CConstaterende datDrechterland
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage Nota Dijklandschap de Zuiderdijk (2021-10)

Gemeenteraad 26 april 2021, gemeente DrechterlandBij agendapunt: Initiatiefvoorstel PDL Visie op de dijk (2021-10)13.949 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Hetzelfde geldt voor de opvattingen neergelegd in de regionale Structuurschets Westfriesland (zie pagina 8 van deze nota). Verwacht mag dus worden dat het beleid, geformuleerd in beide regionale nota’s, terug te vinden is in het totale gemeentelijke beleid van Drechterland en dus ook in het beleid dat de gemeente voert t.a.v. het Dijklandschap Zuiderdijk. Daarnaast zullen College en Raad natuur-­‐ lijk eigen opvattingen hebben die direct of indirect te maken hebben met dit gebied. 4.3.2 Het College-­‐Uitvoeringsprogramma Drechterland en ons commentaar daarop Om inzicht te krijgen in het toekomstige gemeentelijk beleid t.a.v. ons Dijklandschap de Zuiderdijk hebben wij het College-­‐Uitvoeringsprogramma 2018-­‐2022 van de Gemeente Drechterland bestu-­‐ deerd. Hieronder de uitkomsten: a. Motorvoertuig-­‐luw maken van de Zuiderdijk (beleidsambitie 4.7). Het College wil bereiken dat niet noodzakelijk, doorgaand gemotoriseerd verkeer op de Zuiderdijk wordt ontmoedigd. In 2020 19

is er een haalbaarheidsonderzoek gedaan. Dit voornemen sluit aan bij het Uitwerkingsplan van de Structuurschets en bij onze opvattingen. Wij hebben begrepen dat het College heeft besloten het gebruik van Jetski’s binnen de gemeente aan banden te leggen (aanpassing van de APV). Wij zijn bijzonder blij met deze maatregel. Het draagt natuurlijk in de eerste plaats bij aan de veiligheid van zwemmers en surfers. Daarnaast wordt het alles doordringende geluid van jetski’s teruggedrongen. Deze aanpassing van de APV en de intentie de Zuiderdijk motorvoertuigen-­‐luw te maken, zullen op termijn hun bijdrage leveren aan een positieve, ontspannen beleving van het mooie Dijkland-­‐ schap. b. Het College wil een integrale omgevingsvisie op de fysieke omgeving van Drechterland tot 2035 opstellen (beleidsambitie 5.1). Dat dient te gebeuren in samenspraak met relevante bewoners, bedrijven en instellingen. Het behoud van het karakter van onze landelijke, groene gemeente en de karakteristieke Westfriese Omringdijk staat daarbij voorop, schrijft het College. De planning gaat uit van 2020 en verder. Wij onderschrijven dit voornemen van harte: onze visie (vastgelegd in de voorliggende nota) op het beschermen en verder verbeteren van Dijklandschap de Zuiderdijk zal door ons worden ingebracht. c. Het College staat vergroting van de biodiversiteit voor (beleidsambitie 3.3).

Wij staan daar volle-­‐ dig achter. d. Het College wil in regionaal verband het toerisme en de recreatie stimuleren. Het doel is meer bezoekers trekken die meer besteden. Dit alles met aandacht voor kleinschalig ondernemerschap (beleidsambitie 7.1. doorlopend.) Wij onderschrijven dit zolang er op termijn wel grenzen aan de groei gesteld zullen worden en groei niet leidt tot ‘verrommeling’ en aantasting van het Dijkland-­‐ schap de Zuiderdijk. Wij zijn met name tegen buitendijkse gebouwen en bouwwerken. Voor onze opvattingen inzake kleinschalig ondernemerschap bij het recreatieterrein Uiterdijken te Schellink-­‐ hout , zie pagina 18/19 van onze nota. e. In het verlengde van het voorgaande wil het College het lokale beleidsplan Toerisme en Recreatie actualiseren. Men wil met name meer aandacht voor het agro-­‐toerisme. Als dit niet tot grootscha-­‐ lige toeristenstromen en voorzieningen leidt hebben wij hier geen probleem mee. f. Men wil duidelijk beleid (beleidskader) voor nieuwvestiging van horecavoorzieningen (beleids-­‐ ambitie 7.3, planning 2019). Wij vinden dit een belangrijk voornemen: de belangen van de inwo-­‐ ners langs de Zuiderdijk (o.a. een rustige leefomgeving) zullen in dat verband beschermd moeten worden. g. Het College wil een plan van aanpak opstellen voor nieuwe lokale mogelijkheden voor vaar-­‐, fiets-­‐ en wandelverbindingen (beleidsambitie 7.4, 2019).

