 1.6 km aan vuilwaterriool. 30
Lengte in km
25 20 15 10 5 0
Aanlegperiode Niet geinspecteerd
Wel geinspecteerd
Totaal
Figuur 4: Inspectiegraad van het vrijvervalrioolstelsel in de gemeente Drechterland.
2
Van 1.1 km vrijvervalriolering is het aanlegjaar onbekend.
28
PROGRAMMA STEDELIJK WATER EN RIOLERING 2025-2027
Areaalontwikkeling komende periode Het nationaal programma Woningbouw heeft als doel de realisatie van 900.000 woningen tot en met 2030. Om deze ambitieuze doelstelling te halen is het nodig om de woningbouw te versnellen. De gemeente Drechterland streeft naar 700 extra woningen tot 2025 en ziet Hoogkarspel als groeikern. Evendeel is een perfecte locatie om snel woningbouw te kunnen realiseren. Evendeel is een gebied waar al sinds jaar en dag landbouw plaatsvindt, maar recentelijk is het gebied aangewezen als potentieel woningbouwplan in de omgevingsvisie van gemeente Drechterland vanwege de woningbouwopgave. Deze ontwikkeling heeft de potentie tot circa 250 woningen. Daarnaast is Venhuizen is op korte termijn gebaat aan extra woningbouw. Dit is de locatie Koggeweg-Oost, grenzend aan de Suyder Coghe en het Wierker, kansrijk voor circa 90 woningen en Venhuizen west. Venhuizen Centrum-West is aangewezen als de grootschalige woningbouwuitbreiding in het dorp. De eerste stappen worden gezet voor een woningbouwplan met ongeveer 200 tot 250 woningen. Het gaat om het gebied ten westen van het Twijver, tussen het Westeinde/Hemmerbuurt en de Westerkerkweg. Daarnaast is er ook nog de ontwikkeling bij de kern Westwoud. Hier realiseert Ooms wonen maximaal 104 woningen en is voor het plan De Grootslag 40 woningen beoogd.
De overige invulling om tot het totaal 700 woningen te komen is nog niet concreet. Aansluiten buitengebied De gemeente Drechterland bestaat voor een groot deel uit buitengebied. In het verleden was het niet doelmatig om (druk-)riolering aan te leggen om alle percelen aan te sluiten. We kozen daarom voor ontheffing om te lozen op een andere voorziening. In de toekomst willen we echter werken aan het aansluiten van het buitengebied. Hiervoor beginnen we met een nieuwe persleiding aan de Houterweg. Er is echter nog een grote uitdaging om verdere aansluitingen te maken. Deze opgave wordt zo veel mogelijk integraal met omliggende projecten opgepakt.
29
PROGRAMMA STEDELIJK WATER EN RIOLERING 2025-2027
6. Uitvoeringsprogramma In dit hoofdstuk staan de activiteiten die de gemeente Drechterland uitvoert om aan de eerder uiteengezette taken en plichten te kunnen voldoen. Maatregelen zijn verdeeld over de maatregelen die we in samenwerking met onze partners in de regio uitvoeren en de maatregelen die we zelfstandig verrichten.
Gezamenlijk programma Om efficiënt te kunnen werken voeren we sommige activiteiten samen met onze partners in de samenwerkingsregio West-Friesland. Hieronder valt bijvoorbeeld periodiek overleg, het opstellen van gezamenlijk beleid en het bundelen van kennis. In het voorgaande PSWR werden deze activiteiten apart opgenomen. Omdat andere kosten met betrekking tot samenwerking onder het kopje Facilitair zijn meegenomen hebben we in deze herziening ervoor gekozen om de kosten voor de samenwerkingsregio ook onder Facilitair op te nemen. Op deze manier staan deze kosten onder één post.
Gemeentelijk uitvoeringsprogramma Bovenop de activiteiten die we samen uitvoeren zijn er ook taken die we als gemeente Drechterland zelfstandig uitvoeren. In de onderstaande hoofdstukken zijn deze activiteiten uiteengezet. Dezen zijn verdeeld in “Personeel en overhead”, “Onderhoud regulier”, “Planvorming en onderzoek” en “Facilitair”.
Personeel en overhead Zonder onze mensen is het stedelijk watersysteem niet te onderhouden. Onder de kop personeel en overhead vallen de loonkosten en de overige kosten die gemaakt worden zodat ons personeel hun taken goed kunnen uitvoeren. De kosten omhelzen de totale kosten voor het benodigd personeel, dus inclusief inhuur en toerekening van overhead. Enkel de post uitbesteedde werkzaamheden is geen onderdeel van personeel en overhead. Activiteiten
2025
2026
2027
Loonkosten en overhead
€ 509.362
€ 509.362
€ 509.362
Totaal
€ 509.362
€ 509.362
€ 509.362
30
PROGRAMMA STEDELIJK WATER EN RIOLERING 2025-2027
Onderhoud regulier Zonder onderhoud kan het stedelijk watersysteem niet functioneren. Dit betekent dat we onze leidingen reinigen en onze kolken schoonhouden. Dit groeperen we onder “Onderhoud regulier”. Activiteiten
2025
2026
2027
Uitbestede werkzaamheden
€ 40.000
€ 40.000
€ 40.000
Aankoop materieel
€ 6.400
€ 6.400
€ 6.400
Cyclische inspectie en reiniging riolen
€ 85.400
€ 85.400
€ 85.400
Onderhoud IBA’s
€ 7.300
€ 7.300
€ 7.300
Reinigen kolken en lijngoten
€ 41.000
€ 41.000
€ 41.000
Klein onderhoud
€ 140.000
€ 125.000
€ 100.000
€-
€-
€-
€ 150.000
€ 150.000
€ 150.000
Onderhoud vacuümriolering
€ 3.000
€ 3.000
€ 3.000
Veegkosten
