CConstaterende datDrechterland
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 Transitievisie Warmte SED-gemeenten (2021-40)

Gemeenteraad 27 september 2021, gemeente DrechterlandBij agendapunt: Vaststellen Transitievisie Warmte Stede Broec, Enkhuizen en Drechterland (2021-40)19.075 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Transitievisie Warmte Stede Broec, Enkhuizen, Drechterland

Naar een gedragen warmtetransitie

Colofon

Datum 16-08-2021 Projectnummer DWA

18377

Opdrachtgever

SED gemeenten (Stede Broec, Enkhuizen, Drechterland)

Status Definitief Opdrachtgever SED Gemeenten Stede Broec: De Middend 2, Bovenkarspel Enkhuizen: Hoogstraat 11, Enkhuizen Drechterland: Raadhuisplein 1, Hoogkarspel Uitgevoerd door DWA B.V. Postbus 2073 2800 BE Gouda E-mailadres jansen@dwa.nl Telefoonnummer 06 533 40 898 E-mailadres rogier.duijff@dwa.nl Telefoonnummer 06 1122 1373 Auteurs SED gemeenten: Nico Koelman DWA Adviesbureau: René Jansen & Rogier Duijff Foto voorkant Bron: SED gemeenten Leden Klankbordgroep en stakeholders Deze rapportage kwam tot stand dankzij de medewerking de een aantal bewoners van de SED gemeenten door hun inbreng in de Klankbordgroep en met behulp van de inzet en bijdrage van een aantal belangrijke stakeholders in de gemeenten. Wij danken Nico Koelman van de SED voor zijn inbreng en constructieve feedback.

Transitievisie Warmte Stede Broec, Enkhuizen, Drechterland

2

Inhoudsopgave

1

Inleiding

6

1.1

Op weg naar aardgasvrij in 2050

6

1.2

Doel van de Transitievisie Warmte

7

1.3

De gemeente als regisseur: schakelen en verbinden

8

1.4

We doen het niet alleen

8

1.5

Inhoud van de visie

8

1.6

Leeswijzer

9

2

De visie samengevat

10

2.1

Belangrijke uitgangspunten voor de transitie

10

2.2

Kansrijke wijken om te starten met wijkuitvoeringsplannen

10

2.3

Samen aan de slag met individuele oplossingen in het buitengebied

11

2.4

We zetten in op collectieve systemen in de kernen

12

2.5

Stappen tot 2030

13

3

Uitgangspunten

14

4

Kansen

17

4.1

Technische kansen

17

4.2

Kansen in de wijk

18

4.3

Draagkracht

18

5

Kansrijke buurten

20

5.1

Keuze kansrijke startbuurten

20

5.2

Kansrijke wijken

20

6

Meest geschikte techniek per wijk

25

6.1

Voorkeurstechniek per wijk

25

6.2

Zekerheid van de voorkeurstechniek

26

6.3

Vergelijking met de startanalyse van het PBL

27

7

Alternatieven voor aardgas

29

7.1

Van aardgas over op hernieuwbare energiebronnen

29

7.2

Marktrijpheid en geschiktheid voor woningen

31

7.3

Beschikbare bronnen in SED

31

7.4

Bronnenstrategie voor warmtenetten

34

8

Kosten en betaalbaarheid

35

8.1

Opbouw kosten voor verschillende technieken.

37

Transitievisie Warmte Stede Broec, Enkhuizen, Drechterland

3

8.2

Verdeling maatschappelijke kosten

37

9

Communicatie en participatie

39

9.1

De rol van de SED gemeenten

39

9.2

Communicatie en participatie

39

9.3

Samenwerking tussen stakeholders

40

10

De route naar aardgasvrij in 2050

42

10.1

Routekaart tot 2030

42

10.2

Vergezicht naar 2050

44

Bijlage 1 - De opgave in SED

46

Bijlage 2 - Doorlopen proces

50

Bijlage 3 - Van uitgangspunten naar selectie

53

Bijlage 4 - Marktrijpheid technieken

56

Bijlage 5 - SED in kaart

57

Transitievisie Warmte Stede Broec, Enkhuizen, Drechterland

4

Transitievisie Warmte Stede Broec, Enkhuizen, Drechterland

5

1 Inleiding 1.1

Op weg naar aardgasvrij in 2050

Stede Broec, Enkhuizen en Drechterland (hierna: SED) willen, net als alle andere gemeenten in Nederland, werken aan de warmtetransitie en daarmee hun bijdrage leveren aan de doelstellingen uit het Klimaatakkoord. Het terugdringen van het aardgasgebruik is een belangrijk middel om de doelstellingen uit het Klimaatakkoord te halen en onze afhankelijkheid van aardgas uit het buitenland te beperken. Dat betekent dat uiterlijk in 2050 alle woningen en gebouwen over moeten stappen op een alternatieve, duurzame warmtebron. De SED gemeenten volgen hiermee het landelijke beleid. In 2016 ondertekende Nederland het Klimaatakkoord van Parijs en committeerde zich daarmee aan het vergaand terugdringen van de uitstoot van broeikasgassen, waaronder CO₂. Eén van de manieren om de uitstoot van broeikasgassen terug te dringen is het verminderen van het aardgasgebruik. In het Nederlandse Klimaatakkoord is de doelstelling uit Parijs vertaald naar vijf verschillende tafels: industrie, Gebouwde omgeving, Elektriciteit, Mobiliteit, landbouw en landgebruik. de VNG heeft, namens haar achterban, het Klimaatakkoord onderschreven. Voor de gebouwde omgeving zijn afspraken gemaakt waarin gemeenten de regie hebben gekregen (zie ook § 1.3) om uiterlijk in 2021 een Transitievisie Warmte op te stellen. Hierin legt de gemeente vast hoe zij voor 2030 al starten met de energietransitie van de gebouwde omgeving.

Dat geeft ruimte en tijd om de vergaande doelstellingen voor 2050 te realiseren. Hoe de SED gemeenten aankijken tegen de transitie naar aardgasvrij is te lezen in deze Transitievisie Warmte (TVW). Daarbij ligt de focus op de doelen en stappen die we nemen in de nabije toekomst, vanaf nu tot 2030. Het is een grote opgave, daarom starten we nu, zodat iedereen op een geschikt moment mee kan doen. In figuur 1 is de tijdlijn tot 2050 op hoofdlijn weergegeven.

Figuur 1 - Globaal tijdspad van de warmtetransitie

De opgave voor de SED gemeenten is om ongeveer 26.000 woningen, kantoren en andere gebouwen te verduurzamen. Deze gebouwen gebruiken momenteel 1.200 TJ voor verwarming. Voor de meeste gebouwen

Transitievisie Warmte Stede Broec, Enkhuizen, Drechterland

6

komt deze energie uit aardgas. In de toekomst moet een deel van deze warmtevraag voorkomen worden door isolatie. De rest van de warmtevraag moet duurzaam ingevuld worden. Detaillering van de opgave is te vinden in Bijlage 1 -.

1.2

Doel van de Transitievisie Warmte

Deze Transitievisie Warmte (TVW) maakt onderdeel uit van het proces dat we in het kader van het nationale Klimaatakkoord doorlopen: de Regionale Energiestrategie (RES), de TVW en de (Wijk)uitvoeringsplannen. Deze documenten hangen nauw met elkaar samen. In de kaders hieronder lichten we de RES, TVW en Uitvoeringsplannen verder toe.

I

I I I

SED emeenten

E oord olland oord

T ederland

D

I

I I

I I

I

I I I

Regionale energiestrategie - RES In het Klimaatakkoord is afgesproken dat 30 energieregio's in Nederland een Regionale Energiestrategie (RES) opstellen. De SED gemeenten maken onderdeel uit van de RES regio Noord-Holland Noord (RES NHN). De RES NHN is in juli 2021 vastgesteld. In de RES 1.0 NHN staan de plannen die overheden, netbeheerders, maatschappelijke organisaties, ondernemers en inwoners samen hebben gemaakt voor het grootschalig opwekken van wind- en zonne-energie. De ambitie van NHN is om 3,6 TWh aan zonne- en windenergie op land te realiseren in 2030. Hiervoor zijn zoekgebieden vastgesteld waar de mogelijkheden voor duurzame energieproductie verder worden onderzocht. Het deel van de RES dat over warmte gaat, heet de Regionale Structuur Warmte (RSW). In deze RSW wordt inzicht gegeven in de warmtevraag, het aanbod van warmtebronnen en de (regionale) warmte-infrastructuur. Ook worden de context en regionale samenwerking beschreven. De focus ligt daarmee op kansen voor (grootschalige) warmtenetten. Transitievisie Warmte - TVW Uiterlijk in 2021 moet elke gemeente in Nederland een TVW hebben vastgesteld. Daarin moet het tijdspad staan waarop wijken van het aardgas kunnen gaan. de wijken waarvoor dit als eerste mogelijk is noemen we startbuurten. Voor deze startbuurten wordt een wijkuitvoeringsplan (WUP) opgesteld.

