Bijlagenboek Zuiderdijk 30 (2023-07)
Tekst van het document
Bijlagenboek Zuiderdijk 30
Bijlage 1
Vooraanzicht
Rechter zijgevel
Linker zijgevel
Doorsnede
Achteraanzicht
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
13
14
15
16
17
A
B
Overkapping
Bouwaanvraag
C
Begane grond
Burgemeester Raatlaan 62 1693 EE Wervershoof Tel.0228-582006 Mobiel.06-48177527 info@sjaakschouten.nl www.sjaakschouten.nl
kleuren en materialen betreft:
Kapschuur aan de Zuiderdijk 30 te Venhuizen
onderwerp:
Bestektekening
in opdracht van: Huisman BV Aannemingsbedrijf Zuiderdijk 30 1606 MG Venhuizen tel.: 0228541389
schaal
1:100
A0
getekend: sjaak schouten 01-07-2022 gewijzigd: A: B: C D: E: F: G: H:
werkno.
tek.no.
22-1958
11
deze tekening blijft eigendom van bouwbureau Sjaak Schouten en mag niet zonder toestemming worden gekopieerd.
Bijlage 2
Pioenen
Gewijzigde situatie
S-04
robuuste randbeplanting inheemse windsingel
onderhoud S-03
G 4729 bestaande schuur/kantoor 60x60m parkeren
doorsnede linker zijerf
S-02
uitbreiding overkapping fase 1
30A
S-01
28A
29
30
bluswatervoorziening "open water"
Zu id e
L 1081
rd ijk
robuuste randbeplanting inheemse windsingel
k
rdij ide u Z
Bouwaanvraag
doorsnede rechter zijerf
Burgemeester Raatlaan 62 1693 EE Wervershoof Tel.0228-582006 Mobiel.06-48177527 info@sjaakschouten.nl www.sjaakschouten.nl
betreft:
Kapschuur aan de Zuiderdijk 30 te Venhuizen
onderwerp:
Gewijzigde situatie
in opdracht van: Huisman BV Aannemingsbedrijf Zuiderdijk 30 1606 MG Venhuizen tel.: 0228541389
schaal
1:1000 A1
getekend: sjaak schouten 07-11-2022 gewijzigd: A:08-12-2022 B:16-01-2023 C 13-02-2023 D:14-02-2023 E: 21-02-2023 F: 24-02-2023 G: H:
werkno.
tek.no.
22-1958
10F
deze tekening blijft eigendom van bouwbureau Sjaak Schouten en mag niet zonder toestemming worden gekopieerd.
Bijlage 3
Bijlage 4
ECOLOGISCHE QUICKSCAN 24/02/2023 | PROJECTNUMMER: 22-334 Ten behoeve van de uitbreiding van het bedrijf gelegen aan de Zuiderdijk 30 te Venhuizen Opdrachtgever: Bouwbureau Sjaak Schouten Contactpersoon: Dhr. S. Schouten Adres: Burg. Raatlaan 62, 1693 EE Wervershoof Uitgevoerd door: Vonk Ecologie Contactpersoon: Dhr. D. Vonk
De Hout 42A 1607 HD Hem 1607 HD Hem De Hout 42A 1607 HD Hem
Tel
: 06 228 418 78
info@vonkecologie.nl www.vonkecologie.nl info@vonkecologie.nl www.vonkecologie.nl
Inhoudsopgave 1 Inleiding
4
1.1 Doel van de quickscan en uit te voeren werkzaamheden
4
1.1 Projectlocatie
4
1.2 Het plan
5
2 Werkwijze
6
2.1 Bureauonderzoek/literatuuronderzoek
6
2.2 Locatiebezoek
6
2.3 Uitwerking
6
3 Wettelijk kader
7
3.1 Wet Natuurbescherming
7
3.2 Bescherming van gebieden
7
3.3 Bescherming van soorten
7
3.4 Bescherming van houtopstanden
8
4 Flora en Fauna op de locatie en omgeving
9
4.1 Locatie omschrijving
9
4.2 Mogelijk aanwezige soorten
10
4.3 Flora
10
4.4 Fauna 4.4.1 Vogels 4.4.2 Amfibieën, vissen en reptielen 4.4.3 Zoogdieren 4.4.3.1 Vleermuizen 4.4.3.2 Grondgebonden zoogdieren
11 11 15 15 15 15
4.5 Natura2000
15
4.6 Natuur Netwerk Nederland (NNN-gebieden)
16
4.7 Bijzonder Provinciaal Landschap (BPL-gebieden)
17
5 Toetsing soortbescherming
18
5.1 Vaatplanten
18
5.2 Vogels 5.2.1 Jaarrond beschermde vogels met nesten 5.2.2 Alle broedende vogels met nesten
18 18 18
5.3 Amfibieën, vissen en reptielen
18
5.4 Zoogdieren
18
5.4.1 Vleermuizen 5.4.2 Grondgebonden zoogdieren 6 Toetsing gebiedsbescherming
6.1 Natura2000 6.1.1 Uitgangspunten stikstofdepositieonderzoek 6.1.2 Aanlegfase 6.1.2.1 Verkeersbewegingen 6.1.2.2 Mobiele werktuigen 6.1.3 Gebruiksfase 6.1.3.1 Gasverbruik 6.1.3.2 Vervoersbewegingen 6.1.3.3 Bedrijfshal 6.1.4 Rekenresultaten Aerius-calculator 6.1.4.1 Rekenresultaten aanlegfase 6.1.4.2 Rekenresultaten gebruiksfase
18 19 20 20 20 20 20 21 22 22 22 22 23 23 23
