CConstaterende datDrechterland
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage Bouwstenen voor omgevingsvisie Drechterland (2021-46)

Gemeenteraad 25 oktober 2021, gemeente DrechterlandBij agendapunt: Vaststellen Bouwstenen Omgevingsvisie (2021-46)13.301 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Een omgevingvisie in ontwikkeling

Bouwstenen voor de omgevingsvisie van Drechterland Meegaan met de tijd, vasthouden van wat van waarde is Oktober 2021

Inhoud Hoofdstuk 1 | Nadenken over de toekomst De omgevingsvisie is onderdeel van de Omgevingswet De samenhang met andere bestuurslagen en gemeenten Participatie: elke mening telt

3 5 5 7

Hoofdstuk 2 | Onze identiteit loopt door alles heen Onze geschiedenis zegt veel… …Over wie we nu zijn… …En waar we in 2040 willen staan

8 9 10 13

Hoofdstuk 3 | De verhalen wijzen de weg Trends: dit speelt er in de wereld om ons heen Kernopgaven: er ligt werk te wachten Visie: een toekomstperspectief in vijf verhalen Verhaal Dorps leven Verhaal Vitale wijken Verhaal Buitenleven Verhaal Westfriese Omringdijk Verhaal Werken om de hoek Bovenlokale samenhang van verhalen

15 16 19 22 24 26 31 36 39 42

Hoofdstuk 4 | Zo gaan we met elkaar verder Rollen en relaties: iedereen is op een eigen manier betrokken De routekaart van de gemeente 1. Beschrijving 2. Spelregels voor keuzes 3. Inhoudelijke uitwerking 4. Gebiedsgerichte uitwerking 5. Ruimte bieden aan maatschappelijke ontwikkelingen en initiatieven Van bouwstenen naar de omgevingsvisie

43 44 45 46 46 46 48 48 49

Samenvatting

51

Bijlagen Bijlage 1 - Procesbeschrijving traject Bijlage 2 - Procesbeschrijving participatie Bijlage 3 - Overzicht beleidsinventarisatie

54 55 59 64

Een omgevingvisie in ontwikkeling

2 van 65

Een omgevingvisie in ontwikkeling

Hoofdstuk 1

Nadenken over de toekomst

Hoofdstuk 1

Nadenken over de toekomst Stel dat we iedereen in Drechterland vragen wat de beste eigenschappen van onze gemeente zijn. We hébben het gevraagd, in de participatie. En de antwoorden hebben opvallend veel overeenkomsten. In één zin samengevat: aantrekkelijk wonen in een vitale en duurzame omgeving met rust en ruimte.

Mijn aantekeningen bij hoofdstuk 1

Fase 1 Inventarisatie beleid en opgaven

De volgende vraag is natuurlijk hoe de gemeente Drechterland er in 2040 uitziet. Hoe willen we wonen, leven en werken? Wat willen we wel, en wat zeker niet? Het is goed om daarvan een beeld te vormen en de mogelijkheden te onderzoeken en vast te leggen. Zodat we met elkaar een doel hebben om naartoe te werken. De uitkomst daarvan is de omgevingsvisie. De omgevingsvisie gaat over onze fysieke leefomgeving. Dat is alles wat je ziet, hoort en voelt als je ‘buiten’ bent. Zoals bebouwing, wegen, groen, water, grond, kabels en leidingen, klimaat, geur, lucht en geluid. Als we weten wat we willen, dan kunnen we ook beslissen welke ontwikkeling waar mag. Zo kan iedereen direct zien wat de ambities zijn voor een bepaald gebied en welke regels daarvoor gelden. De omgevingsvisie heet niet voor niets een ‘visie’. Er staat in hoe we als gemeenschap, samen naar deze zaken kijken. En vooral: hoe we willen dat deze zaken in de toekomst worden. Inwoners, ondernemers, maatschappelijke organisaties, ambtenaren en

bestuurders (burgemeester, wethouders en raadsleden) en allerlei andere betrokkenen hebben daar allemaal een eigen kijk op. Al die verschillende perspectieven zorgen voor een zee aan wensen, eisen en voorwaarden die allemaal zorgvuldig moeten worden bekeken en gewogen. Daarom is bij het maken van dit document een transparante systematiek gevolgd (zie ook bijlage 1): 1. Inventarisatie, ordening en analyse van het bestaande beleid en toekomstige opgaven. 2. Gebiedsverkenning door het onderzoeken van kernkwaliteiten en -waarden per geografisch deelgebied. 3. Publieksparticipatie met als doel toetsing en verrijking van uitkomsten uit de voorgaande twee stappen. 4. Opstellen en vaststellen van dit document.

Fase 2 Gebiedsverkenning kernkwaliteiten

Fase 3 Toetsing en inkleuring door participatie

Fase 4

Iedereen is uitgenodigd om mee te denken over de weg naar de beschreven doelen toe. Vandaag, maar ook de komende jaren.

Opstellen bouwstenen De route naar de omgevingsvisie

4 van 65

Want de bouwstenen vragen om voortdurende doorontwikkeling. Het begin is er, op weg naar de omgevingsvisie. Wie wil, kan meedenken en zo de toekomst van de gemeente meebepalen. En daarom is de ‘wij’ in dit document ‘wij samen’. De horizon voor de omgevingsvisie is 2040. Niet alles is voorspelbaar of nu al in te vullen. Daarom kan de komende jaren iedereen meepraten en meedoen, en wordt vervolgens vastgesteld hoe en waar de belangrijke opgaven in de gemeente worden gerealiseerd. Dus kom maar op met ideeën en plannen. Dan kijken we hoe alles past, waarbij behoud van onze identiteit en kernwaarden voorop staat. De omgevingsvisie is onderdeel van de Omgevingswet Wie kent het niet: door allerlei regels is het soms lastig om iets voor elkaar te krijgen. Bijvoorbeeld bouwen. Of beslissingen over de natuur. De overheid wil de wet- en regelgeving hierover eenvoudiger maken. Dat heeft geleid tot de Omgevingswet. De Omgevingswet vervangt in 2022 alle wetten en regels voor wonen, ruimte, infrastructuur, milieu en water die tegenwoordig worden gebruikt. Kortom, minder regels en meer overzicht.

Binnen de doelen van de Omgevingswet heeft elke gemeente eigen wensen en mogelijkheden. Die komen in de omgevingsvisie te staan. Elke gemeente is verplicht om die uiterlijk in 2025 te maken. Een duidelijk doel voor de toekomst + eenvoudiger regels voor de omgeving = voor inwoners en ondernemers gemakkelijker om nieuwe initiatieven te starten. De omgevingsvisie helpt ons om verbindingen te leggen tussen diverse thema’s. Daarmee ontstaat een totaalbeeld van welke vragen er spelen en welke oplossingen er nodig en mogelijk zijn. Zo kunnen er goede afwegingen worden gemaakt, en is duidelijk hoe de uiteindelijke keuzes moeten worden doorvertaald naar onder meer gemeentelijk beleid en regels. De samenhang met andere bestuurslagen en gemeenten De fysieke leefomgeving houdt niet op bij de grens van onze gemeente, het waterschap of de provincie. Besluiten binnen de ene gemeente kunnen gevolgen hebben voor andere gemeenten. Zo zijn er de nationale omgevingsvisie (NOVI) en de provinciale omgevingsvisie (POVI). We houden rekening met de visies van deze andere bestuurslagen. Dat is uitgewerkt in onze kernopgaven in hoofdstuk 3. Want goede samenwerking, afstemming en verbinding zijn van groot belang.

Mijn aantekeningen bij hoofdstuk 1

De fysieke leefomgeving: alles wat zichtbaar en onzichtbaar ‘buiten’ maakt (bron: Website ruimtexmilieu.nl)

Omgevingswet artikel 1.3 (maatschappelijke doelen van de wet) Deze wet is, met het oog op duurzame ontwikkeling, de bewoonbaarheid van het land en de bescherming en verbetering van het leefmilieu, gericht op het in onderlinge samenhang: a. bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit, en b. doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving ter vervulling van maatschappelijke behoeften.

