Bijlage GR AWF Was wordt Lijst
Tekst van het document
Gemeenschappelijke Regeling Archeologie West-Friesland 13-11-2025 Op basis van GR_AWF_V8 Was-Wordt-Waarom tabel WAS GR AWF 2024, vigerende regeling
WORDT GR AWF Wijzigingsvoorstel
WAAROM Toelichting op wijzigingsvoorstel
Gemeenschappelijke Regeling Archeologie Westfriese gemeenten Geldend van 19-08-2024 t/m heden met terugwerkende kracht vanaf 01-07-2024 Intitulé Gemeenschappelijke Regeling Archeologie Westfriese gemeenten Zaaknummer: 2160970
Gemeenschappelijke Regeling Archeologie Westfriese gemeenten Geldend vanaf 1 januari 2026 Intitulé Gemeenschappelijke Regeling Archeologie Westfriese gemeenten Zaaknummer:
De colleges van burgemeester en wethouders en de raden van de gemeenten . Drechterland, Enkhuizen, Hoorn, Koggenland, Medemblik, Opmeer, Schagen, Stede Broec en Texel
De colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten Drechterland, Enkhuizen, Hollands kroon, Hoorn, Koggenland, Medemblik, Opmeer, Schagen, Stede Broec en Texel
Deze GR betreft alleen bevoegdheden van het college, de raden is daarom eruit gehaald. Hollands Kroon toegevoegd
besluiten met ingang van 1 juli 2024 de Gemeenschappelijke Regeling Archeologie Westfriese gemeenten te wijzigen waardoor de tekst komt te luiden
besluiten met ingang van 1 januari 2026 de Gemeenschappelijke Regeling Archeologie Westfriese gemeenten te wijzigen waardoor de tekst komt te luiden
Aanpassen aan nieuwe ingangsdatum 1 januari 2026
als volgt: Gemeenschappelijke Regeling Archeologie Westfriese gemeenten
als volgt: Gemeenschappelijke Regeling Archeologie Westfriese gemeenten
Artikel 1 begripsbepalingen In deze regeling wordt verstaan onder: a. deelnemende gemeente: de raad en het college van burgemeester en wethouders als bestuursorganen van alle aan deze regeling deelnemende gemeenten;
Artikel 1 begripsbepalingen In deze regeling wordt verstaan onder: a. deelnemende gemeente: het college van burgemeester en wethouders als bestuursorgaan van alle aan deze regeling deelnemende gemeenten;
Deze GR betreft alleen bevoegdheden van het college, de raden is daarom eruit gehaald.
b. dienstverlenende gemeente: de raad en het college van burgemeester en wethouders als bestuursorganen van de gemeente Hoorn;
b. dienstverlenende gemeente: het college van burgemeester en wethouders als bestuursorgaan van de gemeente Hoorn;
Deze GR betreft alleen bevoegdheden van het college, de raden is daarom eruit gehaald.
c. dienstafnemende gemeente: de raad en het college van burgemeester en wethouders van de naast Hoorn aan deze regeling deelnemende gemeenten;
c. dienstafnemende gemeente: het college van burgemeester en wethouders van de naast Hoorn aan deze regeling deelnemende gemeenten;
Deze GR betreft alleen bevoegdheden van het college, de raden is daarom eruit gehaald.
d. ambtelijke werkgroep: een werkgroep, samengesteld uit ambtelijke vertegenwoordigers van deelnemende gemeenten;
d. ambtelijke werkgroep: een werkgroep, samengesteld uit ambtelijke vertegenwoordigers van deelnemende gemeenten;
e. de wet: de Wet gemeenschappelijke regelingen 1984;
e. de wet: de Wet gemeenschappelijke regelingen 1984;
f. senior archeoloog (advisering): archeoloog met aantoonbare kennis en ervaring in het archeologisch (advies)werk, zoals vastgelegd in het Actorregister;
Aanpassen aan nieuwe ingangsdatum 1 januari 2026
zaaknummer wijzigen
ongewijzigd
Titel van de wet is gewijzigd.
vervallen
g. archeologische monumentenzorg (AMZ): De keten van archeologische monumentenzorg conform de Erfgoedwet (2016);
f. archeologische monumentenzorg (AMZ): De keten van archeologische monumentenzorg conform de Erfgoedwet (2016);
h.
g.
ongewijzigd, nummering wordt f
Kwaliteitsnormering Nederlandse Archeologie (KNA); de meest recente versie van het kwaliteitsstelsel voor de AMZ.
Kwaliteitsnormering Nederlandse Archeologie (KNA); de meest recente versie van het kwaliteitsstelsel voor de AMZ. h. Actorregister Archeologie, het register van de Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer (SIKB) waar de archeologische actoren zijn geregistreerd. i. PAN, Portable Antiqueties Netherlands, website voor melden en archiveren van (metaal)vondsten.