Wij steunen dit voornemen. h. Het College wil het Recreatieschap ondersteunen bij het realiseren van voorzieningen. Concreet gaat het daarbij om de financiering van hekjes, bordjes, prullenbakken e.d. (beleidsambitie 7.5, 2019). Wij onderschrijven dit streven. i. Het vergroten van de bekendheid met het historisch belang van Drechterland is een doel van het College. Het gaat daarbij vooral om archeologische zaken. Het plaatsen van informatieborden om de geschiedenis in het moderne landschap herkenbaar te maken, kan echter breder opgevat wor-­‐ den (beleidsambitie 7.6, 2019 en 2020). Wij zien in dit verband kansen om binnen het Dijkland-­‐ schap de Zuiderdijk recreanten en toeristen meer inzicht en kennis mee te geven over de daar aanwezige waardevolle cultuurhistorische elementen. j. Het College steunt de aanleg van drie nieuwe zwemlocaties aan het Markermeer i.s.m. het Re-­‐ creatieschap. Ook het realiseren van een kitesurf-­‐locatie die voldoet aan wettelijke eisen is een doel van het College (beleidsambitie 7.7, het project is al gestart). Zoals eerder door ons opge-­‐ merkt (zie pagina 18) zijn wij benieuwd naar de schaal van de uitbreidingen en van de parkeer-­‐ voorzieningen. Het realiseren van een legale kitesurf-­‐locatie heeft onze steun. k. Het College staat het vergroten van de aantrekkelijkheid van het haventerrein Wijdenes voor.

Nadat de huidige pachter afstand heeft gedaan van een stuk buitendijks land wil men dit toevoe-­‐ gen aan het terrein bij de haven (afspraak met Hoogheemraadschap). Daarna worden voorzienin-­‐ gen toegevoegd. Daarvoor dient volgens het College een plan opgesteld te worden (beleidsambi-­‐ 20

tie 7.8, 2020 of later). Wij wachten het plan af en zullen het beoordelen aan de hand van de vol-­‐ gende criteria: de ingrepen dienen kleinschalig te zijn en te harmoniëren met het omringende landschap. Dat geldt in het bijzonder voor de parkeervoorzieningen. Buitendijkse gebouwen en bouwwerken wijzen wij af. l. Het College wil het Pact van Westfriesland actualiseren. Men wil ook beter vertegenwoordigd zijn bij regionale en bovenregionale opgaven (beleidsambitie 19.1, 2019 en volgend). Wij zijn het met dit voornemen eens, met dien verstande dat de actualisatie plaats vindt overeenkomstig een belangrijk uitgangspunt van de Structuurschets Westfriesland: groei en ontwikkeling kunnen wen-­‐ selijk zijn mits dat gebeurt op plaatsen die daar geschikt voor zijn. In kwetsbare en waardevolle gebieden zullen verandering en ontwikkeling daarentegen zodanig moeten worden ingepast dat geen schade wordt berokkend aan de kernkwaliteiten. Het gaat dan om waarden als uniciteit, harmonisch landschap, de landschappelijke kleinschaligheid, de cultuurhistorie, natuur en biodi-­‐ versiteit. 4.3.3 Het Beleidsplan Toerisme en Recreatie “Water ontmoet Drechterland” 2015-­‐2020 Op 26 oktober 2015 is de gemeenteraad van Drechterland op voorstel van het College unaniem ak-­‐ koord gegaan met het lokale beleidsplan Toerisme en Recreatie.

De motie van de fractie van Progres-­‐ sief Drechterland om de ontwikkelvoorstellen betreffende het recreatieterrein Uiterwaarden (bij Schellinkhout) uit de nota te verwijderen, kreeg onvoldoende steun. Wat wordt er in dit beleidsplan over het Dijklandschap Zuiderdijk gezegd? Ten behoeve van de ontwikkeling van recreatie en toerisme in Drechterland zijn twee duidelijke en niet onbelangrijke richtlijnen geformuleerd (zie de nota, p.5): -­‐ “Verblijfsrecreatie in Drechterland laten bestaan uit campings, bed & breakfasts, en vakantiewo-­‐ ningen in landelijke stijl. Grote hotels passen beter in de stad. -­‐ Focus op (dag)activiteiten waarbij het landschap beleefd kan worden. Dit zijn met name buitenac-­‐ tiviteiten als fietsen, varen, wandelen, surfen etc. Grote musea, attractieparken en uitgaansgele-­‐ genheden passen beter in de stad”. Daarnaast onderscheidt men 4 ontwikkelsporen waarvan er twee direct van belang zijn voor het Dijk-­‐ landschap Zuiderdijk: -­‐ “Het verruimen van de planologische mogelijkheden” (om voorzieningen te kunnen realiseren, PDL); -­‐ “Optimaliseren van de infrastructuur voor recreatie en toerisme” Per ontwikkelspoor zijn vervolgens een aantal actiepunten geformuleerd. De actiepunten die rele-­‐ vant zijn voor Dijklandschap de Zuiderdijk zijn: a.

