CConstaterende datDrechterland
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage Programma Stedelijk water en Riolering 2023-2024 Drechterland (2023-06)

Gemeenteraad 23 januari 2023, gemeente DrechterlandBij agendapunt: Vaststellen Programma Stedelijk Water en Riolering (2023-06)32.277 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Programma stedelijk water en riolering 2023-2024 Regio Westfriesland Deelrapport gemeente Drechterland 21 oktober 2022

PROGRAMMA STEDELIJK WATER EN RIOLERING 2023-2024

Inhoudsopgave 1

2

Inleiding

4

1.1

Gezamenlijk optrekken met een nieuw PSWR

4

1.2

Van GRP naar omgevingsgericht programma

4

1.3

Anticiperen op klimaatverandering

5

1.4

Doelstelling en geldigheidsduur

5

1.5

Leeswijzer

5

Beeld van de huidige situatie

7

2.1

Kenmerken

7

2.2

Terugblik vorige planperiode

8

2.3

Aandachtspunten deze planperiode

10

3

Visie en ambitie

12

4

Strategie en verankering

17

4.1

Afspraken met betrekking tot de waterketen Westfriesland

17

4.2

Zorgplicht stedelijk afvalwater

17

4.3

Zorgplicht hemelwater

20

4.4

Zorgplicht grondwater

25

4.5

Oppervlaktewater

27

4.6

Bedrijfsvoering

29

Uitvoeringsagenda

35

5.1

Gezamenlijk programma

35

5.2

Gemeentelijk uitvoeringsprogramma

35

5.2.1

Planvorming en onderzoek

35

5.2.2

Cyclisch onderhoud

36

5.2.3

Vervangings- en verbeteringsmaatregelen

36

5.2.4

Facilitair

37

5

2

Datum: 21 oktober 2022

PROGRAMMA STEDELIJK WATER EN RIOLERING 2023-2024

6

Middelen

38

6.1

Personele middelen

38

6.2

Financiële middelen

38

6.2.1

Uitgangspunten

39

6.2.2

Uitgaven

40

6.2.3

Kostendekking

41

Bijlage A Begrippen en definities

44

Bijlage B Wetgeving

51

Bijlage C Ontwikkelingen

58

Bijlage D Evaluatie

60

Bijlage E Kostendekking

65

Colofon

78

Bijlagen

3

Datum: 21 oktober 2022

PROGRAMMA STEDELIJK WATER EN RIOLERING 2023-2024

1

Inleiding

Maar weinig mensen beseffen hoe belangrijk riolering is. Weet u bijvoorbeeld dat riolering en de drinkwater- voorziening sinds de 19e eeuw voor de volksgezondheid meer hebben betekend dan de hele medische wetenschap daarna? Pas als het mis dreigt te gaan en er bijvoorbeeld stank‐ of wateroverlast optreedt, krijgt riolering aandacht. Verder gaat de inzameling en het transport van afvalwater vaak ongemerkt aan de inwoners voorbij. Toch worden dagelijks veel inspanningen verricht om deze kostbare infrastructuur goed te beheren. Bij het woord riool zijn we nog vaak geneigd te denken aan een buis onder de grond. Maar in toenemende mate spelen bovengrondse voorzieningen een rol om extreme buien op te kunnen vangen. En zoals iedereen wel merkt vanuit de berichtgeving komt deze laatste categorie steeds vaker voor als gevolg van klimaatverandering. We kunnen ons tegen het overtollige water proberen te wapenen met beton en kostbare buizen, maar dat is niet voldoende. De hoosbuien worden steeds heftiger en talrijker. We benutten de openbare ruimte om tijdelijk grote hoeveelheden regenwater op te vangen en gedoseerd af te voeren naar het oppervlaktewater, de ondergrond of een andere omgeving.

Omdat de onder- en bovengrondse infrastructuur steeds meer met elkaar verweven raken is het van belang om goede beleidsafwegingen bij inrichting en beheer van de openbare ruimte, bescherming van bodem en waterkwaliteit en de zorg voor het totale watersysteem. Met de komst van de nieuwe Omgevingswet staat de fysieke leefomgeving centraal. Met deze wet kunnen we vanuit een krachtige visie op de leefomgeving via juridische instrumenten en programma’s bijdragen aan de ambitie van regio Westfriesland om tot de top 10 van meest aantrekkelijke regio’s van Nederland te gaan behoren.

1.1

Gezamenlijk optrekken met een nieuw PSWR

De zeven gemeenten binnen de samenwerkingsregio Westfriesland (Drechterland, Enkhuizen, Hoorn, Koggenland, Medemblik, Opmeer en Stede Broec), het hoogheemraadschap Hollands-Noorderkwartier (HHNK) en PWN Drinkwaterbedrijf Noord-Holland werken intensief samen op het gebied van stedelijk waterbeheer. Binnen deze samenwerking geven ze het rioleringsbeleid gezamenlijk vorm. In de Bestuurlijke samenwerkingsovereenkomst Samenwerking Waterketen Westfriesland (2021-2030) is als doelstelling opgenomen om het beheer van de afvalwaterketen uit te voeren tegen zo laag mogelijke maatschappelijke kosten. Hiermee worden kosten over de hele afvalwaterketen bedoeld, dus inclusief zuiveringskosten. Om deze doelstelling te kunnen behalen is besloten om het programma Stedelijk Water en Riolering (PSWR) gezamenlijk in de regio op te stellen. Het opstellen van gezamenlijk rioleringsbeleid vertaalt zich in het samenvoegen van bestaande en toekomstige beleidslijnen om te komen tot een eensluidende visie en gezamenlijke ambities en strategieën. Speerpunten hierbij zijn afstemmen en voorsorteren op de Omgevingswet, risicogestuurd beheer, verbeteren van het functioneren en op elkaar afstemmen van de middelen en maatregelen. Omdat de gemeenten in o.a. historisch, geografisch en organisatorisch opzicht van elkaar verschillen kent het PSWR daarnaast een gemeentespecifieke uitwerking.

Het gaat dan met name om de evaluatie, een beschrijving van de huidige situatie, de benodigde middelen en maatwerk met betrekking tot bepaalde strategieën. Het uitvoeringsprogramma is een combinatie van activiteiten die gezamenlijk en gemeentespecifiek worden opgepakt. Het Hoogheemraadschap was nauw betrokken bij het opstellen van dit PSWR.

1.2

Van GRP naar omgevingsgericht programma

Na het van kracht worden van de Omgevingswet is het GRP niet langer een wettelijk verplichte planvorm, maar kunnen elementen hiervan opgaan in respectievelijk de omgevingsvisie, -plan en -programma. Hoewel de wettelijke verplichting tot het opstellen van een rioleringsplan komt te vervallen is besloten om wel een nieuw plan op te stellen. Het rioleringsplan is immers een effectief planinstrument gebleken om de rioleringszorg te borgen en activiteiten af te stemmen. De omgevingsvisie is een – verplicht door de gemeenteraad op te stellen – integrale visie met strategische beleidskeuzen voor de fysieke leefomgeving en voor de lange termijn. In een omgevingsplan dienen decentrale overheden al hun regels met betrekking tot de leefomgeving bijeen te brengen in één gebiedsdekkende regeling. Om zo goed mogelijk te kunnen aansluiten op de omgevingsvisie en op het omgevingsplan hebben we de traditionele 4

Datum: 21 oktober 2022

PROGRAMMA STEDELIJK WATER EN RIOLERING 2023-2024

opzet van het huidige rioleringsplan aangepast. Dit programma Stedelijk Water en Riolering (PSWR) bevat nu bouwstenen voor de omgevingsvisie, bouwstenen voor het omgevingsplan en een concreet maatregelenprogramma. In dit programma leggen we nog steeds vast hoe we ervoor zorgen dat we aan de zorgplichten voldoen, welke kosten ermee zijn gemoeid en welke inzet van financiële en personele middelen hiervoor nodig is. Dit vormt de beleidsmatige basis voor de rioolheffing.