Artikel 2 bestuursvorm, belang en taken
Artikel 2 bestuursvorm, belang en taken
1. De raden en de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten Drechterland, Enkhuizen, Hoorn, Koggenland, Medemblik, Opmeer, Schagen, Stede Broec en Texel nemen deel aan een gemeenschappelijke regeling als bedoeld in artikel 1 en artikel 8, vierde lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen.
1. De colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten Drechterland, Enkhuizen, Hollands Kroon, Hoorn, Koggenland, Medemblik, Opmeer, Schagen, Stede Broec en Texel nemen deel aan een gemeenschappelijke regeling als bedoeld in artikel 1 en artikel 8, vierde lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen. 2. De in het vorige lid genoemde bestuursorgaan van de gemeente Hoorn verlenen tegen betaling van de kosten diensten aan de bestuursorganen van de overige aan deze regeling deelnemende gemeenten.
2. De in het vorige lid genoemde bestuursorganen van de gemeente Hoorn verlenen tegen betaling van de kosten diensten aan de bestuursorganen van de overige aan deze regeling deelnemende gemeenten. 3. De gemeenschappelijke regeling wordt getroffen gezien de regionale samenhang van archeologische structuren, teneinde archeologisch beleid en uitvoerende werkzaamheden gezamenlijk gestalte te geven. Hierbij zullen de dienstafnemende gemeenten gebruik mogen maken van het certificaat voor het verrichten van archeologisch onderzoek zoals bedoeld in de Erfgoedwet 2016 § 5.1.
3. De gemeenschappelijke regeling wordt getroffen gezien de regionale samenhang van archeologische en landschappelijke structuren in het gebied van de 10 gemeenten, teneinde archeologisch beleid en de AMZ-cyclus. gezamenlijk gestalte te geven
4. Zo nodig kan door een unaniem besluit van de aan deze regeling deelnemende bestuursorganen (gemeenteraad en college) aan de werkingssfeer van deze gemeenschappelijke regeling de uitvoering van andere taken worden toegevoegd.
4. Zo nodig kan door een unaniem besluit van de aan deze regeling deelnemende bestuursorganen (gemeenteraad en college) aan de werkingssfeer van deze gemeenschappelijke regeling de uitvoering van andere taken worden toegevoegd.
Artikel 3 taken van de dienstverlenende gemeente 1. De dienstverlenende gemeente draagt zorg voor het navolgende: a. Benoeming van twee senior archeologen. De regio-archeologen functioneren naast de Hoornse gemeente archeoloog, waardoor door de gemeente Hoorn er minimaal drie archeologen op senior niveau zijn aangesteld.
Artikel 3 taken van de dienstverlenende gemeente 1. De dienstverlenende gemeente draagt zorg voor het navolgende:
b. het voorzien in de mogelijkheid van een centraal goedgekeurd tussendepot, waarin de vondsten en data die voortkomen uit veldonderzoeken kunnen worden
ongewijzigd, nummering wordt g
voor de verplichte kwaliteitsboring van de actoren (adviseurs)
het PAN is een actuele database voor archeologische vondsten
Deze GR betreft alleen bevoegdheden van het college, de raden is daarom eruit gehaald. Hollands Kroon toegevoegd
"bestuursorganen" aangepast in "bestuursorgaan" i.v.m. aanpassing lid 1.
gewijzigd gravend archeologisch onderzoek valt buiten de regeling
ongewijzigd
a. Voorzien in voldoende personele capaciteit door de inzet van archeologisch gekwalificeerde deskundigen voor het adviseren op beleidstaken.
gewijzigd adviseurs zijn niet alleen senior-archeologen aantal is naar behoefte
b. het vervaardigen van en voorzien in een digitale gegevensstructuur ten behoeve van advisering binnen de Omgevingswet.
gewijzigd een tussendepot hoort bij gravend onderzoek en valt buiten de regeling
ondergebracht en beheerd. De vondsten van een onderzoek kunnen, na toestemming van de Provincie Noord-Holland, volgens een standaard bruikleenovereenkomsten voor onderzoeks- en publieksdoeleinden aan elke gemeente worden uitgeleend. 2. De dienstverlenende gemeente zal de volgende taken op archeologisch gebied voor het grondgebied en de waterbodem van de deelnemende gemeenten vervullen:
2. De dienstverlenende gemeente vervult taken van de deelnemende gemeenten op archeologisch gebied voor de landbodem en de waterbodem:
a. Beleidstaken De beleidstaken omvatten de hele keten van archeologische monumentenzorg, onder andere: • het inventariseren van archeologische terreinen binnen de gemeentegrenzen van de deelnemende gemeenten; • het zoveel mogelijk in de bodem behouden van belangrijke archeologische resten en/ of ter plaatse op enigerlei wijze doen markeren van gevonden constructies; • het adviseren van burgemeester en wethouders van de deelnemende gemeenten inzake archeologische waarden en objecten binnen de gemeentegrenzen van de deelnemende gemeenten; • het melden van nieuwe vondsten en opgravingen aan het centrale archief (Archis) van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; • het opstellen en actualiseren van de archeologische waardenkaart van de deelnemende gemeenten; • het adviseren bij ruimtelijke ontwikkelingen c.q. ruimtelijke vergunningen voor zover deze betrekking hebben op activiteiten in een gebied met archeologische waarden of verwachtingen door middel van Archeologische Quickscans, veldtoetsen, monitoring en overige adviezen; • het opstellen van richtlijnen voor archeologisch onderzoek en het toetsen van Programma’s van Eisen van derden; • het toezicht houden op archeologisch (veld)onderzoek uitgevoerd door derden binnen de gemeentegrenzen van de deelnemende gemeenten; • het toetsen van eindrapportages van gerealiseerd archeologisch onderzoek; •
a. Beleidstaken De beleidstaken omvatten de hele keten van archeologische monumentenzorg, onder andere: •
adviseren over archeologiebeleid, regiobeleid en erfgoedverordeningen etc.; • het communiceren met de Erfgoedinspectie (EI) van het Ministerie OCW.
