Bijlage 2.1 Terrascanrapport 2021
Tekst van het document
Monitoring en advies
Voormalige vuilstort te Westwoud T.20.11171/2 21 juli 2021
COLOFON:
TERRASCAN B.V.
Afdeling bodemonderzoek Hoofdweg 204, 1175 LD Lijnden Telefoon: 023 5551456 E-mail: terrascan@terrascan.nl Website: www.terrascan.nl Projectnummer: Projecttitel: Opdrachtgever:
T.20.11171/2 Monitoring en advies ‘Voormalige vuilstort’ te Westwoud Centraal Afvalverwijderingsbedrijf West-Friesland te Alkmaar
Auteur: Projectleider: Controle: Rapportdatum:
De heer W.R. van Leeuwen De heer W.R. van Leeuwen De heer drs. J.S. Huls 21 juli 2021, versie 2
Monsternemer protocol 2001: Monsternemer protocol 2001: Monsternemer protocol 2002:
De heer D.J. van Ruiten De heer S. van der Goes De heer D.J. van Ruiten
Verantwoording: • Terrascan B.V. is ISO 9001:2015, VCA**, BRL SIKB 1000 (protocol 1001), BRL SIKB 2000 (protocollen 2001, 2002, 2003 en 2018) en BRL SIKB 6000 (protocol 6001) gecertificeerd. • Terrascan B.V. streeft de door de branchevereniging van advies-, management- en ingenieursbureaus opgestelde gedragscode na. De ten behoeve van de onafhankelijkheid in de beoordelingsrichtlijnen (BRL) verplicht gestelde functiescheiding tussen Terrascan B.V. (opdrachtnemer) en de opdrachtgever en/of de eigenaar van de partij, de grond en/of het terrein is middels deze gedragscode gewaarborgd. • De projectleider en veldwerkers(s) hebben verklaard dat hun kritische functie onafhankelijk van de opdrachtgever is uitgevoerd conform de eisen van de beoordelingsrichtlijn en de Regeling bodemkwaliteit. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar worden gemaakt door middel van druk, fotokopie, geautomatiseerde gegevensbestanden of op welke andere wijze ook en evenmin in een retrieval systeem worden opgeslagen zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de opdrachtgever.
INHOUDSOPGAVE INLEIDING ...................................................................................................................................... 4 ACHTERGRONDINFORMATIE ........................................................................................................ 5 Ligging en gebruik van de locatie ........................................................................................ 5 Aanleiding ............................................................................................................................ 5 Doel ..................................................................................................................................... 6 Dossieronderzoek ................................................................................................................ 6 Regionale bodemsamenstelling en geohydrologie ............................................................. 7 ONDERZOEKSOPZET ...................................................................................................................... 9 Deel A: grondwateronderzoek buiten stortplaats .............................................................. 9 Deel B: Onderzoek slib watergangen buiten stortplaats ..................................................
10 Deel C: Onderzoek waterkwaliteit ringsloten ................................................................... 10 Deel D: Onderzoek kwaliteit percolaat ............................................................................. 10 VELDONDERZOEK ........................................................................................................................ 11 Deel A: grondwateronderzoek buiten stortplaats ............................................................ 11 Deel B: Onderzoek slib watergangen buiten stortplaats .................................................. 12 Deel C: Onderzoek waterkwaliteit ringsloten ................................................................... 12 Deel D: Onderzoek kwaliteit percolaat ............................................................................. 12 LABORATORIUMONDERZOEK ..................................................................................................... 13 INTERPRETATIE VAN DE RESULTATEN......................................................................................... 14 Deel A: grondwateronderzoek buiten stortplaats ............................................................ 14 Deel B: Onderzoek slib watergangen buiten stortplaats ..................................................
14 Deel C: Onderzoek waterkwaliteit ringsloten ................................................................... 14 Deel D: Onderzoek kwaliteit percolaat ............................................................................. 15 Interpretatie verontreinigingssituatie ............................................................................... 15 CONCLUSIE EN ADVIES ................................................................................................................ 16 Conclusie ........................................................................................................................... 16 Advies ................................................................................................................................ 17 SAMENVATTING .......................................................................................................................... 18
BIJLAGEN 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8.
Tekeningen Analyseresultaten en toetsing Kadastrale informatie Locatiefoto’s Boorprofielen Analysecertificaten Toetsingskader Onafhankelijkheidsverklaring
T.20.11171/2 MO ‘Voormalige vuilstort’ te Westwoud
3
INLEIDING Op verzoek van Stichting Ouderennetwerk West-Friesland en in opdracht van Centraal Afvalverwijderingsbedrijf West-Friesland (CAW) heeft Terrascan B.V. een monitoring naar mogelijke uittreding van milieuschadelijke stoffen uitgevoerd ter plaatse van de ‘Voormalige vuilstort’ te Westwoud. De resultaten zijn verwerkt in onderhavige adviesrapportage. De aanleiding tot de monitoring en advies vormt ongerustheid in de omgeving ten aanzien van het mogelijk uittreden van milieuschadelijke stoffen uit de voormalige vuilstort aan het Zittend te Westwoud. Daarnaast heerst er ongerustheid ten aanzien van mogelijk in het verleden gestorte / aangebrachte staalslakken. De Stichting Ouderennetwerk West-Friesland, die de belangen behartigt namens de omwonenden, en de gemeente zijn overeengekomen dat een onafhankelijk onderzoeksbureau hier onderzoek naar mag uitvoeren. Het doel van de monitoring en advies is om op een kostenefficiënte wijze onderzoek uit te voeren naar mogelijke uittreding van verontreinigde stoffen uit de stortplaats. Hiertoe zijn een aantal stoffen als trigger geselecteerd, die vervolgens zijn onderzocht in het percolaat van de stortplaats, het oppervlaktewater rondom de stortplaats en het slib en grondwater van het direct aan de stortplaats grenzende gebied. Terrascan B.V. heeft de monitoring uitgevoerd in mei en juni 2021.
Het veldwerk is voor zover van toepassing uitgevoerd onder procescertificaat van de BRL SIKB 2000 (Beoordelingsrichtlijn voor het SIKB-procescertificaat voor veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek). Terrascan B.V. is gecertificeerd volgens het procescertificaat veldwerk voor milieuhygiënisch bodemonderzoek.
T.20.11171/2 MO ‘Voormalige vuilstort’ te Westwoud
4
ACHTERGRONDINFORMATIE
Ligging en gebruik van de locatie De onderzoekslocatie bevindt zich in een buitengebied ten zuidoosten van Westwoud in de gemeente Drechterland (zie figuur 1).
Figuur 1. Regionale tekening met ligging onderzoekslocatie (schaal 1:25.000).
De percelen van het terrein zijn bekend bij het Kadaster als gemeente Drechterland, sectie M nummers 649 t/m 652 en gemeente Venhuizen, sectie T, nummer 220 (zie bijlage 3). De onderzoekslocatie betreft een voormalige stortplaats aan Zittend te Westwoud. De voormalige stortplaats heeft een oppervlakte van ca. 300.000 m². Voor zover bekend zijn in de periode van 1973 t/m 1987 op de stortplaats huishoudelijke- en bedrijfsafvalstoffen gestort. De stortplaats is in 1989 afgedekt en ingericht als golfterrein. De voormalig exploitant en huidige eigenaar van de stortplaats is Centraal Afvalverwijderingsbedrijf West-Friesland (CAW). Stichting Golfbaan Westwoud is erfpachter en de huidige gebruiker van het terrein en de opstallen. Het beheer van de stortplaats wordt uitgevoerd door Bodemzorg.
Aanleiding De aanleiding tot de monitoring en advies vormt ongerustheid in de omgeving ten aanzien van het mogelijk uittreden van milieuschadelijke stoffen uit de voormalige vuilstort aan het Zittend te Westwoud. Daarnaast heerst er ongerustheid ten aanzien van mogelijk in het verleden gestorte / aangebrachte staalslakken.
T.20.11171/2 MO ‘Voormalige vuilstort’ te Westwoud
5
Doel Het doel van de monitoring en advies is om op een kostenefficiënte wijze onderzoek uit te voeren naar mogelijke uittreding van milieuschadelijke stoffen uit de stortplaats. Hiertoe zijn een aantal stoffen als trigger geselecteerd, die vervolgens zijn onderzocht in het percolaat van de stortplaats, het oppervlaktewater rondom de stortplaats en het slib en grondwater van het direct aan de stortplaats grenzende gebied.