1.3

Anticiperen op klimaatverandering

Het klimaat is aan het veranderen en dit leidt tot meer extremen. Het wordt natter, droger en warmer en dit brengt grote uitdagingen met zich mee voor de hemelwater- en grondwaterzorg. Het (hemel) watersysteem en de afvalwaterketen moeten de neerslag zo goed als mogelijk kunnen verwerken. Het besef groeit dat dit niet meer uitsluitend met grotere rioolbuizen is op te vangen. Een integrale aanpak is noodzakelijk, met name in samenwerking met de inrichting en het beheer van de bovengrond. Deze aanpak richt zich op afstemming binnen de waterketen, in de openbare ruimte (klimaatadaptatie) en op particulier terrein waarbij we de bewustwording en handelingsperspectief rondom klimaatadaptatie willen versterken. In het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie (DPRA) zijn doelstellingen opgenomen om vanaf 2020 klimaatrobuust te handelen en in 2050 een klimaatbestendige leefomgeving te hebben. De gemeenten in regio Westfriesland hebben in 2021 een gezamenlijke ambitie en strategie met betrekking tot ruimtelijke (klimaat)adaptatie vastgesteld. De ambitie die is gericht op het gelijkhouden van het beschermingsniveau (niveau B). Bij deze ambitie is ook een strategie geformuleerd, zie website Strategie Klimaatadaptatie Westfriesland 2050 (office.com). Om tot de keuze van het gewenste beschermingsniveau te komen is een klimaatstresstest uitgevoerd en de risicodialoog gevoerd.

De effecten van klimaatverandering zijn op het niveau van Westfriesland, de gemeenten en pilotwijken in beeld gebracht. De stresstest geeft weer waar effecten kunnen optreden in het klimaat van 2050. Daarnaast geven de kaarten weer waar bepaalde kwetsbare functies zich, bij een gelijkblijvende inrichting, bevinden. Zie website Stresstest (office.com).

1.4

Doelstelling en geldigheidsduur

Het PSWR is een beleidsplan waarmee we de gemeentelijke watertaken op hoofdlijnen invullen. We leggen vast wat we willen bereiken en wat de rolverdeling is tussen overheid en inwoners/bedrijven ten aanzien van afval-, hemel-, en grondwater. Het PSWR vervult vier hoofdfuncties: 1. Kader gemeentelijke zorgplichten overzicht beleidskeuzes en ambities ten aanzien van stedelijk afvalwater, hemelwater en grondwater en bijdragen aan de zorgplichten oppervlaktewater en drinkwater.

2. Interne afstemming met andere vakdisciplines binnen de gemeentelijke organisatie en met onze waterpartners.

3. Externe afstemming met o.a. bewoners en bedrijven, ontwikkelaars en bouwbedrijven.

4. Continuïteit en voortgangsbewaking vanwege de relatief lange levensduur van stedelijke watervoorzieningen en kapitaalintensieve investeringen is een lange termijn aanpak essentieel (begroting, investeringen en evaluatie).

Als gemeente kunnen we zelf de geldigheidsduur van het plan vaststellen. In de samenwerkingsregio hebben wij afgesproken het plan te laten lopen tot 2027, zodat we gezamenlijk vorm kunnen geven aan een nieuw beleid voor de periode daarna. Omdat ons gegevensbeheer achterloopt en we niet over de goede inzichten beschikken die aan de basis staan van het beleid, willen wij het plan tussentijds te herzien. We kiezen als gemeente Drechterland voor een geldigheidsduur van dit plan van twee jaar: 2023 tot en met 2024. Gedurende deze periode maken wij een inhaalslag met het op orde brengen van ons gegevensbeheer. In 2024 actualiseren we ons beleid voor de periode 2025-2027. Zo lopen we in de pas met de planperiode van onze samenwerkingspartners.

1.5

Leeswijzer

De opzet van voorliggend PSWR is als volgt: Hoofdstuk 2 geeft een beeld van de huidige situatie. Aandachtspunten die hieruit naar voren komen vormen samen met nieuwe ontwikkelingen het vertrekpunt voor het beleid. Hoofdstuk 3 beschrijft onze visie en ambities op de gemeentelijke watertaken binnen vier belangrijke thema’s vanuit de Omgevingswet: 5

Datum: 21 oktober 2022

PROGRAMMA STEDELIJK WATER EN RIOLERING 2023-2024

• • • •

Beschermen van de gezondheid Beschermen van de leefomgeving Bijdragen aan een klimaatbestendige en waterrobuuste omgeving Bijdragen aan de energietransitie en een circulaire economie

In hoofdstuk 4 staan onze strategische invulling van de beleidsvrijheid van de drie gemeentelijke watertaken en wijze van “sturing” centraal. Onze voorgenomen activiteiten en bijbehorende benodigde middelen om ze te kunnen uitvoeren zijn opgenomen in hoofdstukken 5 (uitvoeringsagenda) en 6 (middelen) van dit PSWR. Zaken die meer gerelateerd zijn aan beheer en onderhoud zijn opgenomen in de bijlagen. In de lichtgroene tekstblokken (hoofdstuk 3) hebben we bouwstenen opgenomen voor de Omgevingsvisie; in de lichtoranje tekstblokken (hoofdstuk 4) bouwstenen voor in het Omgevingsplan.

6

Datum: 21 oktober 2022

PROGRAMMA STEDELIJK WATER EN RIOLERING 2023-2024

2

Beeld van de huidige situatie

2.1

Kenmerken

Voor het inzamelen en transporteren van het vrijkomende afval- en regenwater beschikken we als gemeente Drechterland over een vrijvervalrioolstelsel met een totale lengte van meer dan 122 kilometer (zie ook tabel 1). In het buitengebied ligt nog eens 59 kilometer drukriolering en persleidingen. Ons gemeentelijk rioleringssysteem bestaat dus uit riolering die een vrij verval kent en uit mechanische riolering. Bij vrijvervalriolering wordt het afvalwater getransporteerd door de zwaartekracht en omhoog gepompt als de leidingen te diep komen te liggen. Bij mechanische riolering wordt het afvalwater getransporteerd via een veelvoud aan kleine pompen door middel van overdruk (drukriolering) of onderdruk (vacuümriolering). Om ervoor te zorgen dat er bijvoorbeeld tijdens extreme neerslag geen wateroverlast optreedt, is het rioolstelsel voorzien van allerlei bijzondere objecten, zoals overstorten en gemalen. Een compleet overzicht van aantallen en omvang is te vinden in de onderstaande tabel (tabel 1). In het kostendekkingsplan (bijlage E) staat een langetermijnplanning voor vervanging en renovatie van het areaal. De overige lozingspunten lozen overtollig regenwater direct op het oppervlaktewater op het moment dat het rioleringssysteem vol is.

Het geloosde regenwater afkomstig van gescheiden en verbeterd gescheiden riolering is in het algemeen schoner dan het geloosde regenwater afkomstig van gemengde riolering. In Drechterland is ooit gedeeltelijk verbeterd gescheiden stelsel aangelegd. Dit hebben we gedeeltelijk omgebouwd en functioneert nu als gescheiden stelsel. Als gevolg van afkoppelen van verhard oppervlak neemt de vuilbelasting van deze lozingspunten geleidelijk af. Tabel 1 Kenmerken riolering Drechterland

Systeem Vrijverval riolering

Drukriolering Persleidingen Gemalen Drukriolering (pompunits) Randoorziening Externe overstorten HWA-uitlaten Vacuüm/buffer putten Drainage-uitlaten Kolken

DT riolering Meetpunten

Type Gemengd Vuilwater Hemelwater

Hoofdgemalen Oppervlaktewater- gemalen

Met randvoorziening Zonder randvoorziening

3 locaties met drainageputten Hemelwaterstelsel Gemengd stelsel VWA stelsel Grondwater Afvalwater Oppervlaktewater

Omvang 41 31 50 35 24 46 3 400 2 2 44 189 102 39 5.004 524 2.773 5 21 37 79

Eenheid km km km km km st st st st st st st st st st st st km st st st

De toestand van het rioleringsnetwerk wordt op periodieke basis gemonitord door middel van visuele inspectie met een rijdende camera. In de afgelopen jaren is 88 km van de vrijvervalriolering geïnspecteerd, dit is iets minder dan de helft van het areaal. Een derde van de inspecties vond in de afgelopen vijf jaar (2017-2022) plaats. We meten de kwaliteit en kwantiteit van ons stedelijk water. Hiervoor meten 21 vaste meetpunten het grondwater, 37 het afvalwater en 79 het oppervlaktewater. De onderstaande figuur (figuur 1) laat zien wat de leeftijdsopbouw is van het areaal vrijvervalriolering.