gewijzigd ter verduidelijking
genummerd van a t/m l
vervalt a. Het zoveel mogelijk in de bodem behouden van belangrijke archeologische resten (behoud in situ) b. het adviseren van burgemeester en wethouders van de deelnemende gemeenten inzake archeologische waarden en objecten binnen de gemeentegrenzen van de deelnemende gemeenten; c. Het melden van (nieuwe) vondsten aan het centrale archief (Archis) van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed en het PAN; d. Het opstellen en actualiseren van het archeologisch en cultuurhistorisch beleid van de deelnemende gemeenten; e. Het adviseren bij ruimtelijke ontwikkelingen c.q. ruimtelijke vergunningen voor zover deze betrekking hebben op activiteiten in een gebied met archeologische, landschappelijke en aardkundige waarden of verwachtingen door middel van Archeologische Quickscans, veldtoetsen, monitoring en overige adviezen; f. Het opstellen van richtlijnen voor archeologisch onderzoek en het toetsen van Programma’s van Eisen ; g. Het toezicht houden en directievoeren op archeologisch (veld)onderzoek binnen de gemeentegrenzen van de deelnemende gemeenten; h. Het toetsen van rapportages van gerealiseerd archeologisch onderzoek; i. Het adviseren over archeologiebeleid, regiobeleid en erfgoedverordeningen; j. Het communiceren met de inspectie Overheidsinformatie & Erfgoed (IOE) van het Ministerie OCW. k.
Het adviseren bij de wettelijke taken zoals vastgelegd in de Omgevingswet (1-1-2024). l. De uitvoering van de wettelijke taken met betrekking tot de archeologische
gewijzigd behoud in situ toegevoegd ongewijzigd
gewijzigd PAN toegevoegd gewijzigd - cultuurhistorie toegevoegd. Waardenkaarten horen bij beleid. gewijzigd landschappelijke en aardkundige waarden toegevoegd
gewijzigd woord 'derden' verwijderd, niet relevant gewijzigd woord 'van derden' verwijderd, niet relevant gewijzigd - het gaat om alles soorten rapportages, niet uitsluitend eindrapportages ongewijzigd gewijzigd, naam dienst is veranderd
gewijzigd - Omgevingswet toegevoegd gewijzigd
en cultuurhistorische waarden zoals vastgelegd in de Erfgoedwet van 1 juli 2016.
b. Documentatie • het documenteren van archeologische vindplaatsen, vondsten en structuren binnen de gemeentegrenzen van de deelnemende gemeenten; • het toegankelijk maken, bewerken en in goede staat houden van het archeologisch documentatiearchief; • het toegankelijk maken, bewerken en in goede staat houden van het gezamenlijk tussendepot voor archeologische vondsten.
c. Voorlichting • het desgewenst geven van voorlichting betreffende archeologische zaken in de deelnemende gemeenten.
b. Documentatie De taken ten aanzien van documentatie zijn: a. het documenteren van archeologische vindplaatsen, vondsten en structuren binnen de gemeentegrenzen van de deelnemende gemeenten; b. het toegankelijk maken, bewerken en in goede staat houden van het archeologisch documentatiearchief;
Erfgoedwet toegevoegd
Tekstuele toelichting op dit lid. genummerd van a t/m b ongewijzigd
ongewijzigd
vervalt hoort niet bij adviestaken GR c. Voorlichting De taken ten aanzien van voorlichting zijn: a. Het verrichten van erfgoedcommunicatie conform Artikel 9 van het Verdrag van Valletta (1992) op verzoek van de deelnemende gemeenten. b. Het actueel houden van de website van AWF met informatie over het archeologiebeleid en archeologisch erfgoed in de deelnemende gemeenten,
d. Archeologisch veldonderzoek en –rapportage. • Overheden, semioverheden en particulieren kunnen gebruik maken van uitvoeringstaken (Archeologisch bureauonderzoek, opstellen van PvE’s, Archeologisch onderzoek) onder KNA en BRL 4000 norm.