Verruiming regelgeving theeschenkerij waardoor het mogelijk wordt een lunchroom /daghorecafunctie uit te oefenen (actiepunt 1). b. Opwaarderen van het recreatieterrein Uiterdijken (actiepunt 2): -­‐ het legaliseren van het kitesurfen; -­‐ planologische medewerking willen verlenen aan een kwalitatief goed plan voor een horeca-­‐ voorziening (al dan niet in combinatie met voorzieningen voor kitesurfen) op het terrein. Drechterland is een van de wetgevers, de provincie, het Hoogheemraadschap en het Rijk zijn ook bevoegd gezag. c. Ontwikkeling van officiële zwemwaterlocaties langs de Markermeerkust (actiepunt 7). Op dit moment is alleen de locatie Uiterdijken een officiële zwemlocatie. d. Opwaardering recreatieterrein haven Wijdenes waaronder de aanleg van een nieuwe boothelling (actiepunt 8). e. Onderzoek realisatie wandel/fietspad van Wijdenes naar Schellinkhout en de opwaardering van het wandelpad ‘Zuiderwijmers’ (actiepunt 9). 21

f. Onderzoek naar een boothelling 1 km ten oosten van Wijdenes: de oude helling opwaarderen en inrichten voor grotere boten (actiepunt 11). Discussie en beoordeling Het beleidsplan Toerisme en Recreatie is in 2014/15 ontwikkeld en in oktober 2015 in de gemeente-­‐ raad vastgesteld. Daarna heeft de gemeenteraad de Structuurschets (unaniem vastgesteld in 2017) en het Natuur-­‐ en Recreatieplan Westfriesland (unanieme positieve zienswijze in 2016) behandeld. Het College Uitvoeringsprogramma is zelfs van 2019. De opstellers van voornoemde nota’s en plan-­‐ nen konden dus rekening houden met de voorstellen vastgelegd in het beleidsplan Toerisme en Re-­‐ creatie. De meeste voorstellen en ideeën in het beleidsplan Toerisme en Recreatie zijn inderdaad terug te vinden in de later uitgebrachte en hier in vorige hoofdstukken behandelde nota’s. a. In de eerste plaats onderschrijven wij de 2 richtlijnen in het beleidsplan Toerisme en Recreatie. Men kiest voor kleinschalige en extensieve vormen van recreatie waarvoor geen grootschalige voorzieningen nodig zijn. Deze opvattingen vinden we ook terug in de Structuurschets en in het uitwerkingsgedeelte van het Natuur-­‐ en Recreatieplan. b.

Veruit de meeste actiepunten van het beleidsplan Toerisme en Recreatie Drechterland staan ook in de later verschenen nota’s: -­‐ Legaliseren van het kitesurfen op het recreatieterrein Uiterdijken (ook in het Natuur-­‐ en Re-­‐ creatieplan en het College-­‐Uitvoeringsprogramma). Wij onderschreven dit voornemen. -­‐ Planologische medewerking aan het vestigen van een horecaonderneming op het terrein Ui-­‐ terdijken (ook in College-­‐Uitvoeringsprogramma en het Natuur-­‐ en Recreatieplan). Wij hebben dus een uitdrukkelijke voorkeur voor een alternatieve binnendijkse oplossing. -­‐ Ontwikkeling van officiële zwemwaterlocaties. In het Natuur-­‐ en Recreatieplan en het College-­‐ Uitvoeringsprogramma komt dit onderwerp terug (3 zwemlocaties). Wij onderschreven het voornemen onder voorwaarde van kleinschaligheid en geen buitendijkse gebouwen en bouw-­‐ werken. -­‐ Opwaardering van het recreatieterrein bij de haven van Wijdenes (ook in het College-­‐ Uitvoeringsprogramma en het Natuur-­‐ en Recreatieplan). Wij onderschreven dit voornemen onder voorwaarde dat er sprake is van een kleinschalige invulling en geen buitendijkse gebou-­‐ wen en bouwwerken. -­‐ Onderzoek naar de realisatie van een wandel-­‐ en fietspad Schellinkhout/Wijdenes (indirect, in College uitvoeringsprogramma) en de opwaardering van het wandelpad Zuiderwijmers. Wij onderschrijven deze voornemens.

-­‐ Onderzoek naar de renovatie van een boothelling t.b.v. grotere schepen. Dit punt dient kritisch te worden gevolgd. -­‐ Verruiming van de regelgeving theeschenkerij. Het lijkt ons niet dat dit tot grootschalige ont-­‐ wikkelingen zal leiden. -­‐ 4.4 Rijkswaterstaat en Natura 2000 Het Dijklandschap Zuiderdijk bestaat voor een groot deel uit water: het water van het Markermeer. Bevoegd gezag is hier Rijkswaterstaat. Wat voor beleid heeft deze Rijksdienst in petto voor de kust van het Dijklandschap Zuiderdijk? Ook is het Markermeer onderdeel van het Natura 2000-­‐gebied Markermeer & IJmeer. Welk toekomstig beleid kunnen we vanuit die hoek verwachten? Om daar meer inzicht in te krijgen hebben wij de volgende nota’s doorgenomen: • Het Natura 2000 Beheerplan IJsselmeergebied 2017-­‐2023: Markermeer en IJmeer (Rijkswater-­‐ staat is ‘voortouwtrekker’); • De agenda IJsselmeergebied 2050 (in opdracht van het Ministerie van Infrastructuur en Water-­‐ staat) Daarnaast hebben we gesproken met een medewerker van Rijkswaterstaat die goed geïnformeerd is over het beleid voor het Markermeer. 22