Dossieronderzoek Ten behoeve van de monitoring naar de uittreding van milieuschadelijke stoffen is een dossieronderzoek uitgevoerd waarbij de volgende documenten zijn geraadpleegd: • • • • • • • • • • • • •
Tekening stortplaats Westwoud, tekening nr. 12, d.d. 25 oktober 1983 (zie bijlage 1.2). Rapportage Afronding monitoring stortplaats Westwoud, Tauw, kenmerk R0011232621CEH-los-V02-NL, d.d. 2 december 2015. Brief RUD Noord-Holland Noord, zaaknummer RUD16.194454, d.d. 25 juli 2016. Rapportage Monitoring grondwater stortplaats Westwoud, Tauw, kenmerk L0011243484CEH-sbb-V01-NL, d.d. 17 januari 2017. Rapportage Monitoring grondwater stortplaats Westwoud, Tauw, kenmerk R001124384IHV-V01-los-NL, d.d. 1 december 2017. Brief Golfbaan/ afvalstort langs Zittend van inwoner aan gemeente Drechterland, d.d. 2 januari 2018. Rapportage ‘Aanwezigheid van PFAS in Nederland’, Expertisecentrum PFAS, kenmerk DDT219-1/18.008.233, d.d. 1 juni 2018. Rapportage ‘Bepaling achtergrondconcentratieniveau PFAS Noord-Holland, Sweco, kenmerk SWNL0249929/2, d.d. 13 november 2019. Rapportage deklaagonderzoek Voormalige stortplaats Westwoud, Bodemzorg, kenmerk AB/AF/20736/BOD, d.d. 16 januari 2020. Rapportage Monitoring 2020, Bodemzorg, projectnr. 210WES-020, d.d. 3 april 2020. Memo Drainage voormalige stortplaats Westwoud, bodemzorg, d.d. 23 april 2020. Memo ‘Resultaten analyse beschikbare data PFAS in grondwater’, RIVM, d.d. 6 november 2020. Brief Beantwoording schriftelijke vragen inzake staalslakken en voormalige stortplaats te Westwoud van gemeente Drechterland, kenmerk 916550, d.d. 11 mei 2021.
Uit bovenstaande documenten en navraag bij betrokken personen is gebleken dat het oudste stortgebied langs de openbare weg Zittend is gesitueerd. In dit deel is van ca. 1973 t/m 1980 afval gestort. Vervolgens is de stortplaats 2 maal in noordoostelijke richting uitgebreid. Ter plaatse van de 1e en 2e uitbreiding is respectievelijk van 1980 t/m 1982 en 1982 t/m 1987 afval gestort. In het verleden is bij de inrichting van de stortplaats en de uitbreidingen daarvan drainage aangelegd om percolaat op te vangen. Het drainagesysteem is ontworpen om het percolaat door middel van een combinatie van vrij verval en pompen te laten aflopen naar 2 pompputten op het terrein. De 2 pompputten pompen het water naar een verzamelput centraal op het terrein. Het water wordt vanuit de verzamelput samen met het vuilwater van de op de stortplaats gesitueerde golfclub geloosd op een persriool.
T.20.11171/2 MO ‘Voormalige vuilstort’ te Westwoud
6
Het persriool transporteert het water vervolgens naar de rioolwaterzuiveringsinstallatie (RWZI) nabij Wervershoof. Het drainagesysteem en de putten zijn weergegeven in bijlage 1.2. Bij het ontwikkelen van de golfbaan is een afdeklaag van grond over de stort heen aangebracht van 1 m dik. In de afdeklaag is tevens een drainage systeem aangelegd voor de afwatering van hemelwater. Het is niet bekend waar het hemelwater uit de drainage in de afdeklaag op wordt geloosd. Bij recent onderzoek naar de huidige status van het drainagesysteem onder het stortmateriaal is gebleken dat het merendeel van de drainage waarschijnlijk niet meer functioneert. Er wordt naar verwachting beperkt water (percolaat of anderzijds) opgevangen. Uit mondelinge informatie van de Stichting Ouderennetwerk West-Friesland is gebleken dat in het verleden meerdere calamiteiten met het persriool hebben plaatsgevonden waarbij rioolwater is vrijgekomen in de omgeving van de stortplaats. Hiervan konden echter geen concrete gegevens worden overlegd (zoals schaderapporten, foto’s, nieuwsberichten o.i.d.). Ook bij Bodemzorg is bekend dat er in het verleden calamiteiten met de persleiding hebben plaatsgevonden, waarbij de flensen van de persleiding gesprongen zijn. Daarnaast is aangegeven dat er in het verleden staalslakken zijn toegepast op de voormalige stortplaats.
Bij de gemeente zijn echter geen toepassingen van staalslakken bekend. Ook bij recent uitgevoerd bodemonderzoek naar de deklaag van de stortplaats zijn geen toepassingen van staalslakken aangetroffen.
Regionale bodemsamenstelling en geohydrologie De regionale bodemopbouw is weergegeven in onderstaand model. De gegevens zijn ontleend aan de Grondwaterkaart van Nederland (TNO Geologische Dienst Nederland, REGIS II Kartering). Het model geeft informatie over de geologische en bodemkundige opbouw. Deze informatie is beschikbaar gesteld op basis van geïnterpreteerde gegevens die verkregen zijn door onder andere booronderzoeken en / of grondwateronderzoeken. De schematische weergaven van de regionale bodemopbouw en geohydrologie zijn opgenomen in onderstaand model en tabel.
Figuur 2. Schematische verticale doorsnede regionale bodemopbouw (REGIS II).
T.20.11171/2 MO ‘Voormalige vuilstort’ te Westwoud
7
De gemiddelde maaiveldhoogte ter plaatse van de locatie komt overeen met NAP - 0,9 m. De gemiddelde stijghoogte van het grondwater in het eerste watervoerende pakket bedraagt ca. NAP 2,3 m. Op de locatie is sprake van wegzijging. De locatie is niet gelegen in een waterwingebied of grondwaterbeschermingsgebied (provincie Noord-Holland, Omgevingsverordening NH2020, d.d. 17 november 2020).
Tabel 1. Regionale bodemopbouw (REGIS II).
Figuur 3. Ligging schematische dwarsdoorsnede.
Diepte t.o.v. NAP in meters
Geohydrologie
Lithologie (samenstelling)
-0,9 tot -15
Holocene afzetting (HLc)
Complexe eenheid, bestaande uit een afwisseling van zandige klei, midden en fijn zand, klei en veen en een weinig grof zand
-15 tot -20
Formatie van Boxtel (BXz4)
Zandige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit midden en fijn zand, met weinig zandige klei en grof zand en een spoor klei, veen en grind
-20 tot <-22.5
Formatie van Kreftenheye (KRz2 en KRz3)
Zandige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit midden en grof zand, met weinig zandige klei, fijn zand en grind en een spoor klei en veen
Uit ondergrondgegevens van het informatieplatform DINOloket (Data en informatie van Nederlandse Ondergrond) is gebleken dat op onderhavige onderzoekslocatie een veenlaag aanwezig is op een diepte van ca. 4 à 5 m - mv. Deze veenlaag heeft mogelijk een afsluitende werking ten aanzien van het grondwater. Het is onzeker in hoeverre sprake is van een gesloten veenlaag. Indien sprake is van een afsluitende veenlaag zullen eventuele uit de stortplaats tredende milieuschadelijke stoffen zich vermoedelijk niet dieper bevinden dan de veenlaag.
T.20.11171/2 MO ‘Voormalige vuilstort’ te Westwoud
8
ONDERZOEKSOPZET Om eventuele uittreding van milieuschadelijke stoffen uit de stortplaats te onderzoeken is een inventarisatie gemaakt op welke wijze uittreding het meest waarschijnlijk is. Hierbij worden de onderstaande routes als de meest waarschijnlijke beschouwd: •
•
•
Uittreding via verontreinigd grondwater dat wordt opgevangen in de ringsloten. Vanuit de ringsloten wordt er ongezuiverd geloosd op de omliggende watergangen. Omdat de waterkwaliteit van de ringsloten in het verleden op een beperkt aantal stoffen is gemonitord, waarbij geen of beperkte concentraties milieuschadelijke stoffen zijn aangetoond, is het mogelijk dat er stoffen zijn geloosd die niet waren opgenomen in het monitoringsprogramma. Uittreding van verontreinigd grondwater onder de ringsloten door of direct richting de omliggende watergangen (daar waar de ringsloten ontbreken). Naar onze verwachting zal verontreinigd grondwater niet snel door de veenlaag dringen die zich op een diepte van ca. 4 à 5 m - mv. bevindt. Omdat de drainage van de stortplaats verouderd is en niet meer optimaal functioneert, wordt binnen de stortplaats een verhoogde grondwaterstand verwacht. Hierdoor kan verontreinigd grondwater zich boven de veenlaag in horizontale richting verspreiden. Het is onzeker of de ringsloten voldoende draineren om dit water af te vangen. Daar waar geen ringsloten aanwezig zijn kan de verspreiding nog groter zijn. Verspreiding van verontreinigd percolaat als gevolg van incidenten met de persleiding heeft in het verleden meermaals plaatsgevonden. Als gevolg hiervan kan het slib in de nabijgelegen watergangen verontreinigd zijn geraakt.
Percolaat dat bij deze incidenten is vrijgekomen zal niet meer terug te vinden zijn in het oppervlaktewater als gevolg van bemaling van de polder en verdunning.