Tekstuele toelichting op dit lid. genummerd van a t/m b gewijzigd Verdrag van Valletta toegevoegd toegevoegd alle relevante informatie is te vinden op de website van AWF
vervalt hoort niet bij adviestaken GR .
Artikel 4 Verplichtingen van de dienstverlenende gemeente
Artikel 4 Verplichtingen van de dienstverlenende gemeente
1. De dienstverlenende gemeente verricht archeologische werkzaamheden voor de deelnemende gemeenten en ziet toe op een evenredige verdeling . van de diensten
1. De dienstverlenende gemeente verricht archeologische en cultuurhistorische werkzaamheden voor de deelnemende gemeenten.
2. De dienstverlenende gemeente rapporteert en evalueert ten minste halfjaarlijks schriftelijk aan de ambtelijke werkgroep.
2. De dienstverlenende gemeente rapporteert ten minste halfjaarlijks schriftelijk aan de ambtelijke werkgroep.
3. De dienstverlenende gemeente brengt jaarlijks in januari een jaarverslag over het voorgaande jaar uit. De financiële verantwoording is hierin separaat opgenomen, zoveel mogelijk gespecificeerd naar projecten of algemene zaken.
3. De dienstverlenende gemeente brengt jaarlijks in het eerste kwartaal een jaarverslag over het voorgaande jaar uit. De financiële verantwoording is hierin separaat opgenomen, zoveel mogelijk gespecificeerd naar projecten of algemene zaken.
4.
4.
gewijzigd evenredige verdeling van de diensten is vastgelegd in het aantal uren per gemeente
ongewijzigd
gewijzigd januari is niet haalbaar, het eerste kwartaal wel
De dienstverlenende gemeente stelt elk jaar in het laatste kwartaal een jaarplan voor het komende jaar met begroting en tarifering op. Hierin zijn de wensen van de ambtelijke werkgroep opgenomen.
De dienstverlenende gemeente stelt elk jaar in het laatste kwartaal een jaarplan met begroting en tarifering op (zie Artikel 7) op voor het komende jaar.
gewijzigd wensen ambtelijke begeleidingsgroep zitten al in jaarplan
Artikel 5 Archiefzorg 1. Archiefzorg Het college van burgemeester en wethouders van de dienstverlenende gemeente draagt zorg voor de archiefbescheiden van de centrumregeling.
Artikel 5 Regels over het archiefzorg Archiefzorg 1. Het college van burgemeester en wethouders van de dienstverlenende gemeente draagt zorg voor de archiefbescheiden van de centrumregeling.
Titel gewijzigd i.v.m. titel lid 1. Nummering zodat deze binnen het artikel doorloopt
2. Archiefbeheer 1. De secretaris van de dienstverlenende gemeente is belast met het beheer van de archiefbescheiden van de centrumregeling, voor zover deze niet zijn overgebracht naar de archiefbewaarplaats.
Archiefbeheer 2 De secretaris van de dienstverlenende gemeente is belast met het beheer van de archiefbescheiden van de centrumregeling, voor zover deze niet zijn overgebracht naar de archiefbewaarplaats.
2. Het college van burgemeester en wethouders van de dienstverlenende gemeente stelt voorschriften vast voor het beheer van de archiefbescheiden van de centrumregeling, die nog niet naar de archiefbewaarplaats zijn overgebracht.
3. Het college van burgemeester en wethouders van de dienstverlenende gemeente stelt voorschriften vast voor het beheer van de archiefbescheiden van de centrumregeling, die nog niet naar de archiefbewaarplaats zijn overgebracht.
3. Archiefbewaarplaats Voor de bewaring van de over te brengen archiefbescheiden van de centrumregeling wordt aangewezen de archiefbewaarplaats van Westfries Archief, Regionaal Historisch Centrum voor West- Friesland.
Archiefbewaarplaats 4. Voor de bewaring van de over te brengen archiefbescheiden van de centrumregeling wordt aangewezen de archiefbewaarplaats van Westfries Archief, Regionaal Historisch Centrum voor West- Friesland.
4. Toezicht Met het toezicht op het beheer van de archiefbescheiden van de centrumregeling, voor zover deze archiefbescheiden niet zijn overgebracht naar de archiefbewaarplaats, is belast de archivaris van Westfries Archief, Regionaal Historisch Centrum voor West-Friesland.
Toezicht 5. Met het toezicht op het beheer van de archiefbescheiden van de centrumregeling, voor zover deze archiefbescheiden niet zijn overgebracht naar de archiefbewaarplaats, is belast de archivaris van Westfries Archief, Regionaal Historisch Centrum voor West-Friesland.
5. Verantwoording 1. De archivaris van het Westfries Archief en het Regionaal Historisch Centrum voor West-Friesland brengt minimaal twee jaarlijks aan het college van burgemeester en wethouders/ gedeputeerde staten van de dienstverlenende gemeente verslag uit over het toezicht op het beheer van de archiefbescheiden van de centrumregeling die niet zijn overgebracht naar de archiefbewaarplaats.