€ 49.000
€ 49.000
€ 49.000
Baggeren
€ 65.000
€ 65.000
€ 65.000
Totaal
€ 587.100
€ 567.100
€ 547.100
Onderhoud grondwaternetwerk3 Onderhoud drukriolering
Planvorming en onderzoek Om een goed beeld te krijgen op het soort werkzaamheden dat we moeten uitvoeren stellen we plannen op, waar we onze werkzaamheden op kunnen baseren. Onderzoek is nodig om de staat van ons systeem duidelijk te hebben, zodat we doelmatig kunnen optreden. We groeperen dit onder “Planvorming en onderzoek”. Activiteiten
2026
2027
Opstellen SSW
€ 30.000
€-
€-
Opstellen PSWR
€-
€-
€ 15.000
Plannen onderzoek klimaatadaptatie
€ 11.000
€ 11.000
€ 11.000
Inhaalslag inspecties
€ 73.915
€ 73.915
€-
Grondwateronderzoek
€ 7.500
€ 7.500
€ 7.500
Overig onderzoek
€ 21.300
€ 21.300
€ 21.300
Inspectie duikers
€ 20.000
€-
€-
Onderzoek indirecte lozingen
€ 7.772
€ 7.772
€ 171.487
€ 121.487
Totaal
3
2025
€ 54.800
De kosten hiervan zijn meegenomen in grondwateronderzoek onder het kopje “Planvorming en onderzoek”
31
PROGRAMMA STEDELIJK WATER EN RIOLERING 2025-2027
Facilitair Om al deze activiteiten mogelijk te maken zijn er ondersteunende diensten nodig. Denk hierbij aan telefoonkosten, elektrakosten en software die we gebruiken om ons systeem optimaal te laten functioneren. Deze groepen wij onder “Facilitair”. Activiteiten
2025
2026
2027
Elektra
€ 110.000
€ 110.000
€ 110.000
Contributies en lidmaatschappen
€ 15.939
€ 15.939
€ 15.939
Telemetrie gemalen
€ 10.500
€ 10.500
€ 10.500
Perceptiekosten
€ 9.750
€ 9.750
€ 9.750
€ 146.189
€ 146.189
€ 146.189
Totaal
Investeringen Naast de activiteiten die we jaarlijks uitvoeren zijn er ook grotere investeringen. Hieronder vallen grote projecten, zoals de aanleg van nieuwe rioolstelsels of het periodiek vervangen van onze vrijvervalriolering of mechanische riolering. In het onderstaande hoofdstuk leggen we uit hoe we deze opgaven aanpakken. Lopende investeringen In de gemeente Drechterland hebben we in de komende planperiode een aantal grote projecten gepland waarbij we grootschalig riool vervangen of nieuw aanleggen. Daarnaast zijn er nog enkele kleinere projecten op straatniveau, waar we riolering opwaarderen, vervangen of nieuwe leidingen aanleggen. Ook zijn er jaarlijkse budgetten voor het mechanische rioolstelsel en de randvoorzieningen. In totaal investeren we voor circa € 4 miljoen in de planperiode. Investering Investeringen hoofdriool
2025
2026
2027
€ 45.000
€ 350.000
€ 1.333.333
Investeringen mechanische riolering en randvoorzieningen
€ 1.715.900
€ 272.400
€ 272.400
Totaal
€ 1.760.900
€ 622.400
€ 1.605.733
Periodieke vervanging vrijverval riolering: Wanneer een rioolbuis het einde van diens levensduur heeft bereikt wordt deze vervangen. Het uitgangspunt voor een levensduur van een rioolbuis is 60 jaar. Een buis die in 1984 is gelegd zou dan in 2044 vervangen moeten worden. In werkelijkheid kan deze levensduur langer, of zelfs korter dan deze 60 jaar zijn. We inspecteren ons riool regelmatig om te kijken of dit nog functioneert zoals het hoort. Op basis hiervan stellen we onze vervangingsplanning bij. Riolen die aan het einde van hun theoretische levensduur zijn, maar nog in goede staat krijgen hun levensduur bijgesteld. Riolen met kleine schade worden gerepareerd of verzorgd, zodat ook voor dezen hun levensduur verlengd wordt. Tenslotte zijn er de riolen die nog niet hun theoretische levensduur bereikt hebben, maar die ook niet meer naar behoren functioneren. Deze worden eerder vervangen dan eigenlijk gepland was. In Fout! Verwijzingsbron niet gevonden. zijn de resultaten van onze inspecties van de laatste 15 jaar weergegeven. Deze resultaten vormen de basis van onze vervangingsplanning. Riolen die 32
PROGRAMMA STEDELIJK WATER EN RIOLERING 2025-2027
niet geïnspecteerd zijn kunnen geen vervangingsjaar op basis van de actuele kwaliteit krijgen. Omdat vervanging op basis van levensduur vaak een onnauwkeurige vervangingsplanning oplevert, schatten we naar rato de levensduur van niet geïnspecteerde leidingen op basis van de wél geïnspecteerde leidingen uit hetzelfde decennium. (Bijvoorbeeld: 20% van de geïnspecteerde leidingen die aangelegd zijn in de jaren ’80 hebben een vervangingsjaar van 2055. Dit betekent dat 20% van de vervangingswaarde van de niet-geïnspecteerde leidingen die zijn aangelegd in de jaren ’80 in 2055 worden meegerekend.)
Inspectiegraad per aanlegjaar 30000 25000 20000 15000 10000 5000 0 -
>74 jaar
65-74 jaar 55-64 jaar 45-54 jaar 35-44 jaar 25-34 jaar 15-24 jaar
<14 jaar
Onbekend Voor 1950 1951-1960 1961-1970 1971-1980 1981-1990 1991-2000 2001-2010
Na 2010
Geïnspecteerde riolering; monitoren Geïnspecteerde riolering; kwalitatieve reparatie / renovatie Geïnspecteerde riolering; kwalitatieve vervanging Geïnspecteerde riolering; geen schades Riolering; ongeïnspecteerd Figuur 5: Maatregelen op basis van inspecties (inspecties sinds 2010 meegenomen).
