CConstaterende datDrechterland
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 4 AchterKadijk 1 Toelichting (2023-08)

Gemeenteraad 23 januari 2023, gemeente DrechterlandBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan “Achter Kadijk 1” (De Vergulde Hoek) te Venhuizen (2023-08);11.769 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Bestemmingsplan Achter Kadijk 1 – toelichting

vaststelling, 29 november 2022

te worden om de geluidbelasting te bepalen. De wet omschrijft dat langs (spoor)wegen, met uitzondering van woonerven en 30 km/u wegen, en rondom bepaalde industrieterreinen geluidzones zijn gelegen. Volgens de wet mag de geluidbelasting op de gevel van een nieuwe gevoelige bestemming binnen stedelijk gebied niet hoger zijn dan de voorkeursgrenswaarde van 53 dB voor spoorweglawaai en 48 dB voor wegverkeerslawaai. In geval van industrielawaai bedraagt de voorkeurgrenswaarde 50 dB(A). Bij spoorweglawaai is de breedte van de zone onder andere afhankelijk van het aantal sporen en de verkeersintensiteit. In de Regeling Zonekaart spoorwegen is per spoortraject de zonebreedte vastgesteld. Deze zonebreedte varieert van 100 tot maximaal 1300 meter. Binnen deze zone is de Wgh van toepassing. De 50 km/u wegen of wegen met een hoger snelheidsregime hebben in beginsel een formele onderzoeksplicht binnen een afstand van 200 meter. De 30 km/u wegen of wegen met een lager snelheidsregime hebben geen zone op grond van de Wgh maar in het kader van een goede ruimtelijke ordening wordt de geluidsbelasting afkomstig van deze wegen in sommige gevallen wel bepaald. Ten aanzien van industrieterreinen geldt dat deze als gezoneerd industrieterrein dienen te zijn aangewezen, inclusief de bijbehorende geluidszone.

Het plangebied is niet gelegen in de nabijheid van een spoorweg of een gezoneerd industrieterrein. In de omgeving van het plangebied bevinden zich wel enkele wegen. Het plangebied is weliswaar niet gelegen in de zone van een gezoneerde weg maar in de omgeving bevinden zich wel enkele 30 km/u wegen, zoals de Markerwaardweg en De Vergulde Hoek. In het kader van goede ruimtelijke ordening is door Witteman Geluidbeheersing akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai uitgevoerd (rapportnummer WG2020-12-17-AK1-VH-B, d.d. 17 december 2020 en aangevuld op 8 februari 2021, zie bijlage 6). Uit het akoestisch onderzoek blijkt dat de geluidsbelasting ter plaatse van de nieuwbouw 52 dB zal bedragen, op een beoordelingshoogte van 7,7 meter aan de oostgevel. De geluidsbelasting op de westgevel is 44 tot 47 dB en daarmee geluidluw. De berekende geluidsbelastingen zijn niet kritisch voor de geluidwering van de nieuwbouw zodat er de binnenwaarde van 33 dB nergens zal worden overschreden. Geluidhinder is daarmee niet aan de orde waardoor geluid geen belemmering is voor de uitvoering van het plan. 5.4.6. Milieueffectenrapportage De milieueffectrapportage-procedure (m.e.r.) is bedoeld om het milieubelang volwaardig en vroegtijdig in de plan- en besluitvorming in te brengen. Een m.e.r. is altijd gekoppeld aan een plan of besluit, bijvoorbeeld een structuurvisie, bestemmingsplan of vergunning.

De wettelijke eisen ten aanzien van m.e.r. zijn vastgelegd in de Wet Milieubeheer en in het Besluit m.e.r. In de Wet Milieubeheer en in het Besluit m.e.r. wordt een onderscheid gemaakt in activiteiten die m.e.r.-plichtig zijn (de zogenaamde bijlage C-activiteiten) en activiteiten die m.e.r.beoordelingsplichtig zijn (de zogenaamde bijlage D-activiteiten). Bepalend daarbij is of een project moet worden beschouwd als een “stedelijk ontwikkelingsproject”.