Op basis van bovengenoemde mogelijke verspreidingsroutes, de beschikbare informatie over de stortplaats en de lokale bodemopbouw is de onderzoeksopzet zoals beschreven in onderstaande paragrafen gehanteerd.
Deel A: grondwateronderzoek buiten stortplaats Ten behoeve van het grondwateronderzoek zijn 4 nieuwe peilbuizen geplaatst. Aan de noordoostzijde van de stortplaats zijn 2 peilbuizen net buiten de aldaar aanwezige ringsloot geplaatst. Deze peilbuizen zijn met het filterdeel op de veenlaag (tot ca. 4 à 5 m - mv.) gezet. Aan de noordwestzijde is een peilbuis geplaatst op het deel waar geen ringsloot aanwezig is. Deze peilbuis is tevens met het filterdeel op de veenlaag geplaatst. Tenslotte is een peilbuis aan de zuidoostzijde van de stortplaats geplaatst. Omdat dit deel van het terrein tijdens een eerder locatiebezoek erg drassig was en er direct daarachter woningen aanwezig zijn, is het filterdeel van de peilbuis op de reguliere diepte gezet (bovenzijde filter minimaal 0,5 m onder grondwaterstand). Het grondwater is geanalyseerd op een standaard grondwaterpakket (9 metalen, BTEXN, VOCl en minerale olie) aangevuld met arseen, chroom, chloorbenzenen en PFAS (30 verbindingen). Deze stoffen dienen naar onze mening als betrouwbare triggerstoffen om aan te tonen of er milieuschadelijke stoffen uit de stortplaats treden.
T.20.11171/2 MO ‘Voormalige vuilstort’ te Westwoud
9
Deel B: Onderzoek slib watergangen buiten stortplaats Het slib van de watergangen (niet de ringsloten) rondom de stortplaats is op de 3 meest verdachte locaties bemonsterd. Hiervoor is het slib op de locaties van de lozingspunten vanuit de ringsloten en de watergang aan de noordwestzijde (waar de ringsloot ontbreekt) gebruikt. De slibmonsters zijn geanalyseerd op een standaardpakket waterbodem (9 metalen, PAK, PCB en minerale olie) aangevuld met arseen, chroom en PFAS (30 verbindingen). Analyse op chloorbenzenen werd niet zinvol geacht omdat deze stoffen in mindere mate accumuleren in het slib.
Deel C: Onderzoek waterkwaliteit ringsloten Om na te gaan welke stoffen op de watergangen rondom de stortplaats worden geloosd vanuit de ringsloten, zijn 2 monsters genomen van het oppervlaktewater van de ringsloten nabij de lozingspunten. De watermonsters zijn geanalyseerd op een uitgebreid analysepakket (soil2control) aangevuld met PFAS (30 verbindingen) om na te gaan welke milieuschadelijke stoffen mogelijk uittreden vanuit de stortplaats naar de ringsloot.
Deel D: Onderzoek kwaliteit percolaat Het percolaat is naar verwachting het meest verontreinigde water van de stortplaats. De verzamelput is niet geschikt om een representatief monster van het percolaat te nemen, omdat het percolaat in de put vermengd is met het vuilwater van de golfclub. Om het percolaat te onderzoeken is derhalve een mengmonster van het water uit pompput 1 en 2 samengesteld. Het monster van het water uit de pompputten is geanalyseerd op een uitgebreid analysepakket (soil2control) aangevuld met PFAS (30 verbindingen). De resultaten hiervan kunnen mogelijk aantonen welke milieuschadelijke stoffen zouden kunnen uittreden naar de omgeving.
T.20.11171/2 MO ‘Voormalige vuilstort’ te Westwoud
10
VELDONDERZOEK De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd door conform het Besluit bodemkwaliteit erkende medewerkers van Terrascan B.V. (zie colofon en bijlage 8). Hierbij is gewerkt conform BRL SIKB 2000, protocollen 2001 en 2002 voor zover deze van toepassing zijn binnen de scope van onderhavig onderzoek. Tijdens de veldwerkzaamheden zijn foto’s van de onderzoekslocatie gemaakt. De foto’s zijn weergegeven in bijlage 4.
Deel A: grondwateronderzoek buiten stortplaats Op 28 mei 2021 zijn ten behoeve van het plaatsen van de 4 peilbuizen de volgende boringen verricht: • • • •
PB01 - boring tot 4,30 m - mv. PB02 - boring tot 4,75 m - mv. PB03 - boring tot 4,60 m - mv. PB04 - boring tot 2,70 m - mv.
Nadat bij de boorwerkzaamheden de aanwezigheid van de (afsluitende) veenlaag was geverifieerd zijn de peilbuizen PB01 t/m PB03 met de filterdelen bovenop de veenlaag aangebracht. Peilbuis PB04 is op reguliere diepte geplaatst. De locaties van de peilbuizen zijn weergegeven in (zie bijlage 1.1). De trajecten van de filterdelen zijn weergegeven in de tabel in bijlage 2.1. De bodemopbouw en zintuiglijke waarnemingen zijn weergegeven in de boorprofielen in bijlage 5. Vanaf het maaiveld tot de maximale einddiepte van de boringen is afwisselend siltig zand en zandige klei aangetroffen. Bij de diepere boringen is daaronder de veenlaag aangetroffen. Plaatselijk zijn dunne veenlagen (max. 0,2 m dik) in hogere trajecten aangetroffen. Er zijn geen bodemvreemde bijmengingen, kleuren en/of geuren waargenomen. Tijdens het veldwerk is geen specifiek onderzoek gedaan naar asbest. Bij een globale visuele inspectie tijdens het veldwerk van het onderhavige bodemonderzoek is in of op de bodem van de onderzoekslocatie geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. Het grondwater uit de 4 peilbuizen is op 7 juni 2021 bemonsterd (monsters PB01 t/m PB04). Bij het bemonsteren van het grondwater zijn geen bodemvreemde kleuren en/of geuren waargenomen. De grondwaterstand varieerde tussen 0,35 m - mv. en 1,45 m - mv. De zuurgraad varieerde van pH 6,6 tot pH 7,1.
Het EGV (geleidbaarheid) van het grondwater varieerde van 1.500 µS/cm tot 4.500 µS/cm. De troebelheid in het grondwater ter plaatse van PB02 t/m PB04 varieerde van 8,9 NTU tot 9,6 NTU. De troebelheid in het grondwater ter plaatse van PB01 betrof 31,5 NTU en ligt boven de voorgeschreven norm van 10 NTU. De troebelheid wordt vermoedelijk veroorzaakt door in suspensie zijnde vaste (grond)deeltjes in het grondwater ten tijde van de bemonstering. De gemeten concentraties in het laboratorium kunnen worden beïnvloed door stoffen die gebonden zijn aan gesuspendeerde (grond)deeltjes.
T.20.11171/2 MO ‘Voormalige vuilstort’ te Westwoud
11
Deel B: Onderzoek slib watergangen buiten stortplaats Ten behoeve van het slibonderzoek zijn op 7 juni 2021 monsters genomen van het slib uit de watergangen (niet de ringsloten) rondom de stortplaats. In de watergangen was ca. 1,0 m water aanwezig. De sliblaag op de bodem van de watergangen had een dikte van ca. 0,2 m. Ten behoeve van de bemonstering van het slib zijn ter plaatse van de lozingspunten (monsters S01 en S02) vanuit de ringsloten en uit de watergang aan de noordwestzijde (monster S03) ca. 6 steken (per locatie) van het slib genomen. Van het bemonsterde slib is per locatie een mengmonster samengesteld. De locaties van de slibmonsters zijn weergegeven in bijlage 1.1. Bij het bemonsteren van het slib zijn geen bodemvreemde bijmengingen, kleuren en/of geuren waargenomen.
Deel C: Onderzoek waterkwaliteit ringsloten Ten behoeve van het onderzoek naar de waterkwaliteit van de ringsloten is het oppervlaktewater op 7 juni 2021 bemonsterd. De monsters van het oppervlaktewater (OW01 en OW02) zijn genomen ter plaatse van de bemalingspompen die het water van de ringsloten overpompen naar de nabijgelegen watergangen. De locaties van de watermonsters zijn weergegeven in bijlage 1.1 Bij het bemonsteren van het oppervlaktewater zijn geen bodemvreemde kleuren en/of geuren waargenomen. De zuurgraad van de monsters OW01 en OW02 betrof respectievelijk pH 7,7 en pH 7,5. Het EGV van het oppervlaktewater betrof 2.800 µS/cm en 2.300 µS/cm. De troebelheid is vastgesteld op 15,6 NTU en 17 NTU.
Deel D: Onderzoek kwaliteit percolaat Het percolaat (water uit pompputten 1 en 2) is bemonsterd op 2 juni 2021. Ten behoeve van de monstername is in het veld een mengmonster van het water uit beide putten samengesteld. De locaties van de pompputten zijn weergegeven in bijlage 1.1. De zuurgraad en EGV (geleidbaarheid) van het percolaat zijn hierbij bepaald op respectievelijk pH 6,2 en 2.600 µS/cm. De troebelheid betrof NTU 15,3.
