CConstaterende datDrechterland
Koppel je AI →
Document · PDF

Concept Statuten Stichting Openbaar Onderwijs Present (2023-61)

Gemeenteraad 18 december 2023, gemeente DrechterlandBij agendapunt: Statutenwijziging Stichting Openbaar Onderwijs Present (2023-61)4.251 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

78044 VD/ag

AKTE VAN STATUTENWIJZIGING STICHTING OPENBAAR ONDERWIJS PRESENT

Heden, ________________ oktober/november tweeduizend drie en twintig, verscheen voor mij, mr. Kees Theodoor Jozef van Duin, notaris te Enkhuizen: de heer Hans Kelderman, geboren te Apeldoorn op drieëntwintig december negentienhonderd vijf en vijftig, wonende te 2225 MD Katwijk, Schuitegatstraat 31, gehuwd, ten deze handelend als alleen en zelfstandig tot vertegenwoordiging bevoegde bestuurder (vormende het bestuur) van de stichting: STICHTING OPENBAAR ONDERWIJS PRESENT, gevestigd te Stede Broec, feitelijk gevestigd aan De Middend 104 te 1613 KZ Grootebroek, gemeente Stede Broec, ingeschreven in het handelsregister van de Kamer van Koophandel onder nummer 37087297; hierna ook te noemen: de stichting, en in die hoedanigheid bevoegd op grond van artikel 8 lid 1 van de statuten van de stichting om de statutenwijziging bij notariële akte vast te leggen. De verschenen persoon verklaarden: INLEIDING 1. De Stichting werd opgericht bij notariële akte op acht november negentienhonderd negen en negentig verleden voor mr. Anne Christiaan Olij, destijds notaris te Stede Broec. 2. De statuten van de Stichting zijn voor het laatst gewijzigd bij notariële akte op twaalf juli tweeduizend achttien voor mr. K.Th.J. van Duin, notaris te Enkhuizen verleden. Besluit bestuur 3.

Het bestuur van de Stichting heeft overeenkomstig het bepaalde in artikel 14 lid 1 in de vergadering, gehouden te Grootebroek op _______________ tweeduizend drie en twintig besloten de statuten te wijzigen. Van dit besluit blijkt uit de aan deze akte gehechte notulen van de plenaire vergadering met de Raad van Toezicht. Goedkeuring Raad van Toezicht 4. Eveneens overeenkomstig het bepaalde in artikel 14 lid 1 van de statuten, heeft de Raad van Toezicht in de gezamenlijke vergadering met het Bestuur, gehouden te Grootebroek op ___________________ tweeduizend drie en twintig, haar goedkeuring verleend, waarvan blijkt uit de aan deze akte gehechte notulen van deze vergadering

Goedkeuring gemeenteraden 5. Overeenkomstig artikel 9 lid 4 en lid 5 sub b van de statuten hebben de gemeenteraden van de gemeenten Drechterland, Enkhuizen, Medemblik en Stede Broec hun goedkeuring verleent, waarvan blijkt uit het slot van deze akte. 6. Tenslotte hebben de Raad van Toezicht en het Collega van Bestuur, in een gezamenlijke vergadering bijeen, op __________________* tweeduizend drie en twintig haar goedkeuring verleend voor het daadwerkelijk passeren van de onderhavige akte. STATUTENWIJZIGING Ter uitvoering van het besluit tot statutenwijziging luiden de gewijzigde statuten met onmiddellijke ingang als volgt: Artikel 1. Naam, zetel en tijdsduur 1. De Stichting draagt de naam "Stichting Openbaar Onderwijs Present" en is gevestigd in de gemeente Stede Broec. 2. De Stichting is opgericht voor onbepaalde tijd. Artikel 2. Begripsbepalingen In deze statuten wordt verstaan onder: a. gemeenten: de gemeenten Drechterland, Enkhuizen, Medemblik en Stede Broec; b. colleges van burgemeester en wethouders: de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten; c. gemeenteraden: de gemeenteraden van Drechterland, Enkhuizen, Medemblik en Stede Broec; d. scholen: de openbare scholen voor primair onderwijs, die onder het bestuur van de Stichting ressorteren; e. Stichting: "Stichting openbaar onderwijs Present"; f. wet: de Wet op het primair onderwijs; en g.