27

Bestemmingsplan Achter Kadijk 1 – toelichting

vaststelling, 29 november 2022

Met betrekking tot het plangebied geldt dat er 5 woningen mogelijk worden gemaakt. Het totaal aantal woningen is daarmee lager dan 12 en volgens jurisprudentie lager dan de ondergrens voor een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Het totale programma aan wonen is – in de context van een stedelijk gebied als het onderhavige – daarom niet aan te merken als een stedelijke ontwikkelingsproject zoals bedoeld in het Besluit milieueffectrapportage. Er is dan ook geen aanleiding een (vormvrije) MER-beoordeling uit te voeren. 5.5.

Water In Nederland heeft water een eigen plaats gekregen in de ruimtelijke besluitvorming via de watertoets. De watertoets houdt in dat bij het maken van ruimtelijke plannen al in een vroeg stadium bekeken moet worden wat de gevolgen zijn voor water en de ruimtelijke ordening. De watertoets is een proces waarbij overleg wordt gevoerd met de waterbeheerder. De waterbeheerder stelt in dit proces de kaders vast en geeft een wateradvies voor verschillende waterhuishoudkundige aspecten. De watertoets resulteert uiteindelijk in een waterparagraaf, die in de toelichting van het ruimtelijke plan wordt opgenomen. 5.5.1. Nationaal en Europees waterbeleid Nationaal Bestuursakkoord Water In het Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW) is het kabinetsstandpunt over het waterbeleid in de 21e eeuw vastgelegd. De hoofddoelstellingen zijn: het waarborgen van het veiligheidsniveau bij overstromingen en het verminderen van wateroverlast. Daarbij wordt de voorkeur gegeven aan ruimtelijke maatregelen boven technische maatregelen. In het NBW is ook de watertoets als procesinstrument opgenomen. De watertoets is het proces van vroegtijdig informeren, adviseren en beoordelen van waterhuishoudkundige aspecten in ruimtelijke plannen en besluiten.

Het doel van dit nieuwe instrument is waarborgen dat de waterhuishoudkundige doelstellingen expliciet in beschouwing worden genomen als het gaat om waterhuishoudkundige relevante ruimtelijke plannen en besluiten. Waterbeheer 21e eeuw (WB21) In september 2000 heeft de commissie Waterbeheer 21e eeuw advies uitgebracht over het toekomstig waterbeheer in Nederland. Belangrijk onderdeel van WB21 is het uitgangspunt van ruimte voor water. Er mag geen afwenteling plaatsvinden. Berging moet binnen het stroomgebied plaatsvinden. Dit betekent onder andere het aanwijzen en in standhouden van waterbergingsgebieden. Daarnaast wordt verdroging bestreden en worden watertekorten verminderd. Waterwet Centraal in de Waterwet staat een integraal waterbeheer op basis van de 'watersysteembenadering'. Deze benadering gaat uit van het geheel van relaties binnen watersystemen. Denk hierbij aan de relaties tussen waterkwaliteit, -kwantiteit, oppervlakte- en 28

Bestemmingsplan Achter Kadijk 1 – toelichting

vaststelling, 29 november 2022

grondwater, maar ook aan de samenhang tussen water, grondgebruik en watergebruikers. Het doel van de waterwet is het integreren van acht bestaande wetten voor waterbeheer. Door middel van één watervergunning regelt de wet het beheer van oppervlaktewater en grondwater en de juridische implementatie van Europese richtlijnen, waaronder de Kaderrichtlijn Water. Via de Waterwet gelden verschillende algemene regels. Niet alles is onder algemene regels te vangen en daarom is er de integrale watervergunning. In de integrale watervergunning gaan zes vergunningen uit eerdere wetten (inclusief keurvergunning) op in één aparte watervergunning. In het volgende deel van de paragraaf worden de effecten van het voornemen op de waterstructuur en de waterkwaliteit beschreven. 5.5.2. Beschouwing Het plangebied, gelegen in de gemeente Drechterland en valt binnen het beheergebied van het hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier (HHNK). Waterkwantiteit Er is als gevolg van de nieuwbouw sprake van een toename van verharding. De totale toename bedraagt 1.199 m² waardoor er gelet op de regels van het Hoogheemraadschap minimaal 10% compensatie dient plaats te vinden, oftewel 120 m². De bestaande watergang langs de Markerwaardweg zal daarvoor iets worden verbreed met circa 139 m². De bestaande vijver van 350 m² bevat momenteel geen water en heeft in het nieuwe plan een omvang van 25 m².