6.2 Natuurnetwerk Nederland 6.2.1 Optische verstoring 6.2.2 Verstoring door trilling 6.2.3 Verstoring door licht 6.2.4 Verstoring door geluid 6.2.5 Verdroging 6.2.6 Verontreiniging 6.2.7 Versnippering 6.2.8 Oppervlakteverlies
24 24 24 25 26 27 27 27 27
6.3 Bijzonder Provinciaal Landschap
28
7 Conclusie/Advies
29
7.1 Conclusie/Advies/Tips
29
7.2 Tips 7.2.1 Huismus / Gierzwaluw 7.2.2 Vleermuizen 7.2.3 Algemeen
29 29 30 30
7.3 Advies voor/tijdens de realisatiefase
30
1 Inleiding 1.1 Doel van de quickscan en uit te voeren werkzaamheden Aannemingsbedrijf Huisman BV gelegen aan de Zuiderdijk 30 te Venhuizen is voornemens om de bedrijfsruimten uit te breiden. Een onderdeel van het vergunningtraject is een Quickscan Flora en Fauna. Het doel van de quickscan is om te bepalen of de bebouwing en het perceel geschikt danwel ongeschikt is voor beschermde soorten en/of soortgroepen. Daarnaast wordt in deze rapportage getoets of de beoogde plannen effect hebben op het naastgelegen gebied vallend onder Natuurnetwerk Nederland en getoets of de beoogde plannen stikstofdepositie veroorzaken in Natura2000-gebieden
1.1 Projectlocatie
Afb 1: Ligging projectlocatie in de omgeving
Afb 2: Het bedrijf gelegen aan de Zuiderdijk 30 te Venhuizen
1.2 Het plan Het plan is om links van de bestaande schuren een overkapping te realiseren. De totaaloppervlakte van de uitbreiding bedraagt: 1600 m2 = 16BVO. (100m x 16m) Rondom het geheel wordt een singel aangebracht.
Afb 3: Het plan, situatie bestaand/nieuw
2 Werkwijze 2.1 Bureauonderzoek/literatuuronderzoek Door middel van een literatuuronderzoek is gekeken welke beschermde flora en fauna in (de omgeving van) het plangebied voorkomen. Daarvoor is gebruik gemaakt van verspreidingsatlassen, natuurdatabanken (NDFF) en is er gezocht naar bestaande onderzoeksrapporten. In hoofdstuk 4 van deze rapportage zijn als dit nodig is geacht de soorten uit de databank opgenomen alsmede een beschrijving over eventueel aanwezige leefgebieden voor bepaalde beschermde soorten.
2.2 Locatiebezoek De heer D. Vonk van Vonk Ecologie is 13 september 2022 op de locatie geweest om een indruk te krijgen over welke leefgebieden (ecotopen) voor flora en fauna op de projectlocatie aanwezig zijn en om eventuele beschermde planten en dieren (of sporen van) waar te nemen.
2.3 Uitwerking Aan de hand van de gegevens uit het bureauonderzoek en het veldonderzoek kan een inschatting gemaakt worden welke invloed de beoogde plannen hebben op nabij gelegen en de op de locatie eventueel voorkomende beschermde soorten. Aanvullend wordt advies gegeven die betrekking hebben op de te volgen procedures en handelingen. Bijvoorbeeld, een aanvullend onderzoek of het aanvragen van een ontheffing.
3 Wettelijk kader 3.1 Wet Natuurbescherming Per 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming (Wnb) van kracht. Deze nieuwe wet is een vervanging en samenbundeling van drie voorgaande wetten; de Natuurbeschermingswet 1998, de Boswet en de Flora- en Faunawet1. Tevens heeft er een decentralisatie van het bevoegd gezag plaatsgevonden: per 1 januari 2017 zijn de provincies verantwoordelijk voor de vergunningen en ontheffingen. De Wnb is op te delen in grofweg drie delen: bescherming van gebieden, bescherming van soorten en bescherming van houtopstanden.
3.2 Bescherming van gebieden De Wnb richt zich met de bescherming van natuurgebieden uitsluitend op Natura 2000-gebieden. Natura 2000 is een Europees netwerk van beschermde natuurgebieden. In Natura 2000-gebieden worden bepaalde dier- en plantensoorten en hun natuurlijke leefomgeving beschermd om de biodiversiteit te behouden. Invloeden (ook van buitenaf ) mogen deze instandhoudingsdoelstellingen niet in gevaar brengen.
