CConstaterende datDrechterland
Koppel je AI →
Document · PDF

Editie Drechterland Rapport Jeugdhulp in zes Westfriese gemeenten

Gemeenteraad 16 februari 2026, gemeente DrechterlandBij agendapunt: Vaststellen aanbevelingen Rekenkameronderzoek Jeugd (2026-13)36.007 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 5 van 5

99

volgens aanbieders lastig om in volledige onafhankelijkheid het professionele oordeel te laten prevaleren. Jeugdwerkers kunnen een perspectiefplan afwijzen op basis van onvoldoende kennis. Dat wordt gezien als een kwetsbaarheid. Zorgaanbieders voelen zich regelmatig genoodzaakt om aanvullende uitleg te geven bij perspectiefplannen of behandelvoorstellen, omdat jeugdwerkers deze op inhoud beoordelen maar niet altijd voldoende inhoudelijk betrokken zijn. Dat levert de nodige frustraties op aan de kant van de zorgaanbieders: “Als je het met een gemeente hebt over de kosten, wil je dat gesprek het liefst voeren met iemand die inhoudelijk betrokken is. Die inhoudelijke betrokkenheid is er niet altijd. Het is dan heel lastig en soms ook frustrerend om dat uit te leggen.” Hierbij wordt opgemerkt dat veel consulenten een brede, generalistische opleiding hebben (HBO of WO), terwijl de behandelaars juist gespecialiseerd en klinisch geschoold zijn (WO+). Een concreet voorbeeld illustreert dit: “Soms wordt een kind door de gemeente aangemeld met autisme. Dan doen wij een uitgebreide ontwikkelingsanamnese en dan denken wij: het zou ook in de hechting kunnen zitten. Dan vind ik het niet aan de gemeente om op de stoel van de GZpsycholoog te gaan zitten.” Tegelijkertijd benadrukken aanbieders het belang van wederzijdse kritische reflectie en dialoog.

Dat vraagt wel om een relatie waarin professionele expertise erkend wordt en besluitvorming niet te veel wordt gestuurd door beleid of financiële kaders. Zorgaanbieders ervaren het in gesprek gaan over de resultaten van een traject met de gemeenten over het algemeen als belastend. Een zorgaanbieder zegt hierover: “Daar gaat best veel tijd in zitten. Als hulpverlener heb je daardoor minder tijd om hulp te verlenen. Ik zie medewerkers daar wel op afhaken.” Zorgaanbieders signaleren daarbij dat consulenten van sommige gemeenten te veel op de inhoud sturen en behandelkeuzes ter discussie stellen. Dit wordt met name opgemerkt voor 1.Hoorn. Dat is voor aanbieders niet alleen belastend, maar zij ervaren dit ook als een aantasting van hun professionele autonomie. Eén zorgaanbieder vat het scherp samen: “Als ik zou denken dat ik het met een traject C zou redden, dan zou ik een traject C aanvragen. Maar ik vraag traject D aan omdat ik die mate van intensiteit nodig acht.” Een andere zorgaanbieder zegt hierover: “Het komt weleens voor dat ik moet praten als brugman, dat je een consulent moet overtuigen dat er toch echt een therapie nodig is die een jaar lang duurt.” Meerdere zorgaanbieders geven aan dat zij het gevoel hebben dat de gemeente op hun stoel gaat zitten, waarbij het de vraag is op welke kennis zij hun oordeel baseren.

Er is begrip voor de noodzaak van kostenbeheersing, maar aanbieders pleiten voor meer vertrouwen in hun afwegingen: “Het is soms net alsof ze je niet vertrouwen.”

100

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16508830/1