5 van 65

Mijn aantekeningen bij hoofdstuk 1

Over samenwerking gesproken: we bundelen zo veel mogelijk de krachten met andere gemeenten in de regio. Soms alle zeven West-Friese gemeenten samen, te weten Drechterland, Enkhuizen, Hoorn, Koggenland, Medemblik, Opmeer en Stede Broec. Soms kleinere combinaties, of juist grotere verbanden. Een aantal staat verderop in dit document wat uitgebreider beschreven. Dat gaat dan om: • SED-organisatie: expertise delen. Stede Broec, Enkhuizen en Drechterland hebben de ambtelijke uitvoeringsorganisaties gebundeld. Zo is er voldoende capaciteit en kennis om complexe onderwerpen adequaat uit te voeren. Denk aan digitalisering, het uitvoeren van sociale regelingen die het rijk bij gemeenten heeft neergelegd, en Europese regelgeving over bijvoorbeeld aanbesteden, milieu en privacy. • Pact Westfriesland 7.1: regionale kracht versterken. West-Friesland wil behoren tot de tien meest aantrekkelijke regio’s van Nederland. Met ruim dertig projecten willen de zeven West-Friese gemeenten hun aantrekkelijkheid vergroten op het gebied van wonen, werken, zorg, onderwijs, verkeer en vrije tijd.

• Regionale aanpak klimaatadaptatie: met klimaatverandering omgaan. De trend naar hitte, droogte, meer neerslag en een hogere zeespiegel heeft gevolgen voor de leefomgeving. De centrale overheid verplicht een ruimtelijke aanpak voor klimaatadaptatie. Dit pakken de zeven West-Friese gemeenten gezamenlijk op met een regionale aanpak klimaatadaptatie. • Regionale Energiestrategie (RES): West-Friesland energieneutraal maken voor 2040. Het Klimaatakkoord van Parijs vraagt om regionale maatregelen. Energieregio Noord-Holland Noord bestaat uit West-Friesland, Alkmaar en Kop van Noord-Holland. West-Friesland zet in op

De omgevingsvisie helpt om onder meer verbindingen te leggen tussen diverse thema’s

6 van 65

0,70 TWh aan duurzame energieopwekking. De RES 1.0 is in juni 2021 vastgesteld door de gemeenteraad van Drechterland.

Mijn aantekeningen bij hoofdstuk 1

Participatie: elke mening telt Participatie en betrokkenheid van iedereen is vanzelfsprekend van belang. Immers, hoe breder gedragen, hoe beter. Wie iets toevoegt voelt zich meer betrokken. De participatie hebben we georganiseerd in fases (bijlage 2). In de eerste fase is vooral de interne gemeentelijke organisatie geïnformeerd en geraadpleegd. In de tweede fase hebben we ketenpartners (zoals omgevingsdiensten en veiligheidsregio’s) en strategische partners (denk aan ondernemersorganisaties en maatschappelijke organisaties) betrokken. Bewoners en ondernemers hebben in de derde fase informatie ontvangen en konden hun mening geven. Wat de uitkomsten daarvan zijn en hoe die invloed hebben op de omgevingsvisie van specifiek deze gemeente, staat in het volgende hoofdstuk.

7 van 65

Een omgevingvisie in ontwikkeling

Hoofdstuk 2

Onze identiteit loopt door alles heen

Hoofdstuk 2

Onze identiteit loopt door alles heen Natuurlijk hebben we met z’n allen wensen en ideeën over hoe Drechterland ook de komende decennia een fijne gemeente blijft. Die gedachten worden gevormd door onder meer brede maatschappelijke ontwikkelingen, zoals duurzaamheid en veranderende bevolkingsopbouw. Maar ook onze geschiedenis is van invloed, zoals de mensen die hier voor ons woonden en gebeurtenissen die hebben plaatsgevonden. Die erfenis dragen we allemaal bij ons. Denk aan de samenwerking tussen de dorpen: in het verleden hebben we elkaar al eerder weten te vinden. Of de dorpse sfeer, sociale binding en kleinschalige voorzieningen: ook nog een mooie erfenis van vroeger. En het netwerk van waterlopen door de woonwijken. Als we gezamenlijk nadenken over de toekomst, dan is het goed om weer even terug te kijken.

Onze geschiedenis zegt veel… Tussen 800 en 1300 sloeg het water het land tussen het huidige Friesland en Noord-Holland weg. Zo werd Westflinge door de Zuiderzee van Friesland gescheiden. Westflinge raakte dichter bevolkt en omstreeks 1200 was het gebied ontgonnen en gecultiveerd. Om het veenlandschap te beschermen tegen het omliggend Zuiderzeewater, werd in 1250 een grote omringdijk gesloten. Vanaf 1250 gold de naam Westfriesland voor het land binnen de Westfriese Omringdijk (die wij in Drechterland de Zuiderdijk noemen), tussen Hoorn en Enkhuizen, Medemblik, Schagen en Alkmaar. De bouw van de Westfriese Omringdijk bracht onderhoud van de dijk en de waterhuishouding met zich mee. Dit onderhoud kwam in handen van ambachten of dijkgraafschappen. Het

Mijn aantekeningen bij hoofdstuk 2

ambacht Drechterland strekte zich uit over het grondgebied van wat nu de gemeenten Hoorn, Enkhuizen, Andijk, Stede Broec en Drechterland samen zijn. De naam is afgeleid van veenrivier de Dracht of Dregt: een natuurlijke waterloop die vanaf Blokker naar Schellinkhout stroomde en daar uitmondde in zee. In die tijd was Drechterland dus geen gemeente, maar een landelijk gebied met vele langgerekte dorpen. Daarvan kregen Schellinkhout, Hem, Venhuizen en Westwoud in de vijftiende eeuw stadsrechten. In diezelfde periode, twee jaar na de Sint-Elisabethsvloed, ontstond polder Het Grootslag. Hierboven is de stedenbouwkundige ontwikkeling beschreven. Daarnaast is het ook goed om een kort overzicht te geven van

9 van 65

Mijn aantekeningen bij hoofdstuk 2

onze economisch historie. Wegens malaise in het boerenbedrijf zochten de mannen vanaf 1500 andere manieren van kostwinning. De zeevaart of visserij leken daarvoor goede alternatieven. Veel kooplieden waren in Venhuizen gevestigd en met hun contacten in Amsterdam lieten zij de VOC tot diep in Westfriesland doordringen. In 1799 ging de VOC ten onder en werd de agrarische sector weer de belangrijkste bron van inkomsten. Omdat er behoefte was aan een betere manier van vervoer van personen, vee en landbouwproducten, kwam er in 1913 een tramlijn Hoorn - Bovenkarspel-Grootebroek. Stations waren er onder meer in Schellinkhout, Wijdenes, Hem en Venhuizen. Om de economische teruggang van de landbouw tegen te gaan, werd in 1969 besloten Het Grootslag compleet te ruilverkavelen (‘gron-

druil’). Met de verkaveling werden in de loop van de jaren ook veel sloten gedempt: van een vaarpolder ging Het Grootslag over naar een rijpolder. Dat gebeurde ook met polder de Drieban, ontstaan in 1918. Vanaf het eind van de jaren zestig verhuisden steeds meer mensen uit de Randstad naar Drechterland. In de dorpen vond daarom de in verhouding grootschalige woningbouw plaats. …Over wie we nu zijn… Dorps wonen waar het ‘romantisch landschap’ altijd dichtbij is, dat maakt Drechterland in de eenentwintigste eeuw een aantrekkelijke gemeente. Het behouden van de eigenheid van de kernen draagt bij aan de sociale samenhang, de levendigheid en veerkracht van de gemeente als geheel. De groene bindende factor binnen de gemeente is het landelijke karakter van de