GMR: Gemeenschappelijke Medezeggenschapsraad. Artikel 3. Organen van de Stichting 1. De Stichting kent de volgende organen: a. raad van toezicht; b. college van bestuur. 2. De raad van toezicht kan - al dan niet uit zijn midden - commissies instellen, die onder verantwoordelijkheid van de raad van toezicht belast kunnen worden met aangelegenheden die tot de bevoegdheid van de raad van toezicht behoren. 3. De raad van toezicht regelt de samenstelling, taken en bevoegdheden van een in het tweede lid van dit artikel bedoelde commissie in een reglement. Artikel 4. Doel 1. Het doel van de Stichting is het -zonder winstoogmerk- geven van openbaar onderwijs als bedoeld in de wet in de gemeenten Drechterland, Enkhuizen, Medemblik en Stede Broec. Om haar doel te bereiken kan de Stichting gebruik maken van alle middelen die daaraan dienstbaar zijn. 2. Het openbaar onderwijs dat wordt verzorgd door de Stichting draagt bij aan de ontwikkeling van de

leerlingen met aandacht voor de godsdienstige, levensbeschouwelijke en maatschappelijke waarden zoals die leven in de Nederlandse samenleving en met onderkenning van de betekenis van de verscheidenheid van die waarden. De door de Stichting in stand gehouden openbare scholen zijn toegankelijk voor alle kinderen zonder onderscheid van godsdienst of levensbeschouwing. Het openbaar onderwijs dat wordt verzorgd door de door de Stichting in stand gehouden openbare scholen wordt gegeven met eerbiediging van ieders godsdienst of levensbeschouwing. Artikel 5. Vermogen Het tot verwezenlijking van het doel van de Stichting bestemde vermogen wordt gevormd door a. rijksbekostiging; b. vergoedingen voor de door de Stichting verleende diensten; c. subsidies, giften en donaties; d. hetgeen verkregen wordt door erfstellingen of legaten, met dien verstande dat erfstellingen slechts kunnen worden aanvaard onder het voorrecht van boedelbeschrijving; e. hetgeen op andere wijze verkregen wordt. Artikel 6. Bestuur; samenstelling. benoeming. schorsing en ontslag. belet en ontstentenis 1. De Stichting wordt bestuurd door een college van bestuur. 2. Het college van bestuur wordt benoemd door de raad van toezicht. De raad van toezicht stelt tevens vast of het college van bestuur uit één of twee leden bestaat. 3.

De vereiste competenties en ervaring voor de leden van het college van bestuur worden vastgesteld door de raad van toezicht in een profielschets. De raad van toezicht kan - indien overgegaan moet worden tot de vervulling van een vacature - besluiten tot een aanvulling dan wel een nadere detaillering van de profielschets. 4. Het lid of de leden van het college van bestuur kan/kunnen te allen tijde worden geschorst door de raad van toezicht. De schorsing van het lid of de leden van het college van bestuur vervalt, indien de raad van toezicht niet binnen drie maanden na de datum van ingang van de schorsing besluit tot opheffing of verlenging van de schorsing. Een schorsing kan voor ten hoogste drie maanden worden verlengd, ingaande op de datum waarop het besluit tot verlenging van de schorsing werd genomen. Het lid of de leden van het college van bestuur wordt/worden in de gelegenheid gesteld zich in een vergadering van de raad van toezicht waarin schorsing of verlenging daarvan aan de orde is te verantwoorden. Daarbij kan/kunnen hij/zij zich doen bijstaan door een raadsman. 5. De raad van toezicht is te allen tijde bevoegd het lid of de leden van het college van bestuur te ontslaan. Het lid of de leden wordt/worden in de gelegenheid gesteld zich ten overstaan van de raad van toezicht te verantwoorden. Daarbij kan/kunnen hij/zij zich doen bijstaan door een raadsman 6.

Het lid of de leden van het college van bestuur wordt/worden benoemd voor een periode gelijk aan de duur van zijn/hun aanstelling. 7. Tot lid van het college van bestuur is niet benoembaar een (oud-)toezichthouder van de Stichting binnen vier jaar na diens aftreden.