Voor wijken waarvan de transitie voor 2030 is gepland, staan in de TVW ook de potentiële alternatieve warmtebronnen en is er inzicht in

Transitievisie Warmte Stede Broec, Enkhuizen, Drechterland

7

de maatschappelijke kosten en baten. Het einddoel staat vast: geen gebruik meer van fossiele brandstoffen in 2050. Wijkuitvoeringsplannen – WUP De concrete uitwerking van het duurzame warmte alternatief op wijk/buurt/gebied niveau vindt plaats in het wijkuitvoeringsplan (WUP). Een WUP hoeft niet per definitie betrekking te hebben op de precieze grenzen van een wijk. In het wijkuitvoeringsplan betrekt de gemeente bewoners, vastgoedeigenaren en andere stakeholders nauw bij de keuze voor de warmtebron en -techniek voor de wijk en bepalen zij op welk moment de wijk van het aardgas gaat. Hierin trekken wij samen op met actieve bewoners in de wijk, zoals een bewonersinitiatief of een energiecoöperatie. Het WUP wordt voor de kansrijke wijken opgesteld na vaststelling door de gemeenteraad. We starten op zijn vroegst in 2022 met het opstellen van de eerste WUP’s.

1.3

De gemeente als regisseur: schakelen en verbinden

Alle inwoners, bedrijven, instellingen en andere partijen krijgen met de energietransitie te maken. De gemeente neemt de regie in dit proces, een belangrijke rol die hier vanuit het Rijk is neergelegd. De TVW geeft de gezamenlijke focus en richting die nodig is om aan de slag te gaan. Het maakt keuzes inzichtelijk, borgt een zorgvuldige politieke besluitvorming en plaatst lopende en nieuwe initiatieven in een centraal kader. Dat vraagt om schakelen en verbinden: tussen overheid, bewoners en bedrijven, tussen individuele en collectieve mogelijkheden, en tussen schaalniveaus van regio tot woning.

1.4

We doen het niet alleen

De energietransitie is een opgave waarvoor samenwerking belangrijk en noodzakelijk is. Bij het opstellen van de TVW in de SED gemeenten wordt intensief samengewerkt met interne en externe stakeholders. Dit zijn netbeheerder Liander, woningcorporaties Welwonen, Het Grootslag en Woonschakel, Hoogheemraadschap Hollands-Noorderkwartier en drinkwaterbedrijf PWN. Vanuit de gemeente hebben medewerkers vanuit de beleidsvelden ruimtelijke ordening, vastgoed, sociaal domein en duurzaamheid meegewerkt. In meerdere bijeenkomsten van een klankbordgroep en bewoners uit de drie gemeenten bespraken we techniek, communicatie en participatie. De bijeenkomsten leverde een goede toetst voor de resultaten van de analyse en de concept visie en gaven aanvullende informatie voor de TVW.

1.5

Inhoud van de visie

Ondanks dat de transitie naar aardgasvrij een opgave is voor heel Nederland en daardoor grotendeels generiek is, heeft elke gemeente haar eigen specifieke kenmerken. Dat vraagt om maatwerk en daarom wordt ook door iedere gemeente een TVW opgesteld. De analyse in de TVW vindt plaats op wijkniveau. Een wijk is een door het CBS gedefinieerde grens van een gebied, die overeenkomt met de grens die de gemeente hanteert. Via het CBS zijn veel basisdata van deze wijken beschikbaar (aantal woningen, bouwjaren, huur of eigendom, etc.) waarmee de analyses uitgevoerd worden. Niet alle wijken zijn uniform opgebouwd. Daarom wordt in de analyse gekeken naar homogeniteit van wijken, en daarbinnen gesproken van buurten als binnen de wijk verschillende clusters met uniforme typologie te benoemen zijn. Uit de analyse kan naar voren komen dat er kansrijke wijken of kansrijke buurten zijn. in beide gevallen spreken wij in deze visie dan over startbuurten. De SED gemeenten bestaan uit een aantal kernen en een buitengebied. Enkhuizen heeft een historische kern en een aantal nieuwe wijken. In Stede Broec en Drechterland zien we vooral wijken die zijn ontstaan rondom de historische lintbebouwing. De ligging van de gemeente zorgt voor een brede mogelijkheid van potentiële duurzame warmtebronnen.

Het waterrijke gebied en de ligging aan het Marker- en IJsselmeer maken aquathermie (warmte uit oppervlaktewater) mogelijk. De potentie van geothermie (warmte uit de bodem, op 2 à 3 km. diepte) lijkt veelbelovend in het gebied. Er is weinig industrie waar restwarmte beschikbaar is, al kunnen

Transitievisie Warmte Stede Broec, Enkhuizen, Drechterland

8

landbouwbedrijven kansen bieden. De TVW sluit aan op deze specifieke kenmerken van de drie gemeente en zoekt de oplossingen die bij de gemeenten passen. In deze TVW wordt richting gegeven aan de vraag hoe woningen en gebouwen in SED in de toekomst verwarmd kunnen worden zonder aardgas. Een aantal onderdelen staan centraal in deze visie: 1

Een analyse die leidt tot een aantal kansrijke wijken (of buurten). Een van de doelen van de TVW is het identificeren van kansrijke wijken waar gestart kan worden met het aardgasvrij maken van de gebouwen. Starten betekent in dit geval dat er voor deze wijken, na vaststelling van de TVW door de Raad, diepgaand onderzoek gedaan wordt hoe de wijk aardgasvrij gemaakt kan worden. Dit wordt vastgelegd in wijkuitvoeringsplannen. Starten betekent dus niet dat de gekozen wijken direct van het gas af gaan. Welke wijken als kansrijk worden gezien wordt mede bepaald door de uitgangspunten die de gemeenteraden vastgesteld hebben.

2

Een indicatie van de mogelijke alternatieven voor aardgas. Tot 2030 wordt ingezet op warmtenetten en allelectric oplossingen zoals warmtepompen. Duurzaam gas behoort tot de mogelijkheden na 2030. Voor de verschillende wijken wordt onderzocht welke duurzame energiebron het beste alternatief is als vervanger voor het aardgas. Er wordt dan bijvoorbeeld gekeken naar de laagste maatschappelijke kosten (uitleg zie hoofdstuk 8). Buurten waar een warmtenet als meest geschikte techniek naar voren komt hebben een bron van warmte nodig. Voor deze buurten wordt gekeken welke bronnen beschikbaar zijn in de SED gemeenten, en of deze passen bij het type bebouwing.

3

De stappen die voor 2030 gezet kunnen worden. Het gaat hierbij om uitgangspunten en potentiële oplossingen, niet om definitieve beslissingen. Voor de kansrijke startbuurten is het opstellen van een wijkuitvoeringsplan een logische volgende stap. Voor de overige buurten wordt perspectief geschetst welke stappen bewoners alvast kunnen zetten. Een mogelijke stap is het verder onderzoeken van de mogelijkheden voor een diepere geothermiebron en aanvullend een bronnenstrategie die aangeeft hoe deze bron toekomstig ingezet zal worden. In de bronnenstrategie is het ook belangrijk aan te geven hoe kleinere, nog aan te leggen, warmtenetten toekomstig aangesloten worden op deze bron. (zie paragraaf 0).

De visie is geen statisch document en wordt elke vijf jaar herzien. Op deze manier is het goed mogelijk om in te spelen op nieuwe ontwikkelingen. Goede ideeën van inwoners, de gemeente en bedrijven kunnen de TVW de komende jaren verder aanscherpen. Uitkomsten van het wijkuitvoeringsplan worden gebruikt om de nieuwe visie op te stellen. En nieuwe technieken kunnen in de toekomst leiden tot nieuwe mogelijkheden waardoor nieuw kansen ontstaan voor wijken die er in deze visie nog niet zijn. De transitievisie is daarmee een onderdeel van een lerend en evoluerend proces..