10 van 65

Overzichtskaart met de kernkwaliteiten van Drechterland

Mijn aantekeningen bij hoofdstuk 2

11 van 65

omgeving, de doorkijkjes en de rust. Kortom, een schat aan kernkwaliteiten die ons uniek maakt als plattelandsgemeente in West-Friesland. Rust en ruimte Het huidige Drechterland wordt gevormd door drie polders: de Oosterpolder, polder de Drieban (met polder Schellinkhout) en polder Het Grootslag. Hoewel het gebied als geheel wordt aangeduid als romantisch landschap is er een duidelijke onderverdeling te maken naar vier deelgebieden met eigen kenmerken en ontwikkelkwaliteiten: een polder, een agrarisch landschap, een grootschaliger productielandschap, en een dijk. In de polder Drieban liggen er historische bebouwingslinten op de voormalige kreekrug. Bomenlanen geven de linten een kleinschalig en besloten karakter. Karakteristiek voor de omgeving van Wijdenes en Oosterleek is de afwisseling van weilanden, rietlanden, fruittuinen, wegen en sloten, afgebakend door hagen en dijken. Uniek zijn de fruitgaarden tussen Wijdenes en Venhuizen. De noordkant van de gemeente laat zich goed typeren als een typisch West-Fries agrarisch landschap. Het is open met enkele melkveehouderijen en velden voor de wisselteelt met bollen en groenten. Dit landschap is bijzonder waardevol: cultuurhistorisch én

voor weidevogels. Het gebied ten zuiden van Venhuizen/rondom de Elbaweg heeft de afgelopen jaren een sterke schaalvergroting ondergaan. Veel agrarische bedrijven hebben ook bedrijfshallen voor bewerking en verwerking en de logistieke afhandeling. Deze domineren op veel plekken het beeld. De Westfriese Omringdijk ten slotte, slingert als een groene route langs de kustzone van Drechterland en de aangrenzende gemeenten. Dit landschappelijk monument leidt de bezoekers van West-Friesland langs het weidse landschap met zijn unieke vergezichten. De dijk is door de grootte en kenmerken zeer bepalend voor het landschap in West-Friesland. De oorspronkelijke functie is niet verloren gegaan, al is bescherming tegen het water niet meer de hoofdfunctie. Er zijn functies bijgekomen zoals natuurontwikkeling, recreatie en landschap. …En waar we in 2040 willen staan Waar we samen willen staan, moeten we samen bedenken en beslissen. Met de ruimte om dit bij te stellen als er nieuwe ontwikkelingen of wensen op ons pad komen. Via het participatieplatform samen.drechterland. nl hebben bewoners zich kunnen uitspreken over de beleving van het heden en de ideeën over de toekomst. De belangrijkste uitkomsten zijn:

Mijn aantekeningen bij hoofdstuk 2

12 van 65

• De huidige leefomgeving en met name het landelijke wordt gewaardeerd en moet worden behouden. De participanten (‘deelnemers aan de participatie’) wensen vooral verbetering in leefbaarheid, ontmoetingsvoorzieningen, minder verkeersdruk en een betere bereikbaarheid. Het voorzieningenniveau in de dorpen en gemeente als totaal wordt gewaardeerd en de bewoners hopen dat deze in de dorpen op peil zal blijven. Het openbaar vervoer wordt als matig ervaren, met uitzondering van Hoogkarspel waar een treinstation is. • Het kunnen blijven wonen in het dorp waar je vandaan komt: jong en oud, vraagt om een aanpassing van het woningaanbod in de toekomst. Het zoeken van bouwlocaties aan de randen van de dorpen wordt als een mogelijkheid gezien mits het landschap, zoals het open uitzicht, niet wordt aangetast. • Het verkeer op linten in het landschap en dorpen worden soms als te druk ervaren. Dit kan doorgaand verkeer zijn of vrachtverkeer. De mate verschilt per dorp, maar de wens is om de leefbaarheid en veiligheid beter te reguleren. Er wordt geopperd om 30km-zones in te voeren of om het verkeer beter om te leiden.

• De participanten staan over het algemeen achter energiemaatregelen zoals het isoleren van woningen en zonnepanelen op daken. Grootschalige uitwerking van de energietransitie in het landschap van Drechterland zien de participanten niet snel voor zich. Het behoud van het landschappelijke karakter, de Westfriese Omringdijk en het Markermeer zoals het nu is weegt zwaar. • De participanten zijn tevreden over het groen in de eigen woonomgeving en ziet daarin ook de beste oplossing voor het omgaan met klimaatveranderingen zoals veel regen of juist droogte. • De kwaliteit van de leefomgeving ten aanzien van gezondheid en de biodiversiteit komt veelvuldig terug in de antwoorden. De participanten waarderen het groen niet alleen als landschap, maar ook als natuur en gezondheidswaarde. Het voorbeeld van meer natuurinclusieve vormen van landbouw en bollenteelt (‘die de natuur optimaal spaart, verzorgt en integreert in de bedrijfsvoering’) wordt vaak genoemd. De agrarische sector wordt gewaardeerd en hoort bij de geschiedenis van de streek. Maar men maakt zich op sommige plekken wel zorgen over de intensiteit van de landbouw en wat daar-

Erfgoed in Drechterland De gemeente Drechterland is 114 monumenten rijk, bestaand uit 62 rijksmonumenten, 8 provinciale monumenten en 44 gemeentelijke monumenten. Dat is iets om trots op te zijn en dat is Drechterland ook zeker. Zozeer zelfs dat er de wens is om het aantal gemeentelijke monumenten uit te breiden. In 2009 is hiermee al een begin gemaakt door het opzetten van een project voor het aanwijzen van gemeentelijke monumenten. In de erfgoednota uit 2012 wordt de visie op het erfgoed als volgt verwoord:

Mijn aantekeningen bij hoofdstuk 2

Het behouden van de identiteit en geschiedenis van de kernen wordt gerealiseerd door het beschermen voor toekomstige generaties van een representatieve groep objecten. Behalve voor behoud van het fysieke zet de gemeente zich in voor het optekenen van de geschiedenis, in samenwerking met de historische verenigingen. De gemeente heeft oog voor de belangen van de betrokken monumenteneigenaren. De gemeente draagt naar buiten toe uit dat Drechterland veel belang hecht aan het behoud van monumenten.

13 van 65

mee samenhangt: zwaar verkeer op de linten, huisvesting van arbeidsmigranten en de eerdergenoemde gezondheid en natuurwaarden. • Recreatie vormt een belangrijk thema in onze gemeente. De mogelijkheden om te wandelen, fietsen of watersporten zijn groot. De Westfriese Omringdijk is om deze reden populair bij alle bewoners. De meerderheid vindt dat de dijk zijn karakter moet behouden. Een uitbreiding van wandel en fietspaden zien de participanten wel voor zich. • Naar de mening van de participanten dragen de verschillende bedrijventerreinen bij aan de economie en werkgelegenheid. Maar wordt tevens geopperd dat het centraliseren hiervan wellicht beter is. Onder meer vanwege van de verkeersdruk, maar wellicht ook om ruimte te creëren voor woningbouw. De inbreng vanuit de drie participatiefases, beleidsinventarisaties, gebiedsverkenningen en dialogen met het bestuur heeft voor ons geleid tot de volgende koers voor de omgevingsvisie: • We bouwen samen met inwoners, maatschappelijke organisaties en ondernemers

verder aan een vitale gemeente waar iedereen erbij hoort en de ruimte heeft om zich te ontwikkelen.

Mijn aantekeningen bij hoofdstuk 2

• Onze identiteit wordt gevormd door de individuele kernen en de ligging van de gemeente in West-Friesland. • We hebben oog voor elkaar in Drechterland en samen behouden wij al het mooie van de gemeente en bieden we de ruimte voor kwalitatieve ontwikkelingen. • We hebben veel aandacht voor de ontwikkelingen in onze samenleving, zoals de vergrijzing, gezondheid en het behoud van saamhorigheid. • We zetten in op een groene en duurzame leefomgeving voor mens en dier. • We gaan aan de slag met de Visie op de Dijk: passende recreatie, natuurversterking en behoud van de cultuurhistorische waarde. • We zien kansen voor bovenlokale samenwerking op gebied van de energietransitie, economie, de woningbouwopgave, mobiliteit en recreatie. Dat is de basis waarmee we aan de slag gaan.

14 van 65

Een omgevingvisie in ontwikkeling

Hoofdstuk 3

De verhalen wijzen de weg

Hoofdstuk 3

De verhalen wijzen de weg Er gebeurt van alles in de wereld. Binnen onze gemeente, maar vooral ook om ons heen. Die ontwikkelingen, kansen en bedreigingen bepalen voor een belangrijk deel op welke onderwerpen we ons willen en moeten richten. We gaan wat we belangrijk vinden, nog verder versterken: de kernopgaven. In de manier waarop we omgaan met die kernopgaven willen we én onze eigen identiteit laten terugkomen, én de kernkwaliteiten van onze gemeente maximaal benutten of zelfs vergroten. Dit hele samenspel (bijlage 3) vormt onze unieke toekomstvisie op de omgeving. In andere woorden: de bouwstenen voor de omgevingsvisie van Drechterland.