De totale vervangingswaarde van onze vrijverval riolering is ongeveer gelijk aan € 89 miljoen. Dit getal is gebaseerd op de kostenkentallen voor vervanging van riool van Antea Group Nederland en de lengte en diameters van ons riool zoals we die anno 2024 in ons beheersysteem hebben staan. In werkelijkheid hoeft niet het volledige areaal volledig vervangen te worden. Sommige strengen kunnen aan het einde van hun levensduur een relining krijgen. Hiermee hoeft de buis niet vervangen te worden, maar gaat deze wel langer mee. Voor de vervangingsplanning gaan we uit van de afgesproken kentallen van de regio West Friesland. 25% van het riool wordt gerelined en 75% wordt volledig vervangen. Uitgesloten hiervan zijn de kleinste diameters (<200 mm). Deze buizen kunnen niet gerelined worden en worden daarom allemaal vervangen. In de situatie waar 25% relining plaatsvindt zijn de kosten voor vervanging lager, namelijk: € 76 miljoen. In Figuur 6 is de verdeling van de vervangingsopgave per decennium weergegeven. Hieruit is duidelijk dat een groot
33
PROGRAMMA STEDELIJK WATER EN RIOLERING 2025-2027
deel van onze vrijverval riolering nog een lange levensduur heeft: meer dan de helft van het areaal moet vervangen worden tussen 2065-2085.
Einde levensduur vrijvervalriolering op basis van inspecties 2075-2085 2065-2075 2055-2065 2045-2055 2035-2045 2025-2035 Voor 2025 Niet geinspecteerd 0
10
20
30
40
50
60
Lengte (km) Figuur 6: Einde levensduur vrijverval riolering voor de gemeente Drechterland.
Vervanging mechanische riolering Ons rioleringsstelsel bestaat niet alleen uit vrijvervalriolering. Verafgelegen kernen zijn vaak verbonden aan het bredere netwerk met rioolbuizen die onder druk staan: zogenaamde mechanische riolering. Dit stelsel bestaat niet alleen uit de leidingen, maar ook uit randvoorzieningen, zoals gemalen. Mechanische riolering wordt in Nederland nog niet lang aangelegd en er is nog weinig data over de vervangingsnoodzaak van dit soort leidingen. In dit PSWR houden we daarom een vervangingsplanning aan die vergelijkbaar is met die van vrijverval riolering. Een buis uit mechanische riolering dient na 60 jaar vervangen te worden. In tegenstelling tot de vrijverval riolering wordt mechanische riolering niet opgenomen in de inspectieplanning in het beheersysteem. Daarom wordt de vervangingsplanning gebaseerd op de aanlegjaren van de leidingen. Een leiding wordt dan opgenomen in de vervangingsplanning zestig jaar na aanleg.
34
PROGRAMMA STEDELIJK WATER EN RIOLERING 2025-2027
Einde levensduur mechanische riolering op basis van aanlegjaar 2075-2085 2065-2075 2055-2065 2045-2055 2035-2045 2025-2035 <2025 0
5
10
15
20
25
30
Lengte (km) Figuur 7: Einde levensduur mechanische riolering (leidingwerk).
35
PROGRAMMA STEDELIJK WATER EN RIOLERING 2025-2027
7. Kostendekkingsplan De voorgaande hoofdstukken hebben inzicht gegeven in de taken en plichten die we als gemeente hebben. Daarnaast zijn de activiteiten en investeringen toegelicht die we uitvoeren om aan deze taken en plichten te kunnen voldoen. In dit hoofdstuk gaan we dieper in op de kosten die we moeten maken hiervoor en de benodigde rioolheffing om deze kosten te kunnen dekken.
Balans te dekken lasten versus inkomsten uit de heffing De uitgaven voor uitvoering van de gemeentelijke watertaken worden gedekt vanuit de rioolheffing die door de inwoners en ondernemers in de gemeente bijeengebracht wordt. In onderstaand figuur is de balans tussen de rioolheffing en de lasten weergegeven.
De lasten van de watertaken worden door de volgende 5 componenten bepaald: 1. Visie en beheerstrategie (geel) a. Beheerambitie en verschil in kwaliteitsniveaus b. Begroting en meerjarenplanning groot onderhoud en vervanging c. Beheerstrategie; risico’s en effecten 2. Concernstrategie (rood) a. Doorbelastingen b. Kwijtschelding c. Overhead d. Compensabele BTW
3. Financieringsmethodiek (paars) a. Kapitaallasten verleden b. Activeren of sparen c. Afschrijvingstermijnen d. Opbouw voorziening 4. Bedrijfsvoering (blauw) a. Zelf doen of uitbesteden b. Samenwerking 5. Heffingsgrondslag (groen)
36
PROGRAMMA STEDELIJK WATER EN RIOLERING 2025-2027
Uitgangspunten voor de beheerstrategie zijn al toegelicht in de voorgaande hoofdstukken. De uitgangspunten van de overige componenten zijn in de volgende paragraaf uitgewerkt.
Uitgangspunten Rioolheffing • De rioolheffing per standaard heffingseenheid bedraagt in 2024 € 181,95; • De rioolheffing mag op begrotingsbasis maximaal kostendekkend zijn: de geraamde opbrengsten mogen de geraamde lasten niet overstijgen (Gemeentewet artikel 229b); • Reserveren voor tariefsegalisatie en/of toekomstige vervangingsinvesteringen – door dotaties aan de voorziening(en) – is toegestaan; • Reserveren enkel voor uitbreiding van het voorzieningenniveau is niet toegestaan; • De opbrengsten van de rioolheffing mogen niet voor andere doeleinden dan voor het gemeentelijk rioolstelsel (inclusief grond- en hemelwatervoorzieningen) worden aangewend ofwel hebben een relatie met de waterhuishouding; Rente en inflatie • De rente op nieuwe investeringen en boekwaarden bedraagt 3,5%. Deze rente wordt voor het eerst doorbelast in het eerste jaar na het jaar van investering; • De rente op bestaande investeringen bedraagt 0,5%. • Er vindt geen toerekening van rente plaats op positieve saldi van reserves en/of voorzieningen; • Er is niet gerekend met een indexatie op zowel lasten als baten. Geadviseerd wordt om de rioolheffing met de inflatie mee te laten stijgen, bovenop de voorgestelde stijging. BTW •
BTW wordt doorbelast op de exploitatie (exclusief personeelskosten) en afschrijvingen van investeringen.