7

Datum: 21 oktober 2022

PROGRAMMA STEDELIJK WATER EN RIOLERING 2023-2024

Aanleg lengte riolering (km)

35 30 25 20

Hemelwater riolering Vuilwater riolering

15

Gemengde riolering 10 5 0 1951-1960 1961-1970 1971-1980 1981-1990 1991-2000 2001-2010 2011-heden

Figuur 2-1: Leeftijdsopbouw riolering gemeente Drechterland1

2.2

Terugblik vorige planperiode

Om indien nodig de koers te kunnen bijstellen of de aandacht te verleggen, blikken we terug op de afgelopen planperiode. Het resultaat van deze evaluatie is opgenomen in bijlage D. Samengevat ontstaat het volgende beeld:

Afvalwater Aansluiting op riolering In de vorige planperiode hebben we als gemeente, zoals we ons hadden voorgenomen, gezorgd voor openbaar afvalwaterriool bij percelen binnen de bebouwde omgeving. In het geval er sprake was van sanering van lozingen in het buitengebied, hebben wij als gemeente gekozen voor de smalle zorgplicht. Voor die percelen waar de aanleg van (druk-)riolering niet doelmatig was, is ontheffing aangevraagd bij de provincie. Voor de percelen waarvoor ontheffing is verleend, moest de lozer zelf een watervergunning aanvragen bij het HHNK om te mogen lozen met een andere voorziening. Voor (delen van) de volgende straten in de gemeente Drechterland is ontheffing verleend: De Gouw, de Oudijk, Burgemeester J. Zijpweg, Meilag, de Houterweg, de Hout, Torenweg, Meeweg, Hornweg, Elbaweg, Westerkerkweg, Blokdijk, Hemweg, ’t Wuiver en Slimweg. Concluderend kunnen we stellen dat we de zorgplicht afvalwater hebben ingevuld zoals we deze in het vorige GRP hebben omschreven, met doelmatigheid als leidende factor. Bedrijfsafvalwater Drechterland bestaat voor een redelijk groot gedeelte uit buitengebied. Door bedrijfsprocessen en de toename van aanwezige werkenden, zoals seizoenarbeiders, wordt er hier meer afvalwater geproduceerd. Hier is het afvalwatersysteem van de gemeenten niet op berekend.

Om dit afvalwater in het buitengebied alsnog goed te kunnen verwerken, hebben we behoefte aan betere afspraken over het te lozen bedrijfsafvalwater. Bijvoorbeeld over waterverwerking op locatie. Er zijn in het vorige GRP geen afspraken vastgelegd omtrent de maximale hoeveelheid afvalwater dat een bedrijf mag lozen. We hebben behoefte aan concrete hoeveelheden, toetsingsmogelijkheden en regels, die ook in het activiteitenbesluit van de omgevingsdienst meegenomen zullen worden. IBA’s IBA’s zijn de afgelopen periode duur en niet effectief gebleken. Er zijn afspraken gemaakt met het Hoogheemraadschap om IBA’s uit te faseren.

Hemelwater Afkoppelen

1 Van 2,2 km riolering is het aanlegjaar onbekend

8

Datum: 21 oktober 2022

PROGRAMMA STEDELIJK WATER EN RIOLERING 2023-2024

Bij rioolvervanging was het uitgangspunt voor afkoppelen in de vorige planperiode ‘nee, tenzij’. Afkoppelen gebeurt alleen bewust en doelmatig. Bij afkoppelen proberen we hemelwater zoveel mogelijk bovengronds te verwerken of af te voeren. Om deze reden hebben we niet altijd nieuw hemelwater aangelegd bij afkoppelprojecten. In nieuwbouwwijken wordt de riolering altijd gescheiden aangelegd. Ombouw verbeterd gescheiden naar volledig gescheiden In Drechterland is ooit gedeeltelijk verbeterd gescheiden stelsel (VGS) aangelegd. Om de belasting op de zuivering te verminderen en stijgende elektrakosten te beperken, hebben we de wens om VSG om te bouwen naar GS. Dit hebben we gedeeltelijk gedaan en het stelsel functioneert nu grotendeels als gescheiden (GS). Foutaansluitingen We hebben geen steekproefsgewijze controles gedaan op foutaansluitingen, zoals we ons hadden voorgenomen. We hebben reactief gehandeld bij foutaansluitingen van de riolering. In drukrioleringsgebieden kwam vanzelf in beeld waar riolering foutief is aangesloten, indien dat het geval was hebben we actie ondernomen. Wateroverlast bij een ‘normale hevige bui’ In de vorige planperiode is gebleken dat Drechterland bestendig is tegen een ‘normale’ hevige bui (leidraadbui 08 van stichting RIONED). Indien er zo’n bui plaatsvindt, is er weinig wateroverlast.

Klimaatadaptatie In de afgelopen periode zijn er in gemeente Drechterland geen hevige klimaatbuien geweest die tot ernstige overlast of schade hebben geleid. Om ons voor de toekomst voor te bereiden op dit soort gebeurtenissen, hebben we een regionaal klimaatadaptatieplan opgesteld met daarin de klimaatkwetsbaarheden, een strategie en een uitvoeringsagenda.

Grondwater Grondwateroverlast Sommige wijken in Drechterland kampen met een hoge grondwaterstand. Dit leidt tot water in de kruipruimte van de huizen. Op dit moment voldoen we niet aan de ontwateringsdiepte, dat betekent dat de afstand tussen het grondoppervlak en de hoogste grondwaterstand tussen de ontwateringsmiddelen te klein is. Na een uitvraag bij betreffende woningen in afgelopen periode, werd duidelijk dat de inwoners inmiddels gewend zijn aan deze hoge grondwaterstanden, daarom was er geen aanleiding tot actie. Voorkomen grondwateroverlast In de afgelopen periode is soms wel en soms geen onderzoek verricht naar mogelijkheden voor grondwaterneutrale bebouwing bij nieuwbouw, zoals we ons hadden voorgenomen.

Oppervlaktewater Baggeren Planmatig baggerwerk heeft tot een afname van klachten over de vaardiepte van de vaarwegen geleidt. Wel is de toename van klachten over de groei van exoten in de watergangen. In 2022 is het stedelijk water van Drechterland overgedragen aan het Hoogheemraadschap, op enkele watergangen na waar machinaal onderhoud door het waterschap niet mogelijk is.

Bedrijfsvoering Samenwerking De samenwerking met Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier (HHNK) is goed verlopen. Met HHNK werken we vooral samen op onderhoudsniveau, denk aan het reinigen en inspecteren van kolken, gemalen, het hoofdriool en het reliningsbestek. Op het gebied van gegevensbeheer is minder samengewerkt dan gepland. Hier hebben we al wel stappen voor genomen. In het Afvalwaterakkoord is frequent overleg met HHNK opgenomen: ook dit wordt de komende periode verder uitgebreid. Het gezamenlijke programmaplan is inmiddels ondertekend. Onderhoud In de afgelopen planperiode, zijn we door gebrek aan (personele) capaciteit niet voldoende toegekomen aan klein onderhoud, verbetermaatregelen en reiniging van vrijvervalriolering en duikers. Verder is het onderhoud van het 9

Datum: 21 oktober 2022

PROGRAMMA STEDELIJK WATER EN RIOLERING 2023-2024

rioleringsstelsel (kolken, mechanisch riool) ruim voldoende bijgehouden. Soms zijn de laatstgenoemde constructies vaker gereinigd als gevolg van overmatige lozingen.

Vervanging Op basis van inspecties is vervanging en relining in de afgelopen planperiode afdoende uitgevoerd. Vervanging wordt ingepland op basis van de kwaliteit en de locatie van het riool. Zo wordt riolering op belangrijke locaties zoals verkeersknelpunten eerder vervangen of hersteld dan op locaties met een kleine impact van falen van riolering. We hebben op dit moment geen vastgelegde definitie van wanneer de staat van het riool een risico met zich meebrengt. We hebben nog geen definitieoverzicht opgesteld als basis voor risicogestuurd onderhoud en we zijn ook niet altijd planmatig te werk gegaan door middel van het opstellen van jaarplannen. In Drechterland zijn we nog niet ver met wijkgerichte rioolvervanging dat samenvalt met maatregelen rondom de energietransitie en klimaatadaptatie. Meten en monitoren Op dit moment staan grondwateranalyses op de planning. Peilbuisinformatie wordt niet ontsloten, maar handmatig ingemeten. De waterstand in het riool wordt niet gemeten. Er is daarentegen wel behoefte aan meer meetinformatie, omdat dit belangrijk is voor gerichte vervangingen. In de komende planperiode willen we de opties voor een regionale database van gemaakte metingen verkennen. Databeheer In de afgelopen periode hebben we stappen gezet om ons databeheer voor riolering verder op orde te brengen. Alle drie de SED-gemeenten hebben nu een gezamenlijk beheerprogramma.