Het verwijderen van de droge vijver beslaat een oppervlakte van circa 325 m². De verwijdering van de vijver hoeft niet te worden gecompenseerd. Het waterschap heeft aangegeven dat deze vijver niet van belang is omdat deze geen onderdeel is van de waterstructuur. Grondwater Aangezien er geen ondergrondse bebouwing plaatsvindt geeft de herinrichting van Achter Kadijk 1 geen effect op grondwaterstanden en/of -overlast. Waterkeringen Het plangebied is niet gelegen in de nabijheid van een waterkering. Watertoets De watertoets is doorlopen bij het Hoogheemraadschap HHNK doordat het project is aangemeld via de website https://dewatertoets.nl/. De initiatiefnemer heeft naast het aangeven van de locatie enkele vragen beantwoord waarna op basis van de opgegeven input een (digitaal) advies is uitgebracht door het Hoogheemraadschap (zie bijlage 7). Uit het advies blijkt dat er geen knelpunten zijn en dat de watertoets is afgerond.

29

Bestemmingsplan Achter Kadijk 1 – toelichting

vaststelling, 29 november 2022

6. Juridische toelichting 6.1.

Algemeen Het beleid en de planuitgangspunten, zoals verwoord in de vorige hoofdstukken, hebben in de regels van dit bestemmingsplan hun juridische vertaling gekregen in de vorm van bestemmingen. Het juridisch systeem en de gelegde bestemmingen en aanduidingen worden in dit hoofdstuk beschreven en toegelicht.

6.2.

Het juridisch systeem Het bestemmingsplan is opgezet volgens de verplichte landelijke Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP 2012). Het SVBP voorziet in een standaardopbouw van een bestemmingsplan door onder andere: - standaardbenamingen van een bestemming en de daarin voorkomende bepalingen (bouwregels, omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken en werkzaamheden, en dergelijke); - de alfabetische volgorde van de begripsbepalingen en bestemmingen; - een vaste volgorde van een indeling van een bestemming; - een aantal standaard begripsbepalingen; - een standaard wijze van meten; - vaste kleuren en kleurcodes van een bestemming; - standaard benamingen van aanduidingen. Het nieuwe bestemmingsplan wordt in beginsel gebaseerd op de vertrouwde systematiek van de vigerende bestemmingsplannen. Door het actualiseren van de verbeelding (plankaarten) en planregels ontstaat een bestemmingsplan dat het beoogde bouwplan (zoals omschreven in hoofdstuk 3) mogelijk maakt. Bij de opzet van het bestemmingsplan is uitgegaan van een redelijk gedetailleerde planopzet. De hoofdbebouwingstructuur ten zuiden van het plangebied is daarbij leidend voor het bestemmingsplan Achter Kadijk 1, het nieuwe bestemmingsplan sluit (waar mogelijk) aan op het geldende bestemmingsplan (inclusief de 1e herziening).

Voor wat betreft huisvestiging van arbeidsmigranten is rekening gehouden met het op 26 april 2021 vastgestelde beleid.

6.3.