1.6

Leeswijzer

De samenvatting van de visie volgt direct in Hoofdstuk 2. Hier vind u de belangrijkste onderdelen van de visie: Wat zijn onze uitgangspunten, welke buurten vinden we kansrijk, welke technieken zetten we op in en welke stappen zetten we tot 2030. De daarop volgende hoofdstukken zijn een verdere onderbouwing van deze visie. In Hoofdstuk 3 vind u de uitgangspunten die de gemeente belangrijk vind tijdens de transitie. Deze uitgangspunten bepalen voor een groot deel op welke manier we van het gas af gaan en welke wijken als kansrijk worden gezien. Hoofdstuk 4 gaat in op de technische en sociale kansen in de gemeenten. Op basis van de uitgangspunten en kansen worden een aantal kansrijke wijken geselecteerd waar we willen startten met het opstellen van een wijkuitvoeringsplan. Dit doen we in Hoofdstuk 5. Op welke technieken we inzetten voor verschillende wijken wordt beschreven in Hoofdstuk 6. Voor de wijken waar een warmtenet als kansrijk wordt gezien zijn verschillende warmtebronnen mogelijk. Welke bronnen kansrijk zijn in de SED gemeenten is te vinden in Hoofdstuk 7. In Hoofdstuk 8 gaan we in op de kosten van de transitie. De rol van de gemeenten zelf en de manier waarop we bewoners willen betrekken is beschreven in Hoofdstuk 9. We sluiten af met een routekaart in Hoofdstuk 10 waarop de verschillende stappen nogmaals worden samengevat en in de tijd wordt gezet.

Hierin beschrijven we wat we willen doen voor 2030, en welke stappen we willen nemen na 2030.

Transitievisie Warmte Stede Broec, Enkhuizen, Drechterland

9

2

e visie samengevat

De visie kan worden samengevat in een aantal kernpunten. Het eerste kernpunt is wat we als gemeente belangrijk vinden in de energietransitie, vastgelegd in een aantal uitgangspunten. Het tweede kernpunt van de visie is welke wijken als kansrijk worden gezien om te starten met het opstellen van een wijkuitvoeringsplan. Als derde zien wij het buitengebied als een kansrijke buurt waarvoor we samen een aanpak willen opzetten. Het vierde kernpunt is een overzicht van de alternatieven voor aardgas die geschikt zijn voor de verschillende buurten. Tot slot, als vijfde, geven we weer welke stappen we willen zetten vanaf nu tot 2030. In de hoofdstukken hierna worden deze onderdelen verder beschreven.

2.1

Belangrijke uitgangspunten voor de transitie

We gaan van start met de warmtetransitie. Om de transitie richting te geven hebben de SED gemeenten een aantal uitgangspunten opgesteld die aangeven wat de gemeenten belangrijk vinden. 1

We beginnen met isoleren van gebouwen en woningen. Aardgasvrij maken van woningen en gebouwen is geen doel op zicht, maar een middel om de CO2-uitstoot van de gemeente te verlagen.

2

Iedereen moet mee kunnen doen in de transitie. Dat betekent dat de transitie ook betaalbaar moet zijn voor iedereen.

3

We sluiten aan bij de kansen die er al liggen. We willen lopende projecten aangrijpen om na te denken over de energietransitie, zodat de overlast voor bewoners zoveel mogelijk beperkt worden.

4

Draagvlak van bewoners bepaalt het tempo. We willen actieve bewonersgroepen die enthousiast met hun wijk aan de slag gaan zoveel mogelijk helpen.

2.2

Kansrijke wijken om te starten met wijkuitvoeringsplannen

Een belangrijk onderdeel van de visie is het identificeren van een aantal kansrijke startbuurten. In totaal zien we in 6 buurten genoeg kansen om voor 2030 te starten met een wijkuitvoeringsplan. Dit zijn 5 echte ‘buurten’ en het buitengebied. Het buitengebied overschrijdt de rens van een ‘buurt’ zoals we die in deze TVW hanteren. Maar omdat één van de kenmerken van het buitengebied is dat er wel een redelijke mate van uniformiteit in zit, kunnen we dit als een ‘startbuurt’ beschouwen. para raaf 2.3, aat hier specifiek op in. Een startbuurt houdt in dat we samen met bewoners in detail gaan kijken naar de voorkeurstechniek en deze vergelijken met een aantal andere technieken. Dit noemen we ook wel de wijkaanpak.

Transitievisie Warmte Stede Broec, Enkhuizen, Drechterland

10

De 6 kansrijke buurten binnen de SED gemeenten zijn weergegeven in Figuur 2. Ook geven we hiervoor aan wanneer we willen beginnen met de wijkuitvoeringsplannen. 1.

Enkhuizen: Enkhuizen-Noord

Starten in 2022

2.

Enkhuizen: Oude Gouw-Gommerwijk

Zo snel mogelijk starten

3.

Stede Broec: Plan zuid en Princenhof

Starten in 2023

4.

Stede Broec: Centrum Grootebroek

Starten in 2023

5.

Drechterland: Centrum Hoogkarspel

Starten in 2023

6.

Stede Broec, Enkhuizen, Drechterland: Het buitengebied

Starten in 2022

Van deze buurten hebben Enkhuizen-Noord en Oude Gouw-Gommerwijk de hoogste urgentie. Daar liggen kansen in de nabije toekomst die we niet voorbij willen laten gaan. Oude Gouw-Gommerwijk wordt als pilot project gezien en voor dit gebied wordt z.s.m. een wijkuitvoeringsplan opgesteld. Voor de overige wijken kan het startten van de wijkuitvoeringsplannen later startten. De onderbouwing van de keuze van kansrijke wijken wordt verder toegelicht in Hoofdstuk 5.

2.3

Samen aan de slag met individuele oplossingen in het buitengebied

In het buitengebied liggen individuele oplossingen per woning voor de hand, omdat een warmtenet daarvoor een te kostbare oplossing is. Ondanks dat het om individuele technieken gaat willen de SED gemeenten ook met deze bewoners zo veel mogelijk samen aan de slag. Daarom wordt op korte termijn ook, als ‘6e startbuurt’, een uitvoeringsplan gemaakt voor (de woningen in) het buitengebied. Focus ligt op zoveel mogelijk besparen door isoleren en andere no-regret maatregelen (noregret betekent dat u geen spijt krijgt van het nemen van deze maatregelen omdat ze gecombineerd kunnen worden met alle gangbare alternatieven voor aardgas). Belangrijk is om te bepalen welke technische oplossingen mogelijk zijn en wat de kosten hiervan zijn. De invulling van dit onderdeel is een stap die we in de toekomst Figuur 2 - Kansrijke startbuurten

Transitievisie Warmte Stede Broec, Enkhuizen, Drechterland

11

zetten. Tot de mogelijkheden horen goede informatievoorziening richting bewoners welke maatregelen zij kunnen treffen. Daarnaast kan gedacht worden aan bijvoorbeeld collectief inkopen onder begeleiding van de gemeenten.

2.4

We zetten in op collectieve systemen in de kernen

Voor de kernen in de SED gebieden zetten we in op collectieve systemen als warmtenetten omdat de kosten van deze techniek waarschijnlijk lager zijn dan van andere alternatieven. Dit houdt in dat we eerst naar collectieve systemen willen kijken in de wijkuitvoeringsplannen. We vergelijken collectieve opties (warmtenetten) met andere duurzame technieken. Zo weten we zeker dat warmtenetten de beste keuze is voorbewoners. Wanneer een warmtenet het meest geschikt is kijken we naar alle mogelijke bronnen om deze warmtenetten te voeden. Voorbeelden zijn warmte-koudeopslag (WKO, zie 7.3), aquathermie, biomassa of restwarmte. We starten met kleine lokale netten per buurt of kern die getoetst worden aan de uitgangspunten zoals betaalbaarheid en draagvlak. We houden er rekening mee dat geothermie een belangrijke bron van warmte kan zijn in de toekomst. We willen onderzoek doen naar de haalbaarheid van een eigen bron of aansluiting op bronnen in de buurt, bijvoorbeeld van het kassencomplex in Andijk. We ontwerpen warmtenetten op kleinschalige bronnen op een manier die toekomstig gebruik van geothermie mogelijk maakt. Hierdoor kunnen kleinere netwerken aan elkaar gekoppeld worden tot een groter netwerk dat gevoed door geothermie.

Figuur 3 - Voorkeurstechniek per wijk

Transitievisie Warmte Stede Broec, Enkhuizen, Drechterland

12

2.5

Stappen tot 2030

Concreet zetten we een aantal stappen tussen nu en 2030. •

Ten eerste gaan we inzetten op no-regret maatregelen als isolatie en energiebesparing. Hierdoor verminderen we de uitstoot van CO2, verbeteren we onze woningen en zijn we klaar voor aardgasvrije technieken.

•

Naast de no-regret maatregelen gaan we in 6 buurten aan de slag met wijkuitvoeringsplannen en maken we een aanpak voor de vrijstaande woningen in het buitengebied.

•

Tot slot gaan we voor 2030 de mogelijke bronnen verder onderzoeken. We willen kijken naar restwarmte van het kassengebied ten noorden van de SED gemeenten en willen kijken naar de potentie van een lokale geothermiebron. Hiervoor willen we verder onderzoek naar de ondergrond en onderzoeken we de mogelijkheid van een opsporingsvergunning om de potentie van geothermie te toetsen.

