CConstaterende datDrechterland
Koppel je AI →
Document · PDF

Procesvoorstel behandeling Kadernota 2021-2025 dd. 2 juli 2021 (2021-32)

Gemeenteraad 5 juli 2021, gemeente DrechterlandBij agendapunt: Vaststellen Kadernota 2021-2025 (2021-32)796 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Geachte leden van de raad, Het college heeft gisteren een brief ontvangen van de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties over de verdeling van de eerder aan gemeenten toegezegde incidentele middelen van € 1,3 miljard. Het gaat daarbij om de middelen die voor het jaar 2022 toegezegd zijn naar aanleiding van de uitspraak van de zogenaamde Commissie van Wijzen in het geschil tussen Rijk en gemeenten over de structurele financiering van de jeugdzorg. Het college heeft eerder richting uw raad aangegeven dat het onduidelijk was welk gedeelte van deze middelen richting Drechterland zou komen, en in hoeverre het daarbij om vrij besteedbare middelen zou gaan. Inmiddels is hierover op basis van deze brief (welke in bijlage is toegevoegd) ten minste partiële duidelijkheid. Drechterland mag voor 2022 rekenen op een verhoging van de Algemene uitkering met € 1.257.055. Op zich is dat heel goed nieuws, maar de duidelijkheid is toch nog maar zeer beperkt. Niet alleen gaat het hierbij slechts om een eenmalige extra uitkering, maar ook blijft onduidelijk wat de consequenties van deze verhoging voor de komende septembercirculaire zullen zijn.

In de brief van de minister wordt daarover gezegd: “Door actualisatie van de maatstaven bij de septembercirculaire, zal de nu gepresenteerde verdeling nog wijzigen.” Hoewel het dus waarschijnlijk is dat het financiële perspectief voor 2022 substantieel zal verbeteren (waarbij dus nog onduidelijk is in welke mate), is het nog helemaal onduidelijk wat dit voor het meerjarig perspectief zou betekenen. De brief stelt daarover dat “een nieuw kabinet zal moeten besluiten over de structurele financiën”. Al met al is er weliswaar partiële duidelijkheid, maar daarnaast ook nog voortdurende grote onduidelijkheid. Naar de mening van het college moet dat ook consequenties hebben voor de wijze waarop de behandeling van de kadernota aanstaande maandag vorm zal krijgen. Immers: de discussie in uw raad zal dan naar verwachting in belangrijke mate gaan over de aard en omvang van de benodigde ombuigingen in allereerst 2022. Tegelijkertijd is de exacte noodzaak tot ombuigingen in 2022 nu, als gevolg van de brief van de minister, niet volledig duidelijk. Bovendien is de onduidelijkheid over de noodzaak voor ombuigingen in de periode 2023 en verder niet weggenomen. In ieder geval zal de septembercirculaire ook daar meer duidelijkheid over (moeten) bieden. Het bovenstaande stelt ons college en uw raad voor een dilemma. Het college dient een begroting op te stellen.

Er is nog geen duidelijkheid over de financiële situatie voor 2022 en verder. En uw raad wil in staat zijn om, op basis van volledige informatie, nut en noodzaak van de voorgestelde ombuigingen af te wegen. Dat betekent dat het college u in overweging zou willen geven om het verdere proces als volgt in te richten: 1- Het college stelt, na vaststelling van de kadernota, een begroting op aan de hand van de financiële uitgangspunten, de aangegeven autonome ontwikkelingen en de voorstellen voor nieuw beleid.

2- Voor wat betreft het voorgestelde ombuigingspakket geeft u, door het vaststellen van deze kadernota, het college de opdracht om dit pakket nader uit te werken in de begroting. U voert echter de definitieve discussie over nut en noodzaak van de voorgestelde ombuigingen niet nu, maar pas bij het vaststellen van de begroting in het najaar, wanneer er meer duidelijkheid is over de van rijkswege ter beschikking gestelde middelen, en (daarmee) over de noodzaak tot ombuigen. 3- U geeft bij de behandeling van deze kadernota uw zienswijzen mee over de verschillende ombuigingen. Het college komt dan in de concept-begroting, op basis van de op dat moment aanwezige (hopelijk grotere) duidelijkheid, en op basis van uw voorgedragen zienswijzen, met een eventueel aangepaste set met ombuigingsvoorstellen, waarbij ook in een apart document aangegeven wordt op welke wijze het college de door uw raad meegegeven zienswijzen bij de opstelling van de begroting betrokken heeft. Het op dat moment aan u voorgelegde ombuigingspakket kan dan ook op dat moment (en op basis van goede informatie) door u worden geamendeerd. Dit voorkomt uitgebreide discussies over de afweging van ombuigingen voor bijvoorbeeld 2022 die straks misschien niet nodig blijken te zijn, en amendementen die straks bij de vaststelling van de begroting weer veranderd moeten worden.

4- In de aanloop naar de begrotingsbehandeling zal uw raad extra ruimte geboden moeten worden, bijvoorbeeld in de vorm van een extra themasessie over het ombuigingspakket en een bijzondere-RTG, om u in staat te stellen dit ombuigingspakket op basis van de alsdan beschikbare informatie te kunnen amenderen. Dit traject zal in nauw overleg met uw griffier vorm worden gegeven. Naar de mening van het college vormt dit procesvoorstel een passend antwoord op de nog steeds voortdurende onduidelijkheid over de omvang van de rijksbijdragen voor onze gemeente in 2022 en verder, die door het recente schrijven van de minister helaas niet is weggenomen. Met vriendelijke groet, Jeroen Broeders Wethouder financiën

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10363833/1