Het uitoefenen van de functie van lid van het college van bestuur is onverenigbaar met het uitvoeren van de functie van directeur van een van de scholen, die door de Stichting in stand worden gehouden. 8. Het lidmaatschap van het college van bestuur eindigt: a. door overlijden; b. door vrijwillig aftreden; c. door ontslag door de rechtbank; d. door ontslag verleend door de raad van toezicht, en e. door het verstrijken van de duur van de aanstelling. 9. In een vacature wordt zo spoedig mogelijk door de raad van toezicht voorzien. 10. Bij ontstentenis of belet van een lid of leden van het college van bestuur wordt/worden hij/zij waargenomen door één of meerdere perso(o)n(en) die daartoe door de raad van toezicht is/zijn of wordt/worden aangewezen. Gaat de raad van toezicht niet binnen drie weken tot een zodanige aanwijzing over dan wordt/worden het lid of de leden van het college van bestuur waargenomen door de perso(o)n(en) die daartoe door de gemeenteraden, op verzoek van één of meer belanghebbende(n) is of wordt/worden aangewezen. Een niet voltallig college van bestuur behoudt zijn bevoegdheden. 11. De raad van toezicht is belast met het vaststellen van de arbeidsvoorwaarden, bezoldiging en kostenvergoedingen van het lid of de leden van het college van bestuur. 12.

Een lid van het college van bestuur neemt niet deel aan de besluitvorming indien dit lid een ander belang heeft dat strijdig is met het belang van de Stichting. Als daardoor geen besluit genomen kan worden, wordt/worden hij/zij waargenomen door één of meerdere perso(o)n(en) die daartoe door de raad van toezicht is/zijn of wordt/worden aangewezen. Artikel 7. Bestuur; taak en bevoegdheden 1. Het college van bestuur is belast met het besturen van de Stichting en heeft al die taken en bevoegdheden die niet bij of krachtens de wet of deze statuten aan anderen zijn toegekend. 2. Het college van bestuur is met voorafgaande goedkeuring van de raad van toezicht bevoegd tot het aangaan van overeenkomsten tot verkrijging, vervreemding en bezwaring van registergoederen, alsmede tot het aangaan van overeenkomsten waarbij de Stichting zich als borg of hoofdelijk medeschuldenaar verbindt, zich voor een derde sterk maakt of zich tot zekerheidstelling voor een schuld van een ander verbindt. 3. Het college van bestuur behoeft voorts de voorafgaande goedkeuring van de raad van toezicht voor besluiten tot: a. de vaststelling van de begroting en meerjarenbegroting; b. de vaststelling van het jaarverslag; c. de vaststelling van het strategisch meerjarenplan; d.

het aangaan van financiële verplichtingen en samenwerkingsovereenkomsten welke niet binnen de begroting zijn opgenomen en waarvan het belang meer bedraagt dan een door de raad van toezicht vastgesteld en aan het college van bestuur meegedeeld bedrag;

e. f.

een aanvraag tot faillissement of van surseance van betaling; (het doen van een voorstel tot) opheffing of afsplitsing van (een deel van) door de Stichting in standgehouden scholen; g. het wijzigen van de statuten van de Stichting; h. het ontbinden van de Stichting; i. het fuseren of splitsen van de Stichting; en j. wijziging van het managementstatuut, een en ander met inachtneming van de bevoegdheden van de gemeenten terzake. 4. De raad van toezicht kan in het bestuursreglement bepalen dat andere dan de in het derde lid van dit artikel genoemde besluiten van het college van bestuur aan de voorafgaande goedkeuring van de raad van toezicht worden onderworpen. 5. Het functioneren van het college van bestuur wordt periodiek door de raad van toezicht beoordeeld. 6. Vergaderingen van het bestuur zijn openbaar. Het bestuur kan besluiten tot een besloten (deel van een) vergadering wegens privacy-gevoeligheid van te bespreken onderwerpen of bijzondere belangen van de stichting of de scholen. Artikel 8. Vertegenwoordiging 1. Het college van bestuur vertegenwoordigt de Stichting, voor zover uit de wet niet anders voortvloeit. 2. Wanneer de Stichting een tegenstrijdig belang heeft met het college van bestuur wordt de Stichting vertegenwoordigd door één of meerdere perso(o)n(en) die daartoe door de raad van toezicht is/zijn of wordt/worden aangewezen. 3.