3.3 Bescherming van soorten De Wnb onderscheidt drie verschillende beschermingsregimes, met elk hun eigen verbodsbepalingen (zie tabel 1). De eerste twee categorieën zijn gebaseerd op de door de Europese Unie opgestelde Vogelrichtlijn (uit 1979) en de Habitatrichtlijn (uit 1992). Het derde beschermingsregime, “andere soorten”, betreft soorten die niet op Europees niveau beschermd zijn, maar wel op landelijk niveau (ook wel “nationaal beschermde soorten” genoemd). Hiernaast geldt dat voor alle soorten de algemene zorgplicht van kracht is. Deze zorgplicht houdt in dat men bij werkzaamheden met mogelijk negatief effect op planten en dieren, maatregelen dient te nemen (binnen wat redelijkerwijs verwacht van men kan worden) om onnodige schade aan planten of dieren te voorkomen. Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn § 3.1 Wnb
Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn § 3.2 Wnb
Beschermingsregime Nationaal beschermde soorten (andere soorten) § 3.3 Wnb
Art 3.1 lid 1 Het is verboden in het wild levende vogels opzettelijk te doden of te vangen.
Art 3.5 lid 1 Het is verboden soorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen
Art 3.10 lid 1a Het is verboden soorten opzettelijk te doden of te vangen.
Art 3.1 lid 2 Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen.
Art 3.5 lid 4 Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren te beschadigen of te vernielen.
Art 3.10 lid 1b Het is verboden de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren opzettelijk te beschadigen of te vernielen.
Art 3.1 lid 3 Het is verboden eieren te rapen en deze onder zich te hebben.
Art 3.5 lid 3 Het is verboden eieren van dieren in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen.
Niet van toepassing
Art 3.1 lid 4 en lid 5 Het is verboden vogels opzettelijk te storen, tenzij de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort.
Art 3.5 lid 2 Het is verboden dieren opzettelijk te verstoren.
Niet van toepassing
Niet van toepassing
Art 3.5 lid 5 Het is verboden plantensoorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.
Art 3.10 lid 1c Het is verboden plantensoorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.
Tabel 1: Soortenbescherming en verbodsbepalingen volgens de Wet Natuurbeheer
3.4 Bescherming van houtopstanden De bescherming van houtopstanden betreft voornamelijk een voortzetting van de Boswet en richt zich op de instandhouding van het bosareaal. Bij houtopstanden groter dan 10 are of 20 rijbomen en gelegen buiten de bebouwde kom geldt een meldplicht, herplantplicht en mogelijke oplegging van een kapverbod. In deze quickscan blijft de bescherming van houtopstanden buiten beschouwing.
4 Flora en Fauna op de locatie en omgeving 4.1 Locatie omschrijving Het bedrijf is gelegen in landelijk gebied aan de dijk van het Markermeer. Links, rechts en achter het perceel zijn graslanden/akkers aanwezig. Langs de dijk, grenzend aan het perceel loopt een groenstrook (dijksloot met rietkragen en plasdrasgebied) welke valt onder het Natuurnetwerk Nederland (NNN-gebied). Op het perceel is een woonhuis aanwezig, enkele schuren/loodsen met daaromheen verharding en een stuk akker welke momenteel begroeid is met maïs. Het perceel wordt omsloten door watergangen. De schuren waartegen gebouwd gaat worden bestaan uit een staalconstructie met sandwichpanelen (damwandprofiel), grote overheaddeuren en daken van geïsoleerde geprofileerde staalplaten (hellend). De losstaande overkapping dient te komen op een deel waar momenteel een verharding voor opslag van machines en een paardenbak aanwezig is. Onderstaand een impressie:
Afb 4: Indruk van de schuur, voorzijde
Afb 5: Links dient de overkapping te komen
Afb 6: Achterzijde waar tegen gebouwd gaat worden
Afb 7: Indruk van het gebruik van het terrein waarop gebouwd gaat worden
4.2 Mogelijk aanwezige soorten Behalve broedvogels zijn er geen waarnemingen in de Nationale Databank Flora & Fauna geregistreerd van aanwezige beschermde soorten.
4.3 Flora Rondom de schuren is voornamelijk verharding aanwezig met her en der plukken met kruiden. Een deel van de nieuwe bebouwing zal komen op een akker (nu in gebruik voor maïs) en een deel van de overkapping komt in een paardenbak welke grenst aan een watergang. Er zijn geen beschermde soorten waargenomen.
4.4 Fauna 4.4.1 Vogels De akker waarop nu maïs staat is mogelijk in het voorjaar aantrekkelijk voor weide/akkervogels om te nestelen, zeker gezien dit deel achter op het perceel ligt. Langs/in de watergangen kan genesteld worden door watervogels. Denk hierbij aan diverse eendensoorten en meerkoet. Op het perceel zijn verschillende boerenzwaluwen foeragerend waargenomen. Mogelijk dat deze nestelen in de grote schuren waarvan de overhead deuren altijd open staan. Echter zijn er geen nesten waargenomen. Ook zijn er Huismussen op het perceel waargenomen. Nesten van deze soort zijn ook niet waargenomen. De opslag van landbouwmachines hebben een aantrekkingskracht op deze vogels door de achtergebleven graankorrels op en rond de machines.