T.20.11171/2 MO ‘Voormalige vuilstort’ te Westwoud
12
LABORATORIUMONDERZOEK De monsters zijn in het laboratorium geanalyseerd op de parameters zoals aangegeven in de onderstaande tabel. Monstercode
Onderzoek
Onderzochte parameters
PB01 t/m PB04
A - grondwater
standaard grondwaterpakket, arseen, chroom, chloorbenzenen en PFAS
S01 t/m S03
B - slib
standaard pakket waterbodem, arseen, chroom en PFAS
OW01 en OW02 C - oppervlaktewater
soil2control pakket en PFAS
Percolaat 01
soil2control pakket en PFAS
D- percolaat
standaard pakket grondwater: metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel, zink), VAK (vluchtige aromatische koolwaterstoffen), naftaleen, VOCl (vluchtige gechloreerde koolwaterstoffen), tribroommethaan, minerale olie. standaard pakket waterbodem: metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel, zink), PAK (polycyclische aromatische koolwaterstoffen), PCB (polychloorbifenylen), minerale olie, droge stof-, lutum- en organische stofgehalte. Soil2control pakket: zeer uitgebreid analysepakket met meer dan 200 parameters. PFAS: per- en polyfluoralkylverbindingen.
De analyses zijn uitgevoerd volgens NEN-normen of -richtlijnen door een laboratorium dat is geaccrediteerd volgens de door de Raad voor Accreditatie (RvA) gestelde criteria voor testlaboratoria conform ISO/IEC 17025:2005. Daar waar deze normen of richtlijnen ontbreken, zijn door het laboratorium eigen methodes toegepast. De analysecertificaten van het laboratorium zijn opgenomen in bijlage 6. Bij enkele analyses zijn de rapportagegrenzen van het laboratorium verhoogd als gevolg van onder meer, storende matrixen in de monsters, lage rendementen van interne standaarden van het laboratorium, lage gehaltes droge stof of componenten die een storende invloed hebben op metingen. De verhoogde rapportagegrenzen van het laboratorium zijn in geval van onderhavig onderzoek niet van invloed op de interpretatie van de verontreinigingssituatie en de conclusies van onderhavige onderzoek. De verhoogde troebelheid van het grondwater tijdens de bemonstering van PB01 kan een (geringe) overschatting van de gemeten concentraties tot gevolg hebben gehad. Een (geringe) overschatting is in geval van onderhavig onderzoek niet van invloed op de interpretatie van de verontreinigingssituatie en de conclusies van onderhavige onderzoek.
T.20.11171/2 MO ‘Voormalige vuilstort’ te Westwoud
13
INTERPRETATIE VAN DE RESULTATEN De analyseresultaten van het grondwater en slib zijn getoetst aan de Circulaire bodemsanering 2013, de Regeling bodemkwaliteit en het gebiedsspecifieke beleid ten aanzien van PFAS van de provincie Noord-Holland. De toetsingskaders zijn opgenomen in bijlage 7. De analyseresultaten van alle geanalyseerde monsters en de toetsing van het grondwater en het slib zijn weergegeven in de tabellen in bijlage 2.
Deel A: grondwateronderzoek buiten stortplaats De toetsing van het grondwater wordt als volgt samengevat:
S I
Peilbuis
Filtertraject (m - mv.)
Overschrijdingen
PB01
3,10-4,10
barium, chroom, benzeen, xylenen, naftaleen en PFAS >S
PB02
3,65-4,65
-
PB03
3,50-4,50
-
PB04
1,70-2,70
barium, chroom, benzeen, xylenen, naftaleen en PFAS >S
: geen verontreinigingen aangetoond : streefwaarde (grenswaarde niet-ernstige verontreiniging voor PFAS) : interventiewaarde (grenswaarde ernstige verontreiniging voor PFAS)
Uit de analyseresultaten en toetsing van het grondwater is gebleken dat het grondwater ter plaatse van peilbuizen PB01 en PB04 ten hoogste licht verontreinigd is. De concentraties PFAS in het grondwater ter plaatse van de peilbuizen die gepositioneerd zijn langs de stortplaatsdelen waar geen ringsloten aanwezig zijn (PB01 en PB04) zijn significant verhoogd. Het betreft hier voornamelijk PFOA, maar ook PFBA, PFHxA en PFHpA zijn aangetoond. Daarnaast wordt opgemerkt dat het grondwater in beide peilbuizen, licht verontreinigd is met enkele metalen (barium en chroom) en vluchtige aromaten (benzeen, xylenen en naftaleen). Het grondwater ter plaatse van deze peilbuizen heeft tevens een duidelijk hogere geleidbaarheid (wat duidt op de aanwezigheid van zouten) en een iets lagere zuurgraad (wat duidt op de aanwezigheid van zure verbindingen).
Deel B: Onderzoek slib watergangen buiten stortplaats Uit de analyseresultaten en toetsing van het slib is gebleken dat het slib ten hoogste licht verontreinigd is met molybdeen (monster S01), PAK en PFAS (monster S02). Er is sprake van geringe overschrijdingen van de achtergrondwaarde. Verder zijn geen overschrijdingen van de achtergrondwaarde aangetoond.
Deel C: Onderzoek waterkwaliteit ringsloten Uit de analyseresultaten van de monsters van het oppervlaktewater blijkt dat enkele metalen (barium, chroom en zink) en PFAS licht verhoogd voorkomen ten opzichte van de normwaarden voor grondwater. Geen van de overige geanalyseerde parameters is aangetoond boven de door het laboratorium gehanteerde detectiegrenzen. T.20.11171/2 MO ‘Voormalige vuilstort’ te Westwoud
14
De concentraties PFAS in de monsters zijn significant verhoogd. Het betreft hier voornamelijk PFOA, maar ook PFBA, PFPeA, PFHxA, PFHpA, PFNA, PFDA, PFBS, PFPeS, PFHxS, PFHpS en PFOS zijn aangetoond. Ten aanzien van de EGV (geleidbaarheid) en de zuurgraad (pH) zijn geen bijzonderheden geconstateerd.
Deel D: Onderzoek kwaliteit percolaat Uit de analyseresultaten van het percolaat blijkt dat enkele metalen (barium en chroom), benzeen en PFAS licht verhoogd voorkomen ten opzichte van de normwaarden voor grondwater. Daarnaast zijn monochloorbenzeen, dichloorbenzeen, minerale olie, n-propylbenzeen en isoproprylbenzeen aangetoond boven de door het laboratorium gehanteerde detectiegrenzen. De concentraties PFAS in de monsters zijn significant verhoogd. Het betreft hier voornamelijk PFOA, maar ook PFBA, PFPeA, PFHxA, PFHpA, PFNA, PFBS, PFPeS, PFHxS, PFHpS, PFOS, 6:2 FTS, n-EtFOSAA en PFOSAzijn aangetoond. Het percolaatwater heeft tevens een vrij lage zuurgraad (wat duidt op de aanwezigheid van zure verbindingen).Ten aanzien van de EGV (geleidbaarheid) zijn geen bijzonderheden geconstateerd.
Interpretatie verontreinigingssituatie Uit de analyseresultaten blijkt dat in de watermonsters van het grondwater waar geen ringsloten aanwezig zijn, het oppervlaktewater uit de ringsloten en het percolaat vrijwel identieke parameters (barium, chroom, benzeen en PFAS) licht verhoogd voorkomen. Hierbij liggen de aangetoonde concentraties van deze stoffen in het grondwater, oppervlaktewater en het percolaat relatief dicht bij elkaar. In het percolaat werden hogere concentraties verwacht, omdat dit water uit de bron van de verontreiniging komt. Gezien de slechte staat van het drainagesysteem onder de stortplaats en het feit dat over de stortplaats heen nog een drainagesysteem aanwezig is waarvan onbekend is waar dit systeem op loost (mogelijk via dezelfde pompputten), is het onduidelijk hoe representatief de aangetoonde concentraties in het monster van het percolaat zijn. Mogelijk is het bemonsterde percolaat sterk verdund waardoor de concentraties lager uitvallen dan deze in werkelijkheid zijn. Ondanks dat het monster van het percolaat mogelijk sterk verdund was, is het op basis van de aangetoonde (identieke) verhoogde parameters evident dat er een relatie is met het grondwater (daar waar geen ringsloot aanwezig is), het oppervlaktewater in de ringsloten en het percolaat. De lichte verontreinigingen in het slib worden niet gerelateerd aan de aanwezigheid van de stortplaats.
Op basis van een landelijk uitgevoerd onderzoek naar PFAS in grond- en oppervlaktewater (rapportage ‘Aanwezigheid van PFAS in Nederland’, Expertisecentrum PFAS, kenmerk DDT2191/18.008.233, d.d. 1 juni 2018) en de memo van het RIVM (d.d. 6 november 2020) liggen de op onderhavige locatie aangetoonde concentraties met PFOA in het grond- en oppervlaktewater aanmerkelijk hoger dan de achtergrondgehalten in onderhavige omgeving.