Transitievisie Warmte Stede Broec, Enkhuizen, Drechterland

13

3

itgangspunten

Een aantal uitgangspunten staan centraal in de transitievisie. Deze uitgangspunten zijn bepaald in een informerende raadsessies in de afzonderlijke gemeentes Enkhuizen, Stede Broec en Drechterland en zijn later bekrachtigd door de gemeenteraden. Zij geven kaders aan de selectiecriteria die gehanteerd worden om kansrijke startbuurten te identificeren, op welke techniek wordt ingezet en hoe de route naar aardgasvrij eruit komt te zien. Eerst worden 4 uitgangspunten beschreven die alle gemeenten mee willen nemen in het opstellen van deze visie. Daarna worden per gemeente specifieke uitgangspunten beschreven. In Bijlage 3 - leest u meer over de totstandkoming van de uitgangspunten. We starten met isoleren Besparen op het aardgasgebruik is een belangrijke stap naar aardgasvrij. Er zijn verschillende redenen om in te zetten op isolatie. We moeten zuinig omgaan met onze (schaarse) bronnen van duurzame bronnen. Door in te zetten op isoleren daalt de totale warmtevraag, waardoor minder energie duurzaam opgewekt moet worden. Daarnaast is isolatie voordelig voor woning- en gebouweigenaren. De jaarlasten vallen lager uit en het comfort van de woning gaat omhoog. Het is daarom belangrijk om woning- en gebouweigenaren te stimuleren om te gaan isoleren. Iedereen kan meedoen De warmtetransitie kost geld.

Ons uitgangspunt is een energievoorziening die betaalbaar en toegankelijk is voor alle inwoners, ondernemers en andere gebruikers in drie gemeenten. Het streven daarbij is dat de woonlasten zoveel mogelijk gelijk blijven. Het ontstaan van energiearmoede is onwenselijk. Energiearmoede ontstaat wanneer de energierekening meer dan 10% van het maandelijkse inkomen inneemt. We zoeken dus naar de maatschappelijk goedkoopste oplossing op basis van een optimale afstemming van de investeringen van en door woningeigenaren- en corporaties, gemeente en nuts-infrabedrijven en werken aan financieringsconstructies en betaalbare proposities voor woningeigenaren. We sluiten hiermee aan op het nationale Klimaatakkoord dat woonlastenneutraliteit als uitgangspunt hanteert. We sluiten aan waar kansen zijn We willen aan de slag daar waar we kansen zien, bijvoorbeeld het vervangen van het gasnet, riolering of bij wegvervanging. Door aan te haken bij deze werkzaamheden wordt overlast beperkt en wordt de energietransitie onderdeel van het verbeteren van de wijken. Ook willen we graag aansluiten bij de plannen van de woningcorporaties. Corporaties verduurzamen vaak op grote schaal wat zorgt voor een versnelling in de transitie.

Wanneer de corporatiewoningen over gaan op een duurzaam alternatief of een woningcorporatie duurzame nieuwbouw realiseert creëert dit een momentum om ook voor de rest van de buurt te kijken naar aardgasvrije alternatieven. De drie gemeenten geven aan de energietransitie volgend te laten zijn aan deze kansen. We benutten de initiatieven en energie in de gemeente De transitie naar aardgasvrij kan alleen succesvol zijn met draagvlak en het meedoen en -denken van bewoners en andere partijen. Het draagvlak bepaald daarbij het tempo van de transitie. Wij gaan actief op zoek naar de energie van eigen initiatieven van bewoners en zien dit als dé kans om samen concrete stappen te zetten om wijken van het aardgas te halen. De transitie naar aardgasvrij is een gezamenlijke opgave. We hebben bewoners, bedrijven, de woningcorporatie en maatschappelijke organisaties nodig. De vier uitgangspunten hiervoor werden in alle drie de gemeenten benoemd. per gemeente zijn er ook een aantal unieke uitgangspunten waar zij belang aan hecht. Deze uitgangpunten worden hieronder kort beschreven.

Transitievisie Warmte Stede Broec, Enkhuizen, Drechterland

14

Enkhuizen Een aanvullend uitgangspunt van de gemeenteraad van Enkhuizen is dat de ogen open moeten blijven voor innovatie. We willen niet ingehaald worden door nieuwe techniek. In de transitievisie wordt met dit uitgangspunt rekening gehouden. We starten vooral in buurten waar het zeker is dat een bepaalde techniek duidelijk de voorkeur heeft. Een wijk/buurt waar een innovatieve oplossing tot de mogelijkheden behoort wordt in het tijdvak na 2030 opgenomen om de innovatie verder te laten ontwikkelen. Tweede aanvulling Enkhuizen: We onderzoeken collectieve oplossingen eerst. In een aantal buurten heeft een collectieve oplossing, een warmtenet, de voorkeur boven technieken die iedereen zelf kan toepassen. Collectieve oplossingen kunnen namelijk goedkoper zijn dan individuele technieken, en bieden andere voordelen voor bewoners. Zo zijn de isolatie-eisen om een woning geschikt te maken voor hoge en midden temperatuur warmtenetten niet zo hoog als voor een lage temperatuur afgiftesysteem. Ook is er minder ruimte in de woning nodig. Voor de wijken waar een warmtenet geschikt is wordt de collectieve oplossing als eerste onderzocht, samen met de bewoners van de gemeente. Tot slot geeft de gemeenteraad mee dat zij graag ziet dat de gemeente in het proces een coördinerende rol vervult.

Stede Broec De eerste aanvulling die Stede Broec heeft is dat ze willen startten in buurten waar de meeste kansen liggen. Hierbij wordt benadruk dat tijdens het opstellen van een wijkuitvoeringsplan samen met de buurt een integrale afweging wordt gemaakt van de verschillende technieken. In dit plan wordt ook besloten of, en hoe de buurt van het gas af kan. Een tweede aanvullend uitgangspunt is dat het draagvlak het tempo bepaald. De gemeente wil hier veel aandacht aan besteden in de volgende fase, het wijkuitvoeringsplan. Ook wordt er gekeken naar lopende initiatieven in de gemeente. Daarnaast heeft de Raad van Stede Broec aangeven dat effecten op milieu, circulariteit en biodiversiteit worden meegenomen in de afweging van een geschikt alternatief voor aardgas. Het uitfaseren van aardgas draagt bij aan de kwaliteit van ons leefmilieu. Daarbij is het belangrijk niet alleen naar CO2-uitstoot te kijken, maar naar alle aspecten van duurzaamheid. Deze verschillende aspecten moeten meegenomen worden in de afweging. Alle warmtebronnen zijn denkbaar. We zetten niet in op een enkele bron, maar kijken naar het brede scala. Hierbij kijken we naar zowel bronnen die nu geschikt zijn als warmtebronnen die in de toekomst beschikbaar komen. Tot slot is een uitgangspunt van de gemeente dat ze willen kijken naar lokaal of gemeentelijk mede-eigendom van collectieve warmtenetten.

Dit kan voordelig zijn voor de betaalbaarheid van de warmtenetten, maar vergt wel inspanning van de gemeente. Dit uitgangspunt wordt meegenomen in het vervolgtraject en tijdens de eerste wijkuitvoeringsplannen. Drechterland Drechterland heeft een uitgangspunt dat lijkt op het uitgangspunt van Enkhuizen: We houden onze ogen open voor innovaties en zetten in op no-regret maatregelen. Dit uitgangspunt past ook bij het karakter van de gemeente. Drechterland heeft veel woningen in het buitengebied, waar een standaard wijkaanpak moeilijker toe te passen is. No-regret maatregelen als isolatie en het inzetten op het besparen van aardgas is voor deze woningen een goed alternatief.

Transitievisie Warmte Stede Broec, Enkhuizen, Drechterland

15

Ook Drechterland wil collectieve oplossingen eerst onderzoeken. Het gaat dan vooral om de kern van Hoogkarspel en eventueel de kern van Venhuizen.

Transitievisie Warmte Stede Broec, Enkhuizen, Drechterland

16

4

ansen

In de technische analyse is op basis van de uitgangspunten gekeken welke wijken kansrijk zijn. Daarvoor zijn samen met stakeholders de kansen in de SED gemeenten in kaart gebracht. Hiervoor zijn twee stakeholdersessies georganiseerd.. De uitkomsten van deze stakeholdersessies wordt kort samengevat.