Verantwoording 6. De archivaris van het Westfries Archief en het Regionaal Historisch Centrum voor West-Friesland brengt minimaal twee jaarlijks aan het college van burgemeester en wethouders/ gedeputeerde staten van de dienstverlenende gemeente verslag uit over het toezicht op het beheer van de archiefbescheiden van de centrumregeling die niet zijn overgebracht naar de archiefbewaarplaats.
2. Het college van burgemeester en wethouders van de dienstverlenende gemeente brengt jaarlijks verslag uit aan de gemeenteraad van de dienstverlenende gemeente over de uitoefening van de aan hen opgedragen zorg voor de archiefbescheiden en de uitvoering van het archiefbeheer van de centrumregeling.
7. Het college van burgemeester en wethouders van de dienstverlenende gemeente brengt jaarlijks verslag uit aan de gemeenteraad van de dienstverlenende gemeente over de uitoefening van de aan hen opgedragen zorg voor de archiefbescheiden en de uitvoering van het archiefbeheer van de centrumregeling.
6.
ongewijzigd
ongewijzigd
ongewijzigd
ongewijzigd
ongewijzigd
ongewijzigd
ongewijzigd
Terbeschikkingstelling
Terbeschikkingstelling
1. De deelnemers aan de centrumregeling stellen aan het college van burgemeester en wethouders van de dienstverlenende gemeente de archiefbescheiden beschikbaar die nodig zijn voor de uitvoering van de gemandateerde taken.
8. De deelnemers aan de centrumregeling stellen aan het college van burgemeester en wethouders van de dienstverlenende gemeente de archiefbescheiden beschikbaar die nodig zijn voor de uitvoering van de gemandateerde taken.
2. In een verklaring van terbeschikkingstelling worden de periode van terbeschikkingstelling en het toezicht op het beheer van de ter beschikking gestelde archiefbescheiden geregeld.
9. In een verklaring van terbeschikkingstelling worden de periode van terbeschikkingstelling en het toezicht op het beheer van de ter beschikking gestelde archiefbescheiden geregeld.
Artikel 6 Ambtelijke werkgroep Artikel 6 Ambtelijke werkgroep 1. 1. De deelnemende gemeenten stellen een ambtelijke werkgroep in, die bestaat op De deelnemende gemeenten stellen een ambtelijke werkgroep in, initiatief van een van de deelnemers.uit één ambtenaar van elke deelnemende die bestaat uit één ambtenaar van elke deelnemende gemeente of één ambtenaar gemeente. De ambtelijke werkgroep bereidt adviezen voor die de dienstverlenende van een gemeentelijk samenwerkingsverband. gemeente op grond van haar bevoegdheid binnen degemeenschappelijke regeling kan gaan uitwerken. De werkgroep vergadert ten minste twee maal per jaar en hoogstens vier maal per jaar. 2. De werkgroep vergadert ten minste twee maal per jaar en hoogstens vier maal per jaar. Bij excessen kan de werkgroep bijeen worden geroepen 3 Naast de in lid 2 opgenomen werkgroep kan indien nodig de werkgroep extra bijeen worden geroepen op initiatief van een van de deelnemers.
ongewijzigd
ongewijzigd
genummerd 1, 2, 3, 4. gewijzigd De SED gemeenten sturen 1 vertegenwoordiger en geen 3 zin vervallen, is geregeld in agendering zin gewijzigd, niet alleen bij excessen 2 gesplitst in 2 en 3
2. De ambtelijke werkgroep kan gevraagd en ongevraagd advies uitbrengen aan de raden, colleges en het archeologisch samenwerkingsverband.
4 De ambtelijke werkgroep kan gevraagd en ongevraagd advies uitbrengen aan de raden, colleges en het archeologisch samenwerkingsverband.
ongewijzigd
Artikel 7 Kostenverdeling 1. De deelnemende gemeenten dragen elk in proportionele delen bij in de kosten van de in artikel 3, lid 2 a, b, c genoemde taken die in het kader van deze gemeenschappelijke regeling worden gemaakt (zie toelichting). Taken zoals genoemd onder artikel 3 lid 2d vallen niet onder deze kostenverdeling.
Artikel 7 Kostenverdeling 1. De deelnemende gemeenten betalen aan de dienstverlenende gemeente voor de in artikel 3, lid 2 a, b en c genoemde taken die in het kader van de gemeenschappelijke regeling worden gemaakt op basis van afgenomen uren met in achtname van de volgende artikelen.
gewijzigd conform wensen Costcontrol gemeente Hoorn
2. Jaarlijks presenteert de dienstverlenende gemeente een begroting en een verantwoording van de uitgaven. Deze wordt gestructureerd conform de geldende regels zodat per gemeente hier afdoende accountantscontrole kan plaatsvinden.