Afb 8: Op de achtergrond het maïs perceel welke in het voorjaar mogelijk geschikt is voor weide/akkervogels
Afb 9: Eendenfamilie dichtbij een watergang
Afb 10: Boerenzwaluwen op een lantaarnpaal
Afb 11: Huismussen in de schuur
Afb 12: Indruk van het gebruik en opbouw van de schuren. Op machines liggen granen welke huismussen aantrekken. Door de openheid is de schuur goed controleerbaar op mogelijk aanwezige Huismus- of Boerenzwaluwnesten. Deze zijn niet aanwezig. Ook in een andere loods, welke moet wijken voor de nieuwbouw zijn geen nesten aanwezig.
Afb 13: Geen nesten aanwezig.
De gevels van de schuren zijn door het ontbreken van openingen en richels ongeschikt voor vogels om in/op te nestelen. Ook met de dakaansluiting zijn er geen openingen aanwezig.
Afb 14: Gevels/dakaansluitingen ongeschikt voor vogels
Afb 15: Ook gevels/dak van deze loods zijn ongeschikt voor vogels
4.4.2 Amfibieën, vissen en reptielen In/om de watergangen rondom het perceel zullen amfibieën en vissen voorkomen.
4.4.3 Zoogdieren 4.4.3.1
Vleermuizen
De gevels/daken van de schuren zijn door het ontbreken van openingen ongeschikt voor vleermuizen. Op het perceel ontbreken bomen welke waarin een verblijf kan zitten. Naar het perceel ontbreekt opgaande lijnvormige begroeiing welke gebruikt kan worden om langs te navigeren. Mogelijk dat de watergang aan de voorzijde gebruikt wordt door vleermuizen om over te vliegen/te foerageren.
4.4.3.2
Grondgebonden zoogdieren
Het perceel kan gebruikt worden door diverse algemeen voorkomende grondgebonden zoogdieren. Denk hierbij aan haas, mol, konijn, egel, ratten, muizen.
4.5 Natura2000 Op ruim 22 km afstand ligt het dichtstbijzijnde stikstofgevoelige Natura2000-gebied (Eilandspolder). Onderstaande kaart toont de ligging van het perceel ten opzichte van Natura2000-gebieden. Het dichterbijgelegen Natura2000-gebied Markermeer betreft een gebied zonder stikstofgevoelige habitattypen.
Afb 16: Ligging perceel (rode stip) ten opzichte van Natura2000 gebieden
4.6 Natuur Netwerk Nederland (NNN-gebieden) Het perceel wordt omsloten en deel vallend in gebieden vallend onder het Natuur Netwerk Nederland (NNN).
Afb 17: Ligging perceel ten opzichte van NNN-gebieden (gele vlakken)
Afb 18: NNN-gebieden in meer detail ten opzichte van het perceel
4.7 Bijzonder Provinciaal Landschap (BPL-gebieden) Op ruime afstand liggen gebieden welke vallen onder Bijzonder Provinciaal Landschap. Zie onderstaande kaart voor de ligging van het perceel ten opzichte van deze gebieden.
Afb 19: Gebieden vallend onder Bijzonder Provinciaal Landschap (roze)
5 Toetsing soortbescherming 5.1 Vaatplanten Er zijn geen beschermde soorten waargenomen en/of te verwachten op de te bebouwen gedeelten van het perceel.
Door de beoogde werkzaamheden worden geen beschermde planten verwijderd, vernield of beschadigd, zoals bedoeld in artikel 3.5 en 3.10 uit de Wet Natuurbescherming.
5.2 Vogels 5.2.1 Jaarrond beschermde vogels met nesten Bijvoorbeeld het nest van de Huismus, Gierzwaluw, roofvogels en uilen is jaarrond beschermd. Deze bescherming is er omdat deze soorten het nest niet alleen tijdens de broedperiode gebruikt, maar mogelijk het hele jaar door als rustplaats of omdat bepaalde vogelsoorten nogal honkvast zijn en dus graag wederkeren naar het nest van het vorige jaar (Gierzwaluw). Nesten van huismussen zijn niet aanwezig in de schuren. Huismussen zijn aanwezig op het perceel om te foerageren. Tijdens/na de realisatie van de nieuwbouw blijft de functie van het terrein hetzelfde. Foerageergebied gaat dan ook niet verloren.
Door de beoogde werkzaamheden worden geen (bezette) nesten verwijderd, vernield of beschadigd, ook wordt er geen foerageergebied weggenomen, zoals bedoeld in artikel 3.1, lid 2 uit de Wet Natuurbescherming.
5.2.2 Alle broedende vogels met nesten De akker achterop het perceel en de watergangen kunnen gebruikt worden door algemene broedvogels om te nestelen. Hiermee dient rekening gehouden te worden door voorafgaand aan werkzaamheden een check uit te voeren naar eventuele broedgevallen. Bij een aangetroffen broedgeval dient gewacht te worden met de werkzaamheden totdat het nest verlaten is. Of er dient ruim om het nest heen gewerkt te worden (10m). Nesten van boerenzwaluwen ontbreken in de schuren. Boerenzwaluwen zijn foeragerend aanwezig op het perceel. Tijdens/na de realisatie van de nieuwbouw blijft de functie van het terrein hetzelfde. Foerageergebied gaat dan ook niet verloren.