We hadden ons daarnaast voorgenomen om de basis te leggen voor integraal werken door data vanuit wegen en groen in hetzelfde beheerpakket onder te brengen. Bij de implementatie hiervan liepen we echter tegen knelpunten aan en is besloten om de regionale aanbesteding hiervoor opnieuw te doen en naar deze planperiode te verschuiven. Tijdens het opstellen van voorliggend plan, werken we in de regio een plan uit waarin gespecificeerd wordt welke gemeentelijke assets in het integrale beheerpakket moeten landen. Afgelopen periode hebben we hard gewerkt om het beheerbestand riolering van Drechterland actueel te krijgen en we hebben revisies bijgehouden. De inhaalslag om het beheerbestand te actualiseren is nog onvoldoende voor een goed beeld van ons areaal. Hierdoor kunnen we nog geen investeringsstrategie bepalen en actualiseren we dit plan in 2024 op basis van een goed beeld van ons areaal. Deze planperiode gaan we aan de slag met het verder op orde brengen van onze beheerdata. Communicatie Met behulp van de tentoonstelling ‘Het riool leeft’, georganiseerd in het gemeentehuis van Drechterland, werden bezoekers geïnformeerd over de zorg voor riolering en water in de gemeente. Er kwamen minder inwoners op de tentoonstelling af dan verwacht. We hebben behoefte aan inzicht in hoe we inwoners beter kunnen bereiken.

Daarnaast voerden we de bewustwordingsactie uit actie ‘wat loos je wel en niet in het riool’’ afgelopen periode.

2.3

Aandachtspunten deze planperiode

Vanuit de evaluatie zijn onderstaande aandachtspunten naar voren gekomen. In onze strategie voor de komende planperiode houden we daar zoveel als mogelijk rekening mee. • • • • •

10

Behoefte aan voldoende personele capaciteit om een inhaalslag te maken in het onderhoud en om over te kunnen stappen op een planmatiger manier van rioleringsbeheer. Daarbij is voldoende capaciteit nodig voor uitdagingen die klimaatverandering met zich meebrengt voor de hemelwater- en grondwaterzorg; We hebben behoefte concrete afspraken en regels over aan te nemen bedrijfsafvalwaterlozingen en toetsing hiervan. We hebben behoefte aan onderhoud van gemeentelijke riolering op particulier terrein. We willen meer aandacht besteden aan klimaat- en waterbewustzijn onder particulieren, en verharding in tuinen ontmoedigen. Ook hiervoor gaan we de komende tijd onderzoeken wat mogelijk is binnen de SED-gemeenten. We hebben behoefte aan een goede basis qua databeheer om wijkgericht en integraal werken vorm te geven waarbij we bij rioolvervanging rekening houden met andere ingrepen voor bijvoorbeeld klimaatadaptatie en energietransitie. Databeheer willen we integraal doen waarbij gegevens over groen en wegen in hetzelfde pakket komen als rioolvervanging.

Datum: 21 oktober 2022

PROGRAMMA STEDELIJK WATER EN RIOLERING 2023-2024

• • •

11

In de komende planperiode willen we aan de slag met een planmatige aanpak van klein onderhoud en reiniging van vrijvervalriolering. In het kader van klimaatadaptatie nemen we extra maatregelen, die boven op de kosten voor rioolvervanging komen. Aandachtspunt om mee te nemen in het kostendekkingsplan. Vanwege hoge kosten voor IBA’s ten opzichte van de effectiviteit, is het uitfaseren van IBA’s een aandachtspunt.

Datum: 21 oktober 2022

PROGRAMMA STEDELIJK WATER EN RIOLERING 2023-2024

3

Visie en ambitie

Dit Programma Stedelijk Water en Riolering laat zien hoe we naast de invulling van onze zorgplichten stedelijk afvalwater, hemelwater en grondwater samen met onze waterpartners de komende jaren ook een bijdrage leveren aan het behalen van maatschappelijke doelen. Het gemeentelijke waterbeheer staat niet op zich, maar is continu in beweging door diverse uitdagingen en ontwikkelingen. De belangrijkste ontwikkelingen en de relatie met het PSWR zijn beschreven in Bijlage C. Met het uitvoeren van de watertaken die voortkomen uit de zorgplichten riolering beschermen we de fysieke leefomgeving. Bij rioolrenovatie, (her)ontwikkelingen of herinrichting van de openbare ruimte willen we kansen pakken om, bij voorkeur samen met inwoners, ook een bijdrage te kunnen leveren aan een klimaatbestendige en waterrobuuste omgeving, betere waterkwaliteit en ecologie (kaderrichtlijn water), de energietransitie, circulaire economie (levensduurverlenging/hergebruik materialen), versterking van de biodiversiteit en duurzame mobiliteit. De groen gekleurde blokken in dit hoofdstuk zijn bouwstenen voor de omgevingsvisie. Beschermen van de gezondheid Gezondheid staat en blijft op nummer één en is ook niet voor niets een verplicht te beschrijven onderdeel in de omgevingsvisie. De rioleringszorg blijft hier een grote bijdrage aan leveren.

We blijven ons huishoudelijk afvalwater binnen en buiten de bebouwde omgeving zo doelmatig en gecontroleerd mogelijk verwerken en de kans op ongewenste lozingen verkleinen. Bij voorkeur via voorzieningen die het huishoudelijk afvalwater zoveel als mogelijk ingesloten houden tot aan de RWZI waar het weer wordt gezuiverd. De lozing van medicijnresten, organische microverontreinigingen en microplastics op het oppervlaktewater vormen op de lange(re) termijn een bedreiging voor onze gezondheid. Om het risico te beperken grijpen we in op díe plaatsen waar dit het meest (kosten)efficiënt is. Bijvoorbeeld bij de rwzi, en/of bij ziekenhuizen, verzorgingscentra e.d. We voorkomen grondwaterverontreiniging en beschermen ons drinkwater door vervuilende activiteiten te weren of gecontroleerd te houden. Op eventuele locaties met grote bodemverontreinigingen zijn we voorzichtig met infiltratie van hemelwater om verspreiding te voorkomen. Bij de introductie van bovengrondse hemelwateropvangvoorzieningen waken we ervoor dat (zeker bij meervoudig ruimtegebruik) er geen nieuwe gezondheidsrisico’s ontstaan, bijvoorbeeld door foutaansluitingen of een voor muggen te aantrekkelijke omgeving. Door ruimtegebrek zullen we bovengrondse functies moeten combineren. Voor het combineren van water en groen zien we voldoende mogelijkheden.

Het combineren van wateropvang en spelen willen we liever niet, gelet op mogelijke gezondheidsrisico’s.

Beschermen van de fysieke leefomgeving en bijdragen aan omgevingskwaliteit Met de invulling van de wettelijke zorgplichten riolering beperken we de kans op (grond)wateroverlast, beschermen we de omgeving/het milieu én bevorderen we hiermee ook een gezonde en aantrekkelijke leefomgeving. In de wetenschap dat de weersextremen toenemen zullen we moeten accepteren dat hinder als gevolg van water op straat vaker voorkomt. Ook zal hierdoor de kans op waterschade toenemen. De ambitie is gericht op het gelijk houden van het huidige beschermingsniveau tegen wateroverlast. Inwoners en bedrijven zullen in 2050 ondanks klimaatverandering even vaak hinder of schade ervaren als nu. Ten behoeve van de oppervlaktewaterkwaliteit leiden we relatief schoon hemelwater zoveel als mogelijk en op een gecontroleerde wijze door de bodem voordat het wordt geloosd op oppervlaktewater. Relatief vuil regenwater afkomstig van industrieterreinen, marktpleinen e.d. blijven we op een kostenefficiënte manier naar de zuivering transporteren. De aanleg van hemelwaterriolering is bij nieuwbouw geen vanzelfsprekendheid meer, perceelseigenaren dienen bij een dergelijke keuze het hemelwater dan op eigen terrein te verwerken. Voor een aantrekkelijke regio sturen we samen met de waterbeheerder op een goede kwaliteit van ons stads- en dorpswater.

