Bijlage Omgevingsprogramma Bomen Drechterland 2021 (2021-51)
Tekst van het document
OMGEVINGSPROGRAMMA DRECHTERLAND
Omgevingsprogramma Bomen
GEMEENTE DRECHTERLAND
JUNI 2021
Pagina 0 van 24
OMGEVINGSPROGRAMMA DRECHTERLAND
In dit Omgevingsprogramma zijn de doelstellingen uit de deelvisie Bomen voor de gemeente Drechterland praktisch uitgewerkt richtlijnen, beleidskaders, normen en werkwijzen.
COLOFON Juni 2021 Opgesteld door Bomenwacht Nederland Josien Durieux, Adviseur Beleid en Communicatie Susanne Driessen, Adviseur Beleid en Groene Wetgeving Peter van Es, Adviseur Beheer Merlijn Boeles, Adviseur Beleid Erik van den Eijkel, Adviseur GIS en Data In opdracht van de SED organisatie, in afstemming met: Harry Meester Henry Bouwman Foto’s: Maura Huig (voorblad), Anja Groen (achterblad)
Pagina 1 van 24
OMGEVINGSPROGRAMMA DRECHTERLAND
INHOUD Inhoud Omgevingsprogramma Bomen .................................................................. 3 Leeswijzer .............................................................................................................. 3 1.
Samenhang instrumenten Omgevingswet ..................................................... 4 Deelvisie bomen ..................................................................................................... 4 Omgevingsprogramma Bomen ............................................................................... 4 Uitvoeringsagenda.................................................................................................. 4
2.
Status ................................................................................................................ 5
3.
Werkwijze en doorlooptijd project .................................................................. 6
4.
Uitwerkingen per doelstelling ......................................................................... 7 A. Kwalitatief goed bomenbestand ......................................................................... 7 B. Toegankelijk en goed functionerend openbaar groen ........................................ 9 C. Versterking biodiversiteit .................................................................................. 12 D. Interne en externe communicatieprocessen optimaliseren .............................. 14 E. Bewonersparticipatie bij herinrichting ............................................................... 15 F. Indeling van het bomenbestand naar beleidsstatus ......................................... 16 G. Duurzaam behoud van de aanwezige bomen ................................................. 19 H. (Her)inrichting met nieuwe bomen ................................................................... 22
Overzicht bijlagen ................................................................................................... 24 Tot slot..................................................................................................................... 25
Pagina 2 van 24
OMGEVINGSPROGRAMMA DRECHTERLAND
INHOUD OMGEVINGSPROGRAMMA BOMEN In dit Omgevingsprogramma Bomen worden de beleidsdoelstellingen voor bomen verder uitgewerkt naar praktische handvatten voor uitvoering. 1. Samenhang instrumenten Omgevingswet 2. Werkwijze 3. Status 4. Uitwerkingen per doelstelling.
Leeswijzer Het Omgevingsprogramma Bomen is opgesteld voor de gemeenteraad van gemeente Drechterland en medewerkers van de SED organisatie. Het is opgezet in de vorm van een hoofdrapport dat voor u ligt en bijlagen. In dit rapport worden uitwerkingen van de Deelvisie Bomen genoemd. In de bijlagen is een verdere detaillering en onderbouwing te vinden in de vorm van richtlijnen, beleidskaders, normen en werkwijzen. De acties waartoe in dit Omgevingsprogramma Bomen aanzet wordt gegeven, zijn opgenomen in de Uitvoeringsagenda Bomen, bijlage 21.
Pagina 3 van 24
OMGEVINGSPROGRAMMA DRECHTERLAND
1. SAMENHANG INSTRUMENTEN OMGEVINGSWET Deelvisie bomen In 2020 is de Deelvisie Bomen opgesteld (zie bijlage 1). De Deelvisie Bomen is een op bomen gerichte uitwerking van de omgevingsvisie die bij het opstellen van deze deelvisie in voorbereiding is. Onderstaande deelvisie is uitgesplitst in 8 doelstellingen waarbij steeds een aantal uitwerkingen zijn voorgesteld.
EEN PRETTIGE, VEILIGE, GROENE LEEFOMGEVING MET EEN DUURZAAM BOMENBESTAND
Omgevingsprogramma Bomen In dit Omgevingsprogramma Bomen zijn de uitwerkingen die in de deelvisie per doelstelling zijn voorgesteld, verder ingevuld. Hiervoor zijn onder andere beleidskaders, richtlijnen, beslisbomen, normen en werkwijzen opgesteld. Met deze uitwerkingen krijgt de Deelvisie Bomen naast een kaderstellend karakter ook een uitvoerend karakter en worden de doelstellingen stevig verankerd in een voortgaand praktisch proces. Het Omgevingsprogramma Bomen is ook van toepassing op de over te nemen bomen van het HHNK zodra deze ook daadwerkelijk overgedragen zijn in het kader van de wegenoverdracht. Alle betrokken partijen die binnen de SED organisatie bouwen aan de fysieke leefomgeving, kunnen voor de gemeentelijke rol terugvallen op dit omgevingsprogramma.
Uitvoeringsagenda Niet alle uitwerkingen kunnen vanuit het Omgevingsprogramma Bomen direct worden uitgevoerd of toegepast. Wel kan worden aangegeven wat de prioriteit van vervolgacties is, zoals het opstellen van een concreet plan van aanpak, planning en begroting. Deze Uitvoeringsagenda Bomen is te vinden in bijlage 21. Samen met andere Omgevingsprogramma’s wordt zo de gemeentelijke Uitvoeringsagenda gevormd.