2. Jaarlijks presenteert de dienstverlenende gemeente een begroting en een verantwoording van de uitgaven. Deze wordt gestructureerd conform de geldende regels zodat per gemeente hier afdoende accountantscontrole kan plaatsvinden. 3. Omdat het gaat om wettelijke taken zonder commercieel oogmerk zijn kostendekkende tarieven het uitgangspunt.
ongewijzigd
gewijzigd (t.o.v. eerdere versie is de laatste zin over de opslag, inhoudelijk verplaats naar lid 4 conform wensen Costcontrol gemeente Hoorn
4. Voor het uurtarief wordt het door de directie van centrumgemeente vastgestelde interne
gewijzigd, t.o.v. eerdere versie is toegelicht wat
uurtarief van het huidige boekjaar gebruikt. Hierin zit een opslag voor overhead.
er in de opslag zit.
(managemente, ondersteuning, ICT, facilitair, huisvesting, etc.) Daarnaast wordt een opslag
conform wensen Costcontrol gemeente Hoorn
toegepast om kosten voor algemene werkzaamheden en overige kosten te dekken die geen onderdeel uitmaken van de reguliere overhead. Dit totale uurtarief wordt periodiek bijgesteld om ontwikkelingen zoals salarisverhogingen voor gemeenteambtenaren volgend uit een nieuwe cao en kosteninflatie mee te nemen. · 5. Om het risico van een begrotingstekort voor de dienstverlenende gemeente als gevolg van een lagere afname van uren dan begroot te minimaliseren, is er een vastgestelde vaste afname aan uren per deelnemer. 6. Na afloop van elk half jaar wordt binnen vier weken een factuur gestuurd aan de deelnemers gebaseerd op de afgenomen uren van het afgelopen half jaar met in acht neming van de minimale af te nemen uren plus de in lid 4 genoemde opslag plus eventueel directe kosten· 7. Kosten die specifiek gemaakt worden voor een deelnemer en geen onderdeel zijn van het genoemde onder art 3. worden direct aan deelnemer doorbelast. Dat gaat om bijvoorbeeld gemaakte reiskosten en projectkosten. Dit wordt met deelnemer afgestemd. 8. Jaarlijks presenteert de dienstverlenende gemeente per deelnemende gemeente een lijst van de afname van het aantal uren en het tarief dat hier aan was verbonden. Elk kwartaal wordt de urenbesteding aan elke gemeente gemeld en een prognose voor de besteding gegeven. Het is de taak van de deelnemende gemeente de urenbesteding te controleren.
Voor het einde van het boekjaar wordt aan deelnemers het uurtarief voor het volgende boekjaar doorgegeven. Artikel 8 Evaluatie 1. Een evaluatie vindt minimaal 1 keer per 4 jaar plaats.
Artikel 8 Evaluatie 1. Een evaluatie vindt minimaal 1 keer per 4 jaar plaats.
2. De dienstverlenende gemeente zorgt er voor dat 1 jaar vóór het tijdstip waarop een evaluatie zal plaatsvinden een signaal uit gaat naar de deelnemers van de regeling, met daarbij een procesbeschrijving over het aandragen van de onderwerpen en het stemmen daarover.
2. De dienstverlenende gemeente zorgt er voor dat 1 jaar vóór het tijdstip waarop een evaluatie zal plaatsvinden een signaal uit gaat naar de deelnemers van de regeling, met daarbij een procesbeschrijving over het aandragen van de onderwerpen en het stemmen daarover.
3. Wanneer met een evaluatie wordt ingestemd draagt de dienstverlenende gemeente zorg voor de uitvoering van de evaluatie.
3. Wanneer met een evaluatie wordt ingestemd draagt de dienstverlenende gemeente zorg voor de uitvoering van de evaluatie.
4. De uitvoering van de evaluatie begint met een procesbeschrijving met daarin een beschrijving van het onderwerp, de manier waarop de evaluatie wordt uitgevoerd en binnen welke termijn. De procesbeschrijving vermeldt ook of de evaluatie extra kosten voor de deelnemerstot gevolg heeft.
4. De uitvoering van de evaluatie begint met een procesbeschrijving met daarin een beschrijving van het onderwerp, de manier waarop de evaluatie wordt uitgevoerd en binnen welke termijn. De procesbeschrijving vermeldt ook of de evaluatie extra kosten voor de deelnemers tot gevolg heeft.
5. Als de evaluatie conclusies en aanbevelingen bevat, dan verwerkt de dienstverlenende gemeente deze in een voorstel hoe hieraan gevolg wordt gegeven.
5. Als de evaluatie conclusies en aanbevelingen bevat, dan verwerkt de dienstverlenende gemeente deze in een voorstel hoe hieraan gevolg wordt gegeven.
gewijzigd conform wensen Costcontrol gemeente Hoorn
gewijzigd conform wensen Costcontrol gemeente Hoorn
gewijzigd conform wensen Costcontrol gemeente Hoorn
gewijzigd conform wensen Costcontrol gemeente Hoorn
ongewijzigd
ongewijzigd
ongewijzigd
ongewijzigd
ongewijzigd
6. De gevolgen als bedoeld in het vorige lid, kunnen aanleiding zijn om te betrekken in de daaropvolgende evaluatieperiode.
