Nota activabeleid Drechterland 2021 (2021-67)
Tekst van het document
Nota activabeleid Drechterland 2021
Inhoudsopgave 1.
Inleiding .....................................................................................................................................2
2.
Activeren ...................................................................................................................................3
3.
Waardering................................................................................................................................4
4.
Afschrijvingen............................................................................................................................5
5.
Rente .........................................................................................................................................7
6.
Kapitaallasten in de begroting en rekening ............................................................................7
Bijlagen .............................................................................................................................................9 Bijlage 1 - Uitgangspunten ............................................................................................................ 10 Bijlage 2 - Afschrijvingstermijnen .................................................................................................. 11
1
1. Inleiding In overeenstemming met artikel 8 uit de Financiële verordening 2018 van de gemeente Drechterland stelt de raad de Nota activabeleid vast. In deze nota worden regels opgesteld over de wijze waarop Drechterland omgaat met waardering, activering en afschrijving van vaste activa. De nota activabeleid sluit aan op artikel 212 van de Gemeentewet en bij het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (hierna: BBV) per 1 januari 2021. Eveneens vormen de volgende notities, uitgebracht door de commissie BBV, de basis voor het actualiseren van het activabeleid: Notitie materiële vaste activa (2020); Notitie rente (2017); Notitie grondbeleid in begroting en jaarstukken (2019). De belangrijkste doelstellingen van het actualiseren van deze nota zijn: het voldoen aan het wettelijke kader en de uitgebrachte notities van de commissie BBV; het verbeteren van de kwaliteit van het financieel beleid ten aanzien van de activa; het (her)formuleren van richtlijnen, beleid en vastlegging van uniforme regels over het activeren en afschrijven van duurzame kapitaalgoederen, en de daarbij behorende regels van kapitaallasten.
Leeswijzer In deze Nota activabeleid Drechterland 2021 worden in tegenstelling tot de Nota Activa, investerings- en afschrijvingsbeleid van 2011 alleen die wetsartikelen toegelicht waarbij de raad een keuzemogelijkheid heeft met betrekking tot het te voeren beleid ten aanzien van de activa. Het daarbij opgenomen uitgangspunt bepaald op welke wijze Drechterland deze vrije keuze invult. De uitgangspunten van deze nota worden uitgewerkt in de begroting en de jaarrekening. In de bijlage is opgenomen: Een overzicht van de uitgangspunten van deze Nota activa; Een lijst met de afschrijvingstermijnen voor de diverse soorten activa.
2
2. Activeren Activeren is het vastleggen van investeringen waarvan het nut zich over meerdere jaren uitstrekt. Investeringsuitgaven worden geactiveerd op de balans en verantwoord onder de post vaste activa. Het betreffende kapitaalgoed noemen we actief of activa. De lasten die de investering meebrengt behoren tot de jaarlijkse exploitatielasten. Artikel 2.1 Activeringscriteria Conform artikel 59 BBV worden alle investeringen geactiveerd, met uitzondering van kunstvoorwerpen met een cultuur-historische waarde. Echter, de raad is vrij om te bepalen dat investeringsuitgaven beneden een bepaald bedrag niet worden geactiveerd. Voorgesteld wordt dat investeringsuitgaven voor investeringen met een economisch nut beneden de €15.000 niet te activeren. Voor maatschappelijk nut wordt voorgesteld de grens op € 30.000 te leggen. Gronden en terreinen vormen hierop een uitzondering, deze worden altijd geactiveerd maar worden niet afgeschreven. Uitgangspunt 1: Investeringen met economisch nut, welke lager zijn dan € 15.000, worden niet geactiveerd en direct ten laste van de exploitatie gebracht. Voor maatschappelijk nut ligt de grens op € 30.000. Gronden en terreinen worden altijd geactiveerd. Artikel 2.2 Immateriële vaste activa De post immateriële vaste activa bevatten investeringsuitgaven waar geen gemeentelijke bezittingen tegenover staan.