Door de beoogde werkzaamheden worden, rekening houdend met bovenstaande, geen (bezette) nesten verwijderd, vernield of beschadigd, zoals bedoeld in artikel 3.1, lid 2 uit de Wet Natuurbescherming.
5.3 Amfibieën, vissen en reptielen Bij eventuele werkzaamheden aan watergangen dient rusitig vanuit 1 kant richting open water gewerkt te worden zodat aanwezige dieren de kans hebben om te vluchten.
Door het uitvoeren van de werkzaamheden worden, rekening houdend met bovenstaande, geen dieren gedood of verstoord en worden vaste voortplantings- of rustplaatsen niet vernield of beschadigd zoals bedoeld in artikel 3.5, lid 1, 2 en 4 en artikel 3.10 lid 1 uit de Wet Natuurbescherming.
5.4 Zoogdieren 5.4.1 Vleermuizen Door het ontbreken van in- en uitvliegopeningen in de schuren en door het ontbreken van bomen op het perceel, is het uitgesloten dat er verblijfplaatsen kunnen zijn. De watergangen kunnen gebruikt worden door vleermuizen om langs te navigeren en te foerageren. De watergang blijft behouden en er wordt niet aan gewerkt dus verstoring is uitgesloten.
Door het uitvoeren van de werkzaamheden worden geen dieren gedood of verstoord en worden vaste voortplantings- of rustplaatsen niet vernield of beschadigd zoals bedoeld in artikel 3.5, lid 1, 2 en 4 en artikel 3.10 lid 1 uit de Wet Natuurbescherming.
5.4.2 Grondgebonden zoogdieren Bij werkzaamheden op het terrein dient rusitig vanuit 1 kant gewerkt te worden zodat aanwezige dieren de kans hebben om te vluchten.
Door het uitvoeren van de werkzaamheden worden, rekening houdend met bovenstaande, geen dieren gedood of verstoord en worden vaste voortplantings- of rustplaatsen niet vernield of beschadigd zoals bedoeld in artikel 3.5, lid 1, 2 en 4 en artikel 3.10 lid 1 uit de Wet Natuurbescherming.
6 Toetsing gebiedsbescherming
In algemene zin kan er door een plan sprake zijn van negatieve gevolgen (significante aantasting) vanuit natuurwetgeving voor beschermde gebieden. Beschermde gebieden die hieronder vallen zijn: Bijzonder Provinciaal Landschap Natura2000 gebieden Natuurnetwerk Nederland (Natura2000 gebieden zijn hier ook onderdeel van). Voorbeelden van significante aantasting: Wegnemen van een deel van het gebied Verstoring door licht, geluid Extra bemesting Verdroging van het gebied Waterpeil daling of stijging (door de werkzaamheden In dit hoofdstuk wordt beschreven voor welke gebieden er mogelijk sprake is van negatieve effecten als gevolg van de voorgenomen ingrepen op de onderzoekslocatie. Verder wordt beschreven of een vervolgtraject noodzakelijk is en wat de eventuele consequenties zijn ten aanzien van vergunningen.
6.1 Natura2000 Het dichtstbijzijnde Natura2000 gebied ligt op ruime afstand. Dit betreft Eilandspolder (zie hoofdstuk 4). Gezien de aard van de werkzaamheden zijn negatieve effecten niet te verwachten. Ter verificatie is onderstaand stikstofdepositie onderzoek omschreven alsmede zijn Aeriusberekeningen uitgevoerd.
6.1.1 Uitgangspunten stikstofdepositieonderzoek Bij de berekening van stikstofemissie zijn bij dit project 2 fasen te onderscheiden, de aanlegfase en het beoogd gebruik. In de volgende paragrafen worden allereerst de uitgangspunten voor de aanlegfase omschreven. Daaronder wordt het beoogd gebruik uiteengezet. Voor de berekeningen is de op 26 januari 2023 beschikbaar gekomen Aerius-calculator 2022 gebruikt.
6.1.2 Aanlegfase 6.1.2.1
Verkeersbewegingen
Voor de bepaling van de verkeersbewegingen wordt uitgegaan van een bouwtijd van 3 maanden (60 werkdagen). Voor het licht verkeer voor aanvoer personeel en klein materiaal/materieel met busjes (incl. aanhanger) wordt uitgegaan van: 8 vervoersbewegingen per dag (heen en terug dus 16). Invoer in Aerius per jaar, dus 16 x 125 = 960 vervoersbewegingen licht verkeer. Voor het zwaar verkeer voor aanvoer mobiele werktuigen en groot materiaal/materieel en aan- en afrijden kippers wordt uitgegaan van: 10 vervoersbewegingen totaal (heen en terug dus 20) zwaar verkeer. De afstand wordt gerekend totdat de extra verkeersbewegingen opgaan in het heersend verkeersbeeld, in dit geval tot aan de N506.