T.20.11171/2 MO ‘Voormalige vuilstort’ te Westwoud
15
CONCLUSIE EN ADVIES
Conclusie Geconcludeerd wordt dat er sprake is van uittreding van milieuschadelijke stoffen uit het stortmateriaal naar de omgeving. De verspreiding vindt hierbij plaats via uittredend percolaat naar de omliggende (ring)sloten en het grondwater. Als gevolg van de slechte staat van het drainagesysteem onder de stortplaats vindt mogelijk verspreiding plaats naar het (diepere) grondwater onder de stortplaats. Uit onderhavig onderzoek is niet gebleken dat in het verleden staalslakken gestort of toegepast zijn op/in de stortplaats. In het percolaat, het oppervlaktewater van de ringsloot of het grondwater zijn geen stoffen aangetoond die een direct verband kunnen leggen met staalslakken (bv. een hoge zuurgraad of hoge gehalten metalen). Indien er staalslakken aanwezig zijn vormen deze op basis van onderhavig onderzoek geen risico’s voor de omgeving. De in onderhavig onderzoek aangetoonde concentraties van de uittredende stoffen (exclusief PFAS) vormen geen onaanvaardbare humane, ecologische en /of verspreidingsrisico’s. Voor de vluchtige aromaten (benzeen, xylenen en naftaleen) geldt dat zij vrij snel biologisch afbreekbaar zijn zodra ze in zuurstofrijk (oppervlakte)water komen. De aangetoonde gehalten metalen (barium en chroom) liggen ruim onder de interventiewaarden voor grondwater. De risico’s voor vluchtige aromaten en metalen worden dan ook zeer laag ingeschat.
De aangetoonde gehalten zijn in lijn met voorgaande onderzoeken en monitoringen. Ten aanzien van PFAS wordt opgemerkt dat het beleid en de kennis over de risico’s van deze stoffen nog sterk in ontwikkeling zijn. Op basis van de nu beschikbare informatie ten aanzien van de verontreinigingssituatie van PFAS, verspreidingspatronen en blootstellingsroutes is nog onduidelijk wat de (langetermijn-)effecten zullen zijn voor de omgeving (bijvoorbeeld bij veeteelt of akkerbouw). De aangetoonde concentraties aan uittredend PFAS vormen geen acuut risico voor de omgeving, maar nader onderzoek zal moeten uitwijzen wat de (langetermijn-)risico’s zijn (bv. chronische aandoeningen bij mens of vee en de accumulatie in landbouwgewassen). De aandacht voor verontreinigingen met PFAS is relatief nieuw en verhoogde concentraties PFAS worden op grote schaal en wijd verspreid in Nederland aangetoond. De aangetoonde concentraties PFAS zijn wel aanmerkelijk hoger dan de achtergrondgehalten in onderhavige omgeving (voor zover die nauwkeurig in kaart is gebracht). Het is nog onduidelijk wat het aandeel van de vuilstort is in de concentraties PFAS in de omgeving. Het is bekend dat er in de polder water wordt ingelaten vanuit het IJsselmeer, dat ook niet vrij is van PFAS.
Of de vuilstort een substantiële bijdrage levert aan de concentraties PFAS in het oppervlaktewater in de omgeving van de stort is dan ook nog een punt van onderzoek. Wel is duidelijk dat de aantoonde gehalten PFAS in het percolaat, het grondwater en het oppervlaktewater van de ringsloot zich ruim boven de landelijke achtergrondgehalten bevinden. De lichte verontreinigingen in het oppervlaktewater zullen zich door het overpompen van het water vanuit de ringsloot naar de omliggende watergangen snel verspreiden in het omliggende poldergebied. Naar verwachting zullen de concentraties in het water als gevolg van verdunning wel snel afnemen. Echter kunnen de concentraties PFAS in de omgeving op langere termijn wel (licht) toenemen als gevolg van accumulatie en piekbelastingen vanuit het stortmateriaal (mogelijke uitspoeling van percolaat met hogere concentraties PFAS).
T.20.11171/2 MO ‘Voormalige vuilstort’ te Westwoud
16
Omdat PFAS niet op natuurlijke wijze afbreekbaar zijn, heeft deze stofgroep een verhoogd risico voor mens en milieu. Er is echter meer informatie en/of onderzoek benodigd om daar een betrouwbare uitspraak over te kunnen doen. Op basis van onderhavig onderzoek is niet uit te sluiten of er sprake is van sterke verontreinigingen met PFAS in het grondwater en/of oppervlaktewater onder en rondom de stortplaats. Daarnaast is het vooralsnog niet inzichtelijk hoeveel verontreinigingsvracht er uit de stortplaats lekt. Derhalve is nog niet in te schatten wat de effecten van de stortplaats op de kwaliteit van het grondwater en oppervlaktewater in de omgeving zijn.
Advies Geadviseerd wordt om nader onderzoek te verrichten naar het uitreden van milieuschadelijke stoffen uit de stortplaats om vast te stellen in welke mate er uittreding plaatsvindt en wat de ernst (humane- ecologische en/of verspreidingsrisico’s) daarvan is. Naar onze mening kan daarbij worden volstaan met onderzoek naar PFAS. Geadviseerd wordt het onderzoek te richten op de volgende onderdelen: 1. eventuele verspreiding naar diepere grondwaterlagen 2. bepaling van de vracht van uitredende verontreiniging 3. bepaling van de effecten op de grondwater- en oppervlaktewaterkwaliteit in de directe omgeving van de stortplaats 4. vaststellen van de risico’s voor de omgeving bij het gebruik van het grondwater of oppervlaktewater Onderzoek naar de verspreiding naar diepere grondwaterlagen (onderdeel 1) is vooral van belang indien in de omgeving actief gebruik gemaakt wordt van het diepere grondwater. Voor zover bij ons bekend vindt in de omgeving geen winning van het diepere grondwater plaats voor drinkwater (voor mens of vee), waardoor de risico’s ten aanzien van het diepere grondwater vooralsnog beperkt lijken. De hoeveelheid verontreinigingsvracht die uittreed (onderdeel 2) betreft het gemiddelde gehalte PFAS vermenigvuldigd met de hoeveelheid water dat per tijdseenheid in het omliggende gronden oppervlaktewater uitstroomt.
Aan de hand van de verontreinigingsvracht en hydrologische gegevens van de polder, voornamelijk de verversingssnelheid van het water in de poldersloten, kunnen de effecten op de grondwater- en oppervlaktewaterkwaliteit van de polder worden berekend (onderdeel 3). Hierbij dienen tevens de achtergrondgehalten van PFAS in grond- en oppervlaktewater te worden bepaald. Nadat duidelijk is wat de invloed is van de vuilstort op de waterkwaliteit in de omgeving, kan worden gekeken naar de risico’s voor het gebruik van grondwater of oppervlaktewater (onderdeel 4). Hierbij zal vooral aandacht moeten worden besteed aan de langetermijnrisico’s. Tot slot wordt geadviseerd onderhavige monitoring en advies te delen met de omgeving om hen te informeren over de resultaten.
T.20.11171/2 MO ‘Voormalige vuilstort’ te Westwoud
17
SAMENVATTING Op verzoek van Stichting Ouderennetwerk West-Friesland en in opdracht van Centraal Afvalverwijderingsbedrijf West-Friesland (CAW) heeft Terrascan B.V. een monitoring naar mogelijke uittreding van milieuschadelijke stoffen uitgevoerd ter plaatse van de ‘Voormalige vuilstort’ te Westwoud. De onderzoekslocatie betreft een voormalige stortplaats aan Zittend te Westwoud. De voormalige stortplaats heeft een oppervlakte van ca. 300.000 m². Voor zover bekend zijn in de periode van 1973 t/m 1987 op de stortplaats huishoudelijke- en bedrijfsafvalstoffen gestort. De stortplaats is in 1989 afgedekt en ingericht als golfterrein. De aanleiding tot de monitoring en advies vormt ongerustheid in de omgeving ten aanzien van het mogelijk uittreden van milieuschadelijke stoffen uit de voormalige vuilstort aan het Zittend te Westwoud. Daarnaast heerst er ongerustheid ten aanzien van mogelijk in het verleden gestorte / aangebrachte staalslakken. De Stichting Ouderennetwerk West-Friesland, die de belangen behartigt namens de omwonenden, en de gemeente zijn overeengekomen dat een onafhankelijk onderzoeksbureau hier onderzoek naar mag uitvoeren. De aanleiding tot de monitoring en advies vormt ongerustheid in de omgeving ten aanzien van het mogelijk uittreden van milieuschadelijke stoffen uit de voormalige vuilstort aan het Zittend te Westwoud.