Immateriële vaste activa zijn niet stoffelijk van aard en vallen niet onder de financiële vaste activa. Het BBV staat slechts zeer beperkt de activering van immateriële vaste activa toe. Artikel 2.2.1 Kosten van onderzoek en ontwikkeling voor een bepaald actief Kosten voor onderzoek en ontwikkeling kunnen worden geactiveerd als voldaan is aan de voorwaarden uit artikel 60 BBV: Het voornemen bestaat om het actief te gebruiken of te verkopen; De technische uitvoerbaarheid om het actief te voltooien vaststaat; Het actief in de toekomst economisch of maatschappelijk nut zal generen; De kosten betrouwbaar kunnen worden vastgesteld en goed in te schatten zijn. Hierbij dient opgemerkt te worden dat het activeren van deze kosten alleen toegestaan is, als het bijdraagt aan de totstandkoming van een vast actief. Uitgangspunt 2: De kosten van onderzoek en ontwikkeling worden geactiveerd indien voldaan is aan de voorwaarden als genoemd in artikel 60 BBV. Artikel 2.2.2 Bijdragen aan activa in eigendom van derden Conform artikel 61 van het BBV mogen bijdragen aan activa in eigendom van derden worden geactiveerd als voldaan is aan de volgende voorwaarden: Er is sprake van een investering van derden; De investering draagt bij aan de publieke taak; 3
De derde heeft zich verplicht tot het daadwerkelijk investeren, op een wijze zoals is overeengekomen; De bijdrage kan worden teruggevorderd, indien de derde in gebreke blijft of de gemeente anders recht kan doen gelden op de activa die samenhangen met de investering.
De afschrijvingstermijnen zijn maximaal gelijk aan de afschrijvingsduur van de activa die door de betreffende derden wordt gehanteerd, waarvoor de bijdrage aan derden wordt verstrekt. Uitgangspunt 3: Bijdragen aan activa in eigendom van derden worden geactiveerd als voldaan is aan de voorwaarden genoemd in artikel 61 BBV. Artikel 2.3 (Restant)budgetten & afsluiten investeringen Met de raad worden afspraken gemaakt om te voorkomen dat investeringsbudgetten jarenlang worden overgeheveld. Om een duidelijker beeld te krijgen van de nog niet afgeronde en de voltooide investeringen in een jaar is een limiet gesteld aan het aantal jaren waarin gebruik van budget van een investering kan worden gemaakt. Voorgesteld wordt dat een beschikbaar gesteld investeringsbudget twee jaar gebruikt kan worden. Blijkt na twee jaar dat er nog een gedeelte van het investeringsbudget niet is gebruikt, dan vervalt het restant. De termijn van twee jaar kan verlengd worden door goedkeuring van de raad. Uitgangspunt 4; Beschikbaar gestelde investeringsbudgetten worden na maximaal twee jaar afgesloten. Verlenging van de tweejarige termijn is na goedkeuring van de raad mogelijk. 3. Waardering Het vaststellen tegen welke waarde een kapitaalgoed op de balans wordt opgenomen heet waarderen.
De waardering van activa is van belang omdat het de basis vormt voor het vaststellen van de financiële consequenties van activa. Ofwel de gekozen vorm voor de waardering van activa in het stelsel van baten en lasten is van invloed op de exploitatie van de gemeente en daarmee op de financiële resultaten. In het BBV zijn bepalingen opgenomen voor de waardering van activa. Hiermee wordt enerzijds voorkomen dat organisaties met de waardering van activa hun financiële resultaten kunnen beïnvloeden en wordt anderzijds bereikt dat de financiële gegevens van organisaties vergelijkbaar blijven. Artikel 3.1 Componentenbenadering De componentenbenadering houdt in dat verschillende delen van een materieel vast actief, afzonderlijk worden gewaardeerd en afgeschreven op basis van het waardeverloop van individuele delen. Per samenstellend deel kan de economische en/of technische gebruiksduur namelijk verschillen. Bij toepassen van deze benadering worden afzonderlijke vervangingen opnieuw geactiveerd. 4
Met het toepassen van de componentenbenadering wordt bewerkstelligd dat activa die naar aard en gebruik gelijksoortig zijn op dezelfde grondslag worden gewaardeerd en behandeld. Vanwege de administratieve eenvoud en beheersbaarheid past de gemeente Drechterland de componentenbenadering niet toe, tenzij dit voor een bepaald actief wenselijk is. Uitgangspunt 5: De componentenbenadering wordt niet toegepast, tenzij dit voor een bepaald actief wenselijk is. Voor zover al niet is bepaald in de bij deze Nota behorende afschrijvingstabel, wordt de wens voorgelegd bij de besluitvorming over de kredietaanvraag. 4. Afschrijvingen Vaste activa worden gekenmerkt door het feit dat ze meerdere jaren een nut vormen, maar hun levensduur niet oneindig is. Door technische slijtage of economische veroudering neemt de gebruikswaarde af, waardoor de waarde in het economisch verkeer daalt. Deze waardevermindering noemen we afschrijven. Afschrijven is het op een methodische wijze boekhoudkundig verwerken van de waardevermindering van kapitaalgoederen. Voor het bepalen van de afschrijving dienen een aantal aspecten in behandeling genomen te worden, te weten de levensduur en de wijze van afschrijving. Artikel 4.1 Wettelijk kader afschrijvingen Het BBV stelt geen regels voor een sluitend systeem waaraan afschrijvingen moeten voldoen op, wel zijn er kaders gesteld in artikel 51 en 64 van het BBV.