Pagina 4 van 24
OMGEVINGSPROGRAMMA DRECHTERLAND
Flexibel De Omgevingsprogramma’s kunnen op onderdelen worden gewijzigd of aangevuld en bestuurlijk vastgesteld door het College van B&W als de situatie daarom vraagt. Daarmee wordt een Omgevingsprogramma geen star document, maar kan deze flexibel worden ingezet om vorm te geven aan de ambities over een langere termijn met een mogelijk veranderende tijdsgeest. Wat steeds overeind blijft, zijn de hoofdlijnen uit de deelvisie Bomen en daarmee de stippen op de horizon. Ook onderwerpen waarover niets in de Omgevingsvisie staat, mogen worden opgepakt in een programma. Als dat onderwerp niet zou passen binnen het brede beleidsmatige kader van de Omgevingsvisie, is dat een indicatie dat aanpassing van de visie nodig is.
2. STATUS Na vaststelling kan het Omgevingsprogramma Bomen gebruikt worden als definitief uitvoeringsbeleid. Het Omgevingsprogramma Bomen heeft geen vooraf vastgestelde doorlooptijd, het is flexibel aan te passen in een doorlopende beleidscyclus.
Pagina 5 van 24
OMGEVINGSPROGRAMMA DRECHTERLAND
3. WERKWIJZE EN DOORLOOPTIJD PROJECT 18 februari, 2 maart, 9 maart en 16 maart 2021.
Dit Omgevingsprogramma is tot stand gekomen dankzij ambtelijke input vanuit diverse beleidsvelden. Aan de hand van praktijkvoorbeelden, ervaringen en gebiedsspecifieke kenmerken zijn de wensen en verwachtingen gedeeld. In 4 werksessies zijn steeds een aantal doelstellingen van de Deelvisie Bomen besproken. De verslagen van de werksessies zijn opgenomen in bijlage 2a t/m 2d.
23 maart
Nadat alle wensen en verwachtingen zijn opgehaald, is door Bomenwacht Nederland een uitwerkingsvoorstel gemaakt. In totaal worden 31 producten opgesteld, van beleidskader tot input voor de LIOR, en van communicatiematrix tot voorkeurssortimentslijst van bomen met hoge ecologische waarde. Deze productenlijst is met de ambtelijk opdrachtgever besproken en akkoord bevonden. Ieder product is uitgewerkt en als bijlage (3 t/m 21) opgenomen bij dit Omgevingsprogramma.
30 maart t/m 23 april
In het concept Omgevingsprogramma is per doelstelling toegelicht welke producten zijn uitgewerkt en welke activiteiten op de Uitvoeringsagenda gezet moeten worden. Als bijlagen zijn alle producten toegevoegd. Wanneer relevant, is aangegeven voor welke gemeente een specifiek onderdeel van toepassing is.
26 april t/m 10 mei
De deelnemers aan de werksessies, wiens input is gebruikt om het concept Omgevingsprogramma op te stellen, zijn in de gelegenheid gesteld om het concept van feedback te voorzien. Deze feedback is door de ambtelijk opdrachtgevers verzameld en doorgegeven aan Bomenwacht Nederland.
17 t/m 21 mei
Feedback verwerken.
Najaar 2021
Bestuurlijke besluitvorming. Na aanpassingen zijn de definitieve Omgevingsprogramma’s opgesteld voor Stede Broec, Enkhuizen en voor Drechterland en voorgelegd aan de gemeenteraden.
Pagina 6 van 24
OMGEVINGSPROGRAMMA DRECHTERLAND
4. UITWERKINGEN PER DOELSTELLING De uitwerkingen van de 8 doelstellingen (A t/m H) worden hieronder genoemd. Het doel van de uitwerking wordt benoemd en hoe vorm is gegeven aan verdere detaillering en onderbouwing in de bijlagen. Activiteiten die voortvloeien uit de uitwerking zijn opgenomen op de Uitvoeringsagenda. UITWERKINGEN DOELSTELLINGEN VOOR DEEL I VAN DE VISIE
EEN PRETTIGE, VEILIGE, GROENE LEEFOMGEVING
A. Kwalitatief goed bomenbestand De straat- en parkbomen van de gemeente Drechterland zijn van voldoende kwaliteit. Een kwalitatief bomenbestand begint bij goed plantmateriaal, werkt door in onderhoud waarbij gestreefd wordt naar een voldoende tot goede conditie en geen snoeiachterstanden. Uiteindelijk leidt een kwalitatief goed bomenbestand tot een diversiteit in leeftijden en sortiment. De investeringsinspanning wordt afgestemd op de functie van bomen en de bijbehorende beleidsstatus, en het aantal bomen. Door goede aanplant en beheer kan een boom gezond zijn ambitieleeftijd bereiken, waarbij minimale overlast wordt verwacht.
Uitwerkingen doelstelling A I.
Werken vanuit Strategisch Bomenbeheer: een beheermethodiek met behulp van cyclisch onderhoud. Eenduidige inspectierichtlijnen zijn van belang om de onderhouds- en veiligheidsbehoefte van bomen eenduidig te beoordelen. Hierin moeten geen verschillende inzichten bestaan tussen inspecteur en toezichthouder. Grotendeels worden de inspectierichtlijnen uit Handboek Bomen 1 toegepast. Op enkele onderdelen zijn gemeente-specifieke afspraken Bijlage 3 gemaakt op basis van eigen normen. Deze specifieke afspraken gaan ‘Gemeente specifieke vóór op de aanwijzingen in Handboek Bomen. inspectieIn hiernaast genoemde bijlage zijn de specifieke inspectierichtlijnen richtlijnen genoemd. BVO’
1 Het Handboek Bomen is opgesteld door het Norminstituut Bomen en geldt als een standaard waarmee door groenaannemers en opdrachtgevers wordt gewerkt.
Pagina 7 van 24
OMGEVINGSPROGRAMMA DRECHTERLAND
II.