De Stichting Ouderennetwerk West-Friesland, die de belangen behartigt namens de omwonenden, en de gemeente zijn overeengekomen dat een onafhankelijk onderzoeksbureau hier onderzoek naar mag uitvoeren. Het doel van de monitoring en advies is om op een kostenefficiënte wijze onderzoek uit te voeren naar mogelijke uittreding van verontreinigde stoffen uit de stortplaats. Hiertoe zijn een aantal stoffen als trigger geselecteerd, die vervolgens zijn onderzocht in het percolaat van de stortplaats, het oppervlaktewater rondom de stortplaats en het slib en grondwater van het direct aan de stortplaats grenzende gebied. Terrascan B.V. heeft de monitoring uitgevoerd in mei en juni 2021. Het veldwerk is voor zover van toepassing uitgevoerd onder procescertificaat van de BRL SIKB 2000 (Beoordelingsrichtlijn voor het SIKB-procescertificaat voor veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek). Terrascan B.V. is gecertificeerd volgens het procescertificaat veldwerk voor milieuhygiënisch bodemonderzoek. Uit de analyseresultaten blijkt dat in de watermonsters van het grondwater waar geen ringsloten aanwezig zijn, het oppervlaktewater uit de ringsloten en het percolaat vrijwel identieke parameters (barium, chroom, benzeen en PFAS) licht verhoogd voorkomen. Hierbij liggen de aangetoonde concentraties van deze stoffen in het grondwater, oppervlaktewater en het percolaat relatief dicht bij elkaar.
Ondanks dat het monster van het percolaat mogelijk sterk verdund was, is het op basis van de aangetoonde (identieke) verhoogde parameters evident dat er een relatie is met het grondwater (daar waar geen ringsloot aanwezig is), het oppervlaktewater in de ringsloten en het percolaat. De lichte verontreinigingen in het slib worden niet gerelateerd aan de aanwezigheid van de stortplaats.
T.20.11171/2 MO ‘Voormalige vuilstort’ te Westwoud
18
Op basis van een landelijk uitgevoerd onderzoek naar PFAS in grond- en oppervlaktewater (rapportage ‘Aanwezigheid van PFAS in Nederland’, Expertisecentrum PFAS, kenmerk DDT2191/18.008.233, d.d. 1 juni 2018) en de memo van het RIVM (d.d. 6 november 2020) liggen de op onderhavige locatie aangetoonde concentraties met PFOA in het grond- en oppervlaktewater aanmerkelijk hoger dan de achtergrondgehalten in onderhavige omgeving. Geconcludeerd wordt dat er sprake is van uittreding van milieuschadelijke stoffen uit het stortmateriaal naar de omgeving. De verspreiding vindt hierbij plaats via uittredend percolaat naar de omliggende (ring)sloten en het grondwater. Als gevolg van de slechte staat van het drainagesysteem onder de stortplaats vindt mogelijk verspreiding plaats naar het (diepere) grondwater onder de stortplaats. Uit onderhavig onderzoek is niet gebleken dat in het verleden staalslakken gestort of toegepast zijn op/in de stortplaats. In het percolaat, het oppervlaktewater van de ringsloot of het grondwater zijn geen stoffen aangetoond die een direct verband kunnen leggen met staalslakken (bv. een hoge zuurgraad of hoge gehalten metalen). Indien er staalslakken aanwezig zijn vormen deze op basis van onderhavig onderzoek geen risico’s voor de omgeving.
De in onderhavig onderzoek aangetoonde concentraties van de uittredende stoffen (exclusief PFAS) vormen geen onaanvaardbare humane, ecologische en /of verspreidingsrisico’s. Voor de vluchtige aromaten (benzeen, xylenen en naftaleen) geldt dat zij vrij snel biologisch afbreekbaar zijn zodra ze in zuurstofrijk (oppervlakte)water komen. De aangetoonde gehalten metalen (barium en chroom) liggen ruim onder de interventiewaarden voor grondwater. De risico’s voor vluchtige aromaten en metalen worden dan ook zeer laag ingeschat. De aangetoonde gehalten zijn in lijn met voorgaande onderzoeken en monitoringen. Ten aanzien van PFAS wordt opgemerkt dat het beleid en de kennis over de risico’s van deze stoffen nog sterk in ontwikkeling zijn. Op basis van de nu beschikbare informatie ten aanzien van de verontreinigingssituatie van PFAS, verspreidingspatronen en blootstellingsroutes is nog onduidelijk wat de (langetermijn-)effecten zullen zijn voor de omgeving (bijvoorbeeld bij veeteelt of akkerbouw). De aangetoonde concentraties aan uittredend PFAS vormen geen acuut risico voor de omgeving, maar nader onderzoek zal moeten uitwijzen wat de (langetermijn-)risico’s zijn (bv. chronische aandoeningen bij mens of vee en de accumulatie in landbouwgewassen).
De aandacht voor verontreinigingen met PFAS is relatief nieuw en verhoogde concentraties PFAS worden op grote schaal en wijd verspreid in Nederland aangetoond. De aangetoonde concentraties PFAS zijn wel aanmerkelijk hoger dan de achtergrondgehalten in onderhavige omgeving (voor zover die nauwkeurig in kaart is gebracht). Het is nog onduidelijk wat het aandeel van de vuilstort is in de concentraties PFAS in de omgeving. Het is bekend dat er in de polder water wordt ingelaten vanuit het IJsselmeer, dat ook niet vrij is van PFAS. Of de vuilstort een substantiële bijdrage levert aan de concentraties PFAS in het oppervlaktewater in de omgeving van de stort is dan ook nog een punt van onderzoek. Wel is duidelijk dat de aantoonde gehalten PFAS in het percolaat, het grondwater en het oppervlaktewater van de ringsloot zich ruim boven de landelijke achtergrondgehalten bevinden. De lichte verontreinigingen in het oppervlaktewater zullen zich door het overpompen van het water vanuit de ringsloot naar de omliggende watergangen snel verspreiden in het omliggende poldergebied. Naar verwachting zullen de concentraties in het water als gevolg van verdunning wel snel afnemen.
Echter kunnen de concentraties PFAS in de omgeving op langere termijn wel (licht) toenemen als gevolg van accumulatie en piekbelastingen vanuit het stortmateriaal (mogelijke uitspoeling van percolaat met hogere concentraties PFAS).
T.20.11171/2 MO ‘Voormalige vuilstort’ te Westwoud
19
Omdat PFAS niet op natuurlijke wijze afbreekbaar zijn, heeft deze stofgroep een verhoogd risico voor mens en milieu. Er is echter meer informatie en/of onderzoek benodigd om daar een betrouwbare uitspraak over te kunnen doen. Op basis van onderhavig onderzoek is niet uit te sluiten of er sprake is van sterke verontreinigingen met PFAS in het grondwater en/of oppervlaktewater onder en rondom de stortplaats. Daarnaast is het vooralsnog niet inzichtelijk hoeveel verontreinigingsvracht er uit de stortplaats lekt. Derhalve is nog niet in te schatten wat de effecten van de stortplaats op de kwaliteit van het grondwater en oppervlaktewater in de omgeving zijn. Geadviseerd wordt om nader onderzoek te verrichten naar het uitreden van milieuschadelijke stoffen uit de stortplaats om vast te stellen in welke mate er uittreding plaatsvindt en wat de ernst (humane- ecologische en/of verspreidingsrisico’s) daarvan is. Naar onze mening kan daarbij worden volstaan met onderzoek naar PFAS. Geadviseerd wordt het onderzoek te richten op de volgende onderdelen: 1. eventuele verspreiding naar diepere grondwaterlagen 2. bepaling van de vracht van uitredende verontreiniging 3. bepaling van de effecten op de grondwater- en oppervlaktewaterkwaliteit in de directe omgeving van de stortplaats 4.
vaststellen van de risico’s voor de omgeving bij het gebruik van het grondwater of oppervlaktewater Onderzoek naar de verspreiding naar diepere grondwaterlagen (onderdeel 1) is vooral van belang indien in de omgeving actief gebruik gemaakt wordt van het diepere grondwater. Voor zover bij ons bekend vindt in de omgeving geen winning van het diepere grondwater plaats voor drinkwater (voor mens of vee), waardoor de risico’s ten aanzien van het diepere grondwater vooralsnog beperkt lijken. De hoeveelheid verontreinigingsvracht die uittreed (onderdeel 2) betreft het gemiddelde gehalte PFAS vermenigvuldigd met de hoeveelheid water dat per tijdseenheid in het omliggende gronden oppervlaktewater uitstroomt. Aan de hand van de verontreinigingsvracht en hydrologische gegevens van de polder, voornamelijk de verversingssnelheid van het water in de poldersloten, kunnen de effecten op de grondwater- en oppervlaktewaterkwaliteit van de polder worden berekend (onderdeel 3). Hierbij dienen tevens de achtergrondgehalten van PFAS in grond- en oppervlaktewater te worden bepaald. Nadat duidelijk is wat de invloed is van de vuilstort op de waterkwaliteit in de omgeving, kan worden gekeken naar de risico’s voor het gebruik van grondwater of oppervlaktewater (onderdeel 4). Hierbij zal vooral aandacht moeten worden besteed aan de langetermijnrisico’s.
Tot slot wordt geadviseerd onderhavige monitoring en advies te delen met de omgeving om hen te informeren over de resultaten.