Voorzieningen • Het saldo van de Egalisatievoorziening (BBV 44.2) bedraagt per 1 januari 2024: € 2.359.530 • Het saldo van de voorziening mag gedurende de gehele beschouwde periode niet negatief zijn; • Er is geen maximum gesteld aan het saldo dat gedurende de beschouwde periode in de voorziening(en) wordt begroot Heffingseenheden • Het fictieve aantal heffingseenheden bedraagt in 2025: 9.091. Dit aantal eenheden is berekent door de totale opbrengsten uit huishoudens en producenten te delen door het standaard tarief voor huishoudens in 2025. Dit aantal blijft gedurende de beschouwde periode gelijk
37
PROGRAMMA STEDELIJK WATER EN RIOLERING 2025-2027
Investeringen • De vervangingsplanning voor de vrijvervalriolering is gebaseerd op de gegevens uit het gemeentelijke beheersysteem. Buizen worden opgenomen in de vervangingscyclus op basis van de inspectieresultaten. Niet geïnspecteerde buizen worden verdeeld volgens de planning van de wél geïnspecteerde buizen die in hetzelfde decennium zijn aangelegd. Er is aangenomen dan 25% van de riolen wordt gerelined en 75% volledig vervangen. • De vervangingswaarde van de riolering die voor 2025 vervangen had moeten worden, maar waarvan het niet is gebeurd wordt uitgespreid over de eerste 10 jaar van de nieuwe periode • Vervangingsschema’s voor rioolgemalen, drukriolering, persleidingen, IBA’s, randvoorzieningen, infiltratievoorzieningen en drainage hebben we gebaseerd op de verwachte technische levensduur. De onderliggende kostenkengetallen zijn gebaseerd op de kostenkengetallen uit de Kennisbank Stedelijk Water van de Stichting Rioned.
• We activeren investeringen en hanteren hierbij de volgende afschrijvingstermijnen: – o De afschrijvingstermijn op vervangingsinvesteringen voor vrij verval riolering, bouwkundige delen van gemalen, en drukriolering bedraagt 60 jaar o De afschrijvingstermijn op vervangingsinvesteringen voor bouwkundige delen van en persleidingen, infiltratievoorzieningen en drainage bedraagt 45 jaar; o De afschrijvingstermijn op vervangingsinvesteringen voor IBA’s en bouwkundige delen van randvoorzieningen bedraagt 40 jaar; o De afschrijvingstermijn op vervangingsinvesteringen voor elektro-/mechanische delen van gemalen, drukriolering en randvoorzieningen bedraagt 30 jaar; • De afschrijving vindt linear of annuïtair, afhankelijk van het scenario, plaats, startend aan het begin van het jaar volgend op de investering. • Mocht een investering over meerdere boekjaren plaatsvinden wordt er gerekend met een uitvoeringsrente. Er wordt rente toegerekend van 3,5% op de openstaande lening voor de desbetreffende investering. • Alle investeringen zijn gemiddeld over perioden van 10 jaar. Personeel en overhead • De totale lasten van personeel en overhead zijn op basis van het capaciteitsonderzoek uit 2023. Wel is hierin het totale investeringsvolume aangepast conform de nieuwe inzichten, wat maakt dat het totaal benodigd personeel iets afneemt.
In totaliteit is voor de SED gemeenten circa 12,8 FTE benodigd. De kosten voor deze FTE’s zijn middels de verdeelsleutel berekend over de gemeenten. • De huidige formatie, inclusief inhuur, is minder dan de berekende 12,8 FTE. Om de taken uit dit programma goed tot uitvoering te brengen is deze inzet wel benodigd. In dit programma wordt verondersteld dat middels vacatures en inhuur deze inzet wel behaald wordt.
38
PROGRAMMA STEDELIJK WATER EN RIOLERING 2025-2027
Toerekening van kosten klimaatadaptatie De gemeente draagt vanuit de rioolheffing bij aan voorzieningen in de buitenruimte als deze functioneel bijdragen aan het waterrobuust maken van het stedelijk watersysteem. Bijvoorbeeld verlagingen in het groen zoals bermen of speelweides waar overtollig water naar kan wegstromen, groene daken/gevels die water vasthouden, waterpasserende verhardingsmaterialen of waterpartijen voor de opvang van regenwater. Hiervoor reserveren wij vanaf 2024 een jaarlijks budget ter grootte van 10% van onze investeringen over de (vrijverval) investeringslijn. Dit komt overeen met een gemiddeld jaarlijks bedrag van € 24.500.
Lastenontwikkeling Met de informatie uit de voorgaande hoofdstukken is het mogelijk om de jaarlijkse uitgaven aan stedelijk water voor de gemeente uiteen te zetten. De kostendekking wordt doorgerekend voor een periode van 60 jaar, ofwel 2024-2084. Onderstaand Figuur geeft inzicht in de ontwikkeling van de lasten.
In het bovenstaande figuur wordt duidelijk dat op middellange termijn de lasten zullen toenemen. Dit is voornamelijk het gevolg van nieuwe investeringen en de kapitaallasten die hieruit volgen.
Tarief en ontwikkeling voorziening Conform de uitgangspunten zijn er twee scenario’s in beeld gebracht voor de rioolheffing en voorziening. Allereerst, is inzichtelijk gemaakt wat het verloop van de voorziening zou zijn bij een gelijkblijvend heffingstarief (€ 181,95 voor een woning). Ten tweede is inzichtelijk gemaakt wat de benodigde stijging in rioolheffing moet zijn om de voorziening positief te houden. Gelijkblijvende rioolheffing Uitgaande van inkomsten zoals de begrote heffingsinkomsten van 2024, ziet het verloop van de voorziening er uit in onderstaand figuur. De hoogte rioolheffing woning gaat uit van de huidige heffing voor woningen (€ 181,95) en een gemiddelde heffing voor niet-woningen (€ 248,75), gebaseerd op de totale inkomsten niet-woningen gedeeld door het aantal heffingseenheden nietwoningen.