Trends: dit speelt er in de wereld om ons heen Het is onmogelijk om exact te voorspellen hoe Drechterland er in de toekomst uitziet. Wel is er zicht op de belangrijkste trends en ontwikkelingen die sterk van invloed zijn op de toekomst van Drechterland. Met name de klimaatverandering, de achteruitgang van natuur en milieu, en de bevolkingsopbouw spelen een grote rol. Duurzaamheid De laatste decennia is duurzaamheid wereldwijd een van de grootste thema’s geworden. Belangrijke redenen zijn de klimaatverandering, de relatieve eindigheid van grondstoffen, en de afname van de biodiversiteit en natuur. Inmiddels is overtuigend aangetoond dat deze aspecten invloed hebben op de kwaliteit van de leefomgeving. Verdergaande verslechtering zal grote consequenties hebben voor de toekomst van ons leefgebied,

voor mens en dier. Het nationale klimaatakkoord bepaalt daarom dat we in 2050 klimaatneutraal zijn als land. Dat betekent dat we geen CO2 uitstoten, of dat we deze compenseren.

Mijn aantekeningen bij hoofdstuk 3

Trends en ontwikkelingen

16 van 65

Natuur en milieu Daarnaast worden op Europees en nationaal niveau beleid en regelgeving ontwikkeld voor het herstel van de biodiversiteit en de circulariteit van grondstoffen. Deze doelstellingen vormen de kaders voor de ontwikkelingen in de fysieke leefomgeving. De transitie naar een duurzame economie en samenleving stuurt herkenbaar de grote opgaven in de omgevingsvisie van Drechterland. Die alle flexibiliteit in zich heeft om de komende jaren mee te bewegen met de dynamiek die ons omringt.

Mijn aantekeningen bij hoofdstuk 3

Demografie In de hele provincie is sprake van vergrijzing. Dit vertaalt zich in een daling van de beroepsbevolking en een toename van het aantal (eenpersoons) huishoudens. Tegelijk is er de komende twintig jaar een bescheiden bevolkingsgroei in de West-Friese gemeenten te verwachten. Bovendien zet de trend in het overheidsbeleid door om mensen langer zelfstandig thuis te laten wonen. Het verbeteren van de woon-, werk-, en leefmilieus is een belangrijke strategische opgave voor de toekomst. Economie De West-Friese gemeenten zijn meer woongemeente, dan werkgemeente. Het aantal banen per 1.000 inwoners tussen 15 en 65

Prognose demografie 2040 (bron: Platform 31, 2018)

17 van 65

jaar ligt duidelijk lager, dan het gemiddelde in Nederland en in de provincie. De economische kansen voor West-Friesland liggen op het terrein van persoonlijke dienstverlening, toerisme, de agrarische sector, horeca, cultuur, nieuwe vormen van zorg, de bouw, kleinschalige industrie, ambacht, lokale voedselproductie en sociaal ondernemerschap. Vooral de transitie naar een meer duurzame economie biedt vele nieuwe economische kansen. De gemeente Drechterland kan juist door regionale samenwerking de kans benutten om sterker in te zetten op detailhandel, recreatie en verduurzaming van de agrisector.

meer op zoek zijn naar zingeving en immateriële waarden. De publieksparticipatie die is uitgevoerd voor deze bouwstenen laat zien dat de inwoners van Drechterland de thema’s gezondheid, vergroening en verduurzaming steeds belangrijker vinden.

Mijn aantekeningen bij hoofdstuk 3

Lokale cijfers werkgelegenheid Drechterland (bron: waarstaatjegemeente.nl)

Deze perspectieven betekenen dat we over veel veerkracht beschikken om ons aan te passen aan de wijzigende structuur van de economie in het algemeen. Concurrentievoordelen zijn steeds meer tijdelijk. En er wordt een lage economische groei verwacht, gebaseerd op het grote aandeel van de diensten en van het mkb in de economie, de krimpende beroepsbevolking, en de vergrijzing. Tot slot: we krijgen steeds meer vrije tijd. De belevingseconomie heeft nog steeds een groot aandeel in de besteding van deze vrije tijd. Maar geleidelijk aan gaat deze over in een betekeniseconomie, waarin mensen

18 van 65

Kernopgaven: er ligt werk te wachten De gemeente Drechterland heeft de afgelopen jaren samen met inwoners gewerkt aan het programma Vitale Dorpen. Dit heeft per dorp een eigen toekomstvisie opgeleverd waaraan op dorpsniveau gezamenlijk verder invulling wordt gegeven. Als vervolg hierop heeft het college een overkoepelende Visie op Drechterland opgesteld. Deze is eind mei 2021 vastgesteld door de gemeenteraad. Met als amendement een aparte Visie op de Dijk (zie hoofdstuk 4, Verhaal Westfriese Omringdijk). De Visie op Drechterland vormt het vertrekpunt voor de lokale ambities in de omgevingsvisie. De ontwikkelingen die de grote opgaven voor de toekomst vormen, zijn voor een belangrijk deel in bovenlokaal verband vertaald in gezamenlijke ambities en akkoorden. De lokale ambities uit de Visie op Drechterland staan hieronder kort samengevat, samen met aanvullende thematische ambities uit bestaand lokaal beleid en opgaven (bijlage 3). Wonen en huisvesten Kernopgave: Ontwikkel een compleet en divers woonaanbod, met bijzondere aandacht voor starters en senioren, met behoud van groene buffers en woonkwaliteit. We bouwen voornamelijk voor de eigen behoefte van onze gemeente. Onze bijdrage aan de regionale woningbouwopgave wordt in

Mijn aantekeningen bij hoofdstuk 3

Samenvatting ambitie per thema in Pact 7.1 Westfriesland

Woonakkoord West-Friesland De regio wil inwoners van West-Friesland naar wens en tevredenheid laten wonen en een breed scala aan woonwensen binnen de regio realiseren. Zo kan West-Friesland tot de tien beste woonregio’s van Nederland behoren en ook huishoudens uit andere regio’s aantrekken. Onderdeel van Pact 7.1 Westfriesland is daarom een woonakkoord waarmee de gemeenten samenwerken op het gebied van de woningbouw. Dit betekent dat bij het realiseren van deze grote uitdaging rekening wordt gehouden met de kwaliteiten en mogelijkheden in de fysieke leefomgeving van de verschillende gemeenten. De regio zet hiervoor in op: • een versnelling van de woningbouwopgave met een betaalbaar, aantrekkelijk en duurzaam woonaanbod voor iedere doelgroep; • het op peil houden en uitbouwen van de kwaliteit en aantrekkelijkheid van de bestaande voorraad; • een leefbaar en bereikbaar West-Friesland tot in de kern; • onderscheidende en complementaire nieuwbouwproducten; • langer zelfstandig wonen bevorderen; • werken met een flexibel kader dat de regio houvast biedt en ruimte laat voor marktinitiatieven. 19 van 65

de (groei)kernen Hoogkarspel en Venhuizen gerealiseerd. In de overige kernen wordt, om bij te dragen aan de leefbaarheid in een kern, hoofdzakelijk voor ‘eigen behoefte’ gebouwd. Als richtlijn geldt het percentage van 1 procent nieuwbouw ten opzichte van de bestaande situatie. Voor Westwoud geldt een percentage van 1 procent+. Daarbij gaat inbreiding (het vrije gebied waar al bebouwing omheen staat) voor uitbreiding. Voorzieningen en mens Kernopgave: Zorg dat de kernen van Drechterland beschikken over een passend voorzieningenaanbod en de inwoners zich veilig en thuis voelen in hun eigen kern. De basisvoorzieningen per kern (behalve Hem en Oosterleek) zijn primair onderwijs en een ontmoetingsplek. In de groeikernen Hoogkarspel en Venhuizen streven we een hoger voorzieningenniveau na dan in de andere kernen. We besteden verder nadrukkelijk aandacht aan jeugd en senioren. Daarbij gaan we uit van zelfredzaamheid, maar bieden een vangnet. Werken en ondernemen Kernopgave: Zet in op versterking van de lokale economie met accent op de landen tuinbouw en recreatie. Wij faciliteren startende en gevestigde ondernemers en stimuleren de groei van circulaire economie.

Regionale Energiestrategie De Regionale Energiestrategie (RES) is een belangrijke stap in een langjarige samenwerking om met elkaar te zorgen voor minder CO2-uitstoot en de overgang van fossiele brandstoffen naar duurzame energie. Dit is afgesproken in het Klimaatakkoord. West-Friesland wil in 2040 energieneutraal zijn en zet daarop in via de Regionale Energiestrategie. Het plan kent veel meekoppelkansen (‘positieve effecten’) voor de regio, zoals op het gebied van recreatie en toerisme. Per zoekgebied wordt het meekoppelen van kansen en de inpassing nog bepaald.