Het opstellen van richtlijnen voor aanplant, gelet op functie en beleidsstatus. Bij nieuwbouwprojecten moet aan de boomnorm worden voldaan. De boomnorm beschrijft het percentage kroonbedekking van de openbare ruimte. Om een goede bijdrage te leveren aan de klimaatdoelstellingen en te kunnen voldoen aan het ambitieniveau en adaptatiestrategie in het kader van klimaatadaptatie is de norm ten aanzien van kroonbedekking gesteld op 30%. Hierbij wordt uitgegaan van bomen op eindbeeld. Met deze norm wordt onder andere een bijdrage geleverd aan het beperken van hittestress en wateroverlast. en opvang CO2. In de boomnorm is ook beschreven dat ernaar gestreefd moet worden dat 10% van nieuw aangeplante bomen een ambitieleeftijd krijgt van 80 jaar. Met de daarbij behorende groeiplaats en inrichtingsomstandigheden om zo uit te kunnen groeien naar een mogelijk waardevolle boom. Nieuw geplante bomen beschikken over voldoende boven- en ondergrondse groeiruimte en een goede groeiplaatsinrichting. De richtlijnen voor de volgende aspecten staan in de bijlage ‘Input LIOR’ (Leidraad Inrichting Openbare Ruimte) vermeld.
Ontwerp met bomen Werken rond bomen Leveren substraten Aanleg groeiplaatsen Leveren bomen Planten bomen Nazorg bomen Vereisten voor ruimtelijke projecten Ook de positie van bomen in het proces en de verantwoordelijkheden van de gemeente om beleid en richtlijnen ten aanzien van bomen mee te nemen in de verschillende projectfasen is in deze bijlage opgenomen.
Pagina 8 van 24
Bijlage 4 Boomnorm
Bijlage 5 Input LIOR
OMGEVINGSPROGRAMMA DRECHTERLAND
B. Toegankelijk en goed functionerend openbaar groen Bomen dragen bij aan een prettige leefomgeving. Het groen zorgt voor verkoeling op warme dagen, beschutting tegen wind en regen, en een groene, natuurlijke omgeving heeft een ontspannende uitwerking. Door bedrijfsgebouwen in het landelijk gebied te omzomen met groen en bomen, worden ze aan het zicht onttrokken en beter ingepast in het landschap. (door bevoegd gezag Provincie, commissie ARO worden deze inrichtingsplannen beoordeeld). Parken en ander openbare groengebieden dienen van goede kwaliteit, beleefbaar en toegankelijk te zijn. Hiermee kunnen bewoners en bezoekers van de gemeente Drechterland genieten van een groene leefomgeving, voor recreatie en ontmoeting. De gemeente Drechterland staat voor goed functionerend, toegankelijk en beleefbaar groen en groene speelplaatsen en ontmoetingsplekken.
Uitwerkingen doelstelling B I.
Het functioneren van parken en openbare groengebieden wordt geïnventariseerd en waar nodig wordt de functie aangepast. II. De toegankelijkheid en beleefbaarheid van parken en openbare groengebieden wordt geïnventariseerd en waar nodig verbeterd. Parken en openbare groengebieden kunnen verschillende functies vervullen, meestal meerdere functies tegelijk. Van recreatie tot natuur en van geluidsafscherming tot waterbuffering. Vaak zijn gebieden ontworpen met de beoogde functies als uitgangspunt. Anderzijds kunnen historisch gegroeide functies leidend zijn voor de inrichting en het beheer. Hierbij kan gedacht worden aan de aanwezigheid van voorzieningen zoals paden, prullenbakken, bankjes en speeltoestellen, de sortimentskeuze en of het gebied intensief of extensief wordt beheerd. Met een inventarisatie wil de gemeente inzicht krijgen in het functioneren van parken en openbare groengebieden. Sluit de werkelijke functie aan bij de inrichting en de wijze waarop het gebied wordt beheerd? Enerzijds wordt deze inventarisatie gedaan door observatie van het gebruik. Anderzijds wordt de ervaring van gebruikers meegenomen in de inventarisatie. Vervolgens stelt de gemeente Drechterland per locatie een advies op voor eventuele aanpassingen aan inrichting, beheer of functie.
In de bijlage ‘Functionaliteit, inrichting en beheer van parken’ staan de stappen benoemd om de functionaliteit van parken en Bijlage 6 openbare groengebieden te onderzoeken en af te wegen of Functionaliteit, verbetering gezocht moet worden in de inrichting, het beheer of inrichting en beheer een andere functie. van parken.
Pagina 9 van 24
OMGEVINGSPROGRAMMA DRECHTERLAND
III.
De inrichting van speelplaatsen in de open lucht wordt geïnventariseerd en waar mogelijk vergroend. Voor een aangenaam speelklimaat stelt de gemeente Drechterland dat ook op speelterreinen voldoende schaduw aanwezig moet zijn. Gemeente Drechterland heeft de ambitie om haar speelterreinen te vergroenen met bomen voor een aangenaam en gezond speelklimaat. Het uitgangspunt is, om net als in de overige openbare ruimte, 30% van het oppervlak van de nieuw aan te leggen speelterreinen wordt bedekt door boomkronen, uitgezonderd trapveldjes.
Bijlage 7 Kroonbedekking speelterreinen.
IV.
Richtlijnen volgen voor een landschappelijke inpassing van bedrijfsgebouwen in het landelijk gebied. Nieuwe bedrijfsgebouwen, loodsen, schuren en kassen die in het landelijk gebied worden gebouwd, kunnen een storende factor zijn in de landschappelijke beleving. De ‘verdozing’ van het landschap’ wordt voorkomen door nieuwe bedrijfsgebouwen in het landelijk gebied in te passen. Bijvoorbeeld door ze te omzomen met groen en bomen, worden ze aan het zicht onttrokken. Hiervoor wordt de provinciale leidraad gevolgd2. Deze richtlijn heeft ook betrekking op de positionering van gebouwen, inritten, waterbassins, de inpassing van bedrijfsgebouwen in structuren en de versterking van structuren. Bij de vergunningverlening van nieuwe bedrijfsgebouwen in het buitengebied dient rekening gehouden te worden met een groene inpassing in het landschap. Richtlijnen voor landschappelijke inpassing van nieuwe bedrijfsgebouwen in het landelijk gebied dienen een plek te krijgen in het te ontwikkelen omgevingsplan. Na vaststelling van dat plan kan gewerkt worden aan bijvoorbeeld een subsidieregeling voor de groene inpassing van reeds bestaande bedrijfsgebouwen. V.