39
PROGRAMMA STEDELIJK WATER EN RIOLERING 2025-2027
In het bovenstaande figuur wordt duidelijk dat het huidige tarief niet kostendekkend is. De voorziening zal met een gelijkblijvend tarief in 2032 leeg geraken. In het onderstaande figuur is de kostendekkendheid van de huidige heffing in beeld gebracht. Hierbij is de gemiddelde rioolheffing het gemiddelde van de woningen en niet-woningen.
Advies tariefstelling rioolheffing Drechterland Geadviseerd wordt om de rioolheffing naast de indexatie geleidelijk extra te laten stijgen en op termijn vanaf 2032 jaarlijks verder met 3% te verhogen. In dit scenario is vanaf 2045 de heffing kostendekkend en kan de additionele stijging van 3% stoppen. Op deze manier wordt er gebruik gemaakt van de voorziening en is er de komende jaren een minimale stijging, bovenop indexatie, benodigd.
40
PROGRAMMA STEDELIJK WATER EN RIOLERING 2025-2027
Bijlagen Bijlage 1: Wet- en regelgeving De volgende informatie over wet- en regelgeving is afkomstig uit het Informatiepunt Leefomgeving en de kennisbank van stichting Rioned. Kaderrichtlijn Water (2000) De Kaderrichtlijn Water (KRW) is een Europese richtlijn die op 22 december 2000 van kracht is geworden. Doelstelling is het realiseren en behouden van chemisch schoon en ecologisch gezond oppervlaktewater en grondwater. De EU-lidstaten moeten deze ‘goede toestand’ uiterlijk in 2027 realiseren. Omgevingswet De Omgevingswet gaat over de fysieke leefomgeving. Onder de Omgevingswet geldt een algemene zorgplicht. Dit houdt in dat overheden, bedrijven én burgers verantwoordelijk zijn voor een veilige en gezonde fysieke leefomgeving. Wet milieubeheer Na inwerkingtreding van de Omgevingswet blijft de Wet milieubeheer bestaan. De Wet milieubeheer regelt onder andere de volgende onderwerpen: stoffen, afvalstoffen, broeikasgasemissies, openbaarheid milieu-informatie en milieuaansprakelijkheid. Besluit activiteiten leefomgeving In het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) stelt het Rijk algemene regels voor activiteiten in de fysieke leefomgeving. Het Bal geldt voor alle partijen die actief zijn in de fysieke leefomgeving – burgers, bedrijven en overheid.
Besluit kwaliteit leefomgeving In het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) staan regels over omgevingswaarden, instructieregels, beoordelingsregels en regels voor monitoring. Het Bkl geldt voor het Rijk en decentrale overheden. Besluit bouwwerken leefomgeving In het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) staan regels over veiligheid, gezondheid, duurzaamheid en bruikbaarheid van bouwwerken. Daarnaast heeft het Bbl regels over de staat en het gebruik van een bouwwerk. En over het uitvoeren van bouw- en sloopwerkzaamheden. Omgevingsbesluit In het Omgevingsbesluit staan regels over het bevoegd gezag voor omgevingsvergunningen, over procedures, handhaving en uitvoering, en over het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO). Het Omgevingsbesluit geldt voor alle partijen die actief zijn in de fysieke leefomgeving – burgers, bedrijven en overheid.
41
PROGRAMMA STEDELIJK WATER EN RIOLERING 2025-2027
Bijlage 2: Evaluatie periode 2023-2024 In deze bijlage is de evaluatie van de afgelopen periode opgenomen. Hierbij hanteren we de volgende kernvragen: • • • • • •
Welke werkzaamheden zijn verricht? Wat waren de kosten? Hoe is er samengewerkt? Was de personele capaciteit voldoende? Hoe hoog waren de rioolheffing en de voorzieningen? Hoe is er geïnspecteerd
Welke werkzaamheden zijn verricht? In de onderstaande tabel staan de maatregelen en werkzaamheden die gepland zijn in het vorige plan opgenomen. In de kolom daarnaast is aangegeven wat de status is van deze werkzaamheden, met eventueel een toelichting.
Legenda status Gereed Doorgaand In uitvoering In voorbereiding Nog uit te voeren Heroverwogen/vervallen Uitgesteld
Activiteiten 2023-2024
Status
Toelichting
Onderzoek en planvorming Herziening PSWR 2024
In uitvoering
Opstellen SSW
Uitgesteld
Plannen en onderzoek klimaatadaptatie
Doorgaand
Jaarlijkse review GRP/PSWR
Doorgaand
Afstemming met beheerders, afdelingen, management, bestuur van samenwerking West-Friesland.
Doorgaand
Beoordeling van inspectieresultaten en opstellen jaarbegroting
In voorbereiding /uitgesteld
Doorgaand proces, maar loopt nog niet 100% soepel omdat data op orde is gebracht
Registreren objectgegevens in beheersysteem en verwerking visuele inspectie in beheersysteem
In uitvoering/ doorgaand
Aandachtspunt uit vorige evaluatie
Inhaalslag inspecties
In uitvoering/In voorbereiding
Aandachtspunt uit vorige evaluatie Inhaalslag nog niet volledig, maar wel voortgang gemaakt.
Opgenomen in planning voor 2025. Uitgesteld in verband met het op orde maken van de data.