De uitkomst van onze naspeuringen is, dat er geen concrete plannen zijn voor dat deel van het Mar-­‐ kermeer dat grenst aan de Zuiderdijk. Men gebruikte in dit verband de term ‘laag-­‐dynamisch’. Voor ons stukje Markermeer gelden natuurlijk wel de algemene inzichten van Natura 2000 en de Kaderrichtlijn Water. Belangrijke aandachtspunten daarbinnen zijn: de verbetering van de ecologi-­‐ sche kwaliteit en het verhogen van de waterkwaliteit. De ‘Agenda IJsselmeergebied 2050’ sluit hier bij aan: men voorziet maatregelen om het aantal hectaren ondiep water te vergroten. Verder wil men meer natuurlijke overgangen tussen land en water creëren en de relatie tussen de verschillende watersystemen vergroten. De werkzaamheden aan de Markerwadden en bij de Houtribdijk zijn daar actuele voorbeelden van. De versterking van de relatie tussen het binnendijks en buitendijks gebied is een ander doel dat wordt nagestreefd. Deze algemene beleidsvoornemens voor het Markermeer kunnen natuurlijk op termijn ook van toepassing verklaard worden op het kustgebied van de ge-­‐ meente Drechterland. Maar zoals wij hierboven al vaststelden, zijn er nog geen concrete plannen. Wij volgen de ontwikkelingen op de voet.

In het Natura 2000 Beheerplan, IJsselmeergebied 2017-­‐2023 (Markermeer en IJmeer) zijn door Rijkswaterstaat een groot aantal instandhoudingsdoelstellingen vastgelegd: instandhouding van habitatsoorten en aantallen vogels per soort (zie p.15 en volgend). Om deze doelstellingen te realiseren zijn vervolgens in de nota instandhoudingsmaatregelen en het vergunningenbeleid vastgelegd . Op pagina 32 worden vrijgestelde vergunningsplichtige activiteiten zonder specifieke voorwaarden opgesomd. Het beheerplan zelf geldt als vrijstelling voor de vergunningsplicht. De kitesurf-­‐locatie Schellinkhout valt daaronder. Deze activiteit mag echter niet in aard, omvang, intensiteit, tijdstip, frequentie en duur in betekenende mate wijzigen t.o.v. de getoetste situatie. Gebeurt dat toch, dan is een vergunning wel nodig. In hoeverre uitbreiding van activiteiten op het recreatieterrein Uiterdijken leiden tot vergunningsplichtigheid zal door ons worden gevolgd. Verder worden op pagina 32, 33 en 34 activiteiten opgesomd die vrijgesteld zijn van een vergunning onder specifieke voorwaarden. Daaronder valt professioneel dronegebruik. Het voorgaande impli-­‐ ceert dat particulier dronegebruik onder alle voorwaarden vergunningsplichtig is.

5. Samenvatting van onze beleidsopvattingen voor Dijklandschap de Zuider-­‐ dijk Op veel plaatsen in de voorliggende nota hebben wij ons uitgesproken over het staande beleid dat regionale en lokale overheidsorganen voorstaan. Het beleid verwoord in de Structuurschets West-­‐ friesland (2017), voor zover dat betrekking heeft op het Dijklandschap de Zuiderdijk, kunnen wij voor een heel groot deel onderschrijven. Met de beleidsvoornemens in het Natuur-­‐ en Recreatieplan (2016) hadden wij in eerste instantie iets meer moeite. Op het niveau van de uitvoering (uitvoerings-­‐ programma Natuur-­‐ en Recreatieplan) kunnen wij echter met veel punten instemmen. Dat geldt ook voor het College-­‐Uitvoeringsprogramma van de gemeente Drechterland en de lokale nota Toerisme en Recreatie. Daarnaast hebben wij Landelijke nota’s zoals ‘de Agenda IJsselmeergebied 2050’ en het ‘Natura 2000 Beheerplan 2017-­‐2023’ bestudeerd. Hieronder een totaaloverzicht van het beleid dat wij in willen zetten en/of kunnen onderschrijven ten behoeve van het Dijklandschap de Zuiderdijk. Voor de begrenzing van het Dijklandschap de Zui-­‐ derdijk, zie hoofdstuk 3 van deze notitie. 23

5.1 Algemeen De voor het Dijklandschap Zuiderdijk kenmerkende kleinschaligheid, openheid en landschappelijke harmonie, dienen beschermd te worden. Dat geldt ook voor de vele cultuur-­‐historisch waardevolle landschappelijke elementen. Een optimale landschapsbeleving wordt nagestreefd. Het weren van storende landschapselementen heeft daarom hoge prioriteit in vergelijking tot andere doelstellingen zoals recreatieve en toeristische ontwikkeling, de energietransitie, e.d. Oplettendheid is in dit ver-­‐ band geboden. Wij onderschrijven de in de Structuurschets Westfriesland opgenomen ruimtelijke differentiatie en gemaakte keuzes. In deze nota wordt nadrukkelijk gekozen voor het instandhouden van het open, kleinschalige en romantische karakter van het Dijklandschap Zuiderdijk. Nieuwe recreatieve voorzie-­‐ ningen en de verdere ontwikkeling in de agrarische sector dienen wat schaal en intensiteit betreft afgestemd te worden op dit open kleinschalige landschap. Waar nieuwe ontwikkelingen de optimale landschapsbeleving in dit gebied verstoren, dient gezocht te worden naar alternatieven. Voor meer grootschalige recreatieve ontwikkelingen wordt in de Structuurschets het Kustland tussen Enkhuizen en Medemblik aangewezen. Ook onderschrijven wij het beleid dat het Recreatieschap Westfriesland voert t.a.v. het Dijklandschap Zuiderdijk.