De afschrijvingstermijn is afhankelijk van de verwachte nuttigheids- oftewel gebruiksduur, en wordt bepaald door de technische levensduur (de periode waarin het technisch mogelijk is het actief te gebruiken) en economische levensduur (de periode waarin het actief naar schatting economisch gezien gebruikt kan worden). In bijlage 2 is een overzicht opgenomen waarin per activasoort de levensduur wordt weergeven waarover wordt afgeschreven. Uitgangspunt 6: De afschrijvingstermijnen zoals beschreven in bijlage 2 worden gehanteerd. De raad kan bij gemotiveerd besluit afwijken van de in bijlage 2 aangegeven afschrijvingstermijnen. Artikel 4.2 Afschrijvingsmethodes Het BBV schrijft geen afschrijvingsmethode voor, maar stelt in haar Notitie materiële vaste activa drie afschrijvingsmethoden voor: Vast percentage van de aanschafwaarde (lineaire afschrijvingsmethode); Vast percentage van de boekwaarde (degressief afschrijven); Jaarlijks gelijkblijvende rente- en afschrijvingslasten (annuïtaire afschrijvingsmethode). Voor de keuze van de methode is het echter van belang om de waardevermindering en de op de balans opgenomen restant boekwaarde, zo goed mogelijk te benaderen. De gemaakte 5
keuze dient voor gelijksoortige activa, vanuit de gedachte van een bestendige gedragslijn, eensluidend te zijn. Uitgangspunt 7: Vaste activa worden lineair afgeschreven, tenzij een andere wijze van afschrijving meer recht doet aan de waardevermindering van een bepaald actief tijdens de gebruiksduur. Dit wordt dan voorgelegd bij de besluitvorming over de kredietaanvraag. Artikel 4.3 Moment van afschrijven Een gemeente staat vrij om haar startmoment van afschrijven te kiezen. De enige voorwaarde die vanuit het BBV wordt gesteld is dat alle activa op hetzelfde moment starten met afschrijven. Omdat niet altijd exact is vast te stellen wanneer een kapitaalgoed gereed is gekomen (bv. bij deelinvesteringen) wordt voorgesteld te starten met afschrijving van de betreffende investering in het jaar volgend op het jaar waarin het kapitaalgoed gereed komt/verworven wordt of in gebruik is genomen. Wanneer er eenmaal op het actief wordt afgeschreven, worden bij de annuïtaire en de lineaire methode de eventuele vermeerderingen/verminderingen op het actief in het jaar volledig meegenomen voor de herberekening van de afschrijving. Uitgangspunt 8: Afschrijven vindt plaats vanaf het jaar volgend op het jaar waarin het kapitaalgoed gereedgekomen / verworven is of in gebruik is genomen.
Artikel 4.4 Restwaarde Restwaarde is een reële schatting van de opbrengst die na de gebruiksduur nog gerealiseerd kan worden, onder aftrek van kosten. Bij het waarderen van activa moet aangegeven worden of er rekening wordt gehouden met restwaarde of niet. Wanneer de verwachte gebruiksduur korter is dan de verwachte economische levensduur van het actief, is er altijd sprake van een restwaarde. Aan het einde van de economische levensduur zal er slechts sprake zijn van sloopwaarde. Aan het eind van de afschrijvingsperiode kan hooguit een boekwaarde overblijven ter grootte van de geschatte restwaarde op basis van het prijspeil op het moment van ingebruikname. In de praktijk zal veelal worden afgeschreven naar een boekwaarde van € 0, omdat activa gedurende de afschrijvingsperiode technisch en economisch slijten/verouderen. Hiervan zal sprake zijn als het voornemen bestaat de activa tot het einde van de mogelijke gebruiksduur te benutten. Bij het bepalen van een restwaarde mag geen rekening worden gehouden met voorgenomen, dus nog niet besloten, toekomstige bestemmingswijzigingen. Uitgangspunt 9: Afschrijving vindt plaats tot € 0.