Bijlage 8 Communicatieplan
Op basis van de hittestresskaart wordt geïnventariseerd waar kansen liggen om de leefomgeving te verkoelen door middel van vergroening met gras, beplanting en bomen.
2
Zie Leidraad Landschap & Cultuurhistorie (Noord Holland) 2018: https://leidraadlc.noord-holland.nl/ensembles/west-friesland-oost/
Pagina 10 van 24
OMGEVINGSPROGRAMMA DRECHTERLAND
Op https://hhnk.klimaatatlas.net/ zijn op basis van de kaarten met hittestress en de aanwezigheid van bomen, locaties aan te wijzen die voor vergroening in aanmerking komen. Door zich in eerste instantie te richten op locaties met risicovolle objecten is de impact van verkoeling met groen en bomen het grootst. In de bijlage ‘Kanslocaties hittestress verminderen’ is een werkwijze gepresenteerd voor het in kaart brengen van kansgebieden voor verkoeling.
Pagina 11 van 24
Bijlage 9 Kanslocaties hittestress verminderen
OMGEVINGSPROGRAMMA DRECHTERLAND
C. Versterking biodiversiteit Met het bomenbeheer wordt aangesloten op de visie3 van de beheerparagraaf biodiversiteit waarmee de gemeente Drechterland werkt. Het doel is de biodiversiteit te bevorderen door het stimuleren van de insectenrijkdom. Vanuit het bomenbeheer wordt hierop aangesloten door bomen te planten die passen bij het gebied, en daar toegevoegde ecologische waarde bieden en door met bomen groengebieden met elkaar te verbinden. Bij de soortkeuze gaat de voorkeur uit naar Europese soorten (in het kader van klimaatverandering), en weinig tot geen exoten.
Uitwerkingen doelstelling C I.
Het aanwijzen en verbinden van gebieden met ecologische waarde, het benoemen van ambities (zoals witte vlekken, onderbroken verbindingen en weinig ecologische waarde) en actieplan. Bijlage 10 Op basis van de beheerparagraaf biodiversiteit voor de gemeente Beleidskader Drechterland, worden voor de parken, begraafplaatsen en ecologisch bosplantsoenen beheerplannen opgesteld. Voor gemeente beheer Enkhuizen is dit al gedaan. Ten aanzien van bomen zijn er een bosplantsoen aantal uitgangspunten die bij het ecologisch beheer van Bijlage 10.a bosplantsoen als beleidskader meegenomen dienen te worden, Beheerparagraaf deze staan in ‘Beleidskader ecologisch beheer bosplantsoen’ gemeente genoemd. Drechterland II.
Het opstellen van een sortimentslijst met ecologisch waardevolle bomen die ter verhoging van de biodiversiteit geraadpleegd kan worden. Bij aanplant van nieuwe bomen in de gemeente Drechterland worden zoveel mogelijk inheemse soorten toegepast. Daarnaast worden bomen gekozen met een hoge ecologische waarde. In de Bijlage 11 hiernaast genoemde bijlage zijn de uitgangspunten voor Kiezen voor de boomsoortkeuze opgenomen. juiste boomsoort.
Diversiteitsregel om ziekten en plagen te voorkomen - Maximaal 10% van het totale bomenbestand mag van dezelfde soort zijn. - Maximaal 20% van het totale bomenbestand mag van dezelfde geslacht zijn.
Bijlage 11.a Sortimentslijst Bijlage 5 input LIOR
3 Visie beheerparagraaf Groene buitenruimte is van belang voor het voortbestaan van flora en fauna. Ook in het stedelijk groen is het nodig plaats te bieden voor het verstevigen van de biodiversiteit. Met soortkeuze en beheermethoden gaan we bijdragen aan het versterken van de insectenpopulatie van bijvoorbeeld bijen, libellen en vlinders, want insecten zijn een onmisbare schakel in het ecosysteem.
Pagina 12 van 24
OMGEVINGSPROGRAMMA DRECHTERLAND
-
Maximaal 30% van het totale bomenbestand mag van dezelfde familie zijn.
Bij aanplant in nieuwbouwprojecten, renovaties en herinrichtingsprojecten moet gekeken worden of de nieuwe aanplant een positieve bijdrage levert aan deze regel. Tevens is een overzicht opgenomen van kenmerken waarmee in specifieke functiegebieden rekening moet worden gehouden. Tot slot is een ‘verboden lijst’ opgenomen met invasieve soorten die niet geplant mogen worden. III. Uitwerking van de ecologische waarde van dode bomen. Dood hout, zoals afgestorven bomen met afbladderende bast, stammen als een gatenkaas en vermolmde resten vol zwammen vormen een sleutelrol in de natuur. 10% van alle dier-, plant- en schimmelsoorten op land is ervan afhankelijk. In een bos is dit zelfs 40%. Dood hout staat daarom garant voor een explosie van leven. Ecologisch beheerde bomen zijn afgestorven bomen waarvan de stam, ontdaan van takken, staand of liggend behouden blijft om een ecologische rol te vervullen. Veiligheid staat uiteraard voorop. In het tweede deel van de bijlage ‘Beheerrichtlijn in relatie tot beleidsstatus’ is een beslisboom opgenomen om te bepalen welke afgestorven bomen in aanmerking komen voor ecologisch beheer. In gebieden die in de beheerparagrafen biodiversiteit zijn aangewezen als ecologisch waardevol, kunnen dode bomen ecologisch beheerd worden. In de inspectierichtlijnen zijn normen opgenomen voor het beoordelen van ecologisch beheerde bomen.