Juridische toelichting op de planregels In het hoofdstuk “Inleidende regels” is een aantal begrippen verklaard welke gebruikt worden in de planregels. Een en ander voorkomt dat er bij de uitvoering van het plan onduidelijkheden ontstaan over de uitleg van bepaalde regelingen. Daarnaast is in het artikel "Wijze van meten" bepaald hoe de voorgeschreven maatvoering in het plan geïnterpreteerd dient te worden. In het hoofdstuk “Bestemmingsregels” zijn de in het plan opgenomen bestemmingen geregeld. In ieder artikel is per bestemming bepaald welk gebruik van de gronden is toegestaan en welke 30

Bestemmingsplan Achter Kadijk 1 – toelichting

vaststelling, 29 november 2022

bebouwingsregels er gelden. In paragraaf 6.1.1. is al ingegaan op de inhoud van diverse bestemmingen. In het hoofdstuk “Algemene Regels” worden, in aanvulling op de bestemmingsregels, aanvullende regels gesteld. Het gaat hier om de volgende regels: - Anti-dubbeltelregel: Met de anti-dubbeltelregel wordt geregeld dat grond die reeds eerder bij een verleende omgevingsvergunning of een mededeling op een meldingsplichtig bouwwerk is meegenomen, niet nog eens bij de verlening van een nieuwe omgevingsvergunning bouwen of het doen van een mededeling mag worden meegenomen. - Algemene gebruiksregels Hoewel in de Wet ruimtelijke ordening al is bepaald dat strijdig gebruik verboden is, is in het bestemmingsplan toch een artikel ‘Algemene gebruiksregels’ opgenomen. Hierin wordt een aantal voorbeelden gegeven van gevallen die worden aangemerkt als strijdig gebruik. - Algemene bouwregels: In dit artikel is een aantal aanvullende regels opgenomen, dat voor meerdere bestemmingen kan gelden. Het gaat dan bijvoorbeeld om extra bouwmogelijkheden voor ondergeschikte bouwdelen zoals balkons, galerijen en kelders. - Algemene afwijkingsregels: - In dit artikel is in aanvulling afwijkingsregels uit de bestemmingen een aantal algemene afwijkingen opgenomen.

Het betreft hier een standaardregeling die het mogelijk maakt om bij de uitvoering van bouwplannen beperkte afwijkingen van het plan mogelijk te maken. - Algemene wijzigingsregels: In dit artikel zijn een aantal algemene wijzigingsmogelijkheden opgenomen. Het betreft hier een standaardregeling die het mogelijk maakt om bij de uitvoering van bouwplannen beperkte afwijkingen van het plan mogelijk te maken. In het laatste hoofdstuk “Overgangs- en slotregels” is een regeling opgenomen voor bebouwing en gebruik dat al bestond bij het opstellen van het plan, maar dat strijdig is met de in dit bestemmingsplan opgenomen planregels. Onder bepaalde voorwaarden mag deze strijdige bebouwing en/of strijdig gebruik worden voortgezet of gewijzigd. In de slotbepaling is de officiële naam van de planregels bepaald. Onder deze naam kunnen de planregels van het bestemmingsplan aangehaald worden. 6.4.

Bestemmingen De bebouwing krijgt de bestemming “Wonen - 2”. Ten westen van de bestemming wonen komt de bestemming ‘Tuin - 1’. Ten oosten van de bestemming ‘Wonen – 2’ is de bestemming ‘Water’ ter plekke van de watergang in het oosten van het plangebied toegepast. Naast wonen, tuin en water is er ook de bestemming ‘Verkeer - verblijf’. Binnen deze bestemming worden hoofdzakelijk de verkeervoorzieningen geregeld door middel van een te ontwikkelen toegangsweg (verlengen van de Vergulde Hoek). De strook langs de rijweg van De Vergulde Hoek die als openbaar groen zal worden gebruikt is bestemd als ‘Groen’.