4.1

Technische kansen

Kansen uit het stakeholdersoverleg In Enkhuizen Noord zijn verschillende plannen voor gebiedsverbetering. Wooncorporatie Welwonen gaat gefaseerd tussen 2021 en 2028 aan de slag in dit gebied. Bedoeling is het corporatiebezit te verder te isoleren. Ook wordt gekeken naar het plaatsen van hybride warmtepompen. De woningen worden hiermee niet aardgasloos gemaakt, maar aardgasvrij-ready. Dat betekent dat de isolatie en het afgiftesysteem (radiatoren, vloerverwarming) van de woningen gereed zijn om in de toekomst op een warmtenet te worden aangesloten, of dat er per woning een warmtepomp geplaatst kan worden. Tegelijkertijd gaat de gemeente Enkhuizen het riool vervangen in deze buurt. Omdat de straat opengaat is dit een moment om na te denken over een goed passende ondergrondse infrastructuur in de wijk. Plan-Zuid en Princenhof, in het gebied tussen de Florasingel, La Reinelaan & de Molensingel, liggen een groot aantal gres-rioolleidingen die op den duur vervangen moeten worden. Hoewel er geen concrete plannen zijn is de verwachting dat dit binnen de termijn van 10 jaar moet gebeuren. Ook in Lutjebroek, het gebied rond de Asterlaan, moet op de middellange termijn het riool vervangen worden. Ook hier geld dat er nog geen concrete plannen zijn, maar dat er voor 2030 gestart moet worden met de vervanging.

Figuur 4 - Kansenkaart met bekende plannen

Transitievisie Warmte Stede Broec, Enkhuizen, Drechterland

17

4.2

Kansen in de wijk

Naast de technische kansen is ook gekeken naar de (bewoners)initiatieven die momenteel spelen in de gemeenten. Ook deze kansen zijn weergegeven op de kaart in figuur 4. In het zuidwesten van Oude GouwGommerwijk is een bewonersinitiatief actief met het verduurzamen van hun wijk. Dit initiatief valt samen met een aantal technische kansen. Een bollenbedrijf heeft restwarmte van de WKO die het bedrijf gebruikt voor warmte die nodig is voor de eigen processen. Er is al intensief contact tussen bewonersinitiatief en het bedrijf. De intentie is uitgesproken om deze warmte te gebruiken voor omliggende woningen. Hiervoor kan een lokaal warmtenet met de WKO als bron aangelegd worden. De woningen zijn vrij recent gebouwd. Door de hoge isolatie-eisen tijdens de bouw zijn deze woningen waarschijnlijk makkelijk geschikt te maken voor lage temperatuur warmte. Naast deze recent gebouwde woningen is nieuwbouw van woningen gepland. Ook deze woningen kunnen mogelijk aansluiten op een lokaal warmtenet op lage temperatuur.

4.3

Draagkracht

Naast de technische kansen is ook gekeken naar de financiële draagkracht van bewoners. Twee indicatoren zijn meegenomen. De eerste is een indicator voor energiearmoede (zie figuur 5). Gezinnen met een laag inkomen en een hoog gasgebruik hebben het meeste profijt van isolatiemaatregelen. Door isolatie gaat het energiegebruik omlaag en met een hoger comfort in de woning, waardoor de energielasten lager zijn. Dit is een kans voor de SED gemeenten om de transitie eerlijker te maken. Isolatiemaatregelen zorgen voor een lager gasgebruik en daarmee lagere energielasten. De isolatiemaatregelen zijn vaak binnen een aantal jaar terug te verdienen door de lagere energielasten. Bewoners met een laag inkomen en een hoog gasgebruik hebben echter niet altijd de middelen om de isolatie zelf te financieren. Subsidie of een duurzaamheidslening zijn opties om deze groep te helpen.

Figuur 5 - Kans op energiearmoede

Transitievisie Warmte Stede Broec, Enkhuizen, Drechterland

18

Gebieden met een hoog inkomen en lage energielasten bieden, uitgaande van financiële draagkracht, een vergelijkbare kans. Dit is feitelijk dezelfde indicator, maar dan omgekeerd. Ervaring leert dat het hier meestal gaat om recent gebouwde woningen, die met beperkte maatregelen geschikt gemaakt kunnen worden voor aardgasvrije technieken. Deze wijken zijn geschikt om aardgasvrij te worden. Een beperking kan zijn dat bewoners nu al een lage energierekening hebben, waardoor de investering in een aardgasvrije techniek vaak een lange terugverdientijd heeft. De tweede indicator die is meegenomen voor de draagkracht is het gemiddeld inkomen in de buurt, en de gemiddelde hoeveelheid spaargeld per bewoner in een buurt. Zoals hiervoor besproken is isolatie vaak een goede investering. In een aantal gevallen is aardgasvrij worden zelfs financieel aantrekkelijk. Er ligt daarom een kans in buurten met hoge inkomens en veel spaargeld. Focus van deze buurten kan vooral gericht zijn op het informeren van bewoners op de mogelijkheden (comfortverhoging, geld besparen) die energiebesparing met zich meebrengen. Ook kan er al nagedacht worden over technieken ter vervanging van aardgas.

Figuur 6 – Gemiddeld jaarinkomen in de SED gemeenten

Transitievisie Warmte Stede Broec, Enkhuizen, Drechterland

19

ansrijke buurten

5

Op basis van de uitgangspunten van de gemeenteraden en de technische en sociale analyse zijn in totaal 6 buurten aangewezen als kansrijk. De buurten in Enkhuizen zijn Enkhuizen-Noord & Oude GouwGommerwijk. In Stede Broec Princenhof Zuid en Centrum Grootebroek. In Drechterland het centrum van Hoogkarspel. Naast deze kansrijke buurten willen we ook een WUP voor woningen in het buitengebied maken.

5.1

Keuze kansrijke startbuurten

Een zestal buurten zijn naar voren gekomen als kansrijk om te starten met aardgasvrije transitie. De uitgangpunten van de gemeente hebben mede bepaald welke criteria gehanteerd zijn in de keuze van kansrijke wijken. Hoe dit is gedaan is te vinden in Bijlage 3 -. De criteria die zijn gebruikt bij het bepalen van de kansrijke wijken zijn: Sociale kansen: •

Bewonersinitiatieven

•

Draagkracht

Technische kansen •

Renovatie corporatiebezit

•

Rioolvervanging binnen 10 jaar

•

Vervanging gasnet

•

Roeringsgevoelige gasleidingen

•

Lokale warmtebron

•

Nieuwbouwprojecten

•

Hoge potentie op energiebesparing door isolatie

•

Duidelijke voorkeur voor een techniek

In tabel 1 (p.22) is weergegeven hoe de wijken scoren op verschillende selectiecriteria. Op basis van deze selectiecriteria worden een aantal wijken als kansrijk aangemerkt. Deze wijken worden kort besproken in het volgende hoofdstuk.

5.2

Kansrijke wijken

In de SED gemeenten zijn 6 wijken geïdentificeerd als kansrijk om te startten met de energietransitie. Het buitengebied zien we als de 6e kansrijke ‘wijk’ (zie § 5.3). Van de 6 wijken liggen twee wijken in Enkhuizen, twee wijken in Stede Broec en 1 in Drechterland. Voor deze wijken wordt kort beschreven waarom ze als kansrijk worden aangemerkt. Ook wordt een eerste richting voor de wijkuitvoeringsplannen gegeven. 1

Enkhuizen-Noord

Enkhuizen

2

Oude Gouw-Gommerwijk

Enkhuizen

3

Plan zuid en Princenhof

Stede Broec

4

Centrum Grootebroek

Stede Broec

5

Centrum Hoogkarspel

Drechterland

Transitievisie Warmte Stede Broec, Enkhuizen, Drechterland

20

Enkhuizen-Noord, Enkhuizen Het kansrijke gebied in Enkhuizen-Noord wordt omsloten door de straten Asterstraat, Noorderweg, Piet Smitstraat en de Nelson Mandeladreef. In deze wijk heeft woningcorporatie Welwonen een grote renovatieopgave staan. Het corporatiebezit wordt tussen 2021 en 2028 stapsgewijs aardgasvrij-ready gemaakt. Dit houdt in dat de woningisolatie sterk verbeterd wordt en dat de woningen worden voorzien van een hybride warmtepomp. De woningen zijn dan klaar voor aardgasvrije technieken. De beslissing of gekozen wordt voor een collectieve optie met een warmtenet of individuele systemen per woning wordt later genomen. Tussen het corporatiebezit zitten een aantal particuliere woningen. Door een plan te maken voor de hele wijk kunnen ook deze bewoners betrokken worden bij de verduurzaming. In het Noorden van dit gebied is voor een deel sloop/nieuwbouw gepland. Deze woningen zullen al worden gebouwd zonder aardgasaansluiting. De gemeente heeft voor het gebied een rioolvervangingsopgave. Door een plan voor de nieuwe infrastructuur te maken voor de nabije toekomst kan nu alvast de nodige infrastructuur aangepast worden, dit scheelt kosten en beperkt de overlast in de straat. Tot slot heeft deze wijk een duidelijke voorkeur voor een collectieve oplossing. Het in detail bekijken van deze optie is onderdeel van de wijkuitvoeringsplannen.