Met name het uitvoeringsprogramma voedt de verwachting dat er zorgvuldig wordt om-­‐ gegaan met de landschappelijke openheid, kleinschaligheid en landschappelijke harmonie van het gebied. Natuurlijk zijn er op concreet niveau wel een aantal uitvoeringspunten waarover de gemeen-­‐ te in overleg zou moeten gaan met het Recreatieschap De beleidsvoornemens in het College-­‐Uitvoeringsprogramma 2018-­‐2022 en de voorstellen opgeno-­‐ men in het lokale beleidsplan Recreatie en Toerisme -­‐ voorzover die betrekking hebben op het Dijk-­‐ landschap Zuiderdijk -­‐ komen sterk overeen met het gestelde in de hiervoor genoemde regionale nota’s. Ook het beleid dat het College t.a.v. het Dijklandschap voorstaat, getuigt van de nodige zorg voor de kernwaarden van het landschap. Ook hier geldt dat wij de ontwikkelingen goed zullen blijven volgen. Het moge duidelijk zijn dat wij ons niet keren tegen versterking van toerisme en recreatie. Wij willen deze ontwikkelingen alleen zodanig vormgeven dat unieke en waardevolle landschappen -­‐ zoals Dijk-­‐ landschap de Zuiderdijk -­‐ niet worden geschaad en de bronnen waarop de recreatieve en toeristische aantrekkingskracht zijn gebaseerd niet teloor gaan.

Wij vinden het daarom belangrijk om: • bepaalde gebieden aan te wijzen voor grootschalige, intensieve, eventuele buitendijkse ontwikke-­‐ lingen (zoals in de structuurschets gebeurt); • in andere gebieden (bijvoorbeeld het Dijklandschap Zuiderdijk) op een veel extensiever en klein-­‐ schaliger manier verbeteringen door te voeren t.b.v. de recreant en het toerisme. In deze gebie-­‐ den kiezen wij er bijvoorbeeld voor om nieuwe voorzieningen indien van toepassing binnendijks te realiseren. 5.2 Meer specifieke algemene beleidspunten a. Dat het Recreatieschap Westfriesland niet langer gericht is op de uitbreiding van natuur-­‐ en re-­‐ creatiegebieden, maar verbetering van de kwaliteit van het bestaande nastreeft (Natuur-­‐ en Re-­‐ creatieplan, 2016), wordt maar ten dele door ons onderschreven. De raad van de gemeente Drechterland heeft met ruime meerderheid een motie aangenomen waarin alsnog voor nieuwe natuur-­‐ontwikkeling in geheel Westfriesland wordt gepleit. Deze zienswijze is doorgestuurd naar het bestuur van het Recreatieschap. De schriftelijke reactie van het Recreatieschap kwam vervol-­‐ gens onvoldoende tegemoet aan onze intenties. Daarom zien wij graag dat er gesprekken gevoerd gaan worden met Landschap Noord-­‐Holland en Staatsbosbeheer om de mogelijkheden voor ver-­‐ dere natuur-­‐ontwikkeling in het Dijklandschap te bespreken. 24

b. Het College van Drechterland wil een integrale omgevingsvisie op de fysieke omgeving van Drechterland tot 2035 opstellen (College-­‐Uitvoeringsprogramma 2018-­‐2022, beleidsambitie 5.1). Dat dient te gebeuren in samenspraak met relevante bewoners, bedrijven en instellingen. Het be-­‐ houd van het karakter van onze landelijke groene gemeente en de karakteristieke Westfriese Om-­‐ ringdijk staan daarbij, volgens het College, voorop. De planning gaat uit van 2020 en verder. Wij onderschrijven dit voornemen: onze visie op het beschermen en verder verbeteren van Dijkland-­‐ schap de Zuiderdijk zien wij als bouwsteen voor die visie. c. Het College van de gemeente Drechterland wil het Pact van Westfriesland actualiseren. Men wil ook beter vertegenwoordigd zijn bij regionale en bovenregionale opgaven (Uitvoeringsprogram-­‐ ma, Beleidsambitie 19.1, 2019 en volgend). Wij zijn het met deze voornemens eens, met dien ver-­‐ stande dat de actualisatie plaats vindt overeenkomstig een belangrijk uitgangspunt van de Struc-­‐ tuurschets Westfriesland: groei en ontwikkeling kunnen wenselijk zijn mits dat gebeurt op plaat-­‐ sen die daar geschikt voor zijn. In kwetsbare en waardevolle gebieden zullen verandering en ont-­‐ wikkeling daarentegen zodanig moeten worden ingepast dat geen schade wordt berokkend aan de kernkwaliteiten van het landschap.