Het college van bestuur kan besluiten tot de verlening van volmacht aan derden, om de Stichting binnen de grenzen van die volmacht te vertegenwoordigen. Artikel 9. Intern en extern toezicht op de Stichting 1. De raad van toezicht houdt toezicht op de uitvoering van de taken en de uitoefening van de bevoegdheden door het college van bestuur en staat het college van bestuur met raad terzijde. 2. De raad van toezicht is belast met: a. het goedkeuren van de besluiten, zoals genoemd in artikel 7, tweede en derde lid van deze statuten en van de besluiten, zoals zo mogelijk genoemd in het bestuursreglement; b. het aanwijzen van een accountant; c. het toezien op de naleving door het college van bestuur van de code goed bestuur, zoals genoemd in artikel 165 lid 1 sub a van de wet; d. het toezien op de rechtmatige verwerving en de doelmatige en rechtmatige bestemming en aanwending van de middelen van de scholen verkregen op grond van de wet; e. het toezien op de naleving door het college van bestuur van wettelijke verpIichtingen. 3. De raad van toezicht legt jaarlijks verantwoording af in het jaarverslag van de wijze waarop zij het intern toezicht heeft uitgeoefend. 4.

De gemeenteraden oefenen extern toezicht uit op de Stichting in de zin van de wet door - wanneer zulks naar het oordeel van de gemeenteraden geboden is - de bevoegdheden te gebruiken die aan de gemeenteraden zijn toegekend bij deze statuten en de wet.

5.

De in het vierde lid van dit artikel bedoelde bevoegdheden omvatten: a. het goedkeuren van een besluit tot wijziging van de statuten van de Stichting; b. het goedkeuren van een besluit tot ontbinding van de Stichting; c. het voorzien in het bestuur in geval van ernstige taakverwaarlozing door het college van bestuur of de raad van toezicht of functioneren in strijd met de wet; en d. het benoemen van de leden van de raad van toezicht. 6. Ter voldoening aan het bepaalde in artikel 48, lid 12, onder d van de WPO worden de begroting en het jaarverslag binnen twee weken na vaststelling ter kennisneming toegezonden aan de gemeenteraden. Artikel 10. Raad van toezicht: samenstelling, benoeming, schorsing en ontslag 1. Onverminderd het bepaalde ten aanzien van de gemeenteraden in deze statuten en de wet is het toezicht op het beleid van het college van bestuur en op de algemene gang van zaken in de Stichting opgedragen aan een raad van toezicht. De raad van toezicht bestaat uit ten minste drie en maximaal vijf (5) natuurlijke personen. De raad van toezicht bepaalt de omvang van de raad van toezicht. 2. De leden van de raad van toezicht worden benoemd door de gemeenteraden.

Benoeming geschiedt met inachtneming van een door de raad van toezicht opgestelde en openbaar gemaakte profielschets waarin de noodzakelijke competenties van de raad van toezicht en de afzonderlijke leden van de raad van toezicht worden beschreven. 3. De raad van toezicht zendt aan de gemeenteraden een voordracht voor de benoeming van de leden van de raad van toezicht. 4. De oudergeleding van de Gemeenschappelijke Medezeggenschapsraad wordt namens de ouders van de scholen door de raad van toezicht uitgenodigd om voor twee zetels in de raad van toezicht een bindende voordracht te doen. Daarnaast wordt de Gemeenschappelijke Medezeggenschapsraad door de raad van toezicht uitgenodigd om voor één zetel in de raad van toezicht een bindende voordracht te doen. De in het derde en vierde lid van dit artikel genoemde voordrachten worden voorbereid en vastgesteld door een benoemingsadviescommissie. In de benoemingsadviescommissie hebben in elk geval twee leden van de raad van toezicht en twee leden van de Gemeenschappelijke Medezeggenschapsraad, waaronder begrepen ten minste een lid van de oudergeleding van de Gemeenschappelijke Medezeggenschapsraad, zitting. De werkwijze van deze benoemingsadviescommissie wordt in een door de raad van toezicht vast te stellen reglement nader uitgewerkt.