Pagina 13 van 24
Bijlage 12 Beheerrichtlijn in relatie tot beleidsstatus Bijlage 3 ‘Gemeente specifieke inspectierichtlijnen BVO’
OMGEVINGSPROGRAMMA DRECHTERLAND
D. Interne en externe communicatieprocessen optimaliseren Bij werkzaamheden en projecten met bomen, wordt ingezet op tijdige, heldere interne en externe communicatie. Zowel met collega’s die binnen de organisatie werkzaam zijn in de openbare ruimte als met inwoners en belanghebbenden. Enerzijds wordt op een toegankelijke manier informatie gegeven over de plannen en werkzaamheden. Anderzijds worden wensen en verwachtingen opgehaald. Het doel is wederzijds begrip en draagvlak voor de inrichting en het beheer van de groene leefomgeving.
Uitwerkingen doelstelling D I. Communicatieactiviteiten om de waardering voor bomen te vergroten. De communicatie over bomen en bomenbeheer heeft een positieve inslag. De visie op bomen van de gemeente Drechterland Bijlage 8 Communicatieplan is hierbij het uitgangspunt: Een prettige, veilige, groene leefomgeving met een duurzaam bomenbestand. Bijlage 13 Naast de visie wordt ook de esthetische waarde van bomen De waarde van benadrukt. Die is voor inwoners het meest relevant. bomen II. Interne communicatie tussen disciplines bij projecten, activiteiten en werkzaamheden waarbij bomen betrokken zijn. Ten aanzien van projecten waarbij bomen betrokken zijn, is het van belang dat de boombeheerder vroegtijdig (vanaf de initiatieffase) is betrokken. Het behoud van aanwezige bomen en het opleveren van kwalitatief goede bomen die hun ambitieleeftijd kunnen halen zonder beheerproblemen te geven, is het belang van de boombeheerder. Gemeentelijke bomen worden na oplevering Bijlage 8 van een project aan bomenbeheer overgedragen. Communicatieplan III. Externe communicatie over bomen; zowel informerend als consulterend. Ongeacht een project door de gemeente of door een externe partij wordt uitgevoerd; er is externe communicatie nodig. Bij het Startoverleg van ruimtelijke projecten waarbij bomen betrokken zijn, zijn de boombeheerder en de gemeentelijk communicatieadviseur aanwezig.
Bijlage 5 input De boombeheerder heeft een adviesrol t.b.v. goed ontwerp LIOR met bomen en werken rond bomen. De communicatieadviseur bepaalt op welke momenten er Bijlage 8 gecommuniceerd wordt over het project. Communicatieplan
Pagina 14 van 24
OMGEVINGSPROGRAMMA DRECHTERLAND
E. Bewonersparticipatie bij herinrichting Bewonersparticipatie krijgt vooral een plek bij de uitvoering van het beleid. Bij bestaande situaties, waar herinrichting plaatsvindt, dient ruimte te zijn voor participatie van aanwonenden. Als er bewoners of gebruikersgroepen bekend zijn bij nieuwbouwplannen dan kunnen deze ook een plek krijgen. Participatie kent wel kaders die gevormd worden door de (on)mogelijkheden op gebied van locatie, beschikbare ruimte, soortopties en budget. Ook de manier waarop de participatie georganiseerd wordt, is per project voorbereid aan de hand van de participatieladder.
Uitwerkingen doelstelling E I.
Participatie met direct betrokkenen. Bijvoorbeeld bij (her)inrichtingsprojecten met bomen en het inrichten van ecologische gebieden of het vergroten van toegankelijk, beleefbaar ‘natuurlijk’ groen. De wijze van participatie ten aanzien van bomen kan verschillen per project of activiteit. In de ‘Richtlijn participatietrajecten over Bijlage 14 bomen’ vinden we manieren voor het in kaart brengen van de Richtlijn belanghebbenden en hoe zij op een passende wijze worden participatietrajecten betrokken. over bomen
Pagina 15 van 24
OMGEVINGSPROGRAMMA DRECHTERLAND
UITWERKINGEN DOELSTELLINGEN VOOR DEEL II VAN DE VISIE
EEN DUURZAAM BOMENBESTAND
F. Indeling van het bomenbestand naar beleidsstatus Waardevolle bomen Bomen kunnen extra waardevol zijn op grond van hun leeftijd, specifieke cultuurhistorische waarden, aanplant tijdens een speciale gebeurtenis, specifieke ecologische waarden, en/of specifieke bijdragen aan de klimaatadaptatie. Deze waarden worden in de gemeentelijke Omgevingsprogramma’s Bomen, volgend op deze visie, uitgewerkt tot een set van toetsbare criteria. Hiermee kunnen beschermwaardige bomen per gemeente eenduidig en transparant worden aangewezen. De toetsingswaarden kunnen locatie- of gemeenteafhankelijk zijn. Ook bomen in eigendom van derden kunnen worden aangewezen op basis van de aangenomen criteria. Boomstructuren Naast waardevolle individuele bomen, zijn doorlopende boomstructuren de dragers van de groene identiteit. Dit is als het ware het ‘eeuwige groen’ dat gebieden verbindt, begrenst, en geleidt. De criteria voor het aanwijzen en beschermen van boomstructuren zijn uitgewerkt in de bijlage ‘Aanwijscriteria en bescherming per beleidsstatus’. Hiermee kunnen boomstructuren worden aangewezen, aangevuld en beschermd. Overige bomen Bomen die geen onderdeel zijn van een structuur zoals hierboven beschreven, en ook geen monumentale waarde hebben, hebben de status ‘overige boom’. Op diverse plekken staan gemeentebomen in particuliere tuinen en percelen.