42
PROGRAMMA STEDELIJK WATER EN RIOLERING 2025-2027
Calamiteitenplan
Uitgesteld/ In voorbereiding
Uitgesteld door capaciteitsproblemen. Voorbereiding doorlopen
Onderhoud vrijvervalriolering
Doorgaand
Onderhoud op particulier terrein is aandachtspunt
Onderhoud mechanisch riool
Doorgaand
Vacuümriool staat vaak in storing. Voorbereiding om te vervangen naar persriool
Onderhoud gemalen en pompunits
Doorgaand
Onderhoud IBA’s
Doorgaand
Kolken zuigen
Doorgaand
Straatvegen en afvalverwerking
Doorgaand
Baggeren
Doorgaand
Reguliere werkzaamheden
Grondwateronderzoek
In voorbereiding
Grondwatermeetnet operationeel per 1 jan 2025
Klimaatadaptatie
Doorgaand
Aandachtspunt uit vorige evaluatie
Vervanging vrijvervalriolering
Doorgaand
Vervanging mechanische riolering
Doorgaand
Vervanging elektromechanisch
Doorgaand
Onderhoud
Uitfaseren aandachtspunt uit vorige evaluatie vanaf 2026 geen onderhoud aan IBA’s meer.
Projecten (verbetering en vervanging)
Overige maatregelen Vergunningverlening en handhaving
Doorgaand
Communicatie
Doorgaand
Wat hebben we uitgevoerd: De afgelopen jaren hebben we in 2023 & 2024 3.128 meter leiding gerelined. Er is 457 meter vrijverval vervangen / aangelegd.
43
PROGRAMMA STEDELIJK WATER EN RIOLERING 2025-2027
Wat waren de kosten Jaar
Geplande investeringen Rioolsysteem
Werkelijke investeringen
2023
€ 2.709.402
€ 269.000
2024
€ 2.779.846
€ 1.614.500
Jaar
Geplande exploitatie
Werkelijke exploitatie
2023
€ 962.933
€ 903.379
2024
€ 1.031.061
€ 1.175.407 *
*Dit zijn de verwachte exploitatielasten voor 2024 Hoe is er samengewerkt? De samenwerking in het rioolbeheer is aanzienlijk verbeterd. We stemmen integraal af met beheerders om zo werk-met-werk te maken. We lopen dan niet het risico dat een wegvak dicht op elkaar meerdere malen open moet voor bijvoorbeeld wegbeheer en rioolbeheer. Tweewekelijks stemmen we als beheerders onderling af. Was de personele capaciteit voldoende Uit het rapport personele inzet op gemeentelijke watertaken is duidelijk geworden dat we niet genoeg personele capaciteit hebben om alle werkzaamheden optimaal uit te voeren. Voor een volledige beschrijving zie Bijlage 3. Hoe hoog waren de rioolheffing en de voorzieningen De verschillen in de heffingstarieven zijn toe te wijzen aan in de praktijk doorgevoerde inflatiecorrecties. Jaar
Geplande heffingstarief
Werkelijke heffingstarief
2023
€ 175.81
€ 175.80
2024
€ 180.38
€ 181.95
Jaar
Geplande saldo voorzieningen 01-01
Werkelijke saldo voorzieningen 01-01
2023
€ 2.149.056
€ 2.175.037
2024
€ 2.566.402
€ 2.359.530
Hoe is er geïnspecteerd In de afgelopen periode is in totaal 4 km aan vrijvervalleiding geïnspecteerd, waaronder 600 m aan gemengd riool, 1.8 km aan hemelwaterriool en 1.6 km aan vuilwaterriool. 44
PROGRAMMA STEDELIJK WATER EN RIOLERING 2025-2027
Bijlage 3: Rapport Personele inzet op gemeentelijke watertaken 2023 In 2023 is door Antea Group een inventarisatierapport opgesteld om onderzoek te doen naar de personele inzetbaarheid van de SED organisatie voor stedelijke watertaken. Daar dit invloed heeft op de uitvoering van dit PSWR, zijn in deze bijlage de belangrijkste conclusies van het inventarisatierapport samengevat.
45
PROGRAMMA STEDELIJK WATER EN RIOLERING 2025-2027
Tabel 3: Personele inzet op deeltaken SED-organisatie.
Beleid
1,00
0,2
[Fte]
[Fte]
[Fte]
[Fte]
Inclusief inhuur
[Fte]
Eigen dienst, incl. Bedrijfsvoering
[Fte]
Eigen dienst
[Fte]
Werkvoorbereider
Toezichthouder
[Fte]
Beheerder B
Werk voorbereider
[Fte]
Totaal
Toezichthouder
Directievoerder
[Fte]
Overig personeel
Projectleider civiel
0,25
Medewerker beheer B
Planvorming
Inhuur
Medewerker Beheer A
Afdelingshoofd/ regisseur OR
Eigen dienst SED organisatie
[Fte]
1,35
0,5
0,50
Afstemming
0,12
0,2
0,1
0,44
Jaarprogramma’s
0,13
0,2
0,1
0,43
Onderzoek
0,1
1,8
Inspectie/controle
0,1
0,4
0,50
Berekenen
0,2
0,20
Inventarisatie
1,00
Meten
0,2
0,20
Onderhoud
1,00
1,00
onderhoud
1,00
1,00
1,00
1,90
1,00
1,00
1,00
1,00
Maatregelen
1,25
1,00
1,00
0,70
1,00
3,25
1,70
Maatregelen
1,25
1,00
1,00
0,70
1,00
2,25
1,70
Facilitair
0,28
Facilitair
0,28
0,28 0,28
Bedrijfsvoering Totaal
2,53 0,25
1,00
3,28
1,25
1,00
1,00
2,53
2,53 0,70
1,00
1,00
7,78
10,31
13,01
46
PROGRAMMA STEDELIJK WATER EN RIOLERING 2025-2027
Tabel 4: Begrote inzet voor de SED gemeenten.
Inzet ENK
DRL
STB
SED
[Fte]
[Fte]
[Fte]
[Fte]
Binnendienst
2,39
1,96
2,15
6,5
Buitendienst
0,83
0,68
0,74
2,25
Bedrijfsvoering
0,93
0,76
0,84
2,53
Ondersteuning
0,10
0,08
0,09
0,27
Totaal
4,25
3,48
3,83
11,56
Tabel 5: Benodigde personele inzet SED gemeenten (berekend aan de hand van kentallen uit de kennisbank van RIONED).