6
5. Rente Voor het activabeleid wordt ook stilgestaan bij het begrip rente in geval van geactiveerde uitgaven. Aan alle geactiveerde kapitaaluitgaven wordt rente toegerekend. Dit zijn de lasten die voortkomen uit de financiering van de investering. Aangezien de rentelasten van de gemeentelijke organisatie worden verdeeld over producten, zal voor de rentelasten een verdelingsmethodiek moeten worden vastgesteld. Artikel 5.1 Werkwijze voor toerekening van rente Aan kapitaaluitgaven die geactiveerd zijn wordt rente toegerekend. Dit zijn de lasten die voortkomen uit de financiering van de investering. Voor de toerekening van de rentelasten aan investeringen is regelgeving voorgeschreven. In de Notitie rente 2017 van de commissie BBV is opgenomen dat de rentekosten moeten worden toegerekend met behulp van een (rente)omslag. De basis hiervoor is de boekwaarde per 1 januari van de vaste activa. Indien voor een investering projectfinanciering wordt afgesloten vindt toerekening van rente plaats op basis van het rentepercentage behorend bij de financiering. Artikel 5.2 Rente bij grondexploitatie De rente die wordt toegerekend aan de grondexploitaties vindt plaats overeenkomstig hetgeen hierover is bepaald in de Notitie “Grondbeleid in begroting en jaarstukken” van de Commissie BBV. 6.
Kapitaallasten in de begroting en rekening In de uitgangspunten voor het opstellen van de gemeentelijke financiële producten (begroting, tussentijdse rapportages en jaarrekening) komt het beheer van activa in administratief opzicht ook naar voren. Deze uitgangspunten zijn voor deze nota van belang. De basis van deze uitgangspunten is opgenomen in het BBV. Deze zijn: “De begroting, de meerjarenbegroting, de jaarrekening en de toelichting geven volgens normen die in het maatschappelijk verkeer als aanvaardbaar worden beschouwd, een zodanig inzicht dat een verantwoord oordeel kan worden gevormd over de financiële positie en over de baten en lasten.” (artikel 3 BBV). Artikel 6.1 Kapitaallasten in de begroting In de begroting wordt een raming gemaakt van de verwachte kapitaallasten (rente en afschrijving) in het begrotingsjaar. Deze raming bestaat uit een deel waarover zekerheid bestaat (activa die reeds in bezit zijn) en een deel waarvan dit nog niet bekend is (lopende en nieuwe investeringen). Om te komen tot een eenduidige werkwijze stellen we voor om het jaar van investering geen rentecomponent in de begroting op te nemen omdat de rente wordt toegerekend naar de stand per 1 januari. De afschrijvingscomponent wordt in het jaar volgend op de investering voor het gehele bedrag opgenomen.
7
Uitgangspunt 10: In de begroting wordt in het jaar van de investering geen rente meegenomen. De afschrijving start in het jaar na verwachte gereedkoming / verwerving of ingebruikname van de investering. Artikel 6.2 Kapitaallasten in jaarrekening In de jaarrekening wordt op de volgende wijze met kapitaallasten omgegaan. Voor bestaande investeringen wordt conform begroting de gehele afschrijving en rente toegerekend. Voor investeringen die in het boekjaar hebben plaatsgevonden zal de rente worden bepaald op basis van de stand per 1 januari. De afschrijving start in het jaar na gereedkoming / verwerving of ingebruikname van de investering. Uitgangspunt 11: In de jaarrekening wordt de rente bepaald over de stand per 1 januari. De afschrijving start in het jaar na gereedkomen / verwerving of ingebruikname van de investering.
8
Bijlagen
9
Bijlage 1 - Uitgangspunten 1. Investeringen met economisch nut, welke lager zijn dan € 15.000 worden niet geactiveerd en direct ten laste van de exploitatie gebracht. Voor maatschappelijk nut ligt de grens op € 30.000. Gronden en terreinen worden altijd geactiveerd. 2. De kosten van onderzoek en ontwikkeling worden geactiveerd indien voldaan is aan de voorwaarden als genoemd in artikel 60 BBV. 3. Bijdragen aan activa in eigendom van derden worden geactiveerd als voldaan is aan de voorwaarden genoemd in artikel 61 BBV. 4. Beschikbaar gestelde investeringsbudgetten worden na maximaal twee jaar afgesloten. Verlenging van de tweejarige termijn is na goedkeuring van de raad mogelijk. 5. De componentenbenadering wordt niet toegepast, tenzij dit voor een bepaald actief wenselijk is. Voor zover al niet is bepaald in de bij deze Nota behorende afschrijvingstabel, wordt de wens voorgelegd bij de besluitvorming over de kredietaanvraag. 6. De afschrijvingstermijnen zoals beschreven in bijlage 2 worden gehanteerd. De raad kan bij gemotiveerd besluit afwijken van de in bijlage 2 aangegeven afschrijvingstermijnen. 7. Vaste activa wordt lineair afgeschreven, tenzij een andere wijze van afschrijving meer recht doet aan de waardevermindering van een bepaald actief tijdens de gebruiksduur. Dit wordt dan voorgelegd bij de besluitvorming over de kredietaanvraag. 8.