Het gaat dan om waarden als landschappelijke uniciteit, harmonisch landschap, de landschappelijke kleinschaligheid, de bescherming van cultuurhistori-­‐ sche elementen binnen het landschap en het beschermen van de natuur en biodiversiteit. d. Het College van de gemeente Drechterland wil in regionaal verband het toerisme en de recreatie stimuleren (zie College uitvoeringsprogramma). Het doel is meer bezoekers te trekken die meer besteden. Dit alles met aandacht voor kleinschalig ondernemerschap. Wij onderschrijven dit be-­‐ leid zolang er op termijn wel grenzen aan de groei gesteld zullen worden (zie ook hierboven onder punt c). e. Het College van de gemeente Drechterland wil duidelijk beleid (beleidskader) voor nieuwvestiging van horecavoorzieningen (zie uitvoeringsprogramma van het College). Wij vinden dit een belang-­‐ rijk voornemen: de belangen van omwonenden dienen in dit verband nadrukkelijk beschermd te worden. f. Daarnaast staat in de door de gemeenteraad vastgestelde (2015) nota Toerisme en Recreatie dat er verruiming plaats dient te vinden van de ‘regelgeving Theeschenkerij’. Onze inschatting is dat dit geen grootschalige ontwikkelingen op gang zal brengen. De ruimte die dit biedt voor kleinscha-­‐ lige ontwikkelingen omarmen wij. g.

Wij zien graag dat er onderzoek komt naar de mogelijkheid en wenselijkheid om dorpen (of delen daarvan), die aanhaken bij de Zuiderdijk, de status van ‘beschermd dorpsgezicht’ te geven. Met name wordt gedacht aan Oosterleek, Schellinkhout en de Buurt (Venhuizen). h. Het maaibeleid van het Recreatieschap is gericht op de vergroting van de biodiversiteit. Dat vin-­‐ den wij uitstekend. Het Waterschap (HHNK) is in relatie tot de dijk natuurlijk ook een belangrijke partij. Wij zien graag dat er overleg volgt over de mogelijkheden om de biodiversiteit van het dijk-­‐ talud te vergroten. i. Het College van Drechterland streeft versterking van de biodiversiteit na: men wil een maatrege-­‐ lenpakket opstellen. Wij onderschrijven dit voornemen. j. Voor grootschalige evenementen binnen het Dijklandschap de Zuiderdijk dient het College van de gemeente Drechterland in principe geen toestemming te geven. Van deze regel kan sporadisch afgeweken worden, mits de bereikbaarheid voor hulpdiensten gegarandeerd is. Daardoor is het mogelijk de veiligheid van bezoekers te garanderen. 5.3 De wandelaar en fietser staan op de eerste plaats k. De Zuiderdijk tussen Hoorn en Enkhuizen wordt motorvoertuigen-­‐luw gemaakt. De fietser en wandelaar krijgen hier alle ruimte en de motor/auto is te gast.

Het College van de gemeente Drechterland wil bereiken dat ‘niet noodzakelijk doorgaand gemotoriseerd verkeer’ op de Zui-­‐ derdijk wordt ontmoedigd. In 2020 zal een haalbaarheidsonderzoek plaatsvinden (zie College-­‐ Uitvoeringsprogramma 2018-­‐2022). Wij onderschrijven dit voornemen van het College met klem. Daarnaast zijn wij bijzonder verheugd met het besluit het gebruik van jetski’s aan banden te leg-­‐ gen (zie aanpassing van de APV). 25

l. De afronding van het wandelnetwerk Westfriesland met inbegrip van het wandelpad Westfriese Omringdijk wordt op dit moment door Recreatie Noord-­‐Holland ter hand genomen (zie Natuur-­‐ en Recreatieplan). Wij hechten veel waarde aan een zoveel mogelijk buitendijks gelokaliseerd wandelpad langs de Zuiderdijk. m. Het College van de gemeente Drechterland is voornemens een plan van aanpak op te stellen voor nieuwe lokale mogelijkheden voor vaar-­‐, fiets-­‐ en wandelverbindingen. Wij steunen dit voorne-­‐ men. n. In het lokale beleidsplan Toerisme en Recreatie wordt een lans gebroken voor onderzoek naar de realisatie van een wandel-­‐ en fietspad Schellinkhout/Wijdenes en de opwaardering van wandel-­‐ pad de ‘ZuiderWijmers’. Wij onderschrijven dit voornemen. o. De Raad van de gemeente Drechterland heeft in 2016 met een grote meerderheid een motie (zienswijze) aangenomen waarin wordt gepleit voor een onderzoek naar het opzetten van een re-­‐ creatieve route door Drechterland c.q. Westfriesland. Deze route dient ondersteund te worden door een app. Het Recreatieschap heeft toegezegd dit project op de groslijst met projecten te plaatsen en met de gemeente te overleggen hoe dit het beste kan worden opgepakt. Wij volgen de ontwikkelingen met belangstelling. 5.4. Inpassing van nieuwe voorzieningen: harmonische inpasbaarheid staat voorop p.