Afb 20: Printscreen invoer verkeersbewegingen bouwfase
6.1.2.2
Mobiele werktuigen
Voor het graven van de bouwput worden graafmachines toegepast. De fundering zal bestaan uit heipalen en een betonnen rand. Vloerdelen en andere zware bouwdelen zullen middels een bouwkraan op hun plaats worden gebracht. Voor in het werk gestort beton zullen betonwagens of betonpompen worden ingeschakeld. Voor aan- en afvoer grond, zand en overig zullen kippers gebruikt worden. In onderstaande tabel de te gebruiken mobiele werktuigen met de daarbij behorende cijfers benodigd voor de invoer in Aerius. Stageklasse
AUB klasse
Verbruik l/u
Draaiuren
Brandstofverbruik
AdBlue gebruik
Heistelling
IV, 2014-2018, 75-560kW
D
20
40
800
48
Bouwkraan
IV, 2014-2018, 75-560kW
D
20
100
2000
120
Graafmachines
IV, 2014-2018, 75-560kW
D
15
80
1200
70
Laadschop/verrijker
V, 2019-…., < 56kW
A
8
200
1600
Betonpomp/wagen
IV, 2014-2018, 75-560kW
D
15
60
900
54
Kipper
IV, 2014-2018, 75-560kW -2018
D
15
20
300
18
Tabel 2: Gebruikte gegevens in Aerius Bron: TNO-rapport: TNO 2021 R12305, d.d. 10 december 2021
Afb 21: Printscreen invoer mobiele werktuigen tijdens bouw
6.1.3 Gebruiksfase 6.1.3.1
Gasverbruik
De nieuwbouw zal niet verwarmd worden. Hierdoor is er geen gasverbruik door verwarming.
6.1.3.2
Vervoersbewegingen
Vervoersbewegingen zijn niet paraat daarom worden met betrekking tot de vervoersbewegingen de kencijfers van CROW 381 Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie genomen voor bouwwerken vallend onder de categorie:
6.1.3.3
Bedrijfshal
-
Bedrijf Arbeidsextentief/bezoekersextensief Buitengebied Niet stedelijk maximale verkeersgeneratie.
-
5,7 vervoersbewegingen per 100 m2 BVO BVO= 16 Totaal zijn dat 5,7 x 16 BVO = 91,2 verkeersbewegingen per dag. (zwaar verkeer)*.
De afstand wordt gerekend totdat de extra verkeersbewegingen opgaan in het heersend verkeersbeeld, in dit geval tot aan de N506.
*Hierbij dient vermeld te worden dat de gehanteerde cijfers uit de CROW 381 voor het geval van dit bedrijf niet realistisch zijn. In werkelijkheid zullen de vervoersbewegingen veel lager uitvallen. Echter tonen deze (overdreven) cijfers dan wel aan dat er binnen de depositienorm gebleven wordt.
Afb 22: Printscreen invoer verkeersbewegingen gebruiksfase
6.1.4 Rekenresultaten Aerius-calculator Voor het berekenen van de stikstofdepositie op de omliggende Natura-2000 gebieden is gebruikgemaakt van het voorgeschreven rekenpakket AERIUS Calculator, versie 2022, uitgegeven op 26 januari 2023. De depositie is berekend op de dichtstbijzijnde natuurgebieden. De bijdrage wordt op alle natuurgebieden bepaald in mol per hectare per jaar. Hierbij wordt vastgesteld wat de emissiewaarde is van stoffen die bijdragen aan de stikstofdepositie.
6.1.4.1
Rekenresultaten aanlegfase
Er zijn geen rekenresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/j. Er vindt geen depositie plaats in één of meerdere natura2000 gebieden. Zie Pdf en GML-bestand.
Afb 23: Printscreen resultaten aanlegfase
6.1.4.2
Rekenresultaten gebruiksfase
Er zijn geen rekenresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/j. Er vindt geen depositie plaats in één of meerdere natura2000 gebieden. Zie Pdf en GML-bestand.
Afb 24: Printscreen resultaten gebruiksfase
6.2 Natuurnetwerk Nederland Omdat het perceel wordt omsloten en zelfs onderdeel uitmaakt van het Natuur Netwerk Nederland, wordt onderstaand de mogelijke effecten omschreven. Allereerst volgt hier een opsomming van de mogelijke effecten. Daaronder wordt omschreven of de beoogde plannen dan ook mogelijk effect hebben en wat daaraan gedaan kan worden om dit weg te nemen. Mogelijke effecten: Optische verstoring Verstoring door trilling Verstoring door licht Verstoring door geluid Verdroging Verontreiniging Versnippering Oppervlakteverlies
6.2.1 Optische verstoring Kenmerk: Optische verstoring betreft verstoring door de aanwezigheid en/of beweging van mensen dan wel voorwerpen die niet thuishoren in het natuurlijke systeem. Gevolg: Optische verstoring leidt vooral tot vluchtgedrag van dieren. De soort reageert bijvoorbeeld op beweging omdat een potentiële vijand wordt verwacht. Andersom kan optische verstoring juist ook het uitzicht van soorten beperken waardoor zij potentiële vijanden niet zien naderen. De daadwerkelijke effecten zijn zeer soortspecifiek en hangen van de schuwheid van de soort en de mate waarin gewenning optreedt. Bovendien kunnen de effecten afhankelijk zijn van de periode van de levenscyclus van de soort: in de broedtijd zijn soorten over het algemeen schuwer en dus gevoeliger voor optische verstoring. Toetsing: Wezenlijk verandert er niet veel in de situatie met betrekking tot de activiteiten die ter plaatse aanwezig zijn. Het is en blijft een bedrijf waarbij een diversiteit aan voertuigen af en aan rijden en het terrein grotendeels als opslag zal dienen. Mogelijke optische verstoring zal mogelijk iets afnemen doordat door de nieuwe schuren materieel binnen rijd/staat en er dus minder beweging buiten de schuren zal zijn.