Deeltaken
Benodigde inzet ENK
DRL
STB
SED
[Fte]
[Fte]
[Fte]
[Fte]
Planvorming
0,38
0,31
0,34
1,02
Onderzoek
0,59
0,48
0,53
1,60
Onderhoud
0,77
0,63
0,70
2,10
Maatregelen
2,21
1,81
1,99
6,00
Facilitair
0,31
0,25
0,27
0,83
Totaal
4,25
3,48
3,82
11,55
Tabel 6: Benodigde en aanwezige personele inzet SED gemeenten.
Planvorming Beleid Afstemming Jaarprogramma’s Onderzoek Inspectie/controle Berekenen Inventarisatie Meten Onderhoud Maatregelen Facilitair Bedrijfsvoering Totaal
Benodigd Riooltaken
Eigen dienst
[Fte] 1,02 0,19 0,23 0,6 1,6 0,06 1,1 0,21 0,23 2,10 6,00 0,83
[Fte] 1,35 0,50 0,44 0,43 1,90 0,50 0,20 1,00 0,20 1,00 3,25 0,28
11,55
7,78
Aanwezig Inclusief inhuur [Fte]
Inclusief bedrijfsvoering [Fte]
1,00 1,00 1,70 10,48
2,53 13,01
47
PROGRAMMA STEDELIJK WATER EN RIOLERING 2025-2027
Samenvatting van conclusies uit inventarisatierapport Conclusies • Ten behoeve van de begroting van 2023 is een inventarisatie gemaakt van personele inzet op de gemeentelijke watertaken (rioleringszorg) en kosten van de personele inzet. In totaal levert SED organisatie 11,56 fte inzet op de kostenplaats riolering. Hiervan is 6,5 fte inzet van binnendienst direct op rioleringstaken. • SED organisatie stuurt niet op inzet per gemeente. Dit wordt ook niet gemonitord. • De begrote kosten van personele inzet en overhead (organisatiekosten van SED organisatie) op rioleringstaken bedragen € 1.239.334. Echter herrekende kosten vallen hoger uit op € 1.628.773. • Om de opgave waar te maken moet SED organisatie over een formatie van 7,78 fte beschikken die direct op binnendiensttaken van de rioleringszorg inzet levert. Dit is meer dan de SED organisatie in de huidige situatie biedt. Daarnaast blijft ook de inhuur benodigd. De totale inzet voor kostenpost Riolering valt op 15,16 fte. • Het vergroten van de formatie tot de benodigde omvang zou een stijging van kosten voor personeel en overhead tot gevolg hebben van 40% ten opzichte van de begroting 2023. • Het voortzetten van de huidige werkwijze zal niet mogelijk zijn als SED organisatie doelgericht wil werken en de afspraken met de colleges en gemeenteraden wil nakomen.
Actualisatie voor PSWR 2025 – 2027 Zoals aangegeven in de paragraaf uitvoeringsprogramma is de benodigde FTE’s bijgesteld aan de hand van de vernieuwede investeringsplanning. Deze bijgestelde planning heeft tot gevolg dat er voor maatregelen in de komende jaren 1,5FTE (4,5FTE ipv 6,0FTE) minder benodigd is voor de uitvoering en het toezicht op projecten. Dit maakt echter nog steeds dat er additionele FTE’s benodigd zijn om de plannen goed tot uitvoering te brengen. Het financiele uitgangspunt is dat deze FTE’s middels vacatures en/of inhuur voor 2025 en verder ingevuld worden.
48
PROGRAMMA STEDELIJK WATER EN RIOLERING 2025-2027
Bijlage 4: Kostendekkingsplan JAAR planvorming en onderzoek [× 2024 2025 2026 2027 2028 2029 2030 2031 2032 2033 2034 2035 2036 2037 2038 2039 2040 2041 2042 2043 2044 2045 2046 2047 2048 2049 2050 2051 2052 2053 2054 2055 2056 2057 2058 2059 2060 2061 2062 2063 2064 2065 2066 2067 2068 2069 2070 2071 2072 2073 2074 2075 2076 2077 2078 2079 2080 2081 2082 2083 2084 2085
] 121 171 121 55 40 40 40 40 55 40 40 70 40 55 40 40 40 40 55 40 40 70 40 55 40 40 40 40 55 40 40 70 40 55 40 40 40 40 55 40 40 70 40 55 40 40 40 40 55 40 40 70 40 55 40 40 40 40 55 40 40 70
EXPLOITATIE regulier onderhoud [×
] 488 587 567 547 523 548 587 530 604 478 543 543 543 543 543 543 543 543 543 543 543 543 543 543 543 543 543 543 543 543 543 543 543 543 543 543 543 543 543 543 543 543 543 543 543 543 543 543 543 543 543 543 543 543 543 543 543 543 543 543 543 543
facilitair
[×
] 138 146 146 146 146 146 146 146 146 146 146 146 146 146 146 146 146 146 146 146 146 146 146 146 146 146 146 146 146 146 146 146 146 146 146 146 146 146 146 146 146 146 146 146 146 146 146 146 146 146 146 146 146 146 146 146 146 146 146 146 146 146
INVESTERINGEN kap.lasten verleden
personeel en overhead [×
] 428 509 509 509 509 509 509 509 509 509 509 509 509 509 509 509 509 509 509 509 509 509 509 509 509 509 509 509 509 509 509 509 509 509 509 509 509 509 509 509 509 509 509 509 509 509 509 509 509 509 509 509 509 509 509 509 509 509 509 509 509 509
sub-totaal [× ] 1.175 1.414 1.344 1.257 1.218 1.243 1.283 1.225 1.314 1.173 1.238 1.268 1.238 1.253 1.238 1.238 1.238 1.238 1.253 1.238 1.238 1.268 1.238 1.253 1.238 1.238 1.238 1.238 1.253 1.238 1.238 1.268 1.238 1.253 1.238 1.238 1.238 1.238 1.253 1.238 1.238 1.268 1.238 1.253 1.238 1.238 1.238 1.238 1.253 1.238 1.238 1.268 1.238 1.253 1.238 1.238 1.238 1.238 1.253 1.238 1.238 1.268