De voordracht wordt opgemaakt met inachtneming van het profiel bedoeld in het tweede lid van dit artikel. Een op voordracht van de (oudergeleding van de) Gemeenschappelijke Medezeggenschapsraad benoemd lid van de raad van toezicht vervult zijn taak zonder mandaat en onafhankelijk van bij de Stichting dan wel haar instellingen betrokken deelbelangen. 5. Voor de zetels in de raad van toezicht waarvoor de oudergeleding van de Gemeenschappelijke Medezeggenschapsraad en de Gemeenschappelijke Medezeggenschapsraad geen voordracht-recht hebben of ten aanzien waarvan zij het aan hen toekomend voordracht-recht niet hebben uitgeoefend binnen twee maanden na daartoe door de raad van toezicht te zijn uitgenodigd, heeft de raad van toezicht

een voordracht-recht. 6. Leden van de raad van toezicht kunnen niet zijn personen die: a. in dienst zijn van de Stichting alsmede hun partner en bloed- en aanverwanten tot de tweede graad; b. lid zijn van een van de colleges van burgemeester en wethouders; c. lid zijn van een van de gemeenteraden; d. lid zijn van de Gemeenschappelijke Medezeggenschapsraad van de Stichting of van een medezeggenschapsraad van één van de scholen; e. als advocaat, procureur, gemachtigde of adviseur in geschillen werkzaam zijn ten behoeve van Stichting dan wel ten behoeve van de wederpartij van de Stichting; f. als gemachtigde of als adviseur werkzaam zijn ten behoeve van derden tot het aangaan van collectieve arbeidsovereenkomsten met de Stichting; g. rechtstreeks betrokken zijn bij het leveren van goederen of diensten aan of door de Stichting die direct vallen onder de doelstelling van de Stichting en daarbij de omvang, aard en vergoeding van de te leveren goederen of diensten kunnen vaststellen of daarop aanmerkelijke invloed kunnen uitoefenen; h. bestuurder of voormalig bestuurder van de Stichting zijn geweest binnen vier jaar na hun defungeren; i. bestuurder zijn van een andere onderwijsorganisatie binnen het primair onderwijs; j. bestuurder zijn van een onderwijsorganisatie in het voortgezet onderwijs binnen het werkgebied van de Stichting. 7.

De leden van de raad van toezicht worden benoemd voor een periode van vier jaar. Aftreden geschiedt volgens een door de raad van toezicht op te stellen rooster van aftreden. Een volgens rooster aftredend lid van de raad van toezicht is onmiddellijk herbenoembaar. Herbenoeming is slechts eenmaal mogelijk. De in een tussentijdse vacature benoemde neemt op het rooster de plaats in van degene in wiens vacature hij werd benoemd. 8. Een lid van de raad van toezicht kan te allen tijde worden geschorst en ontslagen door de raad van toezicht. Het betrokken lid wordt in de gelegenheid gesteld zich te verantwoorden en kan zich daarbij doen bijstaan door een raadsman. Het besluit tot schorsing en ontslag wordt niet eerder genomen dan nadat het betrokken lid van de raad van toezicht in de gelegenheid is gesteld te worden gehoord. 9. De schorsing van een lid van de raad van toezicht kan eenmaal worden verlengd. De schorsing vervalt, indien niet binnen drie maanden na de datum van ingang van de schorsing wordt besloten tot ontslag of tot opheffing of verlenging van de schorsing. Een schorsing kan voor ten hoogste drie maanden worden verlengd, ingaande op de datum waarop het besluit tot verlenging van de schorsing wordt genomen. 10. Een lid van de raad van toezicht kan worden geschorst of ontslagen wegens: a. verwaarlozing van zijn taak of onvoldoende functioneren; b.

onverenigbaarheid van functies of belangen;

c.