6.2.2 Verstoring door trilling Kenmerk: Er is sprake van trillingen in bodem en water als dergelijke trillingen door menselijke activiteiten veroorzaakt worden, zoals bij boren, heien, draaien van rotorbladen etc. Gevolg: Trilling kan leiden tot verstoring van het natuurlijke gedrag van soorten. Individuen kunnen tijdelijk of permanent verdreven worden uit hun leefgebied. Over het daadwerkelijke effect van trilling is nog zeer weinig bekend. Toetsing: De bedrijfsactiviteiten zullen weinig tot geen trilling veroorzaken. Er zijn en zullen alleen af- en aan rijdende voertuigen zijn. Tijdens de bouwfase zullen er palen ingebracht moeten worden. Heien kan trillingen veroorzaken in het naast gelegen NNNgebied. Toepassen van schroefpalen zal effecten door trilling wegnemen.
6.2.3 Verstoring door licht Kenmerk: Verstoring door kunstmatige lichtbronnen, zoals licht uit woonwijken en industrieterreinen, glastuinbouw en bouwverlichting, etc. Gevolg: Kunstmatige verlichting van de nachtelijke omgeving kan tot verstoring van het normale gedrag van soorten leiden. Met name schemer- en nachtactieve dieren kunnen last hebben van verstoring door licht, doordat zij juist aangetrokken worden of verdreven door de lichtbron. Hierdoor raakt bijvoorbeeld hun ritme ontregeld of verlichte delen van het leefgebied worden vermeden. Toetsing: Bedrijfsactiviteiten vinden veelal binnen plaats. Daarnaast zal de nieuw te realiseren kapschuur zicht/licht wegnemen voor het naastgelegen NNN-gebied. Ook wordt er rondom het terrein bomen en struiken aangeplant welke, licht/activiteit van het terrein weg zal nemen. Tijdens de bouwfase wordt gewerkt met gerichte verlichting, voornamelijk op de voertuigen zelf.
Bomen en struiken aan te planten
Bomen en struiken aan te planten
Kapschuur ontneemt licht/zicht
Afb 25: Licht wordt ontnomen door bomen/struiken en kapschuur
6.2.4 Verstoring door geluid Kenmerk: Verstoring door onnatuurlijke geluidsbronnen; permanent zoals geluid wegverkeer danwel tijdelijk zoals geluidsbelasting bij evenementen. Geluid is een hoorbare trilling, gekenmerkt door geluidsdruk en frequentie. Gevolg:
Logischerwijs zijn alleen diersoorten gevoelig voor direct effecten van geluid. Geluid sec is een belangrijke factor in de verstoring van fauna. De verstoring door geluid wordt beïnvloed door het achtergrondgeluid en de duur, frequentie en sterkte van de geluidsbron zelf. Geluidsbelasting kan leiden tot stress en/of vluchtgedrag van individuen. Dit kan vervolgens weer leiden tot het verlaten van het leefgebied of bijvoorbeeld een afname van het reproductieproces. In bepaalde gevallen kan ook gewenning optreden, in het bijzonder bij continu geluid. Toetsing: De bedrijfsactiviteiten veranderen niet, behalve dat er meer activiteiten binnen in de schuur plaats zullen vinden. Hetgeen veroorzaakt dat geluid buiten zal afnemen. Daarnaast zullen de aangeplante bomen/struiken een dempende werking hebben op eventueel aanwezig geluid vanaf het perceel.
6.2.5 Verdroging Het watersysteem rondom het perceel wordt niet gewijzigd. Hierdoor is het uitgesloten dat door de beoogde plannen verdroging kan optreden.
6.2.6 Verontreiniging Door de bedrijfsactiviteiten zal geen verontreiniging van het systeem ontstaan. Evenuele vrijkomende vloeistoffen uit de machines worden afgevangen en vervolgens afgevoerd/verwerkt.
6.2.7 Versnippering Kenmerk: Van versnippering is sprake bij het uiteenvallen van het leefgebied van soorten. Gevolg: Als het leefgebied niet meer voldoende groot is voor een populatie, of individuen van één populatie kunnen de verschillende leefgebieden niet meer bereiken, neemt de duurzaamheid van de populatie af. Een gevolg kan zijn een verandering op in de soortensamenstelling en het ecosysteem. Soorten zijn in verschillende mate gevoelig voor de versnippering van hun leefgebied. Het meest gevoelig zijn soorten met een gering verspreidingsvermogen, soorten die zich over de grond bewegen en soorten met een grote oppervlaktebehoefte. Versnippering door barrières zoals wegen en spoorlijnen leidt mogelijk ook tot sterfte van individuen en kan zo effect hebben op de populatiesamenstelling. Bij versnippering moet men altijd goed rekening houden met het schaalniveau van het populatienetwerk. Toetsing: Door de beoogde plannen wordt geen (leef)gebied versnipperd. Het te bebouwen gedeelte is reeds in gebruik als bedrijventerrein, dit blijft zo alleen zal hier deels een schuur op gebouwd worden.