In beleid en uitvoering zorgen we ervoor dat het aantal riooloverstortingen niet

12

Datum: 21 oktober 2022

PROGRAMMA STEDELIJK WATER EN RIOLERING 2023-2024

toeneemt en door ons handelen de waterkwaliteit niet verslechtert. Gelet op klimaatverandering is dat nog een hele opgave, aangezien de geloosde hoeveelheden zullen toenemen bij meer langdurige of meer hevige neerslag en bij langdurige droogte de kans op botulisme en blauwalgen toeneemt. Door verhard oppervlak van de riolering te blijven afkoppelen in combinatie met rioolvervanging/reconstructies verlagen we de druk op het rioleringssysteem en hiermee de milieudruk. Op deze manier dragen we bij aan het behalen van de KRW-doelen (Europese Kaderrichtlijn Water). Het grondwaterpeil willen we zoveel als mogelijk laten fluctueren binnen een acceptabele bandbreedte . Locaties met een relatief hoge grondwaterstand achten we minder geschikt voor bebouwing. Op locaties met een relatief hoge grondwaterstand kunnen we het maaiveld verhogen, zodat we voldoende ontwateringsdiepte creëren voor nieuwbouw. Hiervoor verzamelen we praktijkmetingen. In gebieden met een risico op grondwateroverlast, verbeteren we de ontwatering in combinatie met grote reconstructies/herontwikkelingen.

13

Datum: 21 oktober 2022

PROGRAMMA STEDELIJK WATER EN RIOLERING 2023-2024

Bijdragen aan een klimaatbestendige en waterrobuuste omgeving Samen met gemeenten, waterschappen, provincies en het Rijk hebben we in Nederland in 2020 afspraken gemaakt om in 2050 klimaatbestendig en waterrobuust ingericht te zijn (Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie 2018). Door samen te werken met andere partijen in de openbare ruimte en op particulier terrein kunnen we onze gemeente voorbereiden op de gevolgen van klimaatverandering. Sinds 2018 zijn we al gezamenlijk aan de slag om onze klimaatadaptatie ambities te verankeren in beleid en uitvoering (zie https://sway.office.com/QvKcDIvp3dgy2jPr). Bij de aanleg of vervanging van verhard oppervlak houden we rekening met extreme buien. We stellen voorwaarden om in (of in de directe nabijheid van) de nieuwe ontwikkeling bij voorkeur het hemelwater te infiltreren in de bodem en als dat niet gaat het oppervlaktewater te verruimen en hierop te lozen. Vooral in droogtegevoelige gebieden willen we het hemelwater zoveel mogelijk vasthouden om langdurig droge perioden te kunnen overbruggen en de vegetatie beter in stand te kunnen houden. Bij herinrichting van de openbare ruimte houden we rekening met het risico op wateroverlast. Voor straten met een risico op ernstige hinder willen we naast de normale verwerking ook (bovengrondse) wateropvang om zwaardere buien te kunnen opvangen en vertraagd af te voeren.

Kwetsbare infrastructuur zoals ontsluitingswegen en tunnels en straten met een hoog risico op waterschade beschermen we extra goed. Zo blijven belangrijke locaties als ziekenhuizen en hulpverleningsgebouwen goed bereikbaar, ook onder meer extreme weersomstandigheden. Van onze inwoners en ondernemers verwachten we dat ze meewerken om water zo duurzaam mogelijk te verwerken. We kunnen dit als overheden immers niet alleen, een groot deel van het verhard oppervlak ligt namelijk op particulier terrein.

14

Datum: 21 oktober 2022

PROGRAMMA STEDELIJK WATER EN RIOLERING 2023-2024

Bijdragen aan de energietransitie en een circulaire economie Door de energietransitie neemt de druk op de ondergrond toe, er komen immers leidingen bij voor warmtetransport. Bij rioolaanleg of rioolvervanging zullen we daarom meer dan voorheen rekening moeten houden met het ondergronds ruimtebeslag. We groeien door naar integraal programmeren en dragen bij aan het beter in beeld brengen van de ondergrond. We blijven doorgaan met het scheiden en ontvlechten van schone en vuile waterstromen. Met het verlengen van de levensduur van riolering door sleufloze technieken zoals relining of rioolreparaties nemen de kansen af voor het scheiden van waterstromen of een gecombineerde aanpak van boven- en ondergrond. Aan de andere kant zien we relining als duurzaam alternatief voor vervanging vanwege geringe hoeveelheid gebruik van materiaal. We brengen daarom kansrijke locaties voor relinen en afkoppelen vroegtijdig in kaart ter bevordering van een planmatige aanpak. Met het oog op energie- en grondstoffenterugwinning en het beperken van de kans op wateroverlast, zorgen we met de gescheiden inzameling dat eventueel water op straat hygiënischer van kwaliteit is. Zo verlagen we het gezondheidsrisico van (opspattend) water op straat. We zetten de huidige koers van afvalwaterinzameling voort, maar houden oog voor meer doelmatige oplossingen.

Hergebruik van materiaal zien we niet als doel, maar als middel om een bijdrage te kunnen leveren aan de circulaire economie.

Lange termijn doelen Bij het uitvoeren van de gemeentelijke watertaken streven we, binnen de beschikbare middelen en mogelijkheden, de volgende doelen na: Algemeen • Beperken van kostenstijging rioleringszorg: • Beperken van de kwetsbaarheid van de organisatie: • Bijdragen aan klimaatadaptatie • Bijdragen aan de ambitie van regio Westfriesland om tot de top 10 van meest aantrekkelijke regio’s van Nederland te gaan behoren Stedelijk afvalwater • Doelmatige inzameling en transport van stedelijk afvalwater • Voorkomen van ongewenste emissies/gezondheidsrisico’s en beperken overlast voor de omgeving • Bijdragen aan een duurzame verwerking van afvalwater en een optimale inrichting van de waterketen Hemelwater • Doelmatige inzameling en verwerking van hemelwater • Beperken van het risico op wateroverlast • Beperken van de milieubelasting op bodem en oppervlaktewater Grondwater • Voorkomen van structurele grondwaterover- en -onderlast, afgestemd op de functie van het gebied/object • Bijdragen aan de aanvulling van de grondwatervoorraad in droogtegevoelige gebieden Oppervlaktewater • Borgen bergings- en ontwateringsfunctie van het stedelijk oppervlaktewater Drinkwater • Bijdragen aan de bescherming van drinkwatervoorzieningen

15

Datum: 21 oktober 2022

PROGRAMMA STEDELIJK WATER EN RIOLERING 2023-2024

Bewaken van de voortgang Met het periodiek actualiseren van dit PSWR kunnen we tijdig bijsturen op nieuwe ontwikkelingen. Het is gebruikelijk dat dit plan om de ca. vijf jaar wordt geactualiseerd. Met de komst van de Omgevingswet is het denkbaar dat de planperiode meer afhankelijk gaat worden van andere programma’s om zo gezamenlijk het omgevingsprogramma te vormen. Voor de effectiviteit van ons beleid gebruiken we (naast theoretische berekeningen) de gemeten waterkwaliteit en het verloop van het aantal meldingen met betrekking tot (grond)wateroverlast, rioolinstortingen en stank. Met het periodiek uitvoeren van klimaatstresstesten (wateroverlast, hittestress, droogte) houden we een vinger aan de pols met betrekking tot de voortgang die we boeken met de aanpak van kwetsbare locaties. Het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier doet ditzelfde voor waterveiligheid.

16

Datum: 21 oktober 2022

PROGRAMMA STEDELIJK WATER EN RIOLERING 2023-2024

4

Strategie en verankering

Om het wensbeeld zoals omschreven in de visie te bereiken stellen we per planperiode een uitvoeringsprogramma op en stellen we zo nodig de beleidskoers bij. Met de Omgevingswet ontstaat meer vrijheid in beleid (“ja mits” in plaats van “nee tenzij”). We staan hiermee voor de keuze om hetgeen we willen juridisch goed te verankeren of te werken op vertrouwensbasis. In algemene zin houden we vast aan de bestaande koers en de bijbehorende beleidskaders. Dit betekent dat we overwegend inzetten op reguleren en bijsturen/loslaten op punten waar we vinden dat het doelmatiger kan. De beleidsregels gaan we opnemen in het omgevingsplan. Waar van toepassing is dit weergegeven in de licht oranje gekleurde kaders. Samen met de waterverordening van het waterschap weet de gebruiker dan goed waar deze aan toe is bij een ruimtelijke ontwikkeling en bij het gebruik van de riolering.