Voor een groot aantal van deze bomen geldt nu een kapvergunningsplicht. In de Omgevingsprogramma’s Bomen worden de aspecten over het juridisch eigendom van deze bomen en de daarbij behorende verantwoordelijkheid en onderhoudsverplichtingen verder uitgewerkt.
Pagina 16 van 24
OMGEVINGSPROGRAMMA DRECHTERLAND
Uitwerkingen doelstelling F I.
Aanwijscriteria opstellen voor waardevolle bomen per gemeente of gebied. II. Het vastleggen, aanvullen en beschermen van boomstructuren. IV. Opstellen van een afwegingskader vergunningen. Hierin wordt een transparant kapbeleid uitgewerkt waarbij gedoogbomen waar mogelijk gedereguleerd worden. Hierin worden ook de wijze van handhaving en regels over compensatie en herplant meegenomen. In de bijlage ‘Aanwijscriteria en bescherming per beleidsstatus’ is onderscheid gemaakt tussen de volgende categorieën: - (Potentieel) waardevolle bomen - Boomstructuren (dorpslinten, stadsgrachten, lanen en parken) - Functionele bomen - Overige bomen In het online beheersysteem GeoVisia4 zijn de hoofdstructuren als lijnelement en waardevolle bomen 5 als puntelement vastgelegd, zie legenda Omgevingsprogramma – Groene Kaart. Voor alle boomeigenaren zijn wettelijke rechten en plichten van kracht. Deze staan beschreven in de bijlage ‘Rechten en plichten boomeigenaren’. In de bijlage ‘Bescherming per beleidsstatus’ zijn vergunningsplicht, compensatie- en herplantplicht nader toegelicht. Voor (potentieel) waardevolle bomen en boomstructuren geldt een hogere bescherming dan voor functionele en overige bomen.
- Voor waardevolle bomen geldt dat hier geen kapvergunning voor wordt verleend tenzij sprake is van verhoogd risico voor de omgeving dat niet met boomsparende maatregelen kan worden weggenomen, bij besmettelijke ziekten of bij een zeer groot maatschappelijk belang. - Voor potentieel waardevolle bomen geldt dat hier geen kapvergunning voor wordt verleend tenzij sprake is van verhoogd risico (voor de omgeving en/of het verkeer) dat niet met boomsparende maatregelen weggenomen kan
Bijlage 15 Aanwijscriteria en bescherming per beleidsstatus GeoVisia Omgevingsprogramma – Groene Kaart Bijlage 16 Rechten en plichten boomeigenaren
4 Zie brongegevens in GeoVisia online: https://bomenwacht.dataquint.nl/ , Gebruikersnaam omgevingsprogramma@sed.nl, Wachtwoord: sed2021 5 Op de Groene Kaart staan de waardevolle bomen weergegeven zoals die tijdens het opstellen van dit Omgevingsprogramma binnen de SED organisatie bekend waren.
Pagina 17 van 24
OMGEVINGSPROGRAMMA DRECHTERLAND
-
worden, bij besmettelijke ziekten of bij een groot maatschappelijk belang. Structuurbomen worden alleen gekapt als dit geen of een positief effect heeft op de beeldkwaliteit van de gehele structuur. Een kapvergunning kan slechts verleend worden wanneer sprake is van een veiligheidsrisico (voor de omgeving en/of het verkeer) dat niet met boomsparende maatregelen weggenomen kan worden, of bij een groot particulier of maatschappelijk belang
Voor gemeentelijke bomen die vallen onder de categorie ‘functioneel’ of ‘overig’ is geen kapvergunning vereist, wel geldt hierbij een inspanningsverplichting om belanghebbenden te informeren. Particuliere bomen zijn vrij van kapvergunning tenzij de boom deel uitmaakt van een gemeentelijke structuur en een diameter heeft van meer dan 40 cm, of is aangemerkt als waardevolle boom. Particuliere bomen zonder status mogen zonder vergunning of melding gekapt worden. III. Opstellen van een werkwijze voor inspectie en onderhoud waardevolle (particuliere) bomen en boomstructuren. Hierbij worden de investeringsbereidheid, het aanvaardbaar risico en de acceptabele overlast meegenomen. Voor het beheer van bomen kan op basis van de beleidsstatus een andere afweging worden gemaakt. Zo wordt bij bomen die als waardevolle boom geregistreerd staan, meer geïnvesteerd in boomsparende maatregelen. In de bijlage ‘Beheerrichtlijn in relatie tot beleidsstatus’ is een afwegingskader te vinden voor het uitvoeren van maatregelen op basis van de inspectie. Bijlage 12 Beheerrichtlijn i.r.t. beleidsstatus
De gemeente biedt particuliere eigenaren van waardevolle bomen een periodieke inspectie aan. De daaruit voortvloeiende Bijlage 16 onderhoudsmaatregelen zijn voor kosten en Rechten en plichten verantwoordelijkheid van de eigenaar. boomeigenaren IV. De wettelijke verplichtingen en verantwoordelijkheden uitwerken, alsmede een werkwijze voor het beheer van ‘gemeente’ bomen (gedoogbomen) op particuliere percelen. In de bijlage ‘Dereguleren gedoogbomen’ staat benoemd welke mogelijkheden er zijn voor inspectie en onderhoud van bomen die momenteel door de gemeente worden onderhouden maar Bijlage 17 staan op grond van particulieren, op verhuurde percelen of op Dereguleren percelen die in bruikleen zijn gegeven. gedoogbomen
Pagina 18 van 24
OMGEVINGSPROGRAMMA DRECHTERLAND
G. Duurzaam behoud van de aanwezige bomen Groen heeft een waarde van zichzelf, maar geeft ook (meer)waarde aan haar omgeving. Groen levert dorpen en steden veel op, op het gebied van gezondheid, leefbaarheid, economie, milieu en de verbinding van de woonomgeving met het omringende land6. De belangrijkste waarden van het groen worden in bijlage 13 weergegeven. Bestaande bomen geven de woonkernen hun karakteristieke, herkenbare uiterlijk. Er is bovendien al jarenlang geïnvesteerd in de bomen en de ecosysteemdiensten van oudere bomen zijn hoger dan van jonge aanplant. Boomsparende maatregelen Hoewel in veel gevallen geen sprake is van een juiste boom op een juiste plek verdienen deze bomen wel onze zorg, aandacht en bescherming. Hierbij valt te denken aan het uitvoeren van boomsparende maatregelen, het verbeteren van groeiplaatsen en de bescherming van bomen bij werkzaamheden of conflicterende belangen bij ruimtelijke ingrepen. Het doel is dat deze bomen ook in de toekomst hun rol voor de groene leefomgeving blijven vervullen. Duurzaam te behouden houtopstanden bij nieuwbouw of herinrichting Bij nieuwbouw of herinrichting wordt een realistisch beplantingsplan (boven- en ondergronds) ontwikkeld waarbij de aanwezige bomen zoveel mogelijk worden meegenomen in het ontwerp. Met andere woorden: er wordt rekening gehouden met duurzaam te behouden, bestaande houtopstanden.