6. De gevolgen als bedoeld in het vorige lid, kunnen aanleiding zijn om te betrekken in de daaropvolgende evaluatieperiode.
Artikel 9 Toe- en uittreding 1. Tot deze regeling kan worden toegetreden, dan wel uitgetreden, door middel van besluiten van de daartoe bevoegde bestuursorganen van een deelnemende gemeente, respectievelijk een toetredende gemeente.
Artikel 9 Toe- en uittreding 1. Tot deze regeling kan worden toegetreden door middel van besluiten van tweederde van de daartoe bevoegde bestuursorgaan van de deelnemende gemeenten en het daartoe bevoegde
3 Bij het vaststellen van de hoogte van de uittreedsom is het uitgangspunt dat de uittredende deelnemer de reële schade van de centrumgemeente én de overblijvende deelnemers dient te vergoeden, die rechtstreeks gevolg is van het (gedeeltelijk) uittreden uit de gemeenschappelijke regeling.
bestuursorgaan van de toetredende gemeente. 2. Een deelnemende gemeente kan zelf besluiten tot uittreding en is niet eerder toegestaan dan na twee kalenderjaren na toetreding. Op 1 januari, twee jaar voorafgaand aan de uittreding, dient dit schriftelijk aan de dienstverlende gemeente kenbaar te worden gemaakt. Uittreding kan niet eerder plaatsvinden dan de uittredingsregeling is vastgesteld zoals bepaald in lid 7. 3. Bij het vaststellen van de hoogte van de uittreedsom is het uitgangspunt dat de uittredende deelnemer de reële schade van de dienstverlende gemeente én de overblijvende deelnemers dient te vergoeden, die rechtstreeks gevolg is van het (gedeeltelijk) uittreden uit de gemeenschappelijke regeling.
4 De uittreedsom bestaat uit de zakelijke gerechtvaardigde kosten, te weten de kosten die rechtstreeks ontstaan uit de uittreding (frictiekosten) en de bijdragen aan de overtollige kosten (desintegratiekosten).
4. De uittreedsom bestaat uit de zakelijke gerechtvaardigde kosten, te weten de kosten die rechtstreeks ontstaan uit de uittreding (frictiekosten) en de bijdragen aan de overtollige kosten (desintegratiekosten).
5 De kosten als bedoeld in lid 3 en lid 4 worden door de accountant van de centrumgemeente bepaald aan de hand van de jaarrekeningen over de afgelopen 3 jaar voorafgaand aan de datum van uittreding. De beoordeling van de kosten van uittreden wordt gebaseerd op de feiten en omstandigheden die bekend zijn op het moment van de daadwerkelijke uittreding.
5. De kosten als bedoeld in lid 3 en lid 4 worden door de accountant van de centrumgemeente bepaald aan de hand van de jaarrekeningen over de afgelopen 3 jaar voorafgaand aan de datum van uittreding. De beoordeling van de kosten van uittreden wordt gebaseerd op de feiten en omstandigheden die bekend zijn op het moment van de daadwerkelijke uittreding.
6 Met het oog op het vaststellen van de hoogte van de uittreedsom, als bedoeld in het derde t/m vijfde lid, vragen de uittredende deelnemer en de centrumgemeente desgewenst gezamenlijk om een bindend advies aan een onafhankelijke externe deskundige. De kosten voor het inschakelen van de externe deskundige zijn, als onderdeel van de frictiekosten, voor rekening van de uittredende deelnemer.
6. Met het oog op het vaststellen van de hoogte van de uittreedsom, als bedoeld in lid 3 en 4, vragen de uittredende deelnemer en de dienstverlenende gemeente desgewenst gezamenlijk om een bindend advies aan een onafhankelijke externe deskundige. De kosten voor het inschakelen van de externe deskundige zijn, als onderdeel van de frictiekosten, voor rekening van de uittredende deelnemer.
7 De centrumgemeente stelt de concept-uittredingsregeling vast en stuurt deze aan de deelnemende bestuursorganen ter besluitvorming. De uittredingsregeling is vastgesteld indien tenminste twee derde van het aantal deelnemers hiertoe besluiten.
7. De dienstverleenende gemeente stelt de concept-uittredingsregeling vast en stuurt deze aan de deelnemende bestuursorganen ter besluitvorming. De uittredingsregeling is vastgesteld indien tenminste twee derde van het aantal deelnemers hiertoe besluiten.
8 Gedurende de periode tussen het besluit tot uittreding en effectuering daarvan is de uittredende deelnemer gehouden al haar verplichtingen na te komen.
8. Gedurende de periode tussen het besluit tot uittreding en effectuering daarvan is de uittredende deelnemer gehouden al haar verplichtingen na te komen.