De inpassing van voorzieningen ten behoeve van de agrarische sector dient plaats te vinden met respect voor het kleinschalige Dijklandschap Zuiderdijk. Daarbinnen is de agrarische sector de hoeder van het kleinschalige landschap. In de Structuurschets Westfriesland zijn andere gebieden in de regio aangewezen waar grootschaliger uitbreidingen van de agrosector en van andere bedrijven mogelijk zijn. Wij onderschrijven die duidelijke keuze en dit gedifferentieerde regionale beleid. Daarbij verstaan wij onder “hoeder van het landschap” dat de agrosector in Dijklandschap de Zuiderdijk afziet van grootschalige projecten en bij voorkeur natuur-­‐inclusieve landbouw bedrijft. q. Wij zijn van mening dat binnen het Dijklandschap de Zuiderdijk geen windmolens geplaatst mogen worden. Ten aanzien van eventuele zonneweiden dient de landschappelijke inpassing de volle aandacht te krijgen, met name met betrekking tot het zicht vanaf de hogergelegen dijk. Deze op-­‐ vattingen zijn ook van toepassing op het aan het Dijklandschap grenzende Markermeer. Ook in het buitendijkse gebied grenzend aan het Dijklandschap zal de plaatsing van windmolens schade-­‐ lijk zijn voor de landschapsbeleving. In het kader van het klimaatakkoord zal Drechterland wel een bijdrage willen leveren aan de energietransitie. Wij verwachten dat de inzet van windmolens in dat verband aan de orde zal ko-­‐ men.

In de structuurschets Westfriesland heeft men binnen de regio gebieden onderscheiden waar ruimte is voor grootschalige en mogelijk experimentele ontwikkelingen. Wij zijn van mening dat daar, indien vereist, het beste windmolens geplaatst kunnen worden. r. Het voornemen van het Recreatieschap en van het College van de gemeente Drechterland om binnen het Dijklandschap de Zuiderdijk op drie locaties extra strandjes (zwemlocaties) aan te leg-­‐ gen, wordt door ons onderschreven. Wel zijn wij van mening dat deze strandjes en de gekozen oplossingen voor het parkeren van met name auto’s kleinschalig dienen te zij, waardoor zij binnen het landschap ‘passen’. s. Het voornemen van het Recreatieschap en het College van de gemeente Drechterland om een extra strandje te maken op het recreatiegebied Uiterdijken te Schellinkhout met als doel de (ki-­‐ te)surfers en zwemmers goed van elkaar te scheiden, wordt door ons onderschreven. Het is een prima voorbeeld van verantwoorde doorontwikkeling van bestaande recreatiemogelijkheden. Het College wil in dit verband een kitesurf-­‐locatie die voldoet aan wettelijke eisen. Wij onderschrijven dit. t. De behoefte aan kwalitatief goede horeca bij het recreatieterrein Uiterdijken/Schellinkhout wordt door ons onderkend.

Het streven van de gemeente Drechterland en het Recreatieschap om ge-­‐ bruikers van het recreatieterrein en passanten kwalitatief hoogwaardige horeca te bieden, dient 26

zich te richten op het realiseren van een goede binnendijkse horeca-­‐voorziening, bijv. in de Marti-­‐ nuskerk. u. Recentelijk zien wij dat op een aantal plekken (zoals in Wijdenes en Oosterleek) de bestaande horeca onder druk komt te staan. Wij vragen aandacht om de mogelijkheden te onderzoeken om deze voor de recreatieve functie van de dijk belangrijke voorzieningen te stimuleren. v. Meer in zijn algemeenheid wijzen wij in Dijklandschap de Zuiderdijk de oprichting van buitendijkse gebouwen of bouwwerken (zijnde geen gebouwen) af. Oplossingen zullen binnendijks gezocht en gevonden moeten worden. Ook voor plaatsing van semipermanente gebouwen wordt geen gele-­‐ genheid gegeven. Dergelijke voorzieningen zijn in onze ogen in strijd met het streven naar land-­‐ schappelijke harmonie en het open houden van het landschap. w. Het College en het Recreatieschap willen de aantrekkelijkheid van het haventerrein Wijdenes vergroten. Nadat de huidige pachter afstand heeft gedaan van aanpalend buitendijks land wordt dat bij het haventerrein gevoegd (afspraak van de gemeente met het Hoogheemraadschap). Daarna worden voorzieningen toegevoegd. Daarvoor dient volgens het College een plan opge-­‐ steld te worden. Wij zullen informeren naar de voortgang van deze planvorming. De ingrepen dienen volgens ons kleinschalig te zijn en te harmoniëren met het omringende landschap.

Ook hier zijn de schaal en (on)zichtbaarheid van parkeervoorzieningen van belang. Net als bij Schel-­‐ linkhout worden (permanente) gebouwen of bouwwerken opgericht in het buitendijkse gebied afgewezen. x. Het College wil het recreatieschap ondersteunen bij het realiseren van recreatieve voorzieningen. Concreet gaat het daarbij om de financiering van hekjes, bordjes, prullenbakken e.d. Wij onder-­‐ schrijven dit streven. y. Wij onderschrijven de wens van het College informatieborden te plaatsen om de geschiedenis in het moderne landschap herkenbaar te maken. Wij zien in dit verband kansen om binnen het Dijk-­‐ landschap Zuiderdijk recreanten en toeristen meer inzicht en kennis mee te geven over de daar aanwezige, vele, waardevolle cultuurhistorische elementen. z. De ontwikkeling van één of meer grootschalige vakantieparken met caravans en/of recreatiewo-­‐ ningen binnen het Dijklandschap de Zuiderdijk vinden wij niet passend. Wij volgen hierin het standpunt vastgelegd in de Structuurschets en in het beleidsplan Toerisme en Recreatie . Klein-­‐ schalige ontwikkeling in ons gebied van staanplaatsen voor caravans en/of recreatiewoningen, trekkershutten e.d. moet wel mogelijk zijn mits zij goed worden ingepast binnen het landschap en binnendijks op voldoende afstand tot de Zuiderdijk gesitueerd worden. aa.