wijziging van de omstandigheden of andere redenen op grond waarvan zijn handhaving als lid redelijkerwijs niet van de Stichting kan worden verlangd. 11. Het lidmaatschap van een lid van de raad van toezicht eindigt a. door overlijden; b. door vrijwillig aftreden (bedanken); c. door het verstrijken van de termijn vermeld in het rooster van aftreden; d. door ontslag verleend door de rechtbank; e. door ontslag verleend door de raad van toezicht. 12. In vacatures wordt zo spoedig mogelijk voorzien. Een niet voltallige raad van toezicht houdt zijn bevoegdheden. Bij ontstentenis of belet van alle leden van de raad van toezicht of van het enige (overgebleven) lid worden de taken en bevoegdheden van de raad van toezicht waargenomen door de perso(o)n(en) die daartoe door de gemeenteraden, op verzoek van één of meer belanghebbende(n) is of worden aangewezen. 13. Bij de vervulling van zijn taak richt de raad van toezicht zich naar het belang van de Stichting, het belang van de scholen die door de Stichting in stand worden gehouden en het belang van de samenleving. 14. De raad van toezicht wijst uit zijn midden een voorzitter aan. 15.

De leden van de raad van toezicht, alsmede de leden van de door de raad van toezicht ingesteld commissies, hebben recht op een jaarlijkse vergoeding, indien van toepassing te vermeerderen met omzetbelasting, van de in redelijkheid gemaakte onkosten, die niet kan uitstijgen boven het advies van de "Vereniging van Toezichthouders in Onderwijsinstellingen en Kinderopvang (VTOI-NVTK). De hoogte hiervan wordt vastgesteld door de raad van toezicht. De vergoeding van deze kosten geschiedt op basis van een door de raad van toezicht vastgestelde en in het jaarverslag openbaar gemaakte regeling. Jaarlijks wordt door het college van bestuur in het jaarverslag verantwoord welke bedragen op grond van deze regeling zijn uitgegeven. Artikel 11. Raad van toezicht: werkwijze 1. In de vergaderingen van de raad van toezicht heeft ieder lid één stem. Alle besluiten worden genomen met volstrekte meerderheid van de uitgebrachte stemmen. Bij staking van stemmen is het voorstel verworpen. 2. De raad van toezicht kan ook op andere wijze dan in een vergadering besluiten nemen, mits alle leden in de gelegenheid worden gesteld hun stem uit te brengen en geen van hen zich tegen deze wijze van besluitvorming verzet. Een besluit is alsdan genomen, indien de volstrekte meerderheid van het aantal leden zich vóór het voorstel heeft verklaard.

Van elk buiten vergadering genomen besluit wordt mededeling gedaan in de eerstvolgende vergadering, welke mededeling in de notulen van die vergadering wordt vermeid. 3. Een lid van de raad van toezicht neemt niet deel aan de besluitvorming indien dit lid een ander belang heeft dat strijdig is met het belang van de Stichting. 4. De raad van toezicht stelt nadere regels over haar taak en werkwijze vast in een bestuursreglement. Artikel 12. Boekjaar, jaarstukken

1. 2.

Het boekjaar van de Stichting is het kalenderjaar. Jaarlijks binnen zes maanden na afloop van het boekjaar van de Stichting, behoudens verlenging van deze termijn met ten hoogste vijf maanden door de raad van toezicht op grond van bijzondere omstandigheden, maakt het college van bestuur een jaarverslag op over dat boekjaar. Het jaarverslag moet worden goedgekeurd door de raad van toezicht. 3. Het jaarverslag wordt ondertekend door het college van bestuur. 4. De raad van toezicht draagt het college van bestuur op het jaarverslag te doen onderzoeken door een door de raad van toezicht aangewezen accountant. Artikel 13. Vrijwaring en vrijtekening 1.