Gezien de wens collectieve oplossingen eerst te onderzoeken is dit een geschikte wijk om te startten. Bij het opstellen van het wijkuitvoeringsplan ligt de focus op het samenbrengen van de verschillende stakeholders om de verschillende plannen te stroomlijnen. Daarnaast ligt er een uitdaging om de particuliere bewoners te betrekken bij de verschillende plannen om te bekijken of het voordelen biedt om aan te haken bij de bestaande plannen van woningcorporaties en gemeente. Oude Gouw-Gommerwijk, Enkhuizen Deze wijk is kansrijk door een actieve bewonersgroep in combinatie met een lokale warmtebron. Een collectieve oplossing met een warmtenet heeft hier de voorkeur. De wijk is vrij groot, en niet de hele wijk is kansrijk. Het kansrijke gebied kan echter wel een goede start zijn om met de rest van de wijk aan de slag te gaan. Het gebied wordt omringd door de straat de Melkbon en het nieuwbouwgebied dat ten westen hiervan wordt gebouwd. In dit gebied is een actieve bewonersgroep aan het kijken naar opties om aardgasvrij hun woningen te verwarmen. Aan de overkant van De Gouw is restwarmte aanwezig van de WKO van Karel Bolbloemen. Deze warmte kan in de winter gebruikt worden om de woningen te verwarmen door middel van een lage temperatuur warmtenet. Omdat het vrij recent gebouwde woningen zijn is de isolatie voldoende om de woningen op lage temperatuur te verwarmen.

Hierdoor is er een goede match tussen het type bebouwing en het type warmtebron. Een wijkuitvoeringsplan in dit gebied zal zich kunnen focussen op het faciliteren van de actieve bewonersgroep en Karel Bolbloemen om het project te kunnen realiseren. De gemeente is vooral faciliterend en houd het overzicht. Zij kunnen mogelijk ook een rol spelen om te onderzoeken of de nieuwbouw aangesloten kan worden op dezelfde bron. Plan Zuid-Princenhof Deze wijk is kansrijk omdat er binnen 10 jaar gewerkt moet worden aan het riool. Omdat er roeringsgevoelige gasleidingen in de straat liggen zal ook het gasnet verwijderd moeten worden. Dit is een natuurlijk moment om te beslissen of er een nieuw gasnet in de straat komt, waarmee de transitie in feite wordt doorgeschoven tot 20452050, of dat er nu gekeken wordt naar alternatieven voor aardgas. De kansrijke wijk wordt omringd door de Florasingel, de La Reinelaan en de Molensingel. In het wijkuitvoeringsplan ligt de focus op een open dialoog met de bewoners in de wijk. Een warmtenet heeft waarschijnlijk de laagste kosten, maar er zijn meer aspecten belangrijk voor bewoners. De energietransitie past in

Transitievisie Warmte Stede Broec, Enkhuizen, Drechterland

21

een breder plaatje van wijkverbetering. Met de vervanging van het riool, het gasnet en waarschijnlijk de straat gaat de wijk een stuk vooruit. Ook de energietransitie kan bijdragen aan een betere wijk. Centrum Grootebroek Voor deze wijk is gekozen om dezelfde redenen als bij Plan-Zuid en Princenhof. Deze wijk is kansrijk omdat er binnen 10 jaar gewerkt moet worden aan de riolering. Omdat er roeringsgevoelige gasleidingen in de straat liggen zal ook het gasnet verwijderd moeten worden. Dit is een natuurlijk moment om te beslissen of er een nieuw gasnet in de straat komt, waarmee de transitie in feite wordt doorgeschoven tot 2045-2050, of dat er nu gekeken wordt naar alternatieven voor aardgas. De kansrijke wijk wordt omringd door de Platanenlaan, de Beukenlaan, de Meidoornlaan en de Esdoornlaan. In het wijkuitvoeringsplan ligt de focus op een open dialoog met de bewoners in de wijk. Een warmtenet heeft waarschijnlijk de laagste kosten, maar er zijn meer aspecten belangrijk voor bewoners. De energietransitie past in een breder plaatje van wijkverbetering. Met de vervanging van het riool, het gasnet en waarschijnlijk de straat gaat de wijk een stuk vooruit. Ook de energietransitie kan bijdragen aan een betere wijk. Centrum Hoogkarspel Het centrum van Hoogkarspel is aangemerkt als kansrijk omdat het de meest dichtbebouwde wijk is van Drechterland.

Een collectieve oplossing is hierdoor waarschijnlijk de goedkoopste oplossing. Ook heeft een lokale bron in de vorm van geothermie een zeer goede potentie, op basis van huidige inzichten. Dit maakt dit gebied kansrijk om collectief aan de slag te gaan. De wijk is echter vrij groot en bestaat uit verschillende kleinere buurten met verschillend bouwjaar en bouwtype. In het wijkuitvoeringsplan zal daarom een nader gekeken moeten worden naar het nu te betrekken gebied. Een andere aandachtspunt van het wijkuitvoeringsplan is om samen met bewoners te kijken of een warmtenet de voorkeur heeft in vergelijking met andere mogelijke technieken. Ook zal een bronnenstrategie ontwikkeld moeten worden. Geothermie is namelijk een zeer geschikte bron op lange termijn, maar zal voorgegaan moeten worden door andere bronnen. Verdere uitleg over deze strategie volgt in Hoofdstuk 0. Opgave voor het buitengebied Het buitengebied kenmerkt zich door lage bebouwingsdichtheid en grote diversiteit in soort en leeftijd van de woningen en gebouwen. Hierbij past een aanpak die meer gericht is op specifieke woningtypen, waarbij de focus eerst ligt op het zoveel mogelijk besparen van aardgas. Omdat het vaak oude woningen betreft is het geheel aardgasvrij maken vaak technisch uitdagend.

Het besparen van aardgas door middel van isolatie of hybride warmtepompen is dan een goed alternatief als eerste stap op weg naar aardgasvrij. Collectieve oplossingen zoals een warmtenet zijn duur voor gebieden met een lage bebouwingsdichtheid, omdat er een groot netwerk aangelegd moet worden voor een klein aantal woningen. Dit betekent dat de woningen in het buitengebied zijn aangewezen op technieken die individueel in de woning zijn toe te passen. Tot de mogelijkheden behoren dan lucht- en bodemwarmtepompen of hybride warmtepompen. Omdat dit individueel te plaatsen technieken betreft wijkt de aanpak af van de wijkuitvoeringsplannen voor de kansrijke startbuurten.

Transitievisie Warmte Stede Broec, Enkhuizen, Drechterland

22

De aanpak zal verschillen per soort woning en per bouwjaar. Recent gebouwde woningen, na 1992 zijn met extra isolatie aardgasvrij te maken met een warmtepomp. Woningen gebouwd voor 1992 zijn moeilijker goed te isoleren. Het is moeilijk deze woningen geschikt te maken voor een warmtepomp. Zoveel mogelijk isoleren en het plaatsen van een hybride warmtepomp behoort voor deze woningen tot de opties. Door extra isolatie kunnen woningen gebouwd na 1945 waarschijnlijk alsnog gasvrij gemaakt worden in de toekomst. Voor grote woningen gebouwd voor 1945 is deze opgave echter moeilijker te realiseren. Voor deze categorie is besparen door isolatie en een hybride warmtepomp voorlopig de beste oplossing.

Collectief aan de slag De SED gemeenten willen samen aan de slag, ondanks dat er wordt ingezet op individueel te plaatsen technieken per woning. De aanpak voor het buitengebied is om een wijkuitvoeringsplan te maken voor alle gebouwen en woningen buiten de grote kernen van de SED gemeenten. De meeste woningen in het buitengebied bevinden zich in Drechterland, maar ook de woningen buiten de kernen in Stede Broec en Enkhuizen worden in deze aanpak meegenomen. Doel is om samen aan de slag te gaan. Hoe dit onderdeel ingevuld wordt is onderdeel van het vervolg van de transitievisie. Tot de mogelijkheden behoren bijvoorbeeld het bieden van een platform voor verduurzaming en het organiseren van collectieve inkoopacties. Door grootschalig isolatie, warmtepompen of andere technieken collectief in te kopen kan schaalvoordeel behaald worden voor bewoners. Hierdoor kunnen de kosten lager uitvallen.