6.2.8 Oppervlakteverlies Kenmerk: Afname beschikbaar oppervlak leefgebied soorten en/of habitattypen. Werking: Door afname van het beschikbare oppervlak neemt ook het aantal individuen van een soort af. Om duurzaam te kunnen voortbestaan moet elke soort uit een minimum aantal individuen bestaan; bij diersoorten wordt meestal van een minimum aantal paartjes (reproductieve eenheden) gesproken. Wanneer een populatie te klein wordt neemt de kans op uitsterven toe, zeker als deze populatie geen onderdeel uitmaakt van een samenhangend netwerk van leefgebieden. Bij een populatie die uit te weinig individuen bestaat, neemt ook de kans op inteelt toe en dus de genetische variatie af. Hierdoor wordt een populatie kwetsbaar voor veranderingen tengevolge van bijvoorbeeld predatie, extreme seizoensinvloeden of ziekten. Ook habitattypen kennen een ondergrens voor een duurzame oppervlakte. Toetsing: Wanneer exact de begrenzing aangehouden wordt van de toegewezen gebieden, dan valt een deel, nog in te richten gebied, over het perceel. Merkwaardig is dat dit perceel al geruime tijd in gebruik is als bedrijf. Habitattypen voor gevoelige soorten ontbreken ter plaatse. Dit in ogenschouw genomen, kan aangenomen worden dat er geen belangrijk habitat wordt weggenomen en daarmee dus geen oppervlakteverlies plaats vind door de beoogde plannen. Zie onderstaande kaart.
Afb 26: Begrenzing NNN-gebieden. Rood vlak ligt over perceel
6.3 Bijzonder Provinciaal Landschap Wegens de aard en omvang van het plan in combinatie met de afstand tot deze gebieden zijn er geen negatieve effecten te verwachten.
7 Conclusie/Advies 7.1 Conclusie/Advies/Tips Met betrekking tot de ecologie is er rekening houdend met de punten genoemd in de toetsing in hoofdstuk 4 en 5 geen bezwaar om de beoogde plannen uit te voeren. Gezien de aard en omvang van de beoogde plannen zijn er geen negatieve effecten op beschermde soorten en gebieden te verwachten. Ten alle tijden dient rekening gehouden te worden met de Algemene Zorgplicht.
7.2 Tips Om je steentje bij te dragen aan de natuur en biodiversiteit kunnen bij de nieuwbouw diverse maatregelen getroffen worden ten gunste van bepaalde soorten. Ook wel Natuurinclusief bouwen genoemd.
7.2.1 Huismus / Gierzwaluw Maatregelen ten gunste van de Huismus / Gierzwaluw: Bij gebruik van een pannendak: laat een eventueel vogelschroot achterwege of monteer deze op de 2 e panlat zodat Huismussen vanuit de goot onder de pannen kunnen komen. Bij gebruik pannendak: gebruik nestpannen. Geen hellende daken?: metsel mussenkasten of gierzwaluwkasten in de gevel. Zorg voor een gevarieerde beplanting in de tuin (kruiden, struiken en bomen). Met voldoende schuilmogelijkheden voor de Huismus. Weinig ruimte? Gebruik bijvoorbeeld kant en klare schuttingdelen met klimop
Afb 27: Vogelschroot op tweede panlat
Afb 28: Schuttingdelen met klimop
Afb 29 + 30: Gierzwaluwkasten ingemetseld (worden ook gebruikt door Huismussen)
7.2.2 Vleermuizen Voor de vleermuizen is het mogelijk om op nader te bepalen locaties vleermuiskasten op te hangen of uitgebreide vleermuisverblijfplaatsen in te metselen in de gevel.
Afb 31 Vleermuiskast
7.2.3 Algemeen Zorg bij de inrichting van het terrein voor een gevarieerde aanleg door onder andere te variëren met kruiden, struiken en boompjes. Probeer zoveel mogelijk gebiedseigen soorten te gebruiken. Om de aantrekkingskracht op insecten en daardoor ook vogels te vergroten.
7.3 Advies voor/tijdens de realisatiefase Bovenstaande maatregelen zijn indicatief. Graag adviseert Vonk Ecologie meer in detail als men verder wil met Natuurinclusief bouwen. Tevens toezicht tijdens de bouw voor een correcte uitvoering van de maatregelen behoort tot de mogelijkheden.
De Hout 42A 1607 HD Hem 1607 HD Hem De Hout 42A 1607 HD Hem
Tel
: 06 228 418 78
info@vonkecologie.nl www.vonkecologie.nl info@vonkecologie.nl www.vonkecologie.nl