Afschrijven vindt plaats in het jaar volgend op het jaar waarin het kapitaalgoed gereedgekomen / verworven is of in gebruik is genomen. 9. Afschrijving vindt plaats tot € 0. 10. In de begroting wordt in het jaar van de investering geen rente meegenomen. De afschrijving start in het jaar na verwachte gereedkoming / verwerving of ingebruikname van de investering. 11. In de jaarrekening wordt de rente bepaald over de stand per 1 januari. De afschrijving start in het jaar na gereedkomen / verwerving of ingebruikname van de investering.
10
Bijlage 2 - Afschrijvingstermijnen Soort investering Automatisering - apparatuur
Afschrijvingstermijn 4 jaar
Bedrijfswagens e.d. - auto’s
8 jaar
Civiele kunstwerken - betonconstructie van bruggen - staal / composietconstructie van bruggen - houtconstructie van bruggen - conservering staal (coating) - conservering hout (verfsysteem) - anti-sliplagen
80 jaar 50 jaar 25 jaar 20 jaar 8 jaar 10 jaar
Damwand - hout - kunststof - staal - beton
25 jaar 50 jaar 60 jaar 80 jaar
Riolering - riolen en putten - kolken - persleidingen - technische installaties gemalen - bouwkundige voorzieningen gemalen - technische installaties drukriolering - bouwkundige voorzieningen drukriolering
60 jaar 30 jaar 45 jaar 15 jaar 45 jaar 15 jaar 45 jaar
Weg- en waterbouw Wegen Asfalt - rijbaan ontsluitingswegen cat. 3 - plateau ontsluitingswegen cat. 3 - rijbaan buurtwegen cat. 4 - plateau buurtwegen cat. 4 - rijbaan woongebied cat. 5 - plateau woongebied cat. 5 - 1e slijtlaag - 2e slijtlaag
13 jaar 11 jaar 16 jaar 14 jaar 47 jaar 24 jaar 16 jaar 32 jaar
Elementverhardingen - rijbaan ontsluitingswegen cat. 3
17 jaar 11
- rijbaan/parkeerterrein buurt- en ontsluitingswegen cat 4. - rijbaan/parkeerterrein woongebied cat. 5 - trottoir/inritten ontsluitingswegen cat. 3 - trottoir/inritten buurtwegen cat. 4 - trottoir/inritten woongebieden cat. 5 - achterpaden woongebieden
22 jaar 40 jaar 11 jaar 11 jaar 20 jaar 40 jaar
Gebouwen - nieuwbouw - semi permanente bouw - renovatie
40 jaar 15 jaar 25 jaar
Openbare verlichting - openbare verlichting, masten - openbare verlichting, armaturen - openbare verlichting, kabel - openbare verlichting, schakelsysteem
40 jaar 20 jaar 40 jaar 40 jaar
Technische installaties - centrale verwarming, ketel - warmtepomp - warmwatervoorzieningen - klimaatbeheersingsysteem - (brand) beveiligingsysteem - zonnepanelen - overige machines, apparaten en installaties
15 jaar 15 jaar 20 jaar 10 jaar 15 jaar 20 jaar 15 jaar
Terreinen - natuurgras: aanleg voetbalveld - natuurgras: renovatie voetbalveld - natuurgras: toplaag vervangen - Kunstgras: Onderlaag - kunstgras: toplaag vervangen - betonveld: aanleg - betonveld: toplaag - tennisbanen (gravel en kunstgras) - Speeltoestellen / objecten - Valdempende ondergr. (kunstgras / rubbertegels) - groen: bomen en beplantingen
50 jaar 30 jaar 15 jaar 25 jaar 12 jaar 40 jaar 20 jaar 10 jaar 12 jaar 12 jaar 20 jaar
Straatmeubilair - afvalbakken - banken - Hekwerken
10 jaar 15 jaar 25 jaar
12
Overige materiële vaste activa - inrichting, meubilair en overige activa
10 jaar
Ondergrondseafvalcontainers - container (binnenwerk) - betonput - toegangssystemen
15 jaar 25 jaar 10 jaar
13