Het doel is dat de bomen in de toekomst hun rol voor de groene leefomgeving blijven vervullen, en hun functie en waarde behouden.
6 Dit is in beeld gebracht in ‘De waarde van groen’ (2008). Dit boek is een uitgave van het programma Groen en de Stad, een initiatief waarin het ministerie van LNV samenwerkt met VROM, WWI, gemeenten, provincies en maatschappelijke partijen.
Pagina 19 van 24
OMGEVINGSPROGRAMMA DRECHTERLAND
Uitwerkingen doelstelling G I.
Een afwegingskader opstellen voor het behoud van bomen met behulp van boomsparende maatregelen of groeiplaatsverbetering in geval van overlast, risico’s en conflicterende belangen. De inspanningen zijn gekoppeld aan de investeringsbereidheid per beleidsstatus. Voor alle boomeigenaren zijn wettelijke rechten en plichten van kracht. Deze staan beschreven in de bijlage ‘Rechten en plichten boomeigenaren’. Als een boom alleen behouden kan blijven wanneer er ingrijpende maatregelen worden uitgevoerd, moet worden afgewogen welke investeringen reëel zijn. De investeringsbereidheid hangt samen met de beleidsstatus en is gebaseerd op de levensduurverlenging en daarmee waardevermeerdering van de boom. Een waardevolle boom valt in de hoogste beschermingsklasse en bij deze bomen is de investeringsbereidheid het grootst. De investering is gebaseerd op de huidige waarde en de verwachte extra levensduur na de maatregel. Voor overige bomen en structuurbomen wordt als uitgangspunt genomen dat de investeringsbereidheid niet meer bedraagt dan de waardevermeerdering van de boom. In de bijlage ‘Beheerrichtlijn in relatie tot beleidsstatus’ is een beslisboom te vinden voor het al dan niet uitvoeren van maatregelen op basis van inspectie. Meer specifiek zijn de richtlijnen omgang met overlast van gemeentelijke bomen uitgewerkt in de bijlage ‘Richtlijn omgang met overlast’.
Bijlage 12 Beheerrichtlijn i.r.t. beleidsstatus Bijlage 16 Rechten en plichten boomeigenaren Bijlage 18 Richtlijn omgang met overlast
Wanneer de veiligheid in het geding komt, kan noodkap onvermijdelijk zijn. Hiervoor gelden rechten en plichten voor de Bijlage 19 boomeigenaar. Deze zijn opgenomen in de bijlage ‘Noodkap’. Noodkap II. Het uitwerken van een aanpak voor het bestrijden van ziekten en aantastingen. In de hiernaast genoemde bijlage staan protocollen beschreven voor de volgende ziekten en aantastingen: - Iepziekte - Kastanjebloedingsziekte - Roetschorsziekte - Watermerkziekte - Essentaksterfte Bijlage 20 - Eikenprocessierups Bestrijding - Massaria ziekten en - Bacterievuur/perenvuur aantastingen
Pagina 20 van 24
OMGEVINGSPROGRAMMA DRECHTERLAND
III.
Richtlijn opstellen voor het beschermen van bomen bij werkzaamheden. Er gelden duidelijke richtlijnen voor het werken rond bomen. Deze zijn in de hiernaast genoemde bijlage opgenomen. Er wordt bijvoorbeeld verwezen naar Handboek Bomen, hoofdstuk 2 ‘Werken rond bomen’. Ook zijn er richtlijnen opgenomen voor handhaving tijdens werkzaamheden en een procedure voor het verhalen van schade Bijlage 5 aan bomen. Input LIOR IV. Richtlijnen opstellen voor het ontwerp waarbij het behoud van bestaande bomen als basis dient. Bij ruimtelijke projecten kunnen bomen beïnvloed worden. In hoeverre deze invloed negatieve effecten heeft op de bomen, zal vooraf onderzocht moeten worden. - Dit begint met een quickscan om te bepalen of er bomen aanwezig zijn. - Vervolgens een nulmeting om inzicht te krijgen in de bomen die binnen de beoogde projectgrenzen staan, de conditie en beleidsstatus van deze bomen. - Uiteindelijk is een Bomen Effect Analyse (BEA) verplicht zodra er binnen minimale graafstanden conform Handboek Bomen vanaf de stam wordt gegraven. En als er monumentale of waardevolle bomen aanwezig zijn of een hoofdstructuur. - Bij waardevolle bomen geldt dat indien er gegraven dient te worden binnen de kroonprojectie een BEA moet worden uitgevoerd. In de hiernaast genoemde bijlage staan deze werkzaamheden toegelicht.