Samenleving en de fysieke leefomgeving Er zijn ook maatschappelijke opgaven die geen relatie lijken te hebben met de fysieke leefomgeving. Denk aan onderwerpen als integratie, problematische schulden, eenzaamheid, huiselijk geweld of verwarde personen. Maar die relatie is vaak toch aanwijsbaar. Zo zal bijvoorbeeld een omgeving met veel groen, speelterreinen en bankjes de sociale cohesie bevorderen, ontmoetingen stimuleren en een gunstige uitwerking hebben op eenzaamheid. Omgekeerd hebben de grote transitiethema’s zoals verduurzaming en wonen veel impact op de levens van mensen. De veranderingen die daarmee gepaard gaan vragen van iedereen een bijdrage, die niet iedereen even gemakkelijk kan leveren. In de uitwerking van de opgaven zal zeker aandacht moeten komen voor dit aspect.

Mijn aantekeningen bij hoofdstuk 3

20 van 65

Een goede digitale infrastructuur is de basis voor het ondernemersklimaat in Drechterland. Landschap, water en recreatie Kernopgave: Behoud de unieke identiteit van de kernen en het landschap in Drechterland. Er wordt actief ingezet op het versterken van (dag)recreatie en kleinschalige verblijfsrecreatie. Een uitgebreid netwerk van fiets- en wandelpaden is hiervoor essentieel. Duurzaamheid Kernopgave: Realiseer Energieneutraal 2040 | Klimaatneutraal 2050. Het stimuleren van verduurzamen van woningen, bedrijven, mobiliteit en de agrarische sector heeft prioriteit. Daarnaast streven we naar zoveel mogelijk bewustwording van inwoners, maatschappelijke organisaties en ondernemers. De raad heeft de Transitievisie Warmte in september 2021 vastgesteld. Kwaliteit van de leefomgeving en Milieu Kernopgave: Creëer een leefomgeving die bijdraagt aan de gezondheid en veiligheid. Alle geldende milieunormeringen voor de fysiek leefomgeving worden nageleefd. Zoals een goede waterkwaliteit conform de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW). Gezondheid betekent ook een groene omgeving die zich tijdig laat aanpassen aan het actuele en verwachte klimaat, en het stimuleren van beweging.

Klimaatadaptatie Kernopgave: Zorg dat de gemeente bestand is tegen droogte, hitte en overmatige regenval. Het veranderende weer heeft effect op de leefomgeving: verdroging, hitte, bodemdaling of juist overstromingen. Er is onderzocht hoe de gemeente zo goed mogelijk kan omgaan met de verwachte klimaatomstandigheden. Zoals vergroening van de leefomgeving en wateropvang.

De Regionale aanpak klimaatadaptatie Om Nederland voor te bereiden wordt er gekeken hoe de leefomgeving op het veranderende klimaat kan worden aangepast. Die aanpassing noemen we klimaatadaptatie. Het rijk, de provincie, de gemeente(n) en het waterschap hebben de gezamenlijke ambitie dat Nederland in 2050 klimaatbestendig en waterrobuust is ingericht.

De Westfriese Omringdijk Kernopgave: Werk aan multifunctioneel gebruik met behoud van de kernwaarden rust, ruimte en natuurbeleving. De Westfriese Omringdijk is van belangrijke cultuurhistorische waarde voor de gemeente Drechterland. De dijk wordt op diverse manieren gebruikt en door iedereen gekoesterd. De gemeenteraad heeft met een Visie op de Dijk een extra aandachtspunt aan de Visie op Drechterland toegevoegd om de waarde van de Westfriese Omringdijk extra te benadrukken. De kernwaarden voor de Westfriese Omringdijk en directe omgeving zijn rust, ruimte en natuurbeleving. De Visie op de Dijk kent een aantal speerpunten te weten:

In Noord-Holland pakken de zeven WestFriese gemeenten deze taak gezamenlijk op. Onder het collectief ‘Westfriesland Klimaatbestendig’ voerden zij in 2020 de zogeheten klimaatstresstest uit. Deze test laat ook de mogelijke gevolgen van klimaatverandering zien in Drechterland.

• Recreatie: inzetten op het aantrekkelijker maken van de dijk voor wandelaars en fietsers;

Mijn aantekeningen bij hoofdstuk 3

21 van 65

• Natuur: verbeteren van de biodiversiteit op de dijk; • Ruimte en cultuur: blijven toezien op het behoud en de bescherming van cultuurhistorische elementen en dorpsgezichten. Biodiversiteit, groen en natuur Kernopgave: Creëer een hoogwaardige groenstructuur met een grote biodiversiteit. We willen het groen aan de buitenranden versterken. Daarnaast houden we de biodiversiteit binnen de bebouwde kom en langs de randen in stand. Het groen is uitdagend en natuurlijk, en sluit aan bij het dorpskarakter van de lintbebouwing en het open polderlandschap. Visie: een toekomstperspectief in vijf verhalen De omgevingsvisie gaat over de gehele leefomgeving van Drechterland. Vanwege het diverse karakter van het grondgebied en het gebruik daarvan, hebben we dit onderverdeeld in vijf deelgebieden. Per deelgebied schetsen we een toekomstbeeld, een ‘verhaal’. De opgaven (‘deelaspecten van de kernopgaven, zoals woningbouw en het stimuleren van sport en recreatie’) en aanwezige kernkwaliteiten vormen de basis van de ontwikkelrichtingen en kansen waarop wordt ingezet. Elk verhaal bevat ook een aantal handreikingen voor de uitwerking. De

Mijn aantekeningen bij hoofdstuk 3

reacties uit de participatie geven extra kleuring aan het geheel en benadrukken welke specifieke onderwerpen belangrijk worden gevonden. De verhalen vormen samen de basis voor de uiteindelijke omgevingsvisie. Daarmee zetten we de koers voor de uitvoering: het verder onderzoeken en concretiseren van de visie met stakeholders (‘iedereen die erbij betrokken is en/of een belang erbij heeft’). Per thema of per gebied. Vervolgens moeten er nog afwegingen worden gemaakt, bijvoorbeeld over de volgorde van belangrijkheid of de kosten. Daarvoor is een afwegingsen toetsingskader nodig. Daarover meer in hoofdstuk 4. Overigens: niet alleen de gemeente zet ontwikkelingen in gang in lijn met de toekomstige ambities. Ook een bewoner, vereniging of bedrijf kan een initiatief starten. Op die manier werken we samen aan de uiteindelijke omgevingsvisie. Het basisscenario ontwikkelstrategie Biodiversiteit wordt waar mogelijk nog uitgebreid (bron: Beheerparagraaf Biodiversiteit Drechterland)

22 van 65

De vijf verhalen van Drechterland Buitenleven

Mijn aantekeningen bij hoofdstuk 1

Werken om de hoek

Dorps leven

Vitale wijken

Omringdijk | Zuiderdijk

23 van 65

Verhaal Dorps leven Met het verhaal Dorps leven wordt ingezet op het versterken van de aanwezige kwaliteit van wonen en leven in de dorpskernen van Drechterland. Toekomstbestendig, met behoud van ruimtelijke kwaliteit (‘indeling’) en erfgoed.

Mijn aantekeningen bij hoofdstuk 3

Deze ontwikkelingen zien we voor ons 1. Van jong tot oud woont aan het lint, en we kennen elkaar. 2. Alles wat nodig is, zoals een school, is in de buurt of in een nabijgelegen dorpskern.

Overzicht van concrete opgaven op basis van de

3. Er is gelegenheid voor sociale ontmoeting.

beleidsinventarisatie

4. De verkeersveiligheid in de dorpen is toegenomen en past bij nieuwe vormen van mobiliteit. 5. De winkelcentra in Venhuizen en Hoogkarspel zijn goed bereikbaar. De winkels en andere voorzieningen sluiten zoveel mogelijk aan op wat we nodig hebben.

24 van 65

Dit staat ons te doen 1. We bouwen bij, maar kleinschalig, evenwichtig met de omvang van het dorp. Eventueel kiezen we voor het ombouwen van bedrijfspanden naar woningen.