4.1

Afspraken met betrekking tot de waterketen Westfriesland

In de Bestuurlijke samenwerkingsovereenkomst waterketen Noorderkwartier 2021-2030 hebben de inliggende gemeenten, het Hoogheemraadschap en PWN afspraken gemaakt. De zeven Westfriese gemeenten en het Hoogheemraadschap hebben de regionale speerpunten uitgewerkt in de Bestuurlijke samenwerkingsovereenkomst waterketen Westfriesland 2021-2030. Deze afspraken zijn als volgt: • • •

Opstellen gezamenlijk rioleringsbeleid; Gemeenten en waterschap leggen afspraken vast in afvalwaterakkoorden Gemeenten en waterschap verbeteren het functioneren van de afvalwaterketen zowel kwantitatief als kwalitatief door: – Rioolvreemd water te verminderen – VGS-stelsels waar mogelijk om te bouwen naar GS-stelsels – Beter zicht en grip op indirecte lozingen – Opsporen en herstellen foutaansluitingen – Doelgericht te meten en te monitoren – Verkenning optimalisatiemogelijkheden afvalwaterketen – Inventarisatie kansen hergebruik en terugwinning stoffen/energie • Partijen voeren de waterketentaken doelmatig uit door: – Te streven naar eenzelfde format voor de meerjarenplannen – Te zorgen voor inzicht in ligging en toestand van de aanwezige voorzieningen – Gezamenlijk in beeld te brengen hoe incidenten kunnen worden afgehandeld en dit vast te leggen in een calamiteitenplan Bij de strategische uitwerking van de zorgplichten is met deze afspraken rekening gehouden.

4.2

Zorgplicht stedelijk afvalwater

Inzameling en transport van huishoudelijk afvalwater binnen de bebouwde kom Binnen de regio Westfriesland zijn (vrijwel) alle percelen aangesloten op de riolering of voorzieningen met eenzelfde graad van milieubescherming. Dit betekent dat er geen ongezuiverde afvalwaterlozingen plaatsvinden. Duurzaamheid vinden we belangrijk, ook in ons waterbeheer. We gaan daarom door met het afkoppelen en scheiden van afval- en hemelwater (mits doelmatig) om zo het aanbod en de samenstelling van het afvalwater te optimaliseren voor verwerking in de energie- en grondstoffenfabriek van het waterschap en energiekosten te besparen op het transport van hemelwater. Tijdens hevige en/of langdurige neerslag kan afvalwater vermengd met regenwater overstorten op het oppervlaktewater. Via een netwerk van sensoren registreren we de overstortingsgebeurtenissen en houden we een vinger aan de pols. Samen met het waterschap zorgen we ervoor dat de effecten op het (water)milieu aanvaardbaar zijn. Hiertoe volgen we samen met onze waterpartners een immissiegerichte aanpak. Voor een verdere emissiereductie zetten we in op afkoppelen van verhard oppervlak. We volgen de ontwikkelingen met betrekking tot het zuiveren van medicijnresten om dit probleem zo doelmatig mogelijk te kunnen benaderen.

17

Datum: 21 oktober 2022

PROGRAMMA STEDELIJK WATER EN RIOLERING 2023-2024

Figuur 4-1: Dagelijks zijn rioolmedewerkers in de weer voor een probleemloos afvalwatertransport

Aandachtpunt is rioolvreemd water afkomstig uit sloten, drainage en binnensijpelend grondwater. Locaties waar we vermoeden dat oppervlaktewater via overstortdrempels het rioolstelsel instroomt en grondwater dat bijvoorbeeld via drainage en/of lekke verbindingen binnenkomt onderzoeken we nader. Inzamelen van afvalwater bij nieuwbouw Bij nieuwbouw leggen we in principe een gescheiden rioolstelsel aan voor de inzameling van afval- en hemelwater. Percelen bij nieuwbouw en grote gebiedsontwikkelingen worden altijd voorzien van gescheiden aansluitingen. Bij kleine (her)ontwikkelingen in gemengd gerioleerd gebied leggen we gescheiden riolering aan. We accepteren dat we als tijdelijke overbrugging soms moeten aansluiten op het bestaande (gemengde) systeem totdat op een later moment de gelegenheid zich aandient om het stelsel over te sluiten op nieuw aangelegde hemelwaterriolering. Omgaan met bedrijfsmatige lozingen Bedrijfsmatige lozingen zijn niet altijd goed in beeld of zorgen voor een ondoelmatige werking van het systeem, bijvoorbeeld als wasplaatsen lozen op drukriolering. Waar van toepassing, willen we als gemeente en waterschap het gesprek met bedrijven aangaan om alternatieve lozingsroutes af te wegen. Doelmatige verwerking Volgens de huidige wetgeving dient te worden aangesloten op riolering als wordt voldaan aan een afstandscriterium.

Dit afstandscriterium staat soms een meer doelmatige verwerking van afvalwater in de weg, bijvoorbeeld als de beheer- en onderhoudskosten van het bestaande systeem erg hoog zijn en/of als er lokaal behoefte is aan water of er 18

Datum: 21 oktober 2022

PROGRAMMA STEDELIJK WATER EN RIOLERING 2023-2024

initiatieven bestaan om grondstoffen in het afvalwater terug te winnen en te hergebruiken. De Omgevingswet voorziet in deze behoefte en biedt meer vrijheden. Zo kunnen gemeenten en waterschap zonder tussenkomst van de provincie gezamenlijk afspraken maken en is er meer beleidsvrijheid voor decentrale verwerking. HHNK is eind 2022 bezig is om de lozingsregels voor lokale zuiveringsvoorzieningen in het buitengebied aan te scherpen in een nieuwe waterschapsverordening. Achterliggende reden is dat uit onderzoek is gebleken dat het effluent van zuiveringsvoorzieningen van groepsaccommodaties in het buitengebied in de meeste gevallen lang niet voldoet aan de lozingseisen. De ontheffing van de zorgplicht die de provincie nu nog moet afgeven als een gemeente stedelijk afvalwater in het buitengebied niet wil inzamelen komt met de Omgevingswet te vervallen. De provincie heeft in de Omgevingswet echter wel andere middelen ter beschikking om zo nodig invloed uit te oefenen op de keuzes die gemeenten hierover maken: algemene instructieregels in de omgevingsverordening en zelfs individuele instructies. Met het verdwijnen van de ontheffingsbevoegdheid buitengebied (GS) dient de gemeente vast te leggen waar de inzameling en verwerking van afvalwater wordt overgelaten aan de perceeleigenaar.

In samenspraak met het waterschap kan de gemeente bepalen of een particulier bijvoorbeeld een eigen afvalwaterzuivering mag installeren.

Voor een meer doelmatige verwerking van het afvalwater gaan we in regionaal verband de komende planperiode een gebiedsspecifiek doelmatigheidscriterium opstellen. Met dit criterium kunnen we een betere afweging maken bij vervanging van een bestaande voorziening of aanleg van een nieuwe voorziening. We kiezen ervoor om vooralsnog de huidige algemene regels met betrekking tot de inzameling en het transport van huishoudelijk afvalwater vooralsnog ongewijzigd te laten. In de planperiode gaan daarnaast aangescherpte lozingsregels voor lokale zuiveringsvoorzieningen in het buitengebied gelden vanuit HHNK. Op termijn voorzien we dat het afstands- en omvangscriterium mogelijk kan worden vervangen door een nieuw doelmatigheidscriterium en dat we het meer gebiedsspecifiek gaan benaderen. Op basis hiervan stellen we ten behoeve van het omgevingsplan een digitale kaart op met daarin opgenomen een onderscheid in te rioleren gebieden en ongerioleerde gebieden. Deze kaart vormt de basis voor een werkingsgebied van de lozingsregels voor huishoudelijk afvalwater. De bestuurders van de gemeenten met IBA's in Noorderkwartier en HHNK hebben in juli 2021 besloten dat de IBA’s omwille van het beheer en onderhoud in de komende jaren worden uitgefaseerd.

