Memo Recycletarief 2026
Tekst van het document
Memo Zaak
743514
Van
College
Datum
8 december 2025
Aan
Raad
Kopie aan Onderwerp
Recycletarief
Inleiding In de raadsvergadering van 15 december aanstaande worden de belastingmaatregelen ter besluitvorming voorgelegd. Onderdeel van de maatregelen is de verordening afvalstoffenheffing met de bijbehorende tarieventabel. De in het tarieventabel voorgestelde wijziging in de verhouding tussen het vaste en het variabele deel van het recycletarief wordt in deze memo verder toegelicht. Totaal te dekken kosten Alvorens de afvalstoffenheffing te berekenen, worden de totaal te dekken kosten in kaart gebracht. Deze bestaan uit onder meer de kosten voor inzameling, verwerking, belastingen en de toe te rekenen kosten uit de ambtelijke organisatie. De totale begrote uitgaven van 2023 t/m 2026 zijn opgenomen in onderstaande tabel. Merk hierbij op dat de totale begrote kosten in 2026 door onder andere lagere verwachte verwerkingskosten lager zijn dan in 2025. Jaar 2023 2024 2025 2026
Begrote kosten afval € 3.193.000 € 3.234.000 € 3.367.000 € 3.285.000
Voor de berekening van de afvalstoffenheffing worden de totale begrote kosten gedeeld door het aantal huishoudens, waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen eenpersoonshuishoudens en meerpersoonshuishoudens. Voorheen werd één vast tarief per huishouden gehanteerd. Met de invoering van het recycletarief is onderscheid aangebracht tussen een vast en een variabel (flexibel) tarief, zoals weergegeven in figuur 1. Op basis van ervaringen uit andere gemeenten en het verzoek van de gemeenteraad om een relatief hoog variabel tarief toe te passen, is uitgegaan van een opbrengstverdeling van 75% uit het vaste tarief en 25% uit het variabele tarief.
De praktijk Medio 2025 blijkt het aanbiedgedrag van inwoners beter dan vooraf verwacht. Inwoners scheiden hun afval beter en zetten de restafvalcontainer minder vaak aan de weg. In de eerste maanden is sprake van een reductie van circa 40% aan restafval. Dit leidt tot lagere verwerkingskosten, maar ook tot de situatie zoals weergegeven in figuur 2: de inkomsten uit het vaste tarief zijn zoals verwacht, terwijl
een deel van de verwachte inkomsten uit het flexibele tarief uitblijft. Hierdoor vallen de totale inkomsten lager uit dan geraamd. Het tekort dat hierdoor ontstaat, is weergegeven in het rode vlak.
Aanpassing tarieven 2026: wijziging in de verhouding tussen het vaste en het variabele deel Het tekort aan inkomsten betekent een tekort in de dekking van de totale afvalkosten. Op basis van ervaring is nu beter inzicht verkregen in het aantal ledigingen en daarmee in de verwachte opbrengsten uit het variabele tarief. Voor de tarieven van 2026 is uitgegaan van een vergelijkbaar aanbiedgedrag als in 2025. Om volledige kostendekking te realiseren, wordt het vaste tarief verhoogd. Voor 2026 wordt verwacht dat 80% van de totale kosten wordt gedekt uit de vaste heffing en 20% uit de flexibele heffing (zie figuur 3). Merk daarbij op dat de verhouding tussen het vaste en het variabele deel zijn gewijzigd, maar de totale begrote uitgaven in 2026 lager zijn dan in 2025 (zie onder totaal te dekken kosten).
De diftarparadox Bij meerdere gemeenten die een recycletarief (ook wel diftar genoemd) hebben ingevoerd, heeft zich een vergelijkbare situatie voorgedaan. Hoewel de hoeveelheid restafval afneemt, blijken de inkomsten uit de afvalstoffenheffing achter te blijven. In reactie daarop wordt het tarief in het daaropvolgende jaar verhoogd. Dit kan voor inwoners tegenstrijdig aanvoelen: beter scheiden lijkt te leiden tot hogere tarieven. Deze situatie staat ook wel bekend als de diftarparadox. Zoals in de voorgaande figuren is weergegeven, gaat het echter om het corrigeren van een eerdere onderschatting, met als doel de heffing weer kostendekkend te maken. Afsluiting Nu we een jaar praktijkervaring hebben, krijgen we beter inzicht in het daadwerkelijke inzamelgedrag van huishoudens. Op basis van de feitelijke opbrengsten in 2026 kunnen de tarieven voor 2027 opnieuw worden bijgesteld, zodat deze steeds beter aansluiten bij de werkelijke kosten en opbrengsten van de inzameling van het restafval. Mocht de feitelijke opbrengst vooralsnog afwijken, dan wordt een eventueel overschot toegevoegd aan de egalisatievoorziening en een eventueel tekort hieruit aangevuld. Deze middelen kunnen in daaropvolgende jaren worden ingezet om het tarief te stabiliseren.