De Stichting stelt iedere persoon die, vanwege het feit dat hij lid van het college van bestuur of lid van de raad van toezicht van de Stichting is of was, als partij betrokken was of is of als een op diens betrokkenheid als partij uitlopende ontwikkeling aannemelijk is bij een op handen zijnde, aanhangige of beëindigde actie of procedure van welke aard dan ook, door of namens de Stichting dan wel door derden ingesteld, schadeloos voor alle nadelige financiële gevolgen, daaronder begrepen kosten en boetes, die hij in werkelijkheid en redelijkerwijze heeft moeten dragen in verband met een dergelijke actie of procedure, mits hij heeft gehandeld op een wijze die hij redelijkerwijze kon beschouwen in het belang van of niet tegen de belangen van de Stichting en de wet te zijn, en tenzij (en voor zover) het doen van een beroep op deze regeling in strijd zou zijn met de goede trouw. 2. Een schadeloosstelling door de Stichting bedoeld in het vorige lid geschiedt na een vaststelling dat het lid van het college van bestuur of het lid van de raad van toezicht voldaan heeft aan de van toepassing zijnde gedragsnorm genoemd in het vorige lid. Artikel 14. Statutenwijziging 1. Het college van bestuur is bevoegd de statuten te wijzigen. Het besluit tot statutenwijziging is onderworpen aan de voorafgaande goedkeuring van de raad van toezicht.

Het besluit tot statutenwijziging is voorts onderworpen aan de goedkeuring van de gemeenteraden. 2. Een statutenwijziging treedt eerst in werking nadat daarvan een notariële akte is opgemaakt. Het college van bestuur is bevoegd deze akte te doen verlijden. 3. Het college van bestuur is verplicht een authentiek afschrift van de wijziging en een volledige doorlopende tekst van de gewijzigde statuten neer te leggen op het kantoor van het door de Kamer van Koophandel gehouden handelsregister. Artikel 15. Ontbinding en vereffening 1. Het college van bestuur is bevoegd de Stichting te ontbinden. Het besluit tot ontbinding is onderworpen aan de voorafgaande goedkeuring van de raad van toezicht. 2. De gemeenteraden zijn in geval van ernstige taakverwaarlozing of functioneren in strijd met de wet door het college van bestuur of de raad van toezicht, bevoegd zo nodig de Stichting te ontbinden. 3. Tenzij de raad van toezicht anders besluit, is het college van bestuur met de vereffening belast. 4. De vereffenaars dragen er zorg voor, dat van de ontbinding inschrijving geschiedt in het op het kantoor van het door de Kamer van Koophandel gehouden handelsregister. 5. De raad van toezicht stelt de bestemming van het batig liquidatiesaldo vast.

6.

Na de ontbinding blijft de Stichting voortbestaan voor zover dit tot de vereffening van haar vermogen nodig is. Gedurende de vereffening blijven de bepalingen van deze statuten zoveel mogelijk van kracht In stukken en aankondigingen die van haar uitgaan, moeten aan de naam van de Stichting worden toegevoegd de woorden "in Iiquidatie". 7. Na afloop van de vereffening blijven de boeken, bescheiden en overige gegevensdragers van de ontbonden Stichting gedurende de door de wet bepaalde termijn onder berusting van de door de vereffenaars aangewezen persoon. Deze persoon is gehouden zijn aanwijzing ter inschrijving op te geven in het in lid 5 van het voorgaande artikel vermelde register. Artikel 16. Juridische fusie en juridische splitsing Het college van bestuur is bevoegd te besluiten tot juridische fusie en juridische splitsing van de Stichting. Een dergelijk besluit is onderworpen aan de voorafgaande goedkeuring van de raad van toezicht Artikel 17. Slotbepalingen 1. In alle gevallen waarin de bepalingen van deze statuten in strijd blijken te zijn met de wet, prevaleert de wet. 2. In alle gevallen die de Stichting betreffen en waarin deze statuten niet voorzien, beslist de raad van toezicht. SLOT De verschenen persoon is mij, notaris, bekend. Deze akte is verleden te Enkhuizen op de datum in het hoofd van deze akte vermeld.

De inhoud van de akte is aan de verschenen persoon opgegeven en toegelicht. De verschenen persoon heeft verklaard van de inhoud van deze akte te hebben kennisgenomen, met de inhoud in te stemmen en op volledige voorlezing daarvan geen prijs te stellen. Daarna is deze akte, na beperkte voorlezing, door de verschenen persoon en mij, notaris, ondertekend.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13515687/1