In tabel 1 op de volgende pagina is weergegeven hoe de 5 echte wijken scoren op verschillende selectiecriteria. Hierin is per wijk aangegeven of de wijk zeer goed scoort op een selectiecriterium (++), goed scoort (+), matig (+/-) of onder gemiddeld scoort (-). Alle velden waar geen score staat betekent dat er geen score is voor een wijk op het selectiecriterium. De kansrijke wijken zijn geselecteerd op basis van de optelling van de scores. Een uitgebreide toelichting vindt u in bijlage 3. De 6e wijk, het buitengebied, wordt apart toegelicht in § 5.3. De wijk Lutjebroek is niet geselecteerd als kansrijke wijk waar als eerste gestart wordt. Uit de analyse en de tabel blijkt wel dat er kansen zijn, maar net iets minder dan in de andere wijken. En omdat de opgave voor de 6 wijken al vrij groot is, kiezen wij ervoor om in Lutjebroek in een latere fase aan de slag te gaan met de transitie naar aardgasvrij. De ervaring die dan al in andere wijken is opgedaan kan dan gebruikt worden om met deze wijk aan de slag te gaan.

Transitievisie Warmte Stede Broec, Enkhuizen, Drechterland

23

Tabel 1 - Selectie kansrijke wijken

Sociale kansen

Technische kansen

Kansrijke wijken

Duidelijke voorkeur voor techniek

++ +

+ + ++ +/+/+ ++ +/-

+ ++ ++ ++ + ++ + ++ +/-

+/++ + +/+ + +/-

++ ++ ++ ++ + ++ ++

+ + + ++ ++ +/++ ++ + ++ + ++ ++ + ++ ++ ++

+ ++ +/+/++ ++ ++ +/+ + ++ + ++ + +

++

++

++

+ + +

Hoge potentie energiebesparing

Lokale warmtebronnen

Roeringsgevoelige leidingen

Vervanging gasnet

Rioolvervanging binnen 10 jaar

Renovatie corporatiebezit ++

Nieuwbouwprojecten

Enkhuizen Boerenhoek Molenweg Burgwal Centrum Vissersbuurt Oosterhaven Enkhuizen-Noord Havenbuurt Snouck van Loosenpark Kadijken Oosterdijk Oude Gouw-Gommerwijk Westeinde Stede Broec Bovenkarspel-Centrum Broekerhaven Centrum Grootebroek Kloosterhof en Oostersluis Lutjebroek Plan Zuid en Princenhof Rozeboom Drechterland Binnenwijzend Centrum Hoogkarspel Centrum Venhuizen De Buurt De Hout en Blokdijk Drieban (gedeeltelijk), Hem Drieban (gedeeltelijk), Venhuizen Hem Oosterblokker Oosterleek Oudijk Schellinkhout Ten westen van Tolweg Westwoud Wijdenes Wijzend Zuiderdijk

Draagkracht

Bewonersinitiatieven

Wijk

+ +

+ +/-

+ +

+

++

Transitievisie Warmte Stede Broec, Enkhuizen, Drechterland

+

+

+

Ja

Ja

Ja Ja? Ja

Ja

24

6

eest geschikte techniek per wijk

Naast het identificeren van een aantal kansrijke startwijken is het bepalen van de meest geschikte techniek per wijk een belangrijk onderdeel van de Transitievisie Warmte. In de SED gemeenten heeft op basis van de laagste maatschappelijke kosten een warmtenet op midden temperatuur (70 ⁰C) de voorkeur voor de grote kernen. Voor het buitengebied liggen individuele oplossingen met warmtepompen of hybride warmtepompen voor de hand. In het volgende hoofdstuk wordt de keuze voor deze technieken verder toegelicht. Tot slot zijn de resultaten vergeleken met die van de Startanalyse van het Planbureau voor de Leefomgeving.

6.1

Voorkeurstechniek per wijk

Voor het vervolg van de transitievisie, de wijkuitvoeringsplannen, is het van belang een beeld te hebben van de voorkeurstechniek per wijk. De voorkeurstechniek is gekozen op basis van de techniek met de laagste maatschappelijke kosten. Door middel van het warmtemodel van DWA is een inschatting gemaakt van deze kosten per wijk. Het resultaat is weergegeven in Figuur 7. Ook zijn de resultaten vergeleken met de startanalyse van PBL (zie 6.3). De resultaten van de startanalyse zijn te vinden in Bijlage 5 -.

Figuur 7 - Techniek met de laagste maatschappelijke kosten

Laagste maatschappelijke kosten. In de analyse wordt gebruik gemaakt van de laagste maatschappelijke kosten. Dit zijn de totale financiële kosten per wijk van alle maatregelen die nodig zijn om in een wijk of dorp van het aardgas af te gaan, ongeacht wie die kosten betaalt. Dit is inclusief de baten van energiebesparing, maar exclusief belastingen, heffingen en subsidies. Het gaat hier onder andere om de aanleg van een warmtenet, de verzwaring van het elektriciteitsnet, verwijderen

Transitievisie Warmte Stede Broec, Enkhuizen, Drechterland

25

van het gasnet en onderhoud van infrastructuur. Ook de investeringen van de bewoners zitten hierin, zoals het isoleren van de woning of het plaatsen van techniek in de woning. De verdeling van de kosten over overheid, nutsbedrijven, bedrijven en bewoners is een vraagstuk dat in de wijkuitvoeringsplannen verder onderzocht moet worden. Omdat in de WUP de techniek toch verder bepaald moet worden is voor de transitievisie een algemeen beeld van de financieel meest aantrekkelijke techniek voldoende. Een warmtenet voor de kernen Een warmtenet heeft de laagste maatschappelijk kosten voor bijna alle kernen in de SED gemeenten. Doordat de gebouwen dicht op elkaar staan kan met een beperkt netwerk een groot aantal woningen worden aangesloten. Dit zorgt voor een betere betaalbaarheid van het warmtenet. Ook zijn de woningen in deze wijken geschikt voor deze technieken, omdat waarschijnlijk een middelmatige isolatiegraad te behalen is. Er is wat nuance nodig op de resultaten van Figuur 7, omdat de CBS wijken vrij groot zijn en soms bestaan uit zowel een deel van de kern als buitengebied. In het noorden van Hoogkarspel, Stede Broec en Enkhuizen ligt een deel van de bebouwing in het buitengebied. Voor deze woningen is een warmtenet minder geschikt, en moet gekeken worden naar individuele oplossingen. Ook is er vrij veel verschil tussen de bouwjaren binnen de wijken.

Voor recent gebouwde woningen (na 1992) zijn ook individueel toe te passen technieken denkbaar. Ook kan hier gekeken worden naar warmtenetten met een lage temperatuur. Voor woningen gebouwd tussen 1945 en 1991 is een warmtenet op midden temperatuur in veel gevallen de meest geschikte oplossing. Individuele oplossingen in het buitengebied In het buitengebied genieten individuele oplossingen per woning de voorkeur (zie § 5.3). Uit de analyse van DWA blijkt dat lucht- of bodemwarmtepompen of hybride warmtepompen de technieken zijn met de laagste maatschappelijke kosten. Warmtenetten vallen in het buitengebied af omdat de investering in het warmtenet erg hoog zijn door de grote afstand tussen woningen. De gemeente wil een plan maken voor alle gebouwen en woningen buiten de grote kernen van de SED gemeenten. Doel is om samen aan de slag te gaan.

6.2

Zekerheid van de voorkeurstechniek

Om nuance aan te brengen in de keuze van de voorkeurstechniek, is ook gekeken naar het financiële verschil tussen de techniek met de laagste maatschappelijke kosten, en de kosten van de andere techniek. Dit is gebruikt om wijken te selecteren waarvan we met zekerheid de voorkeurstechniek vast kunnen stellen (zie tabel 1 in § 5.2). Door deze extra nuance sluiten we ook aan bij het uitgangspunt van de gemeenten om open te staan voor innovatie. We brengen nu focus aan op die wijken waar één techniek duidelijk de voorkeur heeft. Zowel technisch als financieel. Voor deze wijken is de kans het kleinst dat toekomstige innovaties geschikter of goedkoper zijn. Daarmee laten we ruimte open voor toekomstige innovaties zodat die, bij de herijking over 5 jaar van deze TVW, meegewogen kunnen worden in de selectie van de volgende kansrijke wijken. In Figuur 8 is het verschil in kosten tussen een warmtenet en all-electric weergegeven. Het warmtenet heeft in bijna alle wijken een groot verschil in kosten met individuele technieken. Het is dus vrij zeker dat een warmtenet hier de voorkeur heeft. Alleen in Lutjebroek en Havenbuurt Snouck van Loosenpark is het verschil in de kosten vrij klein. In Lutjebroek komt dit waarschijnlijk door de oude kern waar veel oude woningen staan die lastig zijn aan te sluiten op het warmtenet.

