Bijlage Toelichting op de regeling GR Archeologie WF
Tekst van het document
Toelichting gemeenschappelijke regeling Archeologie West-Friesland 2025 V2, 19-11-2024 1. De rol van de gemeente in de zorg voor het erfgoed Na de implementatie van het Verdrag van Valletta (1992) is de Monumentenwet 1988 in 2007 gewijzigd ten gevolge van de vaststelling van de Wet op de archeologische Monumentenzorg (Wamz 2007 Wijzigingswet). Op grond van de wetgeving mogen archeologische waarden in principe niet worden aangetast. Dat wil zeggen dat in het ruimtelijke ordeningsbeleid ook deze waarden onderdeel dienen uit te maken van de afwegingen in de besluitvorming. Ten gevolge van bouwen, aanleggen en in bepaalde gevallen ook slopen wordt de bodem echter onvermijdelijk verstoord. De herziene Monumentenwet verplicht gemeenten om ‘rekening te houden met aanwezige of te verwachten archeologische en cultuurhistorische waarden’. Het bestemmingsplan stond hierbij centraal. In de bestemmingsplannen zijn dubbelbestemmingen archeologie met bouw- en aanlegvoorschriften opgenomen. Ter bescherming van de archeologische waarden kunnen burgemeester en wethouders voorwaarden verbinden aan een omgevingsvergunning. Sinds de Modernisering Monumentenzorg van 2012 (wijziging artikel 3.1.6 lid 2 van Besluit ruimtelijke ordening) zijn gemeenten verplicht om, naast archeologische waarden, rekening te houden met cultuurhistorische waarden bij het vaststellen van bestemmingsplannen.
De Monumentenwet 1988 is op 1 juli 2016 overgegaan in de Erfgoedwet. De Erfgoedwet vormt samen met de Omgevingswet het wettelijke fundament voor de cultuurhistorie in Nederland. In de Erfgoedwet is vastgelegd hoe met ons erfgoed wordt omgegaan, wie welke verantwoordelijkheden daarbij heeft en hoe het toezicht daarop wordt uitgeoefend. Onderdelen van de Erfgoedwet die de fysieke leefomgeving betreffen, zijn overgeheveld naar de Omgevingswet die op 1 januari 2024 in werking is getreden. Het betreft dan: • Vergunningen tot wijziging, sloop of verwijdering van rijksmonumenten; • Verordeningen, wijzigingen van het omgevingsplan, vergunningen en ontheffingen op het gebied van archeologie; en • Bescherming van stads- en dorpsgezichten. De aanwijzing van archeologische rijksmonumenten is in de Erfgoedwet gebleven. Sinds in 2024 de Omgevingswet is ingegaan, moeten gemeenten rekening houden met cultureel erfgoed in het Omgevingsplan. Hieronder vallen ook cultuurlandschappen en bekende of aantoonbaar te verwachten archeologische waarden. Voor het te behouden erfgoed moet de gemeente een toereikend beschermingsregime instellen. Tenslotte dient te worden opgemerkt dat het team Erfgoed van de gemeente Hoorn advies geeft en bewuste gemeente zelf de benodigde vergunningen dient te verlenen. De archeologisch adviseur treedt gemandateerd namens de gemeente op als Bevoegd Gezag.
Bij deze gemeenschappelijke regeling is geen sprake van een overheveling van de bestuursbevoegdheid, waar ook het verlenen van vergunningen onder valt.