31

Bestemmingsplan Achter Kadijk 1 – toelichting

vaststelling, 29 november 2022

Wonen Binnen ‘Wonen – 2’ wordt het mogelijk gemaakt om dezelfde activiteiten uit te voeren als in de bestaande bestemming ‘Wonen - 2’ van het geldende bestemmingsplan. In het vigerende bestemmingsplan is veelal een goothoogte van maximaal 6 meter geregeld. In onderhavig bestemmingsplan is een goothoogte van maximaal 6,75 meter mogelijk gemaakt, conform het bouwplan. Deze hoogtes zijn aangegeven in de regels en zijn (mede) gebaseerd op de aard van de omgeving. Tuin - 1 Om het onbebouwde karakter van voortuinen te beschermen, is daarvoor de afzonderlijke bestemming ‘Tuin - 1’ opgenomen. Daarachter begint het bij het woonhuis behorende erf, waarbinnen erfbebouwing mogelijk is. Binnen de bestemming tuin is het mogelijk om ook parkeervoorzieningen te realiseren. Water De bestemming ‘Water’ is gelegd op de bestaande hoofdwatergangen. De bijbehorende kaden, dijken en oeverstroken zijn ook als zodanig bestemd. Op deze gronden mogen geen bouwwerken en overkappingen worden gebouwd. Verkeer – Verblijf Deze wegen betreffen de openbare straten in het plangebied, met in hoofdzaak een functie voor het bestemmingsverkeer en parkeren. Groen De strook ten zuiden van Kadijk 1 zal worden gebruikt als openbaar groen. Binnen deze bestemming zijn geen rijwegen of tuinen toegestaan.

32

Bestemmingsplan Achter Kadijk 1 – toelichting

vaststelling, 29 november 2022

7. Ladder voor duurzame verstedelijking Een zorgvuldige benutting van de beschikbare ruimte voor verschillende functies vraagt om een goede onderbouwing van nut en noodzaak van een nieuwe stedelijke ruimtevraag en een zorgvuldige ruimtelijke inpassing van de nieuwe ontwikkeling. De toelichting bij een bestemmingsplan, dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, moet antwoord geven op de volgende vragen: Of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling Dat wordt bepaald door de aard en omvang van die ontwikkeling in relatie tot omgeving. Voor wonen geldt dat voor woningbouwlocaties vanaf 12 woningen sprake is van een stedelijke ontwikkeling die Ladderplichtig is. In dit geval overschrijdt het project het aantal van 12 woningen niet zodat er geen sprake is van een Ladderplichtige stedelijke ontwikkeling. Of de stedelijke ontwikkeling nieuw is Alleen als er sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling moet de Laddertoets worden uitgevoerd. Zoals hiervoor is aangegeven is er geen sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Volledigheidshalve wordt hierna wel beoordeeld of wordt voldaan aan de ladder. Wat het ruimtelijk verzorgingsgebied is en of er behoefte is aan de voorgenomen ontwikkeling Wanneer sprake is van een ruimtelijke ontwikkeling moet de toelichting van het bestemmingsplan een beschrijving van de behoefte aan de mogelijk te maken woningen bevatten.

Deze behoefte moet worden bepaald binnen het ruimtelijk verzorgingsgebied van de woningbouwontwikkeling. Hierbij wordt de lange termijn prognose van de vraag naar woningen vergeleken met het woningaanbod in de bestaande plancapaciteit om in de vraag te voorzien. Naast deze kwantitatieve aspecten kunnen ook kwalitatieve aspecten een rol spelen bij de beschrijving van de behoefte. Gedacht kan worden aan specifieke woontypen, wooncategorieën en woonmilieus. Door de demografische ontwikkelingen in West-Friesland, verwacht men op de gehele woningmarkt een verandering in de vraag. De vraag op de woningmarkt bestaat in de toekomst voor een groter deel uit de vraag van oudere huishoudens en kleinere huishoudens. Dit komt aan de ene kant door toenemende vergrijzing en aan de andere kant door het wegtrekken van jongeren en individualisering. Voor een deel van de nieuwbouw betekent dit dat deze meer gericht moet zijn op de wensen en eisen van ouderen en/of kleinere huishoudens. Het project van Achter Kadijk 1 sluit hier op aan en voorziet in de behoefte van een levensloopbestendige woning voor een klein huishouden. Tevens sluit het project Achter Kadijk 1 aan op de behoefte voor de gehele gemeente zoals blijkt uit de regionale woonvisie en maakt het project onderdeel uit van de plancapaciteit binnen Noord-Holland (www.plancapacitieit.nl)

