CConstaterende datDrechterland
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3 Maatregelpakketten biodiversiteit (2021-22)

Gemeenteraad 31 mei 2021, gemeente DrechterlandBij agendapunt: Vergroten biodiversiteit (2021-22)914 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Bijlage: Maatregelpakketten vergroten biodiversiteit Behorende bij: Voorstel aan de gemeenteraad - vergroten biodiversiteit In het voorstel aan de gemeenteraad worden een aantal maatregelen globaal beschreven. In deze bijlage worden de maatregelen verder uitgewerkt en een beeld geschetst van wat de effecten van de maatregelen kunnen zijn. Ruw gras, sinusbeheer: het in fasen maaien van bermen en grasvlakten, met als doel meer variatie voor insecten, vogels en kleine zoogdieren, reptielen en amfibieën te krijgen. De te maaien oppervlakte wordt dusdanig ingedeeld dat een aanzienlijk deel van de te maaien oppervlakte op verschillende momenten wordt uitgevoerd. De soorten die voorkomen zijn de van nature voorkomende grassen en (bloeiende) kruidachtige planten. Het beeld kenmerkt zich door een vegetatie van gras en kruiden van verschillende hoogtes. Ruw gras, bloemrijk grasveld: extensief te maaien graslanden, waarbij de vegetaties een bijdrage kunnen leveren aan de esthetiek van de omgeving. Vooral als ze bloeien zorgt hun kleur voor meer uitdaging en variatie. Hier is vooral het doel dat de bloeiende planten meer aanwezig zijn dan de grassen. Dit fungeert namelijk als voedsel voor bijen en andere bestuivers. Het beeld kenmerkt zich door een vegetatie van gras en voornamelijk bloeiende kruidachtige planten van verschillende hoogtes.

Vooral voor de soortenrijkdom van dit soort kruidachtige begroeiingen is afname van de voedselrijkdom belangrijk. Op de kleiachtige grond in West Friesland vormt dit een uitdaging en kost het tijd. Het is hiervoor van belang om zo veel mogelijk maaisel af te voeren. Zowel voor het bloemrijk grasveld als voor het sinusbeheer geldt dat het gefaseerd maaien toegepast wordt door rekening te houden met de zomer- en voorjaarsbloei. Het gefaseerd maaien wordt toegepast om insecten, vogels en kleine zoogdieren, reptielen en amfibieën altijd een kans te geven om te overleven. Hoeveel keer per jaar en wanneer maaien: Ook hier geldt dat het gefaseerd maaien toegepast wordt door rekening te houden met de zomer- en voorjaarsbloei. De mogelijke keuzes: 3 á 4 x – langs wegen en paden 2x – indien zomerbloei: half mei tot half juni en september tot half oktober 2x – indien voorjaarsbloei: half juni tot half juli en september tot half oktober Per locatie wordt bekeken welke optie het meest geschikt is, daarnaast zal per maaibeurt ook een percentage van het areaal niet worden gemaaid. Het gefaseerd maaien wordt toegepast om insecten, vogels en kleine zoogdieren, reptielen en amfibieën altijd een kans te geven om te overleven. Dit is niet het geval als hun schuilmogelijkheden en voedsel weggemaaid worden.

Natuurlijk bosplantsoen: gewenste afstand aanbrengen tussen jonge beplanting door dunning. Zorgen voor voldoende licht in de beplanting. Ongewenste kruiden en uitgroei van zaailingen voorkomen door uitmaaien bosplantsoen. Dit zodat de beplanting een zo natuurlijk mogelijke habitus kan ontwikkelen. Daarnaast worden houtrillen aangelegd en zijn bomen lippen en ringen maatregelen die zorgen voor voldoende schuilmogelijkheid voor kleine dieren. Het beeld kenmerkt zich door een dichte inheemse struiken- en kruidenlaag eventueel aangevuld met een open boomlaag of enkele verspreide bomen. De grootste kans voor een bosplantsoen wat bijdraagt aan de biodiversiteit is een bosplantsoen van een relatief groot formaat. Het onderhoud is in principe extensief. Wandelpaden worden vrijgehouden van overhangende takken zodat de doorgang vrij blijft. Jonge beplanting wordt in een tijdsbestek van 5 tot 10 jaar door dunning op de gewenste afstand gebracht. De beplanting kan zo een natuurlijk mogelijke habitus ontwikkelen. Het dunnen dient tijdig te gebeuren om te voorkomen dat dunne, stakige opstanden ontstaan. Er moet voldoende licht in de beplanting kunnen komen. Extensief beheerde bosplantsoenvakken worden tweemaal per jaar uit gemaaid. Hierdoor voorkomt men overlast door ongewenste kruidenvegetatie en uitgroei van zaailingen.

In de volgroeide beplanting zal slechts incidenteel ingegrepen hoeven te worden, rust is hierbij het devies. Zo kan een natuurlijk evenwicht ontstaan tussen de verschillende soorten beplanting. Voorwaarde voor de ontwikkeling van extensief bosplantsoen is: voldoende ruimte om uit te kunnen groeien. Ontwikkelen zoom-mantel vegetatie De zoom-mantel strook in de overgang van het bosplantsoen naar een grazige vegetatie. Een goede zoom en mantel is een belangrijke onderdeel van het bosplantsoen omdat hier allerlei kleine niches zijn waarin insecten maar ook vogels kunnen foerageren nestelen en schuilen. Ook hier wordt het gefaseerd maaien toegepast om dieren een kans te geven. De zoomontwikkeling geeft ruimte aan iets grotere dieren dan in bijvoorbeeld lang gras voorkomen. Het ringen en lippen van bomen en het aanleggen van houtrillen zorgt op specifieke plekken voor meer schuilmogelijkheden en overlevingsmogelijkheden voor specifieke dier- en plantensoorten.

2/3

In het bosplantsoen wordt zoveel mogelijk gebruik gemaakt van inheemse plantsoorten die kunnen dienen als waardplant voor met name insecten soorten In het kader van duurzaam beheer en het creëren van gelaagdheid en variatie worden ook de volgende beheermaatregelen toegepast: - ringen van bomen (structuurvariatie, verjonging en verkrijgen dood hout) - omtrekken boomvormers (structuurvariatie, verjonging en verkrijgen dood hout) - lippen van bomen (structuurvariatie, verjonging)

Taluds en slootkanten zijn qua type groen en beheer vergelijkbaar met bermen, maar wijken af doordat het maaiveld onder een helling ligt. Taluds en slootkanten zorgen voor een natuurlijke overgang van water naar het maaiveld. Oevers Het beheer van natuurvriendelijke oevers komt grotendeels overeen met het beheer van ruw gras. Daarnaast is het verwijderen van eventuele beschoeiing van groot belang. Ook hier is het van belang dat het maaisel relatief snel wordt afgevoerd. Gefaseerd maaien is aan te raden, zodat er plekken zijn voor bijvoorbeeld vogels om te overwinteren. Specifiek voor riet geldt dat het maaien en afvoeren in de winter gebeurd.

Optimale maaitijdstip: uitvoering in oktober Gefaseerd maaien: deel van areaal maaien en deel niet maaien voor ruigte.

3/3

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10067847/1