T.20.11171/2 MO ‘Voormalige vuilstort’ te Westwoud
20
BIJLAGE 1. Tekeningen - bijlage 1.1: Situatietekening - bijlage 1.2: Tekening stortplaats Westwoud (1983)
terug naar inhoudsopgave
pompput 2
verzamelput
parkeerterrein
pompput 1
Opdrachtgever: Centraal Afvalverwijderingsbedrijf West-Friesland
Projecttitel:
Voormalige vuilstort te Westwoud
oppervlaktewatermonster
Omschrijving:
Situatietekening
slibmonster
Projectnummer: T.20.11171
Schaal: 1:2.000 (A3)
DEFINITIEF
boring met peilbuis (reguliere diepte)
Datum: 21-07-2021
Versie: 2
Bijlage 1.1
LEGENDA:
boring met peilbuis (op veenlaag)
Water uit de ringdrain voert af op de sloot (niet naar terreinpomp 2) Overloop drainage naar ringsloot
terreinpomp 2 Putten niet meer aanwezig
Putten niet aanwezig
terreinpomp 1
Putten niet aanwezig
BIJLAGE 2. Analyseresultaten en toetsing - bijlage 2.1: Analyseresultaten en toetsing grondwater - bijlage 2.2: Analyseresultaten en toetsing baggerspecie - bijlage 2.2: Analyseresultaten oppervlaktewater - bijlage 2.2: Analyseresultaten percolaat
terug naar inhoudsopgave
Bijlage 2.1. Analyseresultaten en toetsing grondwater T.20.11171 'Voormalige vuilstort Westwoud' Peilbuis
PB01
PB02
PB03
PB04
Datum bemonstering Filterstelling (m - mv.) Grondwaterstand (m - mv.)
07-06-21 3,10-4,10 1,00
07-06-21 3,65-4,65 1,45
07-06-21 3,50-4,50 1,30
07-06-21 1,70-2,70 0,35
00-01-00 0 0,00
00-01-00 0 0,00
pH (-) Geleidbaarheid (µS/cm) Temperatuur (ºC) Troebelheid (NTU)
6,7 4400 12,0 31,5
6,9 1900 12,3 8,9
7,1 1500 11,9 9,6
6,6 4500 12,2 9,2
0,0 0 0,0 0
0,0 0 0,0 0
Metalen (µg/l) Arseen Barium Cadmium Chroom Kobalt Koper Kwik Lood Molybdeen Nikkel Zink
6,2 66 0,20 2,3 11 2,0 0,05 2,0 2,0 8,5 10
<
< < < < <
Vluchtige aromatische koolwaterstoffen (µg/l) Benzeen 2,0 Ethylbenzeen < 0,20 Tolueen < 0,20 o-Xyleen 0,14 p- en m-Xyleen < 0,20 Xylenen 0,28 Styreen (vinylbenzeen) < 0,20 Totaal BTEX 2,6 Polycyclische aromatische koolwaterstoffen (µg/l) Naftaleen 0,17
+ + -
< 5,0 < 15 < 0,20 < 1,0 < 2,0 < 2,0 < 0,05 < 2,0 < 2,0 < 3,0 < 10
-
< 5,0 < 15 < 0,20 < 1,0 < 2,0 < 2,0 < 0,05 < 2,0 < 2,0 < 3,0 < 10
-
<
5,0 80 0,20 3,3 11 2,0 0,05 2,0 2,0 6,1 10
+ + -
------------
------------
+ -
< < < < < < < <
0,20 0,20 0,20 0,10 0,20 0,30 0,20 0,90
-
< < < < < < < <
0,20 0,20 0,20 0,10 0,20 0,30 0,20 0,90
-
1,7 < 0,20 < 0,20 0,50 < 0,20 0,64 < 0,20 2,6
+ -
---------
---------
+
< 0,02
-
< 0,02
-
0,18
+
--
--
< < < < < < < < < < < < < < < < < < < < <
0,20 0,20 0,20 0,20 0,40 0,10 0,10 0,10 0,20 0,20 0,20 0,20 0,60 0,20 0,10 0,10 0,20 0,20 0,10 0,10 0,20
-
< < < < < < < < < < < < < < < < < < < < <
0,20 0,20 0,20 0,20 0,40 0,10 0,10 0,10 0,20 0,20 0,20 0,20 0,60 0,20 0,10 0,10 0,20 0,20 0,10 0,10 0,20
-
< < < < < < < < < < < < < < < < < < < < <
0,20 0,20 0,20 0,20 0,40 0,10 0,10 0,10 0,20 0,20 0,20 0,20 0,60 0,20 0,10 0,10 0,20 0,20 0,10 0,10 0,20
-
----------------------
----------------------
0,20 0,20 0,20 0,20 0,60 0,01 0,01 0,01
-
0,20 0,20 0,20 0,20 0,60 0,01 0,01 0,01
-
< < < < < < < <
0,20 0,20 0,20 0,20 0,60 0,01 0,01 0,01
-
-
< < < < < < < <
-
-
< < < < < < < <
-
---------
---------
-
< < < < <
25 25 25 25 50
-
< < < < <
25 25 25 25 50
-
< < < < <
25 25 25 25 50
-
------
------
< <
13 3,0 22 8,3 91
------
------
+ -
Gechloreerde koolwaterstoffen (µg/l) Monochlooretheen (vinylchloride) Dichloormethaan 1,1-Dichloorethaan 1,2-Dichloorethaan Dichloorethanen (som) 1,1-Dichlooretheen Cis-1,2-dichlooretheen Trans-1,2-dichlooretheen 1,2-Dichlooretheen (som) 1,1-Dichloorpropaan 1,2-Dichloorpropaan 1,3-Dichloorpropaan Dichloorpropanen Trichloormethaan (chloroform) 1,1,1-Trichloorethaan 1,1,2-Trichloorethaan Trichloorethanen (som) Trichlooretheen (tri) Tetrachloormethaan (tetra) Tetrachlooretheen (per) Tribroommethaan
< < < < < < < < < < < < < < < < < < < < <
0,20 0,20 0,20 0,20 0,40 0,10 0,10 0,10 0,20 0,20 0,20 0,20 0,60 0,20 0,10 0,10 0,20 0,20 0,10 0,10 0,20
-
Chloorbenzenen (µg/l) Monochloorbenzeen 1,2-Dichloorbenzeen 1,3-Dichloorbenzeen 1,4-Dichloorbenzeen Dichloorbenzenen (som) 1,2,3-Trichloorbenzeen 1,2,4-Trichloorbenzeen Hexachloorbenzeen
0,80 0,20 0,20 0,20 0,60 0,01 0,01 0,01
-
< < < < < < <
Minerale olie (µg/l) Fractie C10 - C12 Fractie C12 - C22 Fractie C22 - C30 Fractie C30 - C40 Totaal olie C10 - C40
< < < < <
25 25 25 25 50
PFAS (ng/l) PFBA PFPeA PFHxA PFHpA PFOA lineair
26 5,2 26 14 88
-
-
-
-
+ + +
2,9 < 0,60 0,84 0,50 3,4
-
-
-
-
-
-
4,2 2,8 2,2 1,0 4,1
-
-
-
-
-
-
<
< < < < <
+ -
-
-
-
-
+ -
________________________________________________________________________________________ RF 813 Toetsing grondwater R34 11-06-21
Bijlage 2.1. Analyseresultaten en toetsing grondwater T.20.11171 'Voormalige vuilstort Westwoud' Peilbuis
PB01
PB02
PB03
PB04
Datum bemonstering Filterstelling (m - mv.) Grondwaterstand (m - mv.)
07-06-21 3,10-4,10 1,00
07-06-21 3,65-4,65 1,45
07-06-21 3,50-4,50 1,30
07-06-21 1,70-2,70 0,35
00-01-00 0 0,00
00-01-00 0 0,00
PFOA vertakt PFOA totaal PFNA PFDA PFUnDA PFDoDA PFTrDA PFTeDA PFHxDA PFODA PFBS PFPeS PFHxS PFHpS PFOS lineair PFOS vertakt PFOS totaal PFDS 4:2 FTS 6:2 FTS 8:2 FTS 10:2 FTS N-MeFOSAA N-EtFOSAA PFOSA N-MeFOSA 8:2 diPAP
35 123 0,60 0,60 2,0 2,0 2,0 2,0 2,0 2,0 10 4,0 1,7 0,30 0,20 1,0 1,2 2,0 0,30 0,30 2,0 2,0 2,0 2,0 0,30 2,0 2,0
0,68 4,1 0,60 0,60 2,0 2,0 2,0 2,0 2,0 2,0 2,7 0,30 0,30 0,30 0,20 0,36 0,50 2,0 0,30 0,30 2,0 2,0 2,0 2,0 0,30 2,0 2,0
0,69 4,8 0,60 0,60 2,0 2,0 2,0 2,0 2,0 2,0 2,5 0,30 0,30 0,30 0,20 0,43 0,57 2,0 0,30 0,30 2,0 2,0 2,0 2,0 0,30 2,0 2,0
32 123 0,60 0,60 2,0 2,0 2,0 2,0 2,0 2,0 9,0 3,0 2,0 1,0 1,0 2,0 3,0 2,0 0,30 0,30 2,0 2,0 2,0 2,0 0,30 2,0 2,0
----------------------------
----------------------------
< < < < < < < < < < < < < < < < < < < < < < < <
+ -
-
< < < < < < < < < < < <
< < < < < < < < < <
-
-
< < < < < < < < < < < <
< < < < < < < < < <
-
-
< < < < < < < < < < < < < < < < < < < < < < < < <
+ -
-
Verklaring: + ++ -m - mv.