33

Bestemmingsplan Achter Kadijk 1 – toelichting

vaststelling, 29 november 2022

Of de ontwikkeling in bestaand stedelijk gebied ligt Als de woningbouwontwikkeling voorziet in een behoefte en gepland is binnen bestaand stedelijk gebied, dan wordt voldaan aan de Ladder. Is dat niet het geval dan moet volgens artikel 3.1.6 Bro lid 2 gemotiveerd worden waarom niet binnen bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Het plangebied ligt binnen bestaand stedelijk gebied, zoals ook blijkt uit paragraaf 3.2. Er wordt op alle punten voldaan aan de Ladder.

34

Bestemmingsplan Achter Kadijk 1 – toelichting

vaststelling, 29 november 2022

8. Economische uitvoerbaarheid Bij het opstellen van een bestemmingsplan dient de financiële haalbaarheid van het plan aangetoond te worden. Dit om te voorkomen dat een rechtssituatie ontstaat die niet realistisch blijkt te zijn. In afdeling 6.4 van de Wet ruimtelijke ordening zijn regels opgenomen ten aanzien van grondexploitatie. In artikel 6.12 lid 1 is daarbij bepaald dat de gemeenteraad een exploitatieplan vaststelt voor gronden waarop een bij algemene maatregel van bestuur aangewezen bouwplan is voorgenomen. De in lid 1 opgenomen verplichting tot het vaststellen van een exploitatieplan geldt niet indien het verhaal van kosten op een andere manier verzekerd is of indien het stellen van eisen of regels niet noodzakelijk is. Dit volgt uit artikel 6.12 lid 2 Bro. De grond is volledig in eigendom van initiatiefnemer. De kosten voor de herontwikkeling worden gedragen door de initiatiefnemer. Tussen de gemeente en initiatiefnemer is voorafgaand aan de vaststelling van het bestemmingsplan een anterieure overeenkomst afgesloten. Een exploitatieplan is daardoor niet nodig.

35

Bestemmingsplan Achter Kadijk 1 – toelichting

vaststelling, 29 november 2022

9. Overleg 9.1.

Overleg met instanties Het voorontwerpbestemmingsplan is in het kader van het wettelijke vooroverleg toegezonden aan een aantal overleginstanties. Van de volgende instanties is een reactie ontvangen: 1. Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier; 2. Archeologie West-Friesland. De ontvangen vooroverleg reacties op het voorontwerpbestemmingsplan worden hierna in subparagrafen 9.1.1 en 9.1.2 weergegeven en voorzien van een antwoord van de gemeente. 9.1.1. Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier Opmerking: In paragraaf 5.5.2 staat onder het kopje Waterkwantiteit aangegeven dat er een verhardingstoename is. Tevens staat er dat er 40 m² extra water wordt gegraven door de verbreding van de watergang langs de Markerwaardweg. Volgens de gegevens uit de watertoets is er een verhardingstoename van 1.199 m². Op basis van tekening die is meegezonden en die tijdens de watertoets is aangeleverd, blijkt dat er 139 m² water wordt gegraven. Bij een verhardingstoename van tussen de 800 en 2.000 m2 moet er 10% watercompensatie worden gegraven. Bij een verhardingstoename van 1.199 m² is dat 120 m². De in de toelichting benoemde 40 m² watercompensatie is dus onvoldoende. Verzocht wordt om de betreffende paragraaf te corrigeren. Reactie gemeente: Naar aanleiding van de opmerking is de waterparagraaf aangepast.