De realisatie van woningbouw binnen het Dijklandschap Zuiderdijk, moet zeker mogelijk zijn, mits dat binnendijks en gekoppeld aan de ‘linten’ plaats vindt. Het stedenbouwkundig ontwerp dient bovendien rekening te houden met de aanwezige landschappelijke kernwaarden: het plan dient kleinschalig te zijn en op een harmonische manier te passen binnen het landschap. Waar in de structuurschets wordt gepleit voor woningen in het duurdere segment kiezen wij met name voor woningen voor starters, gezinnen en de oudere mens. De leefbaarheid in en de vitaliteit van onze kleine kernen is daarmee gediend. bb. Rijkswaterstaat en de regievoerder van Natura 2000 hebben geen concrete plannen voor de kust van Dijklandschap Zuiderdijk. Wij zullen de komende jaren de beleidsvorming voor het Marker-­‐ meer op de voet volgen. In het Natura 2000 beheerplan, IJsselmeergebied 2017-­‐2023 (Markermeer en IJmeer) zijn door Rijkswaterstaat instandhoudingsmaatregelen en het vergunningenbeleid vastgelegd. Op pagina 32 worden vrijgestelde vergunningsplichtige activiteiten zonder specifieke voorwaar-­‐ den opgesomd. De kitesurf-­‐locatie Schellinkhout valt onder deze regeling. Het kitesurfen in dit gebied mag echter niet in aard, omvang, intensiteit, tijdstip, frequentie en duur in betekenende mate wijzigen t.o.v. de getoetste situatie.

Verder worden op pagina 32, 33 en 34 activiteiten opgesomd die vrijgesteld zijn van een vergun-­‐ ning met specifieke voorwaarden. Daaronder valt o.a. professioneel dronegebruik. Het voor-­‐ gaande impliceert o.i. dat particulier dronegebruik onder alle voorwaarden vergunningsplichtig is. 27

Daarnaast verzoeken wij het College bij Rijkswaterstaat na te gaan of het lawaai van motoren op de Zuiderdijk en gebruik van Jetski’s in het Markermeer in de toekomst onderdeel uit (kan) gaan maken van beheermaatregelen en/of het vergunningenbeleid. cc. Het College wil het lokale beleidsplan Toerisme en Recreatie actualiseren (College-­‐ Uitvoeringsplan, punt 7.2). Men wil met name meer aandacht voor het agro-­‐toerisme. Zolang dit kleinschalig blijft staan wij hier achter.

6. Slot

Met dit initiatief beoogt Progressief Drechterland te bewerkstelligen dat, hopelijk met instemming van een zo groot mogelijke raadsmeerderheid, het college aan de slag gaat met onze visie op het Dijklandschap en de daaruit voortvloeiende beleidsopvattingen en te ondernemen acties, zoals hier-­‐ onder verwoord. Samenvattend verzoeken wij de Raad de volgende uitganspunten te onderschrijven en het College van b. en w. op te dragen hiermee aan de slag te gaan en de raad hierover te rapporteren: Algemene waarden: • voor de Zuiderdijk en directe omgeving als kernwaarden uit te gaan van rust, ruimte en natuurbeleving Recreatie: • vast te houden aan het motorvoertuigen-­‐luw maken van de dijk zoals in het CUP reeds is verwoord • haar invloed bij het RSW aan te wenden om fiets-­‐ en wandelroutes op en langs de dijk te optimaliseren • aan te sturen op de realisatie van drie extra kleinschalige strandjes Natuur: • in overleg met het HHNK de biodiversiteit op de dijk te verbeteren • initiatieven te ontplooien om de natuur, waaronder de kleiputten, langs de dijk te ver-­‐ sterken, dit in overleg met de beherende instanties zoals Staatsbosbeheer en Landschap Noord-­‐ Holland • de omschakeling naar kleinschalige vormen van natuur-­‐inclusieve landbouw in het dijk-­‐ landschap te stimuleren Ruimte en cultuur: • toe te blijven zien op het behoud en de bescherming van cultuurhistorische

elementen en dorpsgezichten • buitendijkse bouwwerken, los van tijdelijke voorzieningen, te weren • geen ontwikkelingen te faciliteren die haaks staan op het open, kleinschalige en romanti-­‐ sche karakter van het dijklandschap Tot slot: • de ‘visie op de dijk’ in te zetten als onderdeel van de nog te formuleren omgevingsvisie voor Drechterland Progressief Drechterland – Februari 2021 28

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10004332/1