[×
] 328 315 302 291 282 226 211 163 157 154 152 122 121 118 117 117 116 116 115 115 114 114 113 113 112 112 111 111 110 104 103 103 102 101 100 99 99 98 97 97 95 72 68 60 60 59 54 52 47 45 40 34 31 29 24 22 14 5 5 5 0-
Investering nieuw rente [× ] 1 28 42 55 75 114 133 151 169 186 203 244 284 323 361 398 435 470 505 539 572 589 605 620 635 650 663 676 688 699 710 717 723 729 734 739 744 748 752 755 759 822 884 944 1.003 1.061 1.118 1.173 1.227 1.280 1.331 1.466 1.597 1.726 1.853 1.976 2.097 2.215 2.331 2.444 2.554
Investering nieuw afschrijving [× ] 4 75 95 109 123 204 218 232 246 260 274 299 325 350 376 401 426 452 477 503 528 548 568 587 607 627 646 666 686 705 722 731 740 749 758 768 777 786 795 804 813 851 889 927 965 1.004 1.010 1.048 1.087 1.125 1.163 1.239 1.316 1.393 1.470 1.547 1.624 1.701 1.777 1.854 1.930
Uitvoerings rente [×
invest. nieuw direct
]
[×
7 7 13 -
] -
sub-totaal [× ] 328 327 405 428 452 437 529 513 540 568 597 598 664 726 790 853 916 977 1.038 1.097 1.156 1.214 1.250 1.285 1.320 1.354 1.387 1.420 1.452 1.477 1.508 1.535 1.549 1.564 1.578 1.592 1.605 1.618 1.631 1.644 1.655 1.644 1.741 1.834 1.931 2.028 2.119 2.181 2.268 2.359 2.445 2.528 2.736 2.942 3.143 3.345 3.537 3.725 3.920 4.113 4.298 4.484
OVERIG kwijtschelding compensabele en/of b.t.w. oninbaar [× ] [× ] 218 248 245 229 222 219 242 223 243 216 232 235 234 242 244 250 255 260 269 271 276 288 286 293 294 298 302 307 314 314 318 328 323 328 327 329 330 332 337 336 338 341 342 352 357 364 371 373 383 387 394 407 416 435 447 463 478 492 511 524 539 561
Groei areaal [×
] -
49
TOTAAL LASTEN sub-totaal [× ] [× ] 218 1.721 248 1.989 245 1.995 229 1.915 222 1.893 219 1.899 242 2.053 223 1.961 243 2.097 216 1.957 232 2.068 235 2.102 234 2.136 242 2.222 244 2.273 250 2.341 255 2.409 260 2.476 269 2.560 271 2.607 276 2.671 288 2.770 286 2.774 293 2.832 294 2.853 298 2.891 302 2.928 307 2.965 314 3.019 314 3.029 318 3.064 328 3.131 323 3.111 328 3.146 327 3.143 329 3.159 330 3.174 332 3.189 337 3.222 336 3.218 338 3.231 341 3.253 342 3.321 352 3.439 357 3.526 364 3.630 371 3.728 373 3.792 383 3.904 387 3.984 394 4.077 407 4.204 416 4.391 435 4.631 447 4.829 463 5.046 478 5.253 492 5.455 511 5.685 524 5.875 539 6.076 561 6.313
PROGRAMMA STEDELIJK WATER EN RIOLERING 2025-2027
Geleidelijk stijgende rioolheffing vanaf 2025 Om kostendekkend te zijn en tevens de voorziening te benutten is een tweede scenario inzichtelijk gemaakt. Hierin stijgt de rioolheffing geleidelijk en wordt er licht gebruik gemaakt van de voorziening. Het verloop om weer op kostendekkend niveau te komen is als volgt: 1% stijging vanaf jaargang 2025, 2% stijging van 2028-2032, 3% stijging vanaf 2033 en verder. In de onderstaande figuren is dit scenario inzichtelijk gemaakt.
Door gebruik te maken van de voorziening is een licht groeiende stijging benodigd om in de loop van 2045 weer kostendekkend te zijn. Hierna zal een stijging van 3% niet meer benodigd zijn. Na dit punt zou een stijging van 1,5% voor de lange termijn ook afdoende zijn. Een belangrijke notie bij de scenario’s is dat er geen indexatie toegepast is op zowel de inkomsten als lasten. Op deze manier kan er een eerlijke vergelijking gemaakt kan worden tussen baten en lasten. Daarnaast laat indexatie zich lastig voorspellen op de lange termijn.
50
PROGRAMMA STEDELIJK WATER EN RIOLERING 2025-2027
51
PROGRAMMA STEDELIJK WATER EN RIOLERING 2025-2027
52
PROGRAMMA STEDELIJK WATER EN RIOLERING 2025-2027
Verkennend scenario: Aanvullend stijgende rioolheffing vanaf 2027 Om kostendekkend te zijn en tevens de voorziening te benutten is een tweede scenario inzichtelijk gemaakt. Hierin stijgt de rioolheffing geleidelijk, nadat er eerst iets ingelopen wordt op de voorziening (3% vanaf 2027) om weer op kostendekkend niveau te komen. In de onderstaande figuren is dit scenario inzichtelijk gemaakt.
Door gebruik te maken van de voorziening is een stijging vanaf 2027 benodigd. Vanaf 2046 is de rioolheffing weer kostendekkend en zal een stijging van 3% niet meer benodigd zijn. Na dit punt zou een stijging van 1% voor de lange termijn ook afdoende zijn.
53
PROGRAMMA STEDELIJK WATER EN RIOLERING 2025-2027
54
PROGRAMMA STEDELIJK WATER EN RIOLERING 2025-2027
55