Opmerking: In dezelfde paragraaf staat onder het kopje Waterkeringen aangegeven dat nabij het plangebied een kunstwerk 'overige waterkering' aanwezig is. Dat klopt niet, er is geen waterkering in de buurt. De op het kaartje aangegeven blauwe lijnen zijn primaire watergangen, geen waterkeringen. Deze paragraaf mag uit de toelichting worden gehaald. Reactie gemeente: Naar aanleiding van de opmerking is de waterparagraaf aangepast doordat is aangegeven dat het plangebied niet in de nabijheid van een waterkering is gelegen. 9.1.2. Archeologie West-Friesland Opmerking: De quickscan van de archeologische dienst is opgenomen als bijlage en het advies is overgenomen in de toelichting. Ook is de dubbelbestemming behouden. Er zijn daardoor geen nadere opmerkingen. Reactie gemeente: De opmerking leidt niet tot een aanpassing van het bestemmingsplan. Nadien is gebleken uit aanvullend advies van Archeologie West-Friesland gebleken dat het niet langer nodig is om de archeologische dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 3’ in het bestemmingsplan op te nemen aangezien het gehele plangebied is vrijgegeven voor archeologie (zie subparagraaf 5.1.1).

36

Bestemmingsplan Achter Kadijk 1 – toelichting 9.2.

vaststelling, 29 november 2022

Advisering Omgevingsdienst Noord-Holland Noord (OD NHN) Het voorontwerpbestemmingsplan en de bijbehorende onderzoeken zijn ter advisering voorgelegd aan de Omgevingsdienst Noord-Holland Noord (OD NHN). Met het advies van de OD NHN is rekening gehouden bij het opstellen van het ontwerpbestemmingsplan. Ook zijn enkele onderzoeken aangevuld naar aanleiding van het advies van de OD NHN.

9.3.

Overleg met omwonenden en informatievoorziening Op 3 maart 2020 is er een informatieavond georganiseerd voor de buurt. De avond had het karakter van een inloopavond zonder plenaire presentatie. Wel zijn de plannen in groot formaat aan de wand gehangen. De avond werd goed bezocht (30 aanwezigen). Een deel van de aanwezigen was kritisch over de verkeersafwikkeling en parkeren aangezien dit nu al problematisch zou zijn. In het plan is hier rekening mee gehouden door uit te gaan van 2 parkeerplaatsen per woning. De aanpassingen in het plan naar aanleiding van de informatieavond zijn teruggekoppeld aan de omwonenden. In november 2020 zijn omwonenden per brief geïnformeerd over de voortgang van de planvorming. In de brief is uitgelegd welke wijzigingen er in het plan zijn doorgevoerd ten opzichte van het in maart 2020 gepresenteerde plan. Zo is de eerder bedachte nieuwbouwwoning naast De Vergulde Hoek 10 komen te vervallen en is de onderlinge afstand tussen de nieuwbouw en de bestaande woning De Vergulde Hoek 8 verruimd met 2 meter. Op 11 maart 2021 is een online bijeenkomst met omwonenden gehouden om de laatste stand van zaken met betrekking tot de planvorming door te nemen en vragen te beantwoorden. Tijdens deze bijeenkomst is ook afgesproken dat de omwonenden een terugkoppeling krijgen van de definitieve opzet van het plan.

Deze terugkoppeling heeft inmiddels plaatsgevonden via het verslag van de online bijeenkomst.

9.4.

Ter visielegging ontwerpbestemmingsplan Het ontwerpbestemmingsplan ‘Achter Kadijk 1’ heeft van 26 maart 2022 tot en met 6 mei 2022 voor een ieder ter inzage gelegen. Tijdens deze termijn zijn 6 ontvankelijke zienswijzen op het bestemmingsplan ingekomen. Deze zienswijzen zijn samengevat weergegeven in de Nota van Beantwoording en voorzien van een beantwoording (zie bijlage 8). Naar aanleiding van één van de zienswijzen zijn de verbeelding en regels van het bestemmingsplan aangepast. Ook is de toelichting naar aanleiding van enkele zienswijzen aangevuld.

37

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12234790/1