Pagina 21 van 24
Bijlage 5 Input LIOR
OMGEVINGSPROGRAMMA DRECHTERLAND
H. (Her)inrichting met nieuwe bomen De juiste boom op de juiste plek Bij inrichting met nieuwe houtopstanden worden boomsoort, grootte, ambitieleeftijd en groeiplaatsinrichting op elkaar afgestemd. Het doel hiervan is om de juiste boom op de juiste plek te zetten. Er wordt gestreefd naar een grotere diversiteit in het sortiment, ten behoeve van de biodiversiteit en om de vatbaarheid voor ziekten en plagen terug te dringen. Om dit te realiseren zal een vastgestelde, toetsbare bomennorm worden gehanteerd waarin het niet gaat om de hoeveelheid bomen, maar om de kwaliteit van bomen. Er wordt uitgegaan van een beoogd kroonvolume per gebied en daarop afgestemd de boomgrootte, het sortiment en de ontwerpleeftijd. Deze gegevens worden meegenomen bij de groeiplaatsinrichting. Bij de aanplant van nieuwe bomen kan rekening worden gehouden met conflicterende belangen zoals het opwekken van zonne-energie, en kan mogelijke overlast worden voorkomen.
Uitwerkingen doelstelling H I.
In een toetsbare boomnorm wordt het beoogde kroonvolume meegenomen. In de boomnorm worden eveneens de ontwerpleeftijd meegenomen. Bij ontwerp met bomen wordt ook rekening gehouden met het sortiment zodat een divers bomenbestand ontstaat. De boomnorm bij herinrichting en bij nieuwe inrichting met bomen is uitgedrukt in kroonbedekking. De kroonbedekking is minimaal 30%. Dit wil zeggen dat de oppervlakte van boomkronen op eindbeeld, 30% beslaat van het areaal dat in eigendom is van de gemeente. Het aantal bomen dat dit kroonvolume zal vormen, wordt bepaald door de boomgrootte en het verwachte eindbeeld. In bijlage ‘Boomnorm’ staat de boomnorm verder toegelicht. - Diversiteitsregel: o Maximaal 10% van het totale bomenbestand mag van dezelfde soort zijn. o Maximaal 20% van het totale bomenbestand mag van dezelfde geslacht zijn. o Maximaal 30% van het totale bomenbestand mag van dezelfde familie zijn. Bijlage 4 - Het sortiment zal gericht zijn op bomen met ecologische Boomnorm waarde. In de bijlage ‘Kiezen voor de juiste boomsoort’ staan richtlijnen en voorkeurslijsten vermeld. Bijlage 11 Kiezen voor - 10% van nieuwe aanplant bij herinrichting en nieuwbouw krijgt de juiste ambitieleeftijd 80 jaar.
Alleen wanneer na overleg met de boomsoort boombeheerder aantoonbaar is dat dit niet haalbaar is, neemt het bevoegd gezag (college of raad) de beslissing om af te Bijlage 11.a wijken van beleid. Sortimentslijst II. Voor de inrichting worden per boomsoort en boomgrootteklasse (1e, 2e en 3e grootte) de richtlijnen uit het Handboek Bomen aangehouden.
Pagina 22 van 24
OMGEVINGSPROGRAMMA DRECHTERLAND
Hiermee krijgt een boom de benodigde boven- en ondergrondse groeiruimte om volledig uit te kunnen groeien. In de hiernaast genoemde bijlage zijn de richtlijnen voor aanplant vermeld. Het doel is dat de juiste boom op de juiste plek staat. Hierbij spelen de volgende onderdelen een rol: - Groeiplaatsen: Een goede groeiplaats voldoet aan voldoende boven- en ondergrondse groeiruimte, voldoende voedingsstoffen en is niet te nat of te droog. Groeiplaatsen worden ingericht conform de normen van Handboek Bomen, waarbij de boom zijn ambitieleeftijd met gemak in goede conditie kan bereiken. - Afstand van de boom tot de woning moet minimaal 1,5x de straal van de kroon zijn. - Onderlinge afstand tussen bomen in woonstraten is minimaal Bijlage 5 3x de straal van de kronen. Input LIOR
Pagina 23 van 24
OMGEVINGSPROGRAMMA DRECHTERLAND
OVERZICHT BIJLAGEN 1. Deelvisie Bomen SED Organisatie 2. 2a 2b 2c 2d
Verslag werksessie beheer Verslag werksessie bescherming Verslag werksessie inrichting Verslag werksessie communicatie
3. Inspectierichtlijn 4. Boomnorm 5. Input LIOR 6. Functionaliteit, inrichting en beheer van parken 7. Kroonbedekking speelterreinen 8. Communicatieplan a Communicatiematrix 9. Kanslocaties hittestress verminderen 10. Ecologisch beheer bosplantsoen 10 a Beheerparagraaf biodiversiteit Drechterland 11. Kiezen voor de juiste boomsoort 11 a Sortimentslijst 12. Beheerrichtlijn in relatie tot beleidsstatus 13. Waarde van bomen 14. Richtlijn participatietrajecten over bomen 15. Aanwijscriteria en bescherming per beleidsstatus 16. Rechten en plichten boomeigenaren 17. Dereguleren gedoogbomen 18. Richtlijn omgang met overlast 19. Noodkap 20. Bestrijding ziekten en aantastingen 21. Uitvoeringsagenda
Pagina 24 van 24
OMGEVINGSPROGRAMMA DRECHTERLAND
TOT SLOT Met de uitwerking van de bovengenoemde doelstellingen en de prioritering zoals deze in de uitvoeringsagenda (bijlage 21) is opgenomen, wordt invulling geven aan de visie:
EEN PRETTIGE, VEILIGE, GROENE LEEFOMGEVING MET EEN DUURZAAM BOMENBESTAND
Pagina 25 van 24
OMGEVINGSPROGRAMMA DRECHTERLAND
Pagina 26 van 24