Een mogelijke vervangingsstrategie voor de bestaande IBA's, in eigendom van de gemeente en in beheer bij het waterschap, is het gefaseerd vervangen door verbeterde septic tanks (het wettelijk minimum) en deze over te dragen aan de gebruiker (bewoners). Duurzame afvalwaterketen We willen als maatschappij toewerken naar een circulaire economie. Ook de waterketen kan hier een rol inspelen. Zo worden bijvoorbeeld al reststoffen van drinkwaterproductie bijna volledig nuttig hergebruikt en wordt bij de afvalwaterzuivering ingezet op het terugwinnen van verschillende stoffen. Gezuiverd afvalwater kan bijvoorbeeld ook worden ingezet om droogte te voorkomen. Op het vlak van riolering zijn er mogelijkheden in o.a. hergebruik van materiaal van rioolbuizen en -putten en zand dat bij reiniging vrijkomt. De levering van drinkwater en het transporteren en zuiveren van afvalwater kost energie. Bij vervanging van onderdelen kijken we naar eventuele meer duurzame alternatieven die ook een robuuste werking garanderen. We volgen de ontwikkelingen op dit punt en benutten eventuele kansen die zich voordoen.

Per zuiveringskring gaan we als waterpartners het energieverbruik in de schakels van de waterketen analyseren en de mogelijkheden onderzoeken om het energieverbruik te verminderen en het aanbod van afvalwater zo goed als mogelijk af te stemmen op de vraag, zowel kwantitatief als qua samenstelling. Problematiek WKO-lozingen Warmte-koude-opslag (WKO) installaties worden steeds vaker toegepast voor het verwarmen en koelen van woningen, kantoren en industrie. Bij de aanleg en in veel gevallen ook bij het onderhoud aan een WKO wordt het spoelwater geloosd op de riolering. De frequentie van pieklozingen kan in de toekomst toenemen, wat het functioneren van het rioolstelstel kan verstoren. We missen nu een volledig beeld van de locaties van WKO’s en mogelijke negatieve effecten op de omgeving. In deze planperiode is dan ook een inventarisatie en onderzoek naar potentiële effecten gepland.

19

Datum: 21 oktober 2022

PROGRAMMA STEDELIJK WATER EN RIOLERING 2023-2024

Afhankelijk van de uitkomst van de inventarisatie en het onderzoek kunnen we besluiten om hier vanuit de verschillende bevoegde gezagen strakker op te gaan sturen met inzet van bijvoorbeeld een programma van eisen of juridische instrumenten.

4.3

Zorgplicht hemelwater

Verwerking van hemelwater De aandacht voor het anders omgaan met hemelwater neemt toe. In plaats van het water zo snel mogelijk af te voeren willen we het vasthouden om lange perioden van droogte te overbruggen en tijdelijk bovengronds bergen om wateroverlast bij extreme neerslag te voorkomen. Het blijven verruimen van rioolbuizen is immers geen optie als gevolg van de beperkte ruimte in de ondergrond en de hoge kosten. We streven ernaar om het rioleringssysteem en de bijbehorende openbare ruimte zoveel mogelijk klimaatbestendig in te richten. We stemmen hierbij af met andere disciplines en maken een gezamenlijke afweging. Hierbij zoeken we meekoppelkansen en maken werk-met-werk. De werkzaamheden in de openbare ruimte betreffen het realiseren van (tijdelijke) waterberging, waarbij we streven naar het zichtbaar maken van water, het verhogen van de belevingswaarde en integratie van water met groen. Door praktijkervaringen (meldingen waarnemingen van bewoners) te monitoren verbeteren we het zicht op het daadwerkelijk functioneren van de voorzieningen. Ook stimuleren we oppervlakkige afvoer van regenwater, zodat eventuele gebreken direct zichtbaar zijn. We hanteren de voorkeursvolgorde vasthouden-bergen-afvoeren voor de omgang met hemelwater: • • •

Vasthouden: doorlatende goten, groene daken, infiltratie in terreinverlagingen in groen, enz. Bergen: overtollig hemelwater bergen we eerst in het stedelijk watersysteem; Afvoeren: pas bij volledige benutting van de berging voeren we het overtollige hemelwater af naar het regionale watersysteem. Als de afvoer naar het regionale watersysteem meer is dan in de huidige situatie, vindt afstemming met het waterschap plaats.

• Beperken risico op wateroverlast Omdat de capaciteit van het rioleringssysteem vanuit economisch oogpunt beperkt is, kan het voorkomen dat in meer of mindere mate een vorm van overlast optreedt. Hierbij maken we onderscheid naar hinder, ernstige hinder en waterschade. DEFINITIE van Hinder, Ernstige hinder, Waterschade -

Hinder heeft de volgende kenmerken: – kortdurende periode van water op straat; – waarbij verkeer nog mogelijk is. – duur in de orde van grootte van 15-30 minuten

-

Ernstige hinder heeft één van de volgende kenmerken: – langer durende periodes van water op straat; – verkeer is niet meer overal mogelijk (ondergelopen tunnels, opdrijvende putdeksels). – duur in de orde van grootte van 30-120 min.

•

Waterschade heeft één van de volgende kenmerken: – – –

20

(grote) economische schade; gezondheidsschade (ziekten of letsels die direct te relateren zijn aan water op straat); materiële schade als gevolg van water in (winkel)panden.

Datum: 21 oktober 2022

PROGRAMMA STEDELIJK WATER EN RIOLERING 2023-2024

Figuur 4-2: Water op straat in de vorm van hinder (verkeer is nog net mogelijk)

De Westfriese gemeenten stelden in het voorjaar van 2021 de gezamenlijke ambitie voor klimaatadaptatie vast. Die komt neer op een gelijke bescherming ondanks een veranderend klimaat. Met dit ambitieniveau zetten we actief in op het meegroeien met de klimaatverandering. We richten ons op een beschermingsniveau dat vergelijkbaar is met dat van nu. In 2050 zullen we, ondanks de klimaatverandering die we nu verwachten, even vaak hinder of schade ervaren door wateroverlast, hitte, droogte en waterkwaliteit als nu. Zo bieden we onze inwoners, ondernemers en bezoekers een even goede bescherming als nu. We benutten klimaatadaptatie actief om waarde toe te voegen aan onze stedelijke leefomgeving, bijvoorbeeld door bovengrondse ‘groene’ maatregelen. Als gemeente zijn we aan zet en stimuleren bewoners, ondernemers en partners om mee te doen. Ook zetten we in op bewustwording via campagnes en eventuele (financiële) stimulering. We zetten in op integraal programmeren om zo per wijk het meest optimale plaatje te bereiken.

21

Datum: 21 oktober 2022

PROGRAMMA STEDELIJK WATER EN RIOLERING 2023-2024

Figuur 4-3: Met een combinatie van ondergrondse en bovengrondse infrastructuur houden we het beschermingsniveau tegen wateroverlast gelijk

Vermijden van hinder in bestaande situatie Bij elke nieuwe aanleg of vervanging van riolering moeten we ver vooruitkijken. De buizen gaan immers gemiddeld zo’n 60-80 jaar mee. Bij de hydraulische toetsing van het rioolontwerp gingen we tot op heden uit van een bui een frequentie van eenmaal per 2 jaar (bui 8 uit de kennisbank Riolering). Bij deze neerslaghoeveelheid ontstaat nog net geen hinder. Door klimaatverandering verwachten we dat een dergelijke bui echter vaker gaat voorkomen. We staan dus voor de keuze om te kiezen voor een zwaardere toetsbui en/of het verwerken van hogere neerslagintensiteiten in de bovengrondse ruimte. In geval van een zwaardere toetsbui ligt het voor de hand om te kiezen voor bui 9 uit de kennisbank Riolering. Deze bui heeft nu een frequentie van eenmaal per 5 jaar, maar ook deze bui zal in de toekomst naar verwachting vaker voorkomen. We kiezen voor toetsing op water-op-straat bij bui 9 uit de kennisbank Riolering. De nieuwe composietbuien in de kennisbank vormen een nieuwe ontwikkeling, die we eerst gaan verkennen. In het geval de meerkosten voor “een maatje meer” relatief laag zijn beschouwen we dit als een doelmatige oplossing om het beschermingsniveau gelijk te houden. Dit neemt niet weg dat we ook de bovengrond in beschouwing nemen.