Kansenkaart voor de dorpskernen van

Mijn aantekeningen bij hoofdstuk 3

Drechterland

2. Een dorpse functiemenging van wonen, een school en voorzieningen wordt hier gestimuleerd. Zodoende blijft het dorp vitaal. 3. Er zijn aan het lint en in de wijken voldoende en uitnodigende plekken om elkaar te ontmoeten. 4. De historische linten vormen de centrale as van ieder dorp waar langzaam verkeer de norm is. Wandelen en fietsen krijgen prioriteit, en de auto past zijn snelheid aan. 5. In Venhuizen en Hoogkarspelwordt ingezet op een levendig centrum waar naast de dagelijkse boodschappen ook ruimte is voor ontmoeting. Met oog op de veranderende samenleving kijken we steeds naar een goede bereikbaarheid van de voorzieningen.

25 van 65

Verhaal Vitale wijken Met het verhaal over vitale wijken in Drechterland wordt ingezet op toekomstbestendige woonwijken van de groeikernen Hoogkarspel en Venhuizen. We hebben het dan over leefbaar, duurzaam en met een passend woningaanbod. Dit doen we door het vitaliseren (‘upgraden, bijvoorbeeld door vernieuwen, verbeteren of verlevendigen’) en transformeren (‘duurzaam maken’) van de bestaande woningen, maar ook door het realiseren van nieuwe woningen. Deze ontwikkelingen zien we voor ons 1. De woonwijken zijn gezellig, rustig en kindvriendelijk met diverse voorzieningen bij elkaar. Denk aan een school, zorg, ontmoetingsvoorziening en een supermarkt.

Mijn aantekeningen bij hoofdstuk 3

Overzicht van concrete opgaven op basis van de beleidsinventarisatie

2. De leefbaarheid van de wijken is overal op orde en het groene karakter is op alle plekken voelbaar. 3. Gezondheid heeft vanzelfsprekend een belangrijke relatie met de fysieke leefomgeving in de woonwijken. Denk aan de kwaliteit van de lucht, van het geluid en van het groen. In de participatie is de behoefte genoemd aan ruimte om buiten in de eigen leefomgeving te kunnen sporten en bewegen.

26 van 65

4. Drechterland ontwikkelt richting 2040 een compleet en divers woonaanbod, met bijzondere aandacht voor starters en senioren, behoud van groene buffers en woonkwaliteit. Ons uitgangspunt is dat hoofdzakelijk voor eigen behoefte wordt gebouwd. Onze bijdrage aan de regionale woningbouwopgave wordt vooral in de (groei)kernen Hoogkarspel en Venhuizen gerealiseerd. In de overige kernen wordt, om bij te dragen aan de leefbaarheid in een kern, hoofdzakelijk voor ‘eigen behoefte’ gebouwd. In Westwoud geldt een iets ruimer percentage voor nieuwbouw van 1%+. Daarbij gaat inbreiding voor uitbreiding. Door de aanpassing van bestaande woningen kunnen ouderen zo lang mogelijk in hun eigen wijk blijven wonen.

Mijn aantekeningen bij hoofdstuk 3

Kansenkaart woonwijken Drechterland

27 van 65

Mijn aantekeningen bij hoofdstuk 3

Mogelijke bekende en nader te onderzoeken woningbouwlocaties Drechterland

28 van 65

De uitwerking van het Woonakkoord West-Friesland voor Drechterland Het Woonakkoord gaat tot 2030 uit van een toevoeging van 8.000 harde en zachte plannen voor heel West-Friesland. Voor de periode van 2030 tot 2040 wordt gerekend met circa 9.000 aan zachte plannen in geheel West-Friesland. Voor Drechterland betekent dat tot 2030 853 aan harde en zachte plannen. De exacte verdeelsleutel voor na 2030 is nog niet bepaald. Het is echter wel belangrijk om de komende jaren voldoende (over)capaciteit te hebben om alvast te kunnen inspelen op de behoefte. Daarom zal in Drechterland ook onderzocht moeten worden waar woningbouw mogelijk is en hoe deze passend is bij de ambities van de gemeente. Daarbij geldt het principe van adaptief programmeren. In de Visie op Drechterland wordt voor de kleine kernen uitgegaan van een bescheiden groei van maximaal 1 procent per jaar. In Westwoud geldt een iets hoger percentage van 1 procent+ voor nieuwbouw. Venhuizen en Hoogkarspel zijn het meest geschikt voor een extra woningbouw. Omdat Hoogkarspel kan worden aangemerkt als de hoofdkern met de meeste voorzieningen en een treinstation, lijkt het daarom logisch dat er in Hoogkarspel naar verhouding meer woningen worden gebouwd. Onderstaande kaart geeft aan waar mogelijkheden zijn voor de woningbouw.

Er moet een strategie voor gebiedsontwikkeling, in de vorm van een programma, komen om verder te onderzoeken waar wat mogelijk is. Vanwege onzekerheden over de toekomstige woningvraag is het niet verstandig om nu al alle plannen te maken. Het hiernaast getoonde stappenplan is een beknopte handreiking voor het plannen van de woningbouw, waarbij uiteraard alle opgaven worden meegewogen.

Mijn aantekeningen bij hoofdstuk 1 1. Harde plannen krijgen voorrang. 2. Zachte plannen die al in procedure zitten (= ‘plan in voorbereiding’ volgens Provinciale Planmonitor) gaan verder en worden gerealiseerd. Daarbij geldt als volgorde: • In alle dorpen zoeken we op basis van behoefte waar we nog kunnen bouwen. • Inbreiding gaat vóór uitbreiding. • Rond een ov-knooppunt. • Diversiteit in woningen, bij voorkeur waar centrumvoorzieningen en/of stations zijn. 3. Nieuwe locaties oftewel zachte plannen (= nog geen ‘plan voorbereiding’) volgen dezelfde volgorde als hierboven.

29 van 65

Dit staat ons te doen 1. Niet elke wijk is hetzelfde, dus maatwerk is nodig om de leefbaarheid op peil te houden. We gaan hieraan met diverse partijen werken. 2. Het autoverkeer is aangepast aan het fiets- en wandelverkeer: de snelheid is beperkt en je voelt je veilig op straat. We kunnen nu al aan de slag met grote en kleine plannen die bijdragen aan thema’s zoals woningtransitie, leefbaarheid, sociale ontmoeting, duurzaamheid en klimaatadaptatie. Variërend van kleinschalige buurtinitiatieven gericht op leefbaarheid, tot innovatieve plannen voor de transformatie van woningen. Het is de som van activiteiten die de wijken leefbaarder en duurzamer gaat maken. 3. Het thema gezondheid pakken we op in combinatie met de andere ontwikkelingen, zoals versterken van het aanwezige groen en water, de biodiversiteit, het verkeersluw maken van de wijken, en meer ruimte te bieden aan fietsers en voetgangers. Bestaande wandelroutes kunnen verbeterd of uitgebreid worden. Dat geldt ook voor al bestaande wandel- en fietspaden die de wijken met het buitengebied verbinden.

4. We zetten in op een gezonde en evenwichtige woningmarkt voor nu en later. Dit betekent meer verschillende woningen, sociale huurwoningen mixen met koopwoningen en huurwoningen in de vrije sector, en een focus op starters, senioren en mensen met een (toenemende) behoefte aan zorg en ondersteuning. Het Afwegingskader wonen Westfriesland geldt als leidraad voor het beoordelen van woningbouwplannen. Daarbij zijn er diverse locaties denkbaar. We moeten daarnaast onderzoeken in welke volgorde of wellicht parallel aan elkaar woningbouw opgepakt wordt. Dat kan bovendien gecombineerd worden met opgaven op het gebied van klimaatadaptatie, duurzaamheid, gezondheid en samenleving. Innovatie in bouwmethode en materiaalgebruik zijn bijvoorbeeld kansen. Uitbreiding van het woningaanbod aan de randen vraagt om een kwalitatieve aanpak, waarin de dorpsranden een groene overgangszone vormen naar het landschap.

Mijn aantekeningen bij hoofdstuk 3

Gezondheid en welbevinden In de nieuwe Omgevingswet wordt gezondheid expliciet benoemd. Dat biedt een kans voor de gemeenten om gezondheidsbeleid en ruimtelijk beleid te verbinden en te borgen in hun omgevingsvisie en plannen. Vaak gaat het bij een gezonde leefomgeving vooral over de fysieke kwaliteit ervan, zoals meer groen, schone lucht of het beperken van geluidsoverlast. Maar uit de prijsvraag WHO CARES en community of practice leren we dat naast geschikte woningen en goede zorg, een sociale leefomgeving van belang is. Zeker bij ouderdom, leven met een beperking of een tegenslag in het leven. Openbare (buiten)ruimte en voorzieningen als bibliotheken, scholen en buurtwinkels kunnen ruimte maken voor ontmoeting, en zo een waardevolle invulling geven aan behoeftes aan sociaal contact of onderlinge verbondenheid. Het thema gezondheid en welbevinden kan op verschillende manieren een plek krijgen in de omgevingsvisie. Het is een keuze om middels een programma het thema verder uit te diepen. Zie ook gezondin.nu.