De Havenbuurt bestaat vooral uit industrie, waarvoor de analyse minder geschikt is. Voor dit gebied zal specifiek onderzoek gedaan moeten worden naar de best toe te passen techniek. Tot slot is de kern van Venhuizen waarschijnlijk geschikt voor een kleinschalig warmtenet, al is dat op basis van deze analyse niet met zekerheid te zeggen. Wijken met warmtepompen (all-electric) als voorkeur verschillen. Voor een aantal wijken is individueel een stuk goedkoper, en is het dus zeker dat individuele technieken de voorkeur hebben. Dit zijn vooral de wijken in het buitengebied op grote afstand van de kernen. Een aantal wijken heeft een klein verschil, zoals Hem en De Buurt.

Transitievisie Warmte Stede Broec, Enkhuizen, Drechterland

26

Ook Westeinde in Enkhuizen heeft een klein verschil. Ook dit is een wijk met vooral bedrijven, waar de analyse minder goed toe te passen is. Tot slot zijn er een aantal wijken waar het verschil tussen all-electric en een warmtenet minimaal is. Het gaat vooral om de wijken grenzend aan Hoogkarspel. Een warmtenet zou hier tot de opties kunnen behoren, wanneer er een warmtenet wordt aangelegd in Hoogkarspel. Omdat de bebouwing grenst aan de kern zijn de extra kosten beperkt en zijn de kosten vergelijkbaar met all-electric oplossingen.

Figuur 8 - Kostenafstand tussen technieken

6.3

Vergelijking met de startanalyse van het PBL

Ter ondersteuning van de Transitievisie Warmte die elke gemeente moet opstellen heeft het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) onderzoek gedaan naar de meest geschikte techniek per wijk. De startanalyse van het PBL is een landelijke analyse naar de meest geschikte techniek per wijk. Hoewel het een zeer gedegen en gevalideerde studie is, mist het soms de lokale inzichten. Om da aansluiting te maken met lokale kennis en inzichten is de analyse van PBL vergeleken met de analyse van DWA om tot een breder gedragen visie op de voorkeurstechniek te komen. Voor het buitengebied bevestigt de startanalyse van PBL het beeld van DWA. Voor het buitengebied komen individuele technieken met een warmtepomp of een hybride warmtepomp met groengas naar voren als meest geschikte technieken. Voor de kernen is het beeld van PBL echter afwijkend. In veel wijken hebben groengas of warmtepompen de voorkeur. Voor het centrum van Enkhuizen en Oude Gouw-Gommerwijk heeft een warmtenet met een lage temperatuur bron de voorkeur. De resultaten van de startanalyse zijn te zien in Bijlage 5 -.

Transitievisie Warmte Stede Broec, Enkhuizen, Drechterland

27

De verschillen in deze gebieden zijn te verklaren. Ten eerste gaat de startanalyse uit van bekende bronnen uit de warmteatlas. Deze database houdt geen rekening met de potentie van geothermie in de gemeenten waardoor de potentie van warmtenetten in SED gemeenten groter is dan uit de startanalyse blijkt. Wanneer er geen bron is wordt een warmtenet niet als optie meegenomen. Ook zijn een aantal wijken deels buitengebied en deels kern. Hierdoor komen individuele technieken als warmtepompen en hybride warmtepompen met groengas beter naar voren, omdat deze meer geschikt zijn in het buitengebied. De verschillen maken daarnaast duidelijk dat er een verder analyse in de wijken noodzakelijk is om tot de beste oplossing te komen.

Transitievisie Warmte Stede Broec, Enkhuizen, Drechterland

28

7

lternatieven voor aardgas

In het vorige hoofdstuk is besproken welke technieken voorkeur hebben per wijk. In dit hoofdstuk worden de verschillende technieken om aardgasvrij te worden kort toegelicht. Hierbij wordt er ingegaan op de bronnen die geschikt zijn voor de SED gemeenten in het bijzonder. Tot slot wordt kort een bronnenstrategie beschreven.

7.1

Van aardgas over op hernieuwbare energiebronnen

Technisch gezien zijn er veel verschillende mogelijkheden om van het aardgas af te stappen in de gebouwde omgeving, met verschillende technieken en met verschillende temperaturen. We maken daarbij over het algemeen onderscheid in collectieve oplossingen en individuele oplossingen. Bij collectieve oplossingen stapt meer dan één woning over op een bepaalde techniek, vaak gaat een heel gebied in een keer over. Een voorbeeld van een collectieve oplossing is een warmtenet. Individuele oplossingen kunnen voor iedere woning los worden toegepast. Een voorbeeld daarvan is een warmtepomp. In deze Transitievisie Warmte wordt onderscheid gemaakt in drie oplossingsrichtingen: 1

Duurzame bronnen waarbij gebruik wordt gemaakt van bestaande gasnetten

2

Individuele elektrische oplossingen

3

Warmtenetten

Deze zetten wij hierna verder uiteen. 1. Gasnetten (Bestaande) gasnetten kunnen duurzame, hoogenergetische gassen als groengas (groengas wordt opgewekt uit reststromen van mest of GFT afval) en waterstofgas naar woningen vervoeren. De beschikbaarheid van duurzaam gas is er niet (waterstof) of zeer beperkt (groengas), en marktrijpheid van deze gassen (met name waterstof) voor woningen is nog niet bekend. Voor waterstof zijn geen natuurlijke bronnen. Waterstof moet altijd gemaakt worden, en noemen we daarom ook wel een energiedrager. Momenteel wordt waterstof vooral gemaakt uit aardgas, maar voor een duurzaam energiesysteem is deze optie alleen te gebruiken in combinatie met de ondergrondse opslag van de vrijgekomen CO2. Duurzame waterstof (ook wel groene waterstof genoemd) wordt geproduceerd door elektrolyse van water waarvoor uitsluitend duurzaam opgewekte elektriciteit wordt gebruikt. Hier is zeer veel (duurzaam opgewekte) elektriciteit voor nodig en bij de omzetting van elektriciteit in waterstof gaat 50% van de energie verloren. De verwachting is dat waterstof daarmee niet geschikt is voor het verwarmen van de meeste woningen, omdat een warmtepomp met dezelfde hoeveelheid elektriciteit direct 6 à 7 keer meer warmte kan leveren. De verwachting is dat groengas en waterstof geen één-op-één vervanging worden van aardgas.

Daarvoor is de potentie van deze gassen in de gebouwde omgeving te klein. Om genoeg waterstof te produceren ter vervanging van aardgas moet er een veelvoud aan windmolens op zee geplaatst worden dan nodig is om onze elektriciteitsproductie te verduurzamen. De mogelijkheid voor de productie van groengas is ook gelimiteerd door de beperkte aanwezige reststromen in Nederland. En de import van reststromen uit het buitenland om in Nederland groengas te maken is geen wenselijke oplossingsrichting. Er moet dus zuinig omgegaan worden met duurzame gassen. Vooral voor gebouwen die anders niet verduurzaamd kunnen worden, zoals oude vrijstaande woningen of monumentale panden in het centrum, zullen afhankelijk zijn van deze gassen. Ook moet zoveel mogelijk worden ingezet op efficiënt gebruik van groengas, bijvoorbeeld in combinatie met een hybride warmtepomp.

Transitievisie Warmte Stede Broec, Enkhuizen, Drechterland

29

De bestaande bouw concurreert met andere toepassingen als mobiliteit en industrie over het gebruik van duurzame gassen. Omdat ook deze sectoren willen en moeten verduurzamen zal de vraag naar duurzaam gas toenemen. Voor de gebouwde omgeving wordt verwacht dat duurzaam gas niet voor 2030 beschikbaar is en daarom niet is meegenomen als (technische) oplossingsrichting in deze TVW. 2. Individueel (all-electric) Een warmtepomp is, met de huidige stand der techniek, meestal de meest efficiënte methode om woningen elektrisch te verwarmen. Als bron wordt de warmte uit de lucht, bodem of grondwater gebruikt. Deze techniek wordt vaak op individueel woningniveau toegepast, maar een warmtepomp kan ook geschikt zijn voor een appartementencomplex. Een warmtepomp kan een rendement halen dat hoger is dan 100% doordat de warmte uit de lucht of bodem naar de woning verplaatst wordt. Een warmtepomp kan met 1 kWh elektriciteit ongeveer 3 tot 4 kWh warmte leveren, en heeft daarmee een efficiëntie van 300-400%. Een wijk all-electric maken vraagt vaak om een verzwaring van het elektriciteitsnet. Een warmtepomp verwarmt de woning op lage temperatuur, waardoor de eisen aan isolatie en het afgiftesysteem (radiatoren, vloerverwarming) hoog zijn. Ook is er een boilervat nodig voor het bufferen en verwarmen van tapwater.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10489311/1