We gaan een systeemoverzicht stedelijk water (SSW) opstellen om verbetermaatregelen in beeld te brengen om en knelpunten in bestaand bebouwd gebied op te lossen. Vermijden van hinder bij nieuwbouw en herontwikkeling Bij het ontwerp van nieuwe rioleringssystemen is er meer flexibiliteit. Deze ontwerpen we op een maatgevende bui met een huidige frequentie van eenmaal per 5 jaar (bui 9 uit de kennisbank Riolering). Bij deze ontwerpbelasting moet de waakhoogte minimaal 30 cm bedragen tenzij er een meer doelmatige oplossing is. Klimaatadaptieve inrichting Door klimaatverandering krijgen we te maken met extremere weersomstandigheden. Dat is niet alleen de verwachting voor de lange termijn maar is ook nu al steeds meer voelbaar. We anticiperen op de toename van extreme buien en proberen met een klimaatadaptieve en waterrobuuste inrichting te voorkomen dat de kans op wateroverlast en schade toeneemt. We benutten de openbare ruimte voor de aanleg van (bij voorkeur bovengrondse) berging en het reduceren van verhard oppervlak. Door voldoende water en groen aan te leggen in bebouwde gebieden kunnen we naast wateroverlast bovendien bijdragen aan het verlagen van hittestress en het beter kunnen overbruggen van langdurig droge perioden. Waar mogelijk stapelen we functies. Retentievijvers, waterpleinen en wadi’s lenen zich uitstekend voor een multifunctioneel gebruik.

Gezien de investeringen is het maatschappelijk niet verantwoord om een rioolstelsel op calamiteiten te dimensioneren. Onderstaande tekst beschrijft voor welk beschermingsniveau wij kiezen voor verschillende situaties.

22

Datum: 21 oktober 2022

PROGRAMMA STEDELIJK WATER EN RIOLERING 2023-2024

Bestaande situatie Aangezien een groot deel van het afvoerend verhard oppervlak is gelegen op particulier terrein, zullen zij ook een inspanning moeten leveren om wateroverlast en schade tijdens klimaatbuien te beperken. We stimuleren onze inwoners om tuinen te ontstenen en om water op te vangen. Nieuwbouw en herontwikkeling We passen de intentieovereenkomst klimaatbestendige nieuwbouw MRA en Noord-Holland die wij in februari 2022 zijn aangegaan toe. Dit betekent dat de norm bij nieuwbouw ligt op geen schade bij 70 mm in een uur (herhalingskans 1/100 jaar in 2050). Aangezien hemelwaterriolering bij nieuwbouw wordt gedimensioneerd op bui 9 uit de kennisbank Riolering (~30mm in een uur), dient er nog 40mm in de bovengrond vastgehouden te worden op een locatie waar het geen schade aanricht. Voor vitale en kwetsbare infrastructuur geldt dat voorzieningen moeten functioneren en bereikbaar blijven bij 90 mm in een uur (herhalingskans 1/250 jaar in 2050). In deze planperiode gaan we eisen voor verwerking van hemelwater op eigen terrein specificeren en vaststellen. Bij herontwikkelingen is soms sprake van sloop en herbouw of het bebouwen van braakliggende terreinen. Hierdoor bestaat er in veel gevallen netto geen toename van het verhard oppervlak en is er voor de ontwikkelende partij niet direct een opgave.

Juist bij dergelijke ontwikkelingen kunnen we kansen pakken om een bijdrage te leveren aan o.a. het tegengaan van verdroging en het oplossen van eventuele wateroverlast. Per situatie beoordelen we de kansrijkheid en gaan desgewenst het overleg met de ontwikkelende partij aan. Voor directe lozing op oppervlaktewater geldt, met betrekking tot watercompensatie, het beleid van het hoogheemraadschap. Voor herinrichtingsprojecten biedt dit programma water en riolering, samen met andere programma’s zoals groen en verhardingen houvast. Voor (her)ontwikkelingen willen we onderscheid maken tussen geen verplichting (bijvoorbeeld een kleine aanbouw), een kleine verplichting en een grote verplichting. Kleine verplichting Binnen de bebouwde omgeving bestaat bij kleine (her)ontwikkelingen zoals bijvoorbeeld de (ver)bouw van een luxe villa minder flexibiliteit om duurzaam om te gaan met hemelwater dan bij een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling. Om deze reden willen we bij kleine (her)ontwikkelingen een eis van bijvoorbeeld 10-15 mm waterberging op basis van iedere op de gemeentelijke riolering afwaterende m2 verharding (inclusief daken) binnen het plangebied gaan eisen. Vanuit praktische overwegingen stellen we een ondergrens (van bijvoorbeeld 50 m 2) aan het in beschouwing te nemen oppervlak. Geringe aanpassingen leiden hierdoor niet direct tot een eis.

Grote verplichting Een grote (her)ontwikkeling biedt voldoende ruimte om het plangebied op een meer duurzame wijze te kunnen ontwikkelen. Voor een dergelijke ontwikkeling willen we een eis van bijvoorbeeld 60-80 mm waterberging op basis van iedere op de gemeentelijke riolering afwaterende m2 verharding (inclusief daken) binnen het plangebied gaan eisen. Aanvullende verplichting In het geval een plangebied groter is dan bijvoorbeeld 1 ha willen we via een maatwerkoplossing komen tot een inspanning die ook een bijdrage levert aan biodiversiteit, het tegengaan van hittestress en verdroging.

23

Datum: 21 oktober 2022

PROGRAMMA STEDELIJK WATER EN RIOLERING 2023-2024

We willen hierbij te werk gaan volgens onderstaand denkraam. Bij een herinrichting programmeren we verbetermaatregelen en toetsen we periodiek of we ons daar ook aan hebben gehouden. Bij een (her)ontwikkeling verwijzen we bij een directe lozing op oppervlaktewater naar de bestaande beleidsregels van HHNK (keur) en bij een lozing van hemelwater op de gemeentelijke riolering naar beleidsregels die we nader gaan uitwerken.

Omgaan met (sterk) vervuilde oppervlakken Hemelwater afkomstig van daken is relatief schoon en lozen we, waar mogelijk, direct in de bodem, of op oppervlaktewater. Afstromend wegwater afkomstig van sterk vervuilde oppervlakken zoals bedrijven- of industrieterreinen met veel op- en overslag of bijvoorbeeld marktpleinen/busbanen e.d. transporteren we bij voorkeur naar de rwzi. Om te voorkomen dat relatief veel schoon regenwater van verbeterd gescheiden stelsels naar de rwzi wordt getransporteerd optimaliseren we deze rioleringssystemen, bijvoorbeeld via een (tijdelijke) afschakeling van pompen of wellicht op termijn via sturing op waterkwaliteit. Dit is en blijft telkens maatwerk, waarin we als gemeente en waterschap samen optrekken. Volgens de huidige Algemene Rijksregels mag afvloeiend hemelwater alleen in een vuilwaterriool worden geloosd als het lozen op of in de bodem, in een voorziening voor de inzameling en het transport van afvalwater, die geen vuilwaterriool is, of op een oppervlaktewaterlichaam redelijkerwijs niet mogelijk is*. We kiezen ervoor om de huidige algemene regels met betrekking tot het lozen van afvloeiend hemelwater ongewijzigd te laten. Lozing van hemelwater op drukriolering vinden we niet acceptabel, hiervoor treden we handhavend op.

*Dit is niet van toepassing op het lozen van afvloeiend hemelwater dat al plaatsvond voordat het Activiteitenbesluit milieubeheer of het Besluit lozen buiten inrichtingen op de lozing van toepassing werd.

Afkoppelen verhard oppervlak / scheiden van waterstromen Om het rioleringssysteem te ontlasten, het aanbod van afvalwater op de rioolwaterzuiveringsinstallatie te optimaliseren en langdurige perioden van droogte te kunnen overbruggen gaan we door met het scheiden van waterstromen, afkoppelen van verhard oppervlak en bijdragen aan vergroening, mits doelmatig. De ambitie is om regenwater te kunnen hergebruiken op momenten dat dat nodig is. Het afkoppelen van verhard oppervlak zal niet altijd mogelijk of doelmatig zijn, zeker in dicht bebouwd (centrum)gebied. Ook zijn er andere ontwikkelingen als de energietransitie of bijvoorbeeld de mogelijke aanleg van glasvezelkabels. Deze ontwikkelingen bieden wellicht kansen (werk met werk maken), maar kunnen ook de resterende ondergrondse ruimte verder beperken. Dit vereist een integrale aanpak.

24

Datum: 21 oktober 2022

PROGRAMMA STEDELIJK WATER EN RIOLERING 2023-2024

Vooralsnog gaan we uit van een kansgerichte benadering. Mocht op de langere termijn blijken dat het noodzakelijk is om af te koppelen om daarmee het risico op wateroverlast te verkleinen, kan een gebiedsgerichte afkoppelverplichting een mogelijk volgende stap zijn.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12229463/1