9
9.
2. Uitreding is toegestaan na twee kalenderjaren. Op 1 januari, twee jaar voorafgaand aan de uittreding, dient dit schriftelijk aan de dienstverlenende gemeente kenbaar te worden gemaakt.
ongewijzigd
gewijzigd toetreden gescheiden van uittredend en verduidelijkt
gewijzigd toetreden gescheiden van uittredend en verduidelijkt
ongewijzigd
ongewijzigd
gewijzigd verwijzing naar sub-artikel 4 en 5
gewijzigd verwijzing naar sub-artikel 4 en 5
gewijzigd, centrumgemeente in dienstverleenende
ongewijzigd
De uittreedsom dient binnen een termijn van 6 maanden na vaststelling als bedoeld in het zevende lid door de uittredende deelnemer te zijn voldaan, tenzij in de uittredingsregeling een andere afspraak is gemaakt. Lopende kosten en aangegane verplichtingen worden hierbij verrekend.
De uittreedsom dient binnen een termijn van 6 maanden na vaststelling als bedoeld in lid 7 door de uittredende deelnemer te zijn voldaan, tenzij in de uittredingsregeling een andere afspraak is gemaakt. Lopende kosten en aangegane verplichtingen worden hierbij verrekend.
gewijzigd verwijzing naar lid 8
Artikel 10 Duur en beiendiging 1 Deze regeling wordt overeengekomen voor onbepalde tijd. 2 Deze regeling kan worden opgeheven bij gelijkluidend besluit van alle deelnemende en de dienstverlenende gemeenten. Iedere deelnemende gemeente is bij opheffing van deze gemeenschappelijke regeling gehouden aan de dienstverlenende gemeente de financiële verplichtingen te voldoen totdat de werkzaamheden zoals overeengekomen bij het opheffingsbesluit van de dienstverlenende gemeente zijn afgerond. De reële schade voor de dienstverlenende gemeente, die rechtstreeks gevolg is van het opheffen van de gemeenschappelijke regeling dient door de deelnemende gemeenten gezamenlijk worden vergoed
Artikel 11 Wijziging regeling 1 Iedere deelnemende gemeente of de dienstverlenende gemeente kan een voorstel doen tot wijziging van de regeling. 2 De deelnemende en dienstverlenende gemeenten gaan niet over tot wijziging van deze regeling dan nadat de colleges van de deelnemende gemeenten hun zienswijze ten aanzien van de voorgestelde wijziging hebben kunnen geven binnen een termijn van 8 weken na ontvangst van het voorstel tot wijziging. Een college kan afzien van het geven van een zienswijze. 3. De deelnemende en dienstverlenende gemeenten gaan niet over tot wijziging van deze regeling dan nadat de ontvangen zienswijzen zijn verwerkt en de colleges om toestemming tot wijziging van de regeling is verzocht. Bij het verzoek om toestemming wordt een reactie op de zienswijzen gegeven. 4 Zienswijze en toestemming kunnen niet tegelijk in één procedure worden behandeld.
Artikel 12 Toezending en publicatie
Artikel 12 Toezending en publicatie
De besturen van de deelnemende gemeenten dragen op de gebruikelijke wijze, overeenkomstig het bepaalde in artikel 26, tweede lid van de Wet Gemeenschappelijke Regelingen, zorg voor de bekendmaking van de inwerkingtreding van de regeling of van besluiten tot wijziging, opheffing, toetreding en uittreding.
De besturen van de deelnemende gemeenten dragen op de gebruikelijke wijze, overeenkomstig het bepaalde in artikel 26, tweede lid van de Wet Gemeenschappelijke Regelingen, zorg voor de bekendmaking van de inwerkingtreding van de regeling of van besluiten tot wijziging, opheffing, toetreding en uittreding.
Artikel 13 Inwerkingtreding
Artikel 13 Inwerkingtreding
ongewijzigd
De regeling treedt in werking op de dag, volgend op die van opname van de betreffende besluiten in het register als bedoeld in artikel 27, tweede lid van de Wet gemeenschappelijke regelingen, tenzij een later tijdstip is bepaald.
De regeling treedt in werking op 1 januari 2026. De regeling treedt niet in werking voordat zij is bekendgemaakt (art 26 lid 3 Wgr).
gewijzigd
Artikel 14 Aanwijzing artikel 26 Wgr gemeente
Artikel 15 Slotbepaling Deze regeling kan worden aangehaald als “Gemeenschappelijke Regeling Archeologie Westfriese Gemeenten”.
De dienstverlenende gemeente is aangewezen om uitvoering te geven aan artikel 26 van de Wgr.
gewijzigd
Artikel 15 Slotbepaling Deze regeling kan worden aangehaald als “Gemeenschappelijke Regeling Archeologie Westfriese Gemeenten”.
ongewijzigd
Contactgegevens Gemeenschappelijke Regeling Archeologie Westfriese Gemeenten | Overheid.nl