30 van 65

Verhaal Buitenleven Met het verhaal over het buitenleven wordt ingezet op het vergroten van de kwaliteit van de landschap, de economische waarde, de recreatie en natuurwaarde. De nabijheid en vitaliteit van het landschap blijven een onderscheidend kenmerk van onze woongemeente.

Mijn aantekeningen bij hoofdstuk 3

Overzicht van concrete opgaven op basis van de beleidsinventarisatie

31 van 65

Deze ontwikkelingen zien we voor ons Romantisch lintenlandschap in polder de Drieban 1. In het lintenlandschap van polder de Drieban ligt het accent op de bollen- en groenteteelt. Aan de randen is dit gebied open en zijn er vergezichten over de weides en richting de dijk. Tussen Wijdenes en Venhuizen draagt de fruitteelt bij aan een groen en deels besloten landschap met windsingels. In de historische linten van onder andere Schellinkhout en Wijdenes kunnen de vrijkomende agrarische erven worden getransformeerd naar een woon- en/of recreatieve functie.

Leidraad Landschap & Cultuurhistorie Om te zorgen dat Noord-Holland een mooie provincie blijft om te wonen, werken en je vrije tijd door te brengen, worden 32 gebieden (naast de natuurgebieden) beschermd. Schellinkhout en omgeving is een van deze gebieden. In lijn met de provinciale Leidraad Landschap & Cultuurhistorie zijn de kernkwaliteiten van Schellinkhout en omgeving beschreven aan de hand van drie provinciale kernwaarden.

Mijn aantekeningen bij hoofdstuk 3

2. De windsingels en fruitgaarden geven aan het landschap van Drechterland een kenmerkende beslotenheid. Deze verdwijnt echter langzaam door afname van de fruitteeltsector. Grootschaliger productielandschap 3. In het ‘achterland’ van het lintenlandschap, richting de Westfriese Omringdijk, liggen er kansen voor meer agrarische functies. Daarnaast krijgen wandelaars meer ruimte.

32 van 65

Typisch West-Fries agrarisch landschap

Mijn aantekeningen bij hoofdstuk 3

4. De noordkant van de gemeente is goed te typeren als een typisch West-Fries agrarisch landschap. Hier overheerst het open weidelandschap met enkele melkveehouderijen en velden voor de wisselteelt met bollen en groenten. Dit landschap is cultuurhistorisch waardevol en heeft een belangrijke betekenis voor weidevogels. De openheid wordt gekoesterd. De bebouwingslinten zijn en blijven smal met de kenmerkende bomenlanen en zichtlijnen. Agrarische ondernemers willen uitbreiden. De aanleg en het beheer van natuurlijke bermen en oevers in het landelijke gebied om de biodiversiteit is toegenomen. De wandel- en fietspaden en vaarroutes liggen zoveel mogelijk in de groene gebieden. 5. Er is sprake van een gezonde bodem. En aandacht voor agrarisch landschapsof natuurbeheer. 6. Er wordt veel aandacht besteed aan de mogelijkheden voor inwoners en ondernemers om te participeren in het opwekken van energie.

Kansenkaart voor het buitengebied van Drechterland

33 van 65

Dit staat ons te doen 1. Nieuwe ontwikkelingen gebruiken we om de stedenbouwkundige en landschappelijke kwaliteit van deze erven te verbeteren. Uitbreidingen op het erf in de lintbebouwingen houden we compact. Zo blijven de lange zichtlijnen naar de Westfriese Omringdijk geborgd. Uitbreiding van bedrijven is mogelijk binnen randvoorwaarden vanuit de ruimtelijke kwaliteit van dit gebied. Ook het bedrijventerrein Zuiderkogge gaan we (beter) landschappelijk inpassen. 2. Er zijn meerdere opties: • Gebruik door andere agrariërs uit het gebied. Denk aan grasland voor de melkveehouderijen, wisselteeltgronden voor tulpen en de akkerbouw; • Aanplant van bos als CO2-compensatie. Dit kan in de vorm van een voedselbos of een meer natuurlijk bos; • Recreatief medegebruik van dit gebied. • Recreatieve invulling in de vorm van een kleinschalige camping of verblijfsaccommodaties. • Energieopwekking met kleinschalige zonnevelden. 3. Agrarische functies krijgen de ruimte. Voorwaarde is dat zij bijdragen aan verdere landschapsversterking en samengaan

met landschappelijke elementen. Er komen aantrekkelijke groene routes door landelijke gebieden. Deze worden gescheiden van het toenemende autoverkeer op de wegen zoals de Elbaweg en de Koggeweg en sluiten aan op de Westfriese Omringdijk. Kleine parkeerhubs verspreid door het gebied maken de dijk en de nieuwe routes toegankelijk voor toeristen, en zorgen voor minder druk op de smalle wegen in de historische linten. 4. De veerkracht om mee te bewegen met klimaatveranderingen, biodiversiteit en recreatief medegebruik staan hier voorop. Deze groene randen zijn verbonden met de groene structuren in het stedelijke gebied, de omringende natuurgebieden en het landschap. Agrarische erven worden binnen de kaders uitgebreid. We kunnen ruimte geven aan nevenactiviteiten die bijdragen aan het recreatieve karakter van dit gebied. Ook een functie als zorgboerderij is mogelijk. In de zogenaamde agrarische linten, zoals De Hout, Ooster-, Wester- en Binnenwijzend, is ruimte om vrijkomende agrarische bebouwing van stoppende agrariërs in te zetten als uitbreidingsruimte voor bestaande agrarische bedrijven. We investeren in de aanleg en het beheer van natuurlijke bermen en oevers in het

Mijn aantekeningen bij hoofdstuk 3

34 van 65

landelijke gebied voor een betere biodiversiteit. De recreatieve verbindingen worden versterkt. Zo kan met de afname van het centrale fruitgebied meer bosrijk of recreatief aantrekkelijk gebied ontstaan. 5. De agrarische ondernemers dragen samen bij aan een gezonde bodem door wisselteelt van groenten en bloemen en het uitwisselen van kennis en kunde. Dit is goed voor biodiversiteit in het gebied en kostenbesparend voor de telers. De gemeente kan deze ontwikkeling stimuleren of faciliteren. Agrarisch landschaps- of natuurbeheer wordt opgepakt in samenwerking met Staatsbosbeheer. 6. Belangrijk aandachtspunt hierbij is welke inpassingsmogelijkheden er zijn en wat het landschap aan kan. Zo bepalen de karakteristiek van de ruimtelijke opbouw (‘wat we willen bouwen’) en de wezenlijke kernkwaliteiten van de landschappen (‘waar we willen bouwen’) in grote mate wat er mogelijk is. Zonnevelden zijn bijvoorbeeld van grote invloed op een kernkwaliteit als openheid. Dit kan gaan om de hoogte maar ook de omvang van de zonnevelden. Bepalend is ook waar de zonnevelden komen in het landschap: in de open zichtlijnen vanaf de bebouwing-

slinten of misschien wel op enige afstand van wegen of bebouwing. Ook kunnen zonnevelden als geluidswal ingezet worden.

Mijn aantekeningen bij hoofdstuk 3

Thematische opgaven kunnen aanleiding zijn om voor specifieke gebieden of zones aparte gebiedsplannen te maken. Bijvoorbeeld voor vraagstukken zoals energietransitie en klimaatadaptatie zal per potentieel zoekgebied exacter onderzocht moeten worden wat er kan en hoe dat past binnen de landschappelijke kaders. De volgende handvatten kunnen dienen als leidraad: • Heldere spelregels voor de situering, inpassing en beoordeling van initiatieven. • Een integraal gebiedsplan voor gebieden waar meerdere initiatieven spelen. • Inzicht in het effect van zonnevelden of windopstellingen in het landschap.