kleiner dan streefwaarde / grenswaarde niet-ernstige verontreiniging (interventiewaarde voor tribroommethaan) groter dan streefwaarde / grenswaarde niet-ernstige verontreiniging, kleiner dan of gelijk aan interventiewaarde / grenswaarde ernstige verontreiniging groter dan interventiewaarde / grenswaarde ernstige verontreiniging niet geanalyseerd meter beneden maaiveld
________________________________________________________________________________________ RF 813 Toetsing grondwater R34 11-06-21
Bijlage 2.2. Analyseresultaten en toetsing baggerspecie T.20.11171 'Voormalige vuilstort Westwoud' Mengmonster (opmerking)
S01 slib
S02 slib
(traject in m - waterspiegel)
1,00-1,20
zz
gemeten waarde
1,00-1,20
gecorrigeerde waarde (1)
Droge stof (gew.%) Organische stof (gew.%ds) Lutum (gew.%ds)
27,6 16 19
n.v.t. 10 25
Metalen (mg/kgds) Arseen Barium Cadmium Chroom Kobalt Koper Kwik Lood Molybdeen Nikkel Zink
15 38 0,49 25 6,2 20 0,10 33 2,8 19 110
15,1 47,1 0,446 28,4 7,62 20,1 0,104 33,1 2,80 22,9 118
Polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK) (mg/kgds) Naftaleen < 0,03 < rg Antraceen 0,04 0,025 Fenantreen 0,18 0,115 Fluoranteen 0,64 0,408 Benzo(a)antraceen 0,20 0,127 Chryseen 0,20 0,127 Benzo(a)pyreen 0,18 0,115 Benzo(ghi)peryleen 0,19 0,121 Benzo(k)fluoranteen 0,12 0,076 Indeno(1,2,3-cd)pyreen 0,14 0,089 PAK 10 van VROM 1,9 1,22 Polychloorbifenylen (PCB) (µg/kgds) PCB 28 < PCB 52 < PCB 101 < PCB 118 < PCB 138 < PCB 153 < PCB 180 < PCB som 7 <
1,3 1,1 1,1 1,1 1,0 1,0 1,0 7,6
Minerale olie (mg/kgds) Fractie C10 - C12 Fractie C12 - C22 Fractie C22 - C30 Fractie C30 - C40 Totaal olie C10 - C40
5,0 28 93 38 160
<
0,10 0,10 0,10 0,10 0,21 0,10 0,28 0,10 0,10 0,10 0,10 0,10 0,10 0,10 0,10 0,10 0,10 0,10 0,10 0,47 0,26 0,73 0,10 0,10 0,10 0,10 0,10
< < < <
PFAS (μg/kgds) PFBA PFPeA PFHxA PFHpA PFOA lineair PFOA vertakt PFOA totaal PFNA PFDA PFUnDA PFDoDA PFTrDA PFTeDA PFHxDA PFODA PFBS PFPeS PFHxS PFHpS PFOS lineair PFOS vertakt PFOS totaal PFDS 4:2 FTS 6:2 FTS 8:2 FTS 10:2 FTS
<
< < < < < < < < < < < < < < < < <
< < < < <
< < < <
< < < < < < < < < < < < <
< < < < <
S03 slib
0,580 0,490 0,490 0,490 rg rg rg rg rg 17,8 59,2 24,2 102 rg rg rg rg 0,134 rg 0,178 rg rg rg rg rg rg rg rg rg rg rg rg 0,299 0,166 0,465 rg rg rg rg rg
gemeten waarde
-
-
● -
○ -
9,3 31 0,23 22 4,9 9,6 0,10 16 1,5 14 50
11,3 40,0 0,292 25,6 6,26 12,2 0,112 18,8 < rg 17,5 63,3
0,03 0,17 1,0 0,61 0,03 0,03 0,03 0,03 0,03 0,03 1,9
<
< < < < < < < <
1,0 1,0 1,0 1,0 1,0 1,0 1,0 7,0
< < < < < < < <
rg rg rg rg rg rg rg rg
<
5,0 9,0 15 9,0 35
<
rg 20,5 34,1 20,5 rg
0,10 0,10 0,10 0,10 0,16 0,10 0,23 0,10 0,10 0,10 0,10 0,10 0,10 0,10 0,10 0,10 0,10 0,10 0,10 0,35 0,22 0,57 0,10 0,10 0,10 0,10 0,10
< < < <
<
-
-
gecorrigeerde waarde (1) n.v.t. 10 25
< < < <
-
1,00-1,20
44,0 4,4 18
<
-
zz
-
-
<
-
-
< < < <
-
-
< < < < < < < < < < < <
-
-
< < < < <
<
< < < <
<
< < < < < < < < < < < < <
< < < < <
rg 0,170 1,00 0,610 0,030 0,030 rg rg rg rg 1,95
rg rg rg rg 0,364 rg 0,523 rg rg rg rg rg rg rg rg rg rg rg rg 0,795 0,500 1,30 rg rg rg rg rg
zz
gemeten waarde
-
-
-
-
<
< < < <
gecorrigeerde waarde (1)
49,0 5,0 14
n.v.t. 10 25
7,0 20 0,20 18 4,0 5,0 0,05 10 1,5 12 30
8,98 31,0 rg 23,1 6,08 rg rg rg rg 17,5 42,2
<
< < < <
-
-
-
-
○
< < < < < < < < < < <
0,03 0,03 0,03 0,03 0,03 0,03 0,03 0,03 0,03 0,03 0,30
< < < < < < < < < < <
rg rg rg rg rg rg rg rg rg rg rg
-
-
-
< < < < < < < <
1,0 1,0 1,0 1,0 1,0 1,0 1,0 7,0
< < < < < < < <
rg rg rg rg rg rg rg rg
-
-
-
-
< < < < <
5,0 5,0 5,0 5,0 35
< < < < <
rg rg rg rg rg
-
-
-
-
-
○○○ -
rg rg rg rg rg rg rg rg rg rg rg rg rg rg rg rg rg rg rg rg rg rg rg rg rg rg rg
-
-
< < < < < < < < < < < < < < < < < < < < < < < < < < <
-
-
0,10 0,10 0,10 0,10 0,10 0,10 0,10 0,10 0,10 0,10 0,10 0,10 0,10 0,10 0,10 0,10 0,10 0,10 0,10 0,10 0,10 0,10 0,10 0,10 0,10 0,10 0,10
-
-
< < < < < < < < < < < < < < < < < < < < < < < < < < <
-
-
●
-
_______________________________________________________________________________________ RF 817 Toetsing baggerspecie R35 11-03-21
Bijlage 2.2. Analyseresultaten en toetsing baggerspecie T.20.11171 'Voormalige vuilstort Westwoud' Mengmonster (opmerking)
S01 slib
S02 slib
(traject in m - waterspiegel)
1,00-1,20
zz
gemeten waarde N-MeFOSAA N-EtFOSAA PFOSA N-MeFOSA 8:2 diPAP Som PFAS excl. PFOS/PFOA
< < < <
0,10 0,74 0,10 0,10 0,10 0,74
1,00-1,20
gecorrigeerde waarde (1) <
rg 0,471 < rg < rg < rg
S03 slib
-
zz
gemeten waarde -
< < < <
0,10 0,24 0,10 0,10 0,10 0,24
1,00-1,20
gecorrigeerde waarde (1) <
rg 0,545 < rg < rg < rg
-
zz
gemeten waarde -
< < < < <
0,10 0,10 0,10 0,10 0,10 n.a.
gecorrigeerde waarde (1) < < < < <
rg rg rg rg rg n.a.
-
Klasse op landbodem
landbouw / natuur, PFAS-vrij toepasbaar
landbouw / natuur, PFAS-vrij toepasbaar
landbouw / natuur, PFAS-vrij toepasbaar
Klasse in oppervlaktewater
< achtergrondwaarde
niet toepasbaar
< achtergrondwaarde
Toetsing toepassing op landbodem: kleiner dan achtergrondwaarde ● groter dan achtergrondwaarde, kleiner dan of gelijk aan maximale waarde klasse wonen ●● groter dan maximale waarde klasse wonen, kleiner dan of gelijk aan maximale waarde klasse industrie ●●● groter dan maximale waarde klasse industrie Δ kleiner dan de maximale waarde klasse landbouw / natuur en PFAS-toepasbaar