35 van 65

Verhaal Westfriese Omringdijk Visie op de Dijk • Recreatie De dijk aantrekkelijker maken voor wandelaars en fietsers. Invloed bij het Recreatieschap Westfriesland aanwenden om fiets- en wandelroutes op en langs de dijk te optimaliseren. Aansturen op de realisatie van drie extra kleinschalige strandjes. Eventuele verbods- en/of beperkende maatregelen, gericht op het motorvoertuigenluw maken van de dijk voor de zomerse weekeinden (april-oktober). • Natuur De biodiversiteit op de dijk te verbeteren in overleg met het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier. Initiatieven ontplooien om de natuur, waaronder de kleiputten, langs de dijk te versterken; dit in overleg met de beherende instanties zoals Staatsbosbeheer en Landschap Noord-Holland. De omschakeling naar kleinschalige vormen van natuurinclusieve landbouw in het dijklandschap stimuleren. • Ruimte en cultuur Blijven toezien op het behoud en de bescherming van cultuurhistorische elementen en dorpsgezichten. Buitendijkse bouwwerken, los van tijdelijke voorzieningen, weren. Geen ontwikkelingen faciliteren die haaks staan op het open, kleinschalige en romantische karakter van het dijklandschap.

Mijn aantekeningen bij hoofdstuk 3

Overzicht van concrete opgaven op basis van de beleidsinventarisatie

36 van 65

Deze ontwikkelingen zien we voor ons 1. De Westfriese Omringdijk blijft allereerst een robuuste waterkering die zorgt voor de waterveiligheid. Wandelaars en fietsers krijgen hier voorrang en de auto is te gast.

Kansenkaart voor de Westfriese

Mijn aantekeningen bij hoofdstuk 3

Omringdijk

2. De dijkzone is een ruggengraat voor recreatie en natuur met veel kansen voor uitbreiding en kwaliteitsverbetering. Hier liggen ook kansen voor natuurinclusieve landbouw. In de buitendijkse gebieden pakken we ecologie, recreatie, klimaatadaptatie en duurzame energieproductie integraal op.

37 van 65

Dit staat ons te doen 1. De dijk en de kustzone worden (cultuurhistorisch) aantrekkelijk door ze sterker te maken op het gebied van waterveiligheid, landschap, biodiversiteit en recreatie. We werken aan een autoluwe dijk waarbij de bereikbaarheid voor omwonenden en hulpdiensten uiteraard gegarandeerd is.

Mijn aantekeningen bij hoofdstuk 3

2. Onderzoek wat er binnendijks en buitendijks mogelijk is en waar aangesloten kan worden bij kansen die er al liggen. Het is een mogelijkheid om zowel binnen- als buitendijks natuur- en recreatiewaarden te ontwikkelen. De gemeente kan boeren actief betrekken bij het beheren van recreatiestructuren, de natte natuur langs de dijk, en de weidevogelgebieden.

38 van 65

Verhaal Werken om de hoek Met het verhaal werken om de hoek wordt ingezet op de economische en maatschappelijke waarde van de bedrijvigheid van Drechterland.

Overzicht van concrete opgaven op basis van de

Mijn aantekeningen bij hoofdstuk 3

beleidsinventarisatie

Deze ontwikkelingen zien we voor ons 1. De agrarische sector blijft in de toekomst belangrijk voor de economie van Drechterland. 2. Steeds meer ondernemers binnen de bollen- en groenteteelt in West-Friesland brengen ketenfuncties als verwerking, opslag en transport op het eigen erf onder. Dit leidt tot een toename van bedrijfsbebouwing en transportbewegingen. Zo ontstaat een soort klein bedrijventerrein dat een grotere impact heeft op zijn omgeving. 3. Binnen Drechterland en daarbuiten is onvoldoende ruimte voor bedrijventerreinen beschikbaar. 4. De bedrijventerreinen zijn verduurzaamd en klimaatadaptief.

39 van 65

Dit staat ons te doen 1. De sector pakt de opgaven die er liggen voor de toekomst gezamenlijk op. Afhankelijk van de locatie van het bedrijf is uitbreiding of transformatie mogelijk binnen de kaders van het landschap (zie ook het verhaal Buitenleven). Er zal meer in de regio gekeken moeten worden naar oplossingen.

Mijn aantekeningen bij hoofdstuk 3

Kansenkaart

2. De verkeersafhandeling en routing door het buitengebied is een aandachtspunt bij uitbreiding van agrarische bedrijven. Ook hier zal regionaal gekeken moeten worden naar oplossingen.

Werken om de hoek Drechterland

3. Om het bedrijfsleven te laten groeien kijken we hoe bestaande ruimte intensiever kan worden benut. Bijvoorbeeld door bestaande bedrijventerreinen nog beter te benutten. Daar waar mogelijk zetten we samen met de bedrijven in op verduurzaming van deze locaties. Stoppende agrarische bedrijven kunnen een rol spelen in de huisvesting van bedrijvigheid mits die passend is naar aard en schaal in de omgeving.

40 van 65

4. We willen schaalvoordeel behalen. De verduurzaming van de bedrijventerreinen pakken we daarom bij voorkeur collectief op. Dat wil zeggen: bedrijven met elkaar, en bedrijven met de gemeente. Zo liggen er kansen voor energieopwekking door zonnepanelen op het dak. Daarnaast zetten we in op een klimaatbestendige openbare ruimte: meer groen en extra aandacht voor waterafvoer.

Behoefteraming werklocaties Voor West-Friesland is een behoefteraming werklocaties opgesteld in 2020. Daaruit blijkt dat de vraag naar ruimte op bedrijventerreinen tot 2030 met 22 tot 48 hectare toeneemt en tot 2040 met nog eens 25 hectare. Deze uitbreidingsvraag heeft ook betrekking op de bedrijventerreinen van de SED-gemeenten waaronder Drechterland. Op de bestaande terreinen is nog maar beperkt tot geen uitgifte van terrein mogelijk. Om uitbreiding van het aanbod aan bedrijventerreinen te realiseren zijn twee scenario’s mogelijk: • De drie gemeenten analyseren lokaal de vraag naar bedrijfsruimte en zoeken naar een geschikte locatie voor uitbreiding. • De drie gemeenten trekken gezamenlijk op (eventueel in samenwerking met andere buurgemeenten zoals Medemblik en Hoorn).

Arbeidsmigranten Bedrijven zetten steeds vaker arbeidsmigranten in voor de groeiende hoeveelheid werk. Deze arbeidsmigranten verblijven voor korte of langere tijd in West-Friesland. Liefst op niet al te grote afstand van de werklocaties. Geschikte tijdelijke of meer structurele huisvesting voor deze groep is niet altijd voorhanden. Het is belangrijk dat we dit goed regelen. Dan zijn de arbeidsmigranten verzekerd van een gezonde woonsituatie en is hun aanwezigheid in het voordeel van regionale economische groei. Op 26 april 2021 is het beleid huisvesting arbeidsmigranten vastgesteld.

Mijn aantekeningen bij hoofdstuk 3

41 van 65

Bovenlokale samenhang van verhalen Gemeente Drechterland heeft een eigen toekomstverhaal, en verdient als lokaal gebied maatwerk. Tegelijk kan er veel voordeel worden behaald als we overeenkomsten zoeken met onze ‘buren’. Samenwerking binnen de SED en in regionaal en bovenregionaal verband biedt kansen om onze doelstellingen beter, sneller, soepeler en goedkoper te bereiken. Denk aan een gemeenschappelijk geformuleerd afwegingskader en dito aanpak.

We zien drie niveaus van samenwerking: 1. Beleidsmatige samenwerking en uitwerking in omgevingsprogramma’s en omgevingsplannen op SED-niveau: harmoniseren van beleid daar waar het kan en de gemeenten onderling daar voordeel van hebben. 2. Strategische samenwerking en uitwerking op regionaal niveau voor de grote opgaven. 3. Samenwerken in een grensgebied waar waarde creëren een gezamenlijke kans is. Zoals de groene grenzen met Lutjebroek. Mogelijkheden voor samenwerking op SED-niveau: • Biodiversiteit en Natuur • Wonen • Infrastructuur (wandel- en fietspadennetwerk, verkeersontsluiting, vaarroutenet) • Gezondheid en Veiligheid

Mijn aantekeningen bij hoofdstuk 3

Mogelijkheden voor samenwerking op regionaal niveau: • Duurzaamheid (energiestrategie, klimaatadaptatie, verduurzaming, warmtetransitie) • Woningbouwopgave conform het woonakkoord • Huisvesting arbeidsmigranten • Strategie bedrijventerreinen • Kwaliteit van het landschap en biodiversiteit • Waternetwerken en fietsnetwerken versterken • Mobiliteit • Toerisme en Recreatie

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10592358/1